En in uw heil, ten #
allen tijde, Met Zions dochter mij verblijde.
15. De heidnen zijn, door waan misleid, Gestort in
kuilen, mij bereid; Hun voet verwart zich in de
Die z' in' t verborgen voor mij zetten. 3. PAUZE.
ons poorten hulde doe,
netten,
CAVAVHURVA
16. Thans is de HEER bekend alom, Door regt te
doen bij' t heidendom:
banden,
17. De
PSALM 9.
10
den
ren naar de hel,
群
De goddelooze raakt in
Verstrikt in' t werk van zijne handen.
stoute zondaars zullen snel
Te rugge kee
Met al de godvergeten ben
Der heidnen, die zijn wetten schenden.
18. Nooddruftigen vergeet God niet, Noch laat hen
eindloos in' t verdriet:' t Ellendig volk mag op Hem
wachten; Hij zal hun hoop niet steeds verachten. 4
19. Sta op, o
HEER! en laat den mensch Zich niet
19
versterken naar zijn' wensch; Maar oordeel Gij in
' t wraakgerigte, De heidnen voor uw aangezigte.
20. O HEER! jaag hun vervaardheid aan, En doe den
2*
hei
VATAVATAIRIAURORVAVAVAivivives


