VEN DET ALONE pel mf% á R 5 A‘ Ben 8 8, he, 9 PE re Nen Ms has WETBOEK NAPOLEON; INGERIGT VOOR HEP KONINGRIJK HOLLAND, Ter KONINKLIJKE STAATSDRUKKERIJ, 180 Je 3 5 # d d Ë| ds \ woord Hef Word hey Ko WN EN ‚Dem bid wf | dont den Ee Gedeelte wid LODEWIJK NAPOLEON, door de gratie Gods en de Conftitutie des Koning- rijks, KONING van HOLLAND, Corinétable van Frankrijk. H- Wetgevend Ligchaam goedgekeurd hebbende de voordragt, door Ons daartoe gedaan, Hebben Wij befloten en befluiten: Wordt gearresteerd het Wetboek Napoleon, ingerigt voot het Koningrijk Holland, hierna volgende: WETBOEK NAPOLEON, INGERIGT VOOR HET KONINGRIJK HOLLAND, marsen INLEIDING. VAN DE BEKENDMAKING, DE UITWERKSELEN EN DE TOEPASSING DER WETTEN IN HET ALGEMEEN, Art. 1. „ De wetten hebben hare werking over het geheele grondgé- bied van Holland, uit krachte der afkondiging van dezelve, door den Koning gedaan: Zij werken terftond nadat derzelver afkondiging, in ieder gedeelte van het rijk, bekend ig kunnen zijn: En ” 2 Ea r _ Deze afkondiging zal gehouden worden bekend te zijn; iù de flad, waarin de koninklijke refidentië gevestigd is, één dag, en in de overige gedeelten van het departement der refis dentie twee dágen nâ den däg der afkondiging, en in ieder der overige departementen na verloop van denzelfden termijn, met bijvoeging Van Zoo vele dagen, als de plaats, waar de afkondi= ging zal gefchied zijn, van de hoofdplaats, van ieder departes| | ment verwijderd is, twaalf uten gaans te houden voor éénen dag, en de overfchietende uren voer eenen geheelen dag. Arts s. De wetten verbinden alleen voor het toekomende, en hebben Becne terugwerkende kracht.‘78 De wetten van politie en zekerheid zijn verbindende voor En allen, die hun verblijf op het grondgebied van Holland f Houden, ES\ Onroerende goederen van vreemdelingen, zoo wel als van in ingezetenen, zijn onderworven aan de wetten van dit rijk. ni De wetten, betreffende den ftaat-en betrekking van perfonens Î Zijn toepasfelijk op alle Hollánders, ook wanneet zij zich buiten’slands bevinden. 4 Kid rf. 4s tid De regter, die weigert regt te AE„Onder voorwendfel dat Hei de wet duister of onvolledig is, of wel dat dezelve geheel ftifs tail zwijgt, is fchuldig aan regtsweigering; en deswegens aânfpras Hind kelijk. jn donk ak hi, if Wanneer eenig geval voorkomt, het welk bij de wet niet bepaald is, noch, door de toepasfing van de regelen eener ges se EL zonde uitlegkunde, volgens de wet kan worden uitgemaakt; VE moet in de beflisfing van hetzelve gevolgd worden het geen nie met de billijkheid, en de analogie van het vastgefteld regt, in î il gebore gevallen, zal bevonden worden meest overeen Ed omftig te zijns a an Ait. 6,| eh Geen regter vermag, bij wege van algemeene dispofitie of Ie reglement, uitfpraak te doen in zaken, dië aan zijne beflisfing u Onderworpen zijn, cal Art. 7. ned Vier Alle bedingen of overgenkomften, welke ftrijdig zijn metde||» Wo : bepalingen der wetten, die op de publieke orde of goede zeden; benk betrekking hebben, zijn krachteloos, Ter U q EERSTE|B de vopr Hold as van tijk. perfonehg dij ih ndfeldat heel(fs tiufpha- wet njet ener des emaast jet geen eat, lin Vereine ofitie lof eflisfing metde le zeden; ist RA EERSTE BO Er VAN DE PERSOONLIJKE REGTENs mn EER RTP ENE É VAN HET GENQT EN VAN HET VERLIES DER BURGERLIJKE REGTEN, EERSTE HOOFDSTUK. VAN HET GENOT DER BURGERLIJKE REGTENX Art. 8, Alle Hollanders hebben aanfpraak op het genot der burgers lijke regten. is : Art, 9. Een iegelijk, in Holland uit vreemden geboren, wordt als Hollander gerekend, wanneer hij, bij zijne meerderjarigheid, zijn domicilie of woonftede in Holland gevestigd houdt, of wanneer hij, zich in een ander land ophoudende„ zijne vaste woons plaats ín Holland, binnen het jaar na zijne aeerderjarigheid overbrengt,| 2 Art. ro. Kinderen, uit Hollandfche ouders in een vreemd land geg boren, zijn Hollanders. Kinderen, in een vreemd land geboren uit een’ Hollander„ die zijne betrekking als zoodanig verloren heeft, worden als Hollanders aangemerkt, wanneer zij aan het bepaalde bij artì= kel g voldoen, À dns Art. tr Vreemdelingen genieten in Holland dezelfde burgerlijke regs ‚ten, welke toegeftaan zijn of zullen worden aan Hollanders, ig die landen, waartoe die vreemdelingen behooren. Art. ta,[ Eene vreemde vrouw, met een’ Hollander getrouwd zijnde, volgt de burgerlijke betrekking van haren man. "Art. 13. Een vreemdeling, door den Koning geadmitteerd om in é A 3 À Elols Cs) Holland zijn domicilie te vestigen, heeft het volle-genot van alle burgerlijke regten, zoo lang hij zijn domicilie aldaar blijft houden, TWEEDE HOOFDSTUK, WAN HET VERLIES DER BURGERLIJKE REGTEN, ‘De regten van Hollander worden verloren: z°- Door naturalifatie in een ander land 5, 20, Door het aannemen van eenige publieke functie of pen- finen, opgedragen of toegeftaan door het gouvernement vaneen ander land, zonder tot die aanneming door den Koning geautorifeerd te zijn; en g®, Door dit land te verlaten, en zich in een ander land ne= 5 dertezetren, met blijkbaar voornemen om zijn beftendig verblijf buiten’s lands te heuden. 5 Art. 15: en ‘Yemand, zijne betrekking als Hollander verloren hebbende, kan dezelve ten allen tijde weder verkrijgen, indien hij, na _bekomene admisfie van den Koning, in Holland weder terug komt, aldaar zijn vast domicilie vestigt, en bij het gemeente-beftuur zijner verkozen woonplaats eene verklaring aflegt, van zich te onderwerpen aan de wetten van dit rijk; afftand doende van alles wat daarmede ftrijdig is.| ie Arts 16. Eene Hollandfche vrouw, met een’ vreemdeling in het huwee tijk tredende, volgt den ftaat van haren man: indien zij weduwe wordt, krijgt zij de betrekking als Hollandfche terug, mits zij haar vast verblijf in Holland houdt, of daarin, binnen het jaar na het overlijden van haren man, terug keert, en haar domici- Tie vestigt.: : Art 17. Het terug bekomen van den ftaat van Hollander heeft geene achteruitwerkende kracht 3 het geeft aan. iemand vroegere voordeelen, dan die, welke voorfpruiten uit regten, aan hem fêdert dat tijdftip opgekomen. Art. 18,/ Een hollander, zonder autorifatie van den Koning, bij eene vfeemde mogendheid militairen dienst genomen hebbende, of lid geworden zijnde van een vreemd militair genootfchap, ver- Lest daardoor zijne“betrekking als Hollander: kk ll Ro, ë | eon’ | veder Î 4 Hij: ar kan, vab Vanf ten KC hon Ted dit zi Kolles Hola den get Dd bi der” gife A bijra der aang fonen, tend RE leder burger) ’ die ot var u blijft TEN,’ j pen- ement } door ad nes hendig oende, ij, ma komt, eftuur ich te le van uwe rduwe, its zij pt jaar micie geene pegere j hem i eene be, of Hij Hij zal in Holland niet kunnen, terug komen, dan met toe- ftemming des Konings, noch zijne betrekking als Hollander. wederkrijgen, dan alleen op dezelfde voorwaarde, waarop een vreemdeling den burgerlijken ftaat als Hollander bekomen kan, en behoudens het verder bepaalde in-artikel 15. TREE RA E.E AT Ee VAN DE BESCHEIDEN OF ACTEN VAN DEN BURGERLIJKEN STAAT, Art. 19. Van de geboorten, huwelijken en fterfgevallen: zullen ace ten worden opgemaakt, en openbare registers worden ge- houden. Art. oo, Te dien einde zal van iedere geboorte en fterfgeval, binnen dit rijk voorvallende, als mede van iedere geboorte uit een Hollandfche vader of moeder, en van ieder fterfgeval van een’ Hollander, buiten het rijk voorvallende, aangifte moeten wor den gedaan. De ondertrouw en bevestiging der huwelijken, zoo als die bij den titel van het huwelijk bepaald is, wordt voor de aan- gifte derzelve gerekend,: Art. ol. Bijzondere reglementen bepalen voorts de wijs en den voet der aangiften, den tijd, wanneer, de plaats, waar, en de per- fonen„ door welke dezelve moeten gefchieden, de penaliteiten tegen de nalatigen, a's mede de vorm en inrigting der acten en registers, bij de vorige artikelen vermeld, ee nm DB RD AA be Nandn Jan YAN DOMICILIE OF WOON STEDE, | Art. 22. leder Hollander wordt, en aanzien der uitoefening zijner burgerlijke regten, geacht zijn domicilie of woonftede te hebben ep die plaats, ‚waar hij zijn voornaam verblijf gevestigd heeft. \ A a Art. 23% Temand kan echter op twee of meerdere plaatfen domicilie hous defi, doch niet anders dan met betrekking tot zekere door hert uitdrukkelijk bepaalde zaken, welke hij op zoodanige plaats of pPlaatfen uitftaande- heeft. ba daden dn Dn td Ee Art. o4. Hij moet ook, in zulke gevallen, op zoodanige plaats of Plaatten, tot dat einde, uitdrükkelijk domicilie kiezen, Een domieilie betrekkelijk eene bepaalde zaak, op zekere plaats gekozen, heeft ten gevolge, dar alle dagvaardingen eti exploicten„vaan dar domiciliegedaan ‚ uits tot dit zaak betrek- king hebbende, van die kracht. gehouden worden, als of zij aan het gewoon domicilie gedaan waren, E Ì Het verblijf„voor- een? tijd of faizoen, op een buitengoed, wordt voor geen domicilie gehouden.—” en e Art. 27, Iemand zich, ter zake van eene publieke, tijdelijke of her- roepelijke funêie, op eene plaats ophoudende, behoude zijn vorig domiëilië, ten zij duidelijk bleek, dat hij zijn tegens woordig verblijf tot zijne vaste woonplaats verkozen had. … Eene getrouwde vrouw heeft geen ander domicilie, dan dat van haren man. iel EE Fen minderjarige, onder de magt van ouders of voogden, volgt het domicilie van zijn vader en moeder of voogden. ‘ Een meerderjarige, die zijn perfoon verloren heeft, volgt het damicilie van zijn’ curator, ne B Ingevalle'er meer dan één voogden of curators zijn, wordt het domicilie van den eerstbenoemden gevolgd.—_ Be Meerderjarige dienstboden, die- met bun heer of vrouw on- der hetzelfde dak wonen, volgen het doimicilie‘van‘bun heer of vrouw:: Ee de De Art. 50. Het ftaat aan ieder vrij van’ domicilie te veranderen, Deze verandering van domicilie gefchiede door’ verhuizing van de eene plaats naar de andere, met oogmerk om zijn verblijf al daar voornamelijk te vegtigen.: amo s| Het bewijs van het oogmerk, in. het vorig artikel vermeld, wordt opgemaakt uit de omftandigheden. b y [3 ì VIERDE BE vu on U suf Tiet opde 4 maakt d of dook Dan dual: zijn àl Deut men vl Comm vorderd vorderd blif wf toela den rk Deef zanle, wenti Wan bont, 1 é boedel( î Viiden»! in welke Wann en het gevorde HCst& 5 hef Seats of 1 kere in ed geled, ti 1) her. wagbzijt gjlzer ge al indat goon, son het vaorone ez uy de jd, ‚WMZ al A Baek ATR VAN AFWEZENDEN,, Art. 32, Femand zijne woonplaats verlaten hebbende, zonder orde op de'waarneming zijner zaken te ftellen, trekt de regter zich de Zorg voor de belangen van dien afwezenden aan, door het aanftellen var een’ curator over deszelfs‘onbeheerden boedel, Art. 33: Het verlaten door iemand van zijne woonplaats, zonder orde op de waarneming zijner zaken gefteld te hebben,“wordt opge- maakt uit omftandigheden en daadzaken, waarvan nptoirlijk, of door befcheiden eh getuïgenisfen, is blijkende. Edie. Se Een afwezende wordt vermoed: dood te zijn, wanneer, ge= durende het verloop van twintig jaren, geene tijding nopens zijn dood of leven is ingekomen. En Art. 35e Deze j jaren verloopen zijnde, zijn de vermoedelijke erfgena- men van den afwezenden, mitsgaders de legatarisfen en fideïe commisfaire of. audere verwachters, en wel dezulken, die met het uiteinde van deze twintig jaren als zoodanig bevonden worden, bevoegd om afgifte van den boedel en goederen te vorderen; welke de regter, na onderzoek, of nopens het ver. blijf van den afwezenden nog iets te ontdekken zij, aan ben toeftaat, mits-borgen, of andere zekerheid,‘ten genoegen van den regter, ftell lende, voor de wederoplevering, ingeval de af- wezende bij vervolg nog mogt te voorfchijn komen. Art. 36. Deze borgtogt of zekerheid duurt zoo lang„tot dat de afwe- zende, zoo hij.nog leven mogt, den ouderdom van vijf- en= zeventig jaren bereikt zoude hebben. Art. 37 Wanneer de afwezende, het zij. vóór of na dien tijd, terug komt. of. zijne aanwezigheid blijkbaar wordt, bekomt hij dea boedel en goederen terug in den ftaat, waarin dezelve zich be- vinden, of wel de prijzen van het verkochte, of de goederen in welke de ontvangen kooppenningen belegd” zijn. Art. 38, Wanneer daarentegen het overlijden van den afwezenden, en het tijdftip daar van, kennelijk wordt, kan deze restitutie heden worden door die genen, welke op. dat tijdflip de meest geregtigden worden bevonden, De vermoedelijke erfgenamen buiten ftaat zijnde om borgen of zekerheid te fiellen„ blijft of wordt de boedel onder cura= tele gefteld; doch de vruchten, die daarvan afkomen, wor- den hun jaarlijks uitgekeerd zonder borgtogt. „ee KF DR PPT Ke VAN HET HUWELIJK. EERSTE HOOFDSTUK VAN: TROUWBELOFTE Ne Art. 40. llen, die zich kunnen verbinden, en met elkander mogen trouwen, kunnen trouwbeloften aangaan.- Art. ar. Deze verbindtenis moet duidelijk, onbewimpeld, vrij en ongedwongen zijn, en voorts alle die vereischten hebben, wel- ke noodig zijn, om aan toezeggingen eene verbindende kracht te geven. Art. 42, Minderjarigen hebben daartoe noodig de goedkeuring van hen, zonder welker toeftemming zij geen huwelijk kunnen aangaan. Arts 43% Er mag geen regt worden gedaan dan op trouwbeloften, die van weêrskanten erkend zijn„ of door fchriftelijk befcheid be- wezen worden, zonder dat eene delatie of deeling van eede in dit ftuk wordt toegelaten, Art. 44. Het wederzijdfche verzoek om in ondertrouw te worden aan- genomen, wordt voor eene verbindende: trouwbelofte gehou- den, zonder dat daartoe eenig verder bewijs noodig is. Art. 45. * Trouwbeloften kunnen aangegaan worden, of zonder tijds- bepaling of op tijd, mits niet langer dan op twee jaren. Art. 46. Zij kunnen-ook worden aangegaan onder conditiën of voor- waarden„ mits dezelve mogelijk, geoorloofd en betamelijk id zijns Jemen hebbend zietig, den gen Wann huwelik gens 0 Ij door har BNN borgen t CUrge DL, Wits mogen} vrij ea nn, wel. e kracht ng van Kunnen en, Cit eid bes eede in den aans gehou r tijdse le of voor vnclijk zijns ú zijn, overeenkomftig: de bepalingen, hierna ten aanzien der verbindtenisfen voorgefchreven. Art. 47. ge De kracht van wettig aangegane trouwbeloften is, dat de een den anderen tot derzelver vervulling kan noodzaken, of terftond, indien zij zuiver zijn aangegaan, of wanneer de bij- gevoegde tijd of voorwaarde verfchenen of vervuld is, indien de verbindtenis zulks medebrengt. Art. 48. Trouwbeloften zijn nietig: 19. Wanneer-minderjarigen dezelve hebben aangegaan zon- der toeftemming van hen, wier goedkeuring zij tot het huwelijk noodig hebben: Die toeftemming echter, naderhand gevolgd zijnde, maakt de trouwbelofte beftaanbaar 5 zo. Trouwbeloften zijn nietig, wanneer dezelve door een getrouwd man of vrouw, ftaande huwelijk, zijn aange- gaan; en 30, Wanneer zij door vreeze, bedrog of merkelijke dwa- ling zijn aangegaan. Art. 49. Iemand zich door trouwbeloften aan twee of meer perfonen hebbende verbonden, zijn alleen de eerfle wettig en de latere nietig, onverminderd de actie tot fchadevergoeding. aan den geen’, die door de trouwbeloften misleid is. Wanneer op de latere trouwbeloften, de voltrekking wan het huwelijk gevolgd is, zonder dat de eerstwerbondene, daarte- gen is opgekomen, verliezen alle andere trouwbeloften daar- door hare kracht, Art. 51. _“Frouwbeloften vervallen: 19. Deorden dood van één vande beide verloofde perfonen; so, Wanneerof beiden, of een van. beiden, na de. belofte, door een ligchamelijk gebrek ter voortteling onbekwaam wordt 5 49, Wanneer meerderjarigen trouwbeloften zonder der ou- deren: toeftemming hebben aangegaan, en. de reden van afkeuring, door de ouders-ingebragt zijnde: bij den reg- zer wordt goedgekeurd; %® 4°. Wan: kn 5 4°._Wanneerde voorwaarde, onder welke de trouwbeloften __zijn aangegaan, niet vervuld wordt; en 50, Door wederzijdfche toeftemming ter vernietiging der trouwbeloften,, oane Art. 52. Nadat echter de verloofde perfonen in ondertrouw zijn aange- nomen, kan zulk eene vernietiging niet gefchieden, dan bij openlijke verklaring, ten overftaan van den geen’, bij wien de aanneming in ondertrouw gedaan is. 5 Art. 53e Trouwbeloften kunnen ook door een van beide de verloof- den, tegen wil en dank van den anderen, herroepen, en daar- door verbroken worden, om alle zoodanige redenen, welke de regter oordeelt, niet uit wispelturigheid voorttefpruiten, maar gewigtig genoeg te zijn; om een van beiden van de vervul- ling der frouwbeloften té ontheffen.| Art. 54. Gefchenken tusfchen verloofden worden gerekend, op hoop van het voorgenomen huwelijk te zijn gedaan, k Art. 55. Zoodra de trouwbeloften vervallen, kunnen de gefchenken wederzijds worden terug geëischt. Ee He Art. 56. Doch die door fchuld oorzaak is, dat de trouwbeloften vers vallen„ heeft geen regt om de gefchenken terug te vorderen, « TWEEDE HOOFDSTUK. VAN HUWELIJKSVOORWAARDENe Art. 57. Allen, die een huwelijk mogen aangaan, kunnen ook huwer lijksvoorwaarden maken. Art ae Minderjarigen, of die onder curatele ftaan, hebben daartoe de toeftemming en adfistentie van hunne ouders, voogden of cu« rateuren noodig. a: Geene huwelijksvoorwaarden worden voor wettig gehouden, dan die, welke vóór de voltrekking van het huwelijk, gereg- telijk of voor notaris en getuigen, gemaakt zijn. Art. 6o. Oók zijn alleen van kracht die bepalingen, welke inde huwes lijkse Ijksvor ‚daard De houc gela gn get! doorw gaar worde Bij| male/ mt der k verle en et N tief ‚Dee de gel De bedong Berd heerl En nad door ze in da de lik, mer ti Kw mep ga jeloftern In der aange lan bij ten de erloof- n dare elke de ‚ Maat vervuls op aop chenken| ten vete rele p. uwer (rtoede ij of Clie puden 9 Al gereg” jane: ‚ijken lijksyoorwaarden uitdrukkelijk gemeld zijn, zonder. dat med daarbij naar andere gefchriften of aanteekeningen verwijzen mag. Art. Ót. _ De inventarisfen van aangebragte en buiten gemeenfchap ge= houdene goederen worden; of in de huwelijksvoorwaarden itt gelascht, of naderhand afzonderlijk, en zelfs onder de hand; gemaakt. „Art.“65. Het maken der inventarisfen verzuimd zijnde; vervallen daat. door wel niet de bedingen, bij huwelijksvoorwaarden gemaakt„ maar moet de aanbrenging der goederen door andere: bewijzen worden aangetoond, Art. 635 in Bij huwelijksveorwaarden kan men alle zoodahige bedingen maken„als men goedvindt„ mits zij noch met de wetten„noch _met den aard des huwelijks{trijdig zijn. Arts-6as-s Ed De gemeenfchap van goederen„gelijk ook die van winst en werlies, mogen bij huwelijksvoorwaarden zoo wel ingeroepen en bevestigd, als uitgefloten worden: Al wat bij huwelijksvoorwaarden uit de gemeenfchap niet is uitgefloten, blijft in de gemeenfchap. Art. 66. _De gemeenfchap van goederen enkel zijnde uitgefloten, blijft de gemeenfchap van winst en verlies; De gettieenfchap van winst en verlies, uitdrukkelijk zijnds bedongen fluit de gemeenfchap van goederen uit, Art. 68. Beiden uitdrukkelijk zijnde uitgefloten, blijft echter de gê. meenfchap van de vruchten, baten en inkemften der aangebragte en naderhand opgekomene goederen. Men kan deze laatstgemelde gemeenfchap bij beding inkorten; door te bepalen, hoe veel elk der echtgenooten, uit zijne aige- ne inkomften, in de algemeene huishouding zal inbrengen, of dar de kosten der huishouding, en alle de lasten van het huwe= lijk, uic de goederen van een van beiden, zullen worden ge= drager. Ae| Art. zo. Bij de huwelijksvoorwaarden kan men ook bedingen, datde “gemeenfchap van goederen alleen gedeeltelijk zal plaats hebben; men kan dus bepalen, dat eenige van de aangebragte goederen of gelden buiten de gemeenfchap zullen blijven, of cat opke= men= Cr4 5D; 4 ij mende erfenisfen en legaten niet in de gemeenfchap zullen zi vervallen, did on\ Art. 7Te; val Ì De bepaling, dat de geheele winst alleen voor den eenen, en bea alle verlies voor den anderen zijn zal, is nietig, san Art. 72. D | Eene vrouw kan echter wel bedingen, dat zij een gedeelte À | van de winst, mits de helft niet te bovengaande, zal genieten, fr zonder in eenig verlies gehouden te zijn, sal Art. 73. on Eene vrouw mag ook bedingen, zoo voor zich zelve als 1e voor hare kinderen en’ andere erfgenamen; dat zij, bij fchei-| gd ding des huwelijks, zal hebben de keus, of zij in winst en pa verlies,(taande huwelijk gevallen, zal willen deelen, dan of der zij begeert hare aangebragte en ftaande huwelijk verkregene rd goederen weder naar zich te nemen, zonder in de winst te| Q deelen of in het verlies gehouden te zijn, tu Din Art. 74. Va [ De gemeenfchap van goederen en van winst en verlies uit ‚dor gefloten zijnde, mag de vrouw bedingen, dat zij hare eigene| goederen zal beheeren en beftieren, zonder daarin eenige adfie kt ftentie van haren mannoodig te hebben, van de Art. 75. B Oa De aanftaande echtgenooten kunnen, bij huwelijksvoorwaar den, befchikkingen over hunne wederzijdfche goederen na den Elm dood maken, welke, ten aanzien van derzelver kracht en ge- nwe volgen, gelijk ftaan met befchikkingen, bij uiterften wil derven gemaakt. E4 Art: 76, Deh De eene echtgenoot mag van den anderen eene douarie be= ehm dingen.|| egen | Art. 77. Weij y Douariën kunnen niet ftrekken tot vermindering der legitime kaj portiën, aan kinderen of ouders, noch van kindsgedeelten aan Úr de voorkinderen, wegens de wet, toekomende. BN Art. 78.| Zij moeten insgelijks aan de voldoening der fchulden van jN den overledenen echtgenoot achterftaan. Voor: Art. 79. Ey efrem De douariën hebben echter den voorrang boven alle-erfftele EL lingen en makingen bij testament Eene Art. 80.„EL Uther Geen douarie gaat te niet door het legateren van gelijke of Bing grootere waarde, zonder dat de douarie daarbij uitdrukkelijk Van h is herroepen.|[|| hel ê Art, 8T. \ 5D Wullen| Act. 81. | Zij wordt ook niet krachteloos door zoodanige benoeming van den langstlevenden tot erfgenaam, waarbij dezelve tevens Elien en belast is, om de goederen, bij zijn of haar overlijden, of eerder, aan anderen uittekeeren, Art. 82. Wdeelte_ De douarie echter--vervalt, en blijft ten voordeele van den gleten, gemeenen boedel, wanneer de langstlevende zuiver tot erfge- naam is gefteld, of wel onder voorwaarde, dat het geen van den boedel, op deszelfs overlijden, bevonden zal worden on- tia als verteerd en onvervreemd overtefchieten„ als een gemeene dchei. boedel tusfchen wederzijdfche erfgenamen zal verdeeld wor. ikt en den, en de langstlevende, in het laatfte geval, den boedel on- Bn of der die voorwaarde heeft aanvaard, IN gene bee Dee é ij de Tk Ouders, bloedvrienden, en zelfs vreemden kunnen zich bij ut te 9 de huwelijksvoorwaarden voegen, en zich daarbij, tot het gee ven van eene huwelijksgift, of het doen van eenige bijdragen hi: zite tot onderftand des Bn| ‚ verbinden, vigfigene Se De rt. 84.« ei. Ouders kunnen bij de huwelijksvoorwaarden afftand doen van de legitime portie, welke hun, bij kinderloos overlijden van een der echtgenooten, zoude toekomen. Art. 85. Ki Huwelijksvoorwaarden worden krachteloos, wanneer het in ze huwelijk, waartoe zij betrekkelijk zijn, door den dood van een B vil der verloofden, of uit Kas Sone, niet voltrokken wordt. rt. 86. De huwelijksvoorwaarden kunnen, vóór de voltrekking van Hd be het huwelijk, met wederzijdfche toeftemming der aanftaande. ke| echtgenooten, en van de genen wier goedkeuring tot het hu= welijk vereischt wordt, herroepen worden, en kan in fommige tine daarbij gemaakte bepalingen verandering worden gemaakt; des Pr dat die latere overeenkomst mede geregtelijk of notariaal za! lag aan. moeten verleden worden, eN Art. 87., 0 vee Na de voltrekking van het huwelijk, kunnen de huwelijks- ä voorwaarden bij overeenkomst op geenerhande wijze herroepen ef vernietigd worden. ak valle Art. 88. EE ‚Eene vrouw mag echter, ten voordeele van haar mans fchuld- eifchers, afftand doen van het regt op hare ten huwelijk aan- ad: gebragte en{taande huwelijk verkregene goederen, als mêde e ik van het regt van legaal hypotheek, aan haar, uit krachte dèr vore huwelijksvoorwaarden„ toekomende, Kaan Art. Bis Bij testament maë elk der echtgenooten, voor zoo vee al hem, ef haar betreft, de bedingen, rakende de erfvolging na den dood, bij huwelijksvoorwaarden gemaakt, herroepen en vere uietigeri. Art. 90. De echtgenootefi mogen ook, ieder bij zijn te maken testas ment, de uitgefloten gemeenfchap vân goêderen, of van winst en verliës weder inroepen. S EEATE or Deze inroeping vân gemeenfchap is echter niet celie van kracht en waarde, dan wannéef dezelve door één’ der echtge- hooten miet.den dood bekrachtigd wordt; doch heeft in dat geval dezelfde krachten gevolgen, als of zij van het begin des huwelijks had ftand gegrepen. Art. 92. Wanner de herroeping alleen gedeeltelijk of Bepaaldelijk ze. fchied is„ blijft het overige in volle kracht. Art. 93: 5 Geene huwelijksvoorwaarden zijn tegen fchuïdeifchers ef andere derdèn vàn eenige kracht, ten ware dezelve zijn gêre- gistreerd, 1 Art. 04: De registratie, bij, het vorig artikel wereld moet bne worden bij de autoriteit, daartoe door den Koning te benoe: men„ ter plaafe waar de aanftaande echtgenooten woonachtig zijn, of, zoo zij op verfchillende in wonen 3 Bek die van beider woonplaatfen. ‚Art. 95. ‚ Dezelve moet gedaan worden in een registér, waaruit cen ieder, ten zijnen koste, oe affchriff kan doen“tigten. it-96: Men Kan de huwelijksvoorwaarden geheel laten registreren„ of wel alleen, bij wege van extract, die artikelen, welke mert tegen derden wil doen werken;; op die geregistr eerde artikele kan men zich dan ook alleen tegen derden beroepen, en op geene der ongeregistreerden. Art. 97. De registratie, vóór de shane van het huwelijk niet ge: daan zijnde, kan daarna gedaan worden, maar werkt dan al. leen tegen derden van den ti ijd dier registratie af, rt. 98. Vreemdelingen, zich met der woon in die rijk nedèrzêttende’ zijn mede verpligt, deze registratie van hunne huwelijksvoor waarden te laten doen, bij de voorfz, geftelde magtz ter huus ner in dit rijk verkozene woonplaats, DERs Pad 48 ‘de/ 1 bel || bella 1E cf ookd Y Joy, De KC hij het$ |E en Wd De mi Gen ml ma. Perl Inde. zier vo zj door zoodani Oor. bet ij d door an Bag De ko Tule arb flaande Perfor Gen aûm: Een tors kin zelfs wo bor de (kong e dik lk ers f ijn ge et glad te kl Jona j die À ruic a reren, ke mett amtdkeen „en op ret gi dan al ettends jksroors DER ‘buwelijk vereischt, P Gr DERDE HOOFDSTÜK; VAN DE VEREISCHTEN DES HU WELIJKS FAG Di Jongmans, onder de volle achttien, én jorge dochters, ons der de volle vijftien jaren, mogen geen huwelijk aangaan, Art. Too. De Koning verleent nogtans dispenfatie van het geftatueerde bij het voorgaand artikel, wanneer daärvoor zeer dringende en zwaarwigtige redenen aanwezig zijn. Art. ror. De wederzijdfche toeftermnming wordt tot hiet wezen van het Art. teé, Een man kan maar ééne wrouw, én getie vrotw thaar ééner man„ te gelijker tijd, in huwelijk hebben, le LO94 Perfonen, die elkander in de bde eit nederdalende linie beftaan, het zij door wettige, het zij door onwettige geboorte, of ook door aanhuwelijken, mogen te Zamen niet trouwen, Art. To4s In de zijdlinie is het huwelijk verboden, tusfchen broeder eri zúster van heele of halven bedde, het zij door wettige, het zij door onwettige geboorte, het zij door aanhuwelijken, als zoodanig aan elkander beftaande, Art. 168; j ‚Oom en micht, moei en neef, van heelen of hälven bedde, het zij door wettige, het zij door onwettige geboorte, het zij __door aanhuwelijken, als zoodanig aan eìkanderen beftaande; mogen niet met elkander trouwen. Art. 166.: De Koning verleent hogtans, daartoe fedenen vindende, diss penfatie van het geftatueerde bij de beide laatstvoorgaande artikelen, voor zoo verre daarbij echtverbindtenisfen van nabe= ftaanden bij aanhuwelijking verboden zijn. Art 107. Perfonen, die met elkander in overfpel geleefd hebben, mos. gen nimmer te zamen een Huwelijk aangaan: Art. Toë. Een voogd of curator, of iemand van des vooeds of curse tors* kinderen mag niet trouwen met dén gèeti, die onder des- zeifs voogdij of curatele{laat, of geftaan heeft, ten zij vooraf door den voogd of curator, ten overftaan van den regter, res kening en verantwoording zal zijn gedaan. B Art. Tog. Art, 109. Kinderen, zoo wel meerderjarigen als minderjarigen, al is het dae dezelve reeds te voren getrouwd zijn geweest, kunnens zoo lang hun vader en moeder, of een van beiden in leven zijn, zonder derzelver toeftemming, geen huwelijk aangaan 3 in geval van verfchil van gevoelens zal de toelftemming van den vader genoegzaam zijn.: Art. 110. ‚Indien een der beide ouders overleden ware, of in de on- mogelijkheid om zijnen wil te kennen te geven, zal de toe= ftemming van den anderen genoegzaam zijn, Art, 111. De Koning verleent nogtans, daartoe redenen vindende„dis- penlatie van het geftatueerde bij artikel rog, ingevalle beide de: ouders, of die van beiden, welke nog maar alleen in leven is, uitlandig., of door gebrek aan verftandelijke vermogens in de onmogelijkheid mogten zijn om hunnen wilte kennen te geven: Art, 118, Ouders, fchoon wegens verkwisting, of om andere redenen, bel(alve zinneloosheid, onder curatele gefteld of gevangen, of geconfineerd zijnde, behouden hetzelfde regt, omtrent hèt ge=: ven hunner toeftemming. Lt dArbe 13. ‚Een onecht kind kan geen huwelijk aangaan; zonder toes flemming van de moeder,[ Art. 114. De auders kunnen aan hunne minderjarige kinderen hunne toeftemming weigeren, zonder dat zij verpligt zijn daarvan tenige, redenen te gevens ALE IT De Kinderen meerderjarig vof geëmancipeerd zijnde, mogen de Ouders aan dezelve hunne toeftemming niet weigeren, dan om vettige redenen, welke zij, daartoe opgeroepen zijnde, gehou den zijn te kennen te geven. Art, 116. Ouderlooze, minderjarige kinderen hebben tot het aangaan van een huwelijk de toeftemming van hunnen voogd of voogden noodig ‚ voor zoo verre dezelve niet enkel met het beheer der goederen, maar ook met de perfoonlijke opvoeding van den: minderjarigen belast zijn. 6 Art. 117. De voogden kunnen nooit volftaan met eene enkele weige ting, zonder reden te geven, maar zijn in alle gevallen vers pligt hunne redenen van afkeuring aan de daartoe bevoegde inagt voortedragens cui mn ef Kir vi ‚All genen welke dà vanf Def mits ä gal Nd And van ded dertround tet d wet verd hide 7 Inger, Vase gering te bren Hera den bep: gehouder eon de rele (de gene Std. le On= 8 tes e, k eidelde en 5 5 n fe geven. edendn, en, PÉ hete: r folks hunte daarvén Ben(ee lan geho Ee gaan j roogdén heer GET van d 4 ) de llen vers bevoegde Ait, 1be C a) ; meerderjarige perfonen hebben, tot het dangaan van een huwelijk, niemands toettemming noodig ‚ behalve van Kunnen curator, indien zij om eenige reden onder curatele VIERDE HOOFDSTUK, ‚VÁN ONDERTROUW EN VOLTREKKING Dg HU WEL IJKS, ‚Allen, die zich door een huwelijk met elkander willen vers eenigen, moeten-zich vervoegen bij de plaatfelijke autoriteit 5 welke daarmede nader door den Koning zal worden belast, ter plaatfe waar beiden of één van hen woonachtig zijn, en verzoeken in ondertrouw te worden aangenomen: _ Deze aanneming in otidertrouw zal hun worden toegeftaan„ mits zij doen blijken van de toeftemming van de genen, wiek goedkeuring„ volgensde wet, tot hun huwelijk noodig is. AM ter ì _ Minderjarigen, ouders hebbende, en van derzelver toeftem- ming niet doende blijken, worden afgewezen. ‚Aan alle andere perfonen, die toeftemming behoeven, doch wan dezelve niet doen blijken, wordt wel de aanneming in on-: dertreuw niet dadelijk toegeftaan, maar de daartoe geftelde au- toriteit doet den perfoon of de perfonen, wier toeftemming de wet vereischt, voor zich ontbieden, om binnen acht dagen, indien zij in dezelfde plaats wonen, of binnen zoodanigen langeren- tijd, als wegens de afgelegenheid hunner woon- plaats gepast geoordeeld zal worden, hunne redenen van wei- gering, in perfoomt, of dooreen’ gemagtigden, of bij gefchrikt, ini» te brengen, te: grs, E Art. Tog.[ es fn Hieraan door de opgeroepene perfoon of perfonen binne, den bepaalden tijd niet voldaan zijnde, wordt hun ftilzwijgen gehouden voor eene toefteimming. < De opgeroepen perfoon of perfonen binnen den bepaalden tijd de rederien van hunne weigering hebbende opgegeven, worden de genen, die zich tot ondertrouw hebben aangeboden, daars ep; zonder vorm. van process im hunne belangen gehoord 5 So 3 2 waarna C ze) waarna de daartoe* geft:"de autoriteit, de wederzijdfche belarr gen onderzocht en overwogen hebbende, over de wettigheid der bijgebragte redenen beflist. Art, 195. d In de beoordeeling van de wettigheid der redenen, zoo door ouders als voogden bijgebragt, en, naar vereisch der gevallen en omftandigheden, aan de daartoe geftelde autoriteit overgela- ten, is dezelve verpligt zulke redenen toetelaten, welke hem in gemoede voorkomen van dat gewigt tel zijn, dat de geen, die de toeftemming behoeft, door zoodanige huwelijksverbind= tenis, zich oogenfchijnlijk in zijn verderf ftorten zoude, Art. 106, De verloofde perfonen in ondertrouw zijnde aangenomen, moeten daarvan drie openbare afkondigingen worden gedaan, telkens met een tusfchen-verloop ten minften van zes dagen. : Art. 197. Die tijd kan echter om dringende redenen, die geen uitftel toelaten, verkort worden door den Koning, of door de plaatfes lijke autoriteit, hier voor vermeld, Art. 128, Deze afkondigingen moeten gedaan worden op de woonplaat- fen der in ondertrouw aangenomene perfonen, als mede daar zij het laatfte jaar gewoond hebben. _ Art. 129, Indien het huwelijk niet voltrokken is binnen een jäar na de laatfte of derde afkondiging, kan hetzelve naderhand niet vol- trokken worden, ten ware’er op nieuw drie afkondigingen, in voege voormeld, gefchieden. Art. 130, Wanneer de afkondigingen op alle plaatfen, waar dezelve gedaan moeten worden, onverhinderd zijn afgeloopen, en daar van bij fchriftelijk bewijs blijkt, zullen de verloofden, ter plaat- fe waar zij, of één van hen, woonachtig zijn„bij de daartoe be= voegde plaatfelijke autoriteit in den huwelijken{taat bevestigd worden, Art. r3t. Met het verrigten van deze trouw wordt het huwelijk voor wettig voltrokken gehouden. Art. 132. Een der verloofden, na het eindigen dier afkondigingen; onwillig zijnde om zich te laten trouwen, zal de daartoe bevoegde plaatfelijke autoriteit, op aanzoek of aanklagte van eene der partijen, naar de redenen van die onwilligheid onderzoek doen, en, dezelve bedenkelijk vindende, partijen naar den gewonen weg van regten verwijzen, of, dezelve blijkbaar ongegrond ee Ges delend zroord ‚Hol | ik Joel vooal? „md zen van? Di jn het 4 lijks ge aar} woon Ki verval dere, ten, ber vol Foanenò Oude iden Aten) gevol, Yoo: zen den dagen, Dem _fonrenh aanfhan zoude. clánte shêid ) dor valkn gelz- hem int DS jintle je aad 3 De| vtftet antie ij at fe t vól ) en, ja zelve } daar plaat= oe bee esta— | vont ngefs voegde je 4 k dogs eworern nd oor dès Car J deelende, iemand benoemen,-om den onwilligen te wertegena woordigen„ en alzoo de huwelijksplegtigheid te voltrekken, Arta-133- Een huwelijk, in een vreemd land aangegaan tusfchen twee Hollanders, of een Hollander en een vreemdeling, zal in dit rijk voor wettig gehouden worden, wanneer hetzelve naar de huwelijksplegtigheden van dat land valtrokken is, mits zijnde voorafgegaan door de af kondigingen, bij artikel 126, 127 en 128 voorgefchreven, en mits hetzelve huwelijk tegen de wet= ten van Holland niet aanloopt.: Alte 13de Binnen drie maanden na de terugkomst van den Hollander in het vaderland, moet de acte van het voltrekken des. huwe= lijks geregistreerd worden ter fecretarij, of griffie der plaats, alwaar de in het vorig artikel vermelde echtgenooten als dan woonachtig zijn, VED. HO emPr:n sak VAN HET STUITEN DER GEBODEN OF HUWES LIJKS- AFKONDIGINGEN: Art. 135. Het ftaat een ieder vrij om, op grond van vroegere en niet wervallen trouwbeloften, of van eerder voltrokken huwelijk den verderen voortgang der huwelijks-af kondigingen te{tuis ten, mits van zijne vermeende trouwbeloften„ of van een eere der voltrokken huwelijk, door fchriftelijk befcheid, dadelijk kunnende doen blijken, Art. 136. Ouders, het zij vader En moeder, of de langstlevende van beiden, kunnen mede den voortgang van die af kondigingen ftuiten in zoodanige gevallen, waarin hunne toeftemming, in= gevolge artikel zog, 1Io, 1123 113 EN 114) Wordt vereischt, Art: 137. Voorts kunnen voogden over ouderlooze, minderjarige kindes ren den voortgang der af kondigingen ftuiten, onder de bepax lingen„ bij-artikel 116 en 117 vastgefteld. Art. 138. De naaste bloedverwanten van-ouderlooze, meerderjarige pere fonen hebben daartoe mede regt, bij zinneloosheid van één der aanftaande echtgenooten, wanneer over denzelven geen curator zoude mogen gefteld zijn, B 3„Art, 139e Cen) kregenes Art. 139. b Ei Indien de daartoe bevoegde phaartlijke autoriteit de redenen fe Ket wan het fluiten der huwelijks-afkondigingen verwerpt, zijn voor de genen, die zich tegen den voortgang’ dezer af kondigingen zot hé verzet hebben, met uitzondering echter van ouders en bloed- drage | verwanten in de opgaande linie,“tot: vergoeding van kosten; dr | fchadencen'interesfen gehouden,{veen He ZE OK DS TUN VAN DE,GEVOLGEN. DES HUWELIJKS,, TEN, AANe: ‘ZIEN 4200 VAN. DE PERSONEN„ALS VAN DE À Def GOEDEREN DER ECHTGENOOTEN, B EERSTE AFDEELENG| it CALGHEMEENE BEPALINGEN ze! iierd E, zw Arts 140.| bul | Beide echtgenooten. worden door het huwelijk van de ouder- 1 lijke magt en uit de voogdij hunner voogden ontflagen, en he É zulks zoo wel met opzigt tot‚hunue perfonen als tot hunne BE goederen,+ he zer See EE| | Art, 141.| 5 A Een minderjarige weduwenaar of weduwe valt zelfs niet ajb weder in de ouderlijke magt of onder voogdij.| vand De vrouw volgt de regtbank van haren man, dn ) ge mn EE: u gote Î De- man is aan zijne vrouw befcherming,: de vrouw aan ha haren man gehoorzaamheid vérfchuldigd, ie sed dn e hik b Art? 1445 BELT De vrouw is verpligt om bij haren. man te wónen, en dens De zelven te volgen overal, alwaar hij goedvindt zijn verblijf te din westigenz— de man is verpligt haar teontvangen, en haar, th naar mate van zijn vermogen en van zijnenftand, van alles te za verzorgen, wat tot de behoeften des levens noodig. is, Dr | Ed cht Tot de gemeene huishouding is elk verpligt zijne inkomften Neen én verdienften getrouwelijk intebrengen; ten ware bij de hu- eik welijksvoorwaarden daaromtrent eene andere bepaling is ge- CL Art. 146. deren— Temand, trouwende met een man of vrouw, tfflnderjarige ‚dijn__ woorkinderen hebbende, is gedurende het huwelijk verpligt gen tot het mede opvoeden van-die. voorkinderen, en het mede- blofd dragen der daarop vallende kosten, voor zoo verre dezelve uit std) der kinderen eigene goederen niet kunnen gevonden worden. Rw BEDEA RARE LEE NEC RE || VAN DE VOOGDIJ VAN DEN MAN De man wordt door het huwelijk voogd over zijne huis- vrouw. ì Art. 148. ae Uit kracht van deze voogdij heeft de man het regt, om in naam van zijne vrouw voor den regter te verfchijnen; hij ís zelfs verpligt haar aldaar te verdedigen, en bevoegd ‚om zulks | buiten haar weten, en zelfs tegen haren wil te doen. ||| Kit | | Art. 149. Ed Als voogd heeft hij het beftuur over de goederen van zijne vrouw. oud nn, fn hunde zij buiten dezelve, getrouwd zijnde, heeft de man, vit krachte van deze voogdij, de magt, om alle de roerende en onroeren= de goederen, zoo des gemeenen boedels, als des bijzonderen boedels van de vrouw, te vervreemden of te verpanden; met / dien verftande nogtans, dat, indien en voor zoo verre de echi= genooten buiten gemeenfchap van goederen getrouwd zijn, de Nl en man, in geval van vervreemding of verpanding der goederen van 4 de vrouw„ tot vergoeding of redintegratie gehouden is, | Art. 151. en ade Deze magt van den man heeft geen plaats, wanneer de vrouw„ blijf bij huwelijksvoorwaarden, het beftuur van hare goederen aan AL zich heeft voorbehouden.| alles 18 Art. 150. |_ Man en vrouw, het zij in gemeenfchap van goederen, het is nit Art. 1359, De vrouw kan, buiten goedkeuring van haren man, geene erfenisfen, legaten of donatiën aannemen of verwerpen, ten omften ware zij, bij onbillijke weigering van den man, daartoe dook de ij den regter, bevoegd verklaard wordt,' ie ope ‚Ra tub B 4 Art. 153 Em) Art. 153. De vrouw heeft, zonder adfiftentie van haten man; geen pers foon om in regten te verfchijnen. d Art. 154. Dit lijdt uitzondering 4 z?. Wanneer de vrouw wegens misdaad gevangen, of gee dagvaard is om in perfoon te verfchijnen; 2°, Wanneer de vrouw tegen haren eigen man proces voert zen 3°. Wanneer de vrouw als gevolmagtigde van haren man ageerte k Art, Tag. In deze uitgezonderde gevallen ftaat de vrouw gelijk met Bene vrouw, die ongetrouwd en meerderjarig is. Art. 156e In andere gevallen, wanneer de man, tegen reden en bij- Nijkheid, weigert zijne vrouw voor den regter te adfifteren, of, uit hoofde van afwezendheid, gevangenis of andere ver- hindering, daartee buiten ftaat is, kan zij aan den regter verzoeken bevoegd verklaard te worden, om, zoo lang die verhindering ftand grijpt, haar eigen regt en belang, en zelfs ook de belangen van den gemeenen boedel van haar en haren man, te mogen waarnemen. B Att. 197, De vrouw kan, buiten toeftemming van haren man, geene goederen vervreemden noch verpanden. A Art. 158. Zij kan ook deor geene handeling of overeenkomst zich zelve„of haren man, op eenigerbande wijze, verbinden, uitgce zonderd in die handelingen, welke tot de dagelijkfche huishou- ding betrekking hebben. ee Alle andere handelingen en overeenkomften„ door de vrouw, zonder toeftemming van den man, aangegaan, zijn, ten op- zigte van de verbindtenis van de vrouw, nietig en krachteloos, zoo dat noch de man, noch de vrouw, fraande huwelijk, of na fcheiding van hetzelve, daaruit immer kan worden aange Íproken.| 5| Art. 160, Eene vrouw, met uitdrukkelijke of filzwijgende toeftemming Et van en ES == zE ke drijfde il„id Men Ee ee Sn en EA Js. Rn jn den) het hoopt Mr | KS ABe mene flap, gene DN. ne ON an | tot nl voeder val en, ad kelk| is gelid ( gcon De hay of ilona Verbinde Ind man za geld gee Kian wo De vre tin deo Indie den on Wen zijn een per. | oeft zen en/ man jk met en, bij iftéren, ere) ver- De ) lang nej. en hadr ex | | geene st et ‚uitge uiskotte vrouw, en, op- teloos’ ijk} of aange remming van C 25) van harem man, Openbare koopmanfchap, nering of ander be- drijf doende, zijn hare handelingen, buiten den man verrigt,. in zaken daartoe betrekkelijk, beftaanbaar, en wanneer zij in gemeenfchap van goederen getrouwd zijn, niet alleen voor haar, maar ook voor den man verbindende, Art. 161. Eene vrouw wordt niet gerekend zoodanige openbare koop= manfchap, nering of ander bedrijf te doen, wanneer zij flechts in den handel van haren man, door het. verkoopen of uitflaan» inhetklein, werkzaam is, maar dan, alszij eene afzonderlijke koopmanfchap, nering of bedrijf doet, d Art. 162. De vrouw mag echter tot het doen van zoodanige koopmans fchap, nering of bedrijf, buiten toeftemming van haren man, geene gelden te leen opnemen. Art. 163. Het ftaat den man ten allen tijde vrij, om zijne toeftemming tot het doen van zoodanige koopmanfchap, nering of bedrijf wederom intetrekken, van welke intrekking hij gehouden is, openbare bekendmaking te doen, 5 Art, 164. De vrouw kan, buiten haren man, geene betalingen ontvan- gen, noch fchuldenaren ontflaan, ten ware zij, met uitdruk- kelijke of ftilzwijgende toeftemming van den man, gewoon is gelden te ontvangen, en daarvoor quitantie te geven. Art. 165. Hijechter, die met de vrouw, buitenadfiftentie van den man, gecontracteerd heeft, blijft van zijne zijde aanfprakelijk. Art. 166. De handelingen van de vrouw, door den man uitdrukkelijk of ftilzwijgende zijnde goedgekeurd, zijn voor beide partijen verbindende,© 5 à Art. 167. Indien de vrouw, uit hoofde eener handeling, buiten haren man aangegaan„eenige overgifte van goederen of betaling van geld gedaan heeft, kan het overgegevene of betaalde door den man worden teruggeëischt.| De vrouw zelve zal echter dat vermogen niet hebben, wans neer de man intusfchen overleden is. Art. 169. Indien de vrouw uit gelijken hoofde eenige goederen of gel. den ontvangen heeft, die in der gemeenen boedel geko. men Zijn, en waardoor dus die boedel is gebaat, zal deswe- B 5 gens „gêns eene actie tot teruggave tezeri haatventegen den man, als haar in huwelijk hebbende, plaats hebben, Aft. 17o. Indien eene vrouw, na fcheiding van het huwelijk, uit hoofde eener handeling, flaande huwelijk, door haar, buiten haren man, aangegaan, iets betaalt, kan zij hetzelve niet als „onverfchuldigd terugeifchen. Ast.-i7t, De voogdij van den man over de vrouw eindigt: ze. Door ontbinding of fcheiding van het huwelijk; 20, Wanneer dezelve voogdij aan den man door den regter “js ontnomen, en van dit regterlijk befluit openbare af- kondiging is gedaan; en 39. Door contract tusfchen man en vronw deswegens ge- floten, door den regter bekrachtigd, en openlijk be kend gemaakt. DERDE AFDEELING. VAN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN EN VAN GEMEENSCHAP VAN WINST EN VERLIES.( Be Ran okeee Ke VAN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN. Art 172. Van het oogenblik der voltrekking van het huwelijk af, zijn alle de goederen der echtgenooten, zoo tegenwoordige als toekomende, geene uitgezonderd, mitsgaders winst en vers lies, ftaande huwelijk te vallen, tusfchen de echtgenooten gemeen, in zoo verre de gemeenfchap, bij huwelijksvoore waarden, niet geheel of gedeeltelijk is uitgefloten. Art Ie Deze gemeenfchap heeft’ plaats, niet alleen in het eerftes à maar ook in een tweede, derde en verder volgende huwe bedr ar HjKE De kle jen€00 verd dingy | fps gerecht elen,: boden, Goed?! bruk bez voor zoo! Ne} gaan d gelen. De de vit deng gen allee | il Schoon waarden, eneen voorn EK der Verzen, ale b Winfter Oorlkele etenfch derge) mâ, as elijk) ve 1, bhiten s zut als kj en ate bare) at- egens ge- ul) be de a| era / f | chik af, vondigelals sten Vein rgenoo:en lijksvgore et earftes de huwe ee A KC Ser 3) Art. 174. eed De kleederen en lijffieraden der echtgenooten, zelfs die door den één aan den ander bij gelegenheid van het huwelijk gege= ven zijn, zijn mede gemeen; zoodanig echter, dat, bij fchei- ding van het huwelijk, elk kaneifchen, dat hem de zijnen op tauxatie worden overgelaten. Art. 175. N Erfenisfen, legaten en donatiën, flaande huwelijk, aan een der echtgenooten te beurt gevallen, zijn gemeen, zoo verre de erflater, maker of fchenker niet uitdrukkelijk anders heeft ge- boden. Art. 176. Goederen, met fideï- commis bezwaard, of in vruchtge- bruik bezeten, zijn van de gemeenfchap uitgefloten, behalve voor zoo veel het genot der vruchten betreft, Arts 177 Alle de fehulden, welke ieder der echtgenooten, bij het aan- gaan des huwelijks, heeft, of{taande huwelijk maakt, zijn gemeen. Tike Art. 178. De doodfchulden, na het overlijden vallende, worden niet uit den gemeenen boedel, maar door des overledens erfgena- mert allen gedragen, EW Beeke Eiser U Ks VAN GEMEENSCHAP VAN WINST EN VERLIES, : Art: 179. Schoon de gemeenfchap van goederen, bij huwelijksvoor- waarden, uitdrukkelijk is uicgefloten, heeft echter plaats de gemeenfchap van winst en verlies„, ten ware ook deze, bij die voorwaarden, uitdrukkelijk uitgefloten mogt zijn. Art. 180. Elk der echtgenooten deelt in de winften, en draagt in de verliezen, ieder voor de helft, zoo daaromtrent geene andere bepaling bij huwelijksvoorwaarden gemaakt is. Art. 18{. Winften zijn in het gemeen alle vruchten, inkomften en voordeelen„, welke of iemands goederen, of zijn vlijt, arbeid 5 wetenfchap, kunst, koophandel, nering, handwerk ,; ambt en dergelijken, of ook het geluk hem aanbrengen, en zijne / be- | Spend of SE ern Tete gf ese rd me HP” u one ND is ET ENE 2 B. CMD bezittingen vermeerderen: verlies is integendeel al wat iemands bezittingen vermindert. Art, 182.: Onder winst is echter, in de enkele gemeenfchap van winst en werlies, niet begrepen al het geen één der echtgenooten, {taande huwelijk, bij erfenis, legaat of fchenking verkrijgt, zonder onderfcheid, of het van nabeftaanden, of van vreem- den afkomftig zij. Te à Jaarlijkfche, maandelijkfche, wekelijkfche of foortgelijke fegaten, als mede lijfrenten, worden voor vruchten gerekend en komen in deze gemeenfchap. Art. 184. Onroerende goederen, ftaande huwelijk aangekocht, en ef- fecten, ftaande huwelijk belegd of door koop verkregen, zijn gemeen tusfchen echtgenooten, die in gemeenfchap van winst en verlies getrouwd zijn. Art. 185. Rijzing of daling van de Waarde der goederen, aan een der eclitgenooten behoorende, wordt voor geen winst of verlies gerekend, Act. 186.; Verbetering van vaste goederen, door aanwas, aanfpoeling, wertimmering en dergelijken, wordt niet onder winst gerekend, maar bevoordeelt alleen den geen, aan wien de vaste goederen in eigendom toebehooren. Art. 187. Schade of vermindering, door brand ‚ watersnood„ affpoeling of anderzins veroorzaakt, behoort niet onder de gemeene ver- liezen, maar komt tot laste van den eigenaar, wiens goederen daardoor befchadigd zijn.| ‚ Art. 188, Alle fchulden, waarvan de oorzaak niet reeds vóór het hu- welijk beftaan heeft, maar die door beïden of een van beide de echtgenooten, ftaande huwelijk, gemaakt zijn, moeten als ver- liezen tot de gemeenfchap van winst en verlies gebragt wor- den, uitgezonderd het geen een der echtgenooten door mis- daad verbeurt. Art. 189, Borgtogten of vrijwillige donatiën vanéén der echtgenooten behooren, in geval van gemeenfchap van winsten verlies, niet tot de gemeene lasten of verliezen.— Art. 1994 Het gee har Op? heeht, 0 aan dep GES De gen lis, cenD jndt, kan schen De gen es, end dor eene ontbonde den egte er zin, Al wir lnde, len, 110 AN Degen E‚ vand lft aan i Gig: \iemânds Art. 19o. oe Het geen de eene echtgenoot, ter kwader trouw, en met blijke baar opzet om zich boven den anderen te verrijken, gedaan van Winst heeft, moet ingeval als voren, na fcheiding van het huwelijk, genen, aan den anderen echtgenoot vergoed worden, verkrker, a vreem. tn Bet RA ortgelijke GEMEENSCHAP, DOOR OVEREENKOMST NIET OPTEHEFFEN, gereldend. Att. it. | De gemeenfchap van den os enkel van winst en vere= t‚enief._ lies, eenmaal door de voltrekking des huwelijks ingevoerd gen, Zijn zijnde, kan, ftaande huwelijk, door onderlinge overeenkomst van winst tusfchen de echtgenooten niet worden opgeheven. En VIER mn sr uiù® n een fder of vellies HOE GEMEENSCHAP EINDIGT. | Art. 199.| Ka il De gemeenfchap van goederen, of enkel van winst en vers alen lies, eindigt alleen, wanneer het huwelijk door den dood, of door eene echtfcheiding, bij vonnis van den regter bepaald, ontbonden is, of wanneer de echtgenooten, ten overftaan van :| den regter, van tafel, bed, bijwoning en goederen gefchei= aflpoelin8 gen zijn. jeene ver- Ait ron goederen e 5 RA zi 5__ Alle winst en verlies, na fcheiding van het huwelijk voors vallende, maar waarvan de oorzaak, ftaande huwelijk, is geboe kk 1e ren, is nog gemeen en moet gedeeld worden. at UÙ af van\pide rabe Van ST Uk bragt Wor door imié- VAN SCHEIDING VAN DEN GEMEENEN BOEDEL: Art. 104. yegenootert De gemeenfchap van goederen door den dood geëindigd zijn= liesl DEE de, wordt de gemeene boedel in tweeën gedeeld, en de eene _ helft aan den langstlevenden echtgenoot,en de wederhelft aan ‚de erfgenamen van den eerrstgeftorvenen uitgekeerd. Art. 19% ki ZE Se eee Ce en manis aa ans 5 LR SD nk Te Ke Hie VAN AFREKENING WEGENS WINST ÊN VERLIES: van |__De gemeenfchap van, winst en verlies door den ‚dood geëin= digd zijnde, neemt de langstlevende echtgenoot zijne eigene|| goederen nadr zich, er rekent met de erfgenamen van de Ou eerstgeftorwenen af.[ ke genen j|| verk ZENNE STUK A) E Ee EE pre} 7 VAN VOORTDURING DER GEMEENSCHAP VAN GOEDE- ff derd€ zi RÈN NA DEN DOOD. pede Schoon‘het huwelijk door den dood geëindigd is, blijft| echter de gemeenfchap van goederen vooftduren in deze twee À gevallen:« ge e Voor eerst, tusfchen de minderjarige kinderen en erfgena= men van den eerstftervenden- echtgenoot en den langstlevenden, die„ tot voogd of voogdesfe van die kinderen zijnde aangefteld in den gemeenen boedel, als boedelhouder of boedelhouderesfe; ï blijft zitten; zonder een inventaris van dezelve gemaakt te 8 hebben. 7 gn, U „Deze gemeenfchap blijft voortduren, tot def tijd toe, dat se die inventaris gemaakt zal/zijn, en heeft ten gevolge, dat alle vermeerderingen, die den boedel na den doodaankomen,voor| ta Ì de helft zijn ten voordeele van die kinderen, doch dat alle ver- wd ' minderingen alleen tot laste van den langstlevenden komen. HEN Ten tweeden, tusfchen den langstlevenden echtgenoot en de. ds erfgenamen van den veerstftervenden, die door denzelven, na mied doode van den langstlevenden, tot. erfgenamen gefteld zijn in A de helft van"dl het geen de langstleveride onverteerd en onver- rd, vreemd zal nalaten._ Het gevolg. dezer voortdurende gemeenfchap is„dat alle’ ver= dh meerderingen en verminderingen, die, nadoode van den eerst- a, ftervenden den boedel aankomen, mede door die erfgenamen pn genoten en gedragen wordert, j- Ak KClezo ene nd geëine kie eigene Mvan dei Bi pes, bijt ehieze tee erfden. gp renden, palgefteld, flderesie; Bakt& pikoe, dat galdat alle oan, voor nf le ver- { pen. zapt en de PAN, u FL Over B ille ver: gin cerst- g onamell ÍE- "ZEVENDE HOOFDSTUK. VAN DISSOLUTIE OF ONTBINDING DES HUWELIJKS: Art. 197. Het huwelijk wordt ontbonden door den dood, Arts Tolar. Ook wordt het huwelijk ontbonden, wanneer één der echte genooten, met medeweten van den anderen, naar buiten°s lands vertrokken is, doch van deszelfs leven of dood, gedurende tien jaren, geene de minfte tijding is ingekomen„en, de. afwes „ zende, bij openbare citatiën en advertentiën in de nieuwspa=’ pieren, voor denregter ingedaagd„en niet opgekomen zijnde, de andere echtgenoot tot het aangaan van een nieuw huwelijk ge- tegtigd verklaard, en hetzelve daarna werkelijk voltrokken iss Art. 199) Het huwelijk wordt mede ontbonden door echtfcheiding. ACHTSTE- HOOFDSTUK VAN TWEEDE HUWELIJKEN. \ Art. 200, Een tweede of verder wolgend huwelijk kan worden aange. gaan, wanner het vorige door den dood of door echtfcheiding verbroken is, Art. oor. Het aangaan van een ander huwelijk wordt ook toegeftaan aar eene vrouw, welker man, en aan een’ man, wiens vrouw voor tien jaren, met haar of zijn medeweten, naar buiten ‘glands is vertrokken, doch van wiens levenof dood, gedu- rende alle die jaren, geene de minfte tijding is ingekomens mits voldaan zij aan de bepalingen in art. 198, omtrent dit geval, vastgefteld, Art. 202, Schoon de afwezenide echtgenoot naderhand nog mogt terug komen, heeft dezelve echter geene aanfpraak op den perfoon des anderen hertrouwden echtgenoots, wiens laatfte huwelijk als wettig blijft ftand houden, en heeft de teruggekomen echtgenoot mede vrijheid om te mogen hertrouwen, Art. 203, \ Eene vrouw mag geen tweede huwelijk aangaan, dan na ag ge L gaan; d vere EM verloop van tien volle maanden, te rekenen vän de ontbinâing AN van een eerder huwelijk.