Vivivi
NAXANINAT FAUHURU
32
FORMULIER VAN HET H. AVONDMAAL.
Jezus Christus uit den Hemel| zul men stichtelijk zingen, of verwachten, waar hij onze ster- sommige Hoofdstukken lezen ter gedachtenis van het sterfelijke ligchamen aan zijn vervan Christus dienende, klaard heerlijk ligchaam gelijk Jes. LIII, Joh. XIIImaken, en ons tot zich nemen XVIII, of dergelijke. zal in eeuwigheid. Amen.
ven als
Onze Vader, enz.
Wil ons ook door dit heilige Avondmaal sterken in het algemeen ongetwijfeld Christelijk geloof, waarvan wij bekentenis doen met mond en hart, spre
kende:
Ik geloof in God, enz.
Opdat wij dan met het waarachtig hemelsche brood Christus gespijzigd mogen worden, zoo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en den wijn blijven hangen; maar dezelve opwaarts in den hemel verheffen, waar Christus Jezus is, onze Voorspraak, ter regterhand zijns hemelschen Vaders, waar heen ons ook de artikelen van ons Christelijk geloof wijzen; niet twijfelende, of wij zullen zoo waarachtlg door de werking des Heiligen Geestes met zijn ligchaam en bloed aan onze zielen gespijzigd en gelaafd worden, als wij dat heilige brood en dien drank tot zijne gedachtenis ontvangen.
In het breken en uitdeelen des broods zal de Dienaar spreken:
Na de voleinding der Communicatie, zal de Dienaar spreken;
En als hij den drinkbeker geeft:
Geliefden in den Heer! dewijl de Heer nu aan zijne tafel onze zielen gespijzigd heeft, zoo laat ons al te zamen zijnen naam met dankzegging prijzen, en een iegelijk spreke in zijn hart aldus:
1. Loof den HEER, mijne ziel! en al wat binnen in mij is, zijnen heiligen naam?
2 Loof den HEER, mijne ziel! en vergeet geene van zijne weldaden!
3. Die al uwe ongeregtigheid vergeeft, die al uwe krankheden geneest;
4. Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden.
HET BROOD, DAT WIJ BREKEN, IS DE GEMEENSCHAP AAN HET LIGCHAAM VAN CHRISTUS.
DE DRINKBEKER DFR DANKZEGGING, WAARMEDE WIJ DANKZEGGEN, IS DE GEMEENSCHAP AAN HET BLOED VAN CHRISTUS.
8. Barmhertig en genadig is de HEER, langmoedig en groot van goederlierenheid.
10. Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongeregtighe
den.
11. Want zoo hoog de he mel is boven de aarde, is zijne goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vree
zen.
12. Zoo ver het oosten is van het westen, zoo ver doet Hij onze overtredingen van ons.
13. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zieh de HEERE over degenen, die Hem vreezen.
Welke ook zijnen eigenen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft hem voor ons allen overgegeven, en ons alles met hem geTerwijl men communiceert, schonken. Daarom, bewijst God