| | Arts 204« perd Een weduwenaar, minderjarige voorkinderen hebbende, is van é werpligt’ om, vóór het aangaan van een tweede huwelijk, te voo | zorgen, dat benevens hem een of meer toeziende voogden | over zijne voorkinderên door de weeskâmer of het geregt, 1D | daartoe bevoegd zijnde, worden aangefteld„ als mede om aan pt de toeziende voogd of voogden, ten overftaan van twee der gr bl bloedverwanten, aam dezelve kinderen van de beftotvene zijde begren tot in der derden graad beftaande, indien’er zoodanige ter| zijner woonplaats aanwezig zijn, te doen vertichting en bes Dir wijs van der voorkinderen moederlijk erfdeel; fj ev Art. 205. de gi Eene weduwe verliest, door het aangaan van een volgend der, ‘huwelijk, het beheer van de goederen harer minderjarige kins Kirn deren. : Art. 2065 De Zij is daarom verpligt, cm, vóór het aangaan van een ander afflan huwelijk, te zorgen, dat een of meer voogden over hare|} nit, ininderjarige voorkinderen worden aangefteld, als mede, om noot: aan dezelve voogd: of voogden, ten overftaan van twee det baren, bloedverwanten, aan de kinderen vande beftorvene zijde tot in den derden graad beftaande, indien‘er zoodanige ter harer woonplaats aanwezig zijn; te leveren{taat en inventaris van der kinderen goederen 3 te doen rekening en verantwoording| van het beheer daarover, door baar in haren weduwlijkert Van: {taat gehouden; en voorts die goederen aan gemelde voogd of dl voogden ter beheering overtegeven. Arts 2c7. LEE Een weduweraar of eene weduwe, minderjarige voorkin= deren hebbende, mag in ondertrouw niet worden dangeno= men, vóór dat,door hem of haar aän de bepalingen van arte 204 en 206 is voldaan. Art. 908. ÙL Een man of vrouw, trouwende met eene weduwe of wes duwenaar, voorkinderen hebbende, zal van dezelven op gee- nerhande wijze, uitgenomen door het invoeren der gemeen- fchap van goederen of van winst en verlies, meerder mogert EN bevoordeeld worden, dan met een kindsgedeelte, gerekend„Ale| naar het getal der kinderen en verdere afkomelingen, bij re- Aen prefentatie, die op het overlijden van den hertrouwdén vader pf Pät of moeder in leven bevonden worden. EE BA Wachie ‘Art. 2294 jindfng nie, is lijk, te oogden geregt, jm aan jee der e zijde ige ter en bes rolgend ge kine en ander ver hart ede, Ort twee det ijde tot pr haref Aris vant voording puwlijker loogd of poorts ingen. jan arts of Wes jop gee: emee mogen? verekend p bij tè jn vader C 33 d Art. 209. Het geen, tegen dit verbod, door een tweeden man of vrouw meerder dan een kindsgedeelte zoude genoten worden, kan aan dezelven niet volgen, maar ftrekt ten voordeele van ce voorkinderen. Art. 210, Dit verbod echter belet niet, dat het kindsgedeelte van één of meer der voorkinderen met fideïcommis bezwaard, cf on= der beheering getteld worde, mits de legitime portie, daarin begrepen, onverkort biijve, Art. 2IIa Dit verbod belet insgelijks niet, om aan een tweeden. ma of vrouw het vruchtgebruik der nalatenfchaáp re maken, tits de legitime portie der voorkinderen vrij blijve, en mits de goc- deren, nà het eindigen van het vruchtgebruik, door de voors kinderen vrij en onbezwaard worden genoten. per De voorkinderen meerderjarig zijnde, en vân dit voorregt afftand doende, zal dit verbod geen plra:s hebben; als mede niet, indien de voorkinderen vóór den hertrouwden echigen noot allen mogten overleden zijn, zonder afkomelingen mates _ daten, Esmer orn za Zikr BERET Eil VAN NULLITEIT OF NIETIGHEID DES H UWE» LIJKS, ECHTSCHEIDING EN SEPARATIE, HER SF GRO D Beel K VAN NULLITEIT DES HUWELIJKS EN ECHTSCHEIDING., te hed ei AN MR VAN NULLITEIT DES HUWELIJK S Arts 21% e Alle Eden ‚ aangegaan met perfonen, wien het huwee lijk in hee-gehieel verboden-is, Of iwien:de wet. verbiodt met elkander te mogen trouwen, of waarin de plegtigheden, bij de wet voorgefchreven, niet zijn in acht genomen, Zijn, u krachte van de wets: van den aantegjuie nietig. mf ke Cs| x_Art. er4. Indien’erechter redenen van billijkheid beftaan, waarom één of ander van zoodarige huwelijken zoude behooren(tand te houden, en mitsdien, op grond van dezelve redenen, door de belanghebbeuden dispenfatie van de bepalitg der wetten, ten aanzien dezer huwelijken„van den Koning verzocht eu verkregen is, zal deze dispenfatie ten gevolge‘hebben, dat zoodanige huwelijken, welke anders uit hunnen aard nietig en krachteloos zouden zijn gewerst, door, de verkregene dispen- {atie als wettig en behoorlijk veltrokken zullen worden ge= houden. Art. 215, d Een huwelijk, aangegaan zijnde zonder de vrije toeftemming der beide echtgenooten, of van één derzelve, kan door den regter voor nietig verklaard worden, wanneer de echtgenoo- ten„ of die geen van hen, wiens tocftemming niet vrij ge= weest is, deze verklaring des regters inroepen. Ingeval vàn esfentiële. dwaling in of omtrent den perfoon, of wanneer een van beiden door een geseel en al ongeneeslijk en vâtuurlijk gebrek of ongemak ter vcortteling onbekwaam mogt zijn, kan de nietigheid van het huwelijk alleen door dien geen der echtgenooten, welke in dwaling gebragt of bedro- gen is, ingeroepen worden, Ait. 216, Ih het geval, bij het vorig artikel wermeld, kan de nietig- heid van het huwelijk niet meer ingeroepen worden, wanneer ‘er eene achtereenvolgende zamenwoning der echtgenooten, gedurende zes maanden ,federt dien tijd dat de benadeelde- echtgenoot het vermogen heeft gehad, om deszelfs regt te doen gelden, of federt;de- ontdekking der dwaling, heeft plaats gehad. | Arte 817| Indien de reden, waaruit de nietigheid ontftaan is, alleen bij een van beiden plaats, heeft„ende andere opzettelijk bedro- gen en misleid is, moet de fchuldige de daardoor aan den anderen veroorzaakte fchade vergoeden. WEEDE AFD EEL ING. ens Yv AN MTI WC HR TD IL.N Ge > Art. 918./[ Echtfcheiding mag geen’ plaats hebben dan om wettige En" Ie gelen komst Y / 1, pe, ER ed De Jer ee Kant d Uik welke hete Ind Ie ec} zij do aan d uikee Ï, Zi loheid Kisten De tisch Waarom n(and Ie, door wetten, zocht et ‚dat letíg en dispen- den ges mining or den gen00- Dr zij gee eloon, meeslijk ekwaam gor dien f bedro. waumect nooten., wadeelde. zegt 1e t plaats j, Alleen ‚s bedro- ‚aan dez N 6 ‚ wetge Téa Cas redenen; in het bijzonder is de enkele wederzijdfche overeen- komst der echtgenooten daartoe ongenoegzaam,- Art, 219. Voor wettige redenen van echtfcheiding worden gehoudens 1°. Overfpel; go, Kwaadwillige verlating, dat is zoodanige beftendige afwezendheid, welke met oogmerk om nooit bij. zijn echtgenoot terug te komen gefchied is5 en 39, Het plegen van zoodanige grove misdzad; welke vere __ wijzing tot lijfftraf, of tot het werken vof. gevangen zitten in een tuchthuis, voor een’ zeer langen tijd, van ten minften tien jaren, of tot banuisfement buiten he rijk, mede voor een’ zeer langen. tijd, van ten minften vijftien jaren, ten gevolge heeft; mits echter in dit ge= val de echtfcheiding gevorderd worde binnen het jaars na de uitfpraak van het vonnis; na welken tijd om deze reden geene echtfcheiding zal mogen plaats heb« ben, ten ware een der echtgenooten zich buiten Europa mogt bevonden hebben. Art. o90. Die door zijn eigen wangedrag de. oorzaak geweest is. dat "er eene reden tot echtfcheiding aanwezig is, kan van zijnen kant de echtfcheiding geenszins vorderen.| Art. 221. Uitdrukkelijke of(lilzwijgende vergiffenis dêr misdaden, welke den grondflag tot echt{cheiding kunnen leggen, doet het regt, om echifcheiding te vorderen, te niët. Art. 222. Indien uit de echtfcheiding proces ontftaat, kan de regtet na een fummier onderzoek van zaken, het zij door aan den eifcher toeteftaan, om afzonderlijk te mogen wonen, het zij door de voogdij van den man optefehorten; het zij door aan de vrouw tot haar noodig onderhoud eene wekelijkfche uitkeering toeteleggen, hetzij omtrent de opvoeding der kinde. ren, zoodanige provifionele fchikkingen maken, als hij tot veie ligheid van den perfoon of van de goederen van één der echtza= nooten„of van de kinderen, in billijkheid noodzakelijk oordeelte Art, 993, De echtfcheiding eenmaal bijvonnis bepaald zijnde, kan tusfchen. die zelfde perfonen wederom geën-huwelijk beftaan. Ce Art. 22de 4 CD Art. 224/ RBeide gefcheiden perfonen kunnen met een ander een tweede huwelijk aangaan, Onverminderd de bepaling bij artikel zo7 vastgefteld. Art. 225. Zij blijven echter, als ouders, verpligt, om voor de opvoe- ding en het onderfioud der kinderen, uit hun gefcheiden hu- welijk geboren, te zorgen, en. wordt de wijze der opvoeding des noods, door den regter bepaald. Art. 226, De boedel wordt tusfchen de gefcheiden‘echtgenooten ver- deeld, op dezelfde wijze, als of het huwelijk door den dood entbonden was. Art. 237. De voordeelen eehter, die bij huwelijksvoorwaarden bedon- gen zijn, omveerst na den dood van één der echtgenooten plaats te hebben, als douariën en foortgelijken„ worden, ten aanzien der fchuldige partij, door de echtfcheiding gehouden voor vervallen. Art. 208. Wanneer de onfchuldige perfoon bij de fcheiding der goe- deren zoo veel niet kan bekorten, dat dezelve daaruit naar zijnen ftaat ordentelijk kan beftaan, legt de regter aan den {chuldigen op, om eene zekere fomme, geëvenredigd aan zijn vermogen, op bepaalde tijden, aan den onfchuldigen, tot-des= zelfs onderhoud, zoo lang zulks noodig zijn zal, uittekee,en. TWEEDE HOOEDSTUK. VAN SBP A RsA T- 1 Es ; Art. 229. Separatie of fcheiding van tafel, bed, bijwoning en goede- ren, onibindt het huwelijk niet, maar fchort alleenlijk deszelfs gevolgen op; blijvende altijd de hoop op wederzijdfche ver= zoening Over. à : é Art. 230, Geene feparatie kan„ buiten kennis en bekrachtiging van dèn regter, worden aangegaan, noch eenige regterlijke gevolgen hebben. Van alle feparatie van tafel, bed, bijwoning en goe- deren moet openbare bekendmaking gedaan worden. …Àrt, 231: Op ground der rederien van echtfcheiding„ hier voren bee paald, pel bijw hot en jhk gmt delik El aut Ï fpoedi een Ù AAN Z01 D deel gn TEN helle Ind kan b zedigd tot han Dee voorb Th bepa Om fit on opvoe ie, te under Jed telijk weede 107 opvoe en hu- Oeding en var: n_dood bedon- gooten, RN) Wel houden der gote ie naar an den an Zijn ot dese hee en. , goeien ‚ deszelfs che vers van den hevolgen : en goêr 1 | i „oren bêe| paald Car paald, kan men ook enkel eene fcheiding van tafel, bed, bijwoning en goederen verzoeken. Art. 239. Voor wettige redenen van feparatie worden bovendien ge- houden zulke hooggaande en rustverftorende mishandelingen en oneenigheden, tusfchen echtgenooten op den duur plaats hebbende, dat de zamenleving daardoor ondragelijk wordt, en men met reden voor kwade gevolgen beducht is, Art. 233« Eene vrouw, doorharen man op eene verregaande wijze da= delijk mishandeld wordende, mag zich, om verder ongeluk te ontwijken, buiten’s huis naar elders begeven. : Art. 234. Zij is echter verpligt hare klagten over die mishandelingen teït fpoedigfte intebrengen bij den regter, die,‘wanneer hij, na een fummier onderzoek, die klagten gegrond bevindt, de vrouw mag toeflaan, gedurende het proces van feparatie, af- zonderlijk te wonen. Art. 935. De boedel wordt tusfchen de getepareerde echtgenooten ver= deeld op gelijke wijze, als bij echtfcheiding plaats heeft, uit- gezonderd dat de voordeelen bij huwelijksvoorwaarden bedon- gen, om eerst na den dood van één der echtgenooten plaats te hebben, blijven ftand houden. Art. 236. Indien de vrouw uit hare eigene goederen niet ordentelijk kan beftaan, is de man verpligt om eene zekere fomme, geëven- redigd aan zijn vermôgen, op bepaalde tijden’ aan de vrouw tot haar onderhoud uittekeeren, zoo lang zulks noodig zal zijn, Art. 237. De gefepareerde echtgenooten blijven„als ouders, verpligt, om voor het onderhoud en de opvoeding hunner kinderen te zorgen; en wordt de wijze der opvoeding, des noods, door den regter bepaald. Art. 238. Omtrent de verdeeling der goederen, bet doen wan uitkeering tot onderhoud aan een der echtgenooten„ en omtrent de opvoeding der kinderen, kunnen, bij het aangaan der fepara- tie, ten overftaan en onder bekrachtiging van den regter, af- zonderlijke bedingen gemaakt worden, Art. 239. Ieder der gefepareerde echtgenooten zal, dadelijk na het reg- terlijk gewijsde, zijne bid goederen. beheeren, en‚ de 3 een Er 8) gêne zal voor des anders fchulden„na dièn tijd gemaakt„ niet aanfprakelijk zijn.| Art. 940. Het ftaat aan gefepareerde echtgenooten ten allen tijde vrij, zich weder met elkander te verzoenen, en hunne zamenleving te kervatten. Art. o4r. Ee Het gevolg daarvan is, dat het huwelijk op denzelfden voet Ee bevorens, gerekend wordt op nieuw te eitaan, Liet 1 Pee skins nd ZEVENDE EEL EN VAN DE BETREKKING TUSSCHEN, OU- DERS EN KINDEREN. EERSTE HOOFDSTUK. VCA N WETTIGE KIN DE REN „Art. 242. Een kind, waarvan eene vrouw„(taande huwelijk, zwanger is geworden ‚ wordt geacht den man tot vader te hebben. …— Niettemin kan deze zich van de erkentenis van het, kind ontflaan„ mits, bij bewijze, gedurende den tijd, die tusfchen den drie honderdften en honderd tachtigften dag voor de ge» beorte-van-het kind verloopen is, het zij. uit hoofde, van af= wezendheid, of ten gevolge van natuurlijke onmagt, of van eenig toeval, in de phyfieke onmogelijkheid geweest te zijn em met zijne vrouw te cohabiteren, Art. 3e De man kan, buiten-de‘gevallen in het worig artikel vermeld, niet weigeren het kind voor het zijne te erkennen, ter zake van overfpel door zijne vrouw gepleegd, ten zij de geboorte van het kind voor hem verborgen gehouden ware; in welk geval henf vrijfaat, al dat gene aan den regter voortedragen,- het welk gefchikt is om te doen zien, dat hij geen vader vaa het kind is, aak nn A SA ‚De man kan Diet ontkennen vader te-zijn van een kind, 4 a we welk KJ War en de bren | than De der. Ín geho _dekk Der deon (re hadi Van een zen het in de br ti van ds ne Ge door€ han ee Keer Hen Vens tier ê vij, leving voet W. t& nger is t kind sfchen de ge» an af of van te zijn ver! meld 9 zake van orte var Ik geval all, het ‚van hel cind ek Cap) welk vóór den hónderd en tachtigften dag na de woltrelking van het huwelijk geboren is, in de navolgende gevallen: 1°. Wanreer hij; vóór het huwelijk, vande zwangerheid ken- nis gedragen heeft 5 2°, Wanneer hij het kind, bij de geboorte en aangifte, uit drukkelijk of flilzwijgende ‚ voor het zijne erkendheeft; en 3°. Wanneer het kind verklaard is niet genoegzaam vol- dragen te zijn, om te kunnen leven. Art 945. Wanneer de man de bevoegdheid heeft om optekomen te- gen de wettigheid van een kind, moet hij zijne actie beginnen binnen den tijd van cene maand, indien hij zich in de geboor- teplaats vanhet kind ophoudt 3 Binnen twee maanden na zijne terugkomst„indien hij ten tijde der geboorte afwezend is; en Indien nien de geboorte van het kind voor hem verborgen gehouden beeft, insgelijks binnen twee maanden na de ont. dekking van liet bedrog. Art. 246, De wertighéid van een kind„ het welk; drie honderd dagen na de ontbinding van het huwelijk, ter wereld komt, kan worden tégengefproken. en Aike Bie Indien de man overleden is, alvorens tegen de wettigheid van een kind optekomen, doch gedurende het tijdverloop„ bin- nen hetwelke hij daartoe bevoegd was, kunnen zijne eifwena- men deze actie beginnen binrea twee maánden, te rekenen van het tjdftip, waarop het kind zich’in het bezit der“goederen van den man mogt gefteld hebben, of waarop‘de erfgenamen in het bezit dier goederen door het kind geftoord mogten ziju. Art, 248. Geene extra-judiciële ate, waarbij de wettigheid van het kind door den man of deszelfs erfoenamen tegengefproken wordt. kan eenig gev Ig hebben, ten zif., binnen ééne maand daarna, deswegens eene actie begonnen, wordt tegen eenen voogd, ter dier zake aan het kind fptciaal toegevoegd daarbij ge- roepen zijnde de moeder, voor-zoo verre dezelve zich ne- vens den voogd-zoude, wijlen voegen._ 5 C 4 TWEE , C 40) B E TWEEDE HOOFDSTUK, ka Eb Î EOE DE STAAT VAN WETTIGE KINDEREN te | EEWEZEN WORDT. eit pap! | vak en] Art. 249. hen belde De ftaat van wettige kinderen wordt bewezen. door de gêten van geboorte en de openbare registers, Ke 5 Art. 250.| deg Bij gebreke van zoodanig bewijsftuk, is het-onafgebroken gran bezit van den flaat van wettig kind genoegzaam, der „Art. 951: is vn Een kind wordt geacht in het bezitwan dien ftaat te zijn;} wanneer zich zoovele daadzaken ten zijnen opzigte vereenigen, De als genoegzaam zijn om de betrekking van ouder en kind, eu gg van bloedverwantfchap tusfchen hetzelveen het geflacht, waar= KR) toe dat kind beweert te behonren, aanteduiden.» 5 door De voornaamfte dier daadzaken zijn: dat het kind den naam den van hem, dien hij beweert zijn vader te zijn, fteeds gedragen ‚opge heeft;: met Dat de vader het kind als het zijne behandeld, als zoodanig welke in deszelfs opvoeding en onderhoud voorzien, en aan hetzelve een etablisfement bezorgd heeft;| Der Dat het kind in den omgang als zoodanig op den duur is er- gene kend geweest; en Dat hetzelve door de familie mede als zoodanig is erkend Ht geweest. 7 erfgene Art, 552 geduren _ Niemand kan eenen anderen{taat voorwenden, dan die door Je EL î zijn geboortebewijs, en daar, mede overcenftemmend bezit wordt aangeduid Deze En wederkeerig kan niemand den taat contesteren van den_f Lemen geen, die in een bezitis, hetwelk met deszelfs geboortebewijs ‚Ard overeenftemt. Jaen, Art. 253. Bij gebreke van het bovengemeld bewijs, en aanhoudend bezit, of indien het kind, het zij Onder valfche namen, of … zis geboren wit cen onbekenden vader en moeder, is aangege wen, kan de ftaat van wettige geboorte bewezen worden door getuigen.: Dit bewi's wordt echter niet toegelaten dan, wanneer een berin van bewijs door gefchrift aanwezig is, of wanneer de wefumtiën en indiciën, ontfkaande uit daadzaken, welke des- En À tijds kt KEN oor de ebroken te zijn 4 niger, ind, en , WAATs jen naat redragen podanig etzelve ris Cte erkend gie doot gn) bezit van der ptebewijs 8 poudend Bcn, O4 j angeben U door peer EE B neer 08 B oJke dese Can) tijds reeds ontwijfelbaar waren, gewigtig genoeg zijn om het bewijs door getuigen toetelaten, Art. 254. Het begin van bewijs door gefchrifte ontftaat uit familie's papieren„ huishoudelijke registers, en aanteekeningen van den vader of moeder„ publieke acten en bijzandere gefchriften van een’ perfoon, die in het gefchil betrokken is„ of daarbij belang hebben zoude, indien hij in leven was,| Art. 255 Het contrarie bewijs kan gefchieden op allerlei manieren, die gefchikt zijn om uittemaken„ dat de reclamant het kind niet isvan de moeder, die hij voorwendt„of ‚wanneer de betrekking der moeder mogt bewezen zijn, hetzelve echter het Kind niet is van den man der moeder. Bij gebreke van het bewijs door-acten van-geboorte, bezit of getuigen, kan bovendien, wanneer’er merkelijke indiciëa en prefumtiën voor den ftaat van een kind aanwezig zijn door den regter, naar aanleiding der omftandigheden, aan den vader en moeder, of andere belanghebbenden worden opgelegd, om hunne ontkentenis, of de goede trouw van dezelve met eede te ftavens en-zal,in geval-van weigering, de ftaat’, welken het kind inroept, worden gehouden woor bewezen. Art. 257. De actie van een kind tot reclame van deszelfs ftaat is aän geene prescriptie onderhevig.| Art. 258. Het kind deze actie niet begonnen hebbende, zijn zijne erfgenamen daartoe niet bevoegd„dan voor zoo verre het kind; gedurende zijne minderjarigheid, of binnen de vijf jaren na zij- ne meerderjarigheid, overleden is. Art. 259. Deze actie door het kind begonnen zijnde„ kunnen de erfien namen dezelve vervolgen. mits het kind daarvan niet uite drukkelijk afltand heett gedaan„noch dezelve gedurende drie jaren, federt de taatfte judiciële acte„onvervolgd. gelaten heeft, C 3 DER. GN DERDE HOOFDSTUK, SVAN ONECHTE KINDEREN EN VAN DERZELVER WETTIGING OF LEGITIMATIE,” EERSTE AFDEELING. VAN ONECHTE KINDEREN IN HET ALGEMEEN, Art. 26% Kinderen, in onecht geboren, volgen niet den vader, maar alleen de moeder; ten opzigte van welke zij hetzelfde tegt als wertige kinderen genietên. EDS TWR DE AEDEELING SESIVAN ERKENTENIS VAN ONECHTE KIN- DEREN, EN HET VERDER BEWIJS VAN DERZELVER:;STAAT,. Ait. oó1. ‚„De erkenterfis van’ onechte_ kinderen-gefchiedt” bij eene authentieke acte, indien dezelve niet reeds bij de acte van ge= boorte gedaan is, Art. 962, Eene erkentenis, in een werzoekfchrift, bij eenige autoriteit ingediend, gedaan, ftaat met eene erkentenis bij authentiëke acte gelijk. Hdad 4 eh nodrt, 69: Een‘onecht kind kan: tegen zijn wader geen ander regt, dan alleentot levensonderhoud, volgens art. 273, inroepen; des- zelfs regt ten aanzien van zijne moeder wordt, behalve bij art. 260 en 273, bij den titel van erfvolging vastgelteld. Art. 264. De betrekking van een onecht kind tot zijne moeder wordt mede bewezen door een onafgebroken bezit van zijnen ftaat, als kind van dezelve, Art. 265 Geen bewijs van den ftaat van een onecht kind, door ge- ; tui- gren door W van der, ihk mgee enz of dr Het Kinder dr al VA le onech verk hebb dese Van getee dere uilfd } acht én me hoor als de MEEN, r, maar fegt als pij eene van gee toriteit nentië ke agt, dan pen; des- a bij yr wordt on kaat, ‚door Sé tule Cas tuïgenis, wordt toegelaten, dan wanneer een begin vân bewijs door gefchrift aanwezig is. Art. 266. Wanneer merkelijke indiciën of prefumtiën voerden{taat van een onecht kind, ten aanzien zoo van vader als moe- der, aanwezig zijn, kan, behalve in het geval van kinderen in bloedfchande of overfpel geteeld, door den regter, naar aanleiding der om tandigheden, een eed van zuivering worden opgelegd; en wordt het weigeren„ of in gebreke blijven, om denzelven eed afteleggen„ met eene erkentenis vân den vader of de moeder gelijk gefteld, Art. 267. Het bepaalde bij art. 257, 258 en 259 is mede op bibalite kinderen, voer zoo veel derzely er betrekking op huwune moes der aangaat, toepasfelijk. DRA mok LEN 0: VAN WETTIGING VAN ONECHTE KINDEREN. Art. 268, Legitimatie kan: plaats. hebben, niet alleen ten be shoeve van onechte kinderen, die in leven zijn, maar ook ten aanzien van overleden onechte kinderen, welke descendenten nagelaten hebben; en gefchiedt. dezelve in: dit: geval ten behoeve der descendenten, PER ORT VAN WETTIGING DOOR OPGEVOLGD HUWELIJK: Art 26 Onechte kinderen, mits niet ín bloedfchande of overfpel geteeld, worden door het opgevolgd huwelijk van hunnen va- der, en moeder gewettigd, en genieten in allen opzigte de- zelfde regten, als of zij uit dat huwelijk geboren waren. Art. 270. Om zoodatige wettiging te doen plaats hebben, wordt vet- eischt„ dat de kinderen, bij desacte van geboorte, door vader en moeder beide erkend zijn, of, wanneer bij de afte van ge- boorte geene zoodanige erkentenis heeft plaars gehad; deztlve als dan g gedaan worde bij de voltrekking of bevestiging pi et SN re AA Tas het huwelijk, ten overftamn van den regter, of autoriteit, bij art 145 vermeld; en wordt hiervan in de huwelijks of trouw-acte, en in de trouwregisters uitdrukkelijke mel ding gemaakt, EW BEDE brsrTEUK, VAN WETTIGING DOOR BRIEVEN VAN LEGITIMATIE, Art, 271. _ Onechte kinderen, niet in bloedfchande of overfpel ge- teeld, kunnen gewettigd worden door brieven van legitimatie, bij den Koning verleend, ingeval de wettiging door opgevolgd huwelijk, uit hoofde van den. dood van vader of moeder, of omdat de moeder federt met een ander getrouwd is, onmoge- lijk, of wegens andere otffandighedert onvoegzaam geworden is. Ils 272 Deze brieven van legitimatie kunnen, ten aanzien der erfvol- ging, niet werken tot nadeel der wettige kinderen, die ten tijde van het verleenen van die brieven reeds geboren zijn; gelijk zij ook piet werken in de erfvolging van bloedverwanten van den vader, dan voor zoo verre dezelve daarin hebben toegeftemd,| VIERDE HOOFDSTUK. VAN DE VERPLIGTING TOT ONDERHOUD. \ „Art. 973. X_ De ouders zijn verpligt om hunne kinderen, het zij wettige, het zij gewertigde, het zij zelfs onwettig geborene, van het noodig levensonderhoud te voorzien. Art. 274. Deze verplig'ing houdt op„ wanneer de kinderen in ftaat zijn, em voor zich zelven de kost te winnen, el Art. 875, Zij houdt insgelijks op, indien de kinderen van elders goede- wen bezitten, uit welker vruchten hun het noodig onderhoud werfchaft kan worden. Be Art. 276. De vruchten kunnen echter tot dit onderhoud niet gebruikt worden ,-dan alleen bijaldien en voor zoo verre de ouders daartoe door den regter geautorifeerd zullen zijn, Aft. 277. Kind hen N uiet 1 welig; zeolgr yoovalen Ovt berde gene zen, | Oper glken a meld, zoogt Kind derde lij no dien den vol Der bied es Aje Doek Ov de edere bben Kragen Í í Î Î ltoriteit,| lijks of Ke mel ATIE, {pel ge itimatie, gevolgd der, of NOgE ardenis, cer erfvol. ten tijde 95 gelijk erwanten hebben JD, hrettige, yvan het laat zijns :s goedee sderhoud gebruikt be ouders irt aile Cs Art. 277, Kinderen kunnen hunne ouders niet noodzaken tot het aan hen verfchaffen van een etablisfement, of‘het geven van een uitzet of huwelijksgoed. Art. 278. Kinderen, zoo wel de wettige als gewettigde, en zelfs-on« wettig geborene, daartoe vermogend zijnde, zijn wederkeerig verpligt om aan hunne ouders en groot-ouders, tot armoede vervallen zijnde, het noodig onderhoud te bezorgen, VIJFDE HOOFDSTUK, VAN DE OUDERLIJKE MAG Te Art. 279. Over de perfonen der weitige en gewettigde kinderen hebben beide de ouders alle die magt en dat gezag„ hetwelk de pligt eener behoorlijke opvoeding en de orde des huisgezins vorde- ren. Art. 280, Over de perfonen der onwettige kinderen heeft de moeder alleen alle die magt.en gezag, bij het-voorgaande artikel ver= meld, en geenszins de vader, al ware het ook dat deze bekend mogt ‚zijn. Art. 281, Kinderen blijven onder de ouderlijke magt tot derzelver meerderjarigheid. of emancipatie. Art. 982. 5 Zij mogen echter in’s Konings legers of vloten dienst nemen„ en dien ten gevolge het ouderlijk huis verlaten, wanneer zij den vollen ouderdom van achttien jaren hebben bereikt. Art. 283. „Dezelve zijn niettemin ten allen tijde gan hunne ouders cere bied en ontzag verfchuldigd. el zE 9845 De goederen, welke de kinderen in eigendom bezitten of verkrijgen, behooren aan de kindere zelve toe. Art, 285. Doch, zoo lang zij minderjarig zijn, worden de goederen door de ouders als voogden beheerd, ten zij de genen, die de goederen aan de kinderen nagelaten, gemaakt of gefchonken hebben, derzelver beftuur aan bijzondere voogden hebbên op- gedragen. ieRab, 19% 59 5 Art. 286. RD EE EE )* (us Art, 286, en In het aamgaan van- verbindtenisfen met derde perfonen wörden de kinderen, die onder de ouderlijke magt ftaan, door den vaders, als natuurlijken voogd van die kinderen, geadfifteerd, Onechte kinderen worden geadfifteerd door derzelver moe der. De moeder eerst overlijdende, behoudt de langstlevende va der, zoo omtrent de perfonen als de goederen der kinderen, dezelfde magt, welke beide de ouders, ftaande huwelijk, gehad hebben. Art. 288. De vader eerst overlijdende, behoudt de langstlevende moe- der het gezag over de perfonen der kinderen; het beheer van derzelver goederen komt mede aan haar, indien zij tot voog- desfe gefteld is, of wel anders aan de genen, die als voogden tot dat beheer benoemd worden. Eene vrouw op het overlijden van haren man zwanger zijn- de, is op het kind, dat vervolgens door haar ter wereld gebragt wordt, de vorenftaande-bepaling mede toepasfelijk. HCHTSTE TITEL. VAN MINDERJARIGHEID EN vooOGDIJ. EERSTE HOOFDSTUK. VAN MINDERJARIGHEID. Art. 289. Voor minderjarig worden gehouden jongelingen en jonge dochters, die den ouderdom van drie-en-twintig jaren niet hebben vervuld, ten ware zij eerder zijn geëmancipeerd. TWEEDE HOOFDSTUK VAN VOOGDIJ. Art, 290. k| Voogdij heeft plaats. over de perfoon en goederen van mîn= derjarigen, of oysr derzelver goederen alleen, Art. a9r. Jot 0 fcheider voedin Vo zich otd; poa Vond Ie het js oog tegend VAI | Vor den a Kestare Loods ie aans Den med Van Hoed cheer is ove Ten: Gude Ad: Ri Eens ere t_gerforen aan, dor readfilkeekd, zelver mbs. vende da. kinderen, k, geht jeheer vân tot voof- s voogden vanger Zie reld gebragt DI. ar En Jonge q jaren ait peerd, en van dj / Art. 29 le CR) Art. 2or. Tot ouderfcheidene gedeelten der voogd j kunnen ook onders fcheidene perfonen worden aangefteld, zoo dat de eene de op- voeding, de andere de goederen beftuurt. Art. 292. __Voogden,‘alleen over goederen gefteld, of wier voogdij zich uit den aard der zake niet verder kan uitftrekken dan tot de goederen, hebben geen gezag over de perionen hunner pupillen. Art. 293.;\ Voogden zijn of befturende of toeziende voogden, Art. 294. In bet algemeen mag niemand, die volgens de wet bevoes is voogd te zijn, zich aan eene voogdij onitrekken, maar kan integendeel tot het aannemen van dezeive genoodzaakt worden. EERSTE AFDBEELING, VAN VOOGDIJ VAN VADER, MOEDER EN A Ns DERE PERSONEN,EN VAN AANSTELLING VAN VOOGDEN BIJ TESTAMENT OP ACTE, Art. 295. Voogden over der minderjarigen’ perfonen en goederen wore den aangefteld door beide of een van beide de ouders, bij testament of bij eene andere afzonderlijke actr.: Art. 206, Zoodanige perfonen, hetzij nabeftaanden, hetzij vreemden, die aan minderjarigen bij erfenis of legaat iers- nalaten … kuns nen mede, bij testament of acte, daarover voogden aanftellen. Art. 207. Wanneer zoodanige erflaters of. gevers geene voogden bee noemd. hebben, komt hee geërfde of gelegateerde onder het beheer van de oudersder minderjarigen„ of van de voogden, die over derzelver goederen in het algemeen gefteld zijn, Art. 298. Ten aanzien van de magt of voogdij der lanestlevenden van de ouders, over de perfonen en goedereit van hunne kinderen, worde gerefereerd: tot het bepaalde bij art 287 en 288, HN Art. 29gir Een voogd, bij testament of acte aangelteld, kan ook bij certe nadere acte eenen tweeden: voogdadfumeren of bij zich-kiezeti, „als ) als mede furrogeren, om, bij overlijden of ontflag, aan hem in'de voogdij optevolgen, mits tot dat een en ander uitdrukke= lijk aan hem de magt gegeven is. _ Art. 300 5 Indien de minderjarige twee of meer voogden heeft, komt de magt van asfumtie aan die allen gezamenlijk toe, Zoo dat de een zulks niet kan doen, dan met medeweten van den anden zen; maar furrogatie mag elk voor zich en in zijne plaats doene ï PWRBEDE AFDEELING. VAN AANSTELLING VAN VOOGDEN DOOR DE WEESKAMER OF HET GEREGT) EN VAN OPPERVOOGD IJ Art, sot. Geene vaanftelling door de weeskamer heeft plaats in die ge= wallen„wanneer dezelve is uitgefloten. Art. 3o2. Vader en moeder, of die.gene derzelve, welks voorziënirg wereischt wordt, bij fterfgeval, afwezendheid of andere'toe= vallen, weke hen buiten ftaat ftellen om het opzigt over bune ne minderjarige kinderen uitteoefenen, omtrent de voogdij over dezelve geene befchihking bebbende gemaakt, worden door de weeskameer, of, waar dezelve nietaanwezig of uitgefloten is, door het geregt, ter plaatfe van het fterf huis of domicilie, één of meer voogden, mitsgaders één toeziende voogd, over de minderjarige kinderen aangefteld. Art. 303 Die genen, welke de ouders, bij uiterften wil, vitdrukkelijk verboden hebben voogden te zijn, mogen ook door de weeskamer of het geregt niet tot voogden worden aangefteld. Art. 304. Temand tot voogd aangefteid, doch gedurende den loop der| voogdij daartoe onbevoegd of onbekwaam geworden zijnde, voorziet de weeskamer, of, waar dezelve niet aanwezig. of uitgefloten is, het geregt in de voogdij van de minderjarigen. N; Ait. 305. In de aanftelling van voogden, door de weeskamer of het geregt, wordt boven alle anderen de voorrang gegeven aan e moeder of grootmoeder, zoo lang zij tot geen ander huwelijk overgaan, met. bijvoeging echter van eenen tweeden voogd, indien het belang-der minderjarigen zulks melken Í ú el voogd of mof gelicht Deut voogd} ig word anp(f Deze f poogde, jn de geo delend Bit i oördtb fle mees bbij he Wann boemd dit 297 if, degel n cinde emd wo De bene rergoed Jn zo é zanf Baele« … De wee ' toezi v Ü k 1 Klan, 1 u ij E) Tide voo elfde, klad, ‚Aan hen) uitdrukken eeft, kort e‚ Zoo dt den ande aats doen,* ) 00 R EN | | gum die gel \ oorziëis andere toe, ‚over hut, bogdijovet rden doot gui gefloten „domicilie, ved ‚ ow glrokkelijk 0 door dé ingefteld. en loop elen zijnd nwezig np derjanige Foser of he geven aal geen and Sen gweedel Af vordert. B At 56 £ 49 J Art. 306. Moeder en grootmoeder“ ontbrekerfde, verkiest men den voogd of voogden uit de naaste bloedverwanten; van vaders of moeders zijde, van den minderjarigen, indien Zij daartoe gefchikte perfonen zijn. Arts 307. Je witfluiting van de weeskamer beheemt niets aân de epper- voogdij van het geregt: der plaats; als welke niet uitgefloten mag worden, Art. 308. Deze oppervoogdij beftaat in het aanftellen of bevestigen der voogden, in een toezigt houden over derzelver handelingen; in de gebrekigen tot hunnen pligt te brengen, én in de kwalijke handelenden van de voogdij te weren. One DERDE AADERLING: VAN TOEZIENDE VOOGDEN: Re| ES Art. goö. ee Bij iedere voogdij zal één toeziende voogd zijn, welke Wordt benoemd, het zij bij testament of andere acte, het zij bij de weeskamer; of; waar dezêlve niet aanwezig of uitgefloten is, bij het geregt, À Arts 31% Wanneer bij testament of acte geer toëziënde voogd be- noemd is vervoegen zich de benoemde, of, if de gevâllef bij art, 297 vermeld, de ratuurlijke voogden bij de weeskamer; of, dezelve niet aanwezig of bitgefloten zijnde„ bij het geregt, ten einde door hetzelve cen toeziende voogd zoude kunnen bes noemd worden;, De benoemde voogd, zulks verzuimd hebbende; is tot fehas „devergoeding aan den minderjarigen gehouden, Att. Sit. In zoodanige gevallen, wanneer de weeskaïmér of het geteët ge aanftelling van voogden doet, wordt ter gelijker tijd door dezelve de toeziende voogd benoemd: Afts 312, De weeskamer, of het geregt, geeft ir de benoeming van* een’ toezienden voogd acht, om in die gevallen, waár geen voogden; van de beide(te weten van de vaderlijke en moeder. lijke) zijden aan den pupil beftaande, aanwezig zijn, tot toezierie den voogd„is het nvogelijk, een?’ perfoon aanteftêllen’, die niet van dezelfde, het zij vaderlijke, het zij moederlijke zijde; als de “voogden zelve aan den mingen een beftaat, Û Grts graf Art. 313. De voogdij over een” minderjarigen vacerende, of door afwe- zendheid verlaten zijnde„ treedt de toeziende voogd, uit kracht der wet, geenszinsop in de plaats van den gewezen’ voogd, maar hij is in die gevallen verpligt ‚omtrent de benoeming van eenen nieuwen voogd werkzaam te zijn; zulks verzuimd hebe bande, is hij gehouden alle fchade, die uit dit verzuim voor den minderjarigen zoude kunnen ontftaan,aan denzelven te vergoeden Art. 314 De toeziende voogd is in het algemeen gehouden de belan- gen van«den minderjarigen waartenemen, in alle zoodanige zakem„ waarin het eigenbelang van den voogd zelven met dat wan den minderjarigen ftrijdig zoude kunnen zijn. Art 315. De toeziende voogd moet tegenwoordig zijn bij het maken wan den inventaris, die, volgens art. 333 ‚ moetworden gefor- meerd„en toezien dat daarop alles naar behooren gebragt worde. Arte 316. Dezelve moet ook den befturenden voogd in alle bedenkelijke zaken met zijnen goeden raad bijftaan en behulpzaam zijn. Art. 317. Hij moet een beftendig toezigt houden, dat de perfoon van den minderjarigen behoorlijk opgevoed, en zijne goederen wel beftuurd worden. Art. 318. _ Tot dit einde is hij bevoegd om van tijd tot tijd, en ge- ‘houden om, ten minften eenmaal’sjaars, van den befturen- den voogd opening van zaken en verantwoording te vorderen. Art. 319. Bevindende dat de zaken-niet wel beftuurd worden, moet hij tot hét herftel daarvan medewerken, en, des noods„aan de weeskamer„ of het geregt daarvan. kennis geven, En derzel- ver voorziening verzoeken, Art. goo. ‚ De toeziende voogd is aanfprakelijk wegens zijn verzuim in het aanwenden van de vereischte toezigt en zorg voor het behoorlijk bewind der befturende voogden. Art. gal. ‚Het bepaalde bij artikel oge, 294, OT, 3023 3239 3243 SLI» 3265 327» 3285 348 en 368, en bij het laatíte lid van art. 391, is mede op toeziende voogden toepasfelijk, Art, 322. ‚Met het einde der voogdij eindigt tevens het werk van den toezienden voogd,| | VIE A Var Inti voogd die red tietaas zijn in zijne fand De ‚Ving dagen ben, z hunne adr be Der gu van ke pl ergoetlen, de belan- zooddnige n mel dat | et makén en gefor- et würde, edenlelijke mn zijfe ederkn wel y befturen: | gofuersn. Jen, moet ds„aan de en Kderzel ve pui in 5 or het KO Verte a E C\ ME, VIERDE AFDERLING VAN DE REDENEN, DIE VAN EENE VOOG pij VERSCHOON EN: > Aft.-s2%. Van eene voogdij kunnen zich verfchoonen: ro, De perfonen, die zoodanige-ambten of bedieningen bes kleeden, welke hen volftrekt„verhinderen eene voogdij waar te nemen, of hun billijke redenen geven om zicht aan dezelve te künnen ontrekken: 29, Krijgslieden, die in werkelijken-lard- of zeedienst Zijf s 3° Die in’slands dienst buiten het rijk afwezend zijns 4°. Dieniet woonachtig zijn in het kwartier, of gedeelte vart het departement, alwaar de voogdij komt te vallen 5 5°, Dieden ouderdom van zestig jaren vervuld hebbeng 6°, Die, door groote zwakheid„of aanhoudende ziekte; of door armoedige omftandigheden, ongefchike zijn” Ont met den last eener voogdij bezwaard te worden 5 7°. Die reeds met drie andere voogdijen, curatele en admie niftratie daaronder gerekend, bezwaard zijns en 8°. Die vijf wettige kinderen in leven-hebben, Arle der aib ne Indien de reden van werfchooning gedurende den loop def voogdij ontftaat, ftaat het aan den voogd eveneens vrij, om die reden van verfchooning aan de weeskamer, of zoo die nietaanwezig, of uitgefloten is; aar het geregt, voor te dragen; en zijn ontflag te verzoeken, als mede dat een ander voogd in zijne plaats benoemd worde; op welk verzoek naaf de Om= Átandigheden zal woraen gedisponeerd, Art. 325 Die zich, op grond van een of meer vän gemelde fedeneri; van eene voogdij willen verfchoonen; moeten, binnen veertien dagen na dat zij kennis van hunne aanftelling bekomen heb= ben, zich aan de weeskamer of het geregt vervoegen, en aldaaë hunne redenen, met de noodige bewijzen; inbrengen; waarop naár bevind van zaken zal worden beflist. De redenen van verfchooning door de weeskamer of het geregt. verworpen wordende ‚kan de aangeftelde perfoon daar: van komen in hooger beroep; en; wordt; inmiddels,„in. het geval bij het vorig art, vermeld, In de voogdij voorzien. { pi … Voogden mogen niet zijn: ed PIED B AED AEN ING. CWIE GEENE MOGEN ZIJN, EN WIE VAN EENE VOOGDIJ MOETEN AF- GEZET WORDEN, Art. 327. 1°. Die zelve onder voogdij of curatele ftaan ‚20. Vrouwsperfonen, uitgenomen meeder of grootmoeder, zoo deze laatfte niet hertrouwd zijn; $° Allen die metde minderjarigen zaken uitftaande hebben„ waarin het belang van de minderjarigen, of van hunnen boedel, aanmerkelijk betrokken is; ‚Dieter zake van misdaad, bij regterlijk gewijsde eerloos „verklaard, of tot eene openbare ftrafte verwezen zijns 5% Een ftiefvader over zijne fliefkinderen; en 6o, Die infolvent geworden zijn en hunne crediteuren niet hebben voldaan. Art. 328. Van eene voogdij moeten afgezet worden: z°, Alle de genen„die tot zoodanigen ftaat vervallen, welke hen van den beginne af aan onbevoegd gemaakt zouden hebben, om voogden te zijn; _$°, Die overtuigd worden van ter kwader trouw gehandeld te hebben; en ge. Die van een zoodanig, in het oogloepend, ongeregeld en achteloos gedrag zijn, dat de belangen van den minderjarigen hun miet zonder gevaar kunnen blijven toevertrouwd. é LEGDEULFDERNLDING VAN DE ADMINISTRATIE, OF HET BESTUUR DER VOOGDEN. Art. 329. Alle voogden; het zij bij testament of andere afte, het zij an doef ur d Hede GIN aan d Weten, aur ‚Wanne peo wolge he | Ë De ve indien d eel,£ en, da vak, In fcheid aan de de ko overh en dien benadee Der den ont bedel, elden Van de ha dem ke Georg Indie trkeerd ik bij aen, nevel Die tmoeder, ehebben, ù horen gie eetloog eZEN ZIN;| teuren nit n, welke kt zouden vehandeld mgeregeld j van. den en bijven TUUR A ki 7 joo A WOARE TEA RSE AN VE MEND REE EEN IN PRENT et È C 53) door de weeskamer of.door het geregt aangefteld, zijn ver- pligt, dadelijk na dat zij van hunne aanftelling kennis bekomen hebben, terì weeskamer, of, zoo die niet aanwezig of uitgeflo- ten is, bij het geregt, zich onder eede te verbinden ‚ dat zij de aan hen opgedragene voogdij getrouwelijk en naar hun beste weten, overeenkomftig de voorfchriften van de wet, zullen waarnemen. An Art. 330. Wanneer geen toeziende voogd benoemd is zorgen de voogden, dat dezelve benoeming dadelijk gefchiede, inge- volge het voorfchrift van art. 31e,: Art. 331, De voogden zijn verpligt, om, dadelijk na het overlijden, indien de overledene geene afzonderlijke executeurs heeft aans gefteld, door verzegeling, of andere gepaste middelen, te zore gen, dat de boedel in zijn geheel blijve, en niet verminderd worde, B| ‘ Art. 332, In het doen van die verzegeling moet echter met die be: fcheidenheid worden te werk gegaan„ dat daardoor noch aan de weduwe, welke men in den boedel vindt, nech aan de koopmanfchappen, handwerk of nering, welke door den overbeden’ uitgeoefend is, voor zoo verre die nog aangehou- den dient te worden, buiten noodzaak, eenige belemmering of benadeeling wordt toegebragt, _ Art. 339. De verzegelde goederen moeten zoodra mogelijk weder wor. den ontzegeld, en een ftaat en inventaris van den geheefen boedel, geregtelijk, notariaal, of onder de hand; opgemaakt en verleden worden, Art. 334. Van den inventaris moet, binnen acht dagen na het pasferen van denzelven, een authentiek affchrift ter weeskamer ‚Óf, 204 dezelve niet aanwezig of uitgefloten is, aan het geregt over- gebragt, en aldaar met eede gefterkt worden.| Art. 335. Indien naderhand bevonden word:, dat bij misvatting iets verkeerdelijk op den inventaris gebragt, of overgeflagen is, of ook bij vervolg aan de minderjarigen eenige goederen aan- komen, moet zulks bij een ampliatie-inventaris verbeterd of aangevuld worden. Art. 336. Die ampliariesinventaris wordt mede bij authentiek affchrift overgebragt en betedigd, op gelijke wijze, als zulks omtrent den inventaris is bepaald, B 3 Art. 337 ate £ 54 3 Alt. 897 De voogden, het zij alleen over de opvoeding van den pere foon, het zij over den petfoon en, de goederen aangefteid, zijn verpligt om de minderjarigen, naar derzelver ftaat, bezit tingen, en vermogens van geest enligchaam, optevoeden, ens door het opleiden tot een gepast beroep of middel van be- ftaan, dezelve tot bekwame leden van den{taat te vormen. Alt. 338. Onder hun opzigtgefchiedt die opvoeding bij de moeder, ook ra het gangaan van een tweede huwelijk, ten zij gewig» tige redenen, wie het belang der minderjarigen afgeleid, zulks beletten. Art, 339» Tot het goed maken van de kosten dier opvoeding gebrui- ken de voogden de inkomften van der minderjarigen goede- ren, zoo verre die daartoe noodig zijns en, zoo dezelve daars zoe, in weêrwil van aile gepaste bezuiniging, niet toereiken, zelfs een gedeelte van het kapitaal; doch dit laatfte nooit an- ders, dan op autorifatie van de weeskamer of van het geregt. Art. 340. Geene minderjarigen mogen, ter opvoeding, buiten’slands ezonden worden, dan met toeftemming van het geregt, na verhoor der naaste bloedverwanten van zoodanige minderjari- geu: voogden, welke hunne pupillen op eene buitenlandfche hooge{chool of univerfiteit zouden willen zenden, zullen bovendien daartoe moeten voorzien zijn van des Konings toe= {temming. Art. 341. De goederen, die bederf of vermindering in waarde onderwor- pen zijn, moeten worden verkochten te gelde gemaakt, gelijk mede de roerende goederen, die geene vruchten geven, en welke de voogd oordeelt, dat in de omttandigheden, waarin zich de pupil bevindt, gemist zouden kunnen worden, Art. 342. _ De onroerende goederen moeten behoorlijk worden in ftand gehouden, en op de voordeeligfte wijze worden verhuurd, zoo veel mogelijk niet langer dan tot des pupils meerderjarigheid. Art. 343: Ô De infchulden moeten met vlijt worden ingevorderd, en zoo veel mogelijk gezorgd, dat de minderjarigen door wanbetaling van den fchuldenaar geen nadeel lijden. Art. 344. De telkens inkomende gelden moeten tot afbetaling der fchulden, waarmede de boedel bezwaard is, en tot de op= voeding der pupillen, volgens arte 337» gebruikt, en a: __@Vvels gern uil gleed val h daar door Det ji ge voe cf onto Van vd, Den osbaa! vaar À nde ziet mede woor hi drf |, Hij door. | zakt Nl telend uele Geerd, De ‚Uit,o | sers. geen h De| | ents, Dit A den pere hangsfeld., zat, bezine leden, en, 2] van be- bren, moeder, bij gewige id, zulks Ive daare gereken, ; nooit al get gerept.| p_ gebiui in goede ij Û [ den’s land|: frerest, M| winderjari Inlandfche a, zullen bings LO, pnderwors, kt, gelijk pen welke, jn zich de, rien va Îané jiuurd, 20 erjarigheid yrd, 1 200 pranbetaling rating dE ‚tot de OP 4 zit, ad En overfchietende gelden belegd worden in landerijen, confti- tutiën van renten, obligatiën of fondfen op dit koningrijk, alsmede in hypotheken op landerijen; mits in dit laatfte ge- val het pand ten minfte een derde meer waarde hebe, dan de daarop gevestigde hypotheek, ingevolge tauxatie, daarvan door gequalificeerde perfonen gedaan. j? Art. 345. De effecten en kostbaarheden, in den boedel gevonden, gen lijk mede de, ingevolge het vorig artikel, naderhand verkre= gene effeéten en bewijzen van eigendom, moeten, met alle: de daartoe behoorende befcheiden, ter weeskamer, daar dezelve aanwezig en niet uitgefloten is, overgebragt en bewaard wore den, Art. 346, De weeskamer uitgefloten zijnde, blijven de effecten en kostbaarheden berusten onder de voogden, die verpligt zijn voor derzelver bewaring zorg te dragen, in het bijzonderook in diervoege„, dat de eene voogd daarover buiten den anderen niet befchikken kan. Die daarin te veel vertrouwen in zijn’ medevoogd ftelt, maakt zich, in geval van fchade, verante woordelijk.|| Art. 347. Inhet algemeen moet de voogd„ in het beftuur van der mine derjarigen goederen, den pligt vaneen goed huisvader betrache ten. Art. 348. Hij is gehoudenalle fchade, die, door kwalijk te doen, of door natelaten hetgeen had moeten gedaan worden, weroor- zaakt wordt, te vergoeden. Î Art. 349. Alle handelingen/en verbindtenisfen, den minderjarigen be= treffende, moeten worden aangegaan door den voogd, in zijne qualfteit, of door den minderjarigen, met zijnen voogd geadfis fteerd,| Art. 350. De minderjartge wordt daardoor verbonden, en kan daar- uit, ook na zijne meerderjarigheid, worden aangefproken;- im. mers zoo lang hij, op grond van aanmerkelijke benadecling, geen herftel daartegen verkregen heeft. Art. 351. De handelingen, door den minderjarigen, buiten die adfie ftentie, aangegaan, zijn nietig. Art.%so, Dit echter kan uitzondering lijden s D 4 1’. Wan É 9 , jb A9 € 56) t°. Wanrieer die handelingen door‘de opgevolgde toeftem- ming vän den voogd bekrachtigd zijus 8 2°, Voor zoe verte den minderjarigen door die handelingen is gebaat, en hij zijnen ftaat verbeterd heeft; en 3°. Waânneer de minderjarige, mondig geworden zijnde, _ die handelingen üitdrukkelijk of flilzwijgende be- krachtigt. a dd ie Art. 353. Alle regtsgedingen den minderjarigen, het zij als eifcher het zij als verweerder, betreffende, moeten gevoerd worden door den voogd in zijne qualiteit„of door den minderjarigen, met zijnen voogd geadfifteerd, Dit echter kan uitzondering lijden, wanneer de- minderjarige, wegens misdaad, gevangen of gedagvaard is om in perfoon te verfchijnen, | Art. 955. Het ftaat aan geenen voogd vrij, om voor den minderjarigen eenregtsgeding, als aanlegger of verweerder,te voeren, dan na bekomen autorifatie van de weeskamer of van het geregt. Art, 356. De zaak bij vonnis ten nadeele van den minderjarigen be- {list zijnde, mag de voogd van dat vonnis niet komen in hoos ger beroep, dan na daartoe door het gercgtshof, waar die zaak zoude moeten dienen, geautorifeerd te zijn. … De veogd zonder zoodanige autorifatie een regrsgeding vee- rende, en hetzelve tot nadeel van den minderjarigen uitgewe- zen wordende, is hij gehouden om alle de kosten, daardoor veroorzaakt, uit zijne eigene beurs te voldoen, zonder die aan den minderjarigen in rekening te mogen brengen. Eene koopmanfchap, handwerk of nering, door den overe ledenen gedreven of geoefend, mag door den voogd tot on- derhoud-der minderjarigen worden aangehouden, doch niet anders dan met goedkeuring van de weeskamer of van het geregt; de voogd, zulks doende zonder die goedkeuring, is gehouden, alle fchade, door die aanhouding veroorzaakt, uit zijne eigene beurs aan den minderjarigen te vergoeden. Een voogd, geraden oordeelende om een gefchil, waarin de minderjarige betrokken isg bij accoord of transactie af te doen, of aan de uitfpragk van arbiters te verblijven; is ver- pligt de acte daarvan te pasferen op autorifatie, of onder goedkeuriug van de weeskamer of. van het geregt. de wet danige de om de oo jl fen Kan dez door den det EE , Va lois, f ij dele algrak op nt dier Da Fene gemak lomen wsl (een Omroeren vénde, 2 el el Kaften cit ops se toffkemm d 5 of y, Behe red effent nddingef el n zijnde) nde bd eifchen - wordenf rjarigen, jarige, pértoon derjarigen it darna Tete rigen bee. in hoge vaar die, ing voe nitgewe- aardoor der die| en Overes, À tot Ons doch niet : van bet wing, S akt, uik ’ ‚waard, rie af te |, is, Vl of onder| | me KJ Art. 360. Geen voogd mag eene erfenis, den minderjarigen opgeko- men, aanvaarden of afwijzen, dan na bekomen autorifatie van de weeskamer of van het geregt, welke„het aanvaarden van Z00«* danige erfenis geraden oordeelende, de autorifatie daartoe, naar de omftandigheden, verleenen zal,‘of eenvoudig, of onder de mits van aanvaarding onder benificie van inventaris,* /° Art. 361./ Bijaldien deze erfenis, in den naam van den minderjarigen afgewezen zijnde, door niemand anders mogt aanvaard zijn, kan dezelve naderhand als nog aanvaard worden, het zij door den voogd, mits daartoe nader door de weeskamer of het geregt geautorifeerd, het zij door den minderjarigen-zél- ven, wanneer deze mondig geworden iss doch moet zoodanige ertefiis, in beide gevallen, aanvaard worden in den ftaat„ waar- in dezelve zich als dan bevindt, en zonder eenig regt af aanfpraak, wegens verkoop, of eenige andere daden, welke op eene wettige wijze, inmiddels, en gedurende het vaceren &ier nalatenfchap, mogten hebben plaats gehad. Art. 362, Eene donatie of legaat, aan een? minderjarigen gedaan of gemaäkt, kan door den voogd voer zijnen pupil nier aange. nomen of afgewezen worden, dan met aucorifatie van” de weeskamer of van het geregt.| Art. 363. Geen voogd mag onroerende goederen of reële regten, op onroerende goederen gevestigd, den minderjarigen toebehoo- rende, zonder toeftemming van- de weeskamer of van het geregt, vervreemden of verpanden, Conftitutiën van renten, obligatiën of fondfen op dit ko= ningrijk, of eenige andere mogendhei» hypotheekbrieven, mitsgaders kostbare roerende goederen, van‘goud en zilver edele gefteenten, paarlen, verzamelingen„ betreffende de kunften en wetenfchappen, of van zeld aamheden, ftaan in dit opzigt met onroerende goederen gelijk. Art. 365, De weeskamer of het geregt‘zal> in het verleenen van die Pa| toeftemming, op het naauwkeurigst toezien» dat die vervreem= ding of verpanding nier anders gedaan worde, dan om drin- „gende redenen van noodzakelijkheid, en tot wezenlijke bevore dering der belangen van den minderjarigen, Ârt. 366,! Eet beleggen van gereede gelden, tot-den boedel van den, minderjarigen behoorende, in effecten op vreemde mogendheden, KI ‚of tot aankoop van onroerende goederen, of op}ypothe- oord ken, behalve die welke in artikel 344 zijn vermeld, of het be- omen leggen dier gelden onder borgtogt, is den voogden niet gCOOX= gedenk loofd, dan na bekomen autorifatie van het geregr. word ZEWPENDE AFDEELLING. | VAN HET EINDBGEN DER VOOGDIJEN HET below | DOEN VAN REKENING EN VERANT-| WOOR DING, ad Jin 4 | Î Art. 367. ik De voogdij eindigt geheel en al: 3 en 1°. Door het overlijden van den minderjarigen 3 ä 2°, Wanneer de pupillen den ouderdom van drie-en- twins hk tig jaren vervuld hebben; en nang g°, Door emancipatie, Art. 368. Ie Ten aanzien van den voogd, eindigt de voogdij: bib IJÛ ze. Door den dood van den voogd;[ eo, Door verleend ontflag aan den voogd, om eene wettige D reden, gedurende de voogdij opgekomen; bragt 39. Door een tweede huwelijk, voor zoo veel de moeder Fr en grootmoeder betreft; en m 4. Door eene geregtelijke afzetting van den voogd, en we- kor ring van denzelven van de voogdij, zin, Art. 369., Alle voogden, of, bij derzelver overlijden ‚hunne erfgenamen, hd zijn tot het doen van be en verantwoording verpligte fb rt. 370. Die verpligting heeft plaats gedurehde de voogdij: Er zo. Aan de weeskamer, of, waar dezelve niet beftaat of in, uitgefloten is, aan het geregt, zoo dikwijls deze“aoos| Uut dig oordeelen verantwoording te vorderen 3 deo 2? Aan den geen, die, bij overlijden, oniflag, of afzetting Ei van den voogd„aan denzelven in de voogdij opvolgt; en- je 4 JDIC g°. Aan den toezienden voogd, op den voet bij artikel ä 318 bepaald, Th me de Art. 371. i Kiel Bijhet het eindigen der voogdij, is de voogd in allen gevalle f_ me werpligt aan zijnen gewezen’ pupil, of aan deszelfs erfgenamen Oven zekening en verantwoording te doen. Horde Art. 372. oe Eene algemeene qyitantie van den gewêzen pupil, of een oe ace ) Lypotlie. of het bes iet BEOOre NG V HE Te „Elte(Wins sene wetfige de moeder gd, en bee rfgenamen, verpligte , befkaats of $ te | ‚of ge opvolgt en allen er g enfgenafnel of eert i pien al ED, accoord over het geen. hem-ter zake der voogdij mogt toes, komen, is onvoldoende, en ontflaat den voogd niet, omnog. naderhand tot het doen van rekening en verantwoording te worden aangefproken. Art. 373e In die rekening moeten alle de posten van den inventaris behoorlijk worden verantwoord, Art. 374 Ten aanzien van de zoodarige, die niet zijn ingekomen„ moet bij de rekening worden gemeld, en, desnoods, door bee wijzen aangetoond, welke vlijt ten dien opzigte door den voogd is aangewend. Art. 275, In deze rekening most in ontvang gebragt worden alles wat ontvangen is, en häd behooren ontvangen te worden. Arbdf0 In ontvang moeten ook gebragt worden de vergoedingen van aile fchaden, welke de voogd, door ontrouw of verzuim, aan den minderjarigen mogt hebben veroorzaakt. Art. Sr Daarentegen wordt in de uitgaaf van deze rekening ge= bragt alles, wat de voogd, ten behoeve en nutte van den minderjarigen, betaald heeft. Ärt. 378. de Alle posten van betaling moeten door quíitantiën bewezen worden; ten ware dezelve van dien aard of geringe waarde zijn, dat men niet gewoon is daarvan quitantie te nemen. Art. 379.| Ju die uitgaaf wordt ook geleden eene redelijke{oumme voor falaris van den voogd, Art. 380: Voor falaris maë een voogd, of, zoo’er meer voogden zijn, mogen zij te zamen, tot belooning der alzeheele en gee zamenlijke adminiftratie, berekenen den veertigften penning van de ontvangst, den tachtigften penning van de uitgaaf, en den honderd{ten penning van gereede gelden, die in den boedel gevonden, of die van verkochte goederen of van afgeloste kapitalen voortgekomen zijn. Art. 981. Voor het genot van dit falaris isde voogd verpligt, het geheele beftuur der voogdij uittevoeren; ten ware buitenge= wouze moeite en arbeid in de vereffening des boedels nog bovendien eene belooning voor tijdverzuim en vacatiën billijk vorderen; waarvan de begrooting, im geval van verfchil, de weeskamer of aan het geregt wordt overgelaten.— Art. 3923 , Er DEE, OEE en 3 ia \ C 6e) cls” ie LA 98e.€ _ Zoodra de rekening gefloten is, is de voegd verpligt het batig flot wan dezelve, benevens alle goederen, bewijzen van eigendom, conftitutiën van renten,‘effeen en fondfen, en geveraallijk alle baten en profijten, ter zake van de voogdij onder hem zijnde, aan den gewezen’ pupil, of deszelfs erfge- namen uittekeeren.: A Art. 883,/ ‚ Vóór die uitkeering is elk der befturende voogden voor het geheel aanfprakelijk,[| Indien echter het bewind, bij uiterften wil, of door de weeskamer of door het geregt, tmsfchen de voogden verdeeld is, is ieder alleenlijk voor zijn beftuur verantwoordelijk. Art. 325. De voogd, die onmiddellijk eenige fchade veroorzaakt heeft, is tot derzelver- vergoeding in de eerfte plaats aanfprakelijk en de overige voogden niet: verder, dan voor het te kort ko= mende, het welk aan den eerstgemelden voogd niet kan wors den verkaald, ee Ren/ Art. 386.; Voor het gene de voogden, op last of met goedvinden van de weeskamer, of van het geregt, verrigt hebben zijn zij ‚niet aanfprakelijk, Tegen de weeskamer of het geregt zelve heeft:de gewezen pupil. nimmer eenige actie tot fchadevergoeding, dan alleen in het geval dat zij bedriegelijk, of met eene enverfchoonlijke achteloosheid, die met bedrog behoort gelijk gefteld te wor- den, gehanaeld hebben. Ârt. 388, ‚De actie van den minderjarigen tegen zijnen voogd, wegens zaken’ tot. de voogdij betrekkelijk, wordt geprefcribeerd door een tijdverloop van tien jaren, te rekenen van den tijd det meerderjarigheid.| NEGENDE TITEL: VAN FMANCIPATIE OF ONTSLAG UIT DE MAGT VAN OUDERS OF VOOGDEN. ‚Art. 389. Minderjarigen worden door het aangaan van een huwelijk uit de magt hunner.ouders of voegden ontflagen, oee En Art. 3904 Een van OU mo| Rd Mi Ede wal, pe Poen oel lkele vlonder Lori Van ‚den 0 men d beheer ook v rigbei iede 0 | Min ep zic cp enb binden VA Vor emligt het Nijzen van Dndfen, er le voogd fs erfge \voor het door de B verdeeld Wijk, ke heeft, Arakelijk, g. kort koe ikan wor enden van Wi zijn zij gewezen alleen in broonlijke Site wore o, wegens fird door B uid det EDE en e huwelijk jr. 399 Art. 390, Anns Een mfoderjarige„ ie&inmaal door: het húwetijk‘uit de mast. wan ouders of voogden ontflagen zijnde, en dit huwelijk nog ftaande den minderjarigen ouderdom; ontbonden worden- e, vervalt niet weder onder derzelver magt. 3 Art. 391. en „Minderjarigen worden ook ontflagen uit de magt vän-hüfne euders of voogden door het verkrijgen van brieven van venia actatis, bij den Koning of van zijnent wege verleend; Art. 39e.— IDIR ID: Jonge lieden, die den ouderdom van achttien jaren niet be- wijzen: vervuld te hebben, en: niet voorzien zijn” van. een goed getuigenis van het beftuur hunner woonplaats, nadat hetzelve de ouders of voogden te dier zake gehoord heeft; worden tot het verzoeken der brieven:van venia«iatis, in het vorig artikel vermeld, niet toegelaten ivoistoov 9855 vof „…Venia etatis{taat in hare gevolgen gelijk met den vervul- den ouderdom van drie-en-twintig jaren: dienvolgens beko= men de genen, die venia etatis verkregen hebben, het vrijs beheer en de volkomene befchikking over hunne goederên$ ook van dezulken, waarop een verband tot hunne meerderja= righeid gelegd was 5 ten ware duidelijk bleek„ dat de erflater ädar= mede eenen zekeren bepaalden ouderdom bedoeld-hadde,: 6 Art. 304. dd Minderjarige kinderen, met voorweten hunner ouderen op zich zelven wonende, en eenigen handel of trafijk in het orenbaar oefenende, worden in het aangaan van: ale de. ver- _ bindtenisfen, dien handel betreffende„ gehouden voor meer= derjarig, en ontflagen van de ouderlijke magt. PTENDE LALA VAN MEERDERJARICHEID EN VAN CURATELE, EERSTE HOOFDSTUK* VAN MEERDERJARIGHEID. fe Art, 995, ke Voor meerderjarigen worden gerekend jonge lieden, die den Suderdom van drie-enstwintig jaren vervuld hebben’, of eerder zijn geëmancipeerd. ts TWEE. A TWEEDE HOOFDSTUK, VAN COUR A TELE, os Art. 396. Meerderjarigen, die, wegens ziels- of ligchaams- gebreken, of om andere redenen, niet in ftaat zijn om hunne perfonen te befchermen„ of hunne goederen te beftieren, worden gefteld onder curatele, Art. 397e Dit gefchiedt door den: regter,en wel over het algemeen door den regter der woonplaats, het zij ambtshalve, het zij op verzoek van nabeftaanden of belang hebbenden, het zij eindelijk ten verzoeke van den perfoon zelven, omtrent welá ken deze voorziening noodig is. Art. 398, De redenen van eene curatele kunnen van dien aard zijn, dat ook tevens, tot voorkoming van ongelukken of merkelijke ongeregeldheden, een confinement, of opfluiting voor een? tijd, door den regter wordt gedecerneerd.| Ae Art. 399. Die zich bij een verleend confinement of curatele be- zwaard acht, mag daarvan komen in hooger beroep; maat inmiddels moet het verleende confinement of curatele voorte duren. Art. 400, Onder curatele worden gefteld: 19. Zinnelooze, razende of dolle menfchen 3 20°, Die, wegens doofheid, ftomheid, blindheid, ouders dom of aanhoudende ziekte, de curatele begeeren, of daarin toeftemmen 3 g9°. Verkwisters of doorbrengers van hunne goederen; en 49. Afwezenden, voor zoo veel hunnen boedel betreft. Art. gor. Tot curator ftelt de regter aan een zoodanig perfoon of perfonen, als hij tot de waarneming der curatele gefchikt oordeelt: zoo geene redenen daartegen zijn, geeft hij den voorrang aan de vrouw, of aan de nabeflaanden, Art. 409. „Niemand kan echter genoodzaakt worden, em zich met &cwaarneming van curatelen te belasten,| 3 É Art aop. ‘Out greerd beeke per noel a ln, f vel Nier opga gort gel jn Of zl mo Ns “D) gel te vi dea | In baan€ gele gun, |oorza helfon erde Na ne dan mog elo voort k D Ken (lea, (zis D: gebreken, Derfonen te len gefteld tt algemeen be, het zij bi, het zij wtrent weke b aard zijn, EL merkelijk E voor een 8 Heurgtele bee Boep; maar D atele voOrte yd, ouder. gyeeren, df gieren; el B) betreft perfoon 0 E-le gefchik eft hij de! 8 Mm zich fis € 63 J Art. 403. » Ouders, bij uiterften wil één of meer curateuren over hunnê meerderjarige kinderen, die, wegens ziels- of ligchaams= ges breken, of door afwezendheid, buiten Îtaat zijn om hunne perfonen te befchermen, of hunne goederen te beftieren, be- noemd hebbende, zal daarvan, dadelijk na het overlijden, aan den regter kennis gegeven en bevestiging verzocht work den, welke, naar bevind van zaken„ door denzelven zal wore den verleend. Art. 404. Niemand, behalve de echtgenoot en de nabeftaanden, in de opgaande of nederdalende linie, van den perfoon, die onder cnrafele gefteld is, is gehouden, langer dan tien jaren deze curatele waar te nemenz na welk tijdverloop de zoodanige zijn ontflag zal kunnen vragen, en een ander in zijne plaats zal moeten worden aangefteld. Art. 405. Van alle curatele moet openbare af kondiging gedaan worden; Art. 406. Ee Die geconfineerd, of wier perfoon en goederen onder curatele gefteld zijn} zijn onbevoegd, om zich deog; eenige handelingen te verbinden, op gelijke wijze als zulks ten aanzien van mina derjarigen plaats heeft, Art. 407. Handelingen of verbindtenisfen van perfonen, wegens gebrek aan of zwakheid van verftandelijke vermogens, onder curatele gefteld, vóór de afkondiging der curatele verrigt en aange gaan, kunnen vernietigd of gerescindeerd worden, indien de oorzaak. van het decerneren der curatele reeds klaarblijkelijk beftond, ten tijde dat dezelve handelingen of verbindtenisfen werden verrigt of aangegaan. Art. 408. Na iemands dood kunnen zijne handelingen of verbindtenig= fen in regren niet betwist worden, ter zake van zinneloosheid dan wanneer vóór zijn overlijden een curatele ever zijn perfoon mogt verzocht of verleerd zijn; tén ware het bewijs van zifie neloosheid uit de handelingen of acte der verbindtenis zelve voortvloeit, Ark 400. De pligt van den geftelden curator beftaat in het maken van inventaris, het gadeflaan van den perfoon onder curatele ga= fteld, en het befturen van zijne goederen, even als een voogd zulks omtrent den minderjarigen doet, Art. 410. en ie De curator moet acht geven dat de inkomflen der goederen van de a! € 64) van perfonen, die onder curatele, gefteld zijn, mede, voor zoo verre zulks noodig is, en gefchicden kan, ter verzachting van hua lot en bevordering van hunne herftelling befteed worden, RE Art. air, Zijne magt beftaat in het verleenen van adfiltentie zoo in als buiten regten 5 mits, in bet aanleggen van regtsgedingen, het aangaan van transactën, compromisfen, of bedenkelijke ver- | bindienisfen, en het vervreemden. of. verpanden van onroc- rende, en met dezelve ten dien aanzien gelijk geftelde goe-| deren, zich voerziende van des regrers autorifatie, op gelijke‘ wijze als een voogd daartoe verpligt is,” ve Arte 4re. IN Wanneer. de oorzaken der Ctiratele- ophouden, eindigt de= noet zelve; doch wordt niet te min door den regter, die de curatele geks verleend, heeft, de opheffing derzelve, mede bij. openbare af= ondiging, bekend gemaakt._ [ Art. 413. |„De, geftelde cuvator„is verpligt, telken jare aan het geregt rekening en vefantwoording van zijn gehouden bewind re doen„als mede, na heteindigen der curatele, eene algemeené. Get rekening en verantwoording te doen aan den genen, wiens £ vA curator hij geweest is, of aan deszelfs erfgenamen. dt Art. 414. eni Het falaris van curateuren wordt berekend op gelijken voet; ï als zulks ten aanzien van voogden plaats heeft, Ke Bil A Boe B. De pkigt en magt van eenen curator, dié. gefteld is om in too opgekomen, erfenisfen eenen …uitlandigen te vertegenwoordi-| gen, om eenen onheheerden boedel, waarvan de erfgenamen en onzeker zijn, te bewaren en tot effenheid te brengen, om Hen een’ verlaten boedel, die met fchulden beladen is, te behee- lk Î ren, eu foortgelijke, regelen zich haar den inhoud der aan î hem opgedragen commísfie, naar de bepalingen van bijzon- hi dere wetten en reglementen, en verder raar de algeïneene|t voorfchriften, omtrent voogdij en curatele, en„ met betrekking en tot vacerende erfenisfen, vastgefteld, he buiz gf dier U van : Voor plas 0 TWEE| Ii » Voor zon \Chting van Ì worden, zoo in als ngen„ het belijke ver. hùn_onroce elde goe: bp gelijke idigt des P curatele nbare-afs Bie geregt sewind ve algemeen,.— BE, Wick $ Ben voet, dis om in in woordie goenamen Rien, OM gi: behee- gder aan 5, bijzon ligefneene Kretickking € J| FWE DER EN VAN DE ZAKEN, EN VERSCHILLENDE WIJZIGINGEN VAN EIGENDOM. BE RS A FT EEP VAN DE VERDEELING DER ZAKEN. Art. 416,| Alle zaken of goederen worden verdeeld in roerende en wnroerende, 5 EERSTE HOOFDSTUK. VAN ONROERENDE GOEDEREN. Art. 417. Goederen zijn onroerende, ot uit hunnen aard, of door hunne beftemming„ of doòr het onderwerp, waarop zij wore den toegepast. … Art. 418. Ee Landerijen en gebouwen zijn, uit hunnen aard, onroerende goederen. dale _ Art. 419, Voor onroerende goederen. wurden mede gehouden boo- men en planten, die met hunne wortels in den grend vast zijn, als mede vruchten en veldgewasfen, die Log niet gee plukt, afgefneden of ingeoogst zijn. Art. 420. Beesten, door den eigenaar van land aan den pachter of meijer tot bet bearbeiden van het land gegeven, het zij ge- “waardeerd of niet, worden voor onroetende goederen ge. houden, zoolang dezelve, uit hoofde dezer overeenkomst, aan dat landgoed verbonden zijn. Art. 421. Buizen of goten, die tot waterleiding in een huis of andér erf dienen, zijn onroerende goederen, en maken een gedeelze uit van het erf, waartoe zij behooren. en Voorwerpen, welke de eigenaar van een erf daarop ge- plaatst heeft ten dienfte en tot de bearbeiding van hetzelve, behooren, uit hoofde van hunne beftemiming, tot onroeren= de goederen; dienvolgende zijn de na gemelde zaken, uit hoofde van derzelver beftemming, onroerende, in dat geval, Ë wane €66) wanneer, szij door, dent eigenaar ten dienfteren bearbeiding van zijn erf op hetzelve geplaatst zijn, als: „De beesten tot de bebouwing gebruikt wordende; he ‘De bouwgereedfchappens De duiven der duiventillen of duivenvlugten 3 4 De konijnen der konijnen-- bergen; GR Á De visfchen, die zich in de en bevinden 5 De flroo en-mest5 De perfen, ketels,‘kuipen, witten. gereedfchappen, tot eene fabrijk of trafijk, tot het ontgronden van veen landen, en dergelijke-ciijden‘behoorendes 1 À En eindelijk‘zoodanige roerende goederen … welke.„de eigenaar tot een blijvend gebruik bij zijn erf gevers gd heeft. t 4 Orts 483. Al wat aan onroerend goed aard- en nagelvast is, wordt voor een gedeelte, van hetzelve„ en«dus. voor onroerend goed gehouden. Beelden worden voor onroerende goederen gehouden, wan- neer zij in eene nis opzettelijk voor-dezelve gemaakt, ge- plaatst zijn; al ware het dat men zoodanige beel den daaruit konde nemen, zonder. dezelve te breken of te befchadigen. Art. 424. Reële actiën op onroerende. goederen, vruchtgebruik van onroerende goederen, fervituten op gebouwen en erven, en dergelijke, zijn onroerend, uit hoofde van het onderwerp, waar- op dezelven worden toegepast. JWEEDE HOO EDS TU KK VAN ROERENDE GOEDEREN, 3 Art. 425: Goederen zijn roerende, of uit derzelver aard, of volgens de bepalingen van de wet, Arte 426. Roerende goederen uit derzelver aard zijn dezulken, die van de eene plaats naar de andere vervoerd kunnen worden, het zij ze zich zelve bewegen, het zij ze door eene van buiten aankomende kracht bewogen worden, Art. 427. Door wetduiding zijn voor roerende goederen te houden: ‚ Alle perfonele aftiën, het zij dezelve betrekkelijk zijn te geldfommen of tot roerende en onroerende goe- GIEL | 2°, Al word koopn char ts a por D Jen| bellen Uitg De BE daar ereen Paper beding va Je; in, tot eent anden3 en | welké de d heeff, is, wordt gerend goed ouden, Wan: emaakt,{ ge- alden dapruit ‚hadiged. ebruik wan | erveny en weip, var JK, „of volgens ken, diejvan worden het e van biiten € houden anke f gerende Bot EM‘ Al (6 s°, Alle reële actiën op roerend goed 5 3°. Alle actiën, aandeelen, of interesfen in eenige-asfocias tiën, compagniefchappen„ focieteiten van commer- Cie, asfurantie, navigatie, reederijen, visfcherijen, binnen- of buitenlandfche fondfen, beleeningen„ en van alle andere handel, nering, beroep en bedrijf; zelfs wanneer onroerende goederen, tot deze onderneming be* trekkelijk, aan de voornoemde gemeenfchappen toebe= hooren; en; 4°. Wijders zijn door wetduiding voor roerende goederen tehouden alle obligatiën en andere effecten, zoo op het rijk en. andere mogendheden, als ten laste van bij- zondere perfonen, al zijn zij ook van een verband op onroerend goed voorzien, ‚Art. 438. Bouwftoffen, af komende van de af braak van eenig gebouw, of dezulken, die beftemd zijn om een nieuw gebouw te maken„. zijn roerende goederen, ERE Dezelve bouwftoffen, tot danbouw zijnde gebruikt geworden„ houden daardoor op roerende goederen te zijn, Art. 429. De fpreekwijze van roerende goederen wordt in de gemee- ne zamenleving dikwijls in een’ meer engen zin genomen, en worden als dan het gereed geld, infchulden, edele gefteenten koopmanfchappen, en verzamelingen, de kunften en weten« fchappen betreffende, daaronder niet begrepen. Art. 430. ze Onder de benaming van meubelen is begrepen al het geen tot gebruik en verfiering der vertrekken van een huis dient, als tapijten, bedden, ftoclen, fpiegels, pendules„tafels, porfeleinen, aardewerk, en dergelijken. 4 De fchilderijen, prenten en beelden zijn niet onder meubce len begrepen, dan wanneer zij tot verfiering van een vertrek beftemd zijn, doch niet wanneer zij eene verzameling moeten uitmaken. Art, aat. De verkoop, fchenking of making van een huis, met al het geen daarin gevonden wordt, is alleen betrekkelijk tot de daarin zijnde meubelen, en moet niet worden uitgeftrekt tot gereed geld, of tot infchulden en andere regten. waarvan de Papieren en befcheiden in dat huis bewaard worden, Bas. DER. tig verkregen regt hebben. je C 6 Y DERDE:-H:-0:0: E-D:S:T:U:KG*à VAN DE GOEDEREN, IN BETREKKING TOT 8 DERZELVER BEZITTERS. Art. 432. Een ieder heeft de vrije befchikking over de goederen, die hem in eigendom tocbehooren„ onder de wijzigingen of modifi- catiën, door de wet vastgefleld: het beftuur en de vervreem- ding der goederen, welke niet aan bijzondere perfonen behoo- ren, moeten naauwkcurig.inger'gt worden naar de vormen en regelen, die voor dezelve in het bijzonder bepaald zijn. Art. 433. De wegen, rij- en gangpaden, die tot laste van het rijk zijn, de bevaarbare flropmen en rivieren, de ftramnden van de zee, de havens en reeden, en in het algemeen alie gedeelten van Hollands grond, welke voor geenen uitfluirenden eigendom vatbaar ziju, worden onderhoorig geacht aan de publieke do- meinen. Ärt. 424 Alle duinen en heiden, voor zoo verre Ae riet aan eneen in eigendom zijn uitgegeven, behooren aan de plntleke do= meinen. Art. 435. Alle vacerende en verlatene vies Ld behooren medê tot za pugache domeinen. Art. 436. De poorten, muren, grachten en wallen van vestingen, of verfterkte teden en plaatfen„ zijn wijders gedeelten der pu- blieke domeinen. Art. 437.$ Gemeente goederen zijn dezulken, op wier. inkom{ten of eigendom. de inwoners van eene of meer gemeenten een wete Art. 438. De betrekking tot de goederen ‚ die iemand bezit, beftaat in shet regt van eigendom, bezitregt, fegt vii genot,‘en in regt van dienstbaarheid of fervituutregr. hekele kelk Were Tiels k VAN EIGENDOM Art. 430.| Eigendom is het regt Om van cenige zaak het vrij genot te heb- EE a Ee Ed eb nit vt {0 iP hop (hat A tig zaal Ui in, die modifie dvreem- ibehoo- men en iet rijk han de echten gigendon cieke do- anderen deke doe > tot de eN of jder pur gimften df geen wet Sd EER NE E heffaat if Dj in regt ond Cn Dd hebben, en- daarover naar goedvinden te befchikken 5 mits niet handelende tegen de wetten, noch verkortende het regt van een’ derden. É: Art. 440. f Niemand kan genoodzaakt worden afftand te doen van zijn’ eigendom, dan ter zake van het algemeen belang, en tegen voor- afgaande billijke fchadeloosttelling. Att. agt. Het regt van eigendom is volkomen of onvolkomen, Art. 442. Het volkomen regt van eigendom bevat in zich alles, wat door eene zaak wordt voortgebragt„, als mede al het geen zich daarmede door de natuur of door de kunst vereenigt. Art. 443. De. Het regt van eigendom is onvolkomen, wanneer het, na ver- joop van zekeren tijd, of door het vérvallen van zekere conditie, ftaat ontbonden te worden, wanneer het goed met eenig reëel egt ten behoeve van anderen bezwaard is, of wanneer het be- flaat in eenen blooten eigendom, afgefcheiden van het vrucht- gebruik, het welk aan een ander toekomt, EERSTE HOOFDSTUK VAN HET REGT VAN ACCESSIE OP HET GEEN DOOR DE ZAAK WORDT VOORTGEBRAGT, Art 444 Alle vruchten der aarde„ het zij door de natuur alleen, of gepaard met menfchen hulp, voortgebragt 5 Alle civiele of burgerlijke vruchten; En eindelijk jongen, die uit iemands beesten worden gebge= ‘ren, behooren door het regt van accesfie aan den eigenaar. ve dAtte 44de we co Die enkelhet bezit heeft eener zaak, zonder daarvan eige= naar te zijn, krijgt geen regt op de vruchten, dan wanneer hij de zaak bezit ter goeder trouw; doch, in geval van bezit ter kwader trouw, kan de eigénaar van hem, met de zaak zelve, tevens alle de vruchten terug vorderen,/ AE AO De vruchten eener zaak behooren niet anders aan deu eigenaar, dan onder den last om de kosten van ploegen, zaaijen„ enarbeiden, door een’ derden perfoon daaraau verrigt; aan denzelven te vergoeden, E 3 f| TWEE eN Cf) TWEEDE HOOFDSTUK. WAN HET REGT VAN ACCESSIE, TEN AANZIEN VAN HET GEEN ZICH"MET DE ZAAK VER> ZENIGT, EN MET DEZELVE EEN GEHEEL UITMAAK Te | Art. 447. Al wat zich met eene zaak zoodanig vereenigt, dat het met dezelve flechts een enkel geheel uitmaakt, wordt het eigen= dom van den geen, aan wien de principale zaak toebehoort, en zulks achtervolgens de regelen, welke hierna worden be- paald, Art. 448, De aanwasfen, welke eene rivier, ongevoelig, en van langza- methand, aan de aanpalende landen heeft aangefpoeld, komen als een accesfoir aan den eigenaar van die landen, Art. 449. Indien echter het geweld van den ftroom een ftuk van een Jand aan het land van een ander heeft aangeworpen> Op ZOO- danige wijze dat dit ftuk te herkennen is, behoudt de eige- maar van dir fluk den eigendom; onder die bepaling, dat ‘hij gehouden is hetzelve binnen het jaar te reclameren; na werloop van welken tijd hij in zijne reclame niet meer ont- wankelijk is, ten ware de eigenaar van het land, waarmede het fluk vereenigd is, nog geen bezit ván hetzelve geno- „men had, Wanneer twee zaken, aan onderfcheidene eigenaars toebe- ‘hoorende, zoodanig met elkander vereenigd zijn, dat zij een geheel uitmaken, behoort echter-het geheel aan den eige- naar van de principale zaak niet anders, dan onder den last van aan den ander de waarde van de accesfoire zaak te m8 Aen vergoeden, Î Art. ast. Voor de principale zaak wordt gehouden die gene, maarmede eene andere zaak is vereenigd, en die een” beter gebruik, meerder fieraad, aanvulling„ of dergelijken, vit dee zelve trekken kan, Art. 45e, Deeigenaar van de accesfoire zaak, die, buiten zijn weten, met de principale zaak van een ander vereenigd is, doch gevoegelijk van dezelve weder kan worden afgefcheiden, is, gee goedvindende, bevoegd, om die affcheiding, en de terug- gave van Zijne accesloire zaak, te vorderen, Nee CHE EN ETE om NRE hai Ind hem heeft foor! dend enn V der 0 oudt War aak aan é elan felen deel in den \ zend foor ofd en die gent hoer bnr Art. 453 ZIEN ER lat met eigen. hoort, In bee MZ komen Evan een Top Z00- E: pde eige- Bog, dat Een; na Beer Ont| De Zend. af: toebee etat zij jp cige- sn last zie mod 5 gene, En beter 5 U dee — doch Sn, 5) pi; tergr rt, 453 Art. 433.* Indien een kunftenaar, of iemand anders, van eeneftoffe, die hem niet toebehoort, éene nieuwe foort van zaak gemaakt heeft, heeft de eigenaar der ftoffe de keus, om die nieuwe foort te reclameren; mits de kosten der bearbeiding vergoe- dende, of wel die nieuwe foort aan den maker over te läten, en van hem vergoeding der gebruikte toffe te eifchen; zon- der onderfcheid, of de ftoffe al dan niet gefchikt is om hare oude gedaante weder te kunnen aannemen. Ke e Art. 454.|| Wanneer de ftoffe, die tot het maken van eene nieuwe zaak gebruikt is, gedeeltelijk aan den maker, en gedeeltelijk aan een Ander toebehoort, en niet weder gevoegelijk van elkander kan worden afgefcheiden, is die nieuwe zaak tus- fchen beiden in het gemeen, naar evenredigheid van elks aan- deel in de ftoffe, de kosten van bearbeiding, aan de zijde van den maker, daarbij gerekend. Art. 455. Verfcheidene ftoffen, aan verfchillende eigenaars toebehoo. rende, onder elkanderen gemengd, en daardoor eene nieuwe foort van zaak gemaakt zijnde, wordt onderfcheid gemaakt, of die ftoffen weder gevoegelijk kunnen worden afgefcheiden, en dan is men bevoegd de verdeeling te eifchen, dan wel of die ftoffen’ niet gevoegelijk affcheidbaar zijn, en dan is de gemaakte nieuwe foort gemeen, naar evenredigheid van de hoeveelheid„ hoedanigheid en waarde der ftoffen, aan elk hunner toebehoorende, he Art. 456. Indien de ftoffe, aan éen’ der eigenaars toebehoorende, die van den ander in waarde verre overtreft, kan de eigenaar der waardigfte toffe“de nieuwe gemaakte foort voor zich re- clameren; mits de waarde van de andere ftoffe vergoedende,| Art. 457. Fen van beiden de gemeenfchap, in de vorige artikelen vermeld, willende doen eindigen, moet het goed ten gemee- nen voordeele in het openbaar verkocht worden.— Art. 459. 5 Die eenige ftoffe, dan een ander toebehoorende, buiten deszelfs weten gebruikt heeft, is niet alleen tot teruggave van die floffe, zoo zij affcheidbaar is, maar ook tot vergoc- ding van kosten, fchaden en interesfen, gehouden. E 4 DER DER AB AL REL, VAN:BE ZITREG Te Art. 439. Die eenige zaak of regt, voor de verkrijging van eigendom vatbaar zijnde, alhoewel hij zelve niet bewezen is eigenaar te zijn, door zich zelven, of door een’ ander’ in zijnen naam, onder zich heeft of geniet, met oogmerk om die zaak of dat regt te houden, wordt geacht daarvan bezitter te zijn. Die het oogmerk van eene. zaak of regt voor zich te be- houden niet heeft, wordt niet gehouden in het eigenlijk be- zit derzelve te zijn, offchoon hij de zaak onder zich hebben mogt. tie Art. 461.: Bezit heeft ten gevolge„ dat de bezitter voor eigenaar wordt gehouden, en in het bezit mag blijven, tot dat een ander den eigendom geregtelijk heeft ingewonnen. eer AML H0as Bezit, eenmaal verkregen zijnde, wordt behouden door den enkelen wil om te blijven bezitten, fchoon men de dade- lijke detentie der zaak is kwijt geraakt, mits binnen het jaar de noodige regtsmiddelen gebruikende, om daarin gemaine tirieerd te worden. Art. 463. De bezitter wordt gerekend het bezit te blijven behouden, goed gebruikt, of hetzelve onder zich heeft. Art. 464, Met zijnen wil verliest men het bezit door volkomen over- gifte van de zaak aan een ander, als mede door het bezit te î verlaten en weg te werpen. | Art. 465. Niemand mag, zonder regterlijke tusfchenkomst, buiten het bezit gefteld worden. Indien hij, fchoon op grond van een beter regt, op eigen gezag uit het bezit geftooten wordt, „moet zulks eerst herfteld worden, eer het onderzoek van dat beter regt in aanfchouw komen. kan; mits deze herftelling’ binnen het jaar door gepaste regtsmiddelen gevorderd-zij. Art. 466. De wijze, waarop bezit door verjaring in volkomen’ eigen- dom overgaat, wordt behandeld bij den titel van pre- feriptie, en. “VIER: fchoon een ander, met zijnetoeftemming, of op zijnenlast, het vaN Vru vrucie Ware Vruch neig Vr der z Vm gende 1E De uche rg det n eigende (s_eigeny ten naam zak of da jn ch te bes genlijk bes ch hebben aar worde, ander dend on ouden doo en de dader, zen het IN u gemaïn schouder, nlast, het men overs nt bezit t , buiten lié nd van& ten wordt van dat bet ling’ binne pien ge van pr | _plER „ resfen van kapitalen. 6 123 2 PIER DAF IT E be VAN VRUCHTGEBRUIK OF LIJFTOGT, VAN GE BRUIK, BEWONING, TIENDREGT) REGT VAN OPSTAL, EN CIJNSREGT. EERSTE HOOFDSTUK. VAN VRUCHTGEBRUIK OF LIJFTOGT,. Art. 467. Vruchtgebruik is het regt om van eens anders goed de vruchten te trekken, als, of men zelf eigenaar daarvan ware; mits zorgende dat de zaak zelve in wezen blijft. > Art. 468. Vruchtgebruik wordt verkregen, òf door den wil van den eigenaar, of door de wet. Art. 469.| Vruchtgebruik kan@aargefteld worden, of zuiver, of one der zekere voorwaarden„ of voor eem’ zekeren tijd, | Art. 470. Vruchtgebruik kan zoo wel van roerende, als van onroe- rende goederen worden toegeftaan, ERS ne VAN DE REGTEN VAN DEN VRUCHTGEBRUIKER, a Art art De vruchtgebruiker is in het algemzen geregtigd, alle de vruchten te genieten, die van bet goed, waarvan hij het „vruchtgebruik heeft, voortkomen, het zij de natuurlijke, het zij de burgerlijke, het zij de vruchten van nijverheid, Art. 472, Natnurlijke vruchten zijn de genen, welke de aarde van zelf voortbrengt,‘als mede de producten en de jongen van beesten.: Vruchten van nijverheid, die uit den grond getrokken worden, zijn de genen, welke men door cultuur of landbouw— verkrijgt. Art. 473. Burgerlijke vruchten zijn de huren wan gebouwen, van landerijen, en van andere panden3 mitsgaders renten en inte= E 5 Art. 474. CM ID) Art.-474.| De natuurlijke vruchten en vruchten van nijverheid, die, bij dert aanvang van het vrüchtgebruik, nog niet geplukt of afgefneden zijn, behooren aan den vfuchtgebruiker, Kn De nog niet geplukte:of nog niet afgefnedene, bij het eindigen van het vruchtgebruik, behooren aan den eigenaar; zonder dat deze iets wegens de kosten van het bearbeiden of zaaijen verpligt is te vergoeden./ je Att. 475. De burgerlijke vruchten worden daarentegen gerekend, met den dag te beginnen en met den dag te eindigen. Van fcheepsportiën worden twéé derden van de tijdelijke uitdeelingen voor vruchten, en één derde voor hoofdfom ‘gerekend3 waartegen oók weder in de tijdelijke bijlagen twéé derden door den vruchtgebruiker, en één derde door den eigenaar, na het eindigen van het vruchtgebruik, gedra- gen moeten worden. ATB 457 De opbrengst van uitgeveende en uitgegravene landen,‘en van fteen- en zandgroeven, wordr geheel voor hoofdfom ge« rekend, en blijft als zoodanig aan den eigenaars behoudens aan den vruchtgebruiker het genot der renten, die daarvän af komen, Ô Ate, A98 Indien vruchtgebruik plaats heeft omtrent zaken, die met het gebruik te niet gaan, als geld, koren, en dranken, heeft ‘de vruchtgebruiker het regt om dezelve te gebruiken;s mits, bij het eindigen van het vruchtgebruik, eene gelijke hoeveel- heid, hoedanigheid en waarde, of wel den prijs van dezel- ve, terug gevende, Art. 479. Het vruchtgebruik van eene lijfrent geeft aan den vruchtge- bruiker, gedurende het vruchtgebruik, het regt om de ver- fchenen renten te beuren, zonder tot eenige teruggave vere pligt te zijn. de E Art. 480, Vruchtgebruik plaats hebbende omtrent zaken, die, zonder “dadelijk te niet gaan, door het gebruik verflijten, of in waar- ‘de verminderen, geeft aan den vruchtgebruiker het regt, om dezelve te gebruiken tot die einden, waartoe zij gefchikt zijn. Bij het eindigen van het vruchtgebruik, is de vruchtgebrui- ker verpligt, dezelve terug te geven in den{taat, waarin zij zich bevinden; mits niet door misbruik of kwade trouw van den vruchtgebruiker verfleten of in waarde verminderd zijnde. a | Vrofgebr Yan bos _f joi v00 Foor der fe opbe het vre De wil De wm ale de re Val over Ó igenaa vre Wat bar eige | Soli En| whe die, Van bosfchen, en‘ander HOurdewal is het week- en kap-e st Slikt hout voor den vruchtgebruiker, en zijn de opgaande boomen U|“ voor den eigenaars. zoo echter, dat de vrüchtgebruiker van ene, b lede opbrengst van de verkochte opgaande boomen, zoo lang len elghaarhet wruchtgebruik duurt, de renten trekt, tbeartkida De vruchtgebruiker is verpligt, zich, ten aanzien van het kappen, te gedragen naar de gewoonte en het ftandvastig- gebruik der eigenaars; zonder voor zich of zijne erfgena= ekend, meumen fchadevergoeding te genieten, wegens. het geen hij ge= durende het vruchtgebruik mogt nagelaten hebben op zijn’ tijd te kappen. de jn Boomen, welke kunnen getrokken worden uit eene boom- jr hoofdfakweekerij, zonder dezelve te bederven, behooren mede tot ike bijlagthet vruchtgebruik; mits de vruchtgebruiker zichsomtrent de derde dooweder-aanvulling gedrage naar de plaattelijke gewoonten. uik, gedra. Jd Art. 482, Boomen, die gedurende het vruchtgebruik fterven, en die, welke bij toeval afbreken of uit den grond gerukt worden, ne lande, szijn voor den vruchtgebruiker; welke echter verpligt is ande- hoofdfom gre boomen voor dezelve in plaats te zetten, r; behopden Art. 483. die diva De vruchtgebruiker mag niet alleen het geel zelf gebrui- ‚ken, en door zijne huisgenooten laten gebruiken, maar hij is ook geregtigd om het genot der vruchten, door verkoop, en, dé mverhuring, of anderen titel, aan een’ derden over te doen; ranken jheïzoo nogtans, dat het regt van vruchtgebruik met den dood ken; miivan den vruchtgebruiker, die dit genot heeft overgedaan, lijke hoevelzindigt. s van dez Art. 484. __ Het vruchtgebruik ftrekt zich ook uit tot den aanwas, waar- nede de goederen, gedurende het genot des vruchtgebrui- len vruchtgxers„ vergroot worden. tom de ve k Art. 485, 5 eruggant VE De vruchtgebruiker heeft in het algemeen het genot van Île de regten, die den eigenaar toekomen; als van fervituut„ ran overgang, en alle anderen, en hij geniet deze regten als … die zondte eigenaar zelf, 1, of in wat D 5 Kas Art. 486. a hetregt,or De vruchtgebruiker heeft de goederen, waarvan hij het sfchikt zijn/ruchtgebruik geniet, onder zijne eigene beheering; ten ‘yruchtgebaWare daarover een ander tot adminiftrateur is gefteld. at, wadrin? De& î Art. 487.}| nde trouw e eigenaar is gehouden den vruchtgebruiker het vrucht. minderd gebruik der goederen te laten genieten, zonder hem daarin At 4| eenie KC 26>} eenige belemmering te veroorzaken; alle belet, daarin door den eigenaar toegebragt, verpligt hem. tot(chadevergoe- ding. Art. 488. De vruchtgebruiker mag dâarentegen, na het eindigen van het vruchtgebruik, geene fchadevergoeding eifchen voor eenige verbetering, welke hij vermeent gedurende het vrucht gebruik gemaakt te hebben; al ware de zaak door hem ook wezenlijk in beteren ftaar gebragt. Hij hem aan of op het gebruikte goed gemaakt of gebragt is, wegnemen of doen wegnemen, wanneer alles ongefchouden in zijnen vorigen(taat kan worden herfteld, TWEEDE AED/EEEIN G. VAN DE‘VERPLIGTINGEN VAN DEN VRUCHTGEBRUIKER, De vruchtgebruiker moet de zaak aanvaarden in den ftaat be) B| waarin dezelve zich bevindt, en is in het algemeen verpligt, om de goederen, als een goed huisvader, te gebruiken; zorg dragende dat dezelve nietin verval getaken of verloren gaan; alle verzuim„ hierin door hem gepleegd, felt hem tot vergoe, ding van fchade aanfprakelijk. Art. 490. De vruchtgebruiker, de goederen, waarvân hij het vrucht: 5 E] 5 E) Ì gcbruik heeft, onder zijne eigene beheering hebbende, ís gehouden tot bet maken van ftaat en:mventaris derzelve goe geren, in tegenwoordigheid van den eigenaar, of na den zelven daartoe geroepen te hebben, en met uitdrukking van de waarde der goederen, welke door deskundigen begroot moeten worden, en is voorts gehouden tot het ftellen van zekerheid, dat hij de goederen niet anders dan naar behoo: ren gebruiken zal, en dat hij, na het eindigen van het vruchtgebruik, de goederen zelve, of, in het geval hier voren artikel 478 vermeld, de waarde van dezelve aan den eigenaaf erug geven zals alles, ten ware hij, bij overeenkomst of test: ment van de werpligting tot het maken van inventaris, of ‘bet ftellen van zekerheid, is vrijgefteld; zullende mede aan de verplig:ing tot het ftellen van cautie niet onderworpêéll worden ouders, welke het vruchtgebruik van de goederen hunner kinderen hebben, noch eok iemand, die zijn goed B aan j of zijne erfgenamen mogen ecliter alles, wat’er door geen° devan De vr vergell, Fis verl order gone geheid srertië onkrhou Bui “re en dn dike “Cehadem: f 77) \ aanteen ander verkocht of gefchonken heeft, onder voorwaar- et eindigen de van het vruchtgebruik van dit goed te blijven genieten. eifchen Art. 491. de hert De vruchtgebruiker, die, in bet geval bij het vorige artikel door hem vermeld, buiten ftaat is de vereischte zekerheid te ftellen; js verpligt te gedoogen, dat de goederen gebragt worden. wat’er jonder eene geregtelijke adminiftratie, tot tijd en wijle hij die f gebrag: zekerheid gefteld zal hebben. ongefchu Art, 492. Aan den vruchtgebruiker kan, in geval van adminiftratie, door den regter worden toegeltaan, om een gedeelte van de vG onroerende goederen, naar bewind van zaken, tot zijn gebruik VG te mogen onder zich houden; mits daarvoor cauue ftellende, die ook, naar aanleiding der omftandigheden, in eene juratoire Sper Camie zal kunnen beftaan, en voorts onder den last om de-. |‘zelve goederen, bij het eitrdigen van het vruchtgebruik, weder op te/léveren en têrug te gëven. Art. 493. Eide De vruchtgebruiker die vertraagt de vereischte zekerheid BOCH ge ftellen, verliest echter daardoor de vruchten niet, waar e emeen Vel 4: Ee ie E e Hihi: toe hij geregtigd was; dezelve zijn hem verfchuldigd van het Ko oogenblik af, dat het vruchtgebruik een’ aanvang neemt. Art, 49: gem tot ve. 49 be In de bepaling wat al dan niet onder vruchtgebruik begres pen is, en welke Jasten voor rekening van dea vruchtgebrui- Gt het w ker komen, moet eerst en vooral worden ingezien, wat daar il bebbend omtrent bij de aston RODE ee uiterften wil is vastgefteld. il degen De vruchtgebruiker is, Hodr velo verre het tegendeel niet Ik en bij overeenkomst of testament is vastgelteld, verpligt de ge- gpiecruk ii wone reparatiën tot onderhoud te doen, als mede te vergoë- gndEen W den de fchade„die, door zijn gepleegd verzuim in het niet pj het el doen van deze reparatiën, veroorzaakt zouden mogen zijn. gran DAS Buitengewoon zware reparatiën blijven ten laste van den digen W eigenaars ten ware dezelve veroorzaakt zijn door verzuim gev hiet van het gewoon onderboud, gedurende der tijd van het ei den Os yruchtgebruiks in welk geval ook de buitengewoon groote gekonst Ol veparatiën ten laste komen van den geen, die het gewoon v wet onderhoud verzuimd heeft. et Art. 496. t onder Buitengewoon groote Ks jde zijn die van zware mu- gan de EO” ren en gewelven, het leggen van nieuwe balken, geheele 5, die ON daken,-en dergelijke; andere reparatiën worden als gewoomr 5 onderhoud gerekend,|| Art. 49%. Noch de eigenaar, noch de vruch te herbouwen het geen door ouderdom is ingeftort, of door CC 3 Art. 497: een onvermijdelijk onheil vernield is. Art. 498. Ö tgebruiker, is gehouden De vruchtgebruiker is gehouden, gedurende het vrucht. gebruik, voor zijne rekening te nemen de jaarlijkfche las ten, waarmede het goed bezwaard is, en die in het gemee. ne leven als lasten der vruchten worden aangemerkt. | Art. 499. … De lasten, op den eigendom van het goed, gedurende het vruchtgebruik, gelegd, worden-door den vruchtgebruiker en den eigenaar gedragen, in maniereals volgt: 4 De eigenaar is verpligt de betaling dezer lasten te doen, doch de vruchtgebruiker moet hem de interesfen der uitge fchotene penningen vergoeden: Indien de vruchtgebruiker de penningen„tot die betaling bee noodigd, heeft voorgefchoten, kan hij, bij het eindigen van het vruchtgebruik, de kapitale eifchen. Art, zoo. fomme zelve terug Tot betaling wan fchulden of lasten, waarmede het goed, bij den aanvang van eenig bijzonder daarop gefteld vruchtge- bruik; bevonden wordt bezwaard te zijn, is de vruchtgebrui ker. niet gehouden. Het goed daarvoor aangefproken wor dende, heeft de vruchtgebruiker zijn verhaal op den eige naar. _ Proceskosten van den vruchtgebruikers. doch die den eigendom betreffen tot laste van den eigenaar. over het Ast.zor. Art. 502, vruchtgebruik omen tot laste Wanneer„ gedurende het vrucntgebruik, door derden eenigs aanfpraak‘op het regt van den eigenaar wordt gemaakt, of het goed zelve wordt aangetast, is de vruchtgebruiker gehou- den, om daarvan aan den eigenaar kennis te gevens zijnde de vruchtgebruiker, bij gebreke van dien, verantwoordelijk voor de fchade, welke daaruit voor den eigendar kan ont ftaan, even als of hij zelf het nadeel had toegebragt. Die het vruchtgebruik van eenig beest heeft, is, wanneer Art, 503. hetzelve, buiten zijn toedoen, flerft, niet verpligt een ander in plaats van het geftorvens terug te geven, noch’er de waarde van te betalen,| Art. 504 In! der toevd gat, gie! | Vr 1, 9, TS gel: eftort of: e het ven ar lijk(che! in het ger neikt, gedurend! gebruike: ven te dot en der uit ie hetalin: j het eid je zelve t Bede het f prlteld vruct je vrucht pefproken jl op den: Bier tot| dom betre FB: derden et Rit gemaakt bruiker 8: B, gever;& B rancwoord 5 naar kan eragte IK) is, ki pligt een: n noch? Art; C 62 J In. geval van vruchtgebruik vaneen troep. of kudde beesten, is de vruchtgebruiker, wanneer de. kudde door fterfte„ of ander toeval, buiten deszelfs fchuld, geheel of ten deele verloren gaat, niet verder aan den eigenaar gehouden„dan. tot overe gifte van de huiden of vellen, of van derzelver waarde. mna DERDE BA EELEN G, HOE VRUCHTGEBRUIK EINDIGT aller! Vruchtgebruik- eindigt: 1e. Door den dood van den vruchtgebruiker3 29, Wanneer de tijd of voorwaarde, tot of onder welke het- zelve toegeftaan is, verloopen of vervuld is 3 g°. Door vermerging, wanneer de bloote eigendom en het vruchtgebruik zijn gekomen in dezelfde handeu3 4°. Door gedanen afftand van den. vruchtgebruiker ten behoeve van den eigenaar 5 5°. Door verjaring, wanneer de vruchtgebruiker, geda- rende dertig jaren, van zijn regt geen gebruik gemaakt beeft 5 en 6°. Door den geheelen ondergang der zaak, waarop het vruchtgebruik is gevestigd, Art. 506. ‚ Vruchtgebruik, het welk niet aan particulieren of bijzon- dere perlonen is toegeftaan, duurt niet langer dan dertig jaren. Art. 507, Vruchtgebruik aan iemand toegeftaan, tot dat een derde zekeren ouderdom zal bereikt hebben, duurt voort tot dat tijdftip, fchoon deze derde vóór, den bepaálden tijd mogt Overleden zijn. Art s68, ee De verkoop van eene zaak, aan vruchtgebruik onde maakt \ C 8e)| maakt geene verandering in het regt van den vruchtgebruie De ker} deze blijft het vruchtgebruik genieten, ten ware hij Ee daarvan uitdrukkelijk affland mogt hebben gedaan...| aijn Art. sog. a 2 Het goed flechts gedeelrelijk verloren gegaan zijnde, blijft h het vruchtgebruik ten aanzien van het overgeblevene gedeelte ee voortduren. Be gie" ij Art. 510. prs Het goed door herbouwing weder in den vorigen flaat|\ ig herfteld zijnde, herleeft het vruchtgebruik op hetzelve. pele in Art. 5 ite ols Indien het vruchtgebruik alleen op een gebouw gevestigd is, en dit gebouw door brand, of andere onheilen vernield Ij: wordt, of door ouderdom inftort, heeft de vruchtgebruiker f Ht | het genot niet van den grond, noch van de bouwttaffen. Ì | Indien het vruchtgebruik gevestigd is op een ftuk goed, Wi, waarvan het gebouw een gedeelte uitmaakte, blijft de vruchte| hete gebruiker in het genot van den grond en van de bouwftoffen. Ee TW EEDE-H-O O0 EF:D-S-T. UK. L_ re | worde 5 VAN GEBRUIK EN VAN BEWONING, Die Art. 512 té van De regten van gebruik en van beworing worden verkre. f dn r gen„ en verloren, op dezelfde wijze als het vruchtgebruik, Tib d Art. 513. Kahn Men kan daarvan, even ais in geval van vruchtgebruik, hi geen genot hebben, daa na beworens zekerheid gefteld, en f ar |__ftaat en inventaris gemaakt te hebben. ele , Ait. 514, De gebruiker, en hij die het regt van bewoning heeft, zijn verpligt zich, ten aanzien van het gebruik en de bewoning, té gedragen als goede huisvaders, 5| Art. 515. he De regten van gebruik en van bewoning worden geregeld door den titel of ace, waarbij dezelve zijn tocgeltaan, en krijgen, achtervolgens de in dezelve ac;e voorkomende bepa- Ë ngen, cene meerdere of mindere uitge{trektheid.[ Art, 516. Indien geene bepalingen omtrent de uirgeftrektheid van f- deze regten gemaakt zijn, worden dezelve geregeld op de volgende wijze; lend, Art. 517. vruchtgebr. ten ware| an, kwijnde, blj vene gede korigen fl lelve, dv gevesti Wen vernid t hrgebruik affen, 3 Ank emf it de vaar YIN orden. vet ey:hrgebruik ruchtgebrt ag gefleld, ong heeft! bewoning rden ger: oegellaan, Ei| pmende bi Di) grtrchtheid Sregeld 0 Art. 517: Die het gebruik heeft van eenige zaak„ geniet de vrächiten van dezelve niet verder, dan: zijn eigen nooddruft ‚en die van zijn huisgezin zulks vorderen. Art. 518. Ten aanzien van beesten, heeft de bruiker het regt om daarmede zijn werk te doen, cn de melk, voor zoo verre zijne behoeften en die van zijn huisgezin vorderen, als mede de mest te gebruiken; doch, hij heeft g geenszins het genot: ‘van de wolle, of de jongen der beesten of van de melk, welke hij voor zijne behoeften, en die van-zijn gezin niet noodig hecft. Art. 519. De gebruiker kan zijn regt aan een ander niet afftaan, noch verhuren. f Art. 520, Hij, die het regt van bewoning van een huis heeft, kan hetzelve bewonen met zijn huisgezin, al ware het, dat hij op het tijdftip, waarop hetzelve regt hem werd toegeftaan; niet gehuwd geweest was, Art. sar. Het regt van bewoning kan niet afgeftaan, noch verhuurd worden. Art. 520, Die een huis in bewoning heeft, en hij, die alle de vruchs ten van land, zonder eenige uitzondering g, gebruikt, zijn beie den gehouden de gewone reparatiën tot onderhoud, de betas ling der lasten en de kosten der cultuur of bebouwing, even als cen vruchtgebruiker, te dragen. Indien de gebruiker van land alleen een gedeelte der vrùch. ten gebruikt, is hij flechts verpligt in die lasten en koste te dragen, naar mate van het geen hij geniet. DERDE HOOFDSTUK VAN TIENDREGT, REGT VAN OPSTAL, EÉN CIJNSREG T. B Bak SFB AAR De EkalerPN GC. VAN TIENDREG Ts Art. 593: Tienden zijn, of grove, die van granen- en zaden sof F mal. fmalle, die wan gewasfen en moeskruiden, of krijtende tien- den, die van de jongen van allerlei vee geheven worden. d n Art. SQAe De tienden worden gerekend te beftaan in hettiende gedeelte der vruchten, zoo als die uit de hand vallen, zonder dat de tiendheffer de beste kiezen, of de tiendpligtige de flechtfte geven mage\ Art. 525. De tiendpligtige mag, vóór de voldoening der tienden, geenè vruchten van het veld vervoeren; bj is dus verpligt den tierndhcffer aanzegging te doen, dat zijne tiende. fchoof gereed ftaat, en dat hij die zal hebben wegtehaleu. De tiendheffer daarvan in gebreke blijvende, doet de tiend- plistige, ten overftaan van twee zijner geburen, of van twee andere neutrale perfonen, aanwijzing van de gereed zijde tienden, laat dezelve voor den, tiendheffer op het veld ftaan en gaat met de inzameling zijnef vruchten voort. Art. 526. De tiendheffer is„ des begeerende, bevoegd omde tienden, die hem opgebragt moeten worden, voor één of meer jaren aan anderen, hetzij in het openbaar, ketzij uit de hand, te verkoopen of te verpachten. et rest om tienden te helfen wordt verloren: 19. Door het vergaan van het goed; 2°, Door vrijwilligen aff{tand; 3°. Door overdragt aan een ander 5 4°. Door vermenging der regten van den tiendheffer en’ den tiendpligtigen; en 5°. Door ongebruik gedurende dertig jaren, Art. 528. Het geftatucerde bij deze afdeeling zal geen hinder kunnen toebrengen aan het geen de wet nader, ten aanzien van de tienden, zal bepalen. TREED ARDEELING. t VLAN REG T- VLAN OP ST ALe Art. zag. Regt van opflal is het vermogen, om op eens anders grond één of meer gebouwen” te mogen tiellen, of heb- ben„ en dezelve te-mogen gebruiken, Art. 53% bijz ont loof jen, daar op det vel: 06: pl | heb doo cijn Van£ dn H id, tende tien Orden. nde gedeelt de flechtik ir tienden, is verpligt de. fchoof pt de tien BF van twe Beed zijrdt veld(laan, zl B de tienden, B meer ar B de hand, genJhefker ê Bander kunt Enzien val ‚ eens Ben, Of Art! BP 0 teen ere enge geenen SN CR) Art. 530. De eigenaar van den grond vermag, voor zoo verre geene bijzondere bedingen omtrent het eindigen van het regt van opftal gemaakt zijn, hetzelve regt te doen eindigen, na ver- loop van tien jaren 5 mits, ten minfte twaalf maanden te vo. ren, aan den eigenaar van het gebouw of van de gebouwen daarvan aanzegging doende, Art. 53r. De eigenaar van den grond is, bij het eindigen van den opftal, gehouden aan den eigenaar van het gebouw of va de gebouwen te voldoen de waarde van dezelven; of zoe veel als bedongen is, DERDE AFDE DING VAN CHN OF EONSREGOT. Cijns- of tijnsregt,‘ook wel regt van oud"eigen ge. noemd, is gegrond op eene zekere verbindtenis, liggende op eenig fluk goed, waardoor de eigenaar van hetzelve-ver- pligt is, jaarlijks eene kleine rente aan den daartoe regt- à hebbenden te betalen._ Alt. 539. Cijnfen zijn uit derzelver natuur onlosbaar, en kunnen door den cijnspligtigen niet dan met toettemming van den cijnsheffer afgekocht worden. Art, 534. De vervallene of verfchenen cijnfen worden door verloop van dertig jaren gepreferibeerd, doch het regt van cijnshef- Éng gaat door geene verjaring te niet. ORE ANTENNES ommen ennen VIRE rr EE VAN SERVITUTEN OF ERFDIENSTBAAR®* HEDEN EN ERFSCHEIDINGEN. KERS TE HOOFD EU Ke ALGEMEENE BEPALINGEN. Art. 535. ei Het regt, waardoor een erf aan een naburig erf, hetzij Rud, hetzij huis, dienstbaar is, wordt /ervituus genoemd. F a Art. 536, C 84) Art. 536. Servituten of dienstbaarheden worden dàargefteld: r°, Door den wil des eigenaars; en 2°, Door de wet. Art. 537. Alle erven worden geprefumeerd vrij te zijns zoo dat elk. eigenaar bevoegd is om aan alle anderen het mede- gebruik van zijn erf te beletten, ten ware bewezen wordt, dat men daarop een regt van ferwituut heeft, Art. 538. Servituten of dienstbaarheden moeten ftrikt worden. uitge- legd, zoodanig echter, dat die het regt van fervituut heeft, ook gerekend wordt datgene te-hebben,-zonder het welk hij van het fervituut geen gebruik maken kans hij dus, die het regt heeft, om water uit eens anders put te halen, heeft ook het regt van toegang tot dien put. Art. 559. Elk, die het regt van fetvituut heeft, moet hetzelve zooda- nig gebruiken, dat aan den eigenaar van het dienstbaar erf daardoor het minst mogelijk nadeel of overlast veroorzaakt worde.  De reparatiën, die noodig zijn om van een fervituut gebruik te kunnen maken, moeten gedaan worden ten koste van den geen die het fervituut heeft; zijnde de eigenaar van het dienstbaar erf alleen verpligt te gedoogen, dat de noodige. reparatiën gedaan worden. Art. 54m. De eigenaar echter van een’ muur, waarop een ander, uit krachte van een fervituut, gebouwd heeft, is verpligt dien muur op zijne kosten te houden in dien ftaat, dat dezelve het daarop gebouwde dragen kans hij kan zich nogtans van die verpligting ontlasten door den eigendom van den muur aan den geen, die hetférvituut heeft, afteftaan. Art. 542. Insgelijks moeten de gebreken, door den eigenaar van het dienstbaar erf veroorzaakt, door denzelven op zijne kosten herfteld, en aan den ander het behoorlijk genot van zijn fervis tuut bezorgd worden, Art. 543. Een fervituut, aan ieman d ter bede of tot wederzeggens tes vergund, kan ten allen tijde worden herroepen en ingetrokken. Art. 544. Niesmaud mag bouwen op eenen muur, die aan zijn’ buurman ia je$ het: ê vit gr pen Ji erk vur erg De, ger Of he Al doo: (gan eige lijk deze Vall voor Ge Kune ar de It ki Ì tot: Jure mjg ait nin Ben rn, hen Tl tld da wo dat elk Rr- cebruik ì dat men Men uitge. Brut heeft, Bhet welk Bdus, die Bn, heef? Bve zool Blstbaar of Bcroorzalt An A4 But gebrui Broste vat Bar van be ge noodigt ginder, uit it dezelve gans val gjenuur Al Bar van hd ne kost gegeens U getrokken KE) Al x buurt € MJ ine gendom toebehoort, tun ware hem, bij wege van fervituut, het regt is toegeftaan om zulks te mogen deens Art. 545. Geen eigenaar is tot het toeftaan van een voortdurend fera vitust bevergd, dan die den volkomen’ en onbezwaarden eis gen lom ven zijn erf heeft, Art. 546. Op goederen, waarvan de één den bloôten eigendom, en een ander het vruchtgebruik heeft, afs mede op goederen, aan verfcheiden eigenaars in gemeenfchap toebehoorende, mag geen duurzaam bezwaar van fervituur gelegd worden, dan met al- ler gezamenlijke bewilliging. Art. 547 Die, als vruchtgebruikers, fiduciaire bezitters of erfpachters, een” onvolkomen’ of bezwaarden eigendom hebben, mogen gee- ne andere fervituten op heterf leggen, dan dezulken, waar door het goed geen het minfte nadeel of vermindering onder- gaat, en die met het eindigen van hun onvolkomen regt van eigendom mede een einde nemer, Art. 548. Een eigenaar van twee erven, op een derzelve een kenne. lijk teeken wan fervituut hebbende gelegd, en den eigendom dezer erven naderhand hebbende van één gefcheiden, zonder van het fervituut melding te maken, blijft hetzelve fervituut voortduren. Diao Art. 549. 5 Geene fervituten, door den wil des eigenaars daargefteld„ kunnen, eenig gevolg hebben; ten zij dezelve bij den regter. van de plaats, waar het goed gelegen is, zijn geregistreerd. k„Att-S505 Tot het bekomen van een fervituut door verjaring ‚ wordt de tijd van dertig jaren vereischt. Á Art. 55Te Een gebouw echter, hetwelk niet door geweld, ter fluik of tot wederzeggen toe, ter neder gezet en voltrokken is, en gee durende een jaar onbeklaagd geftaan heeft, is daardoor: zoo- danig verjaard, dat de eigenaar van het naast gelegen erf geen regtheeft, om, na verloop vandien tijd, de af braak of wege neming van het gebouw te vorderen. Art 55e: Servituten of dienstbaarheden kunnen te niet gaan: 1°. Door vermenging van den volkomen’ eigendom van het dienstbaar en van het heerfchend erf in denzelfden perfoon; 2°. Door uitdrukkelijken afftand; F3 3°. Door El C 4) 3 Door-het eindigen van vruchtgebruik, fideï- commis of erfpacht, in de gevallen bij artikel 547 vermeld 3 4°. Door het geheel verloren gaan van het heer eliend of dienstbaar erfs gedeeltelijk verloren gegaan zijnde, ge- niet‘het overgebleven gedeelte de voorde eelige fervituten, in zoo verre zulks mogelijk is 3 of eindelijk” 5°. Door verjaring, wanneer, gedurende den tijd van dertig jaren, van het fervituut geen gebruik is gemaakt, & FWRD ES ROD ED ST UK VAN ERFSCHEIDINGE Ne „Art. 553 Alle muren„ter halver grond getteld, en alleen tot affluiting en affcheiding der erven dienende, zonder dat aan cen van beide kanten gebouwen{taan„ noch blijken zijn dat’er cenige geftaan hebben, worden gerekend gemeen te zijn. Art. 50t. Alle muren, dienende tot onderfteuning van gebouwen, dik alleen aan den eenen Kant ftaan, zo: der dat aan den anderen kant gebouwen of blijken van gewezen gebouwen gevonden worden, worden veronderfteld toetebehooren aan den geen; wiens gebouw zij onderfteunen. Art. 553. Alle muren tusfchen huizen, die„door wederzijdfche inbal- king, inankering, het metfelen ván fchoorfteenen enz, tol een gemeen gebruik dienen, worden gerekend gemeen te zijn, doch niet verder of hooger, dan het gemeen gebruik zich uit- rekt. Art. 556. De gemeen schap aan eerien muur geeft aan elk der geburen het regt om'er tegen aan te bouwen alsmede om, tot op dé hêlft van de dikte van den muur„balken en ander hout, tot zijn voorgenomen gebouw behoorende, daarin te plaatfen en te las ten rusten., 5. Artsen Men mag te egen een’ gemcenen of tegen eens anders muur geene ovens, fort muizen„ fecreten, zinkputten, riolen, mest- hoopen, of anderc gevaarlijke of fchadelijke dingen plaatk ei, zonder ofeene tusfchenruimte opentelaten, of den muur op die plaats te werdikken: alles zoo en in dier voege„ als zulks bij de re- $lemeuten van politie of bij plaatfelijke; gebruiken bepaald zal zijn. Art. 55de nu val id f ijk Di el zijnd rh De mee hij die beta | zijnde, fervitute, BE, eenn End van dert RUK el zE tuit at er cen) ouwen,& Molen ander gan den gen che inb! Bik enz., Ù gon LC ZI gek zich ui Be der geb Bn nl a pjnders MU len, ME Ein plaat gnuur 0) Ruald zal B Arbi SEA: EEEN CETERA ON nT C 87) Art. 558. Rik der naastbelendende geburen mag ook, ten zijnen kos- e, den gemeenen muur hooger optrekken„ met of zonder het cogmerk om’er tegen aantebouwen; mits in allen gevalle de muur fterk genoeg zij om die verhooging te dragen, of wel vooraf van zijne zijde verdikt wordende; in alles mede zoo en in dier voege, als bij de reglementen van politie of. bij plaat- felijke gebruiken zal bepaald zijn Art. 559. Dit opgetrokken gedeelte wan den gemeenen muur betoort in eigendom aan den genen, die hetzelve opgetrokken heeft, zijnde deze verpligt de kosten van het daarvoor benoodigd on- derhoud alleen te dragen. Art. 560. De buurman, die niet gedrageu heeft in de kosten der ver- hooging van den. gemeenen muur, kaa echter het regt van gc- meenfchap tot het opecetrokken gedeelte verkrijgen, wanneer hij de helft der kosten en de helft der waarde van den grond, die tot verdikking van den muur mogt noodig geweest zijn, betaalt. Art. 56L. Elk der naastbelendende geburen is verpligt, om inde kos. ten der reparatie, of zelfs der gehecle herbouwing van den gemeenen muur zijn aandeel te dragen. Art. 562. De floot, die de erven van twee geburen van elkander fcheidt, wordt gerekend voor het geheel toetebehooren aan den‘genen, op wiens land de fpecie, bij het uitgraven der floot, geworpen is. Art. 563. De floot is tusfchen beïden gemeen, en elks land wordt gerekend ter halver floot te komen, wanneer de uitgegravene ipecie is geworpen aan beide zijden, of niet blijkt, aan welke van beide zijden dezelve geworpen is. Art. 564. Heegen, heïningen of ftaketfels, tot affcheiding of affluiting wan twee erven dienende, worden, zoo geene waarfchijnlijke redenen het tegendeel aanduiden, gehouden voor gemeer. De eigenaars van die erven dragen, elk voor de helft, de kosten vän het noodig onderhoud, en genieten, elk voor de helft, het hout, het welk van het froeijen der heggen afkomt, en de vruchten, die’er aan groeijen mogteû. Niemand mag zijne balken S ankers leggen en vastankeren CR} ín het gebouw, of in den muur van zijn’ buurman, ten zij hij daartoe, bij wege van(ervituut, het regt bekomen heeft. Dit fervituut geeft wel het regt om de vergane balken en ankers te mogen vernieuwen, maar niet om derzelver getal te vermeerderen, of de plaatfing te veranderen, Art. 566. 5 „Niemand heeft, zonder fervituur, het regt om zijngebouw, of zijne balken over zijns buurmans erf te laten heen{chietens integendeel, in het bouwen buiten zijn paslood gaande, is hij gehouden, om het geen verder uitfteekt intetrekken, ArtiosGpense Alle muren, ftaketfels en andere gebouwen, die, doar. ouderdom en bouwvalligheid, buiten het paslood geraakt zijnde, over eens anders erf heen hangen, moeten op de eerfte klagten worden ingetrokken, Art. 568. De takken en wortels van de boomen, die over eens anders grond heen-hangen, mogen door den eigenaar van dien grond worden afgehouwen en ingekort; ingeval hij vaa dit regt geen gebruik maakt, kan hij zich de overhangende vruchten toe- eigenen.; hai a Art. 569. De regten van, naastbelendende of naburige erven worden ook, behalve door de bepalingen: in de wet vervat, geregeld door de reglementen van orde eu politie, DEE: R DeE- HO QO-E-D-S TU: K. VAN DROP OF- WATERLOOP, Elk: moet zijn eigen hemelwater, dat wan zijn dak walt, gelijk mede al het overtollige water, dat hij op zijn erf heeft, bergen, of op ea over zijn erf heen leiden, zonder dat hij zelfs eene goot buiten zijn’ muur over den grond van zijn’ buurmàân leggen mag; ten. ware hem het fervituut is toegeftaan, om het hemelwater van zijn dak te laten vallen, en het over- tolligs water te laten loopen op- en over het erf van zijn’ buur- man; welke laatfte dan verpligt is, om voor dien-drop of waterloop eene genoegzame ruimte op zijn erf te laten. . VIERDE err gi Het Saher zijnen war \ het paar D land heet cf ger U ehte (hac Ï waa dar kr ad, K Erf Oort Ban, ten Ben| heef, Ie balken: B zelver a : Ù n iel ö gaa ande, Eken. ER die, do: God gerak: Bip de cer Heens Md 4 den gin lit egte ruchten tt ven work er, gen in dak wal Ss erf heef Rider dat! gd van zi B: toege 4 het ow zijn’ but pen A En Sr An VE EE ad pet KALE ne RER a reg en EE AEN Ke Co ere Rent nn ER VAN VENSTERS. VAN LICHT OF GEZIGT OP OF OVER HET ERF VAN DEN BUURMANe ‚ Art. 571. Niemand mag, dan alleen uit hoofde van een verkregen fervieuut 3 venfters“hebben> openflaande over het erf van zijntn buurman. Art. 572, Het ftaat aan elk’ eigenaar van een erf vrij, om, door het maken van een gebouw, of door het planten van boomen, aal zijnen buurman te beletten, op of over zijn erf te zien; ten ware zijn buurman ,ten be hoeve van däezolfs erf, het fervituut van vrij licht of vrij gezigt verkregen heeft. NH ED ESH OOEF DSE Uk, VAN OVERGANG EN UITWEG. Art. 573. Niemand heeft, buiten een‘daartoe verkregen fervituut, het regt, om over eens anders land te voet te gaan, of te paard te rijden, of met paarden en wagens te rijden, of om beesten over eens anders land te drijven. Att. 574. De eigenaar van een ftuk land, het welk tusfchen andere landen zoodanig ligt ingefloten, dat hetzelve geenen toegang heeft tot den gemeenen weg of vaart, is bevoegd, om van de eigenaars der naastgelegene landen te vorderen, dat zij hem een” uitweg, ten dienfte van zijn erf, aanwijzen; zijnde hij echter verpligt tot“eene vergoeding„ geëvenredigd naar de fchade, die daardoor zoude kunnen veroorzaakt worden. Art. 575. Deze uitweg moet gemeenlijk genomen werden aan de zijde, waag de toegang van dit{tuk land tot den gemeenen weg of vaart de kortfte is, Art. 576. Echter moet dezelve altijd bepaald worden tot de plaats, daar die toegang het minfte nadeel kan toebrengen aan het land, waarover die uitweg is verleend, Arte 577. Het regt tot fchadevergoeding, in artikel 574 vermeld, door verjaring zijnde te niet gegaan, blijft niet te min de uitweg voor tduren; F 5 ZESDE PD ZESDE: HOOEDS EE UK. VAN VERDERE SERVITUTEN, Elk moet zijn vuilnis op zijn’ eigen grond bergen, en zich daarvan ontdoen op zulk eene wijze, dat de erven zijner nageburen daardoor geen’ den minften overlast lijden; ten ware hem het fervituut is toegeftaan, om een riool te hebben, lig« gende in of door zijns buurmans grond, of daarop uitkomende, Art. 579. Secreten en riolen, tusfchen twee geburen gemeen. geruimd 3 Ss 3 of geledigd moeteude worden, is elk hunner beurcelings ver- pligt, te gedoogen, dat de ruiming voor beider gezamenlijke kosten gefchiede, en dan in het eene, dan wederom in het andere huis plaats hebbe.— Indien niet blijkt, in welk huis de ruiming het laatfte ge Tchied zij, wordt de beurt door het lot beflist; alles, ten ware een der huizen, op grond van een toegeftaan fervituut, den last van het ruimen alleen dragen moest. Art. 580, Niemand heeft regt om water, met eene pomp, door eene pijp, te trekken uit den put of bak van een’ ander, om water te halen uit eens anders put of regenbak, om zijve onreinig- heden te lozen door het riool van een? ander’, om zijn over- toliig water over eens anders grond te laten loopen, of om door eens anders water te varen, of in eens anders water zijne beesten te drenken; om den rook van zijn’ vuurhaard te daten gaan door den fchoorfteen van een’ ander’, en meer foortgelijke zaken, waardoor het eene erf aan het ander dienstbaar is, dan die daartoe een fervituut verkregen heeft. meene am anrmi hd Dei OE K. VAN VERSCHILLENDE WIJZEN EN„iteLss ÓP, ÈN- UIT RRACHTB VAN WELKE e EIGENDOM VERKREGEN WORDT» ALGEMEENE BEPALINGEN. 7 Art. 58r. Wettige titels, uit krachte van welke eigendom overgaat, zijn} erfvolging, bevoordeeling bij testament, en verbindtenisfen, Art. 582, Eigendom kan mede verkregen worden door accesfie, cf door verjaring. Art. 583: Go het door ‚Het ede 0 | Pen piel ref; oor d dl NN Loet Á jen doo H |waa D is 7 ij egt in | De ten, en zi erven zij ins ten we Lebben, In Baickomens bt, gerunt BCS ven F zamenlijk dom in he E lantlie gp EE, LCN We Eoltuut, d B, door en- E om wat Re onrein zijn owt en, of a ders watt k voorbaat ken met Bet andet jn heeft. Eke EELS) [ , (Gaat, zij alt oes lr Ara CNLSjU CMJ Art. 583. Goederen„ die geen’ eigenaar hebben, behooren aanden ftaat. Art. 584. Fr“beftaan zaken, welke niemand toebehooren, en waarvan het gebruik aan allen gemeen is; het genot van dezelve wordt door de weiten van politie geregeld. Art. 585 Het geen de jagt, visfeherij en vogelarij betreft, regelt zich mede naat bijzondere wetten. Art. 586, ten verborgen fchat, welken men Op zijn’ cigen’ grond ontdekt, komt geheel aan den geen’, die denzelven gevonden heeft; doch op eens anders grond gevonden„ komt dezelve voor de helft aan den vinder, en voor de wederhelft aan den eigenaar van den grond.| Zulk een /chat is al wat verborgen of begraven is, waaraan niemand zijn eigendom kan bewijzen, en hetgeen alleen bij toeval ontdekt of gevonden wordt. Art. 587. Al wat het ftrandregt, en de regten op in zee geworpene en door de zee wederom opgegevene goederen betreft, wordt _door bijzondere wetten bepaald. Hetzelfde heeft plaats ten aanzien van verlorene goederen; waarvan de eigenaar zich niet opdoet. Art. 598. De meest gewone manier, om eigendom te doen overgaan, is traditie of levering, Enkele verdragen en overeenkomften geven wel een perfoneel regt om levering te eifchen, maar zonder levering gaat de eigendom niet Over. Art. 589.: Om levering beftaanbaar te doen zijn, is het noodig: zo, Dat zij gedaan worde door den eigenaar van het goed, Cf door een’ ander’ met zijne toeftemming; Dat de transportant bevoegd zij om zich te verbinden, en den eigendom te vervreemden; e, Dat zij gedaan worde op grond van eenigen titel, ge ‘fchikt om eigendom over te dragen; én 4°. Dat zij gedaan worde met het blijkbaar oogmerk, om den eigendom te doen overgaan. 90 Art. 590. De levering van roerend goed gefchiedt door overgifte cr e Cm) de eene hand in de andere, of ook wel, ter bekorting, door de overgave der fleutels van de kamer, het pakhuis ef ander gebouw, waar het goed zich bevindt, SR Art. sor. De eigendom van onroerend goed gaat over door het doen van opdragt van hetzelve„ voor de autoriteit, welke daar. | mede nader door den Koning zal betast worden, ter plaatfe | waar het goed gelegen is. NX Art. 592. f "Levering vam onligchamelijke. zaken, die enkel in een regt beftaan, gefchiedt door cesfie: van actie, ‚en. volmagt aan den getransporteerden, om, dat regt en die attié ten zijnen voordeele te vervolgen, zoo wel tegen den{chuldenaar, als op de panden en borgen, ter verzekering van de fchuld gelteld, Levering van zoodanige regten of onligchamelijke zaken, waarvan titels of befcheiden aanwezig zijn, die aan toonder houden, of niet.‚op naam gefteld zijn, gefchiedt door de eene voudige evergifte der titels of befcheiden. Art. 593 De cesfie van actie, bij het eerfte gedeelte van het voor- gaande artikel wermeld, heeft, ten aanzien van den fchuldee naar, geen kracht noch gevolg, dan van het oogenblik, dat zij aan denzelven bij infinwatie kenbaar is gemaakt, Art. 594. Alle exceptiën, welke men tegen den vorigen eigenaar zoude hebben kunnen doen gelden, kunnen ook tegen den genen, die de actie verkrijgt, ingeroepen worden, Art. 505. De bepaling van het voorgaande artikel is op de regten of actiën, waarvan titels, of befcheiden aanwezig zijn, die aan toonder houden, of niet op naam gefteld zijn, niet toepasfelijk. Ten aanzien van wisfels en andere brieven, die in den han- del omloopen, wordt gerefereerd tot het geen bij de wetten, betreffende de commercie, wordt bepaald. Meenen EERSTE PP rr VAN ERE VOLEGIN GG: BER SHE HOORD STUK ALGEMEENE BEPALINGEN. Art. 596. Indien twee of meer perfonen, waarvan de-een tot des an- ders ENTS RN& Biz tak el ps fu ronse gefior® caat der j opge deren Jade ven ij ang Tot. weze Dien k 9 KAN Va Geer Bnr hat} Kn B Welke dat BEELEN Oi BPR een en WELEER Ee AN NEER pe En) ders fuccesfie geroepen is, door eenig ongeval te gelijk zijn verongelukt, en niet kan worden nagegaan, wie van hen eerst geftorven is, wordt, naar aanleiding der omftandigheden, of daar de omftandigheden-niets beflisfen kunnen, naar de kracht der jaren, of van de kunne der alzoo overledeme perfonen 3 opgemaakt, wie van hen geprefumeerd moet worden den ar- deren overleefd te hebben, Art. 597. Indien deze alzoo te gelijk verongelukte perfonen nog geen vijftien jaren bereikt hadden, wordt de oud{te van ben geacht de langstlevende geweest te zijn. leder hunuer meer dan zes- tig jaren oud zijnde„ wordtde jongfte voor den langstlevenden gehouden. Wanneer eenigen jonger dan vijftien, en de anderen ouder dan zestig jaren zijn, wordende cerften geacht de laatften overleefd te hebben. Art. 598. Indien de te zamen verongelukte perfonen de volle vijftien jaren bereikt hebben, doch beneden de zestig jaren oud zijn, en voorts van gelijke jaren zijn, of niet meer dan één jaar van elkander in ouderdom verfchillen, worden altijd de mannen " geacht de langstlevenden geweest ie zijn. Indien zij van dezelfde kunne zijn, wordt de prefumtie, dat de fuccesfie overeenkomftig den gewonen loop der natuur zou- de hebben plaats gehad, toegelaten, ep dienvolgende gepre- fumeerd de jongfte den oudften overleefd te hebben. De bij dit en het vorige artikel niet fpeciaal uitgedrukte ge- wallen worden beflist volgens deregelen, bij artikel 596 bepaald. 3 Art. 599. Tot erfvolging wordt volftrakt vereischt, dat de erfvolger in wezen zij, op het oogenblik dat de fuccesfie opkomt, Dienvolgende is tot de erfvolging onbekwaam de geen, waare wan de moeder nog riet zwanger is, gelijk mede het kind, dat niet in dien ftaat ter wereld komt, dat hetzelye kan leven. TWEEDE HOOFDSTUK. VAN ERFVOLGING BIJ TESTAMENT. EERSTE AFDEELING. WIE TESTAMENT MOGEN MAKEN, Art. 6oo. Geene minderjarigen mogen testament maken, dan Aen ef En ER LRE an daneen GD, het geval, wanneer zij, door huwelijk, of verkregen brieven van veria etatis, geëmancipeerd zijn. Art. 6or.. Getrouwde vrouwen hebben daartoe de bewilliging en den bijftand haref mans niet noodig.| Art. Gos. Krankzinnige of zinnelooze menfchen mogen geen testament| maken, noch hun'te voren gemaakt testament herroepen. Art. 6o3. Ook flaat zulks niet vrij aan ijlhoofdige of zwakhoofdige menfchen, ten ware zij bij tusfchenpoozen hun verftand magtig zijn, in welk geval zij dit echter niet mogen doven, dan met Vooikennis en toeftemming van den regter. Le ATL Oos Die om verkwisting hunner goederen onder curatele gefteld zijn, mogen geen testament maken, noch hunne te voren ge- maakte testamenten herroepen, dan met hunnen curator gead. „fisteerd, en na vooraf verkregen toeftemming van den regter,« Art. 6o5. $Stommen en dooven zijn tot het maken van testamenten on- bevoegd, ten ware zij in(taat zijn om„ bij gefchrift, of door verflaanbare teekenen, hunnen wil te kennen te geven, Art. 6o6. Aan vreemdelingen, te huis behoorende in die landen, al- waar het aan ingezetenen van dit rijk vrijftaat over hunne na- latenfchap bij testament te befchikken, is zulks ook hier te lande geoorloofd: mits, voor zoo veel den vorm betreft, het _ voorfchrift van de wetten van dit land in acht nemende, Art. 607. Alle testamenten, wettig gemaakt door deznlken, die daartoe bevoegd waren, doch naderhand onbevoegd geworden zijn, blijven in kracht. Art. 6o8. Daarentegen blijven alle testamenten van hen, die daartoe onbevoega waren, krachteloos, ook dan wanneer zij nader- hand, bevoegd geworden zijnde, komen te overlijden, zonder zoodanige testamenten, ten overftaan van den regter, te heb- ben bekrachtigd, NT IH EWE dg Wi Ji oi kra Gel ast joe LOE uier en Ke Ò reg ff fes{a Kezen brie À Bn testam HE Oepen, dvakhooft tand mar Dn, dann Wdtele gefel Mi voren ge Barot genl 6 0 bift, of de Even, WD landen, 2 Or hunne 1 sl ook hier: gmberreft, h RSinde, „sle daarto wgrden zijt lie daar zij mt C-95- TWEEDE AFDE ELEN G.: WIE, UIT KRACHTE VAN TESTAMENT, VOORe DEEL MOGEN GENIETENe ‚ Art. 6og. Allen, wien de wet zulks niet uitdrukkelijk verbiedt, mogen ‚ uit krachte van een‘testament, voordeel genieten. Art. Ó1o. oe Steden, dorpen, godsdienstgemeenfchappen, armenkasfen, sasthuizen, weeshuizen, en andere geoorloofde gemeenfchap= pen of geftichten mogen, uit kracht van een testament, geene onroerende goederen verkrijgen, of uit dezelve eenig voordeel genieten, dan na daartoe bekomen uicdrukkelijk confent van den Koning. Art, 6rr. Overfpelers of overfpeelfters, van welker misdaad door een regterlijk gewijsde blijkt, zijn onbevoegd om uit elkanders testament eenig voordeel te genieten, Art. Óra. Dit zelfde heeft plaats ten aanzien van dezulken, die met. elkander bloedfchande gepleegd hebben, Art 61d. Een vader, wettige en onwettige kinderen ualatende, mag aan ieder der onwettige kinderen geen meer voordeel befpre- ken, dan de helft van het geen door ieder der wettige kinde- ren, of, indien dezelve ongelijke deelen genieten, door dien geen’ van hen, welke het kleinfte deel heeft, wordt genoten. Indien aan de onwettige kindeten,of aan één van hen meer gemaakt mogt zijn, wordt dit hun afgetrokken, en onder de wetge kinderen gelijkelijk verdeeld. Art 614. Een man of vrouw, in het huwelijk tredende met eene we- duwe of een’ weduwenaar, voorkinderen hebbende, mag door dezelve, bij testament, met niets meer dan met een kindsge- deelte bevoordeeld worden, op den voet van het geen bij ar« tikel 208, 209„ 210, arr en 212 is bepaald, Arts:618: Die een? ander’ het leven benomen heeft, mag, uit krachte van deszelfs testament, geen voordeel genieten. | Art. 616, Die iemand tot het maken of herroepen van een testament gedwongen, of het maken of herroepen van hetzelve belet heeft, wordt gehouden voor onwaa:dig om te genieten het vor C 96) he waartoe die dwang of dat belet gelegenheid geges ven neert. Ar GES Die eens anders befloten testament heeft gefchreven, als mee de de geregtsleden, fecretarisfen„ notarisfen en getuigen, ten wier overftaan een open testament gemaakt is, of derzelver vrouwen of kinderen, mogen; vit krachte van zoodanig-tes- tament, geen voordeel genieten, noch daarbij tot executeurs, voogden of adminiftrateurs benoemd worden,/ Ars sorsn a Geene vreemdelingen mogen bij testament door een” Hollan- der bevoordeeld worden, dan alleen wanneer, in het omgee keerde geval, de Hollander bij testament van den vreemdeling voordeel zoude hebben kunnen genieten,’ Art. Ó1g. Het voordeel, hetwelk aan onbevoegde perfonen bij testa- ment befproken is, vervalt aan den geen’, die aan hen bij testament is gefubititueerd; doch geene fubftitutie-bij testa- ment gefchied zijnde, wordt onderfcheid gemaakt, of wol gens de bepalingen van artikel 664, 667, 668 en 773 regt van aanwas plaats heeft, dan niet; komende, ingeval geen regt van aanwas plaats heeft, dit voordeel, indien het een legaat is, aan den geen’, die met de uitkeering belast is, maar indien het eerie geheele of gedeeltelijke erfftelling is, altijd aan de erfgenamen bij verfterf, DERDE AFDERREIING 5 à VAN DEN VORM DER TESTAMENTE N. Art. 620. Geene testamenten zijn-beftaanbaar, ten zij, bijaldien en voor zoo verre dezelve gemaakt zijn, met in achtneming van den vorm, welken de wet voorfchrijft. Art. Óor. De vorm en de naam der testamenten zijn volkomen de- zelfde, het zij die eene erfftelling, het zij die alleen legaten en bijzondere befchikkingen omtrent de fuecesfie behelzen. Art 088 Geen testament kan bij monde, in tegenwoordigheid van getuigen, worden gepasfeerd, of in een onderhandsch ge: fchrift door den maker, fchoon in tegenwoordigheid van ge= tuigen onderteekend, worden vervat, Art. 623. Dit laatfte lijdt echter eenige uitzondering,“wanneer de tes. git Jeho gen legt den gele A t tuigen, HTM den” Holle Braam del: Breemdelig Wbij testa- Bn hen bi Ebi te Bt, of vol Bi 773 Be igeval oet it een legt B) maar indi aldien B eming Wi A B komen h B een legal 5 chelzen. 5 digheid w Biandsch£ Bizid vans 9 pl Cop D testatetir bij zijn testatdent aan zich uitdrukkelijk heeft vootz beliouden de magt, om bij een onderhandsch gefchtift; door hem of een’ ander’ gefchreven; én door hem onderteekend 3 legaten of andere bijzondere befchiükkingen te maken; wor- dende dusdanig gefchrift; het zij in tegenwoordigheid van getùigen, het zij zorider dezelve, onderteekend; van gelijke kracht en waarde gehoüden; als of het in het testament zelve was ingelascht: te Het(taat echter niet vrij, om bij zulk een onderharidschì gefchrift eenige veranderingen te maken omtrent de erfftelling noch ook, om daarbij fideïcommisfen daar te ftellens&l het welk in dit geval voor krachteloos wordt gehouden. AF Oeben: De _ Geen testament kan beftaan ‚ten wate hietzelve voor twee leden; en. den fecretaris van het geregt van des testareurs woonplaats, of van eenige andere plaats binnen dit rijk, of voor een’ notaris en twee getüigen; mede zonder örtderfcheid van plaats, gemaakt zij. a î De aéte, bij artikel 623 vermeld, al een gedeelte van het testament befchouwd wordende, is niettemin volkomen krachtig. BI _ De fectetäris wordt; bij ziekte, afwezendheid of andere verz hindering; door een lid uit het geregt vervangen. Art. 627, Bee Àls leden wan het gereêt, fecretarisfen; notarisfen en ges tuigen, mogen over testamenten niet(taan de mans, vaders zoons, broeders of oomen; vân heêelen of halven beddes vän dén testateur, het zij door wettige, het zij door onwets- tige geboorte; het zij door aanhuwelijken, aan denzelverd- beftaande, en BR Art. 628, _ Bij eén notarieel testament worden niët, als getuigen 3 toege haten de eigene of aangehuwde zoons, of de klerken def notarisfen, voor dewelke het testament gepasfeerd wordt. De getuigen moeten zijn mansperfonen, hunne zinner magtig, Kunnende lezen en fchrijven, bôven de achttien jaren oud, en onderdanen des Konings, —_ s Art. 630. Oe d De testateur moet aan de leden vam het geregt of aan der „notaris en de getuigen bekend zijn. Ingeval de testateur aan de leden van het geregt, of aan den notaris niet bekend is, moeten drie aan hen bekende G ge- s7 EE EMT LE Eager E mid end(C Kd é getuigen verzekeren, dat de testateur die geen is, welker hij zich-noemt;- waarvan als dan in het testament melding ge maakt moet worden. Testamenten kunnen„ter keuze van de makers, of open, of befloten, gemaakt worden. Art. 632. Die niet fezen kunnen, alsmede die noch fpreker, noch fchrijven kunnen, mogen geen beftoten testament maken. Art. 633. De opene testamenten moeten geheel in het protocol van het geregt, of van den notaris worden ingefchreven, en bij het pasferen door dentestateur, en allen, die daarover geftaan heb- ben, worden onderteekend. 28 Art. 634. ki De testateur, verklarende niet te kunnen fchrijven, kan vol- {taan met zijne Onderteekening door het ftellen van een merk, te doen3 en moet daarvan in het testament melding worden gemaakt.| Art. 635e Wanneer de testateur, door blindheid; beroerte, of uiteent- ge andere oorzaak, buiten ftaat is om zijne naamteekening, of zelfs een merk te-ftellen, moet daarvan mede in het testament melding worden gemaakt; en is in dat geval het testament zonder onderteekening van den testateur, beftaanbaars mits hetzelve alsdan, ten overftaan van drie leden uit het geregt, en den fecretaris, of voor een notaris en drie getuigen, ge- pasfeerd worde. gint Art. 636, is De testateur zijn testament, bij monde, duidelijk aan de ge“ regtsleden en den fecretaris, of aan den notaris en de getui- gen opgegeven hebbende, om dadelijk en zonder, interruptie ontworpen en gepasfeerd te worden, doch, gedurende dit ont- werpen of pasferen, komende te overlijden, en dus niet kun- nende teekenen, geldt evenwel deze dispofitte, op eene ver: klaring van de geregtsleden en den feeretaris, op den eed in den aanvang hunner bedieningen gedaan, of op eene verklaring van den notaris en de getuigen, aan wie de gemelde opgave gedaan was; moetende de verklaring in het laaistgemelde ge: val door de getuigen, met aflegeing van eede, en door den notaris, op den eed bij den aanvang zijner bediening gedaan, ten overftaan van den regter, worden bevestigd. Art. 637.| « Eenbefloten testament kan door den testateur zelven, of door ee ander’, mis daarbij niet bevoordeeld zijnde, gefchreven wore : horde tant\ “De hevel pc ard | js, hen Ín zij do ite k ggd De€ lings van testat [Bu fper dat d nt dere |E en Ii ger (Nr (ev A Heer Om fhoo Aanb Higen, ‚ue le bhi fond lofgeh HEB Alten E; welker : melt Ù E of open, ekert, m’ Maken, tocol van k en bij h wgeftaan hk Eb, kan vol gin cen mer ang word J B, of ui wt eekening, E het testant det testament Anbar; mi c het gers st etuigen,! sh aan de 8 jen de get gur. smrertuj? hade ditut- 5 Jus miet B or eene jp den eel: Kele verkl 3’ melde op} si gemeld, Een pi pning ge de 5), Lalven, fl E gel Worden 3: doch in beide gevallen moët hetzelve door den tegtâe teur worden onderteekend Aft. 633: “De testäteut moet vervolgens dit gefchreven testament, be: hevens ken dubbeld, beide door heur onderteekend„ en ieder in een’ omflag gevouwen. ‚ Overleveren aan twee lederi en‘den fecretaris van. het geregt, of aan een’ notaris” en twee getui= gen, met od“dat in hetzelve. Zijn testämient bégre- pen is; é Art. 639: fn geval de testäteir zijn fpraakvermogen mogt misfen, moet hij deze verklaring in gefchrift doen, in tegenwoordigheid vän twee leden van hiet getegt, en den fecreraris, of van notaris en getuigen: Art. óid.[ _De omflagen worden ieder met een koord GE dràdd Rrüifes lings toegebonden, en miet de cachetten van het gere egt, of van den notaris en gezuigen, alsmede met het cachet vän den testateur gefloten en verzegeld. ze Art: óaï. Buiten op êlk van die binflagen wordt geteld eenè acte van fuperferiptie behelzende eene verklaring van den testateur; dat dadrin zijn testament begreperi iss en wordt dezelve door ‚den testateur; en de gehen, die’er- över geftaän hebben; on= derteekend; Att, éis: f Eén van vile alzoo gefuperfcribeerde omflagen wordt aan den testateur uitgegeven, en de andere moet ten prötocolle van het geregt; of van den notaris blijven berusten. Arts 643.’ Niemänd is van het flipt in acht nemen dezer versischten Ontheven, dan alleen dezulken, die zieh in den krijg of op zee bevinden, of uit hoofde van de pest; of andere algemeert heerfchende,“ befmetrelijke ziekte, niet in de gelegenheid zijn om dezelve te kunnen in acht nemen: derzelver testamenten; fchoon zonder deze bepaalde formaliteiten gemaakt, zijn be- ftaanbaar, mits flechts van des testateurs verklaarden wil overs vuigend blijke.[ Art. 644. De testamenten, in het voorgaande ar: ikel vermeld, zijn niet langer van kracht; dan zes maanden nadat de oorzaken, op grond van welke zoodanige el abe testamenten worden toegelaten, Zullen hebben„opge houden, èn de testar: ur in de gelegenheid zal geweest zijn Om op eene Bers Elen te testeren, ( zoo 5) Na het afiterven van iemand, eight befloten testament heeft nagelaten,’ moet de omflag,-die-aan den testateur is uitgege- ven, aan twee leden van het geregt en den fecretaris, of aam eeu” notaris en twee getuigen worden overgegeven, om geo. pend te worden, Art. 646. er De leden van het geregt en de fecretaris, of de notaris en getuigen moeten den aan hen ter opening gegeven’ omflag met de draden en de daarop ftaande cachetten vaauwkeurig on- derzoeken, en vervolgens den omflag openen, en moet van dit een en ander dadelijk eene acte worden opgemaakt, die; met woordelijke inlasfching van het geheele testament, ten protocolle gebragt, en zoo door hem, die den omflag heeft, overgegeven, als door de genen, die over de opening geftaan hebben„ onderteckend wordt. abai j Art. 647. B De aan den testateur afgegeven omflag„bij deszelfs affterven, niet gevonden wordende, kan elk daarbij belanghebbende vor- deren, dat de onder het geregt of onder den notaris gebleven omflag geopend worde; hetwelk danop gelijke wijze gefchiedt. Art. 648. E Dit zelfde kan elk daarbij belanghebbende vorderen, al is her dat de aan den testateur afgegeven omflag, na deszelfs afe fterven, gevonden en geopend is.| Art. 649. In geval van verfchil, moet het exemplaar, hetwelk onder» het geregt of onder den notaris berustende gebleven is, gevolgd worden.. Art. 650. Van alle geprotocolleerde testamenten mogen, na het over- dijden, van den testateur, affchriften of gedeeltelijke uittrekfels door de belanghebbenden worden gevorderd. Art. 651. Voor belanghebbenden worden gehouden, die, uitkrachtvan- zulk een testament, iets moeten genieten, die door den testa- teur bij een, vorig testament zijn begunftigd geweest, of die, bij verfterf, zijne geheele of gedeeltelijke erfgenamen geweest zouden zijn. A : Art. 652.: Die zich verbeeldt bij een testament begunftigd te zijn, kan ter zijner gerustftelling vorderen, dat dit testament aan het geregt vertoond, en door hetzelve onderzoek gedaan worde, of hij daarbij begunftigd is, dan niet; en moet hem van deze bevinding een deelaratoir worden uitgegeven. ‚a ‚jn een Alk gen dl woorden gege, Ek bij tes Hoed Mer Het an we us, twe Stament ht TNS Ugg taris, of a ven, omt de notanss zeven” onl uwkeurig jen moet maakt, dà ament, mflag_ het ing geflan ais alena, mebhende vo Baris geblere ize got ‘orderen, à ij deszelfs 1 wetwelk ont ai is, EVOL ja het ov ge viturelt pit kracht moor den eest, of pramen gel el te zijn,! pnent aal mjedaan Wil zhen vand k 5 4 B Artf Art. 653. Twee of meer perfonen gd testament niet te zamen in eene en dezelfde acte maken. Art, 654 Alle testamenten, door vreemdelingen op. eenige„plaats bui- ten dit rijk gemaakt, overeenkomftig den vorm aldaar vercischt wordende, zijn ook ten aanzien van goederen bipnen dit rijk ge'egen, beftaanbaar en van kracht. Art. 655. ‚Alle testamenten, door ingezetenen van dit rijk op eenige andere plaats buiten ditrijk gemaakt, overeenkomitig den vorm aldaar vereischt wordende, zijn ook hier te lande van waarde, Art. 656. Daarentegen zijn alle testamenten„ door ingezetenen of vreem- delingen gemaakt buiten dit rijk, zonder den vorm aldaar ver- eischt wordende behoorlijk in acht te nemen, ook alhier on- — beftaanbaar en krachteloos; al ware het zelfs, dat de hier ta lande gevorderde vorm daarbij gevolgd was, VIERDE AFDEELING. VAN INSTITUTIËN OF ERFSTELLINGEN, Arts Oers Elk, die het regt heeft om over zijne ratelaten goederen bij testament te befchikken, mag tot erfgenaam ftellen dien hij goedvindt, behalve alleen dezuiken, die, uit kracht van testa- ment geen voordeel genieten mogen. Í Art. 658. _Het is onverfchillig, met welke woorden de erfftelling ge- daan worde, mits het duidelijk blijke, dat de testateur van de eiferis, of een gedeele van dezelve heeft willen befchikkens en wien hij bedoeld heeft, dat hem daarin zoude opvolgen. Art, 659. _ Het is niet volftrekt noodig, dat de testateur zijnen erfge- ‘naam bij deszelfs naam noemt, mits hij flechts„ door omfchrij- ving, of door eenige andere aanwijzing, ontwijfelbaar te ken- nen geeft, welke perfoon door hem bedveld is, Art. 660. Geene verg'sfing of dwaling in des erfgenaams voor- of toe- naam, woonplaats, hantering, of in eenige andere opzigten» hindert de erfftelling; mits flechts duidelijk blijke, wien de ‘testateur erfgenaam heeft willen maken, ë_ Art. 661. “__Be erfgenaam meet in het testament zelve genoemd wordeu, ES G 3 zon- zonder dat men te dien opzigte mag verwijzen tot eenig ander gefchrift, veel min de benoeming aan de verkiezing vaneen’ ander? overlaten. Indien iemand zijn naaste bloed tot erfgenaam heeft gefteld, worden daardoor verftaan die genen, welke bij verfterf zijne érfgenamen zijn zouden; ten ware duidelijk bleek, dat de tess tateur het anders gemeend had. Rede Men kan een’ erfgenaam ftellen voor het geheel, of voor een gedeelte„ ook verfcheiden erfgenamen te zamen voor het gez heel; of voor zulk een gedeelte als men goedvindt. ed Art. 664. _Verfcheiden perfonen te zamen, zonder uitdrukking: van dee- len’, tot erfgenamen gefteld zijnde, en een of meer van hem Öntbrekende, genieten de overblijvenden te zamen, door aan- was, ook dat gedeelte, hetwelk de ontbrekenden, zoo. zij erf= genamen geweest waren, genomen zouden hebben. Ee Art. 665. Die, met uitdrukking van deelen, tot erfgenamen zijn gefteld, genieten nooit meer dan hun gedeelte, en moeten in dat geval de deelen der ontbrekende erfgenamen ot die deelen, waar- over de testateur niet befchikt heeft, aan de erfgenamen bij verfterf vervallen. ten En 5 kene bepaling van deelen, niet afzonderlijk, maar bij zar menvoeging„ bij voorbeeld ieder voor de helft„Îtaat gelijk met eene uiedrukking van deelen zelve, en fluit dus allen aanwas Uit. ge Bene erfftelling in gelijke deelen wordt gehouden voor eene erfftel ing zonder uitdrukking van deelen, en brengt dus het ontbrekende deel, bij aanwas, over op. de overige geroepene erfgenamen, j Den À Art. 668. Voorts moet in de beoordeeling, of regt van aanwas al dan niet plaats heeft, de waarfchijulijke meening van den testateur de beflisfing regelen. ee Ee en Art. 669. Eene toewijzing van meer deelen, dan het geheel bevat, brengt eene vermindering naar evenredigheid te weeg. gla Art. 670. hen Die, ineen zeker fluk goed, of in eene.bepaalde fomme, tot erfgenaam gefteld zijn, worden gehouden voor legatarisfen, en genieten door àanwas nooit meer dan hun gemaakt is. Ak den an 7 gl KE | 4 gee von de 0 Alk voorwe kel VIS I/ ber: leen ij zoö Nan, zijn Âl for belen Wor niet D erfge gl den: Vel sen, Äl bald. t eenig uk Ling vant eeft gel verfterf , dat de } of woort woor het Ï ng van de ber van ha b, door aat KANON \. a zijn gef kin dat ge, gleelen, w efgenamen jmaar bij at gelijke … llen aant in voor& agt dus} ge geroep { ä We if zanwas dl scheel bet 265 je lome, gatarisfén, tis. Art, Pa Sf€ 193 J Art. 671. as Wanneer Îemand in het vrech:gebruik, doch niemand ín den eigendom tot erfgenaam gelteid is, komt de eigendom aan de erfgenamen bij verfterf. ee : Art, 672, Eene erfftelling kan zuiver, of onder zekere voorwaarden, gelijk mede onder eene tijdsbepaling, en met andere bijvoegin- gen, gedaan worden. Art, 673, De voorwaarden der erfflelting /moeten betrekkelijk zijn tot eene zaak, die nog niet gebeurd is, die mogelijk is in de uit- voering, en niet ftrijdig is met de wetten van dit rijk, of met de goede zeden,| Art. 674, Alle onmogelijke en met de wet of goede zeden firijdige voorwaarden worden gehouden voor niet gefchreven; en wordt de erfftelling, in zoodanig geval, gerekend zuiver gefchied te zijn. e Art. 675 Voor onmogelijke worden gehouden die voorwaarden, wel- ker nakoming, of uit haren gard en bij alle menfchen, of al+ leen in den pérfoon van den erfgenaam, enmogelijk is, Alle Of0e Voor onmogelijke worden gehouden zulke voorwaarden, die zoo duister of verward zijn voorgefteld, dat men niet weten kan, wat de testateur daarmede bedoeld heeft, of zoo onge- rijmd zijn, dat zij in gezonde herfenen niet behooren te vallen, EAR Alle voorwaarden, die uit eenen godsdienftigen haat voort- fpruten, of iemand in de vrije keuze van zijnen godsdienst belemmeren, zijn verboden, Art. 678, Zijn mede werboden alle voorwaarden, waardoor iemand gebragt wordt in de verpligting, om, ZOO bij de erfenis ger nieten en behouden wil, ongetrouwd te blijven. pe Art. 679. Dit is echter niet toepasfelijk op het geval, dat iemand tat erfgenaam gefteld is onder voorwaarde, m/s hij met zekere perfoon of perfonen niet trouwe; of. dat de eene echtgenoot den anderen tot erfgenaam ftelt, of aan denzelven eenig. voor- deel maakt„zoo lang hij weduwenaar, of zij weduwe zal blij VEN. e Art. 680. 2e Al wie, onder éene geoorloofde voorwaarde„ tot erfgenaam gé- field is, en het in zijne magt heeft om die te volbrengen, 5 dende zen G 4 moet rij C to4 3 moet daaraan voldoen, vóór dat hij tot het aanvaarden der er- gE fenis geregtigd is. 5| ijk Voorwaarden, die gedeeltelijk in de magt van den erfges HE naam, gedeeltelijk in de magt van een? ander’ zijn, worden ges pit houden voor vervuld, wanneer de bevoordeelde niet is in ge-, breke gebleven in het geen in zijne magt is> noch van zijne SA zijde de voorwaarde heeft tegengewerkt, df Bee Art. 682. git, Die tot erfgenaam gefteld is, onder eene voorwaarde, welke NL piet van hem, maar van het geval afhangt, moet den tijd ‚(np der vervulling afwachten, vóór dat hij de erfenis genieten kan.| den, Art. 683. gehen, Wanneer iemand, onder verfcheiden te zamen gevoegde pel voorwaarden, tot erfgenaam gefteld is, moeten dezelve alle| vervuld zijn, eer hij tot de erfenis kan worden toegelaten; tb maar wanneer de voorwaarden alternatif gefteld zijn, is het ze genoeg daf eene van dezelve plaats hebbe, ‚wet 5 Art. 684, dien Zoo lang de voorwaarde onvervuld is, moet de erfenis tefger blijven onder adminiftratie van den geen, dien de testateur bij zijn testament daartoe benóemd heeft, of, geen adminiftrateur De benoemd zijnde, onder de beheering van de weeskamer, ter de a plaatfe van het fterfhuis, of, zoo de weeskamer uitgefloten 4 been is, onder de adminiftratie van eenen curator, door het geregt 1 Fvóór ter dier plaarfe aantefteilen, erfge daan ä: Art. 685. in op de De geftelde erfgenaam, vóór de vervulling der voorwaarde glub komende te fterven, brengt het regt tot de erfenis niet op zijn? des rz erfgenaam over, vanme a Art. 686. Ke er Alle voorwaarde, die reeds bij het leven van den testateur. hare vervulling heeft bekomen, wordt voor vervallen gehou- De den, even als of de erfftelling zuiver gefchied was. dn Art. 687. Shan Eene voorwaarde van iets niet te zullen. doen ‚is geoorloofd; hesia; en kan de erfgenaam de erfenis terftond aanvaarden, zoodra Benet hij, ten behoeve van den aan hem g: fubftirueerden erfgenaam, of van des testateurs erfgenamen bij verfterf, voldoende ze- 4E et kerheid geftell heeft voor de overgave der. erfenis, met de Ser vruchten van dezelve, indien hij tegen de geflelde voorwaarde bee kwam te handelen; ten ware de testateur hem uitdrukkelijk erva van het ftellen dier. zekerheid had vrijgelteld, e„Art, 688,| Oud Eene tijdsbepaling, bij eene erfitelling zijnde gevoegd, en, Poder «- EE le Ln Nic B On EE PEER EENS KART WES a dn in ENE VERE | de Pendeg. of tot een° zekeren of tot een’ onzekeren tijd betrekkelijk hes Crijn Een zekere tijd is, die zoodanig bepaald is, dat men weet, 8 Orden bis niet alleen dat, maar ook wanneer hij zal verfchijnen: Is li gee Een onzekere dadtentegen, waarvan men niet weet, wanneer Vanzje pij zal verfchijnen, en zelfs„ of hij immer zal plaats hebben. Art. 69o, Het geen op, of na een’ tijd, die zeker en bepaald komen 5, welke moet, gelijk in het voorgaande artikel flaat uitgedrukt, is Wen tjd nagelaten, kan wel niet vóór den bepaalden tijd genoten wor- sjen kan, den, en blijft dus zoo lang onder adminitratie, maar gaat echter, bij het overlijden van den bevoordeelden vóór den evoegde verfchijndag, op zijnen erfgenaam over. Ove alle j Art. 691. E elaten: De bijvoeging van eene tijdsbepaling, waaromtrent het one Ei, eet zeker is, of, en wanneer dezelve verfchijnen zal, ftaat gelijk met eene voorwaarde, en wanneer dus de bevoordeelde vóór ‚dien tijd komt te{terven, gaat het nagelatene niet op zijnen Beels— erfgenaam over, Eater bi Art. ó9a. D nifrtent De erfftelling tot eenen bepaalden tijd heeft ten gevolge, dat Omer, te de erfgenaam aanftonds bij net overlijden van den testateur de sicgelloten erfenis krijgt, de vruchten daarvan tot dien tijd geniet, en, siet gerest vóór den afloop van dien tijd ftervende, zijn regt aan zijne erfgenamen overdraagt; doch met het bezwaar, om de erfenis. | op den bepaalden tijd over te geven aan de deor den testateur rw gefubititueerde perfonen, of aan de genen, welke op dien tijd gopzjn des testatcurs erfgenamen bij verfterf zijn zullen 3 tot zekerheid van welke overgave borg gefteld moet worden, zoo detestateur den erfgenaam daarvan niet heeft vrijgcfteld, ahestateur 5 ee ALE 003e ee gu gehote ‚De bijvoeging eener. beweegreden, het zij die waar, het zij 3 die valsch is, doet niets tot de beftaanbaarheid of onbeftaans baarheid der erfftelling; ten ware het bewijsbaar is, dat de ; testateur de erfftelling niet gedaan zoute hebben, indien hij ‚ zool geweten had, dat die beweegreden valsch was, Dendeze Het geen tot een zeker doeleinde is nagelaten, komt terftond giet de den erfgenaam toes mits zekerheid gefteld worde van het rwaarde oogmerk te zullen vervuilen 3 hetzelve niet vervuld wordende, gukkelijf vervalt de erfflelling,| Ouders zijn verpligt aan hunne kinderen, en kinderen, vgd, lan zonder nakroost ftervende, zijn verpligt aan hunne ouders, RC On 63 dat dat gedeelte der nalatenfchap te maken, het welk men gewoon is de Legitime portie te noemen. De hoeveelheid der legitime. portie is voor de kinderen altijd de helft, en voor de ouders altijd een derde van hetgeen zij bij verlterf geërfd zouden hebben, AAD WOL Door kinderen moeten verftaan worden niet alleen die van den eerften graad, maar ook, bij gebreke van dezelve, hunne afkomelingen,‘bij plaatsvervulling. , Art. 698. Ook zijn daaronder begrepen de kinderen, die, na het maken van het testament, en zelfs na het overlijden van den testateur, geboren worden. Art. 6089, Door kinderen worden echter, ten aanzien van den vader, alleen verftaan de wettige en gewettigde, doch ten aanzien van de moe- der ook de onechte, en verdere af komelingen, daaruit geboren. Art. zoo. e Grootouders zijn echter niet verpligt om aan de onwettige kinderen van hunne dochter, en de verdere afkomelingen, daaruit gefproten, de legitime portie natelaten. Art. 7ol. Door ouders, voor zoo verre zij mede-erfgenamen voor de tegitime zijn, moeten alleen verftaan worden ouders van den eerften graad, doch geen grootouders, of verderen van de opgaande linie, aan welke door de kindskinderen nimmer eene legitime portie behoeft te worden nagelaten.: / Art. 7oa. Alle bezwaren en bijvoegingen van voorwaarde en tijd, die het vrij genot der legitime portie verminderen, zijn nietig. : Art. 703. Kinderen en ouders, zoo zeer bezwaard zijnde met fideï- commisfen of legaten, of andere lasten, dat zij minder dan hunne legitime portie zouden genieten, mogen, naar evenre- digheid van die lasten, zoo veel aftrekken, dat zij in hunne 8 legitime portie onbenadeeld blijven. \; Art. 704.[ Het wordt voor geen hezwagr gehouden, indien bij testa- ment bepaald is: 1°, Dat de legitime portie in geld, of in zekere bepaalde vastigheden of effeëten, zál worden voldaan, mits de legitime maar ten vollen genoten worde; en 2°, Dat, om het beloop der legitime portie te bepalen, de Boe VERN E Rd find is, 0 haten; | nge kn genie Het zal vert | zel ‚der verk ger Wo ] fr ove ger Vern Ke: Vast & Û ä, H Cr 8 Lest L E, OER Zewon veren al het geen 7 sen diem ive, hu Ee, malt en van de Ker, alleat jn de Mo hr gehoren Be onwel , 2 en voor é rs van de eren vand gren nimm }: hed ‚nietig, t. met filé sninder d gaar eve ij in hun jen bij ts! Dd re bepat jen pepalen,: gaederen van den boedel. niet zullen behoeven openlijk verkocht te worden, maar dat men zal kunneg volitaan met dezelve door‘deskundige en bevoegde perfonen, door de belanghebbenden, en, des noods, door den regter te benoemen, te doen waarderen, Ait. 705,| Het flaat aan ouders en grootouders vrij, om aan hunne kinderen of kindskinderen het geheel of een gedeelte der erfes nis, onder eenige bezwaren, verbanden of bepalingen, nate- laten 3 mits aan derzelver vrijt keuze overlatende, of. zij dat pagelatene onder de bijgevoegde bezwaren willen aannemen, dan of ze de zuivere legitime portie, zonder eenig bezwaar, genieten willen. ET Alt. 780 Het flaat zelfs gan ouders en grootouders vrij, om aan zoodanigen hunner kinderen of kingskinderen, aan wie, om werkwisting„ verregaand wangedrag, of andere gewigtige- redenen, het vrije beheer over hunne goederen niet kan wore den toevertrouwd, ten nutte en beste van dezelve kinderen, de beheering en vrije befchikking over de legitime portie te verbieden; mits de reden daarvan worde uitgedrukt, en, in, geval van verfchil, als billijk en voldoende door den regter worde goedgekeurd.; De legitime portie wordt berekend volgens het. geen, Ha aftrek der fchulden, blijkt, de zuivere nalatenfchap van den overledenen te zijn. …— Art. 708. De boedel moet worden genomen, zoo, als die was bij het overlijden van den testateur; des echter, dat de toevallige vermeerderingen of verminderingen des boedels, of de meerdere of mindere waarde der effeéten en andere goederen, va des testateurs dood voorvallende, vor den dag der fcheiding toe, ‚ daarbij, of daar af gerekend worden. Art. 709. Al wat aan collatie of inbreng in den boedel onderhevig is, wordt op de legitime toegerekend en gekorn Ee Art sto Het geen een erfgenaam in de legitime, bij wege van fideïe commis, of voorrang van geboorte, of familie- betrekking, of uit eenige andere oorzaak, buiten de befchikking van den testateur, geniet, wordt op de legitime niet toegerekend, edn Art. zi. Legaten, door den testateur aan den erfgenaam in de legiti- me„ bij hetzelfde„of bij eem eerder of later testament; groen ad eri enn Se a C 108) 1 almede niet in toerekening. uitgenomen voor zoo verre le wogen blijken, dat de testateur het tegendeel gewild had. Árt. 712, a Indien de testateur aan den erfgenaam in de legitimie minder gemaakt heeft, dan zijne legitime volgens de wer bedraagt, moet het te kort komende worden aangevuld en uitgekeerd. Art, 713. _ Meerderjarige kinderen, als erfgenamen in de legitime hunner ouders, mitsgaders de ouders, als erfgenamen in de legitime hunner kinderen, zonder nakroost flervende, mogen van de legitime affland doen, zoo wel bij het leven als na den dood van den geen, wiens erfgenamen in de legitime zij zouden moeten zijn. Art. 711,| Zoodanige afftand is alleen verbindende woor de meerderjarige kinderen zelve,:doch geenszins voor hunne afkomelingen, wanneer deze, in geval van vóóroverlijden. der ouders, bij plaatsvervulling optreden; en zulks, het zij die afftammelingen erfgenamen van hunne vóóroverledene ouders zijn, of niet, [ Art. 71g. ‚ Kinderen, die lagen op het teven hunner ouders hebben gelegd, of dezelve op eene merkelijke wijze door dadelijkheden hebben mishandeld, mogen door de ouders, met bijvoeging der redenen van dien, worden onterfd; mits dezelve redenen na den dood der testateuren, in geval van verfchil, door den regter Onderzocht, en het aanwezen derzelve bij gewijsde witgemaakt worde, Art. 716, De onterving onwettig bevonden, of de kinderen of ouders „ftilzwijgende voorbij gegaan zijnde, worden de onterfden o voorbijgegane gehouden voor ergenamen in de legitime portie 3 blijvende het testament verder in volle kracht. 2 VIJFDE AFDEELING, VAN SUBSTITUTIËN OF ONDER ERFSTELLINGE Ne. Art. 717. Het ftaat aan eenen testateur vrij, om aan zijnen benoemden erfgenaam, indien deze geen erfgenaam wordt, een of meer erfgenamen te fubftiruëren of in de plaats te ftellen. Art. 718. De testateur kan aan den eeríten erfgenaam een’ tweeden, aan den tweeden een’ derden, en zoo vervelgens, fubftituêren, Arte 719e ad ul de bo! (zulk de gf het gere zin, zh kt€ velk 200 verg gewilde, mie mink | bedrg, gekeerd, me hun e legiin en van& den dal zij zouden rderjarige inelingen, ders, bij gmmelinger Of miet, rs hebben : bijvoeging kje redenen , door dt j gewijd pof ouden gerfden 0 goe porie, jr. y B A benoemt on of wt d pien. weed ‚bftieuer! Ab üij C 169) Hij kam ook werfcheiden aan één”, ook één’ aan verfcheideris gok de genoemde erfgenamen„aan elkanderen onderling 5 {ubítituëren. | Art. 7ao.|| In alle deze gevallen geniet de gefubftitueerde het erfdeel van, den eerften erfgenaam, wanmeer deze hetzelve niet wil, of door vóóroverlijden of onbevoegdheid niet kán genieten; en zulks onder alle de bepalingen, lasten en bezwaren, waaraan de geftelde ertgenaam onderworpen zoude zijn geweest. Art. zate Watneer aan eentn genoemden erfgenaam iemand gefubfti- tueerd is, en aan dezen weder een ander, wordt de laatíte gerekend ook aan den gennemden erfgenaam gefubftitueerd te zijn, ingeval de eerfte gefubftitueerde de erfenis niet kans goch wil genieten. Art. 720: tc Er AN Verfcheiden perfonen voor ougelijke deelen tot erfgensarì gefteld, en wederkeerig aan elkander gefubftitueerd zijnde; wordt het aandeel van een” der: ontbrekende erfgenamen door de gefubftitucerden niet voor gelijke deelen genoten, maar in evenrëdigheid van het deel, waarin elk hunuer tot erfgenaam gefteld is. oi AAE ABe te Eene fubftitutie, gedaan in het geval dat de geftelde perfoort geen erfgenaam kan zijn, wordt ook gerekend gedaan te zijn in het geval, dat hij geen erfgenaam wil zijn, en zoo ook omgekeerd. Eene fubftitutie, gedaan in geval wan vóroverlijden, bevat gok in zich alle andere gevallen, in welke de erfenis op den geftelden erfgenaam niet karen ‚ noch kan komen. ite.785e. Een gefubftitueerde, ingeval de nog te verwekken kinderen van den testateur vóór denzelven mogten overleden zijn, wordt mede gehouden gefubftitueerd te zijn, al warê het dat de testateur geene kinderen verwekt had. Art. 726. Iemand, bij fideïcommis„ aan den geftelden erfgenaam gefuh= ftitueerd zijnde, is ouk tot erfenis geregtigd, al ware het, dat de gettelge erfgenaam de erfenis niet konde, noch wilde verkrijgen. de Art. 727. Het vastgelielde bij artikel 7aa, 723s 7245 725 en Jee ; … heeft CD etende„ek heeft geen plaats, indien het tegendeel blijkt door. den testatetië gewild te zijn. te Ait: 728,| Subftitutie vervalt 3 indien de geftelde perfoon des tästateùrá erfgenaam geworden is, als- mede doot den dood van defd gelubftitueerden vóór den testateur De dood van den gettelden erfgenaam na den testateur, doch vóór de aahwaafding det erfenis, geeft geen regt Aan den ge- fubftitweêrden; indien de overledene erfgenaam tot de aanvaar= ding bevoegd was geweest, en zijne erfgenämien tot de aans vaarding genegen nrogten zijn.“°— ed ZESDE AFDBELING. VAN FIDEÏCOMMISSEN Or ERFSTELLINGEN [ OVER DE HAND; aa EC bi aan 2 Er beftaat een fideicornmis, wanneer éen testateur bij zijd testament bepaalt, dat de geheele erfenis, of een gedeelte van dezelve, of een bijzonder ftuk goed, of eene zekere fommt gelds, door den bevoordeelden wederom dan een’ ander’ zal worden uitgekeerd of overgegeven. _Alle zakén, die doof den testateur onder de leverden ver- vreemd kunnen worden, kunnen ook met fideïcommis wordeft ezwaard,| 4 Ee Art. 732. Zaken, die alleen onder zekere bepalingen kunthen vervfeemd worden, kunaen niet anders; dan behoudens die zélfde bepa- lingen, met fideïcommis worden bezwaard,: Art. 733 Het ftaat vrij, om het goed. aan den erfgenaam zelven in éigendom toebehoorende, met fideicotmmis te bezwaren. | Art. 734.? à Het is onverfehillig, met welke woorden; of gebiedende of verzoekende, of andere aanduidingen, het zij tot de hezwaar- de perfonen gerigt, het zij tot de bezwaarde goederen be- trekkelijk, de erfgenaâm met fideïeommis belast wordt. AZ Het is echter volftrekt«voodzakelijk, dar een vêrband van fideïcommiis met zekere en duidelijke, en niet met twijfelach:- tige en dubbelzinnige bewoordingen worde aangeduid, ie Ei ST ORN fi pref bl he uit het flow wi D bl danig fla IN ml Ì heb dere kin Kn de, gen: Ë verde «Oo (lef end \ test dn id ep le: Ge laan en sat S tëstat d_van& testate, Aan dêr de aanvat ot de art LR GEN eúr bij zit tredeelte vn cêré foon) sander’ zal it ij arden vet cris wordt-- yer vreemd \fde bept 4 en zelven! Earei, E yiedende: ke-hezwat E ederén} t dt. gerband twijfel Fideïcominisfen moeten béwezen zijn, en worden niet ges prefumeerd; 4 Art. 736. Een flilzwijgend fidefcommis kan echter plaats hebben iû het geval, dat twee of meet benoemde erfgenamen, met een uitdrukkelijk: fideïicommis ten voordeele van een’ derden’, bij het overlijden van den langstlevenden van hen, bezwaard zijns maardien deze erfgenamen ook gerekend worden met een ftilzwijgend‘fideicommis onderling aan elkander verbonden te zijn. En eene At. Pie De woorden, kinderen„ kindskinderen, nakomelingen 3 bloedverwanten of nábeflaanden, beteekenen alleen de zoos ‘danigen; die wettig geboren of gewettigd zijn; ten zij ontwij- felbaar anders gewild is, de APL 748. Het woord„ kinderen, bevat ook kindskinderen en verdere af ko“ melingen} ten ware het ie bleek duidelijk gewild te zijns It. 739: dee Het geftatueerde in het vorig artikel zal echter alleen plaats. hebben in zoodanige gevallen, wamin het voor de kindskin- deren en verdere af Komelingen voordeelig is, aan het woord kinderen deze meer uitgeftrekte beteekenis toetekennen. AL Ja. “Twee erfgenamen, in het geval wanneer zij beiden zonder kinderen komen te overlijden; met fideïcotnmis bezwaard zijn- de, zoo heeft geen fideïcommis plaats, wanneer de eene erf- genaam met en de andere zonder kinderen is overleden: Art: 74r. Ben fideïcommis; waarbij de testateur zijne kinderen, of verdere af komelingen. heeft bezwaard, bevat altijd in zich de ftilzwijgende voorwaarde:#7dien de bezwaarde zonder wettige af kometingen zal overleden zijns Art. 742: Met fideicommis kunnen bezwaard worden allen, die bij het testament met eene erfenis, erfdeel of legaat bevoordeeld zijt, al waren zij anderzins erfgenamen bij verfterf. it Te Ì Ook zij, die, uit krachte vaneen fideïcommis; in het tweede lid eenig goed beuren, kunnen wederom belast worden„ het- zelve aan een’ ander’ in het derde lid uittekeeren. : Art. 744. Geene fideïcommisfen zijn echter verder geoorloofd of be- fraanbaar, dan tot de derde devolutie van het goed. hd Cr EE ant eene C tië 5 Een erikel vérbod van vervreemding, zonder uittedrukken täi As Wiens behoeve her gelchiedt, heeft geene verbindende kfacht, gak maar Zoodra het gedaan wordt ten voordeele van een’ ander’, bevat het cen fideicommis ten voordeele van dien anderen; D bij het overlijden van den Aep dent erfgenadms ze te 746. al De woorden, naaste bloed of naaste van het geflacht of fa. di milie, en dergelijken, beteekenen de etfgenamen bij verfterf;| Db ook bij plaatsvervullings ten zij het tegendeel uitdrukkelijk ie gewild is. an| el Afts 747. pe Door naaste bloed verftaat men die gene, welke, ten tijde van het overgaan van het fideïcommis, de naaste vrienden zijn van den laatften bezitter, ten zij blijkt, dat de testateuf de naaste aan hem zelven beftaande bedoeld heeft. Gel Art. 749.° bunk Fideïcommis heeft ten gevolge, dat de bezwaarde erfges vv naam verpligt is, aan de geroepene of verwachters eenen ins| È! ventaris of taat van de bezwaarde goederen te leveren„als ik mede zekerheid te ftellen voor de bewaring; het behoorlijk ge- ed bruik, en de weder oplevering vän die goederen, ten ware de Beg testateur hem van die verpligting heeft vrijgefteld;| Ook houdt de verpligting van zekerheid te ftellen op, wens pm dl neer vader of moeder met fideïcommis op hunne kinderen er Pp verdere afkomelingen bezwaard zijn, teu zij de testateur het ger tegendeel gewild heeft. En Hi} Art. 750._ De met fideïicommis bezwaarde erfgenaam, die buiten ftaat Da is de vereischte zekerheid te flcllen, is verpligt te gedoogen;(en dat de goederen gebragt worden onder eene geregtelijke admi- gure nistratie; tot tijd en wijle hij die zekerheid zal gefteld hebben: h Art. 75ï. Alle fideïcommisfaire verbanden op vaste goederen, binnen opw dit rijk gelegen, moeten, binnen zes maanden na des testateurs deze overlijden, bij het geregt van de plaats, waàâr dezelve gelegen biz Zijn; worden geregistreerd. Art. 75e. pan ál De bezwaarde erfgenarten zijn verpligt te zorgen, dat de Áo registratie, bij het vorig artikel vermeld, gefchiedes en wordt\Gvoo aan den fideïcommisfairen verwachter mede vrijgelaten dezel bi ve registratie te laten doens De bezwaarde erfgenaam, verzuimd hebbende aan zijne ver- pu pligting tot registratie te voldoen, is tot fchadevergoeding aam Hls de dg OK EEEN EE SA ON nen € KE edrukie, de belanghebbenden verbonden; onverminderd de verdere pe. lende kij maliteiten, op-dit verzuim bij de wetten van politie bepaald. F1 eeh’ ani Art. 753 Plien ant: De werpligting tot het flellen van zekerheid, en het doer : van registratie‘houdt. op, ten aanzien van die goederen, omtrent welke de testateur het volkomen regt van vervreems Relaas ding aan den bezwaarden erfgenaam heeft toegeftaan.. B bij vld soer j Art.-754- 3 ij Void'_ De bezwaarde erfgenaam gebruikt het bezwaarde goed zoo» danig, als een goed huisvader zulks zoude doen, en ftaac daarin, als mede ten aanzien zijner verpligting tot het dra- Ke, ten gen van kosten én lasten, en het doen van reparatiën, gelijk Bve vri; met een” vruchtgebruiker, sh ton BootahA bde cesca f Art. 755: Goederen, met fideïcommis bezwaard, mogen, na vooraf bekomen autorifatie van den regter„ vervreemd worden„ in ges val van gegronde vrees voor het bederf der goederen, als me de tot betaling der fchulden, door den testateur gemaakt NN: ter voldoening van legaten, en eindelijk tot goedmaking van 8 chool buitengewone kosten, tot inftandhouding der overige bezwaars B fenn de goederen, id, 5 \| Art. 756.| 3 Verleende magt tot vervreemding en vertering, met last k opt om alleen het geen bij overlijden van den bezwaarden erfge- eikinderg, aam nog oveug zijn zal uittekeeren, geeft regt om alles te ej vervreemden en te verteren, zonder dat de verwachter zulks \ mag verhinderen, aatde erft Bers eenen B leveren, 2 Brier f Deze magt geeft echter geen regt tot wegfchenken zE HEE L& doen van eigendunkelijke vervreemding, blijkbaar ingerigt om bees, den verwachter te benadeelen.| relate op a: g eld hikt De bezwaarde goederen moeten aan den daartoe geregtigden Kil opvolger, op den tijd door“den testateur bepaald, of, zoo eren, U deze dieu tijd niet bepaald heeft, bij het overlijden van den # in: bezwaarden erfgenaam, overgegeven worden. € ve Bih sa AEE 2595 De inkomften van eene met fideïcommis bezwaarde nalaten= É{chap of erfdeel worden tot den dag van des testateurs overlijden len, di toe voor kapitaal gerekend, en zijn mede onder het verband Eese begrepen.’ e elaten dn„Art. 760. en \__… De verdere inkomften van het bezwaarde goed, wan des teës en zijt_tateurs(lerfdag af, worden gerekend voor vruchten, cn wor goed! den geroten door den bezwaarden erfgenaam. B 0 RE Re TREDEN 8 end € fig Art. 7ót. Alle aftrek, door den bezwaardenerf genaam, van het bes zwaarde goed, onder welker naam’ of titel zulks ook zoude inogen zijn, is verboden, behalve voor zoo verre dezelve tot fuppletie van de legitime portie van kinders of ouders nood: zakelijk is, Buitengewone onkosten aan het bezwaarde goed, boven de kosten van het gewoon onderhoud, tot behoud van hetzelve ee gedaan„moeten aan den bezwaarden erfgenaam wórden vergoed. Art. 763. De bezwaarde erfgenaam mag, na het eindigen van het fideïcommis, geene fchadevergozding eifchen, wegens eenis ge verbetering, welke hij vermeent gedurende het fideïcom- mis gemaakt te hebben, al ware de zaak” ook wezenlijk door hem in beteren ftaat gebragt, Hij of zijne erfgenamen mogea echter alles, wat door hen op of aan het fideïcoramistair goed gemaakt, of daarop gebragt is, wegmemen of doen wegnes men, wanneer alles ongefchonden in zijnen vorigen‘ftaat kan worden herfteld. Se Art. 764») Huisraad, kleederen en dergelijke zaken, aan verflijting on- derhevig, kunnen door den bezwaarden erfgenaam zoodanig worden overgegeven, als zij ten tijde der uitkeêring bevonden worden, zonder dat deswegens eenige vergoeding kan worden gevorderd,< Art. 765. Indien„fideïcommis- plaats heeft omtrent zaken, die met het gebruik te niet gaan, als geld, koren, en dranken, heeft de met fideicommis bezwaarde erfgenaam het regt, om dezel- ve te gebruiken, mits bij het eindigen van het fideïcommis eene gelijke hoeveelheid, hoedanigheid en waarde, of wel den prijs van dezelve terug gevende. Art. 766. Fidei- commis gaat te niet: 12°, Door het vergaan van de geheele zaak„ of van het goed„ hetwelk met fideïcommis bezwaard is, buiten toedoen van den bezwaarden erfgenaam; maar een gez deeltelijk vergaan vernietigt het fideïeommis alleen voor: het vergane gedeelte 5- e?. Doorhetoverlijden van den fideïconfmisfairen-verwach- ter vóór den testateur, of vóór den bezwaarden erfge= Raam, of vóór de vervulling der voorwaarde„ of vóór den bijgevoegden onzekgren tijd;| : ì 8 Door DRENTS DT CEN KEK WE Wma ERLE:: de Hi Je de: 5, der, GN IE Evan hie NIS ook u d> dezelis ouden) Kan ie Ì Wen very ven van Megens ol fide w lijk Ù omen mot À ol AAT À AA ai ers die mt NB ken,| gp on d gofdeieer ab, of we of w ir e =: allee vam varden Een 4 CR) 82. Door het ontbreken der bijgevoegde voorwaarden, n= der welke het fideïcommis is nagelaten; en g°. Door een door den Koning verleend ontflag van fideï- commis. Geene converfie of verandering, van fideicommisfair goed in een ander foort van goed kan plaats hebben; a bij uitdruk- kelijke vergunning van den Koning. Arte 2684 Door het vóór: overlijden van den bezwaarden eren vóór den testateur, of. door het niet kunnen of niet willen beuren van denzelven, verliest het fideïcommis piet zijne, ge- heele uitwerking, maar gaat alsdan onmiddellijk op den vem wachter over, ZEND HRDEENITIN GG VAN LEGATEN OF MAKINGEN. Art. 760. Een legaat van noodzak elijk uderhóud mràg gemaakt wore den aan dezulken, die anders geen voordeel uit kracht vän testament genieten mogen. en Hij, aan wien de geheele nalatenfchap van den overlede. nen, of een gedeelte van dezelve, is gemaakt, hoe zeer ook deze making, bij wijze van Jegaat zoude mogen gefchied zijn is geen legataris, maar erfgenaam, en aan alle verpligtingen der erfgenamen verbonden terw il in tegendeel hij, die wel tet erfgenaam is gefteld, maar alleen vóor eene, zekere zaak, Fen erfgenaam, maâr legataris iS. Atl. 77T. _ Omtrent de bewoordingen ín het maken van legaten, als mede de aanwijzing van den perfoon, en dwaling in den naafn van den legataris, heeft hetzelfde plaats, hetwelk nopens de erfftellingen bij artikel 658, 659 en 66o is vastgefteld. Art de Meer legatarisfen, zonder bepaling van deelen, tot dezelfde zaak geroepen zijnde, is jeder hunner geregtigd tot een gelijk gedeelte, naar het getal der perfonen; ten zij blijke, de at de testateur eene andere verdeeling bedoeld heeft. Art. 773 Omtrent het regt van aanwas, onder meer legatarisfen, aan wie iets gezamenlijk gemaakt is, moeten de Ee Ae voorfchrif- ten gevolgd worden, de Ene aanzien wast erfftelling in artikel A3 664 î TR ES GN Cai 664, het eerfte lid van artikel 665, en in artikel 666, 667 en 668, vermeld zijn. - Art. 7274 Met legaten kunnen belast worden niet alleen de erfgenamen, die bij testament gefteld of bij verfterf geroepen zijn, maar ook de aan hen gefubftitueerden, zelfs de legatarisfen. Art. 775. Geen legaat kan gefteld worden aan de willekeur van den erfgenaam„ of andere belaste perfonen, noch van een’ derden 5 doch: de begrooting van het gelegateerde kan welaan de befchei- denheid en het redelijk oordeel van den belasten pertoon wor- den overgelaten, of gemaakt worden onder eene voorwaarr de, die van de daad van een’ derden af hangt. Art. 776, Geen regt komt uit legaten toe aan hen, aan wie de tes- tateur.- niet heeft kunnen denkens een legaat dienvolgende, door den testateur aan zijne huisvrouw gemaakt, is nader- hand, wanneer deze komt te overlijden, niet verfchuldigd aan des testateurs tweede huisvrouw. Alb 27% Allerlei zaken, die vervreemdbaar zijn, kunnen gelegateerd worden, En, Art. 778.| Indien een testateur aan iemand in het algemeen legateert zekere foort van goederen, gelijk als zijne meubelen, zijne boeken, worden daardoor verftaan de goederen, welke van bd die foort, bij des testateurs overlijden, in zijne nalatenfchap gevonden worden. Art. 779. Geene dwaling omtrent de benoemde of aangeduide zaak verhindert het legaat, indien maar de meening van den tes- tateur duidelijk blijkt; doch dwaling niet in den eigen naam;, maar in den naam van het geflacht, als koe voor paard; maakt den wil anverftaanbaar, en, daardoor krachteloos, Art. 780. Legaten van zaken van een zeker geflacht, als paarden, Schapen en dergelijke, zijn beftaanbaar; mits de uitdrukking niet zoo ruim en onbepaald zij, dat men des testateurs be- doeling met geene waarfchijnlijkheid kan nagaan. Art. 781. Een ftuk goed, of eene zaak in het algemeen, uit een geflacht, hetwelk genoegzaam bepaald is, om de, bedoeling te kunnen begrijpen, zonder uitdrukking van waarde, en zonder dat de testateur iets zoodanigs heeft nagelaten, gele- gateerd zijnde, moet de erfgenaam hetzelve van elders beko- / mein de en wa 7 Á bi gata Fes zijd ge ook Te Kuen VN tak uit Bi6, 66 Sif gename, RIjn, mu Ben, Bear van ds in’ derde; Ele befcht dioon wit gi voorwa pe de tes. ib r\ggnde, 6, is nader ge srfchuldig gelegen jen leg vulen, si gj welke vil Blagenli puide zul on den ES gen maalt Sor paal Bloos Bjs paard 5 iedrukit guide j Estas) 3 »| » Ì it é ps U, ie bedoe! waarde), 5 latei, Al pzlders he É gi CG ni7 men, en het ftaat aan hem, om te geven een ftuk van zulke waarde als hij goedvindt, mits niet het flechtfte gevende. bete 16e. Eene zaak, of een ftuk goed, uit een geflacht, of uit eene veel begrijpende foort van zaken, welke de testateur heeft nagelaten, gemaakt zijnde, ftaat de keus op gelijke wijze aan den erfgenaam, ten zij die keus uitdrukkelijk aan den legataris gegeven is. Art. 783.| Eene veel begrijpende zaak als een enkel geheel gemaakt zijnde, gelijk eene kudde fchapen, en dergelijke, is dat geheel, of wat daarvan overig is, verfchuldigd, al was’er ook maar één fchaap, of ander ftuk goed, meer overig. Art. 784. Een legaat van verbruikbare zaken in het algemeen, gelijk koren, wijn, olie, fuiker en dergelijken, zonder bepaling van de foort en hoeveelheid, is krachteloos, ten zij de tes- tateur zoodanige zaken heeft nagelaten, waarop hij geacht kan worden gezien te hebben. Art. 785. Indien zoodanige verbruikbare zaken gelegateerd zijn met uitdrukking van maat of hoeveelheid, maar niet van de bij- zondere foort, moet die maat of hoeveelheid worden gege= ven uit zoodanige foort, als de erfgenaam goedvindt, mits niet het minfte gevende. Art. 786. Een legáat van eene hoeveelheid, uit eene nagelatene foort van verbruikbare zaken, verpligt den erfgenaam tot het vol- doen van die hoeveelheid, of, indien’er bij, het overlijden minder gevonden wordt, als dan tot het voldoen van het geen uit die foort is nagelaten. Art. 787. Eene hoeveelheid vruchten voor eens van zekeren akker of boomgaard gelegateerd zijnde, is niet meer verfehuldigd dan die akker of boomgaard in eens heeft opgeleverd, | Art. 788. Doch eene jaarlijkfche hoeveelheid wruchten van eenig goed gemaakt zijnde, moet die hoeveelheid jaarlijks worden voldaan, al waren’er ook op het aangewezen goed minder ate ingeoogst; ten zij de testateur het anders bepaald ad. de Art. 789. Die tweemaal dezelfde zaak, fomme of hoeveelheid, het zij op verfehillende plaatfen van hetzelfde testament, het zij bij afzonderlijke testamenten, aan een en denzelfden pezfoon H 3 ge- \ zj eN En Cn) gelegateer rd heeft, wordt geacht zulks maar eenmaal te hele ben willen, wakens ten zij wit de woorden de wil blijke, van szulks meer dan eens te hebben willen nalaten. At ts 790 Een huwelijksgoed of uitzet, aan iemand, zonder bepaling der hoeveelheid, gelegateerd zijnde, moet begroot. worden maar mate van het vermogen var den testateur, en den ftaat van den legataris. In: geval. van verfchil ftaat die begrooting aan de bevordeeling van den regter, Árt. ZOL Een legaat van huwelijksgoe d, of huwelijksgift bevat in zich de flilzwijgende, oplchoftende voorwaarde, als de legan taris komt te trouwen. Ate TOR „De testateur mag legaterén niet alleën het geen hem zelven, maar ook het geen den erfgenanm toebehoort, of aan den- zelven verfchuyldigd is, î Art. 793. Aan miemand kan gelegateerd. worden-het goed, hetwelk3 ten tijde van des testateu irs Overlijden, het eigen goed is van den legataris, ten zij in het legaat eenig voordeel. voor den Jegataris gelegen is,* Aair-femend derhalve gelegateerd wore dende het huis, hetwélk den legataris reeds in eigendom toe. behoort, doeh waarvan de koopprijs nog onvoldadn is„of waarop eene hypoth De gevestigd is, 18 de ezfgenaam verpligt dien koor pprijs, of c hypothe“caire fchuld te betalen, en aan den legafajis de nm wolkómen? en onbezwaadrden bedr te bezor gen. | Art. 794. Niemand mag bij legaat fpeciaal befchikken over iets, het» welk noch aan den test ateur, noch aan den erfgenaam, of anderen bevoordeelden pérfoon, mâar aan eenen vreemden ’ toebehoort; hoedanig legaat voor krachteloos wordt gee houden.' Art. 795. Een legaat van een fluk goed, hetwelk de-testateur met een ander in gemeenfchap heeft, bepaalt zich alleen tot des testateurs aandeel in dat goed, Art. 706 Het gelegateerde soed, met en ige reële lasten, verbanden, venten, cijnfen en“dergelijken of met eene nog loopende huur bezwaard zijnde, gaat aan den legataris over, met die pie bezwaren, waarmede dat goed door den testateur be- eten: was geweest, en de erfgenaam volftaat met het gele- ga EER FN SK BES rd vante ke NW ge ter | Val verd Te teesf Zn| dien len Je Le hik. lijke ‚ " bepaling ; Worden den flgat zroocfng vat it de lega. zelven, an dens , hetwelk, Hoed is var D. voor den eerd vite dom toe: Danis, 0 in verplig: taten, él beigendon js, hets am, of weemden ordt ge hiteur Me ka tot ds 8 „handen, loopen , mét ij tateur be het gek: gie eN Carmo D gafeerde-goed ver te-geven-zooals-het is, zonder dat hij gehouden is voor eenige vrijwaring vaur herzelve inteltaan. Art. 797. Oe De legataris van een goed, aan een’ derden in vruchtgee bruik toekomende, moet te vrede zijn met den blooten eigen- dom, zoo lang het vruchtgebruik duurt, : Art. 798. Alle veranderingen, verbeteringen en vermeerderingen; aan het gelegateerde goed, na het-uiaken van het legaat, voore gevallen, komen ter bate-of fchade van den legataris, aan wien het gelegateerde wordt uitgekeerd, in dien ftaat, waarin het zich:bij des testateurs affterven bevindt. Aan den legataris volgt ook ak het geen als een accesfoir va het gelegateerde goed behoort aangemerkt te worden. Art--800. Aan den legataris volgt echter niet. dat geen, hetwelk de. testateur, ter vergrooting vanshet-ftuk- goed, naderhand daare bij aangekocht of verkregen mogt hebben, al‘ware het daaraan grenzende3 ten zij de testateur anders bevolen had, Wanweer blootelijk-de vruchten of inkomften zijn gelegae teerd, zonder dat‘het woord vruchtgebruik of gebruik in het testament is gebezigd, moet het goed blijven onder beheering van den erfgenaam, die verpligt is, om de vruchten of-inkom- ften, aan den legataris uittekeeren. Ede De testateur mag aan zijnen fchuldenaar eenig uitftel van de fchuld, of wel al dat geen legateren, hetwelk deze aan hem fchuldig is” Art. 803.\ Kwijtfehelding, aan een? of(ommige fchuldenaars„ die ieder voor het geheel verbonden zijn; gelegateerd zijnde, heeft ten gevolge, dat de overige fchuldenaars verbonden blijven; ech- ter niet verder dan weor zoo veel de geheele fchuld, na aftrek van het aandeel, hetwelk de legataris, in geval van onderlinge verdeeling der fchuld, daarin zoude geleden hebben, bedraagt. à a At. 804 So Een legaat van uicftel van betaling eener fchuld, die op în- „teresfen loopt, fchort intusfchen den loop der interesfen op, zoo lang de tijd van dit gelegateerde uitftel duurt; doch na dien tijd zijndezelve, bij wanbetaling, wederom verfchuldigd 5 ten zij de testatear anders geboden heeft. Art, 805: Aan iemand dat geen, wat er, den testateur fchuldig is, ge- \ C ordo jj) jegâteerd zijnde, is hetzelve legaat„ wannèer de legatäris- nieté aan den testateur verfchuldigd is, nietig en van onwaarde; af had ook de testateur eene zekêre hoeveelheid uitgedrukt. 3 Oi HEMA OASES En b ‚ Een legaat van het geen de testateur zelve aàn den legätäris ‘is verfchuldigd is nietig; ten zij’er, vanwege de plaats, wijs zé, voorwaarde, of tijd, eenig voordeel ín het legaat is op» gefloten. dk tn ctert. BO7e. Or, De Fen Íegaat, aan een’ fchuldeifcher gemaakt; wordt niet ges rekend gemaakt te zijn in voldoening van de fchuld; nöch eert Jegaat, aan dienstboden gemaakt; in voldoening van de ver: fehuldigde huur. dee ee| É„ Art. 8085 eN En A ‚In legaten van roerende goederen, nboedel, mêdbelên; huis Shad, goud en zilver, en andere zaken; komt in de eerfte plaars de uitgedrukte wil van den testateur; of deszelfs meest waarfchijlijke bedoeling in aanfchoùw; _ Een legaat van roerende goederen bevat in zich âlle roerende Soederen, die ligchamelijk zijn, maar geene onligchamelijke; noch gereed geld, noch edele gefteenten, noch koopmanfchap- pem, noch verzamelingen, de kunften en wetenfchappen be- treffende; en wordt mitsdien de bepaling van roerende goede- _téfi, zoo als dezelve bij artikel 499 voorkomt; ten dezen aan= Zien gevolgd. an an te Art. 810, en ‚ Een legaat van#nboedel, of van Awisraad, of van meubes len wordt geacht vaneen en denzelfden omvang en beteeke- nis te zijn, en bevat ín zich alle die zaken; welke bij artikel #3o Zijn opgenoemd. Û| „Onder een legaat van goud en zilver wordt verftaan al het bewerkt en ongewerkt goud en zilver, met uitzondering echtet van geld, van gedenkpenningen, en van goud en zilver tot lijfdragt behoorende. ‚Bef legaat van Jijfstoebehoorenof kijfdragt begrijpt in zich al het geen tot kleeding of werfiering van het ligchaam dient; dus bok het daartoe betrekkelijk goud en zilver, juweelen, paarlen 3 hörologiën&n verdere kleinoodiën. _ Onder. een legaat van kleederen zijn geene kleinoodiën, et eiler Een legdät wan kleinoodiën geëne kleederen begrepen. Áft, 8tás DR TEELT TE het ha 1001 daf ld heft br (bren gene den ing hu zu del hit Ì teel Watn 1 REN by er den ng On le ster lun b Bic addaide akin aecedenanied OA ti hnwaarde;! drukt, e heh B B plâau, Begaat he El; noch: ehvan det oli, hai gn de eerl dsudis me ad bi Di all eend gehele, opm: chappen b B rende get’ t dezen w van mi- gren. bete we bij art yrfeaan df 5 dering es Dn zie! Bijt u eam dien, D:len, pi: ! pbegrepelk 5 Ben kij NEER CREE NA Oi 5 hara enn Le ie Ed C zer j Een legaat van eene boerderij met zijn toebehoorén behelst het vee, de paarden, de vruchten, zoo de nog te welde ftaan= de äls de reeds ingezamelde, doch deze alleen voor zoo verre zij tot het bedrijf der boerderij zelve, of tot voeding van de daartoe behoorende paarden, en het vee benoodigd zijn, woorts de rijtuigen en gereedfchappen, tot het bedrijf der boer- derij beftemd, maar geene meubelen of huisraad, Indien wan twee zaken de eene of de andere gelegateerd is, heeft de legataris de keuze, welke van beide hij begeert. Een legatâris; de keüze hebbende, is verpligt die keuze uits tebrengen binnen den tijd door den testateur bepaald; of, geene bepaling gemaakt zijnde, binnen den tijd van veertien dagen na bekomen kennis van het legaat; de legataris daarvan in gebreke blijvende„ gaat pú ene over op den erfgenaame [ rt. 817. _ De legätaris, na den testateur, doch vóór het uitbrengen der keuze, overlijdende, gaat het regt van keuze op zijnen erfge- naam overs Art. 818. Wanneer de keus aan verfcheiden perfonen ftaat, en des zelve het daaromtrent oneens zijn, moet het lot beflisfen. ja Ärt. 819, Eeri derde, aän wien de keus gefteld was, niet willende of hiet‘kunnende kiezen, ftelt de regter daartoe iemand aan. Art. 82e. Een legäat van onderhoud bevat in zich de verpligting, om terftond na het overlijden van den testateur alles te verzorgen; wat noodig is tot kleeding, voeding en huisvesting, ook ge- neesmiddelen, in geval van ziektes en zulks alles volgens de bepaling van den testateurjs of anderzins naar den ftaat van den legataris en het vermogen van den belasten perfoon. Reed Art. 821: YÍndien de testateur gewoon was een bepaald onderhoud aan den legataris te geven, wordt hij verftaan die zelfde begroo- ting gewild te hebben, B ben Art. 823, Onderhoud, zonder tijdsbepaling gemaakt, duurt, zoo lang de legataris leeft, en onderhoud noadig heeft, Art. 823: En _ De last van onderhoud gaat op den erfgendami vân den be- lasten perfoon over; ten zij deze flechts vruchtgebruiker was van ket goed, waaruit hij onderhoud moet verzorgen, bd Aen BL SAATEDEIS Ga BT C zee: Jo Art 8240 ge Een legaat van kost begrijpt alleen fpijs en drank, maar gee. ge ne kleederen of inwoning. Ten nge Atte Bogeblaansss den! Rene jaarlijkfche, maandelijkfche of swekelijkfche uitkeering,| komst, of voordeel:befproken zijnde; zonder-bepaling, wan= kk peer en óp welke wijze de voldoening moet gefchieden:, kan de vou eerfte voldoening geëischt. worden-dadelijk op-den dag vau des uit testateurs overlijden, en zoo vervolgens op den eerften dag go kt van ieder jaar, maand of week, tot den-dag van chet overlij- gn, den van den legataris toe. Art. 826. é Og ded Eene jaarlijkfche, maandelijkfche of wekelijkfche uitkeering, 4 rente of inkomst, niet aan particulieren„maar. aan eene cor-(ef poratie of moreel perfoon, gelegateerd zijnde, duurt niet lan- Le ger dan den tijd van dertig achtereenvolgende jaren. 4 en Art..827. AN __ Legaten, aan de armen, zonder eenige verdere of andere 4 ha bepalingen ‚ gemaakt„worden gerekend gemaakt te zijn aan de| gezamenlijke armen‘van des têstateurs woonplaats, zonder ‚De onderfcheid van godsdienst, naar evenredigheid van het-getal 4 ht, der door iedere armen-inrigting bedeelde perfonen. MN ° Art. 828, jh De bepalingen, omtrent de erfftellingen-in artikel G7o, 673, bin, 6745 675» 676, 677, 678, 679; 680, 68r, 682, 663, 6843 685, 685; 687, 688, 689, 690, 69r, 692, 693 en 691, Ze= maakt, zijn ook toepasfelijk op legaten, van gelijken aards Art. Bey. Zuivere legaten van bijzondere en bepaalde zaken, die den testateur in eigendom toebehooren„ als mede legaten van fchuldbevrijding, hebben ten gevolge, dat de eigendom van het gelegateerde, bij het affterven van den testateur, terftond 4 ble op den-legataris overgaat.— EE: Art. 830. 1 alt Doch, in zuivere legaten van eenige zaken in het gemeen, j_ Wa of uit een, geflacht, foort of getal, of van geldfommen, van BE infchulden, van keuze van eenig goed, het welk den testateur ferm zelven niet toebehoort; van vruchtgebruik of-lijftogt, van—| dekt gebruik, van bewoning, van Onderhoud, van jaarlijkfche_ 4 bol inkomften, wordt het regt tot het gelegateerde wel terftond bij_ het overlijden van den testateur verkregen, maar de eigendom_{| aat op den legataris niet over, dan door overgifte of levering. An à ' Art. 831, Een zuiver legaat moet door den erfgenaam aan den legataris, Lat terftond„ of ten minfte binnen den tijd van eene magnd na des‘at à eN tese EDE EEE CEP ECN ED EN et e:) Lun br BR en(9 de, testateurs overlijden.„-voldaan worden; ten zij de testateur een’ korter’ of langer’ tijd-bepaald had, of de aard der zaak een langer uitftel vorderde, en-zulks, op. gedaan verzoek van den belanghebbenden, door den regter was toegeftaan. Art. 832 Met het gelegateerde moeten tevens uitgekeerd worden. de vruchten, renten of interesfen daarvan, in zuivere legaten, pa des testateurs dood„ en vin voorwaardelijke legaten, na de vervulling ,der voorwaarden ‚geprovenieerd; en, wanneer de gelegateerde zaken geene vruchten„renten of interesfen opleve- ren, is de erfgenaam-gehouden tot ícbadevergoeding, van den dag af, dat hij omtrent de uitkeering in verzuim is geweest. Azts 85% ee De eigendom: van een legaat, op voorwaarde of met bij+ voeging van eene onzekere tijdsbepaling gemaakt, gaat op den legataris. niet over vóór de vervulling der voorwaarden, of vóór dat detijd, welke als eene voorwaarde aangemerkt wordt, aanwezig is. e osArt.-834. De bijvoeging eener zekere tijdsbepeling heeft ten gevolge, dat, fchoon het regt door den legataris verkregen wordt met den dag van des testateurs overlijden, echter de vordering van het legaat, met de“vruchten, renten of interesfen van dien, tot aan de vervulling van dien tijd wordt uitgefteld, ACHT STE AFDEELING. HOE TESTAMENTEN TE NIET GAAN, Art.-835. Een testament kan, noch geheel, noch gedeeltelijk, her- roepen wordeiìg-dan door een later testament, of door eene acte, voor het geregt, of notaris en getuigen gepasfeerd, waarbij de testateur verklaart van wil veranderd te zijn. Befchikking echter, ingevolge de vrijlating in artikel 623 vermeld, bij acte, uit krachte der claufuie refervatoir„ ge- maakt, kan ook bij dezelve, of eene gelijkfoortige onder- haudfche acte„ herroepen worden. Art. 636. Niemand is tot het herroepen van zijn testament bevoegd, dan die het regt heeft om testament te maken. Art. 837. Latere testamenten, waarbij niet klaar en duidelijk herroepen wordt het geen bij vorige testamenten was Beat CN a CG teg J alleen het gemaakte bij die eerdere testamenten, in zoo verze| rdt als de eerfte dispofitie met de laatfte niet overeentebrengen is, kaigen of dat dezelve geheel tegen elkander ftrijden, iof: Eene algemeene herroeping van alle voorgaande testamenten| 3 w is genoegzaam, om alle te voren gemaakte testamenten te vernietigen, zonder dät het noodig is het testament; het welk{pw men herroept, uitdrukkelijk en ín het bijzonder te noemen; ln de alware het zelfs, dat de testateur daarbij verklaard had, de ge magt van herroeping nimmer te willen gebruiken, of dezelve 4 marum aan de herhaling van eenige uitgedachte woorden, of van eene egen °{preuk verbonden had./| Art. 839. dE Wanneer de testateur het gelegateerde goed, geheel of ge- 4 inc deeltelijk, en zelfs bij verkoop met regt van wederinkoop of_ dend ruiling, heeft vervreemd, is daarvan het gevolg, dat het| legaat geacht wordt, voor zoo verre het vervreemde berreft, 4 scu ftilzwijgende herroepen te zijn; ook dan, wanneer die latere 4 verge vervreemding vernietigd, en het goed weder in de magt des_ blijft. testateurs gekomen mogt zijn. EE Art. 840. sema Een legaat vervalt, als het gelegateerde goed, bij het leven_ lg van den testateur, te niet gegaan iss Hetzelfde heeft ook plaats, wanneer het gelegateerde goed Wa na zijn’ dood is te niet gegaan, zonder toedoen of fchuld van na den erfgeraam, fchoon deze mogt verzuimd hebben dat goed 4} gl op zijnen tijd aan den legataris uittekeerens indien maar, zoo 4 ik w wanneer dat goed tijdig was uitgekeerd geweest, hetzelve bij den legataris eveneens zoude te niet gegaan zijn. Art. 841. Het kapitaal van eenen gelegateerden fchuldbrief of obligatie, het zij de legataris zelf, het zij een derde daarvan de fchulde- naar was, aan dentestateur bij zijn leven geheel of gedeeltelijk{ ì zijnde afgelost, wordt het legaat, ten aanzien van het geen‘ „afgelost is, voor vernietigd gehouden.| Art. 842. Gelegateerde voordeelen, die aan den perfoon zelven van den legataris verknocht zijn, als vruchtgebruik, gebruik, bewo-| ning, onderhoud en dergelijke, vervallen met den dood van_ den legataris, en gaan Ee op deszelfs erfgenaam‘over. rt. 849. Alle testamentaire befchikkingen ik vervallen, als de daarbij bevoordeelden vóór den testateur komen te overlijden. Art. 844. Alle testamentaire befchikkingen, gemaakt;onder eene Er waarde, p, Ait OEE RE en AET EE A Cs) Ì Sr Keten waarde„ afhankelijk van eene onzekere gebeurtenis, van zoos |\ danigen aard, dat de testateur gerekend moet worden aan het al of niet voorvallen dier gebeurtenis het gemaakte verbonden He eum hebben, vervallen mede, wanneer de bevoordeelden vóór hestanan SC vervulling der Edah B zijn. rt. 845. ke, 0 Wanneer de voorwaarde, volgens den wil des testateurs„ Nard hl alleen de uitvoering van de befchikking, opfchort, heeft de Kn. orda erfgenaam of legataris niettemin, dadelijk na den dood des : tak testateurs, een verkregen regt Op het goed; welk regt op zijn \, OFT erfgenaam overgaat. Art. 846. beheel Eene testamentaire befchikking vervalt, wanneer de erfge= et E naam of legataris weigert de erfenis of het legaat te aanvaare erinkooy den, of daartoe onbevoegd is. EE, dat Art. 847. zende bert Schoon het niet kunnen, of niet willen genieten van den Seer dekt penoemden erfgenaam de erfftelling heeft doen vervallen, en dempt plijfc echter het overige van het testament van waarde; en ú moeten dus de legaten en verdere befchikkingen, daarbij gemaakt, door den erfgenaam bij verfterf worden uitge „4„bij keerd. 5 Art. 848. Tosteln Wanneer iemand, ongehuwd zijnde, een testament maakt„ sof Wit en naderhand, trouwende, wettige kinderen verwekt, doet {oben dt de geboorte dezer kinderen, mits hunnen vader overlevende, ien mn! dit testament geheel vervallen. ze, hetze Ú DERDE HGOEEDST UK Re VAN EREVOLGING BIJ VERSTERF. Eon EERSTE AFDEELING. 8 ALGEMEENE BEPALINGEN gevens| Art. 849. 8 bruik, Tot erfvolging bij verfterf worden geroepen de kinderen en 5 den de descendenten van den overledenen, en deszelfs nabeftaanden in de opgaande en in de zijdlinie, naar de orde en bepalin- gen, welke hierna vastgefteld worden. d bee Ait. 850.\ Erfvolging bij verfterf heeft plaats, wanneer, of voor het eheel,‘of voor een gedeeelte, van eens overledens nalaten hap geene erfvolging uit kracht van testament ftand grin Ee Rn et we chaam 5, alsdt Srlijden be 9] het zij nimmer een testament gemaakt, of wel gerndakt, maat onbeftaanbaar of vervallen is. Art. S5t, Eenigen der nabeftaanden onwillig of onbekwaam zijnde om te erven, komt derzelver aandeel op de dnderens die nevens hen, of na hen, tot de erfenis geregtigd zijn, Ärt. 854. Tot de erfvolging bij verfterf worden alieen geroepen Zloed: verwanten van den overledenen, en zulks zonder onderfcheid van matnelijke of vrouwelijke kunne, noch of dezelwe door eenen man of door eene vrouw aan den overledenen beftaan si maar niet die denzelven' alleen beftaan in zwagerfchap. o Art. 853. À Elke nalatenfchap; opgekomen aan bloedverwanten, in de opgaande of in de zijdlinie aan den overledenen beftaande, wordt, onverminderd het bepaalde in de gevallen bij artikel 868 en 869 voorkomende, in twee gelijke deelen verdeeld, het eene gedeelte voor de nabeftaanden van vaders zijde, het andere voor die van môeders zijde. Bloedvêrwanten, alleen van de moeders of vaders zijde» beftaande, worden niet uitgefloten door de genen„die van beide zijden beftaan, maar zij erven alleen in hunne linie, behoudens het geen hier na bij art. 874 wordt vastgefteld. Zij, die van beide zijden beftaan, erven iu de beide lijnen. ‘Er heeft geene devolstie of verval van de eene linie in de ändere plâats, dan wanneer in een van de beide lijnen geene adfcendenten of collateralen, die bij verfterf fucéederen kuma© ken, gevonden worden. Art. 854. Deze verdeeling tusfchen de vaderlijke en moederlijke lijs nen gemaakt zijnde, heeft’er geene nadere verdeeling tus- fchen de verfchillende takken plaats, maar de in iedere linie opgekomene helft der nalatenfchap, behoort aan den arfge- Á naam of erfgenamen van-den naasten graad, behoudens het geen omtrent plaatsvervulling hierna wordt bepaald, Art. 855.| De betrekking der bloedverwantfchap wordt berekend naat het getal der generatiën. Tedere generatie maakt een’ graad uit. Art. 856. Û De opvolging van gfaden maakt de linie: men noemt eene egte linie, de opvolging van graden tusfchen perfonen, die’ de een van den anderen afftammen; /zijdlinie de opvolging van graden tusfchen de perfonen, die niet van elkander af kammen, maar eenen gemeenen ftamvader hebben. a ’ d EC EI We Onl rk Ot zij Ove gel k À “dekt my in zijnde die ner pen bloe Pndenfche D zelve do En befkan D, Pa, in Beftaand: BN ard \ verdeelt B zijde, k ad dders zij B, de re Hunne di, B: elield Dede lien B linie ne Bijnen ge) dl deren kue grlijke lijn hing tus wlere lin g den el hijs ki bend at goet open, de prol ander A, Ê Í w Di il 4 C tap) De regte linie wordt onderfcheiden in de regt nedergaandé én regt opgaande liniën.| De eerfte maakt het verband tusfchen den flämvader, en die van hem afftammens de laatfte verbindt een’ perfoon met die genen, van welke hij afftamt. Art. 857. In de regte linie wordt de regel in acht genomen, dat’r tusfchen de perfonen zoo vele graden zijn, als’er generatiën beftaans derhalve ftaat een kind, met betrekking tot zijnen vader, in den eerften graads-een kindskind in den tweeden, en, wederkeerig., een vader tot zijn kind mede in den eerften, en een grootvader tot zijn kindskind mede in den tweeden graad, Art. 858. In de zijdlinie worden de gtaden gerekend naar de gene. ratiën, van den eenen bloedverwant af naar boven, tot den gemeenen ftamvader, welke ecliter niet medegeteld wordt, toe, en van deze af weder naar beneden, tot aan den an deren bloedvèrwant;s twee broeders beftaan derhalve elkan: der in den tweeden graad, oom en neef in den derden, voile neven in den vierden graad. en zoo vervolgens. ‚Art. 859. Niemand kan als erfgenaam bij verfterf optreden, zoo lang eene andere erfvolging, uit hoofde van testament, moge- lijk is. TRE AL. VAN REPRESENTATIE OF PLAATSVERVULLING, Art. 860. „Reprefentatie is eene fictie van de wet, ten gevolge hcb- bende dat de plaatsvervuller in de plaats„ in den graad, en in de regten optreedt van den geen’, wien hij- vertegen» woordigt. B Art. 861.| Reprefentatie heeft in de regte nedergaande linie tot in het oneindige plaats, en wordt toegelaten, niet alleen wanneer ‘er kinderen van den overledenen, en afkomelingen van vóór overledene kinderen van denzelven, te- zamen, aanwezig zijn, maar ook, wanneer, bij wóórsoverlijden van alle des overledens kinderen, af komelingen van dezelve, het zij in gelijke, het zij in verfchillende graden aan elkander bettaant de, in wezen zijn, en Art. 862 / jd Been EN C 428 D| Art. 862, Reprefentatie heeft geene plaats ten behoeve van nabeftaan- den in de opgaande linie; gaande de naaste in ieder der twee lijnen altijd vóór de genen, die verder in graad zijn. f Art. 863,; In de zijdlinie wordt reprefentatie toegeftaan aan kinderen en verdere afkomelingen van des‘overledens broeders of zusters, het zij dezelve te zamen met hunne oomen en moeijen erven, het zij, bij vóór-overlijden wan alle des overledens broeders en zusters, de erfenis overgaat op der- zelver afkomelingen, in gelijke of ongelijke graden aan Elkander beftaande,| Art. 864. In alle gevallen, waarin reprefentatie plaats heeft, ge- fchiedt de werdeeling der erfenis bij(taken; indien’er in den- zelfden ftaak verfcheidene takken zijn, worden deze takken wederom ftaaksgewijze in verdere onderdeelen gedeeld, en in die takken of ftaken, waarin geene nadere plaatsvervul- ling plaats heeft, gefchiedt de verdeeling der erfenis bij hoofden, Art. 865. Reprefentatie heeft geene plaats ten aanzien van perfonen, die nog in leven zijn.— Men kan iemand reprefenteren, wiens boedel men niet heeft willen aanvaarden. DERDE AFDEELYNG VAN ERFVOLGING BIJ VERSTERF IN DE NEDERGAANDE LINIE, Art. 866. Kinderen, zoo wel gewettigde als wettig geborene, en derzelver afkomelingen, erven bij verfterf, met uitfluiting van alle andere bloedverwanten, van hunne ouders of grootouders, of verdere bloedverwanten in de opgaande linie, zonder ondere fcheid van fekfe of eerstgeboorte, en zonder onderfcheid of zij uit hetzelfde huwelijk, of uit onderfcheidene huwelijken zijn voortgefproten, Wanneer zij, in deneerften graad, en uit eigen’ hoofde, op- treden, erven zij bij hoofden en voor gelijke deelen; doch wanneer allen, ef een gedeelte van hen, bij plaatsvervulling; optreden, erven zij bij ftaken. Het bepaalde bij artikel 972, met opzigt tot bij brieven van legitimatie gewettigde kinderen, blijft niettemin in volle kracht, [ Oe PLE Be Vid den verk ef zond mal Jen ijn bene malate voed of d | In eli ezel geler nva dn Dem U a Ai B ing Ue cen We in ( de k uk B van nebe Bieder der E Bl aat kink: B broeken 8 heeft, bn er in dn mleze cakkt Ald,: 5 plantsverd” ë B: rien ff Wy perlen, Suer, vk EIN DE jorene, pt lluiting! 85 grootou onder 0? mn fcheidt/ 5 hoo slee er, Dus verdi Bj bries volk he a mn BEE A id NE Erm Le C 129) VIERDE AFDEELING. / VAN ERFVOLGING BIJ VERSTERE IN DE OPGAANDE LINIE, À x Art. 86%: Vader en moeder, beiden in leven zijnde, erven in gelijke deelen van hun kind, indien hetzelve zonder afkomelingen overleden is./ Art. 868. De langstlevende vader of moeder erft alleen de geheele na- latenfchap van zijn kind, hetwelk, zonder afkomelingen, en zonder broeders en zusters, of afkomelingen van dezelve natelaten, overleden is. Art. 869. Iemand zonder kinderen of verdere descendenten overleden zijnde, en flechts een’ zijner ouders, het zij vader of moeder, benevens broeders of zusters, of nakomelingen van dezelve; nalatende, wordt zijn boedel in twee gelijke deelen verdeeld, van welke het eene gedeelte door den overblijvenden vader of moeder, en het andere gedeelte door de broeders of zusters, of derzelver nakomelingen geërfd wordt. Art. 870. Indien de overledene noch vader, noch moeder, noch afko= melingen, noch broeders, noch zusters, of descendenten van dezelve, nagelaten heeft, wordt zijne nalatenfchap in twee deelen verdeeld, waarvan de eene helft komt aan de. bloed= verwanten in de opgaande‘linie van vaders zijde en de andere helft aan die van moeders zijde: De naaste in graad in de opgaande linie verkrijgt de helft, aan zijne linie toekomende, met uitfluiting van aile anderen: Adfcendenten van gelijken graad erven bij hoofden. Art. 871. Bloedverwanten.in de opgaande linie fuccederen, bij uitflui- ting van alle anderen, in dat gene, hetwelk door hen aan hunne zonder nakomelingen overledene kinderen, of verdere descendenten gegeven is, indien de gegevene zaken ín natura nog in de nalatenfchap aanwezig zijn; doch dézelve verkocht, en de koopprijs daarvoor nog niet betaald zijnde, fuccederen zij io het regt tot den verfchuldigden koopprijs. 1 VIJFDE ED DIJF DEAF DESESLA NG wet f Eh VAN ERFVOLGING Bij VERSTERF IN DE ZIJDLINIE, Art. 872. Bij vóóroverlijden wen vader,ten moeder van iemand, die zonder nakomelingen Overleden is, worden deszelfs broedeis, zusters, of derzelver nakomelingen tot dé nalatenfchap- ge- roepen, met uitfluiting van alle andere bloedverwanten,‘ zoo in de opgaande als zijdlijnens zij érvea of uit eigen’ hoofde, of bij’ pldatsvervulling, op de‘wijze, welke” bij de twêdde afdeeling van dit kapittel bepaald wordt. ARS Art. 873. Indien de langstlevende vader of moeder van iemand,!die zoider nakomelingen geftorven is, denzelven overleeft, wor N den zijne broeders, zusters, of derzelver afkomelingen bij wor plaatsvervulling, alleen tot de helft der nalatenfchap geroepen. doo Art. 874— doem De verdeeling van de helft, de broeders of zusters, volgens— rien ‚de bepaling van het vorig artikel, toekomende, gefchiedt bij A pa gelijke deelen„indien zij allen van hetzelfde bed zijns doch, indien zij uit onderfcheidene huwelijken woortgefproten Zijn s wordt het geen zijerven in twee gelijke deelen tusfchen de vader-_ 0 lijke en moederlijke lijnen van den overledenen gedeeld. ze mdr: 8) ver Zij, die van beide kanten aan den overledenen beftaan„ hebben em hen aandeel in de beide lijnens doch die enkel wan’ vaders of kiz moeders zijde aan den overledenen beftaan, worden alleen ieder ved in zijne lijn toegelaten. Indien’er geeneandere dan broeders of zusters, die flechts in eene en dezelfde linie aan den overlede- hi nen beftaan, aanwezig zijn, worden dezen, met uitfluiting | wan alle de bloedverwanten van de andere linie, tot de geheele Nn nalatenfchap geroepen. hi en| Art. 875. gen Bij gebreke van broeders of zusters, of derzetver nakome-.| lingen, en bij gebreke van adfcendenten in de eerie lijn, komt H de nalatenfchap voor de helft aan de in leven zijnde adfeenden- hi ten in de andere lijn, en voor de wederhelft aan de naaste bloedverwanten van de eerstgemelde lijn. on Indien collateralen van denzelfden‘graad te zamen erven, deelen dezelve bij hoofden, dt Art. 876. Se$ Bloedverwanten, verder dan in den twaalfden graad aan den{|| overledenen beftaande, erven niet bij verfterf,, Wanneer in eene der lijnen bloedverwanten» die, volgens de ed wet,\ Se Vd in on AAE sne NG Br IN Dt 8 iemand! Blelfs brei atenfcha a [VA fl igen hof bij dei Bliemaid, Prleeft, wi B nchmgen. BE nAp Deroo sten, wle B, geren Bd zijn, ht Beo en Ki sdeeld, Beten, ia van valet > en alleen! mn broedt Kon ovél geret. uitle Brot de f ecver we Bene lij: Ü ide ad! 3 d zamen# î Bs graad wet, bij verfterf. kunnen etvcti, ontbreke, devölveett de nae latenfehap aan de bloedverwanten van de andere linie. ZS DBA BDB Bh NG VAN ONREGELMATIGE ERFVOLGING Bij VERSTERF: ; Be tn Onechte kinderen zijn wel erfgenamen bij vertterf ‚van de moeder„ het zij alleen, het zij te gelijk met de wettige kindes ren, die de moeder mogt nalaten, maar fiet van de mo-sder= lijke bloedverwanten, noch ook van den vader, of vaderlijke. Vrienden, walt Art. 873, Onechte kinderen s vóór derzelver moeder overleden Zijnde, worden in de nalatenfchap. hunner moeder vertegenwoordigd door derzelver kinderen of verdere afkomelingen; doch deze reprefentatie ftrekt zich tot de nalatenfcliap der moederlijke vrienden van de onechte kinderen, noch tot de nalatenfchap= ‚pen van den vader of vaderlijke vrienden der onechte kinderen, niet uits Art; 829. Onechte kinderen zonder kinderen of verdere. nakomelingen overlijdende, erft derzelver moeder, en, bij vóóroverlijden van de moeder, de broeders of zusters der. onechte kinderen, of derzelver nakomelingen bij plaatsvervulling; doch alle verdere moederlijke vrienden zijn uitgefloten, Art. 880; Indien de overledene geene bloedverwanten nalaat; die, vol- gens dewet, bij verftérf kunnen erven, devolveert de nalaten- fchap bij werfterf op den langstlevenden“der echtgenooten 5 ten ware het huwelijk doot echitfchieiding te voren vermiengd mogt geweest zijn. Art. 83r. dura SlASNE 7 Bij ontbreken van een’ overprumenden echtgenoot, vervalt de nalatenfchap, aan het” rijk. dn VIERDE HO OF DST UK VAN EXECUTEUR SEN ADMINISTRATEURS.. $ Det gede e: Een ieder ha ‚het zij bij testament, ht zij bi andere ate 5 een of meer perfonen magtigen tot het ter uitvoer brengen van la zijn Gj pe BEE ROE ee NN ane, et rd ed P an EN Dn OE En B en DEE idd C 132) zijn testament, of tot het beredderen van zijnen boedel, aan welke perfonen men den naam van executeurs of boedelredders geeft. N Art, 883. À Wa Die geeneverbindtenisfen kunnen aangaan, kunnen ook geen ee executeurs Zijn. er OE Art. 884. bee Eene getrouwde vrouw kan geen executeurfchap aannemen, Ie dan met toeftemming van haren mans doch, indien’er tusfchen en haaren haren man geene gemeenfchap van goederen plaats heeft, kan zij, indien haar man zijne toeftemming weigert, 11 ook door den regter tot het aanvaarden van het executeur= Koch fchap geautorifeerd worden. tem Art. 885. wa Minderjarigen, en die ender curatele ftaan, kunnen geen| executeurs zijns zelfs niet met toeftemming van hunne voog- IK den of curateuren.: den Art. 886. h Executeurs, niet bij testament, maar bij andere acte wor- dende aangefteld, kunnen deze aéten, het zij geregtelijk het} 7 zij voor notaris en getuigen, het zij onder de hand, gemaakt rg worden, ki De erfgenaam, en verdere belanghebbenden moeten zich Íken de executeurs„ door den erflater benoemd„ laten welgevallen: rd Zoo deze echter blijkbaar verdachte perfonen zijn mogten, of, taande het executeurfchap, ter kwader trouw handelen,(taat E het aan hen vrij, dezelve van de boedelredding te weren,| het Art. 888. Ì Meer dan één executeur door den erflater benoemd zijnde,(4 en het getal der door den erflater benoemde executeurs, door df Kn overlijden, of anderzins, onvoltallig geworden zijnde, worden„ mt ingeval daarin binnen den tijd van veertien dagen, door kil eene adfumtie van den vorigen executeur. of executeurs, waar tik dezelve adfumtie plaats mag hebben, niet is voorzien, door bi den regter andere executeurs in de plaats der ontbrekende aan- bi gefteld.[ rl| : Art. 889. B Geen executeur is bevoegd om een ander bij zich te adfume- D gen, of na zijn’ dood in zijne plaats te furrogeren, ten zij hem A daartoe de magt door den testateur uitdrukkelijk gegeven is. hl a: Art. 890,: Verfcheidene executeurs benoemd zijnde, mag een van hun k geen ander adfgmeren, dan met toeftemming zijner mede-exe-| hj cuteuren.” NE he Art. 891.» EAI ET de KAREN id BaN ne dr $ vaa wk Redders get 9 9 Bren ook g 5 aanne, B)’er tusf 8 deren ph Eng weige t execute vInnen& dnne voo en aÂs mr ederegeljk k nd, graat Sp noeten ge wege ar ndelen,; pteurs, gade, wor plagen, suteurs,| ee jorzien,! scbrekendt! ee ch te ot pen, U il B gegen” gen: een wi) ar melt AEN ATR NA Si SE € 185 Art. 391. Niemand is verpligt het executeurfchap aantenemen, ten ware hij tevens, door erfftelling„legaat, of anderzins, bij het testament bevoordeeld zij; van welk voordeel;hij, voor het executeurfchap bedankende„ werftoken wordt. Art. 892. Executeurs zijn in het Wgoineairverdugt: des overledens uitere ften wil ter uitvoer te brengen. : Art. 893. Zij zijn in het bijzonder verpligt, om dadelijk{het meest kostbare van den boedel te doen verzegelen, en die middelen te werk te ftellen, waardoor alle vermindering des boedels voorgekomen wordt. Zij meeten verder de begrafenis van het lijk van den overle- denen bezorgen, op zoodanige wijze, als met deszelfs ftaat, waardigheid, en waarfchijnlijk vermogen overeenkomt, | vette Rose Zoodra de begrafenis is afgelvopen, zijn de executeurs ver- pligt, de verzegelde goederen van den boedel te ontzegelen, en, volgens opgave onder eede, van de genen, die zij in den boedel vinden, een’ ftaat en inventaris van denzelven te ma- ken; moetende zij zich„ ten aanzien van den ftaaten inventaris, verder gedragen naar het geen bij art. 333 en 335 is bepaald. Att 896, Executeurs zijn verpligt de erfgenamen, des begeerende, bij het maken van den inventaris toetelaten, alsmede aan dezel- ve, des begeerende, kopij van den inventaris, en onderrig- ting nopens den ftaat des boedels te geven, zonder hen ech- ter tot eenige medebeheering toetelaten, Indien„buiten de executeurs, afzenderlijke voogden over de fninderjarige erfgenamen zijn aangefteld, wordt aan dezelve al- tijd terftond eene authentieke kopij van den inventaris geleverd, om, volgens het bepaalde bij art 334 en 336, ter weeskamer, of bij het geregt te worden overgebragt; gefchiedende echter in dat geval geene bijzondere beëediging doorde voogden. Art. 897. De verpligting der executeurs tot het maken van inventaris heeft plaats, het zij de erfgenaam verklaart de erfenis te aan- vaarden, het zij hij verkiest, om zich nopens die aanvaarding eenigen tijd te beraden, Art. 898. Wanneer de erfgenaam de erfenis verwerpt, vervalt daat- door het executeur{chap._ Art. 899. De erfenis door den erfgenaam aanvaard zijnde, is de execu- teur C 184 à teur verpligt voort te gaan met. het-tot effenheid brengen des boedels„ door de voldoening der infchulden te vorderen„het verfchuldigde te betalen, en de legaten uittekeeren, Art. goo, Indien de daartoe benoodigde penningen niet voorhanden zijn, is de executeur, tot het vinden van die penningen, be- voegd, om de roerende goederen en de effecten des boedels, en, des noods, ook de vaste goederen„ doch de laatstgemelde piet anders dan met toeftemming der. erfgenamen, of op auto- rifatie van den regter, in het openbaar te verkoopen en te gel dere maken; alles, ten ware de erfgenamen mogten goedvinden, om het noodig voorfchot van penningen te doen, Art. oor. „Geen onderhandfche verkoop van de goederen des boedels mag gefchieden„ dan met toeftemming van de erfgenamen, ten ware de erflater anders bevolen mogt hebben. Art. goe, Executeurs zijn echter niet bevoegd, om de goederen des boedels-te verkoopen; ten einde denzelven in ftaat van fcheie ding en deeling te brengen, dan voor.zoo verre de erfgenamen zich nopens de verdeeling, der goederen zelve nier kunnen vere ftaan„en de- verdeeling nogtans, zonder eene overeenkomst der e:fgenaraen„ of verkoop. van Bporeren uit den aard der zaak onmogelijk zijn mogt. Art, 203, Executeurs zijn gehouden uiterlijke binnen het jaar na des erflaters overlijden, aan deserfgenamen rekening en. verantwoote ding van hunne beheering.te doen, ten ware aan-hen, uit hoofde der omflagtigheid- van den boedel ‚ doorde erfgenamen, of door den regter, een Bepaald uitltel mogt vergund zijn. » 994» „Met opzigt tot de te en verantwoording„ zijn execus „teurs verpligt zich te gedragen naar het geen, ten dien aan- zien, aan voogden is voorgelfchreven,,. bij-grt.#69, 372, 373» 374» 3751 3165 3775 378 en 379,| 2: Axrt,-995: Voor falaris mag een executeur, of, zoo‘er meer executeurs zijn, mogen„zij te zamen. tot belooning van hun geheel en gezamenlijk bewind, zoo veel berekenen, als ten aanzien van “voogden bepaald is bij art. 380. Art. goó. Een executeur mag echter-geen falaris berekenen, indien hem door den testateur bepaaldelijk voor de moeite van zijn exe- cuteurfchap eene zekere(omme, bij wijze van legaat, of an- , is toegewezen, wa armede hij zich dan, in plaats van falaris 2 moet te vrede houden, Art. 907 guld ge beho fn heh sz foor nak be en het: 1 bretge ‚ vorderen El, t_woorh ningen,| 8 des boet j laatstgent B of pu Dem en te: kj goedvinks 5 ys des boks namen, t : goederen 4 at van fee We erljeranen ne EC Kunnen er BE, overeenkomt Eide aud der K ju nt & verant git ep erfgenatk gend zijn. zy zijn© BE:n diens óp)? ER aan an hen! pe C 235 Arteibofe voro min koof De inventaris en rekening van alle„misflagen: gezuiverd. en gefloten zijnde„isde éxecureur verzligt, om alle de goederen en effecten des boedels, benevens het{lot zijner rekening, opteleveren„ om, tusfchen de erfgenamen gefcheiden en vere deeld te worden; in het maken van welke fcheiding hij de erf- genamen moet adfisteren. An ats Art. 9o8. De boedelfchêiding tot ftand gebragt zijnde, wordt, tegen behoorlijke afte van quitantie en ontflag, door de erfgenamen ten behoeve van den executeur te pasferen, aan elk van hen Beszelfs aandeel in de ralarenfchap afgegeven 5 uitgenomen voor zoo verre de testateur gewild heeft, dat het aandeel van een of meer der erfgenamen; uit hoofde van een daarop; ge= legd verband, of om andere redenen, onder administratie blij- ven‘zoudes het zij de executeur zelf die administrateur zij het zij een derde buiten hem. Art. 909. De bereddering eener nalatenichap gefchiedt ter plaatfe„waar de overledene het laatst gewoond heeft: De rester dezer plaats is ook competent in alle zaken, de nalatenfchap betreffende,' Art..910. Een administrateur is. gehouden, omde door hem overge- nomene goederen en effecten te beheeren„ en de daarvan vaf- komende vruchtenaan de geregtigden: uittekeeren Zijne magt, verantwoordelijkheid en falaris ftaan gelijk ‚met die der. voogden en cura:oren. [ Art. OLLe Een administrateur ftaat onder het onmiddellijk oppertoezigt wan den rester, die ten allen, tijde bevoegd is, om, zonder vorm van proces, van-hem verantwoording zijner administra- tie en vertooning der. geadministreerd wordende goederen en effecten te eifchens mitsgaders, bevindende dat hij ter kwa- der trouw of met eene onverfchoonlijke flordigheid gehandeld heeft„hem ter vergoeding der toegebragte fchade te_noodza= ken, en voor het vervolg van de administratie te werens zijne de voorts een administrateur verpligt, alle jaren aan den regter rekening en verantwoording van ziju gehouden bewindte doen, als mede, na het eindigen der administratie, eene algemeene rekening en verantwoording te doen aan den geen’, wiens goe deren hij geadministreerd heeft, of aan de genen, die alsdan tot _dezelve goederen zullen geregtigd zijne Art, 918, DE De post van executeur en administrateur eindigt met hanen 4| 90ds RP AEN je LEDEN gt MEA ne EA C 156) dood, en gaat niet over op hunne erfgenamen; onverminderd| lik echter derzelver veräntwoordelijkheid voor de verrigtingen|} de van den overleden’ executeur of administrateur.} Ii VIJEDE HOOFDSTUK.| don VAN HET AANVAARDEN EN REPUDIËREN OF VER Lt — WERPEN EENER ERFENIS OF LEGAAT.| Ne Erk: S-P Ak DB Eh d AN Gs ij VAN HET AANVAARDEN EENER ERFENIS OF LEGAAT. Art. org. Ù Eene erfenis kan, of zuiver en eenvoudig„ of onder benefi- cie van inventaris, aanvaard worden. Art. or4. Niemand is verpligt eene hem, opgekomene erfenis teaan-|| vaarden. ke Eene getrouwde vrouw kan geene erfenis aanvaarden, dan 4| gen met toeftemming van haren man, of op autorifatie van den reg- tot: ter, volgens het vastgeftelde in art. 152. Erfenisfen, aan minderjarigen of aan perfonen, die ondercu-_ L ratele flaan, opgekomen, kunnen niet anders aanvaard wor- anr den, dan met inachtneming van het geen dien aangaande bij der| de titels van minderjarigheid en voogdij, en wan meerder- jarigheid en curatele bepaald is. Een | Art. 916, ENE De gevolgen van het aanvaarden eener erfenis worden gere: KO kend te beginnen van den dag af, dat dezelve aan iemand op- vin gekomen is, od Ë Art. 917. of; f De aanvaarding kan uitdrukkelijk of ftilzwijgende gefchie-| ‚mp en: en 0 ‚ Zij gefchiedt uitdrukkelijk, wanneer men in eenig authen- vaard tiek of onderhandsch gefchrift den titel of qualiteit van erfge- naam aanneemt: zij gefchiedt ftilzwijgende, wanneer de erf- Tet genaam eene daad verrigt, waartoe hij‘alleen in qualiteit van gin erfgenaam bevoegd was, en dewelke zijne meening, om de Erfoen erfenis te aanvaarden, noodweudig aan den dag legt. do Art. 918.| Provifionele befchikkingen omtrent het beredden van. een||De lijk, ar e Rt 5 Onverd: de verzi EN or vil A: lr LEG, sonder be erf aat ee an vaarde, f ek tie van Uit B, die ont: ag: aanvaardt El aangaat en van me gp: worden: mn ieman’ { Jer-À lijk, het bezorgen der begrafenis, de beheering en bewaring der goederen„ worden voor geene daden van ftilzwijgende aanvaarding gerekend, ten ware men daarbij den titel of qua- liteit van erfgenaam mogt aangenomen hebben. Art. 919. Een mede-erfgenaam, die zijn regt op eene nalatenfchap bij donatie, verkoop of transport, aan een’ vreemden, aan zij nen mede-erfgenaam, of aan een van dezelven, overgeeft, wordt geacht de erfenis flilzwijgende aanvaard te hebben. Het zelfde heeft plaats: 10. In geval van renuntiatie ten behoeve van een of meerder ‚___mede-erfgenamen, al ware het dat dezelve renuntiatie om niet, en zonder eenig voordeel daartegen te geniee ten, plaats had; en z 29, In gevalvan renuntiatie van een’ der mede-erfgenamen, ten behoeve van alle zijne mede-erfgenamen, zonder iemand hunner uittezonderen, wanneer hij: daarvoor eenen uitkoop geniet. Art. g2o. Iemand, aan wien eene erfenis opgekomen is, overleden zijnde, zonderdezelve, het zij uitdrukkelijk, het zij ftilzwij- gende„ aanvaard of verworpen te hebben, gaat deszelfs rege tot aanvaarding of verwerping op zijne erfgenamen over, Art. get. Indien deze erfgenamen oneens zijn over het al of niet aanvaarden der erfenis, moet dezelve aanvaard worden on- der beneficie van inventaris. Art. 922. Een meerderjarige, eene erfenis uitdrukkelijk of flilzwijgend aanvaard hebbende, kan tegen deze zijne eigen daad nict op- komen, tem ware de aanvaarding mogt gefchied zijn ten ge- volge van een tegen hem gepleegd bedrog. Hij kan zulks mede niet doen onder voorwendfel van lefie of verkorting, behalve alleen in het geval, dat een testament mogt te voorfchijn gebragt worden, hetwelk aan hem te vo= ren onbekend was, en ten gevolge van welk testament de aan- vaarding des boedels tot zijne fchade. zoude uitloopen. oe Art. 923. Het gevolg der aanvaarding van eene erfenis is, dat de erfgenaam voor het geheel, of voordat gedeelte, waarvoor hij erfgenaam is, treedt in alle de regten van den overledenen, die door deszelfs affterven niet zijn te niet gegaan. Art. 924.— Deerfgenamen verpligten zich doorde aanvaarding ook, ieder naar eveuredigheid van zijn aandeel, tot de voldoening der legaten en andere lasten, hun door den testateur opgeleed. 15 Ait. 925. C 138) Art. gez. Legaten kunnen mede of aanvaar d of verworpen worden, Art. 926. Op de aanvaarding van legaten is toepasfelijk‘het vastgeftel- de bij artikel 915, 919 En geo. Art. arie Indien de erfgenamen van cen’ legataris oneens zijn over de aanvaarding of verwerping van een legaat, kunnen de genen van hen, die-daartoe genegen zijns: hetzelve aanvaarden voor hunne bijzondere rekening. TWEEDE AFDE ELING. JAN HET REPUDIËREN OF VERWERPEN EENER ERFENIS OF LEGAAT.| Art. 928, Het verwerpen eener erfenis moet, bij uitdrukkelijke acte, woor den regter, of notaris.en getuigen, gefchieden„ en wordt niet uit de omftandigheden afgeleid. Ar te 92e Die:eene erfenis verwerpt, wordt gerekend nimmer: erfgee naam geweest te zijn. Art. 930. De verworpene erfenis of erdee! devolveert op de gefubftis tueerden, en, bij ontbreken van dezelve, op de medeërfgenas men, of op de erfgenamen ab intéstato, volgens de onders fcheiding ren en bepalingen, bij artikel 664 665 666, 667 en 668 vastgelteld. Art, ost. Men kan nimmer iemand: reprefenteren- in eene erfenis, die hij verwörpen heeft. Hij, die de erfenis verworpen heeft, alleen in,-zijn’. graad erfgenaam zijnde, of alle zijne medeërfgehamen. met hem, de, erfenis verwerpende, devolveert de erfenis; op de kinderen, die als dan uit eigen’ hoofde, en bij gelijke deelen, naar het getal der perfonen, erven. Art. 932. De bevoegdheid„ om eene-erfenis te aanvaarden of te repu- diëren„ wordt verloren door een tijdverloop van twintig jaren, Art. 933. Zoo lang’er geene verjaring van het regt van aanvaarding gan iemand, die eene erfenis gerepudieerd heeft, kan tegenge- worpen worden, behoudt hij de bevoegdheid om dezelve als nog Me nog U gevan het 4 mogt werld vac bifge vegen omde huurt ard Tear heen Octa legale word De wier Nie ten le Van Nik verle zuive zelve gent hi put, Die l) \lega Kn worden, E Bet vas 5 zijn ovl Men de ger B vaarden WIRPEN Al Me kele zt, BE(chin, en BD ziener me de gel. PD medeërfg IN de ont- eo, Cl 18 erfenis ,f Ben. zijn. 5 met hen len, wf a Ee of werf mr van UM Ee aanva kan tege) E dazelwt Á Úl ke orden eK Tae Cee JJ nog te aanvaarden, ten ware de erfenis reeds door andere erf- geuamen. mogt aanvaard zijn; onverminderd nogtans het regt, het welk een derde op de goederen der nalatenfchap intusfchen mogt verkregen hebben het zij door verjaring, het zij door wettige handelingen met den curator, die de beheering van de wacerende erfenis gehad heeft. f Art. 934, Erfgenamen, die eenig goed van de nalatenfchap mogten weggemaakt of verzwegen hebben, verliezen de bevoegdheid om de erfenis te verwerpen: zij: wordea, niettegenttaande hunne repudiatie, geacht dezelve‘zuiver en eenvoudig aan- vaard te hebben, Art. 935., Een verworpen legaat blijft bij den geen’, die met de uit- keering door den testateur belast was; met inachtneming nogtans van het geen omtrent het regt van aanwas onder meer legatarisfen, aan wie iets gezamenlijk gemaakt is, bij art. 773 wordt bepaald. Art, 936. De‘werwerping van een legaat kan gefchieden op allerleie wijzen, die in ftaat ziju iemands meening uittedrukken, …Ärt. 937. Niemand kan, bij-plaatsvervuiling, voor een’ legataris die een legaat verworpen heeft, optreden, sad { DERDE AFDEELING, VAN BERAAD EN‘VAN BENEFICIE VAN INVENTARIS, AfL og. Alleserfgenamen, zoo‘geftelde als gefubftitueerde, en bij verlterf geroepene, mogen zich beraden, of zij de erfenis zuiver, of onder beneficie van inventaris, aanvaarden, of de- zelve verwerpêén willen, : Art. 939. Legatarisfen hebben ook het regt, om zich te beraden om- trent het aannemen of verwerpen van het aan hen befproken legaat, Art. 940,| Die zich van het regt van beraad bedienen wil, brengt daar- van, zoodra hij van de aan hem te beurt gevallene erfenis of legaar kennis bekomen heeft, eene acte uit voor den regter van de plaats, waar de overledene het laatst gewoond heeft, Art. 94de EN ijn LUID TEN C 140) Art. oat. Dit regt van beraad duurt dentijd van drie maanden, gere- kend van het uitbrengen van gemelde aéte, doch langer niet; ten ware door den regter, om bijzondere en gewigtige rede- hen, eenige verlenging van dien tijd werd toegeftaan. Art. 942. De erfgenaam is verpligt, om, gedurende den tijd van be- faad, een” ftaat en inventaris des boedels te maken, voor de bewaring der goederen, daartoe behoorende, zorg te dragen, en de gelden of goederen„ aan den boedel werfchuldigd, te ont- vaagen; doch het ftaat hem niet vrij, goederen te vervreem- den, of betaliagen en foortgelijke daden te doen; het plegen daarvan heeft ten gevolge, dat hij geacht wordt de erfenis zuiver en eenvoudig aanvaard te hebben. | Art. 943. Indien, uit hoofde dat eenige goederen aan bederf onder- worpen zijn, of niet zonder nadeel bewaard kunnen worden, een verkoop noodig is, of dat eenige dringende betaling moet gefchieden, die volftrekt geen uitftel lijden kan, moet tot het doen van dien verkoop of betaling vooraf eene autorifatie van. ‚den regter verzocht en verkregen worden. Art. o44. Zoo lang de tijd van beraad voor den erfgenaam loopt, kunnen zij, die iets van den boedel te vorderen hebben, den- zelven niet met executiën bemoeijelijken, maar zij zijn ver- pligt aftewachten den ijd, dat de aanvaarding of verwerping der nalatenfchap door den erfgenaam gedaan is, onverminderd echter zoodanige middelen van voorziening, als de regter, op verzoek, van de belanghebbenden, en tot derzelver zekerheid„ noodig oordeelen zal daarteftellen. Art. 045 L Met het,eindigen van den tijd van beraad is de erfgenaam verpligt, zich, bij eene acte voor den regter der plaats, waar het fterfhuis gevallen is, te verklaren, of hij de erfenis aan- vaardt, het zij zuiver en eenvoudig, het zij onder het vragen van beneficie van inventaris, dan of hij dezelve verwerpt. Van het uitbrengen dezer acte in gebreke blijvende, wordt hij gerekend de erfenis zuiver aanvaard te hebben, Art. 946. it Indien de erfgenaam verklaart den boedel, onder beneficie van inventaris, te aanvaarden, vervoegt hij zich„ binnen acht dagen na het uitbrengen der evengemelde acte, bij request, aan het geregt van de plaats, waar de overledene het laatst gewoond heeft, en verzoekt, dar hem mag worden toegeftaan, om den boedel onder beneficie van inventaris te aanvaarden. Art. 947. EEDE ANR OTN Road En, (die IE te Vlaar two ier De ki, kei hats denia ni ne dnaanden, Dh langer Be Wigtige À(laan. en tijd val Taken, vor eN te dragen, Ddigd, er ES) te vere Db; het gie Wdt de«fat Biet ont nnen work: En belg mt NG ran: va erenaam ie, en” hebben, Bf zij Zn merof verwen Bt onvermit— Lede regle, Apr zekerkt F Je erfg E plaats, f ede erf: der het 1 Een acht guest, atst ger” maan, 00° Art. 947. Omtrent dit verzoek wordt door den regter zoodanig gehan- deld, als bij de wet op de manier van procederen is bepaald. Art. 048.| In geen geval, echter, kan de aanvaardiging onder beneficie van inventaris aan den erfgenaam toegeftaan worden, ten zij hij onder eede verklaart, dat de inventaris naar zijne beste kennis in alle opregtheid gemaakt is, dat hij miets ter- kwader trouw. omtrent den boedel gedaan of gehandeld heeft, en dat hij verder ook in allester goeder trouw handelen zal, zonder den boedel op eenigerhande wijze te verkorten; in het bijzon- der ook, dat hij, zoo’er zich nader iets ten voordeele van den boedel tnogt opdoen, zulks in den boedel zal brengen en verantwoorden. / Art. 949. De erfgenaam, die eene nalatenfchap aanvaard heeft onder beneficie van inventaris, is gehouden zekerheid te ftellen voor het beloop van denzelven boedel, en voor zijne getrouwe be- heering van denzelven.| „Arte 950. Redenen van weigering van het verzoek om aanvaarding onder beneficie van inventaris zijn 19. Wanneer door de fchuldeifchers of legatarisfen blijk- baar kan worden aangetoond, dat de ftaat des boedels niet onzeker, maar buiten tegenfpraak infolvent is; ge, Wanneer. de erfgenaam zoodanige daden pleegt, waar- door hij geacht moet worden de erfenis reeds zuiver aan- vaard te hebben; 3. Wanneer hem kan worden aangetaaad, dat hij in-de opgave des boedels, of in deszelfs beheering, geduren- de het beraad, ter kwader trouw gehandeld heeft; en Wanneer onder verfcheiden erfgenamen één of meer. gevonden worden, die den boedel zuiver willen aanvaar- den, of wanneer de erfgenamen bij verfterf, of ook bloedverwanten van eenen verderen graad daartoe ver- klaren bereid te zijn. edet, Ost, Indien de erfgenaam buiten Ítaat is om de vereischte zeker- heid te flellen; of-eenige wettige redenen voorhanden zijn, waarom aan hem alleen. de beheering des boedels niet behoort te wórden overgelaten ,ftaat het aan den regter, om hem tot die beheering één’ of meer boedelredders toetevoegen. Art. 952, De erfgenaam, die onder beneficie van inventaris, aanvaard keeft, zoo wel als de aan hem toegevoegde en aan 42. C ni) ftaan onder het oppertoezigt van het geregt, hetwelk verpligt is, om niet alleen van tijd tot tijd opening en verantwoording van de vorderingen in de vereffening des boedels aaa zich te doen geven, maar ook, des noods, voorzieningen te doen; dat die vereffening binnen een’ bepaalden tijd afloope en ten Einde gebragt worde. Art. 953,— ek Het gevolg van een verleend beneficie van inventaris is? 19, Dat de boedelfchulden en legaten niet vêrder behoeven te worden uitgekeerd, dan het vermogen des boedels toereikende ís 5 g°. Dart de fchuldvorderingen, welke de erfgenaam ten las. te van den boedel heeft, door zoodanige aanvaarding niet worden gehouden voor vernietigd, maar dat hij daarmede, even zoo wel als andere fchuldeifchers, in der boedel komt;  zo, Dat de erfgenaam de noodige onkosten van begrafenis en de kosten, op bet verkrijgen van het beneficie en op de beredding des boedels gevallen, in de eerfte plaats en vóór alle andere fchulden, van den boedel aftrekt 3 4° Dat de fchulden moeten voldaan worden volgens de orde van preferentie, bij de wet vastgefteld, en, voor zoo verre Zij niet geprefereerd zijn, ponds-pondsgelijke 5 en 5%. Dat eerst alle de fchulden des boedels moeten af be« taald zijn, eer de uitkeering der legaten in aanmerking komen kan. Art. 954 De fchuldeifchers van den boedel, die zich niet opgedaan hebben, dan nadat de rekening gefloten en de boedel afgedaan is, hebben geen verder verhaal dan op den erfgenaam;en zulks alleen, voorzoo verre dezelve eenig batig flot heeft overgehou- den, en voorts op de legatarisfen, en dus niet op de overige {chuldeifchers. Zij verliezen zelfs de bevoegdheid, om den erfgenaam en legatarisfen aantefpreken, door een tijdverloop van drie jaren, te beginnen van den dag dat de rekening opge nomen en gefloten is. KIERDE ARDAEELT NG: VAN VACERENDE ERFENIS SE Ne er Art. 955. Wanneer eene erfenis komt te vallen, waartoe zich geene erf ggn noen gewe D god vage gn Dien Jr den Want Are Over rec In van t ed tente alsda ning. Over | De olen Ne rde \brde (ree CJ etmek ven erfgenamen of boedelredders opdoen of gevonden worden, bes verano noemt dé regter van de plaats, waar de overledene het laatst delsauit gewoond heeft; een’ cuiatôr over dezelve, Men te doer, Art. 956.| B pe el tent De gemelde curator is verpligt, ftaat en inventaris van de goederen des boedels te maken, en den boedel zoo en in dier OE A voege tot effenheid te brengen, als aan executeurs voorgsfchre= Bcntansi, Pe érder behe;, Art. 9526 En des Ie Dien onverminderd ftelt de curator alle middelen in het werk, be ten einde te ontdekken’, of’er erfgenamen aanwezig of te vin- den zijn. sedens enaam tak Art. 958. a: aanvark Wanneer zich erfgenamen opdoen, en derzelver regt gecon- bi maar de, ftateerd is, zijn zij bevoegd, dadelijk de beheering des boedels ah\deifchers,_Overteneimmen van den curator, die wegens zijne gehoudene dis F rectie aan hen verantwoordelijk is. AA ie: Art. 959. Wan beer à s en bed In alle gevallen, wanneer geene erfgenamen, die, of uit kracht Brot berofee,« Ee elende van testament, of bij verfterf, zouden kunnen erven, aanwees \ 5 boel id zig zijn, of hebben kunnen ontdekt worden, vervalt de nalg= ee\_ tenfchap, ingevolge artikel 435, aan den ftaat, aan welken pdenves! alsdan de curator of andere bewindhebbende verpligt is reke- CE ning en verantwoording te doen„en de gezuiverde-nalatenfchap ndsgeljkt_overtegeven.|| 5 moeten A 5 Art. 960. 5 a din aaumtt De gemelde curator is bevoegd om voor falaris zoo veel in Ì rekening te brengen, als aan voogden wordt toegeftaan. diet opge— GZESDE HOOFDSTUK | giodel afge ghaam en” VAN BOEDELSCHEIDING EN VAN COLLATIE meet overs” OF INBRENG. 5 B: Op de 13 ï plheid,€: EERSTE AEFDEELING:; VAN BOEDELSCHEIDING Art. 96t. _ Niemand, kan gedwongen worden om eene nalatenfchap on- verdeeld te houden, en boedelfcheiding kan altijd worden ge« vorderd, niettegenftaande eenig daarmede ftrijdig verbod of overeenkomst aanwezig zoude mogen zijn. Men ES Ie KUST ELES Bit i Et Men kan echter, bij overeenkomst, de boedelfcheiding voor ls een’ bepaalden tijd opfchorten, mits niet langer dan voor vijf ho ‚ jareuùs kunnende niettemin de overeenkomst daarna worden|® vernieuwd. f zo Art. 962, Een of meer erfgenamen afwezend zijnde, moet derzelver tegenwoordigheid of volmagt tot het doen der boedelfcheiding, worden afgewacht, ten ware hun verblijf onbekend is, of zij pre zoo verre afzijn, dat de fcheiding daarnaar niet kan worden re uiegeftelds in welk geval door den regter een curator wordt|\äf bensemd, om deu afwezenden in het doen der fcheiding te ie, vertegenwoordigen, zijn toebedeeld aandeel overtenemen, en{|| ten zijnen behoeve te befturen. ee gg Art. 963.|| Het flaat aan den erflater vrij, om de wijze van fcheidingen||R verdeeling des boedels tusfchen zijne erfgenamen bij testament Vi te regelen3 en moet deszelfs voorfchrift door de erfgenamen ti fliptelijk worden nagekomen, al ware het ook dat hetzelve do bieek eenige omgelijkheid in zich te bevatten._ kre Art. 964. did, Omtotboedelfcheidingte geraken, is het noodig, om, indien wel onder de erfgenamen een of meer minderjarige, afwezende, of Û toezigt behoevende perfonen gevonden worden, vooraf een? ver ftaat en inventaris van den boedel te maken. geb Het maken van dezen ftaat en inventaris mag, ingeval’er den meerderjarigen of afwezenden, of toezigt behoevenden in den hun boedel geïnteresfeerd zijn, door dentestateur niet kwijtgefchol. ten of verboden worden, j/ Art. 065. no Deerfgenamen, allen meerderjarig, en hun eigen meester zijn- ya de, mogen, indien zij zulks eenparig goedvinden, den boedel| td onder elkander verdeelen, zonder vooraf daartoe eenen inven-(in taris te maken. ler Art. 966. Des overledens boedel met den boedel van een’ ander’ door l gemeenfchap vermengd zijnde, moet eene afzondering van die ma, beide boedels gefchieden, alvorens boedelfcheiding onder des| pfk overledens erfgenamen plaats kan hebben,[ ll Art. 967. dB Indien tusfchen den overleden’ en deszelfs nagelaten echtge- Oi noot gemeenfchap van goederen heeft plaats gehad, wordt de 4 let gemeene boedel naar het voorfchrift, in artikel 194 vervat, verdeeld, De / Art. 968. fi| De gemeenfchap zoo van goederen, als van winst en ver- lies,| â TEE CET EN KAA WES WD fcheidingr t dan von daarna wa noet dent bedelfchei kend is, d liet kan wet } curator m re cheidig ortenémen, 4 fcheidm Doi, testan Ode ertornat EK dat hee Dl„on, nin Se afens,f Ka, vondt Beag, Ingel Ee venden 1 at Kite y ran meeste! fen, den b fe eenen! gi ndering Biding 0 agelatel chad,| kel 194 an wijs C 145) fes, bij hüwelijks-voorwaarden zijnde uitgefloteft, heeft mede eene afzondering plaats, doch zoodanig; dat de door de vrouw. aangebragte, of{taande huwelijk verkregene goederen, voor … zoo verre die nog aänwezig zijn, den boedel van de vfouws en de overige den boedel van den man uitmaken. Art. 959, Voor zoo verre eenige van de goedeten vän de vrouw vers vreemd en niet meet aanwezig zijn, en de vrouw niet uit krachte van getig bijzonder beding, bij huwelijks- voorwaar* den gemaakt, zelve de adminittratie dezer goèderen heeft ge- had, heeft zij of hare erfgenamen regt tot het bekomen van redintegratie, overeenkomftig de bepalingen; bij arts r5o,en 151 gemaakt: Att: 97d.:, De gemeenfchap vari goederen wel uitgefloten, doch die van winst en verlies gebleven zijnde, beftaat de gemelde af zonde. ting daatin, dat eerst en vooraf, uit vergelijking van het geen door elk tem huwelijk is aangebragt, en ftaande huwelijk vers kregen ‚ met den tegenwoordigen ftaät van. den gemeeuen boes del, de berekening worde opgemaakt, hoe veel'er ftaande hu- welijk is overgewonnen of achteruitgeteer ds Dit. overgewonnen of achteruitgeteerde moet, als. winst of werlies: gelijkelijk gedeeld worden; em alsdan wiadkt elks aan- gebragte goed, vermeerderd tüict de halve winst„ of vermins derd met het halve verlies, het aandeel uit„ hetwelk aan ieder hunner uit den gemeenen boedel toekomt.[| Zoo lang de boedely die met des overledens boedel gerticen en onverdeeld is, niet afgezonderd is geworden, zijn de erf= genamen of executeurs, door dei overledenen benoemd, nief ánders bevoegd tot de beheering van dien gemeenen boedel„ Ban met concurrentie van de belanghebbenden in den boedel; „die met den hunnen vermengd is. Art. 9/2. B on| In de affcheiding van ceren gemeefien boedel kati door der man, of zijne erfgenamen gevorderd: worden, dat aan hemt of hen, ria gedane begrooting; worden toegedeeld de mans “kleederen, benevens het goud„ zilver en kleinoodiën, tot des mans lijfdragt behoorende, Gelijk regt komt ook toe aan de vrouw, of hare erfgenamen} én’ aanzien van de vrouwsklees deren en fiefadiën, j B el Art. 973 p Te De langstlevende echtgeroot. kan insgelijks vorderen; dat gan hem, volgeüs begrooting„gelaten worde de glimmen K€. dann Neto, PPR AED NEE OEE€ Md C A40 D benevens de inftriumenten en gereedfchappen„ tot-zijn béroep 4 ambacht of kunst, behoorende. 8 Art. 974. Boedelfcheiding wordt onder de erfgenamen gedaan door verdeeling van het geen deelbaar is, of door het eene goed te- gen het andere te ftellen„ of door overmeming op begrooting, of door eenige andere age fchikking, of door het lot. It. 975:: Vóór alle Scheiding en deeling geniet ieder erfgenaam vooraf het geen‘hij als fchuldeifcher te vorderen heeft, alsmede dat gee, hetwelk de testateur aan hem blijkbaar boven zijne erf- portie heeft gelegateerd. Art. 976. Bij de verdeeling moet, zoo veel mogelijk, vermijd worderi, dat de nalatenfchap in al te geringe deelen gefplitst, en de daartoe behoorende landerijen al te zeer van een gefcheiden worden, en, zoo veel mogelijk, worden gezorgd, dat ieder erf- deel eene gelijke hoeveelheid roerendeen onroerende goederen, tegten en infchulden, van arten aard en waarde, bevat, rt. 977: Î Onder de goederen, waaromtrent boedelfcheiding plaats heeft, worden niet gerekend dezulke, die wel in den boedel gevon- den zijn, doch waarvan de eigendom aan anderen behoort, of dië door den overleden’ met last van fideïcommis bezeten, en met zijnen dood op anderen vervallen zijn. Arte:028.; De vruchten, huren, interesfen en andere inkomften, vóór of na des testateurs overlijden vervallen, moeten mede in de verdeeling komen. Ash 70e„ar Onroerende goederen; die niet gemakkelijk verdeeld kunnen worden, moeten in het openbaar worden verkocht, ten, zij de erflater bij testament, of de erfgenamen bij overeenkomst„ hier= omtrent eene andere fchikking hadden bepaald. Art. 980. Ten aanzien van: den” regter, voor denwelken de actie tot boedelfcheiding„ en de verfchillen- over dezelve, moeten worden gebragt en behandeld, wordt tot- artikel gog ge= refereerd, d Het regt van boedelfcheiding te eifchen wordt door geene verjaring verloren. Ei> Árt. 982.| De: papieren en bewijzen van eigendom, tot eenige torse: ee | ] if esta ning heet (dan bt erf ij Nun, id\ gen Eene A _Nbre dl wa bor: Tot viel JN Ver horn \ioed Bijnben, gedaan} eene and: p begroet; vor het kt, jenaan iN 6, alsmed:; fa iven zijt: ijd walt, Bitst, at p gefchel mn Antieder: Rade goeder arke, bert, Borus, ) boet ear Bn beho,’ ) amis bees ed Ed comen, man mede: deeld ke mt, ten! 5:nkomst, Aad 3 5 nde 1 miclve,#° z gril EN ETR ETL Ae en Cm) deelde goederen betrekkelijk„ worden overgegeven aàn den geen’, wien die goederen toegedeeld zijns Art. 983. De algemeene boedelpâpieren blijven in he: bij deni geen’, dien de meerderheid der etffgendmen daartoe verkiest, of, geene, bepaling det túeerderheid kunnende uitgebragt worden, bij den geen’, dien de régter oordeelt daartoe de meest gefchikte perfóon te zijns behoidens àan elk der bee langhebbenden. het vermogen, om teid allen tijde dädrvan; “ten zijnen koste, vifie en affehrlften te vordêren. / TWEEDE AFDEELING. VAN CÖtrATE oF ÏNBRE N dà A 084. leder, erfgenaäm is verpligt om in den boedel intebrengen; of in zijn aandeel te latên toefcheiden, hetgeen hij aan den testateur fchuldig was, hetgeen ‚hij uit den boedel op reke= ning genoten, of, wegens vruchten en inkomften ontvangen Beett, en’ hetgeen hij tot vergoeding van{chade, door hem aan dén boedel toegebragt, Ae mogt zijd. so Arte 985er« ‚Kinderen, en verdere af komelirigen bij plaatsvervullink 3 zijn daarbenevens gehouden ‚om in den boedel van hunne ouders of grootouders, aan wie zij bij testament of bij ver- Îterf opvolgen, en, al ware het alleen in de legitimie portie„ bij collatie intebrengen hetgeen zij van hen, in, derzelver leve TT ook-uit anderen hoofde dan in het vorig ärtikel vêr- meld is, genoten hebben} en zulks overéenkomtftig de bepa lingen, bij artikel go en 99r gemaakt, ten, einde daardoor’ eene billijke gelijkheid onder de kinderen bevorderd‘worde, Art. 986. Afkomelingen, bij plaatsvervulling. ervende„ zijn tot den inbreng van hetgeen hunne ouders genoten hebben verplig it àl was het zelfs, dat Zij Ee erfgenamen van huünrie ouders geworden waren. Tot dien inbreng zijn echter deze ie afkomehitgen. voor zoo veels het geftotene door huirine ouders betreft, riet gehouden, wanneer zij niet bij reprefentatie van hunnen òverledenen vader of moeder tot de erfenis komen, maar door hunne rootouders, met voorbijgaan van hunnen nos levenden. vader. bf moeder; tot erfgenamen gefteld zijn.[ kn RS Art. 988, EN nne Wen Do KR DN Aare ee MEE€ de C 148) Art. 988. In de fcheiding van den gemetheit boedel tusfchen den langstlevenden der cuters, en ‚de kinderen, als erfgenamen van den geftorven’ vader of moeder,-als mede in het geval 4 dat de langstlevende, benevens de kinderen, tot erfgenaam geteld is, wordt door de kinderen ten voordeele van den langstlevenden geen inbreng gedaan, maar alieen ten voors deele van de andere kinderen of kindskinderen. f Art. 989. Wanneer verfcheiden kinderen of kindskinderen den boedel wan een” hunner ouders of voorouders aanvaarden onder bez nefieie var inventaris, heeft de inbreng wel plaats ten aan- zien van de kinderen of kindskinderen, maar niet ten voor- deelesvan de fchuldeifchers. Art. 99o. In de bepaling, wat aan inbreng onderworpen of daarvan bevrijd is, moet in. de, eeffte plaa's geraadpleegd en gevolgd worden hetgeen de testateur daaromtrent verklaard heeft te willem. Á Att. 9OT. Geene bepaling daarvan door den testateur gemaakt zijnde, Le, word: Beacht aan inbreng onderworpen te zijn: z°, Alles wat tot het beginnen, bevorderen of verkrijgen 5e van eenig beroep’, koophandel, nering, fabrijk, handwerk of andere kostwinning, van welken aard ook; is mee degegeven of verftrek: 5 “a°, Hetgeen ten huwelijk is medegegeven, of naderhand tot onderftand der huishouding werftrekt is; ao Al hetgeen door de ouders als borg, of anderzins, we- gers fchulden of misdaad der kinderen, betaald is; en 4°. Gefchenken, door de ouders, uit loutere gunst of milddadigheid, aan de kinderen gedaan, | Art. 992, Van inbreng zijn bevrijd: ze, Bruiloftskosten, kleederen, kleinoodiën enfieradiën, ter gelegenheid van der kinderen huwelijk gegeven; im- mers voor zoo verre de laatstgemelde, uit hoofde van derzelver aanmerkelijke waarde, niet als een gedeelte van het huwelijksgoed behooren aangemerkt te worden 3 Fe J 4 |gen De hoe tr tusfcher£ s ertgen in het ge, at erfgen Deele vant Ben ten W: En den bet fn onder jets ten ut pe tent gh daam giÀ en gevo Kaard beef k x sof velit Bajka ook, | À : f nader Hs derzins, pppetaald 5 Bert gr er fier’ a gegeret? Eje hoof” € a fj p cen© KEER AEN Ng ET An C 149) go, De gewone kosten van onderhouden opvoeding 3 8°, De kosten, tot het aanleeren van eenige koopmanfchap,’ kunst, handwerk of ambacht befteed, als mede de kosten van ftudie, het aankoopen van de noodige boee ken daaronder begrepen; en en goe Gefchenken door de ouders, tot belooning van gedane dienften, aan de kinderen, gedaan. De inbreng gefchiedt alleen in den boedel, van wien het genotene is af gekomen. De inbreng wordt gedaan door het genotene weder in den ‘boedel te brengens of door zoo veel minder dan. de anderen te genieten. ij Art. 995. Die eene zekere fomme gelds heeft genoten, is gehouden eene gelijke fomme intebrengen; doch die goederen genoten heeft, kan volftaan met den inbreng van de waarde, welke die goederen ten tijde van de gifte hadden. Art. 996. De verpligting tot het doen van inbreng koudt op: ze, Wanneer dekinderen of kindskinderen, het zij door onte erving, het zij door het verwerpen der erfenis, geene erfgenamen van hunne ouders.of„grootouders worden 5 2e, Wanneer de inbreng hooger komt dan het erfdeel be- loopt; als welk meerdere voor vervallen wordt geïce kend, en niet behoeft ingebragt te, worden; Indien de kinderen of kindskinderen daarvan door-de ouders of grootouders bij testament of-anderzins, zijn vrijgefteld, voor zoo verre de legitime portie der overie ge kinderen daardoor niet benadeeld wordt; en 4°. Indien de kinderen of verdere af komelingen“elkander bij overeenkomst vóór of na des’ testateurs overlijden gemaakt, van het doen van“inbreng vrijgefteid hebben./ ged Door het bepaalde bij de twee eerfte gedeelten van dit artikel, wordt echter de erfgenaam van de betaling van het geen hij meerder dan zijne erfportie âan den erflater ica was, en van de vergoeding der fchade 57die„doors He den boedel zoude mogen toegebragt zijn, niet vijg EN DTE 5 dl el ie a er ne enen € asp J DERDBARDEELIN GG VAN DE BETALING DER SCHULDEN. Art. 997. De erfgenaam, die de erfetüús zuiver en Ebbie aanvaard heeft, is verpligt om alle de fchulden des boedels ten volle te bet alen. ne Art. 998. Gedeeltelijke erfgenamen valdoen, ieder voor zijn aandeel„ de fchuiden des boedels; Art. 999. Een der erfgenamen, bij Scheiding, r met het Betalen van …eenigé fchuld- des‘boedels belast zijnde:, is gehouden zijne mede:erfgenamen daarvan te bevrijden; dach de fchuldeifchef behoudt de keuze, of hij den belasten e e:fgenaam alleen, „of wel de gezamenlijke erfgenamen tot betaling dere ken” wil, Art. rooo. Godsbuizen, weeshuizen„ diakoniën en andere armen=in» tigtingen, mitsgaders. weesmeesters, mogen eene erfenis aan- vaarden, zonder in de fchulden verder gehouden te Zijn dan de boedel: toereikt, en ftaan mitsdien in dit opzigt gelijk met de genen, die een” boedel onder beneficie van inventaris aan- vaarden; S : aats oor: DEzE. zijn echter gehouden“inventaris te maken, en aan de belanghebbenden rekening en verantwoording te doen. Art. roog. De fchuldeifchers van. eenen boedel, en de legatarisfen hebben‘in Alle gevallen, zonder uitzondering, de bevoezd- ketd om: affcheiding van den boedel des overledenen van dieu van den erfg genaam te eifchen, Art. rao3. Dit regt kan. echter niet ipabo worden, wanneer men den erfgenaam. in, zijn particulier als fchutdenaar heeft aauge- nomen, en daardoor, met betrekking tor den overledene eene novatie, van fchuld, heeft aangegaan. Art. 1oo4. Het regt om affcheiding des boedels te vorderen wordt, door verloop van drie jaren’gepréfcribeerd, Art. 1d05. De particuliere fchuldeifchers van den erfgenaam’ kunne in gene zoodanige feparatie des ade wonderen. “ fe jad em \n/ ù hi 0 Danvaard Bn vole Diindeel, ln van U zijne ydBleiichet gefNieen,;, rants bertefs 5 ANKN ee zijn an Klk ne: {Sis ar red en ul vadhrisfén zgn den, oer me| B, Uit = SI ap wordt, s Ij winst Coast aERDE AEDBELEKNG, VAN DE GEVOLGEN. VAN, BOEDELSCHEL DÌNG, EN/VAN VRIJWARING VAN, HET AANBEDEELDE, Art. 1006.| “_De erfgenamen zijn verpligt, offchoon dit ook niet bij de fcheiding bedongen ware, om voor de vrijwaring van het aan een ieder toebedeelde inteftaan. Art. 1007, Wanneer eenige infchulden des boedels aan een’ der erfge- namen toegedeeld zijn, kan die erfgenaam de betaling van den fchuldenaar eifchen, zonder daartoe eenige verdere over- dragt of cesfie van actie van zijne mede-erfgenamen noodig te hebben. Art. 1098. Gemaakte boedelfcheidingen hebben eene verbindende kracht onder de erfgenamen. nr ArNe VAN VERNIETIGING OF RESCISSIE VAN AANGEGANE BOEDELSCHEIDING, Art, 1009. Boedelfcheiding kan worden te niët gedaan ter zake van ges weld of bedrog.: Art. roto, Eene regtmatige dwaling, waardoor eene benadeeling van meer dan een vierde van iemands erfdeel door de fcheiding veroorzaakt is, eene vergisfing in de berekening der aandee- len of optellingen, de ontdekking dat men bij de fcheiding, iemand als mede-erfgenaam heeft toegelaten, die geen erfge- naam was, of dat men verzuimd heeft een’ wezenlijken erf- genaam mede te rekenen, zijn wettige gronden tot rescislies of tenietdoening van de aangegane fcheiding, en tot eene gen heele herftelling„ of wel tot eene. verbetering van het toegee bragte nadeel, naarmate van. de omftandigheden, Art. IOT. Tegen de waardering der goederen, welker verdeeling ver volgens door het lot gefchied is, valt geene herftelling. Krt PW RPB ENT WAZA 4 VAN CONTRACTEN OF CONVENTIONELS, VERBINDTENISSEN IN HET ALGEMEEN. EERSTE HODEDSTUK. ie VOORAFGAANDE BEPALINGEN. Art. trois, Een contract is eene overeenkomst, waardoor een of meer perfonen zich aan een of meer andere perfonen verbinden, om ‘jets te geven, te doen, of niet te doei, Art. 1013, Een contract is bilateraal of tweezijdig, wanneer de con tractanteu zich wederkeerig aan elkander verbinden. Art, Tor4. Hetzelve ís unilateraal of eenzijdig, wanneer een of meer perfonen zich aan een of meer anderen verbinden, zonder dat de laatstgemelden van hunnen kant tot iets gehouden zijn, Art. Tets. Hetzeive is commutatief, vergeldend of verwisfclend, wan- neer ieder der contracterende. partijen zich: verbindt om-eene zaak te doen of te geven, welke befchouwd wordt als een equivalent van het geen voor hem gedaan, of aan hem gege. ven wordt. Wanneer het equivalent voor ieder der contractcrende par- tijen beftaat in de kans.vdn winst of verlies, van eene onze- kere gebeurtenis afhangende, is deze verbindtenis een kas contract, Art, ro16. Een contract uit weldadigheid is, wanneer eene der partijen aan de andere geheel en al om niet een zeker voordeel of voors regt doet toëkomen. | Art. tor7. Een contrat, uit onereufen titel aangegaan, is zoodanig een, het welk ieder der partijen onder de verpligting brengt om iets te geven of te doen. Art. ro18. Alle contraten, behalve in de gevallen, waaromtrent de’ wet op eene andere wijze befchikt heeft, kunnen zoo wel mondeling als fchriftelijk worden aangegaan, en het gefchrift behoort nimmer tot het wezen der contraêten, dan alleen in het geval van een uitdrukkelijk beding, dat het contrat niet : voor EEE ET EN KN E FR ms PEN 4 Ne A ge) goor” eener In verl tin het ji: geer zot be a ebben ha Ki 4 NED le) wort hand ) io nst L (ee Win 8 Dwp iva Nee C#43) hd “he woor voltrokken zal worden gehouden, dan nathet pasféren eener fchriftelijke-acte.| T1ONEU ar Art. roig. ee EMEEN, Ingeval het beding, bij het flot van shet-voorgaand: artikel vermeld, plaats heeft, ftaat-het aanelk der contraéterende par- 85 tijen vrij, om, zoo lang het gefchrift niet voltrokken is 3 van K het contraét door berouw terug te komen, EST | Dit moet echter niet worden uitgeftrekt tot het geval, swan- KEN peer men enkel was afgefproken, om het werhandelde fleghts ger cor beter geheugenis en bewijssin gefchrift te doen vervatten. ï Art. Toso, Sb, Br een of m: Alle contraéten„ het zij dezelve eene bepaalde benaming Boinda,x hebben, het zij dezelve onder geene bijzondere benaming bee kend zijn, hebben hunne algemeene regels; welke het onders werp van dezen:titel uitmaken, Wer de ca De bijzondere regels, ten aanzien van bepaalde contracten, _‚N worden opgegeven bij de titels, in welke van elk derzelve ge. handeld wordt. „De bepalingen,„die tot handelingen der commercie in‘het bijzonder betrekkelijk zijn, worden bij de commerciële wetten vastgefteld. TWEEDEN OOF DSE UK. VAN DE WEZENLIJKE VEREISCHTEN DER OVEREENKOMSTEN, Art. roer. Tot de beftaanbaarheid van alle overeenkomften behooren Suterenken wier wezenlijke veréischten: Wi cone à De toeftemming van den geen’, die zich verbindt 3 Bis cen£ Deszelfs bekwaamheid om te kunnen contradteren 5 Een zeker onderwerp, hetwelk de ftoffe der verbinda tenis uitmaakt; en ee á der pe Eene wettige oorzaak van verbindtenis, & nde off ER RAR 4AFDEELING. VAN TOES TE MM A.N:G, 5 joodani Art. roes. mengt C° BE = 6„ Geene toeftemming is van waarde, wanneer dezelve door dwaling of bedrog is verkregen, of door vrees of onregtvaare Barom? dig geweld is afgeperst. nut Ken Art. 1023. Fet ze Dwaling maakt geene overeenkomst nietig, dan wanneeramen an alle gedwaaid heeft in hét wezen der zaak, die het onderwerp der B ounte uitmaakt: 5 Eg Dwa- je É. NS je LTD EEE Cmsa.d Dwaling: maakt-mede- geene overeenkomst nietig, wanneer men alleenlijk gedwaald heeft in den perfoon, met wien men Ven meende te handelen, ten zij de ovefeenkomst voornamelijk uit wijkt aanmerking van dezen perfoon is aangegaan. t lnva zeval Art. Toa4. … Leni ijd Onrégtvaardig geweld, gepleegd. tegen den geen’, die eene werbindtenis aangaat, maakt de overeenkomst nietig” ook Jh dan, wanneer hetzelve gepleegd is-door een’ derden, ten wiens Re, belgoeve de overeenkomst niet: gemaakt is. ú : yà“Art. 1025. L diet Onregtvaardig geweld heeft plaats, wanneer hetzelve van ilar, zoodanigen aard is, dathet redelijker wijze moet geoordeeld{4 spil „worden op, iemand indruk te maken,en hem te mogen doen ler vreezen, dat hij zijn’ perfoon of goederen aan een merkelijk en dadelijk nadeel blootftellen zoude: 4 Nm In het beoordeelen daarvan moet op de jaren, de kunne en 4 omt den ftaat der perfonen, acht gegeven worden. mak Art. 1o26. ‚4 voor „Onregtvaardig geweld maakt eene overeenkomst nietig. als_j Zo hetzelve gepleegd is niet alleen tegen een’ der contractanten, gebru maar ook tegen deszelfs echtgenoot, kinderen of ouders.-| Art. 1027 Sd Ike De vrees, alleen uit eerbied jegens ouders of grootouders.{4 zeke voortkomende, ís uit haar zelve, en zonder eenig bijkomend ghders önregtvaardig geweld, tot vernietiging der overeenkomst on- ke voldoende. die ; Art. roo8. on Ì Tegen een contraët kan, op grond van onregtvaardig ger 4 J weld, niet opgekomen worden, indien„ na het ophouden van ld het geweld, het contrat is goedgekeurd, het zij uitdrukke- lijk, het zij flilzwijgende, het zij omdat men den tijd tot ike relief, door de wet bepaald, heeft laten voorbijgaan. EE ÂTt.. 1029, Bedrog levert een’ grond op tot vernietiging der overeen. he komst; wanneer de kunstgrepen„door een’ der contraêtanten 5 met gebezigd, van dien aard zijn, dat het baarblijkelijk is, dat© 4 de ander, zonder zoodarige kunstgrepen, niet gecontracteerd, On zoude hebben: B Bedrog wordt niet geprefumeerd, aar moet bewezen, wor- R Art. 1030. Overeenkomften, door dwaling, onregtvaâardig geweld of be. drog. aangegaan, zijn niet van zelf nietig, maar moeten bij vonnis van den regter, na cen volledig onderzoek, vernietigd of gerefcindeerd worden.. Art. 1o31. 1 nietig Mt B, met wit Ë voorman; Ï 3 D geen, d: Dist niet Berden„tn Blier Hetzer Shaoet geon ll te mogerd Rt een welk u, de kunn | B omst nf SE contracten uders, el of gro eri bijz ereenkon! B pregtvaart Et ophoud Ezi uit ej den t oijgaan. ng, derd er cont mt 07 Baar m0 Ek ÊN Art. rogrë in: Wenadeeling zonder dat van eenen bedriegelljken- toelêg blijkt, vernietigt geene overeenkomst„dan alieen- in” fommige gevallen, en ten aanzien van zekere perfonen 5, zoa: als hierna, bij. de behandeling vanzelief, is vastgefleld. 7 Art. ra32e „In het algemeen kan men zich niet verbinden, noch icts bee dingen, op-zijn’ eigen, naam„dan voor:-zich zelven. id Niettemin kan men zich vooreen’ derden fterk taken iaftaan, en beloven; dat dezelve iets zál geven of doen: in- geval die derde-weigert het beloofde na te komen, isde bee lawer tot fchadeloosftelling gehouden: BE arten > Art. 1034. ahl Men kan ook ten behoeve van veen’ derden iets bedingen, wanneer eene. overeenkomst„ welke men’ voor zich- zelven maakt, of eene gift, die men aan een’ander’ doet, zulk eene voorwaarde of beding in zich bevat: Zoodra die derde verklaard heeft van het beding-te-willen gebruik maken, ís hetzelve onherroepelijk, N Á Arte 1035. df Men woret altijd geacht bedongen. te hebben‘voor zich zelven, en veor zijne erfgenamen of regt verkrijgenden ‚ mits- gaders ten laste van den belover en. zijne erfgenamen.of regt verkrijgenden; ten ware het tegendeel witdrukkelijk bepaald. is, of uit den aard der overeenkomst voortvloeit. TMEEDR AFD RR Pine VAN DE BEKWAAMHEID DER CONTRACTERENDE PARTIJEN. Art.“1036. Een ieder is bevoegd. om contracten aantegaan, ten zij de wet hem daartoe onbekwaam verklaart. Zen| Art. 1037. Onbekwaam om te contracteren. zijns Minderjarigen; zen Die onder curâtele gefteld zijn; Getrouwde, vrouwen, behalve in de gevallen bij de ‚wet uitdrukkelijk uitgezonderd; é En in het algemeen alle zuiké perfonen, aan welke de wet het aangaan vatr zekere handelingen, of het contracteren in zekere bepaalde, omftandigheden, ver- DIE zate 5 8 hd Art. 1038. Gr Et Rij Lbr nan of. CE Art. ros8.| ‚-Perfonen, bevoegd’ om-te contracteren, kunnen van hunne De: zijdeniet weigeren hunne verbindtenis geftand te doen, uit hoof- ve te de dat de-geen„met wien zij gecontracteerd hebben, min- Sk derjarig is, onder enige of eene getrouwde vrouw is,_ ze Art. 1039. Het voorgeven van een’ minderjarigen, bij het aangaan eener ff verbindtenis zeggende meerderjarig. te zijn„ geeft aan dezelve. im verbindtenis geenerlei kracht, …; he Een“minderjarige, kcophandel drijvende’, of eenig beroep. 4 iem of nering exercerênde, wordt bekwaam om te contracteren ge= bint houden, in zaken, zijn’ handel, beroep of nering betrefs 4 Iny HE 4 Art. roár, th „Die zich verbindt ten nadeele zijner fchuldeifchers„ op een” tijd dat‘hij weet infolvent te zijn, of door dezelve verbindtes Vv. nis infolvent te zullen worden, wordt voor onbekwaam om te_ contracteren, of om eenigen eigendom’ overtedragen, gehou- 4 4 den; en worden alle zoodanige contracten of overdragten van|/ eigendom voor nietig gehouden, wanneer de geen, met wel-| ken iemand in nadeel zijner fehuldeifchers gehandeld heeft, van dit nadeel of fraude mede bewustheid heeft gehad. Ee Indien de geen, met welken iemand in nadeel zijner credi-{ Wik, teuren heeft gehandeld, geene bewustheid van het nadeel of} A fraude heeft gehad, zijn dezelve contracten en overdragten|| alleen in zoo verre nietig, als dezelve om niet, of uit een| En luerativen titel, zijn gefchied. gm PADRE ARD Kikokdedc ak VAN HET ONDERWERP: DER OVEREEN- 25 KOMSTEN. —,\_ Art. 1To42. WAN ke Alle contracten hebben tot onderwerp eene zaak, welke men î zich verpligt te geven, te doen of niet te doen, lk: d Art. 1043. ed € Het enkel genot of het enkel bezit van eene zaak kan, zoo ad wel als de zaak zelve, het onderwerp van het contract uit\ mn maken.: ke; Art. 1044. pi Zaken, die van den handel der menfchen, zijn uitgefloten, ar kunnen het onderwerp eener overeenkomst niet zijn. he Art, 1045 a É Einnedt van} te doen, d lieben, Rouwde ve 3 het aange: epeeft aant id Sof eenig) of contract € nering bt giSchers, guve verk nekaf B dragen, zl overdagten» gen, IRN getand Bleft geha, oideel zijne! han het nt 5 en Over Riet, of! Ì TARN Ep vert 5: zaak,# É ne zal het cal j zijd ug st zijd | Ke $ C 157 J Art. 1045. men De verbindtenis moet eene zaak tet onderwerp hebbeit, wek ke ten minfte ten aanzien van hare foort bepaald zij.*—* Het getal of de maat der zaken kan onbekend zijn; mits hetzelve naderhand kan worden bepaald en uitgemaakt. Art. 1046. wddnidefins ‚ Toekomttige zaken kunnen het onderwerp eener. wefbifidte- nis uitmaken. Men kan echter geen’ afftand doen van nog niet opgekomieté erfvolgingen, noch daarover eenig beding aangaan; zelfs niet met toeftemming van den geen’, over wiens nalatenfchap gehandeld wordt. Het bepaalde bij artikel 84, e1e en 713, is echter onder dit verbod van afftand niet begrepen. Khen de rib ELLN Gi VAN:DE OORZAAK DER VERBINDTENISSEN, Art. 1047. Ee Eene verbindtenis, zonder oorzaak, of uit eene valfche oore záak, of uit eene omgeoorloofde ootzaak aangegaan, i$ krache teloos./ de En Art. 1o48. Eene overeenkomst is niettemin krachtig, waarvan de core zaak wel beftaat, maar niet bij het contrat is uitgedrukt. Art. 1049./ 5 Eene ongeoorloofde oorzaak is, die bij de wet verboden 4 ef mer de goede Zeden, of met de maatfchappelijke orde frij= ig 1Se DERDE HOOFDSTUK, ……» VAN DE GEVOLGEN Ber GEE ot pi ENTSRER. Per sreartrr ENE pe OEE be 0 able N ze Art. 1oso, Alle wettiglijk aangegane overeenkomften ftrekken aan de contracterende partijen tot eene wets \° dn ee Zij kunnen niet herroepen worden, dat met wederzijdfche Dn toeftemming„ of om wettige, redenen: In de nakoming derzelve moer ter. goeder trouwe worden te werk gegaan, ne| | ‚Art, 1o5i. DS ì Overéenkomften zijn niet alleen verbindende ten aanzien var het geen bij dezelve uitdrukkelijk is bedongen, maar, ook van het geen, naar den aard van dezelve overeenkomften, door de billijkheid, het gebruik of de wet gevorderd wordt; PW BBeD Be AFD EEE Ì N Ge VAN VEREINDTENISSEN om iets Te GEVEN, RN Tr rt. 1052." De Verbindtenis om Íets te geven bevät in zich de verplig- ting, om het goed te leveren, en voor het behoud van hetzel- vete zorgen tot de levering toe; als mede om, bij nalatigheid, de kosten, fchaden en interesfen aan den fchuldeifcher te: vergoeden; A Saken RD ROR en ne ee _De verpligting om voer het behoud van het goed te waken, het zij de overeenkoimst alleen ten voordeele van een, of wel van beide de contraéterende partijen, gemaakt is, brengt me: de, dat men voor dat goed als een-oplettend huisvader zorge dragen moet. Beede si d Aan dezé werpligting wordt; in fomimige contracten eene nog grootere, en in fommige andere eene mindere, uitgebreidheid gegeven, volgens de bijzondere bepalingen, die hiervan bij de behandeling van deze bedoelde contractén wordén vástgelteld. en Art, 1oöde oen ‚ De geen, die verpligt is voor het behoud van het goed te waken, is niet aanfprakelijk voor fchade„ die door bnvoorziene onheilen, of door onvermijdelijk geweld, buiten zijne fchuld, veroorzaakt is, ten ware hij het gevaar van die,onheileg op. zich heeft genomen, of het onheil als een gevolg van nalatig. heid moet gerekend worden._ de rt. Tos, 2e ‚Voor nalatig wordt gehouden die het goëd nièt levert op den tijd„ bij de overeenkomst bepaald„ of’ die„wanneer geen tijd bepaald is, van de levering in gebreke blijft, nadar hij tot het doen derzelve is aangemaand; an At Boel nala Di pele b k ader beho í han} Îe vor en he Klin, gn Joy 1 fc erven Irna Kost Poet weder; í 4 Vi 0 wort B ten aan E, maar, 0, Bnkomfte, pn HAN df 5 BAC de verf oud an het bj mahnte Buller ri: ad goed te vi Man een, Eis, bren iuisvade eg acten CL_ nl uitgebrt B hiervan. gen västgt ud in het: Por On ee: K Bin zijn lie, onhe? # van# hd penis. E, nnee 3 nadat EN EN DN nn Ai ink adm Ac C 159 J DEERD R A BiDBE KNSGe VAN VERBINDTENISSEN,) OM IETS TE VERs RIGTEN, OF NIET DE VERRIGTENs: Art. 1056. 8 Eene daad kan, 400 wel äls eene zaak; het onderwerp eener verbindtenis-zijn, mits die daad noch onmogelijk, noch on= geoorloofd, noch onbepaald zij, en mits de geen, ten wiens behoeve de verbindtenis wordt aangegaan, belang hebbe bij het al of niet verrigten van die daad, zoodanig dat. dit belang op eene zekere waarde begroot kan worden; Art. 1057. Die zich bij overeenkomst verbonden heeft om iets te doen; en daarvan nalatig of in gebreke blijft, is gehouden tot vers goeding der kosten, fchaden en interesfen, die hij door zijne nalatigheid of verzuim veroorzaakt, 5 Art. 1058. Die zich verbonden heeft iets niet te doen, het geen. hij echter heeft gedaan, is daardoor gehouden tot vergoeding van kosten, fchaden en interesfen; uit het— nadeel door die daad veroorzaakt, aan den geen’, ten wiens behoeve hij zich verbonden had, om die daad niet te doen, si Ârt. 1059: Ó De fchuldeifcher heeft ook het regt, om de vernietiging van het geen, tegenftrijdig aan de overeenkomst, is gemaakt, te vorderen, en hij kan zelfs geautorifeerd worden om het gemaakte af te doen breken, ten koste van den{chuldenaar zonder zijn regt tot vergoeding van kosten, Íchaden en intes tesfen, indien dezelve plaats mogten hebben, daardoor te verkorten, behoudens het geen bij artikel 551 ís bepaald, VIERDE AFDE EL ING. VAN KOSTEN, SCHADEN EN INTERESSENe Dn Art. 1060, Kosten, fchaden en interesfen zijn in het algemeen het geeiì een? fchuldeifcher toekomt voor het verlies, hetwelk dezelve heeft geleden, en voor de winst, welke hij heeft moeten dervenz behoudens de uitzonderingen en wijzigingen, welke hierna worden vermeld. \ Art. 1o6ï. Kosten, fchaden en interesfen zijn dan alleen verfchuldigd, ú Go PS Nije LTD nn 57, Eu) wanneer de fchuldenaar verzuimt of in gebreke blif, zijne verbindtenis natekomen, Art. 1062. 7 hk kosten, fchaden en interesfen zijn verfchuldigd, indien de fchuldenaar„ door. onvermijdelijk geweld, of bij toeval, buiten zijne fchuld of verzuim, belet is iets te geven, of een daad: te verrigten„waartoe hij verpligt was geweest, of sado zaakt is geworden iets te doen, hetwelk hem verboden was. Arts 1063. Een fchuldenaar, die niet met kwaad opzet salsask heeft gegeven, dat de verbindtenis niet ter gitvoer is gebragt, is alleen gehouden tot vergoeding van dié kosten, fchaden en interesfen, welke voorzien zijn of voorzien hadden kunnen worden, teù tijde van het aangaan van het contra, Art. roó4. Maar zelfs in dat geval, wanneer het niet nakomen van de overeenkomst een gevolg’ is van het kwaad opzet van den fchuldenaar, kunnen de kosten, fchaden en interesfen, met betrekking tot het verlies, hetwelk de fchuldeifcher geleden heeft. of de winst„ welke hij heeft moeten derven; niet anders 1 berekend worden dan: voor zoo verre dezelve een onmiddelijk en dadelijk gevolg zijn van het niet nakomen der overeenkomst, Art. 1065. Indien bij overeenkomst bedongen is, dat de gene, die iu gebreke. blijft. de verbindtenis natekomen ‚eene zekere fomme zal betalen, tot vergoeding van kosten„ fchaden en interesfen, kan aan de andere partij geene grootere. of mindere{omme dan de bedongene worden toegewezen. Art, 1066. In verbindtenisfen;; die alleen betrekkelijk zijn tot de beta- ling van eene zekere geldfomme, wordt alleen eene vergoeding van renten of interesfen, en geene andere berekening var kosten, fchaden of interesfen toegellaam Art. 1067. Interesfen. van-interesfen mogen, bij wanbetaling van de- zelve, noch GedongEn, noch buiten beding gevorderd worderts KAEDESAEDLELIN GK VAN DE UITLEGGING DER OVEREENKOMSTENe Art. To68. Men moet in de overeenkomften veeleer nagaan, welke de gemeene bedoeling der contracterende perfonen geweest is dan zich binden aan den lecterlijken zin der woorden. Art. 1069. 5 Ki q mn| vitwe niet „W ih dk Wte dor el isp aang? | int vor kl CON EN Al geno ieder 1 bijt gel Ílns vlorde dele | Fen Kla E, Pe tik een rit overge hebber VANY Hi, “era reke blj, dn anda efchuldigd, 1, cf bij Le geven, B wweest„of s gem verbod: # vorzaal der is geb Kien, fcht 5 hadden b Stontrad, sd aimakomen 4 eV. Opt vat En\mrenesfen, Buit ge Bren, ait ant ge een onmid der oval Biden on hut 5 ‚_M 3 cs kin tod peleene Ver af bereken 4e mibetaling me: vordanl? gren gent 5 groorden Cart: 92 Watineer een beding voor tweederleijen Zin vatbaar is, miet men het veeleer opvatten in dien zin, waarin het eenge uitwerking hebben kan;- dan in dien, waarin hèt zulks niet kan hebben,‘ Att. 1070, Woorden in een Eontraët, die voor tweederleijen zin vatbaar zijn, moeten verftaan worden in dien zin, die met den aard van het eontraét het meest overeenkomt: | SATE 107 Ee à Het geen in een contract twijtelachtig is, wordt úitgelegd. door het geen gebruikelijk is in het land 3 waar het coutract is aangegaan: ; Art. roze, Gebruikelijke claufulen; in een contrat; inoeten geacht worde dagronder begrepen te zijn; fehoon dezelve in het contrat niet ftaan uitgedrukt. Art. to73. Alle bedingen in een contrat moeten in derzelver vefband genomen, en het eene door het andere uitgelegd worden; er ieder van dezelve moet in den zin worden opgevat; welken het geheel beloop der overeenkomst medebrengt. Art. 1074: In geval van twijfelachtigheid, moet een beding uitgelegd. worden tegen den geen’, die iets bedongen heeft; en ten voors deele van hem, die zich verbonden heeft. / Att.’io75. Eene overeenkomst, fchoon in algemeene üitdrukkingen aangegaan, bevat echter alleen die zaken, waâgromtrent het blijkt, dat partijen zich voorgefteld hebben te contraéteren. Art. 1076. Wanneer men in een contraét een geval heeft uitgedrukt, tot een voorbeeld en om twijfeling weg te nemen, wordt mei niet geacht, daardoor de verbindende kracht, welke de overeenkomst ook in de niet uitgedrukte gevallen heeft, te hebben willen inkorten en beperken, ZS ANDEELING.: VAN DE GEVOLGEN DER OVEREENKOMSTEN TEN AANZIEN VAN DERDEN, ette Vars en Alle overeenkomften worden geacht aangegaan te zijn tes behoeve der eontracterende partijen: ERE TED TN C 162 5) x Dezelve kunnen het regt van een’ derden niet verkorten noch aan denzelven eenig voordeel aanbrengen, behalve in de gevallen bij artikel ro34 vermeld. Art, 1078, Niet te min kunnen, in geval van bankbreuk, de gezamens lijke fchuldeifchers, of de vertegenwoordigers van de masfa, alle de regten. van den fchuldenaar uitoefenen, en in zijne plaats ageren 5 uitgezonderd zoodanige regten en zaken„die bij uitfluiting zijn” perfoon betreffen. Art. 1079. Zij kunnen. ook, zoo in hun-eigen naam, en ieder afzon- derlijk, als op den voet in hiet vorig artikel vermeld, opko- men tegen de daden, welke hun fchuldenaar, ter verkorting van hun regt, gedaan heeft. VIERDE HOOFDSTUK. „VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN VAN VERBINDTENISSEN,. Eh AEDEELING: VAN CONDITIONELE OF VOORWAARDELIJKE VERBINDTENISSEN. SieAlt 1000, Eene verbindtenis is conditioneel, wanneer men dezelve doet afhangen van eene reeds gebeurde, doch aan de con- tratanten onbekende zaak, of van eene toekomftige of onzekere gebeurtenis; het zij die enkel toevallig is, het zij die van de magt van eene van beide de contracterende partijen, of ook van den wil van een’ derden, af hangt. Art. 1081. Elke voorwaarde, dieiets inhoudt, dat onmogelijk, met de goede zeden flrijdig, of door de wet verboden is, is nietig, en maakt de overeenkomst, welke men daarvan heeft doen afhangen, van onwaarde, Art. 1082, De voorwaarde, om iets niet te doen„ het welk onmogelijk is, maakt de overeenkomst, Ì onder die voorwaarde aangegaan, niet van onwaarde, Art. 1083. Eene verbindtenis is nietig, wanneer die aangegaan is onder eene voorwaarde, enkel afhangende van den wil van den genen, die zich aan den anderen verbindt, Art, 1084. | wi we | dt wor hoopt ) vern | dan! zl | is AN tj of zie |t Ea ‚ch op die fh : niet Velike en, behe dn ki Ei, de gen RE Van der en, en 5 en zake Men ieder: vermeld,: BE, ter vel Muk. CEN VAN AR DENK Bkser men/ pech aan d opllligeof u … abartijen, p agegand Wylen wi Art. 1084. Afte voorwaarden moeten vervuld worden op zoodanige wijze, als de contraterende partijen geoordeeld moeten worden bedoeld te hebben. Art. 1085 Wanneer tene verbindtenis aangegaan is onder voorwaarde, dat zekere gebeurtenis binnen een’ bepaalden tijd zal voorvallen wordt de voorwaarde gehouden te ontbreken, als de tijd vere loopen is, zonder dat die gebeurtenis heeft plaats gehad. Bijaldien de tijd niet bepaald is, kan de voorwaarde altijd vervuld worden, en dezelve wordt niet gerekend te ontbreken„ dan wanneer het zeker is, dat de gebeurtenis geen plaats zal hebben.| 5 Art. 1086: Eene verbindtenis aangegaan zijnde onder de voorwaarde„ mits zekere zaak binnen eert’ bepaalden tijd niet gebeure; wordt de voorwaarde gehouden voor vervuld, wanneer de tijd verloopen is, zonder dat de bedoelde zaak gebeurd is of wanneer het, voor het verloop des tijds, zeker is dat zij niet gebeuren zal: El: Geen tijd bepaald zijnde, is de voorwaarde niet vervuld, eer het zeker is dat de bedoelde zaak niet zâl gebeuren. Art 1687. De voorwaarde wordt gehouden voor vervuld„ wânrteer de fchuldenaar, die zich onder dezelve verbonden heeft, zelf en opzettelijk de oorzaak is; dat zij niet is vervuld geworden, Art. 1088. Wanneer eene verbindtenis onder meer dan eene voorwaarde is aangegaan, is het noodig dat die allen vervuld worden. Art. 1089. De voorwaarde, vervuld zijnde, werkt achteruit, tot den tijd dat de overeenkomst is aangegaan; indien dús-de fcliuld= eifcher vóór de vervulling der voorwaarde geftorven is, gaat zijn regt over op zijn’ erfgenaam. Art. rego. De fchuldeifcher kan vóór de vervulling def voorwaarde die middelen in het werk ftellen, welke het behoud van zijn regt noodzakelijk maakt, Art. Togt. Hangende de voorwaarde, is de zaak, die het onderwerp der overeenkomst uitmaakt, voor rifico van den fchuldenaar, die zich voorwaardelijk tet de levering verbonden heeft: De zaak inmiddels vergaande, buiten toedoen van den {chuldenaar, is de varpnsenn te niet: 2 Be- | CHJ Dezelve inmiddels verergerd zijnde, buiten toedoen van den fchuldenaar, heeft de{chuldeifcher de keus, of.om de vers bindtenis te verbreken, of om de zaak te eifchen in dien ftaat, als zij zich bevindt, zonder eenige vermindering van den uitgeloafden prijs; doch verergerd. zijnde door toedoen vân- den fchuldenaar, heeft de fchuldeifcher het regt, of om de verbindtenis te verbreken, of om de zaak te eifchen in dien ftaat, als zij zich bevindt, tevens met vergoeding van kosten, fchaden en iunterèsfen. Art. 1ogs. Eene verbindtenis, aangegaan onder eene opfchortende voors. waarde, is zoodanige, welke afhangt van eene toekomftige en onzekere gebeurtenis, of van eene reeds gebeurde, doch aan de contratanten onbekende zaak: In het eerfte geval heeft de werbindtenis geen kracht, dan nadat de gebeurtenis wezenlijk plaats heeft: In het laatfte geval is. de*verbindtenis niet meer onzeker, maar uitgemaakt, en werkt van den dag af, dat dezelve aangegaan is.| Art. 1cgg. Eene voorwaarde is ontbindende, wanneer zij na hare vervulling de verbindtenis doet ophouden, en de zuken weder brengt in vorigen ftand’, even als of’er geene verbindtenis beftaan had:: Deze voorwaarde fchort de nakoming der verbindtenis niet op, maar zij verpligt alleen den fchuldenaar, om het ontvan- gene terug te geven, in het geval dat de bij de voorwaarde bedoelde gebeurtenis plaats heeft. Art. 10940 Eene ontbindende voorwaarde wordt‘ altijd veronderfteld, in een bilateraal of wederkeerig contract plaats te grijpen, en zijne uitwerking te hebben in dat geval, dat een der cou- tracterende partijen aan de verbindtenis niet mogt voldoen: In dit geval echter wordt het contrat niet gehouden van zelf ontbonden te zijn, maar de geen, ten wiens behoeve de verbindtenis nict nagekemen is, heeft de keus, of om den anderen tot nakoming der overeenkomst te noodzaken, indien zulks mogelijk is, of om de ontbinding wan het contract te eifchen, met vergoeding van Kosten, fchaden en interesfen, De ontbinding moet in regten geëischt worden; doch de regter kan in dat geval aan den verweerder, naar gelang der emftandigheden, eenig uiutel verleenen. TIE E- ges uit zijn |V Eden gal a Ver lok Van den de Vere flat, an den en van om de n dien Va Voor mftig ‚ doch ‚ dan ker, (ezel t hare weder inden iis nit ontvan waarde eld, ‚Cn cos 1 valt eye de m den indien (8 1, ide ‚det AGE EERE G E N= EE CD j WE ED ErAFBD EE LING, VAN VERBINDTENISSEN MET OF ZONDER TIJDSBEPALING, Art. rog5. Tijdsbepaling verfchilt van eene voorwaarde daarin, dat de eerstgemelde de verbindtenis niet opfchort, maar’er flechts de uitvoering van verfchuift, Art. 1096. Eene verbindtenis, zonder bijvoeging van tijd van voldoening, zijnde aangegaan, kan de fchuldeifcher dadelijk de voldoening vorderen.| É Art. 1097. Het geen alleen op tijd verfchuldigd is kan‘niet geëischt worden, vóór dat de bepaalde tijd verfchenen is3 het geen vroe- ger betaald is kan echter niet terug geëischt worden. Art. 1098, De tijdsbepaling wordt altijd veronderfteld bij eene overeen- komst gevoegd te zijn ten voordeele van den fchuldenaar, ten ware uit den aard der bepaling zelve, of uit de omftandighe- den blijkt, dat de tijdsbepaling ook ten voordeele van den fchuldeifcher gefchied is, Art. rogg.- Een fchuldenaar kan het beneficie eener bijgevoegde tijdsbe- paling niet meer inroepen, wanneer hij bankbreukig geworden is, of wanneer door zijn toedoen de door hem, volgens con- tract, voor de voldoening der fchuld, geftelde zekerheid verminderd is, BER DE MBD BEL FENG VAN VERBINDTENISSEN MET BIJ VOEGING VAN PLAATS, Art. 1rco. Wanneer de overeenkomst inhoudt eene zekere plaats, waar de voldoening zal moeten gefehieden, kan de fchuldeifcher den fchuldenaar even, min verpligten, om elders dan op de be- paalde plaats te betalen, als de fchuldenaar den fchuldeifcher zoude kunnen verpligten, om de voldoening elders te ontvangen, Art. 1Ioï. Indien echter de fchuldenaar in gebreke is gebleven ‚ om het verfchuldigde ter bepaalde plaatfe te voldoen, kan hij daartoe eok elders door den fchuldeifcher aangefproken worden; en Eg zulks Ce 3 zulks niet/allken tot voldoening van het verfchuldigde zelve, om: maar ook tot vergoeding van het geen’er den fchuldeifcher de aan gelegen ie geweest, om het verfchuldigde ter bepaalde plaate on fe voldaan te hebben, TE iu | vi VTERDE AAD EELIN GG fl VAN ALTERNATIVE VERBINDTENISSEN, ‚be ed na, Art. 1102{Ik In alternative verbindtenisfen wordt de fchuldenaar bevrijd eek door de voldoening van ééne der beide zaken, welke in de vers[ bindtenis vervat zijn. 0 Art.-110g.|(re De keus behoort aan den fchuldenaar, zoo dezelve niet uit- Iv drukkelijk aan den fchuldeifcher. is‘ toegeftaan. : Ärt, 1104, De fchuldenaar kan uit de beloofde zaken wel ééne verkie- zen, welke hij leveren. wil, maar. hij mag niet leveren: een gedeelte van de ééne en een gedeelte vande andere, zoo min als de fchuldeifcher, wanneer aan dezen de keus gelaten is, EE een gedeelte van de eene en een gedeelte van-de andere zaak ‚kan vorderen, Es Art. 1ro5, va Bene verbindtenis. wordt gehouden zuiver en eenvoudig te dif zijn, fchoon dezelve op eene alternative wijze mogt zijn aanr d gegaan, indien eene van de twee beloofde zaken geen onder- rit werp van de verbindtenis heeft kunnen zijn, be Art. 1106. Eene alternative verbindtenis wordt mede voor eene zuivere RE en ceuvoudige verbindtenis gehouden, indien ééne der twee 4 Fade beloofde zaken, al ware het door toedoen van den fchuldenaar, hit vergaan is, en niet geleverd kan worden.» dp De fchuldenaar kan in dit geval niet volftaan, met de waarde| der vergane zaak in derzelver plaatfe aantebieden. ge indien de beide zaken vergaan zijn, en de fchuldenaar de ET “oorzaak is van het vergaan wan(éne derzelve, moet hij de lee waarde betalen van die zaak, welke het laatst te niet gegaanis. » Art. 1107. Á Indien, in de gevallen bij het voorgaande. artikel vermeld, SI bij overeenkomst, de keus aan den fchuldeifcher gelaten is, del en flechts ééne der zaken alleen vergaan is, buiten toedoen van den fchuldenaar, moet de fchuldeifcher de zaak, die over« 8 gebleven is, hebben, doch, als de fchuldenaar tot het verlies zin MOEL oOTZaak gegeven hebben„heeft de fchuldeifcher de keus, lee - om Buldigde op En Íchuldei; B bepaalde: À É BN 6 ER ISSEN ekienaar ber gele in der Delve niet: B, 70 oi 8 Gehe, de guee ul =| eenvou Sur út ry: eene 1 mine der „B Schule gel el or gelid uiten WE zak, de” fchuldeifcher,. EPD om de zaak„ die overgebleven is, of wel de waarde van de zaak, die vergaan is, te vorderen: doch, indien beide de zaken ver- gaan zijn, en de fchuldenaar de ootzaak is van het vergaan van beiden, of van ééne der beide zaken, moet hij de waarde van de eene of-de andere zaak voldoen, ter keuze van, den Art. 1108. Beide de beloofde zaken, zonder teedoen wan den fchulde- naar, en eer hij in de levering nalatig was, vergaan zijnde, is ‘de verbindtenis vervallen,- overeenkomftig het bepaalde bij artikel 1o23. Art. 1109:| Dezelfde grondbeginfelen zijn toepasfelijk op de gevallen„ dat meer dan twee zaken in eene alternative verbindtenis zijn vervat. Elk Bada AE DB BeEsliN eG VAN SOLIDAIRE WERBINDTENISSENe Art. 11104 Eene folidaire verbindtenis heeft tusfchen verfcheiden fchuld= eifchers plaats, wanneer uitdrukkelijk bedongen is, dat ieder van hen het regt heeft om de voldoening der geheele fchuld te eifchen, en wanneer de voldoening, aan één’ van hen ge- daan, den fchuldenaar bevrijdt, offchoon ook de verbindtenis, uit haren aard tusfchen verfchillende fchuldeifchers verdeel. baar zijn mogee- Art. 1rrr. Het ftaat aan de keuze van den fchuldenaar, om den een’ of ander’ der folidaire fchuldeifchers te voldoen, zoo lang hi niet door één’ van hen tot voldoening in regten is aange= fproken: Kwijtfchelding echter, door één’ der folidaire fchuldeifchers gedaan, bevrijdt den fchuldenaar niet verder, dan voor het aandeel van den fehuldeifcher, die de fchuld kwijtgefcholden, heeft,< Art. Iiia.\ Alle daden, waardoor verjaring ten aanzien van een’ der folidairé fchuldeifchers geftuit wordt, ftrekken ook tot voor= deel der verdere fchuldeilchers.- Àrt. 1113. Solidaire verbindtenis van de zijde der fchuldenaren heeft plaats, wanneer zij allen verpligt zijn tot verriating van eene en dezelfde zaak; des datelk van hen voor het geheel ter voldoe- Se he ning En ENE Ip ORTE Bt EEE Ct 3 ging kan aangefproken worden, en dat de voldoening, door één’ van hen gedaan, de overige fchuldenaars ten aanzien van den fchuldeifcher bevrijdt. eorts Irr4s tene folidaire verbindtenis kan aangegaan werden, fchoon de fchuldenaars zich op onderfcheidene wijzen verbinden; bij voorbeeld de ééa zuiver, de ander onder voorwaarden; de één dadelijk, en de ander op tijd. | AASI ErS, Eene folidaire werbindtenis wordt niet geprefumeerd; dezele ve moet uitdrukkelijk bedongen worden: Van dezen regel zijn alleen uitgezonderd de gevallen, waar= in eene verbindtenis van zelf, uit krachte van eene bepaling der wet, voor folidair gehouden wordt, Art. 1116, De fchuldeifcher eener folidaire verbindtenis kan zich ver- voegen aan den genen der fchuldenaren„welken. hij’ verkiest, zonder dat deze hem het voorregt van fchuldfíplitfing tegen= werpen kan, ATL, TII7, Dé fchuldeifcher, één’ der folidaire fchuldenaren in regten aangefpróken hebbende„ kan niette min ook tegen de overigen zijn regt doen gelden. Att. 1118. Indien de verfchuldigde zaak, door toedoen van een’ of meer der folidaire fchuldenaren of gedurende de nalatigheid van één of meerderzelve, vergaan is, zijn de medefchuldenaars niet ont- {lagen van benne verpligting tot het voldoen van de waarde der zaak, doch zijn dezelve niet gehoudén tot vergoeding van kosten fchaden en interesfen. De fchuldeifcher kan deze vergoeding van kosten, fchaden en interesfen verhalen, zoo wel op de fchuldenaren, door wier toedoen de zaak vergaan is, als op de genen, die in de voldoening nalatig zijn geweest. 0 Arts 1119. 2 Eene behoorlijke infinuatie, aan één’ der folidaire fchuldes naren gedaan,{tuit de verjaring ten’aanzien van alle de overigen. a lef Een der folidaire fchuldenaren door zoodanige infinuatie in den ftaat van nalatigheid gebragt zijnde, loopen de interesfen niet flechts tegen hem, maar ook tegen zijne medefchuldenaars, ART Tits … Een folidair medefchuldenaar, in regten aangefproken zijnde, kan zich bedienen van alle exceptive middelen van verdediging, gie uit den aard der verbindtenisfen voortfpruiten; zoo iel em an EE en gene ki tien {chu ik rf zac’ ke fl Jet leerd Def Aant hout tek foli ij Ko tant voo dair bek a k ele an: (o he AT zo of bene fin It kt Woening, b Ei aang borden, fh Bterbinden durden; WBneerd; vallen, w liene bep | ha zich t gan verk gs lj l'en > de oi gen fr laars Mk de wait: Weg van kif Win j4S aten, Ù lpenaren, Ben, de! B daire ge ije dell” C 169) hem perfoonlijk eigen, als die welke aan alle medefchuldenarer gemeen zijn:: Hij kan zich echter geenszins bedieten van zoodanige excep» ed ‚tiëns die e:kel aan de perfonen van tommigen der andere mede- {chuldenaars eigen zijn, Art. ries. Wanneer een der fchuldenaars eenige erfgenaam wordt van den fchuldeifeher, of wanneer een fchuldeifcher eenige erfge- naam wordt van één’ der fchuldenaren, doet deze vermenging de folidaire fchuld niet vervallen, dan alleen voor zoo veel het aandeel en de portie van den fchuldenaar of fchuldeifcher betreft, Art. 1123. De fchuldeifcher, in de verdeelimng der fchuld, ten aanzien van één’ der folidaire fchuldenaren, toegeftemd hebbende, be- houdt zijne folidaire actie tegen de overigen; doch onder af- trek van het aandeel van dien fchuldenaar, welken hij van de folidaire verbindtenis ontflagen heeft. Art. 1124. Een fchuldeifcher, die het aandeel van één’ der fchuldenaren afzonderlijk ontvangen heeft, zonder bij zijne gegevene qui- ‘tantie zijne regten in het algemeen, of op de folidaire fchuld, voorbehouden te hebben„ ziet niet af van zijn regt op de folie daire Schuld, dan alleen met betrekking tot dezen fchuldenaar. Eenfchuldeifeher wordt niet geacht van zijn folidair regt, ten behoeve van een’ fchuldenaar, afgezien te hebben, wanneer hij van denzelven eene gelijke fomme ontvangt, als zijn aandeel in de fchuld bedraagt, indien de gegevene quitantie niet met zoo vele woorden inhoudt, dat het verftrekte voor Aet aandeel van den fchuldenaar ontvangen is: Ook wordt de fchuldeifcher niet geacht van ziju folidair regt te hebben afgezien, wanneer hij één’ der medefchuldenaren een= voudig tot voldoening van zijn aandeel in regten aanfpreekt, zoo lang deze fchuldenaar in den eisch niet heeft toegeitemd, of daarop geene regterlijke condemnatie gevolgd is, Art, 1125. 8 Een fchuldeifcher, die het aandeel van één’ der medefchul- denaren in de vervaltene renten of interesfen van de fchuld afzonderlijk, en zonder voorbehouding, ontvangt, verliest, met opzigt tot dezen fchuldenaar, het folidaire regt niet, dan voor zoe veel de wertchenen renten en interesfen betrft, en behoudt dus zijn regt, ten aanzien der renten en interesten, welke nog niet verfchenen zijn, zoo wel als ten aanzien van” het kapitaalz ten ware de hier voren gemelde afzonderlijke vol- doening gedurende den tijd van tien achtereenvolgende jaren mogt hebben plaats gehad, Art. 1126, RL CEST DLEEE gn E Art. 1126. Eene verbindtenis, fchoon folidair zijnde, is nogtans uit haren aard tusfchen de, fchuldenaren deelbaar, en zijn de fchuldenaren onder elkander, ieder voor zijn aandeel en portie, „in dezelve gehouden. Ant 1422 De medefchuldenaar van eene folidaire verbindtenis, de” ge- heele fchuld voldaan hebbende, kan van de overige niet. meer terug vorderen, dan het aandeel en de portie van ieder hunner bedraagt. oi Wanneer een der medefchuldenaren infolvent“geworden is, wordt het verlies, door zijne infolventie veroorzaakt, bij om. flag verdeeld tusfchen de overige folvente medefchuldenaren, en den genen, die-de geheele fchuld voldaan heeft, Art, 1129. Ingeval de fchuldeifcher van de folidaire actie, ten aanzien van één’ der fchuldenaren, afftand gedaan heeft„en één of meer an de overige medefchuldenaren infolvent worden, wordt het aandeel der infolventen bij omflag verdeeld tusfchen alle de fchuldenaren; wordende daarvan niet uitgezonderd de genen, welke bevorens door den fchuldeifeher van de folidaire verbinds tenis ontflagen waren. Art. 1129. Indien de zaak, waarvoor verfcheiden perfonen zich als medefchuldenaren verbonden hebben, flechts één van hen al- leen aanging, zijn ze allen wel ieder voor het geheel aan den fchuldeifcher verbonden, maar onder elkander worden zij be-= fchouwd als borgen voor den geen’, wien de zaak eigenlijk al- leen aanging, en moeten door denzelven dienvolgende fchadee loos gefteld worden. ERD Akte VAN DEELBARE EN ONDEELBARE VERBIND TENISSEN,. Art. 1130. Eene verbindtenis is deelbaar of ondeelbaar, naar mate dezelve ten onderwerp heeft, of eene zaak, die in haar levering, of eene daad, die in de uitvoering, alof niet vatbaar is voor verdeeling, het zij dezelve ligchamelijk of onligchamelijk zij, Art. 1131, ‚ Eene verbindtenis wordt voor ondeelbaar gehouden, offchoon de zaak of de daad, welke zij tot onderwerp heeft, uit haren aard deelbaar zij, indien de natuur der verbindtenis dezelve niet vatbaar maakt voor eene gedeeltclijke uitvoering, Art. 1132 ä d C) Art. 1132, Het folidaire eener verbindtenis” geeft aan. dezelve geenszins het kenmerk van ondeelbaarheid, \ Arts 1139: In deelbare verbindtenisfen is elk erfgenaam van den fchulde- naar niet verder aanfprakelijk, dan voor het aandeel, waarvoor hij erfgenaam is, en elk hunner kan volftaan met zijn aandeel te voldoen, al is- het zelfs dat de originele fchuldenaar zich voor het geheel verbonden had. : Art. 1134. ES geworks In ondeelbare. verbindtenisfen, daarentegen, is elk fchulde- gOtakt, ti naar in allen gevalle voor het geheel, aanfprakelijk, ook zelfs SWCehull dan, wanneer hij zich niet voor het geheel verbonden heeft; sadht, em elk der erfgenamen van den fchuldeifcher kan de ondeel- : bare zaak voor het geheel van den fchuldenaar vorderen, ge- Biten u lijk ook wederkeerig: van elk der erfgenamen varf den fchulde- Anttnot maar dé geheele zaak getischt kan worden, onverminderd der= zn, vrt zelver onderling verhaal op elkander. He(Chen alt et de zer ZET ENOR AFDELING: JE ale vern Ki VAN VERBINDTENISSEN MET BEDING VAN î PENALITEIT. SArts TSS. Een beding van penaliteit is zoodanige voorwaarde, waar- bij iemand, tot zekerheid van de uitkomst eener overeenkomst, go zich, in geval van nalatigheid, tot eene bepaalde vergoeding Y of boete verbindt. Art. 1136.| De nietigheid der principale verbindtenis maakt ook het bee ding van penaliteit nietig. Doch de nietigheid van het beding van penaliteit maakt geens= zins de hoofdverbindtenis nietig. Art. 1137 De fchüldeifcher kan, in plaats van de bedongene penalie teit, in geval van nalatigheid, te vorderen, de nakoming der Bf principale verbindtenis van den fchuldenaar eifchen, ; Ärt. 1138. Het beding van penaliteit ftrekt in plaats van vergoeding van == kosten, fchaden en interesfen, welke de fchuldeifcher heeft ik en lijdt door het achterblijven der voldoening van de principale it verbindtenis. rg De fchuldeifcher kan de voldoening der principale verbind- isdat tenis en de voldoening der penaliteit niet te zamen en beiden 4 te oort Kd Cr A EL ijn OTA beg Cee te gelijk vorderen, ten zij de peraliteit enkel op de vertra= If ging of het dilai der voldoening van de hoofdverbindtenis ge. Beld was.'d Art, 1139. „Bene penatiteit wordt niet verbeurd, ten zij de geen, die zich tot leveren, tot aanvaarden. of tot verrigten van'iets verbons EE den heeft, in de nakoming dier verbindtenis nalatig en in ge.& breke is, en zulks, het zij de verbindtenis op tijd, of zonder tijdsbepaling, is aangegaan, Art. 1140. De penaliteit kan door-den regter gematigd worden, wan neer de principale verbindtenis gedeeltelijk vervuld is, Arts Ti4t. Wanneer de oorfpronkelijke verbindtenis, met beding van pee naliteit aangegaan, eene ondeelbare zaak ten onderwerp heeft, is de penaliteit verfchuldigd door de overtreding van één’ der erfgenamen van-den{chuldenaar, en zij kan gevorderd wore den, het zij voor het geheel van den geen’, die tegen de vere bindtenis gehandeld heeft, of van elk der mede. erfgenamen voor zijn aandeel en porties behoudens derzelver verhaal op den geen’, die oorzaak gegeven heeft dat de penaliteit ver- beurd is, Art. 1142, Wanneer de oorfipronkelijke verbindtenis, met beding van penaliteit aangegaan, deelbaar is, wordt de penaliteit alleen geleden door-den genen der erfgenamen van den fchuldenaar, welke tegen die verbindtenis handelt, en alleen voor zoo veel zijn aandeel in de hoofdverbindtenis betreft, zonder dat’er ecuige actie tegen de genen, die de verbindtenis nagekomen hebben, beftaat. Bijzondere bedingen kunnen niet temin in het geftatueerde bij dit artikel fomtijds uitzonderingen te wege brengen, VJEDE HOOrDsT DK OP WELKE WIJZE VERBINDTENISSEN TE: NIET GAAN, Art, 1143e Verbindtenisfen gaan te niet: Door betaling 5 Door novatie of fchuldvernieuwing 3 Door vrijwillise kwijtfchelding van fchuld 5 Door compenfatie 3 Deo: cuuiufie of tchuldvermenging; VB Ud, 1 : eN worde, | { [ . | N nSuld is, aant, beding: sordlerwerp ibar van 4 aaBsevorder ee tegen d de eren Ser vera Do aculeit, ei Sien: 4 ngnis nij | Í Ík | mh et gt C “Door het vergaan van de verfchuldigde zaak 4 Door vernietiging of rescisfies/ Doof de werking eener ontbindende voorwaarde, waarvad in het vorige hoofdítuk gehandeld wordr3 Door accoorden met de meerderheid der fchuldeifchers, te dien elfecte, dat, de minderheid verpligt is-de meerderheid te volgen, in boedels, welke onder geregtelijk toezigt gefleld zijn, naar het voorfchrift der wet, op de manier van procede- ren aangegaan, of door den Koning geapprobeerds en Door de preferiptie of verjaring, welke het onderwerp van eenen afzohderlijken titel uitmaakt, BERSTEAFDEBDEENG. VAN BET AL ENG BIEDERS EG REK, VAN BETALING IN HET ELEEMEEN, Ärt. 1144, Alle betaling veronderftelt eene fchuld, Het geen onverichuldigd betaald is„kan terugseëischt worden. De terugvordering wordt niet toegelaten, wanneer men vrij= willig voldaan heeft aan enkel natuurlijke werpligtingen. tot welker voldoening men anderzins, volgens de burgerlijke wet niet had kunnen gedwongen worden. E AFG LIS. Elk een is bevoegd om eene fchuld aftedoen, mits hij daar- bij belang heeft, zoo als een medefchuldenaar of een borg. Eene fchuld kan zelfs afgedaan worden door ven? derden, die daarbij geen belang heeft, mits deze handelt in naam en tot kwijúng van den fchuldenaar, of, indien hij in zijn’ eigen naam handelt, zonder cesfie van actie van den, fchuldeitcher tegen den fchuldenaar te nemen. Art. II46, Eene verbindtenis, welke beftaat in iets te doen, kan niet gekweten worden door een? derden, tegen wil en dank van den fchuideifcher, indien deze’er belang bij heeft, dat de daad door den fchuldenaar zelven verriet wordt. 5 AST. „Om betaling van waarde te doeh zijn, moet mien eigenaar zijn van de zaak, die in betaling see ven wordt, en bevoegd em dezelve te vervreemden: Dit C 174) Dit is echter niet toepasfelijk op betalingen, die gedaan wor den met gereed geld, of met zaken, welke door het gebruik a te niet gaan; kunnende de zoodanige niet teruggevorderd wor den van den fchuldeifcher, die het in voldoening gegevene ter goeder trouw verbruikt heeft, offchoon: die betaling ge- fchied zij door iemand, die van het gegevene geen eigenaar was, noch bevoegdheid had om hetzelve te vervreemden. Art. 1148. î Betaling moet gedaan worden aan den fchuldeifcher, of aan iemand, die volmagt van hem heeft, of die door den regter of door de wet geautorifeerd is, vm voor denzelven te ontvangen. Betaling aan een ander en onbevoegd perfoon gedaan is alleen van waarde, wanneer de fchuldeifcher dezelve goedkeurt, of daarbij bevoordeeld is," Art. 1149. Betaling, ter goeder trouw gedaan aan iemand, die in het bezit ís der infchuld, is van waarde, fchoon deze naderhand door den waren eigenaar uit dat bezit gefloten. wordt. Art, 2150, ‚ Betaling, aan een’ fchuldeifcher gedaan, is niet van waar: de, indien deze onbevoegd is om dezelve te ontvangen; ten zij de fchuldenaar bewijst, dat het betaalde tot voordeel van den fchuldeifcher geftrekt heeft, Art. 1151. Betaling, door den fchuldenaar aan den fchuldeifcher ge- daan, in weêrwil van een arrest of interdictie, is niet van waard? ten aanzien van de arrestanten of interdicenten„ dewel- ke ín dit geval den fchuldenaar, naar aanleiding van hunregt, kunnen noodzaken, om op nieuw te betalen; behoudens in dit geval alleen des fchuldenaars verliaal op den fchuldecie fcher. Ee Art. 1150. Geen fchuldenaar kan zijn’ fchuldeifcher verpligten om iets anders in betaling aantenemen, dan het geen hij hem verfchul- digd is, offchoon het aangebodene van gelijke of zelfs van meerdere waarde was. Art. 1153. Geen fchuldeifcher kan verpligt worden, om de betaling van eene fchuld bij gedeelten te ontvangen, zelfs niet wanneer de fchuld deelbaar is, Art, 1154. De fchuldenaar van eene zekere bepaalde zaak kan volftaan, met dezelve overtegeven in dien ftaat, waarin zij zich ten tijde der overgifte bevondt, mits de verminderingen, welke dezelve on ander toel Ewe Ove foo ir be flh ht Jou | Ge ingi wed den wet chi aan de| Oye glen vo ge EEEN ATR ME E’ di he B door in, tuggevark 4 doening» Rene gun: 5 ldeifch: Stoor der: Sven tea öh gedaan oste goed gbtand, dì „of dere nat ad vordt, giet var tangen; voorde Wop de- merpligtt E: hen fr eijk ok Gr, ondergaan. mogt hebben, niet veroorzaakt zijn door zijn toedoen of verzuim, of door de fchuld van den genen, voor wien hij verantwoordelijk is, of nadat hij in het doen der overgifte nalatig gebleven was. j Art. 1I55e Indien de verfchuldigde zaak alleenlijk ten aânzien van hare foort bepaald is, is de fchuldenaar niet verpligt om het beste in betaling te geven, maar hij kan ook niet volftaan met het flechtfte te geven, Art. 1156, Betaling moet gedaan worden op de plaats, bij de overeene komst bepaald. Geene bepaling gemaakt zijnde, moet de voldoening, ten aanzien van eene zekere en bepaalde zaak, gefchieden ter-plaar- fe, waar dezelve zich bevond, toen de overeenkomst gefloten werd, en alle andere voldoening of betaling ter woonftede van den fchuldenaar, met uitzondering van de gevallen„ waarin de wet zulks anders bepaalt.\) Alt. 1137. De kosten, op betaling vallende, komen tot laste van den fchuldenaar. Art. 1158. Ee Indien eene infchuld aan een’ ander’ is overgedragen, en aan den fchuldenaar van die overdragt kennis is gegeven; moet de betaling gefchieden aan den geen’, aan wien de infchuld is overgedragen, en kan, om van waarde te zijn, miet meer aan den vorigen fchuldeifcher gedaan worden, BWN EE DE ett VAN BETALING MET SURROGATIE. Art. 11509. Een derde perfoon, voor den fchuldenaar het verfchuldieZe voldoende, kan daardoor in de regten wan dea fchuldeifcher gefurrogeerd worden. Art. 1160, Deze furrogatie gefchiedt, of bij overeenkomst, of uit krach- te van de wet, S Art. r16r. Zij gefchiedt bij overeenkomst: 12°, Wanneer de fchuldeifcher, de voldoening van een’ derden perfoon ontvangende denzelven furrogeert in _de a°, CJ de regten, actiën, preferentiën, of hypotheken; welke. hij tot laste van den fchuldenaar heeft: Deze furrogatie moet uitdrukkelijk en gelijktijdig met de voldoening gefchieden3 en Wanneet de fchulderaär eerie fomimie gelds optieemt; ten einde zijne fchuld daarmede te voldoen, en tevens den geldfchieter in des fchuldeifchers regten te furro- seren: É Um deze furrogatie van waarde te doen zijn, moet in de acte uitgedrukt worden, dat de-geldopneming ges fchiedt tot voldoening van het verfchuldigde, en’er moet blijken, dat de betaling aan den originelen fchuld= „@ifcher met de ten dien einde door den nieuwen gelde fchieter voorgefchotene penningen gedaan is: Deze furrogatie kan gefchieden, zonder dat de fchulde “Eifcher zijne toeftemming daartoe geeft. Att. 1163. Uit krachte van de wet heeft furrogatie plaats: 1% 06 …) Ten behoeve van den geen’, die, zelf fchuldeifcher inde; een’ ander’ fchuld-ifeher. dewelk it hoofd zijnde; een” ander’ fchuldifecher, dewelke, uit hoofde van beterregt of hypotheck, aan hem preferent is, vol doet; Ten behoeve van den geen”, die, eenig onroerend goed door koop bekomende, den prijs daarvan befteedt tot betaling der fchuldeifehers, aan welke hetzelfde goed door hypotheek verbonden was; Ten behoeve van den geen’, die, met anderen, of voor anderen, tot voldoening van eene fchuld gehouden zijnde, belang heeft om dezelve afte- doen; En Ten behoeve van een’ erfgenaam, die, eene erfenis onder benefice van inventaris aanvaard. hebbende, de fchulden der nalatenfchap met Zijn eigen geld voldaan; heeft, Art. 1163 Surrogatie, bij de voorgaande artikelen bepaald; heeft zoo wel plaáts ten aanzien van de borgen, als van de principale fchuldenaars: Zij kan den fchuldeifcher in zijn regt niet verkorten, wan- Ld ä bo WS Ls dor dos hoo ‚def zij ver Ee id a \ ij B gelijk B doen, ent B regten t: Bn zijn,: 8:ldopnent Bluldigde,: drigmelen De nieuwe: ib is: gr dat de ft B rvan bef! pe hetze ct ander En een pe] verhoren | Gr J meer hij flechts gedeeltelijk voldaan is: zijnde hij in dit gevat zelf bevoegd zijn regt, ten aanzien van het te Kort komende, uitteoefenen, bij voorkeur boven den genen, van wien hij eene gedeeltelijke voldoening bekomen heeft. BE Kk HE SEK WAAR GEDANE BETALING OP TOE OH AFGEREKEND WORDT, \ Art. 1164. De fchuldenaar van verfcheiden fchulden heef: het vermoe gen, om bij het doen der betaling zich te verklaren„ tot vole doening vaa welke dier fchulden hij de betaalde fomme wil doen verftrekken. Art. 1165. De fchuldenaar.-van eene fchuld, die op interesfen of renten loopt, kan,.zonder de toellemming van den tchuldeifcher, de betaling, welke hijjdoet, niet tot aflosfing van het kapicaal bij voorkeur boven de interesten af renten, doen verftrekken 2 Gedeeltelijke betaling op het kapitaal ende interesten gedaan zijnde, werdt gerekend in de eertte: plaats tot voldoening der verfchuldigde interesten gefchied te zijn. | Art 1166. ei De fchuldenaar van verfcheiden fchulden, eene quitantie aatte genomen hebbende, waarbij-de febuldeifcher verklaard. heeft, dat het bij hem on:vangene tot voldoening van ééne der fchuls den in het bijzonder vertrekt, kan hiet meer vorderen dat de betaling gerekend wordt in voldoening van eene andere fchuld’ gefchied te zijn, tenzij’er, vande zijde vanden fchuldeifcher„- bedrog of list mogt hebben plaats gehad. 7 Arte 1167. Indien de quitantie niet inhoudt, tot voldoening van welke fchuid de betaling gefchied is, moet de bezaling gerekend wore den gedaan te zijn in voldoening van die fchuld, welke de fchuldenaar onder de te gelijk vervallene fchulden destijds het meest belang had te voldoen; doch, indien de fchuldenaar daar’ bij geen bijzonder belang mogt hebben, wordt de betating geacht gefchied te zijn in voldoening derfchuld, die vervallen, was, beven de nog niet vervallene, offchoon deze eerfte min= der bezwarende zijn mogt dan de andere, Indien de fchulden van gelijken aard zijn, moet de toerekening op de oudfte ge- daan worden, doch alles gelijk ftaande, gefehiedt de toeres kening op elke fchuld in evenredigheid, Me VIER CS BRE EEE ee en nn es VAN AANBOD VAN BETALING EN CONe SIGCNATIE, Art. 1168, Wanneer de Ichuldeifcher de voldoening weigert te ontvan= gen, kan de fchuldenaar volftaan met hem d: adklijk het vere fchuldigde aantebieden, en, bij weigering van den fchuldei- fcher om hetzelve aantenemen, het aangebodene in configna- tie te brengen: Zoodanig aanbod, gevolgd van eene confignatie van ú het aan- gebodene,“bevrijdt den fchuldenaar, en ftrekt ten zijaen op- zigte tot voldoening, mits hetzelve op eene wettige wijze ge- schi ed ís5 blijvende het alsdan in confignatie gebragte voor, rekening van‘den fchuldeifcher. Art. 1169, Om zoodanig retel aanbod van waarde te doen zijn, word wereischt: 1®. Dat hetzelve gefchiede aan een’ fchuldeifcher, die he. kwaam is te ontvangen, of aan den geen’, die volmagt heeft om voor hem te ontvangen 3 a°, Dat hetzelve gefchiede door een’ perfoon, die bevoe gd is om te voldoen s Dar het aanbod gefchiede van de geheele verfchuldigde fomme, met de verfchenen renten of interesfen, bene- wens de kosten„ indien dezelve tot effenheid zijn gee “bragt, of, indien dezelve nog niet tot effenheid zijn gen bragt, met bijvoeging van eene fomme in plaats van de- zelve; behoudens nadere aanvulling, indien zulks noo= dig bevonden mogt worden 5 4e Ad 49. Dat de termijn verfche ene d ik ding, om op termijnen fchuideifchers gemaakt re he n namelijk het be- ‚ ten faveure des le. 5°, Dar de voorwaarde, op welke-de fchuld is aangegaan “vervuld zijs 6 Dat he 4 K, B é DEN COb Mert te| klik kh BV den{t te in col el ie van ht taken zijne we uge wij A8 oragt: B en zj, M EE devils Bon, die gg verl: eresfen 28 enheid? B Teuheid Si plaa's® ze[en se ME “ EE N U jeifcher, Ut CJ 6s, Dat het aanbod gefchiede ter plaatfe, op welke menis overeengekomen, of„ indien daaromtrent geene bijzon- dere overeenkomst mogt gemaakt zijn, aan den per= foon van den fchuldeifcher, of ter zijner woonftede; en z°. Dat het aanbod door een publiek en tot dergelijke ac- te gequalificeerd perfoon gefchied zij, Om eonfignatie van waarde te doen zijn, wordt de autorie fatie van den regter niet vereischt; zijnde het genoegzaam: 19, Dat dezelve voorafgegaan zij van eene infinuatie, bij … welke aan den fchuldeifcher kennis gegeven is van de plaars, den dag en het uur, waar en wanneer het aan« gebodene in bewaring zal gefteld worden 3| 20 . Dat de fchuldenaar zich van het aangebodene ontdaan hebbe, door hetzelve ter plaatfe, door de wer, of dea regter tot het ontvangen van geconfigneerde zae ken bepaald, in bewaring te brengen, benevens de in= teresfen tot den dag der confignatie toe, met de koss ten„ ingevolge de bij artikel 1169 daaromtrent ge= maakte bepaling 5 39. Dat door een publiek en daartoe bevoegd perfoon eene fchriftelijke ate worde opgemaakt, wegens den aard der aangebodene zaken, des fchuldeifchers weigering om dezelve te ontvangen, of wegens deszelfs noncoin= paritie ter plaatfe tor de confignatie beftemd, en eins delijk wegens de coufignatie zelve; en 4°. Dat, bijaldien de fchuldeifcher niet gecompareerd is, de acte van confignatie aan hem geïufinueerd worde, met fommatie, om de in coníignatie gegevene zaak naar zich te nemen. Art. 1171 De kosten, op zoodanig aanbod en opgevolgde confignatie vallende, komen ten laste van den fchuideifcher, indien dea zelve wettig is gefchied,. Art, 1172, Zoo lang de fchuldeifcher het geconfigneerde goed niet naar zich genomen heeft, kan di fchuldenaar hetzelve teres 2 en E03 nemen doch in dat geval worden zijne medefchuldenaren of borgen niet bevrijd. Art. 1173e “Wanneer de fchulderaar een ‚regterl zijn et en de confignatie goed en v kiaar skomen heeft, kan hij„ zelfs r den íchu wide fcher, Het Er confignatie gebr ‘terugnemen, in nadeel zijner medefchuld Arts 1174. s De fchuldeifcher, die toegeftaan heeft, dat de fchuldenaar het geeoutigueerde goed terugneemt, na we de econfignatie bij een regter li jk gewijnie verklaard was van waarde te zijn, kan„ ter voldoening van de fch zuid, het zegt var preferentie of hypotheek tegen den fehuldenaar ‚ koch OOK zijn regt tegen de borgen, welke voor die fchuld verbonden waren, niet ijk gewijsde, waarbij an waarde Zijn ver- henna van x kiaard ed Jij kan nogzans voor het, vervolg weder een nieuw hypoe theek van den fchuldenaar bedingen. Art. 1175. Ingeval het verfchuldigde in or roerend goed beftaat, en de z Oo fehuldeifcher en gebreke blijft om hetzelve te ontvangen, moet de fchuldenaar„ten einde zieh te bevrijden, aan den fchulde eifcher ter zijner woonftede weitighj:‘kennis geven van den dag en he: Gur, waarop. hret-trans} bel hieden zal, met fommatie aan den fehuldeifcher om sportte ontvangen: Indien de fchuldeifcher niet verichijnt, wor rd daarvan door den regter proces-\ verba al gehouden, en het d ftaat ten rifi eo van den fchuideifcher vn DE DE. VAN CESSIE OF BOEDEL-AFSTAN De Art. 1176. and, welken een fc! ulden naar, ten behoeve zije 8 ne goederen doet, wanneer hij mm En fchulden te betalen. Zoodenige afftand kan, m et uitzon dering van Ere geval in artikel 1122 vermeld, niet anders gefchieden dan met toeftem: ming van den regter. Art 1128. Om tot her doen van eesfie te kunnen worden toegelaten, i is prasrere Va epe in of bi \ El ebde(chil: De: configut wie te zijn, a@W preferent vn regt „ni waren 1 EA nieuw ES| OD belt, er. |) agt, UD an lk nuis gert vem rt Le ont valt daar $ C) is het noodig„dat een Cchuldenaar in de goede tro'tw zij, en het werval zijner zaken aan geledene ongelukken zij toe te fchrijven. AAE 1179: Zij, die bedriegelijk en ter kwader trouw handelen, of door merkelijke verkwisting, op een’ tijd, dat zij konden nagaan buitén{taat te zijn, of te zullen geraken, om kunne fchuldei- fchers te voldoen, hunnen boedel uitgeput, en zich mer fchul- den bezwaard hebben, worden mitsdien tot het doen van cesfie niet toegelaten: £ Cesfie kan ook geenerlei gevolg hebben, met betrekking tot geldboeten, waarin iemands ter zake van misdaad, verval- len ís. Le Ee: APE«1180 Cesfie verzocht wordende,(telt de regter dadelijk een’ cu- ratoraanin den boedel van den genen, die de cesfie verzoekt. Art. II8r. Het gevolg van verleende cesfie is, dat de. fchuldenaar van alle perfonele vervolgingen zijner fchuldeifchers bevrijd wordt, en tot geene verdere voldoening der fchulden gehouden is, dan waadrtee zijn boedel toereikende is, ten ware hij bij ver- volg tot beter fortuin mogt geraken. | Art. 1182, Eene weduwe, die met haren man in gemeenfchap van goe- deren getrouwd geweest is, heeft het regt, om zich van alle de fehulden des gemeenen boedels, ook van die genen, waar- voor zij zich, ftaande huwelijk met haren‘maan ‚ door medeteeke- ning verbonden heeft, te ontflaan, wanneer zij, vóór de be- graving van het lijk van baren man, eene geregtelijke ate uit brengt, waarbij zij van den geheelen gemeenen boedel afftand doet, zonder buiten hare dagelijkfehe kleederen daarvan iets voor zich te behouden, Art. 1183. De fchulden, dewelke eene weduwe bereîds vóór het aangaan van haar huwelijk gehad, of die zij, ftaande haar huwelijk, als openbare koopvrouw heeft gemaakt, zijn echter onder de fchulden, bij het naast voorgaânde artikel vermeld, niet bee grepen. ZE SB He NFU KN, VAN ATTERMINATIE OF‘UITSTEL vAN BETALING. * hd Art 1184. en De voldoening van aangegane verbindtenisfen wordt fomwije 3 leg OOM ATD ne ( 182) fen voor een’ tijd opgefchort, wanneer.door dén regter aan een? fchuldenaar atterminatie of ui:ftcl wan betaling, onder borg- togt, verleend wordt, Art. 1185. De regter nogtans verleent geel uitftel van betaling, dan: É z°, Met toeftemming wan de meerderheid der. fchuldei- fchers 3 a°. Voor een’ bepaalden tijd, uiterlijk van drie jaren; en 3°, Onder voldoenden Borgtogt van perfonen of goederen, buiten den boedel van den fchulderdaar. Art. 1186. Artterminatie heeft geererlei gevoig tegen betaling van’s lands en plaatfclijke belastingen, Van gelden tot levensonderhoud dienende, Van den koopprijs van goederen, in openbare weiling ge- kocht, Van huren van landen, huizen en dienstboden, en wan het „verfchuldigde woor noodwendigheden, door bakkers, vleesch» houwers, en dergelijken, tot levensonderhoud van den fchule denaar en zijn huisgezin; geleverd, TWEEDE AFDEELING. To KON NOVATIE: Art, 1187. Novatie of fchuldvernieuwing wordt op driederlei wijze te weeg gebragt: 1°, Wanneer een{chuldenaar, ten hae van zijnen fchuldeifcher, eene nieuwe fchuldverbindtenis aangaat, welke in de plaats gefteld wordt van de oude s die daar- door vernietigd wordt 3$ 2°, Wanneer een nieuwe fchuldenaar gefteld wordt in plaats van den ouden, ‚die, met zijne toeftemming, door den fchuldeifcher van zijne werbindtenis ontflagen Wordt; en 50. Wam n regten an =:„Onder h drie jar, gok of goe vig 9d ing van! BE len, ank em rn OE van den se gender Á Be, oud“ | enten VEREEN TE: ES ermee te a C 133 3% Wanneer een nieuwe fchuldeifcher, ten gevolge van eene nieuwe overeenkomst, in de plaa:s gefteld wordt van den vorigen„en defchuldenaar, ten aaunzieil van dee zen van zijne verbindtenis wordt ontflagen. 5 Art. 1188. on Novatie kan alleen plaats hebben tusfchen perfonen, die be- kwaam zijn om met elkander te contracteren. Art. 1189. Novatie wordt niet verondertteld, maar de uitdrukkelijk werklaarde wil wordt tot drzelve vereischt. ‘Art. 1190. . Delegatie, waarbij een fchuldenaar aan zijnen fchuldeifcher eenen anderen fchuldenaar geeft, die zich ten behoeve van den fchuldeifchér verbindt, brengt geene novatie te weeg; ten zij de fchuldeifcher zijne meening om dea fchuldenaar, die de delegatie gedaan heeft, van deszelfs verbindtenis te ontflaan, uitdrukkelijk heeft te kennen gegeven. Att. Tore. Een fchuldeifcher zijnen fchuldenaar; die een’ ander’ gede- legeerd heeft, van deszelfs verbindtenis ontflagen hebbende, heeft geen verhaal op denzelven, ingeval de gedelegeerde fchuldenaar infolwvent wordt; ten ware de fchuldeifcher zulks uitdrükkelijk mogt hebben voorbehouden, of dat de gedele. geerde fchuldenaar, ten tijde der delegatie, bereids in het openbaar als‚infolvent bekend, of bankbreukig ware ge- Ärt. 1192. Enkele aanwijzing, door den fchuldenaar gedaan, van een’ perfoon, die voor hem betalen mvet, brengt geene novatie te weeg., Dit is ook toepasfilijk op de enkele aanwijzing, door den fchuldeifcher gedaan, van cen’ perfoon, die voor hemi moet ontvangen. | Art. 1193. Het regt van preferentie en hypotheek, aan eene oude fchuld verbonden, gaat niet over op de nieuwe, die in derzelver plaats gefteld is, ten zij de fchuldeifeher zulks uitdrukkelijk mogt voorbehouden hebben. Ärt. 1194. Wanneer novatie wordt te weeg gebragt door eenen nicu- wen fchuidenaar in-de plaats van den vorigen te ftelien, gaat het primitive regt van preferentie en hypotheek, aan de in- fchuld weiknocht, niet.over op. de goederen van den niet wen fCatidengar.— NA M 4 Art. ips. B É| C 2284>) Art... 1195. 8| ür Novatie, tusfchen een’ fchuldeitcher, en één der folidaire war of voor het geheel verbondene fchuldenaren gemaakt wor- wiet dende. kan het regt. van preferentie en hypotheek, aan de l oude fchuld verknocht, niet voorbehouden worden, dan fch alleen opde goederen van den geen’, die de nieuwe fchuld- ë: verbindtenis aangaat. Bz - Art. r1g6. Door novatie, tusfchen een’ fchuldeifcher en één’ der foli- D daire fchuldenaren gemaakt, worden de medefchuldenaren van hunne ver bindtenis ontflagen. Novatie. ten aanzien van den principalen fchuldenaar te weeggebragt, on:flaat de borgen van huune verbindtenis. Es Î K el ä Indien echter de fchuldeifcher de toetreding van de mede- iks fchuldenaren in het eerfte geval, of die van de borgen in het un tweede, gevorderd heeft, en de medefchuldenaars of de bor- dn gen weigeren tot de nieuwe fchikking toetetreden, blijft de ú oude fchuidverbindtenis voortduren. Pel l à de, DEERD: A A-R D-B:EE IN CG. Î VAN KWIJTSCHELDING VAN SCHULD. zin Kwitfchelding van fehuld gefchiedt of uitdrukkelijk, of ftilzwij gende, e at: Art. 1198.'3 De vrijwillige teruggave eener originele, onderhanAfche E fchuldbekentenis, door een’ fchuldeifcher aan een’-fchulde- ie naar gedaan, is een bewijs van kwijtfchelding of bevrijding' Ne der fchuld,| EE Art. 1199, EN De vrijwillige teruggave van de grosfe of uitgegevene acte là eener geregtelijke of notarieel gepasfeerde fchuldbekentenis iik leverr een vermoeden=op, dat de fchuld kwijtgefcholden. of ld voldaan is; welk vermoeden voor waarheid wordt gehouden,| zoo lang het tegendeel riet is bewezen, ED Art. 1209.; Ek De teruggave van eene origincie, Onderhandfche fchuldbe- dk kentenis, of van de grosfe eener fchuldbekentenis, aan een? E zt: der_folidaire fchuldenaren gedaan; heeft gelijk gevolg ten voordeele van deszelfs medefcheldenaren. UO HEE Art. reor. Kwijtchelding of ontflag, uitdaukkelijk aan één’ der foli- 5 daire der Kl Uwe(í (Déc de vatfchuli le_Bhuldeny Shdrenis, is Zn dew dSbrgen d zs of de sn, bijt! ef Srderhe rAmgen’ d si ber id midde dt geh ee(it is, ae Mk k A MN daire fchuldenaren toegeftaan, bevrijdt alle de overige, ten ware de fchuldeifcher zijn regt tegen de medefchuldenaren uiedrukkelijk mogt hebben voorbehouden: Ín dit laat{te geval kan de fchuldeitcher de voldoening der- fchuld niet verder vorderen, dan onder Aftrek van het aan- deel wan den geen’, aan wien hij de fchuld kwijtgefcholden heeft. Art. reos,. De teruggave der. zaken, welke voor eene fchuld zijn te pand of tot zekerheid gegeven, is niet genoegzaam om eene kwijdchelding van fchuld te doen vermoeden. Art. 1203 Kwijtfchelding of ontflag, uitdrukkelijk aan een’ principalen- fchuldenaar gedaan of toegeftaan, ontflaat ook de borgen van hunge verbindtenis;s doch Kwijtfchelding of ontflaz aan den borg gedaan of toegeftaan zijnde, wordt de principale fchuldenaar‘daardoor niet bevrijd. Aan een’ der borgen kwijtfchelding gedaan zijnde, worden de overige daardoor niet bevrijd. Art. 1204. “Het geen een fchuldeifeher van een’ borg, tot afdoening van zijnen borgtogt, ontvangen heeft, moet gerekend worden in mindering van de fchuld betaald te zijn, en moet tot ontlas- ting zoo van den principalen fchuldenaar, als van de overige borgen, vertrekken, ì Art. 105. Eene transactie over eene fchuid aangegaan, volgens wels ke door den fchuldenaar tot afdoen der fchulden iets” gege- ven, behouden of beloofd wordt, bevat eene ftilzwijgende kwijtfchelding van het geen meerster, dan het bij transactie bedongene, verfchuldigd mogt zijn. Art. 1205. Niemand dan een fchuldeifcher, het vermogen hebbende om over zijne goederen te befch:kken, of de geen, die door hem in het bijzonder daartoe gemagtigd is, kan kwijtfchel ding van fchuld doen. Ar 1oor, v Een algemeen gemagtigde, een voogd, een cuzator of een adminiffrareur„ hebben alleen de magt om te befturen, en niet om wegtegevens zij kunnen dus in naam van den geen’, wiens goed zij befturen, geene kwijtfcheldii.g doen. VIERDE LEN DD. VAN COMPENSATIE Art. 1208. Twee perfonen wederkeerig elkanders fchuldenaars zijnde, heeft tusfchen dezelve compenfatie plaats, door: welke com- penfatie de wederzijdfche fchuiden, op de wijze en in de ge- vallen hierna vermeld, vernietigd worden, Art. 1209. Comperfatie heeft plaats uit kracht van de wet, zelfs bui- ten weten der fchuldenaars, en de fchulden vernietigen elkan- ‘ker op het oogenblik, dat zij te gelijk beftaan ten beloope van het wederkeerig bedragen van dezelvee Art, 1510.£ Compenfatie heeft alleenlijk plaats tusfchen fchulden, díe beide of gereed geld, of gelijke foort van zaken tot onder werp hebben, en wederzijds1iquide en vervallen zijn, Arts EDEE. Infolventie of uitftel van betaling verhindert geene com. penfätie. Art. rere, Compenfatie heeft plaats in alle foorten van fchulden, ‘zonder oniderfcheid uit welke oorzaak dezelve voortipruiten, uitgezonderd: zo, Tegen den geen’, die iets terugvordert, waarvan hij wederregtelijk ontzet iss 29, Tegen den geen’ die iets tetugvordert, hetwelk hij f in bewaring, of ten bruikleen gegeven heeft; en se, Tegen het verfchuldigde ter zake van alimentatie, het- welk verklaard is niet arrestabel te zijn. Art. 1213 Een borg kan in compenfatie brengen het geen de fchuld- eifcher aan den principalen fchuldenaar verfchuldigd is; maat de principale fchuldenaar kan niet compenferen, met het geen de fchuldeifcher aan den borg fchuldig is, Een folidaire fchuldenaar kan niet in compenfatie brengen het geen de fchuidefcher aan zijn’ medefchuldenaar fchuk| ‘ Arte 1aïde Ee | 1 ens 1: Boor an D B ii: ci 5 MO wet uits erniet bel vask:en bek 45 Gchuk \ elaken tn nf MR zjn g(aft gene me voort ak | ruf hot,' gê 4 heef Artoralde a ER Aan eenen fchuldeifcher, die de fchuld door cesfie van aftie verkregen heeft, en daarvan aan den fchuldenaar de ver. eischte kennisgeving heeft gedaan, kan in compenfatie gee bragt worden het geen de oorípronkelijke fchuldeifcher aan den fchuldenaar, vóór het doen der kennisgeving, fchuldig was ten ware de fchuldenaar in de zuivere overdragt der geheele fchuld aan eenen nieuwen fchuldeifcher had toegeftemde Ärt. 1erse Wanneer de wederzijdfche fchulden niet op dezelfde plaats betaalbaar zijn, kan de compenfatie niet anders te ftade ko- men dan met vergoeding van de kosten der overmaking, Art. 1216. Wanneer een fchuldenaar onderfchcidene fchulden heeft, die ailen aan comperfatie onderworpen zijn, werden in het doen der compernfatie gevolgd de regels, bij artikel 1167 wastge- fteld. Art. 1217. Geene compenfatie heeft plaats ten nadeele van het verkree gene regt van derden;s men kan dus in geene compenfatie brengen fchulden, welke men, na een gedaan arrest, of nadat des fchuldeifchers boedel onder beheering, tén behoeve van deszelfs crediteuren, geraakt is, teu laste van denzelven vere kregen heeft, noch ook tegen zijne. eigene infchuld compen-= feren dat geen, het welk men aan den boedel van zijnen fchuldenaar, ra gedaan arrest, of nadat de boedel onder de voorzeide beheering is gebragt, fchuldig geworden is. Geene compenfatie wordt ook toegelaten, dewelke ftrijdig is met het geen bij artikel ro4r, ten aanzien wan verbindte- nisfen of aliënatiën, die iemand in fraude zijner crediteuren gemaakt of gedaan heeft, is vastgefteld. Art, 1ra18. Het gevolg van compenfatie is ook, dat het geen voor de. fchuld tot pand gegeven, of tot zekerheid gefteld is, zoo wel als de borgen, door dezeive ontflagen worden. Ärt. 1219, Die eenmaal eene fchuld betaald heeft, welke hij door compenfutie had kunven vereffenen, kan, met opzigt tot zij- ne irfchuld of pretenfie, omtrent welke hij geen gebruik van de compenfatie gemaakt heeft, zich in nadeel van derden niet bedienen van de' privilegiën en hypotheken, die daaraan ver- bonden zijns ten zij hij niet geweten had eene contr1- preten- fie te hebben, met welke hij zijne fchuld konde compenfes ren, en wettige rederen dezer ignorautie konde aanvoeren. VIJFDE EN je ZURED EEE TE C 188) FIJFDE AFDEELING. VAN CONFUSIE OE SCHULDVERMENGINGC. Art. 1220. ee Corfufie of fchuldvermenging heeft plaa's, wanneer en voor zoo verre de betrekking van fchuldeifcher en fchuk de- naar zìch in denzelfden perfoon vereenigt. Door confufie of fchuldvermenging wordt de. fchuldvorde-| ring, zoo wel als de fchuld, vernietigd. Art. Ièar. Schuldvermenging, in den perfoon van den principâlen fchul- denaar plaats hebbende, ftrekt ook tot ontflag van de borgen. Schuldvermenging. in den perfoon van den bofg plaats hebbende, vernietigt geenszins de principale werbindrenis. Schuldvermenging, in den perfoon. van den fchuldeifcher plaats hebbende,{trekt niet verder tot voordeel van zijne tolidaire medefchuldenaars, dan. voor het aandeel in de fchuld, waarvoor hij zelf fchuldenaar geworden is. Art. 1222, An aene eene nalatenfchap onder beneficie van inventaris aanvaard, of een erfgenaam met den last van fideïcommis bee zwaard is, brengt zulks geene fehuldvermenging te weeg. ZED E ARMEE dLdeN GG VAN HET VERGAAN DER VERSCHULDIGDE ZAAK, Art. roag. Wanneer de verfchuldigde zaak, die het bepaald onder- werp eener verbindtenis uitmaakt„ vergaat, buiten den han- del der menfchen geraakt, of verloren gegaan is, zoo dat men van de plaats, waar dezêlve zich bevindt, volftrekt on- kundig is, vervalt de verbindtenis, mits de zaak vergaan of verloren zij zonder toedoen van den fchuldenaar, en vóór dat hij in de levering van het verfehuldigde nalatig gebleven is Doch ook zelfs wanneer de fchuldenaar nalatig gebleven is, vervalt de verbindtenis, indien de verfc huldigde zaak, zoo zij den fchuldeifcher geleverd was, even zeer zoude ver. gaan zijn geweest, ten ware de fchuldenaar op zich mogt ge- nomen hebben voor onvermijdelijke toevallen inteftaan. à Je ) ve zen/ el wel C 189 5 De fchuldenaar, zich op een onvermijdelijk toeval beroes pende, is verpligt hetzelve te bewijzen. d menen Het vergaan of verlies van goed, hetwelk geftolen is, Rn ountflaat in geen geval den ontvreemder van de verpligting om de waarde te vergoeden. 4 Art. 1224., Cs, vn De verfchuldigde zaak buiten toedoen van den fchuldenaar Sther en vergaan, buiten den handel der menichen geraakt, of verlo- ren zijnde, is de fchuldemaar verpligt, aan zijnen fchuld= bkde schij cifcher te cederen alle regt en actie tot{chadeloosftelting« welke hij te dier zake hebben mogt. MB-incipale ZEGEN DE AFDEELING. Wbnillag 1 VAN VERNIETIGING OF RESCISSIE VAN aen bofg; AANGEGANE OVERRBENKOMSTEN. aoehinden Men(Clu Bt andel€ … Art, 1225, Vernietiging of rescisfie van aangegane overeenkomften kan„- gedurende den tid wantien jaren, verzocht worden„in alle die = Mij gevallen, in welke geen korter tijd door de wet bepaald wordt: Kane In geval van onregtvaardig geweld, begint die tijd te loo- B. iis pen van den dag, waarop hetzelve opgehoüden heeft; in geyal Binn Van dwaling ef bedrog, van, den dag dat dezelve ontdêkt MP zijn, en ten aanzien van getrouwde vrouwen, van den dag ze dat het huwelijk ontbonden is: CELINE— Met betrekking tot handelingen van dezulken, die onder curatele gefteld zijn, begint die tijd te loopen van den dag dat de curatele is opgeheven; ED 1CD8 En met betrekking tot die van minderjarigen, van den dag hunner meerderjarigheid, E: Bin Art. 1226. | bepa Een minderjarige, iemand, die onder curatele taat, em eene KE, gefrouwde vrouw, zijn, uit hoofde van merkelijke benadee- Sg buien” ling, refevabel tegen verbindtenisten, door derzelver voogd, He curator of man, in hunnen waam, of door hen met adfiftentie mede, van dezelve, aangegaan.- zak Art. 1227. Een minderjarige, iemand, die onder curatele fiaat, en eene getrouwde vrouw, zijn echter niet relevabel, uit hoofde van meikelijke benadeeling, wanneer dezelve door eene toevallige, &n onvoorziene, of onvermijdelijke gebeurtenis veroorzaakt is. hi} Mg it % i 5 chuld geer 1 dn Art. 1a98. Een minderjarige, iemand die onder curatele(taat, en eene ER aje OLED LEE Had dit ET C 19e) „getrouwde vrouw, kunnen mede niet gereleveerd worden tegen verbiudtenisfen, gedurende de voog.lij of curaele, of ftaande huwelijk, in maniere bij artikel zeo6 vermeld, aangegaan, wanneer zij dezelve verbindtenisfen, na het eindigen der voog- dij of curatele, of na de ontbinding des huwelijks, hebben geratificeerd en bevestigd. Art. 1229. Meerderjarigen kunnen, uit heofde van merkelijke benadee- ling, tegen aangegane verbindtenisfen geen relief bekomen, dan in de gevallen, en onder de bepalingen, uitdrukkelijk bij de wet vastgefteld,: f ZESDE HOOFDSTUK, HOE VERBINDTENISSEN EN DE VOLDOENING DERZELVE WORDEN BEWEZEN, ‚Ärt, 1230. Hij, die zich op eene verbindtenis beroept, moet het beftaan van dezelve bewijzen 3 En wederkeerig moet hij, die voorgeeft van eene verbindtenis ontflagen of bevrijd te zijn, bewijzen'dat hij voldaan heeft, of dat de verbindtenis uit anderen hoofde is te niet gegaan. ad Art. 1e3r. De regelen nopens bewijs door gefchrift, door getuigen; door prefumtiën, door bekentenis of confesfie, en door den eed, worden voorgefchreven in de hierna volgende afdeclingen. EERSTBLAPDEELING, VAN BEWIJS DOOR GESCHRIFT, E ETR S Bees TDK VAN OPENBARE EN AUTENTIEKE TITELS OF BESCHEIDEN. Art. 1232, Openbare titels of befcheiden zijn: 1°. De registers, verbalen en relafen, welke openbare autoriteiren of ambtenaren verpligt zijn van hunne handelingen of ambtsverrigtingen te houden; ee, De autentieke acten, bij artikel 1233 vermeld; en 8%. De er verde, eral„af Beld, tn ig il elwel lijks à h oirkelijke| Srelief bek Ba, wiede UK, EL DOE NI LEN, ë B, mor bl Ì, eener À Brij voll E te nut sr =, door ge Bolic, en Bende ke B 1NG Ee A Prik EN. pele! ij bod js vermel IN Á Í C zot J 30, De opgaven van plaatfelijke onderzoekingen of infpece tiën, vergelijkingen van fchrift, en dergelijken, door der zaak kundige„en daartoe doorybevoegde autoriteiten gecommitteerde perfonen uitgebragt. Art. 1233. Eene autentieke acte is de zoodanige, welke met de vers, eischte folemniteiten gepasfeerd is voor de gen le autoritei. ten en publieke ambtenaren, die daartoe, tor plaatfe waar de acte gepasfeerd wordt, bevoegd zijne Art. 1234. Eene acte, welke, wit hoofde van onbevoegdheid of anbee kwaamheid der openbare autoriteiten of publieke ambtenaren, 5 voor welke dezelve gepasfeerd is, of uit hoofde van cen gebrek in den worm, miet voor autentiek gehouden wordt, heeft nogtans gelijke kracht met een onderhandsch gefchrift, hetwelk door de partijen geteekend is, Ärt. 1235. De registers, verbalen en relafen van handelingen en ambts verrigtingen, en de opgave van der zaak kundige en doo bevoegde autoriteiten gecommitteerde perfonen„ bij artikel 1232 vermeld, worden voor volkomen bewijs gehouden, ten zij het onbeftaanbare van dezelve, en het tegendeel van het geen daaruit zoude moeten bewezen worden, klaarblijkelijk werd aang getoond, Ten aanzien der heele van makelaars, worden de regels der commerciële wetten of geb: nen gevolgd, Art 12 Be registers, verbalen en Hate‘door openbare autoriteiten ef dm itendren. van hunne handelingen of ambrsverri gvingén gehouden, kunnen nogtans tegen den geen’, met denwelken zij cenige overeenkomst hebben eier geen bewijs van deze overeenkomst opleveren, Art. 1237. Openbare registers en boeken, waarin autentieke of onder. bandfche aten geregistreerd of overgeboekt worden,(trekken, onvermind erd het bepaald e bij artikel 1254, alleen, tot bewijs van de gedane regiftratie of overboeking, en Art. 1238 Eene autentieke a&e levert„ten‘aanzien van de contrafterende partijen, en derzelver erfgenamen of regtverkrijgenden, een volledig bewijs op van de overeenkomst, bn daarbij aan= gegaan is.’ «Wanneer echter eene zoodanige ate van valschheid wordt befhuldigd, en bepaaldelijk daarover gen expres gefchil 8e Gi 5 Lenn AEN Lj DREDD Ed En ee C 193:) gemoveerd en voor den regter gebraot is, wordt de uitvoering der overeenkomst tot na de beflisfing op? sefchorts maar„ indien ‚het gefchil over de echtheid of valschheid der acte flechts een incident van eene andere principale zaak uitmaakt,(taat het aau den regrer vrij, om de nakoming der overeenkomst, in de questieufe aCte vervat, naar gelang‘der omttandigheden« provifioneel optefcnorten. Art. 1239. Eene acte, het zij op eene dutentieke wijze, het zij onder de hand, aangegaan, levert, ten aanzien van de partijen, een volledig bewijs op, zelfs omtrent dac gene, hetwelk daarbij als een bloot te kennen geven voorkomt, mits her te kennen egevene in een dadelijk verband{taat met de verbindtenis of befchikking, welke bij de acte gemaakt is. Indien het geen daarbij als een bloot te kennengeven voor- komt geene betrekking-heeft op de verbindtepis of‘befel hikking zelve, kan hetselve alleen dienen tot een begin van: bewijs. Art. 1246. Bijzondere bepalingen, doorfommige der contraétanten, nog nader on: de, en bij eene afzonderlijke acte gemaakt,“heb: ben geen gevolg ten nadeele van: die genen der contraêtanten, welke aan zoodanige afzonderlijke artikelen van overeenkomst geen deel genomen hebben. TWEEDE ss PUK. VAN ONDERHANDSCH GESCHRIF Te Art. rear. “Een oharkandsch gefchrift, heiwelk daor den geen’, tegen wien men zich daarop beroept, erkerd is, of door de wet voor erkend gehouden wordt, levert, ten aanzien der onder- teekenaars, en hunne erfgenamen of regtverkrijgenden, een volledig bewijs op, even als eene authentieke acte. Art. 1242. Hij, tegen wien men zich op een onderhandsch verie beroept, is verpligt zijn gefchrift of naamteekening bepaalde- lijk te erkennen, of te ontkennen; doch zijne erfgenamen of regtverkrijgenden kunnen volftaan met te verklaren. dat zij het fchrikt of de naamteekening van hunnen auteur niet ke nnen. Art. 1243. Ingeval iemand zijn{chrift ef handreekening asen. en ingeval zijne e:fgenamen of regtverkrijgsuden verklaren het fchrift of de handteeke ning niet te kennen, moet de verificatie daarvan in regten gefchieden. Art. 12440 sz zi EZ «n Cen SS ze 24 word» de ham hand ek teckel dem spe of bee of goalie worde Vailan:} aulkiihe: Pe SE OE nn B Wam« Gil St In goes Ue: Wanmeig z° geheel fe» zich dje welk zopie: De bor pe le; er VEE IE ef boelens, Wel er Overes omtkant Rn Ta, e Nie, het: B de parù r hetwel ats hert 0 de var IJ, &nnengen dis of be ùn vanf epnziën é Berkrijgee Se, handset ep:Chening’ ne erfg Be Klaren,’ 8e ering ol Bjzoet EI nk dein É 2 vr nit> en Cn Art. 1244. Onderhandfche aten, welke wederkeerige verbindtenisfen behelzen„… hebben geene kracht, ten zij daarvan zoo vele oorfpronkelijke acten zijn opgemaakt, als‘er partijen zijns die ieder een afzonderlijk belang hebben:| Wanneer meer perfonen hetzelfde belang hebben, is eene vorfpronkelijke acte voor hen voldoende: Bij elke acte moet melding gemaakt worden van het getal der oorfpronkelijke aéten% waarbij de werbindtenisfen aange gaan zijn: Niettemin kan hij, die„ van zijne zijde, van de bij eene acte aangegane verbindtenis genot gehad heeft, zich op het verzuim der vermelding van het aantal der oorfpronkelijke aten, waarbij de wederkeerige verbindtenisfen aangegaan zijn„ niet beroepen. Art. 1245. Een onderhandsch briefje ot veiofte, waarbij iemand zich aan eên’ ander’ verbindt, om aan denzelven eene fomme gelds, of eene zaak, welke op eene bepaalde waarde kan gefteld worden, te geven, moet geheel en al gefchreven worden met de hand van den geen’, die het brièëfje of de belofte ondertee= kend heeft, of ten minfte moet daaronder, behalve de naame teekening, met de hand des onderteekenaars gefchreven wore den: goed of goedgekeurd voor zoo veel; moetende de fomme of begrooting der te gevene zaak, waarvoor het brief je goed? of goedgekeurd wordt ‚ niet in cijfers, maar voluit gefchreven worden: E à x Van deze bepaling zijn uitgezonderd de kooplieden, en dezulken die niet fchrijven kunnen. Art. 1246. 8 Wanneer de fom, welke bij de ate zelve wermeld is, ver= fchilt van die, welke bij het daaronder ftaande bon of bewijs van goedkeuring is uitgedrukt, wordt de verbindrenis gerekend aangegaan te zijn voor de fom die de minfte is; zelfs dan, wanneer de ate, mitsgaders de bon of blijk van goedkeuring, geheel en al gefchreven is met de hand van den geen’, die zich daarbij verbonden heeft, ten zij men bewijzen kan, ix welk gedeelte de fout of het abuis begaan is, e OP OVAA De boeken en registers der kooplieden leverèn tégen perfoe nen, die geen kooplieden zijn, geen bewijs op van-de gele« verde waren, daarbij aangeteekend; onverminderd het geen hierna omtrent bewijs door middel van den eed gezegd wordts Art. 1248. Boeken en registers van kooplieden leveren bewijs op tegen hen zelven; doch hij, die ie de het geen daarbij Se ed en hd Kk De kend ftaat tegen hen bedienen wil, mag hetzelve niet fplitfen, noch daarvan det gedeelre afzonderen,“het geen hij meent dat ten zijnen nadeele(trekken zoude, Art. 1249. Registers en papieren, particuliere aanteekeningen bewatten- de, leveren geen bewijs op: ten voordeele van der geen’, die dezelve gefehreven-heeft„ doch dezelve leveren. ten nadeele van den fchrijver bewijs op: ro, In alle die gevallen, wanneer dezelve bepaaldelijk melding van eene ontvangene voldoening maken; en 2°, Wanneer dezelve uitdrukkelijk melding maken, datde aanteekening gedaan is, ten cinde het gebrek aan bewijs, ten voordeeie van dên geen’„ten wiens behoeve zij eene verbindtenis aanduiden, te fuppleren. Art. 1250. Het fchrift, door een’ fchüldeifcher aan den voct of ster zijde van„of achter op oorfpronkelijke ftukken en befcheiden, welke altijd in deszelfs bezit gebleven zijn, gefteld, levert, wanneer-hetzelve tot bevrijding van den fchuldenaar ftrekt, een volledig bewijs óp„ offchoon hetzelve niet gedateerd noch geteekend is: Hetzelfde heeft plaats ten aanzien van het fchrift, hetwelk een fchuldeifcher achter op, of ter zijde, of aan den:voet van het duplicaat van eene fchuldbekentenis of quitantie heeft gee fteld, mits hetzelve duplicaat in handen van den fchuldenaar zij. DER DEL ST UK: VAN KERESTOKKE Ne Art. 1o5t. Kerfltokken- leveren. een bewijs op tusfchen perfonen, die gewoon zijn om,de leverantiën, welke zij in het klein hebben gedaan en ontvangen.,door middel van dezelve te doen blijken. Ve RDE 8- Te Herle VAN KOPIJEN VAN OORSPRONKELIJKE (TITELS OF BESCHEIDEN, Kopijen leveren, wanneer de oorfpronkelijke titel of ae aars ablve Ie de mk, le getiimaken, mi Shet gel nde) wiens ie gt eren, Den li dk El dat ij me En zj Hd pels ij Bet ll Ì 4 te de 4 vj Schul, Cm) aänwezig is, geen bewijs op van het geen vervat is in den titel of acte, waarvan de vertooning altijd kan gevorderd wordena Art. 1253. Wanneer de oorfpronkelijke titels niet aanwezig zijn, leveren de kopijen bewijs-op, met inachtneming van de navolgende bepalingen: 1%, De grosfen of eerst uitgegewene acten leveren„ met ops 80 3° 4°. zigt tot authentieke aéten, waarvan de minuten en pros tocollen door de openbare autoriteiten-of notarisfen bewaard worden„ een gelijk-bewijs op met de minuut. Ook leveren een gelijk bewijs met de originele aéten op alle kopijen, welke op regterlijk gezag, de partijen daarbij tegenwoordig, of daartoe behoorlijk geroepen zijnde, gemaakt zijn, of Omtrent, dezulken„ welke ge« maakt zijn im tegenwoordigheid der partijen, en met derzelver wederzijdfche goedkeuring; Dekopijen, welke, zonder tusfchenkomst van het regtets lijk gezag, of zonder de toeftemming der partijen, en na de uitgifte der grosfen, haar de minut of het oors fpronkelijke ftuk gemaakt zijn door publieke ambte- naren of magten, bij welke de minuten bewaard worden, kunnen, ingeval de originelen verloren geraakt zijn, bewijs opleveren, als zij van ouden datum zijns Zij worden geacht van ouden datum te zijn, wanneer zij ouder zijn dan dertig jaten; Doch wanneer zij minder dan dertig jaren etid zijn, kunnen zij alleen tot een begin van bewijs door ges fchrifte verftrekken; Wanneer de kopijens die naar de minuut eetter acte gemaakt zijn, niet zijn vervaardigd door ,‚den-notaris of regter, voor wiende acte gepasfeerd is, noch door de publieke autoriteit, die, bij overlijden of afftand van den notaris, met de bewaring van deszelfs proto= collen: belast is, kunnen dezelve, hoe oud ook van datum, nimmer anders dan tot een begin van bewijs door gefchrifte werftrekken; en[[ De kopijen van kopijen kunnen, naar‘gelang der oti= ftandigheden, als eenvoudige aanduidingen befchouwd worden. Arts 1254. De registratie of overfchrijving wan acten in de openbare NR„fee OEI AUKE: Cr k registers kan niet dan tot een begin van bewijs doer gefchrifte verftrekken, en daartoe zelfs is het noodig: ze. Dat het zeker is dat alle de minuten van den notaris of het geregt, over dat jaar, waarin de geregistreerde acte blijkt: gepasfeerd te zijn, verloren zijn geraakt, of dat bewezen wordt dat de minuut van deze acte door een bijzonder toeval verloren is gegaan;&n ge, Dat geene grosfen of authentieke kopijen, volgens het eerfte lid van het naast voorgaande artikel opgemaakt, voorhanden zijn. Beïde deze omftandigheden zamenloopende, en het bewijs door getuigen toegelaten wordende, moeten de genen, die als getuigen over de acte geftaan hebben, deswegens, indien zij nog in leven zijn, gehoord werden, \ Sn FeD BST VAN SCHRIFTELIJKE ERKENTENISSEN EN CONFIRMATIËNe Art. 1255. Wanneer iemand fchriftelijk erkent eene acte gepasfverd te hebben„ doet dit gefchrift de verpligting tot het vertoonen van de ooifpronkelijke ate geenszins ophouden, ten zij hare inhoud daarbij bepaaldelijk opgegeven wordr; nebbinde het geen daarin meerder of anders dan in den oorfpronkelijken titel voorkomt, geen gevolg hoegeraamd, \ Ait. 1256. De acte, waarbij eere verbingtenis, tegen welke vernietie ging of recisfie verzocht worden kan, bevestigd of bekrache tigd wordt, is niet van waarde, ten zij daarin de hoofdzakes lijke inhoud der verbindtenis; als mede de reden, waarvan vers nietiging of recisfie gevraagd zoude kunnen worden, en het oogmerk om het gebrek, waarop het verzoek van vernietiging of rescisfie gefundeerd zoude kunnen worden, te verbeteren, vermeld worden: De bevestiging, bekrachtiging of vrijwillige nakoming, in den vorm en ten tijde door de wet vereischt, gedaan, wordt 5> gerekend voor een’ afltand der hulpmiddelen en excepriën, a waar n ir) EE ùOn ‘hit jd 4 iz te Jar 8 Bis door i\ van denn BL gerei en gert, li ab eze at BE Cl & ben Dak et 5 ehartikel a Ste, en! Olen der gdeswert acte@! E het w elen,£ (pronk an wt Ko de we den, VE Bi word) k van” nj te Is geaat cu en& B ige mld omm; NISSEN! _ betreffende, figs. Nd C 197) waarvan men anderzins tegen eene acte had hunnen gebruik maken, onverminderd het regt van derden. Art. 1257. Een donateur kan door geene confirmatie de gebreken eener fchenking of donatie, die nietig in den vorm is, verbeteren, maar is verpligt om eene nieuwe donatie, in wettigen en behoore lijken vorm, daarteftellen. Art. 1458. ER Wanneer nogtans de erfgenamen of regt verkrijgenden van den donateur de door denzelven gedane fchenking bevestigen of vrijwillig nakomen, worden deze bevestiging, bekrachtíi- ging of vrijwillige nakoming, gehouden voor eenen afftand van de bevoegdheid, om zich tegen de donatie op gebreken in de vorm, of op eenige andere exceptiën, te beroepen. EERE AEDERLING. | VAN BEWIJS DOOR GETUIGEN. Art. 1259. Van alle zaken, de fom of de waarde van honderd- en- vijf. tig guldens te bovengaande, moet, zelfs vrijwillige bewaarnes mingen niet uitgezonderd, eene authentieke of onderhandfche acte worden gemaakt, en wordt geer bewijs hoegenaamd door getuigen toegelaten van hetgeen boven of tegen den inhoud der acte gevorderd wordt, of van het geen men beweert, voor, ten tijde, en na bet maken der afte, gezegd te zijn; zelfs dan niet, wanneer over eene fom of waarde, honderd-‘en- vijftig guldens of daarenboven bedragende, waarvan men verkozen „heeft een fchriftelijk bewijs te maken, gehandeld wordt. Alles onverminderd het bepaalde bij de wetten, de commercie Art. 1260. Wanneer, behalve het kapitaal, ook interesfen gevorderd worden, en dezelve, met het kapitaal vereenigd, de fom van honderd. en- vijftig guldens te boven gaan, is de regel, bij het laatst voorgaande artikel vastgefteld, hierop mede toepas- felijk. n| Art, 1261. en Iemand eene vordering, de honderd- en- vijftig guldens te boven gaande, gedaan hebbende, kan niet meer tot het bewijs door getuigen toegelaten worden, al ware het dat hij zijne primitive vordering tot die{om verminderde, Art. 1262, Het bewijs door getuigen won zelfs iu geval van eene vor- b de- / ej EERE LADEN tn eee Kn Te IG Ce A dering, welke: houderd- en- vijftig guldeus of daar beneden bedraagt, niettocgelaten, wanneer uitgemaast is dat de gevor- derde fom het overfchot of een gedeelte eeuer grootere infchuld is, welke niet bij gefchrift bewezen wordt. Art. 1263.| Indien iemand bij dezelfde inftantie verfcheiden vorderingen doet, voor welke hij geen’ chriftelijken titel heeft, en die te zamen gevoegd meer dan de fom van honderd. en- vijftig gul- dens bedragen, wordt het bewijs door getuigen niet toegela- ten, zelfs niet wanneer hij beweert dat de fchuiden uit vere fchitlende oorzaken gefproten, en op verfchillende tijden ge- maakt zijn; ten ware het regt van vordering, door erfvolging, donatie, als anderzins, van verfchillende perfonen afkomftig mogt zijn. Ar:, 1264° Alle vorderingen, uit kracht van welken titel ook, die door gefchrift niet volledig bewezen worden, moeten bij een’ en denzelfden eisch worden gedaan 5 zijnde de fchuldeifcher daarna in zijne andere vorderingen, van welke geen fchriftelijk bewijs aanwezig is, niet ontvankelijk.-: 4 Art. 1265. De hier voren gemelde bepalingen lijden uitzondering, wan neer een begin van bewijs door gefchrift aanwezig is: Men noemt een begin van bewijs door gefchrift alle fchrifte- lijke aften, die voortgekomen zijn van den genen, tegen wien eene vordering gedaan wordt, of van den genen, dien hij ver- tegenwoordigt, en welke ‚de geallegeerde zaak waarfchijnlijk maken. Art. 1266 Ook lijden de opgegevene regelen uitzondering, wanneer een fchuideifcher buiten ftaat geweest is, om zich een fchriftelijk bewijs der verbindtenis, welke ten zijnen behoeve aangegaan is, te bezorgen. Deze tweede uitzondering is toepasfelijk: ze, Op verbindtenisfen, did uit‘quafi= contracten, en uit ‘delicten eu gaf? delicten ontftaan; 82°. Op bewaargeving uit noodzaak, bij gelegenheid van brand, inftorting van gebouwen, oproer of fchipbreuk, en op bewaargeving, welke door reizigers, in de herber- gen waar zij hun verblijf houden, gedaan wordt; alles naar gelang der qualiteit van den perfoon, en de om ftandigheden der zaak; 3. Op A | bereden de gevon.| 2 Infchuld deringen in die te tig gul toegelg. uit vere iden ges wolging, ikomftig die door heen” ulderfeher chrifrelijk 8 B > fchrfie gen wien hij ver chin. meer Cen hriftelijk anger, cn, én ú heid vat zigbreuk, de herber orde, alles gn de OE . Qj ng, Vil $ $ Pi/ 3°. Op de verbindtenisfen, welke bij onvoorziene toevallen, waarbij men geene{chriftelijke acte heeft kunnen, maken aangegaan zijn; en 49. Ingeval een fchuldeifcher den titel, welke hem tot fchrif- telijk bewijs dienen moest, ten gevolge van een toeval, dat onvoorzien is, en van hooger hand komt, verloren heeft.| Art. 1267. In de gevallen, waarin het bewijs door getuigen niet is uitge= flo en, moet hetzelve, om volkomen te zijn, beftaan in eene Overecuftemmendé en beëedigde verklaring van ten minften twee onbefprokene en bevoegde perfonen; van hetgeen zij zelve gezien, gehoord, en ondervónden hebben. Art. 1268, Onbevoegde getuigen zijn: Allen, die door eenig ziels- of Iigchaams; gebrek verhinderd worden, om wan de zaak goede wetenfchap te hebben, of di: hunne wetenfchop niet op eene ontwijfelbare wijze kun- nen te kennen geven; Alle perfonen, welke beneden de achttien: jaren oud zijn 3 Alle‘meineedigen, eerloozen, ef die zich tot het geven van getuigenis hebben laten omkoopen, of eenige belooning hebben ontwangen of doen toezeggen 3 „Allen, die tot de perfonen; voor of tegen welke het ge« tuigenis dieren moet; in zoodanige betrekking ftaan„ dat zij niet als enpartijdig kunnen befchouwd worden, als daar zijn echtgenooten, bloedverwanten-en nabeftaanden, voogden, curateuren en pupillen, onderling, perfoonlijke vijanden, en gebroodde hediendens A Allen, die bij de zaak regtftreeks of zijdelings belang hebben; en ‚Allen, die in dezelfde zaak eene der partijen als-practizijns bedienen of bediend hebben. ì | Art. 1269. en Het getuigenis van perfonen, welker onbevoegdheid niet volftrekt, maar Enkel betrekkelijk is, kan evenwel door den regter, in zaken die niet wel voor ander bewijs vatbaar zijn, en naar aanleiding der omftandigheden, zoo veel of weinig ia aanfchouw worden genomen, als hij, na eene onzijdige overweging van de geheele toedragt der zaak, in gemoede oordeelt te behooren.| st Art. 1270. In het algemeen is elk gehouden om, daartoe geroepen zijnde, getuigenis der waarheid te geven. N 4 Art. Te7I. KS PE) A IR TG ELT TN ze d le. p EEN C 200 F „Art. 1271. Van de verpligting tot het geven van getuigenis der waar heid worden vrijgefteld: Allen, die volftrekt onbevoegde getuigen zijn; Bloedverwanten en nabeftaanden, in de op- en nedergaan- de linie, echtgenooten, broeders of zusters, en derzelver kinderen, voogden, curäteuren en pupillen, in zaken za kende zoodanige perfonen, tot welke zij in eene der ge« geroemde betrekkingen ftaan 5 Allen, die bij de zaak regtftreeks, of een aanmerkelijk zij delingsch belang hebben; en_ Allen, die in dezelve zaak eene der partijen als practizijns bedienen of bediend hebben, Art. 1272. Wanneer een getuige door den dood is verhinderd gewor= 8 den, zijne, onder prefentatie van eede, afgelegde verkla ring te beëedigen, zal de regter op dezelve zoodanig regard kennen flaan, als hij, naar gelang der omftandigheden, zal bevinden te behooren. 6 Art- 1273. In het algemeen moet de regter met de meeste naauwkeu- righeid nagaan, of ook de getuigen eenige beweegredenen hebben, om de zaak op deze of gene wijze voortedragen„ en moet voorts uit de levenswijze, de zeden, den ftand der getuigen, hunne wijze van voordragt, en alle andere omftan- digheden, derzelver geloefwaardigheid beoordeelen, DERDE AFDEBREING VAN PRESUMTIEN OF VERMOEDEN, 5 Art. 1274. Prefumtiën zijn gevolgtrekkingen. welke de wet of de regter uit eenc bekende tot eene onbekende zaak afleidt. E ERSTE STUK. VAN WETTELIJKE PRESUMTIEN,. Art. 1275. Wettelijke prefumtie ìs een‚zoodanig vermoeden, hetwelk door cene fpeciale- wet met zekere handelingen, daden of emftandigheden verbonden wordt, De zoodanige zijn: ie à der waa edergaane derzelver aken ga- der gee lijk zij hetizijns ij gewor. L verg jo regard|/ den, al )auwkate voredenen jagen, and der j, omfar ï , of Hit, ne ne f àl 7 k er be A. of wer x%. De handelingen, welke, uit hoofde van haren aard en hoedanigheid, geprefumeerd worden in fraude van de wet te zijn, en daarom door dezelve nietig en van onwaarde verklaard worden; go, De gevallen ‚in welke de wet verklaart, dat de eigen- dom of bevrijding uit zekere bepaalde omftandigheden wordt afgeleid; g°. Het gezag, hetwelk de wet aan een regterlijk gewijsde geeft; en 4°, De kracht, welke de wet aan de erkentenis van ééne der partijen, of aan deszelfs eed toekente & * Art. 1276. Het gezag van een regterlijk gewijsde werkt niet, dan ten aanzien van dat geen, hetwelk het onderwerp van het regts- geding heeft uitgemaakt: Om daaruit eenig gevolg afteleiden, is het noodig, dat de zâak, welke geëischt wordt, dezelfde is; dat de eisch op dezelfde fchuldoorzaak berust, en tusfchen dezelfde partijen, “en over en weder in dezelfde qualiteiten, behandelt wordt. Art. 1277. Eene wettelijke prefumtie ontílaat den geen’, in wiens voordeel dezelve is, van alle bewijs. Geen bewijs wordt tegen eene wettelijke prefumtie toege- laten„ingeval de wet, op grond van zoodanige prefumtie„ zekere bepaalde handelingen nietig verklaart, of den regtsin- gang op dezelve weigert, ten zij de wet zelve het tegenbe- wijs mogt vrijgelaten hebben, en onverminderd hetgeen om- trent den geregtelijken eed- en judiciële confesfie bepaald wordt. É TWEEDE& TUE VAN PRESUMTIEN, DIE NIET DOOR BE WET DAARGESTELD WORDEN. 7 Ë Art. 1978. À Prefumtiën, die niet door de wet worden daargefteld, wor- den overgelaten aan het verlicht oordeel en doorzigt van den regter, welke geene ze in aanfchouw moet en 5 an x } € Pd A Lhee an ORDEN VBN EPA Fi MEER EN (sos J dan die gewigtig, naanwkeurig, bepaald en eenftemmig zijns en zulks nog alleealijk in die gevallen, waarm de wet het bewijs door getuigen toelaats ten ware tegen eene handeling, uit hoofde van kwade trouw of bedrog, werd opgekomen. ERD E AERDEN KNMG VAN CONFESSIE or BEKENTENIS, Art. 1279. Fene confesfie of bekentenis is of judjcieel of extra-ju- diciecl. Arte 1280. Op eene extra-judiciële bekentenis, die alleen met woorden gefchied is, kan men zich niet beroepen in zaken, in welke geen bewijs door getuigen toegelaten wordt. Art. 1981. Judiciële confesfie is eene bekentenis, welke de partij, of zijn fpeciaal gemagtigde voor den regter aflegt: Zijlevert een volledig bewijs op tegen den geen’, die dea zelve afgelegd heeft, dochzij mag niet in zijn nadeel gefplitst warden: Judiciële confesfie mag niet herroepen worden, ten zij men bewijst, dezelve ten gevolge van eene onkunde of dwaling emtrent daden of omftandigheden gedaan te hebben: Zij mag niet herroepen worden onder voorwendfel van eene enkunde of dwaling omtrent het regt, VIJFDE AFDEELING. VAN DEN EED. Art. 1280, De judiciële eed is van tweederlei aard: 19. Die, welke door de eene partij van de andere gevergd wordt, om daaraan de beflisfing der zaak overtelaten, en decifvir of beflisfend genoemd wordt; en 8% Die, welke door den regter aan eéne der beide partijen, ambtshalve, wordt opgelegd,; EER- Ng a: Wet he: indeling, Olien, et) Île oorden , welke antij, of die des gefplis zij met dwaling U EC vergd aten, rt, emi. 5* A A 5 nn tt 4 Art. 1283. Delatis van den beflisfenden ot deeifoiren eed kan, Over welke foort van gefchitlen dit ook zijn moge, gedaan worden. Ätït. 1284. Deze eed kan niet gevergd worden dan omtrent eene daad, welke perfoonlijk verrigt is’, door den geen’ aan wiens eed de beflisfing wordt overgeiaten.| 8 Art. 1385. Dezelve kan in iederen ftaat van het proces gevêrgd worden zelfs dan„ wanneer geenerlei begin van bewijs, het zij voor den eisch, het zij voor de eaceptie of verdediging„ voorhanden is, Arte 1286, … Indien hij, aan wiens eed de beflisfing van eene zaak overe gelaten is, weigert den gevergden eed aantenemen en afteleg- gen, of de zaak wederkeerig te laten aan den eed der weder- partij, moet aan hem, of, ingeval dat de wederpartij, aan wiens eed de beflisfing der zaak wederkeerig overgelaten ÍSs weigert denzelven aantenemen of afteleggen, moet aan dezen deszelfs eisch of exceptie ontzegd, of dezelve met betrekking tot zijne gedane verdediging in het ongelijk gefteld worden. Art. 1287. Wanreer de daad, omtrent welke de eed gevergd wordt, niet de daad is van beide partijen, maar zuiver perfoneel is aan dien geen’, aan wiens eed de beflisfing wordt overgelaten„ mag die beflisfing niet wederkeerig aan den eed der wederpartij gelaten worden. Art. 1288, Wanneer hij, van wien de beflisfende eed is gevergd, of hij, aan wiens eed de beflisfing wederkeerig is overgelaten, den eed aangenomen en afgelegd heeft, wordt aan de tegenpartij niet toegelaten, de valschheid van dezen eed te beweren. Art. 1289. Die den beflisfenden eed van zijne wederpartij gevergd, of de beflisfing aan den eed van zijne wederpartij wederkeerig overgelaten heeft, kan zijn aanbod nietweder intrekken, zoo- dra de wederpartij verklaard heeft, bereid te zijn dien eed af- teleggen. Art, 1290. De eed afgelegd zijnde, levert zulks geen bewijs op, dan alleen ten voordeele of nadeele van den geen’. die denzelven ge ih = „rd Es Pa condemnatie te bepalen. C 204) gevergd of overgelaten heeft, en van deszelfs erfgehamen en regt verkrijgenden: Nogtans wordt een{chuldenaar, aan wiens eed de beflisfing door een’ der folidaire fchuldeifchers is overgelaten, door het aannemen en afleggen van denze'ven niet verder bevrijd, dan voor het aandeel van dien fchuldeïfcher: … De gevergde of opgedragen eed door een’ Principalen fchuldenaar aangenomen en afgelegd zijnde, worden daardoor ook de borgen bevrijd:/| Dezelve eed, aan één’ der folidaire fchuldenaren gevergd of opgedragen, eri door hem afgelegd zijnde, bevrijdt ook zijne ‚„medefchulderaars: De eed, aan den borggever gevergd of opgedragen, en door denzelven afgelegd,{trekt ook ten voordeele van den princie ; palen debiteur: In deze twee laatfte gevallen echter ftrekt de eed van een’ folidairen medefchuldenaar, of van een’ borg niet ten voors deele van de medefchuldenaars of van den priucipalen fchulde= naar, dan wanneer die eed, omtrent de fchuld zelve, en niet omtrent het beftaan der folidariteit, of van den borgtogt, ge- vergd of opgedragen is. TWR ED ES Puk VAN DEN EED, DIE DOOR DEN REGTER AMBTSHALVE WORDT OPGELEGD. Art. raor. De regter is bevoegd, om aan ééne der partijen een’ eed op- teleggen, het zij om daarvan de beflisfing der zaak te doen af- hangen, het zij om daardoor de hoegrootheid der te vallene Í Art. 1292./ De regter mag: echter den eed), het zij met opzigt tot den eisch, of tot de exceptie of verdediging, ambtshalve, niet opleggen„ dan onder de twee navolgende bepalingen: 19. Dat de eisch, exceptie of verdediging niet volledig bè- wezen zij; en X 29. Dat dezelve niet ten eerienmale onbewezen zij: Bui. _% en! op u her va | wijk pet ber An N NEN en bellisfinn 9 door ie id, dan neipalen ardoor red of zijne n door Drincie n een’ \ VOOTs ichulde. en niet Br. Sa band | ope nu af. lens it der ‚ niet ‘Dée 6 203 J Buiten deze twee gevallen, moet de regter den eisch zuiver en eenvoudig toewijzen of ontzeggen. [ Art. 1293s Wanneer de regter aan ééne der partijen den eed amb'shalve opgelegd heeft, mag deze de beflisfing der zaak niet wederkeerig aan den eed der wederpartij overlaten. Arts 1204. De eed tot bepaling der waarde of begrooting van de geëisch« te zaak mag dan alleen door den regter opgelegd worden„ wanneer het niet mogelijk is om die waarde op eene andere wijze te berekenen: De regter moet zelfs, ingeval hij een? eed tot bepaling der waarde of begrooting van eene geëischte zaak oplegt, eene zee kere bepaalde fom als een maximum vastftellen„ tot het beloop van welke de eifcher op zijn’ eed zal geloofd worden. ALGEMEENE BEPALING OMTRENT HET BEWIJS, Art. 1295. De algemeene regelen nopens het bewijs door gefchrift, door getuigen, door prefumtiën, door bekentenis of confesfie, en door den eed, ín dit zesde hoofdituk voorgefchreven, zijn toepasfelijk op alle burgerlijke handelingen, met uitzondering alleen van de zoodanige, welke op eene bijzondere wijze moe- ten bewezen worden, of waaromtrent, achtervolgens het geen dienaangaande meer-bijzonder, bij de behandeling van elk dier onderwerpen, in dit wetboek is bepaald en vastgefteld, fom-. mige foorten van bewijs niet worden toegelaten, DERDE OP LTE VAN VERBINDTENISSEN BUITEN OVER- EENKOMST. Art. 1296. Zekere verbindtenisfen ontftaau zonder eenige voorafgegane overeenkomst, noch van de zijde van den geen’, die zich ver- bindt, noch van de zijde van den geen’, ten wiens behoeve de verbindtenis gefchiedt: Sommige derzelve worden alleenlijk deargefteld nit krachte van de wet; ardere vloeijen voort uit eene perfonele daad van den geen’, die daardoor verbonden wordt:/ 5 e Cr VE PEER am MEE NE EG WEL ( 06 J oen, De eerfte zijn zoodanige verbindtenisfen, welke tegen tetrarids Ni wil aangegaan Worden, als tusfchen naburige eigenaars, of de jk verbindtenisfen van voogden en andere administrateurs„ welke a| de hun opgedragen voogdij of administratie niet weigeren kunnen:} Ì E De laat{te, voortvloeijende uit de perfonele daad van den ij« geen’, die daardoor verbonden wordt. ontftaan of uit quafis gra ‚contraéten, of uit deliëten of quafi-delicten, en maken het kuif onderwerp van dezen titel uit./ nôe DN” 5 ist DA kk HOOERDS PER ot brad | ers VAN QUASI-CONTRAC TEN.|„Npe Art. 1997. es Quafi-contracten zijn iemands loutere vrijwillige daden, hip, waaruit eene verbindtenis ontifaar, ten behoeve van cen’ der= den, en fomtijds eene wederkeerige verbindrenis van‘beide dr) partijen., nbs Arttsitk reuse Wanneer men” vrijwillig tens anders zaak, met of: zonder kk deszelfs weten, waarneemt en verrigt„ verbindt men zich daar- door ftilewijgende, om met die beheering voort te gaan, en N dezelve te volbrengen, tot. dat de eigenaar in-ftaat is om in rh die zaak zelve te. voorzien; dusdanig een moet zich ook met hin: al dat geen belasten, hetwelk tot die zaak betrekkelijk is. wi 4 Hij onderwerpt zich: aan alle de verpligvingen, welke hij oe zoude moeten hebben nagekomen, indien hij bij eene uitdruk- Ki kelijke lastgeving was gemagtigd geweest. kt: Art. 1299. E Hij is verpligt met die beheering veort te gaan, zelfs dan,| EA wanneer de eigenaar komt te overlijden, vóór dat de zaak ten nike einde gebragt is, en zelfs tot tijd en wijle de erfgenaam daar= 2 omtrent zelf voorziening doen kan. ee hl Arr. 1300. Hij is gehouden omtrent die beheering de pligten van een goed huisvader te vervullen; niettemin kan de regter de kos- ten, fchaden en interesfen, die deor de fchuld of nalatigheid van zoodanig iemand mogten veroorzaakt zijn, modereren, naar gelang der omftandigheden, welke denzelven tot die be- heering bewogen hebben. Art. 1301, De geen, wiens belangen door een’ ander’ behoorlijk zijn waargenomen, is verpligt, om de verbindtenisfen, door den enderwinder in zijn’ naam aangegaan, te vervullen, ede Cnae ca EEDE ENE C 207) | lertards fchadeloos te houden wegens alle perfonele, door hem aange- 5, of gane verbindtenisfen, en aan denzelven zijne nuttige of nood- S, welke zakelijke uitfchotten terug te geven. Ge velzeren ö Art. T302e Die, bij vergisfing of met zijn weten, iets ontvangt, het van der welk hem niet verfchuldigd is, is verpligt om hetzelve terug te L quafie geven aan den geen’, van wien hij het onverfchuldigd ontvangen En het heeft. d k; Art. 1303. Wanneer iemand, die bij vergisfing meent de fchuldenaar te zijn, eene wezenlijk beftaande fchuld heeft voldaan, heeft dezelve het regt. om het betaalde van den fchuldeifcher terug te vorderen: > Niettemin houdt dit regt op, wanneer de fchuldeifcher de {chuldbekentenis ten gevolge wan die betaling vernietigd heeft3 behoudens in dat geval het verhaal van den geen’, die betaald daden, heeft, op den wegzenlijken fchuldenaar. en dere|| Art. 1304. u beide__ Wanneer aan de zijde van den geen’, die de betaling ont- vangen heeft, kwade trouw heeft plaats gehad, is dezelve geheuden tot teruggave, zoo’ van het kapitaal ,’als van de in- zonder teresfen of vruchten, gerekend federt den dag der voldoening. chdaar| DeeArG A05: an, En| Indien het onverfchuldigd: ontwangene een onroerend, of s omi roerend ligehamelijk goed is, is hij, die hetzelve ontvangen ok met| heeft, werpligt, dat goed in natura, indien hetzelve nog fa Bik wezen is, of de waarde daarvan, indien het deor zijn ke hij| toedoen vergaan of verminderd is,-terug te geven. drh.| Hij is zelfs aanfprakelijk voor toevallig verlies, indien hij het goed ter kwader trouw ontvangen heeft. Art. 1306. eerd dan, Die iets, hetwelk onverfehuldigd‘is, ter goeder trouw ten| ‚_ Ontvangen en hetzelve verkocht heeft, behoeft niets anders Laat dan den koopprijs terug te geven, Art, 1307, Dal | Hij, aan wien eene zaak is teruggegeven, moet zelfs aan an cen den geen’, die de zaak ter kwader trouw bezeten heeft, die p kos noodzakelijke en nuttige uitgaven vergoeden, welke tot behoud gheid der zaak gedaan zijn.| j aren, Art. 1308. e bes Minderjarigen, iets onverfchuldigd ontvangen hebbende, zijn alleen tot. de teruggave gehouden, voor zoo verre zij door die ontvangst verrijkt zijn, zijt Art. 1309. rden Eene verbindtenis wit quafi= contraét heeft ook plaats tus- ven fchen. (cha ( 208}| fen {chen de genen, die, zonder voorafgaande overeenkomst 3 eenige zaak gemeenfchappelijk bezitten. Art. 1310, ied De regten en verpligtingen der deelgenooten ftaan over het algemeen gelijk met die gene, welke uit kracht van focieteiss ftaud grijpen. ë Art. 1311. leder deelgenoot mag kg zijn aandeel befchikken, naar welgevallen, ook door hetzelve aan een’ ander’ te vers vreemden. Art. 1sro. _ Jeder deelgenoot heeft het regt, om ten allen tijde fcheiding van deze gemeenfchap te vorderen. TWEEDE HOOFDSTUK. WAN DELICTEN OF QUASI-DELICTE Ne Art. 1313. Alle daden, hoedanig en van welken aard ook, waardoot aan een’ ander’ fchade toegebragt wordt, ftellen den geen’, door wiens fchuld of verzuim de fchuld veroorzaakt is, in de verpligting om dezelve te vergoeden, Art. 1314. Eenieder is dienvolgende verantwoordelijk, niet alleen voor de fchade, welke hij door zijne daad, maar ook voor die„ welke hij/ door zijne nalatigheid of onvoorzigtigheid veroorzaakt heeft. Art. 1315.’ Men is niet alleen verantwoordelijk voor de fchade, welke men door zijneigen daad veroorzaakt, maar ook voor die, wel- ke veroorzaakt wordt door de daad van perfonen, voor welke men. aanfprakelijk is, of door zaken, welke men onder zijn el_ opzigt of beheering heeft,| … Derhalve zijn aanfprakelijk: 5| De vader, en bij deszelfs overlijden de moeder, voor hune ne minderjarige kinderen, die bij hen inwonen De meesters voor hunne-dienstboden, en de genen, welke zij @ in hun werk hebben; k il De onderwijzers en werkbazen voor hunne leerlingen en kweekelingen, gedurende den tijd dat dezelve onder hun toes zigt flaan:| € Deze verantwoordelijkheid heeft geen plaats, wanneer de va- der, de moeder, de meester,«de onderwijzers of. werkbazen kunnen bewijzen, dat zij de daad, voor welke zij aaníprake- lijk zouden zijn, niet hebben kunnen beletten. 8| Art. 1316, |H 8 j kde fig dor Ï RE 1 wid, De diens j_ vero war 200 ding ke, je vin k cheb Ben houde {db perk To EE Ki 14 gef: van É | isa | Winde kunst, over het ‚ focieteit hikken Le vers, sheiding waardoor ngen,| s, in d a voorde [welke hij î heef bs | welke je, wel| welke st ZN oor hate welke zij igen€ Ë jn(OEs ede vie akbar fprakee | 1316, A Art. 1316. De eigenaar van een beest, of de geen„die hetzelve in zijn? dienst heeft, is verantwoordelijk voor de fchade door het beest veroorzaakt; het zij hetzelve dadelijk onder zijn opzigt of bee waring, dan wel verdwaald, ontfnapt of doorgegaan zij, voor zoo verre hij door zijne fchuld of nalatigheid daartoe aauleie ding heeft gegeven. Art. 1317. De eigenaar van een gebouw is verantwoordelijk woor de fchade, veroorzaakt door de geheele of gedeeltelijke inftorting van het gebouw, indien hetzelve door gebrek aan behoorlijk onderhoud te weeg is gebragt. Gan, ‚_Àrt, 1318. ‚ Een doodflag, moedwillig of door fchuld of onvoorzigtig. heid gepleegd, verpligt den doodflager om aan de weduwe of kinderen, die door des nedergeflagenen arbeid plegen ondere houden te worden, te doen vergoeding van fchade en winste derving, welke vergoeding door den regter, naar gelang van perfonen en emftandigheden, zal moeten begroot worden, Art. 1319. 5 Tot deze vergoeding zijn gehouden allen, die aan den doode flag mede handdadig geweest zijn, fchoon men niet juist kaa aantoonen, wie van hen den doodflag heeft toegebragt, Art. 1320,$ Kwetfing, of verminking aan eenig deel van het ligchaant geeft aan den gewonden het regt om te vorderen vergoeding van het meesterloon, en van de íchade en winstderving daars door aan hem toegebragt, de pijx en fmert en ontfieriug van het ligchaam daaronder’gerekend,‘het geen door den regters naat. gelang van den perfoon en de omttandiglfeden, begroot wordt./ Die doar eene verzameling van verfcheiden perfonen gewond is, en niet bepaaldelijk kan aanwijzen den geen’ die hem de wonde toegebragt heeft, is geregtigd om vergoeding te vragen van allen, welke tot de verzameling behoorá hebben. ze en Eer Gek Doodflag of kwetfing uit noodweer, of bij envermij toeval, geven geen regt om vergoeding te vörderen, Art, 1322. 5 Die door woorden, gefchriften of dadelijkheden iemands eer beleedigt, is, behalve tot het vergoeden van fchbade„ ook ge houden, de injurie ef aangedanen hoon honorabel te beteren. Art. 1323. De verpligting tot betering van eer rust mede niet alleen op delijk Í den dader der injurie, maar ook op de genen, die de uitvoe= tius C sie) ring der injurie hebben aangeraden of bevolen, of in eeniger- hande opzigte daartoe behulpzaam geweest zijne Ln Art. 1324.| Î Het regt om betering van eer te vorderen komt toe, niet al- leen aan den geen’, die regelregt beleedigd is, maar ook aan die genen, die zich door de aangedane injurie zijdelings voor be- jeedigd kunnen houden; bij voorbeeld: deeraan De vader van eenen minderjarigen zoon, de man van eene getrouwde vrouw, wanneer aan dien zoon of die vrouw eene injurie is aangedaan. Art. 1325e Nooit heeft de actie tot betering der injurie plaats, ten zij dezelve aangedaan is met oogmerk om te beleedigen; dit oog- merk wordt bewezen of uit den aard der daad zelven, die gec- ne andere uitlegging gedoogt, of, uit de omftandigheden, wel- ke de daad vergezeld hebben. va uArts T986. Betering van injurie beftaar daarin, datde injuriant aan den beleedigden in het openbaar: voor den regter verzoekt om vers giffenis, met verklaring, dat hij berouw heeft van het gebeur- de, en belooft en aanneemt, zich voortaan daarvan te zullen wachten, en eindelijk verklaart, dat hij den geïnjurieerden ‘houdt voor een’ man van eer, op wiens gedrag hij niets te| zeggen weet; kunnende nogtans de regter, naar den aard en meerdere of mindere kwaadaardigheid der aangedane beleedi- ging, de uitdrukkingen en de wijze, op welke de betering ges fchieden moet, zoodanige andere rigting geven, als hij oor- deelt te behooren. Art. 1327. De waarheid der gedane verwijting, mits behoorlijk bewe= zen zijnde, verfchoont wel van de recantatie, of verklaring, dat men den beleedigden houdt woor een’ man van eer, Op wiens gedrag men niets te zeggen weet, doch verfchoont niet ‘van de verdere betering der injurie, die met een blijkbaar ooge ‚ merk omte beleedigen gefchied is g Art. 1328. De aêtie tot betering der injurie eindigt: 1% Door den dood van den beleediger; e°, Door gedane kwijtfchelding, het zij uitdrukkelijk„ bij „aangegaan verdrag of transactie, het zij ftilzwijgende, door het plegen van zulke daden, die mét het voornt- men om betering van eer te vorderen niet kunnen wor- den overeengebragt5| 3°. Door ht Doot door ne be heeft rib Door dat de zi bt gen, Vi {yAN UE LAN je is online ho den | C em in eenige {73° Door het geven van gepaste en behoorlijke voldoening aad deor den beleediger aan den beleedigden, het zij uiveige- DE, niet ne beweging, het zij nadat de beleedigde: verklaard ook aan heeft, zich de injurie aantetrekken; en| 88 voor hel. "_4°. Door verloop van een jaar, te-rekenen vanden dag af nvaneen— dat de injarie gepleegd Is„ indien de atie tot bstering [ouw eens. niet binnen dien tijd met der--daad“is geinftitueerd.. ge« worden. e ; dit oop ‚ diege, FEB RIDGE Fl: PRG; len, wel: ele Eed. VAN HET HUWELIJKS“CONTRACT'EN DE nt aan deb WEDERZIJDSCHE REGTEN DER kt omi ECHTGENOOTEN. het gebeu”/ n te zulle Art. 1329, shurieerde, De bepalingen, het huwelijks-contraét en de wederzijdfche hijs ciêgten der echtgenooten: beireffende, zijn. behandeld bij den en aard odtel van Zet huwelijk.| ne beke etering Is hij at) 5 PAF D Eet LPD. lijkbe) VAN DONATIE OF SCHEN KING, rllaeing, SS ze eer, OP. Art. 1339. oon nie Denatieis eene handeling, waarbij iemand uit milddadigheid haar oopgts onherroepelijk afftaat, ten behoeve van een? ander’„die het efchonkene aanneemt. j Ee, Art. 1331. ‚Om donatiën te kunnen doen of aannemen, is’het noödig„ at de donateur het vrije, beheer van zijne goederen, en het sTmogen om te contracteren heefts als mede dat den dónata. S door de wet niet verboden wordt de fchenking aantenémen, elijk, bÌ Art. rsge. drsn. wijgend, Voogden of curareuren mogen, in hunne qualiteit, geene t voort Dnatie doen. 5 iep WOT: Arts 1333. Echtelieden mogen aan elkander geene donatie doen, Door Alle gefimuleerde eg onder welke benaming of br. en 2@&e © Gn AL AL se VOEREN ENE NE a rder donatie de vermoedelijke erfgenaam van deze zijne ouder _ wentaris dier getauxeerde goederen door den donateur en donas C'ste J dezelvé ook gefchieden, alsmede alle donatiën, welke door tus fchenkomst van intermediaire perfonen plaats hebben, zijn nul, en van onwaarde. Arts: n334e to Voor donatiën deor tusfchenkomst van intermediaire perfop! nen worden gehouden dezulke, welke door een’ der echigefl’ nooten aan het kind of. de kinderen van den anderen echtge}l’ noot, in een vorig huwelijk verwekt, gedaan worden; als mede die, welke gedaan worden door een’ der echtgenooreif, aan de ouders van den anderen echtgenoot, dewelke ten tijde ib f giro erg nil, see == Dn was; en deze handeling wordt ook dan zelfs voor eene dona: tie door tusfchenkomst van een intermediair perfoon gehouden, wanneer de bedoelde echtgenoot zijne ouders niet overleefd)| mogt hebben. 7 De Art. 1335. rie vas Donatiën, tusfchen echtelieden regelregt en riet gefimuleerdj in, gedaan, en ftaande huwelijk nict herroepen zijnde, wordende door den dood van den donateur, mits de donataris als gant pere nog in leven is, bekrachtigd, even als of zij van-den begin eeh nen af deugdelijk en wettig geweest waren. B. Zij. worden gehouden voor herroepen, wanneer echtfchet Bidt ding plaats heeft, en wanneer de donateur het gefchonkeng tl! U vervreemd, of bij testament aan een ander gemaakt heeft.— fr Art. 1886: tn jen Donatiën kunnen alleen bevatten goederen, die de donateuf 1% dadehijk bezit; indien de donatië ook toekomftige goederen bevat, is dezelve ten dien opzigte krachteloos. win, Art. 1337. ei vhn 2 Geene ate van donatie van roerende goederen is van Waan de, ten ware die goederen zijn getauxeerd, en de ftaat of ins Gie dn ro taris, of die voor denzelven de donatie aanneemt, geteekend|_ en aan de acte van donatie geannexeerd zij 4 ip wen Art. 1339. Donatiën van onroerende goederen, of van daaruit voorko mende voordeelen, mogen niet gedaan worden ten behoeve va fteden, dorpen, godsdienst-gemeenfchappen: armen=iarigs|| tingen, godshuizen, weeshuizen, en andere geoorloofde ge meenfcihappen of geftichten, dan alleen na bekomene autorifae%| tie van den Koning. Es 1 en. _ Ar: 1339. dl Alle acten van donatie, ouder de hand gepasfeerd„ aijn pe krachteloos, h Art. 13 SNE 3/ NS RE va MA Art. 1340, Geene donatie is van waarde, of zij moet door den donata- ris, of door iemand tot dat einde bijzounderlijk door hem ge- ermediangpmagtigd, worden aangenomen; zonder onderfcheid, of die een’ dersjeaanneming gedaan wordt bij de acte zelve, of bij eene poste- anderengerieure acte, mits deze mede niet onder de hand gepasfcerd zij. 1 worden;s Art. 1341. r echtgas,__ Donatiën, eenmaal wettig gedaan zijnde, zijn onherroepe- 4 welke wiclijk„, en de donataris heeft, uit krachte van dezelve, eene ze zijn, perfonele atie tegen den donareur, om hem door levering of jor eene Overdragt in het bezit van den eigendom van het gedonateerde foon gehe. LE ftellen. niet Ovt Art. 1342. De bepaling van onherroepelijkheid, bij het naastvoorgaand artikel vastgelteld, lijdt echter uitzondering, wanneer de voor- riet gefef, waarden, onder welke de donatie gedaan is, niet vervuld zijn; zijnde, pr alsmede in geval van ondankbaarheid van den donauaris, en in donarisi het geval, dat aan den donateur naderhand Kinderen geboren, van den of onechte kinderen door denzelven gelegitimeerd zijn. Art. 1343. mmenecht— Bijaldien eene donatie herroepen wordt wegens het onver- ‘het gli wuld blijven der bedongene voorwaarden, moet het gefchon- aak) kene aan den donateur teruggegeven worden, vrij van alle las- ten en hypotheken, waarmede de donataris dat goed mogt gie dese bezwaard hebben, en oefent de donateur tegen derden, die het fig gk gefchonken goed; wanneer hetzelve onroerend is, ouder zich | % weke d ug heoben, nu hebben, hetzelfde regt uit, het geen hij tegen den donataris zelven zoude hebben kunnen doen gelden. Ì an ís vant\ Art. 1244: de flat! Geene donatie kan, uit hoofde van ondankbaarheid, wor- eur end den herroepen, dan in de navolgende gevallen: _ 1%, Indien de donataris lagen gelegd heeft op het leven van den donateur; need hed 2°,° Indien hij zich tegen den donateur aan merkelijke mis- raed handelingen fchuldig gemaakt heeft; en ‚ den 30, Indien hij den donateur levens-onderhoud geweigerd | heeft. | Art. 1245, oled, Donatie wordt, uit hoofde van het onvervuld blijven eener fe bedongerne voorwaarde, of van ondankbaarheid, nimmer van zelve voor herroepen gehouden, maar moet de herroeping uit- druskelijk en binnen den bij de wet bepaalden tijd gefchieden- wd ed Art. 1346 wan ondankbaarheid.. ef andere descendenten in leve hand, hef zij bij zijn leven, of zelfs na zijnen dood, een kind C er) Art. 1346.[ Be hertoeping wegens ondankbaarheid moet gedaan worde binnen’sjaars, gerekend van den dag, dat de daad, welk door den donateur aan den donataris te laste gelegd wordt gefchied is, of ter kennisfe van den- donateur gekomea is, De actie tot herroeping kan niet geïnftitueerd worden door den donateur, tegen de erfgenamen van den donataris, noch „doorde erfgenamen van den donateur, tegen den donataris zl ven, ten ware in het’ laatfte geval de actie bij het leven van den donateur reeds aanhangig was, of“wel vaat hij overleden mogt zijn binnen:het jaar, waarin de/daad bedreven was, Art. 1347. la _ VWervreemding van het gefechonkene, door den donataris ge. daan; en hypotheken, en andere reële’ lasten, waarmede nij hètzelve mogt bezwaard hebben, blijven wan waarde, niettê genflaande herroeping ter zake van ond: nkbaarheid 5 blijvende nietternin de donataris gehouden, de waarde van het vervreem= de of bezwaarde terug ta geven ‚ berekend: naar den tijd; waar- op die herroeping gedaan is, met de vruchten van dien, van den dag der herroeping af. On Art. 13948,| Huwelijksgiften kunnen ïet herroepen worden uit hoofde. Art. 1940. Wanneer de donateur, tenstijde der donatie, geene kinderen n hebbende, aan hem nader- geboren wordt, of dat bij zijn leven een door hem in onecht werwekt kind gelegitimeerd is, wordt de bevorens gedane do- natie door de wet zelve herroepen;‘en zulks hoedánig ook de waarde der donatie zij, en onder welke benaming of titel de- zelve moge zijn gefchied; zelfs al ware de donatie mutueel of tot eenige beloning gefchied3 óf al' ware dezelve in eene hu- welijksgift beftaande, zoo maar dezelve huwelijksgift door| andere perfonen dan. ouders en grootouders, aan de echtge- nooten„of door den eenen echtgenoot aan deu anderen ge- daan is. a Art. 1350. De herroeping heeft zelfs dan plaats, wanneer. de-huis-© vrouw van den donateur of donatrice bereids zwanger was,| ten tijde toen de donatie gefchied is.| De dònatie’ wófät‘ook dan zelfs herroepen, wanneer de dopatáris, in„het bezit van‘het goed zijnde, daarin door den dongtêur na dé gebóôrte of legitimatie van het kind nel: de mog mogt ï tene gebod get dien# den, ene 07 | Dg met zl ij (eze ijk V van de hets vand free ‚Do Evan lens. | den | kind zoep eene Äl de her (nat hehe EA [ aud en ted vn, vn gebo hou bepa | Ct Bedaan ny de dei € gelegd 1 Bekomen; rd Words Ih lonacaris n dona; het lers; it hij over even was a donatar Waarmee vaarde, n hets bid u het verg r den tijd van dien, mt den uit W geene ki an hem alt lood, il hem in wl js gedane! dánig ool ie of titel ie mutuef we in eef elijksgik an de ec an anderen” aar de hi wangen A gpguneer| in door& vind. gela zul | | | md mogt zijns doch de donataris is niet verpligt de door hem geno- tene vruchten terug te geven, dan, van den dag af, dat de geboorte of de legitimatie van het kind hem, bij behoorlijke acte van infinuatie, kennelijk zal zijn gemaakt; doch na dien dag vermag hij. dezelve ook-nimmer voor zich te behou- den, al ware het dat de actie tot teruggave van het gefchon- ‘kene eerst na die kennisgeving geïnflitueerd was. Art. 1352; kn De goederen, gefchonken bij‘eene donatie, welke door de wet zelve herroepen wordt, keeren terug naar den donateur, vrij van alle lasten en hypotheken, waarmede de donataris dezelve mogt hebben bezwaard, en kunnen zelfs op geenerlei wijze verbonden blijven tot zekerheid van het huwelijksgoed van de vrouw van den donatariss het geen ook dan plaats heeft wanneer de dorfatie ter begunftiging van bet huwelijk. van den donataris gedaan, en in de huwelijksvoorwaarde gein fereerd is.| Art. 1353.; Donatiën, in dier voege herroepen, Kunnen niet herlevert en-op nicuw van kracht worden door den dood van het kind Van den donateur, noch door eenige daad van bevestiging« en, indien de donateur het gefchonkene weder aan denzelf. den donataris geven wil, bet zij vóór of na den dood van het kind, uit hoofde van wiens geboorte, of legitimatie, de her roeping gefchied was, kan hij zulks niet anders doen dan bij eene nieuwe donatie.| f Art. 1354. Alle bedingen of overeenkomften, waarbij een donateur van de herroeping èener donatie, uit hoofde van geboorte of legi- _timatie van kinderen, dewelke daarna plaats zoude mogen hebben heeft afgezien, zijn van onwaarde, en kunnen geen gevolg hebben. Art. 1355. De donataris, zijne erfgenamen of regt verkrijgenden„of andere perfonen„ die het gefchonkene onder zich hebben, kun- nen geene prefcriptie aanvoeren, om eene donatie van kracht te doen zijn, waarvan de herroeping plaats heeft uit hoofde van geboorte of legitimatie van kinderen, dan na een bezit van dertig jaren, die niet beginnen te loopen, dan: van den geboorte„dag van des donateurs laatfte kind af; en zulks be- houdens het geen ten aanzien van interruptie bij de wet wordt bepaalde © 4[ ZES- 5 5 n 5 N 7 nd, aan PE C 216 j) 3 ZESDE TITEL: VAN KOOP EN VERKOOP, EERS TE HODEDS TUR VAN DEN AARD EN VEREISCHTEN VAN KOOP EN VERKOOP, Art. 1356. Een côntract van koop en#erkoop is eene overeenkomst, waarbij de een zich verbindt om iets te leveren, en de ande- ‘re om hetzelve te betalen. Art. 1357. Koop wordt gehouden voor voltrokken, zoodra de kooper en verkooper het over het goed en den koopprijs met elkander eens zijn, fchoon het gekochte nog niet geleverd, noch de koopprijs betaald is, Art. 1358. “Koop kan gefchieden, of zuiveren eenvoudig, of ondereene, het zij opichortende, het zij ontbindende voorwaarde. Koop kan ook van twee of meer zaken alternatief gefchieden. De gevolgen van koop en verkoop regelen zich in alle deze gevallen naar ce algemeene grondbeginfelen der contracten. Art. 1359. Voltrokken koop heeft ten gevolge, dat het verkochte goed, roerend of onroerend, van dien tijd af, ffaat ten bate en fchae de van den kooper, ten zij anders ware bedongen, Art. 1360. De verkooper is echter verpligt, tot de levering toe voor de bewaring van het verkochte te zorgen; hierin verzuim plegende, tielt hij zich tot fchadevergoeding aanfprakelijk. Art. 1961. Wanneer eenig goed bij getal, maat of gewigt verkocht is 5 en nier bij het luk of bij den koop, blijft hetzelve voor reke: ning van den verkeoper, tot dat de toctelling, toemeting of toewêging, heeft plaats gehad. Art. 1362. Een verkoop, aangegaan ap dien voet, dat het verkochte alvorens zal worden geproefd, of tegen een gegeven montter vergeleken, wordt niet gehouden voor vokrokken, zoo lang de p'oeving of vergelijking niet gedaan, en het goed voldoen. de bevonden is, Art, 1363. genom pepe Kk KOOP nkomst, k de andee e koopt. t elkander noch d le, fchieden, de den, raêlen, te goed,|| en Íchas je VOOr verzuim| elijk. ocht is, jor zeke. eting of kochte nonfter 0 Jang oldoene vdereent, be esi Re/ An Nd brie NEED Vene Kd LW Art. 1363. lets verkocht zijnde op dien voer, dat alvorens daarvan de proef zal worden genomen, wordt die koop gerekend onder eene opfchortende voorwaarde aangegaan te zijn, Art. 1364. Jemand iets belovende te koopen of te verkoopen, wordt de belofte voor eenen dadelijke koop of verkoop gehouden, wanneer namelijk beide partijen over het goed en den koop= prijs het met elkander eens zijn. ge Art, 1365e Wanneer de belofte tot koop en verkoop gepaard is gegaan met eenige handgift of godspenning, ftaat het aan elk der contraêterende partijen vrij, zoodanige belofte intetrekken: _ Wanneerdiegeen, die de handgift gegeven heeft, de belofte intrekt„verliest hij zijne handgift, en wanneer de belofte ine getrokken wordt door hem, die de handgift ontvangen heeft, is dezelve verpligt het dubbeld daarvan terug te geven. Art. 1366. De koopprijs moet zeker en door de contracterende partijen bepaald zijn, eer dat de koop voor voltrokken kan gehouden worden. Art. 1367, De bepaling van den koopprijs kan echter aan de witfpraak van een’ derden gelaten worden:. Ingeval die derde weigert, of buiten ftaat is, om uitfpraak, te doen, wordt de koep gehouden als niet gefchied. „Art. 13689, De kosten vanden koop en van de levering of overdragt zijn voor rekening van den kooper en verkooper, beiden ieder voor ‚te helft, ten zij bij overeenkomst daaromtrent eenige andere bepaling gemaakt is, TWEEDE HOOFDSTUK. WIE KOOPEN EN VERKOOPEN MOGEN. Art. 1369. Allen, wien de wet zulks niet verbiedt, kunnen koopen en verkoopen. Arti gpo. Tusfchen echtelieden kan geen koop och verkoop beftaan, dan in de hier navolgende gevallen: 19%, Wanneer een der echtgenooten, na geregtelijke echt. Os fcheis Cas jj scheiding, aan den anderen echtgenoot goederen af- “ftaat, tot voldoening van hetgeen, waarop dezelve aanfpraak heeft; en it f| Wanneer de afftand van goederen, door dem man aan de vrouw, ftaande huwelijk, uit eene wéttige oorzaak gefchiedt, gelijk als tot tedintegratie van vervreemde. goederen„of het wederbeleggen van penningen„wanneer omtrent die goederen-of, penningen geele gemmeenfchap tusfchen-hen- plaats grijpt 3 behoudens. echter in beide gevallen het regt van de erfgenamen der contraëterende partijen bijaldien,‘er urdireét voordeel voor ééne van 2 Sdezelve in gelegen mogt zijn.\ arts or AT 8E te Voogden mogen geene, goederen hunner, pupillen koopen, gemagtigden geene koopsrS worden van. goederen, die zij ge- Jast zijn te verkoopen, administrateurs van goederen van Ste meenten«of van publieke„geftichten, mogen geene goederen koopen„die aan hunne verzorging zijn toebetrouwd. Publieke ambtenaren mogen SEEDE nationale goederen koopen, waarvan de verkoop onder hun opzigt gefchiedt: “Het vorenftaande verbod ls ook toepasfelijk oP inkoopen, dewelke niet door de voogden, gemagtigden, administrateurs en- publieke ambtenaren, in perfoon, maar door tusfchenko» mende of intermediaire perfonen gefchieden. Art. 1372. Geen leden, griffiers of fecretarisfen van geregten, of der- gelijke beambten; geen exploiétcurs, praétizijns of notaris- fen, mogen eenige procesfen, regten of aftiën koopen, en door cesfie aan zich doen overdragen, waarover gefchil aan- hangig is, of waarfchijnlijk aanhangig zal worden, voor de geregten ‚van welke zij leden of ministers zijn of waarvoor zij postuleren of onder het regtsgebied-van welke zij behoo: zen; alles op pene van nulliteit en van aan de belanghebben- den de kosten; fchaden-en interesfen te moeten vergoeden. é ao, DERDE HOOFDSTUK. wAT van Ro os RAAR 18 Alles, wat aan den handel der menfchen is onderworpen, is “verkoopbaar, wanneer geene bijzondere wetten de swervreem- "ding van hetzelve verbieden.| Art. 1374. eren af. ) deze Iman aan oorzaak vreemde kranmeer lenfchap in beide terende Ene van koopen,« rie zij van ge goederen Publieke waarvan| koopen, istrateurs schenke n of der notaris| | els en j voor de waarvolt— ij behor l ghebber gede, arvrceine te 197 Ca ò kt Art. 1324. Verkoop van gens anders goed is nietig, ed De verkooper is, ingeval de kooper niet geweten heeft dat het verkochte aan een’ ander’ toebehoorde„ tot vergoeding van kosten, fchaden en interesfen aan denzelven gehouden, Art. 1375. Het regt tot eene erfenis van een’ nog levend’ perfoon mag, zelfs met zijne toeftemming, niet verkocht worden, At. 1875.> Indien de verkochte zaak, ten tijde der verkooping, geheel is vergaan, is de verkoop krachreloos: ì Bijaldien dezelve flechts gedeeltelijk vergaan is, flaat het aan den koeper, om‘of den koop te laten varen, of om het overgebleven gedeelte te vorderen, tegen voldoening van zoo- danigen prijs, als waarop het door deskundigen, in evenre- digheid van den voor het‘geheel uitgeloofden koopprijs, be- groot wordt. 4 $ MolE RD:E BO0:-O E-D 8E U: VAN DE PLIGTEN DRS Werkoorsist MERE E ARD BELING ALGEMEENE BEPALINGEN. Art. 1377. ban De verkooper is gehouden duidelijk uittedrukken, waartoe hij zich verbindt. Alle duistere of dubbelzinnige bedingen, worden ten nadecle van den verkooper uitgelegd. Art. 1378, ‚De hoofdverpligtingen van den verkooper zijn levering: en vrijwaring van de door hem verkochte zaak, TWEEDE AFDERLING& VA NE VIER IN Ge Art. 1349. Levering is de overdragt der verkochte zaak, waardoor de= zelve-komt in de magt en in hot bezit van den kooper. 5' Art, 1330, ú (C 2) É Art. 1380. Pe levering van onroerend goed gefchiedt door opdragt„vol- gens het geen in art. 591 is bepaald. Art. 1381, De levering van roerend goed gefchiedt door overgifte„ ZOO en in dier voege als bij art. 590 is vastgefteld. Art. 1382. De levering van onligchamelijke zaken, die enkel in eenregt ‘beftaan, heeft plaats ages het bepaalde bij arte 592. é‘Art. 1283. Ten aanzien van de plaats, waar de levering moet gefchie- den„ moet gevolgd worden de bepaling, vervat in art. 1156, Art. 1384- Wanneer de verkooper„ door zijntoedoen of, verzuim alleen, oorzaak is dat het verkochte op den door partijen bepaalden tijd niet geleverd wordt, heeft de kooper de keuze, of hij den koop wil vernietigd hebben, of dat kij in het bezit van het gekochte wil gefte d worden. Art. 1395. In alle gevallen moet de verkooper de kosten,{chaden en interesfen dragen, bijaldien de kooper eenig nadeel lijdt, om- dat ket goed niet op den bepaalden tijd geleverd is. Art. 1386. Et De verkooper is tot de levering van het verkochte niet ge= houden, indien de kooper daarvan den prijs niet betaald, en de verkooper hem geen ui je deni heeft toegeftaan. it. 1387. Even min is hij tot de levering gehouden, al ware het, dat hij eenig uitftel van betaling verleend had, indien de kooper na den verkoop infolvent mogt geworden, of buiten crediet mogt geraakt zijn, en de verkooper overzulks gevaar loopen mogt, om den prijs van het verkochte te verliezen; ten zij de kooper hem borg voor de betaling op den bepaalden tijd ftelde. Art. 1388. Het verkochte moet geleverd worden in dien ftaat, waarin “‘hetzelve zich op het oogenblik van den verkoop bevindt, Van dien dag af behooren alle de vruchten aan den kooper. Art. 1339. 8 De kooper is verpligt het verkochte, met al deszelfs ge- volg, mitsgaders al dat gené, hetwelk tot het aanhoudend gebruik van hetzelve behoort, te leveren. Art. 1399. Hij is gehouden‘het verkochte in deszelfs geheelen om- vang» C aar) wang, zoo als het bij het koop-contraét uitgedrukt wordt, te leveren, onder de hier navolgende modifieatiën. poe| Art. 139Ie Indien de verkoop van’ eenig onroerend goed gefchied ís | met uitdrukking van deszelfs uitgeftrektheid, grootte of in= 200 houd, tegén bepaling van een’ zekeren prijs voor de maat; is de verkooper verpligt aan den kooper, zulks begeerende, zoodanige quantiteit te leveren, als bij het contract uitge- 5 drukt ftaat; doch, indien hem zulks onmogelijk is, of de k kooper zulks niet vordert, is hij verpligt zich met een& evenredige vermindering van den prijs te vergenoegen. ige|_ Art. 1392.| bn Indien in het geval, bij het vorige artikel vermeld, het vere" kochte in deszelfs geheelen omvang, daarentegen, meer OE behelzen mogt, dan bij het koopcontract uiegedrukt is„ heeft en de kooper de keuze, om den prijs in evenredigheid te verhooe den gen, of om den koop te laten varen, ingeval het meerdere Aen bettaat in een twintigfte gedeelte, boven het geheel, bij denn koop vermeld. gen: ‚ Art, 1393 jn en In alle andere gevallen, î Ome Het zij de verkoop van eene zekere en bepaalde zaak geé fchied is, | Het zij dezelve afgefcheiden en afzoncerlijke goedetn ten ge onderwerp heeft, kl Het zij dezelve begint met de opgaaf der maat, of met de Î befchrijving van het onderwerp, gevolgd door de opgaaf der maat, dat Geeft de uitdrukking wan de maat aan dem verkooper geen ger regt, om wegens overmaat EEné evenredige vermeerdering et van prijs te vorderen, noch aan den kooper, om, wegens en Se ondermaat, eene evenredige vermindering te eifchen, ten rde* ware het werfchil tusfchen de wezenlijke maat van het ver Lud kochte, en die, welke bij den koop uitgedrukt is, een twins | tigfte gedeelte te veel, of een twintigfte gedeelte te weinig, berekend naar de waarde der totaliteit van de verkochte za- arie 5 ken, bedraagt; ten zij het tegendeel hier van mogt bedon- | gen zijn.' den Art, 1394 Ingeval de kooper, volgens het voorgaande artikel, tot eene evenredige vermeerdering van prijs, wegens overmaat, mogt et gehouden zijn, heefthij de keuze, of om van den koop afte- end zien, of om die vermeerdering van prijs te betalen, en zulks En met de interesten van dien, voor zoo verre hij het gebruik van het verkochte gehad heeft. ar 7 Ee| Art. 1395 B KE if ELBE diners VND AEL NEE a Bi PER, | Cem) den ko | Art. 1395.| 4 oppak Wanneer de kooper regt heeft om van den koop aftezien, is| an de verkooper verpligt, hem, behalve den prijs, zoo hij dien{pad ontvangen heeft, têrug te geven de kosten, op den koop« zoud gevallen. awe Art. 1396. ‚De adtie tot evenredige. vermeerdering of aanvulling van ju den prijs moet door den verkooper, en die tot vermindering gg van den prijs, of tot vernietiging van het koop=contract, ge ot door den kooper, geïnftitueerd worden binnen het jaar, te Dkt rekenen van den dag, waarop-de koop aangegaan iss op pene van daarna van dit regt verftoken te zijn. 40 Art, 1397. jdm Wanneer twee ftukken goed. bij hetzelfde contract, en voor ee Hfd één en denzelfden prijs verkocht zijn, met opgave van de dje hoegrootheid van elk, en“bevonden wordt, dat het eene dg bdad, „meer en:het andere minder:in zich bevat, wordt dit verfchil RN daor middel van compenfatie- vereffend, en de: actie, het zij 4 met tot aanvulling, het zij tot vermindering van den’ prijs heeft vervolgens geen plaats, dan‘met inachtneming. der, hier von LN rén gemaakte bepalingen.| boen, PEADE AADEE LING. dee ‚zijn VAN VRIJWARING. i pad Art. 1398. KE den De vrijwaring, waartoe de verkooper aan den kooper ge- houden is, beeft hare betrekking tot twee onderwerpen, IJ waarvan het eerfte is de rustige en vredige posfesfie der ver- kochte zaak, en het andere de verborgen gebreken van de- zelve, of de zoodanige, die den grond tot vernietiging van ie den koop, of vermindering van den koopprijs, kunnen ople» veren, tak Dv nt me STD: VAN VRIJWARING INGEVAL VAN EVICTIE d Art. 1399. Hoezeer bij den verkoop geen beding omtrent de vrij Ì waring gemaakt zij, is de verkooper van regtswege Hens© en C 223) den kooper te vrijen--enete- waren tegen alle op- én aan= fpraak, die gemaake wordt- op het geheel, of een gedeelte van„het verkochte, uit. hoofde van eigendom, fervituten, pand, huur of andere lasten, waarmede het verkochte goed zoude mogen zijn bezwaard, en::die bij den verkoop vern zwegen zijn, Art. 1400. Door bijzondere overeenkomftén--kunnen partijen deze ver- pligting uitbreiden of inkorten, zij‘kunnen zelfs in-dier voe- ge overeenkomen, dat de verkooper tot geene vrijwaring in het geheel gehouden zal zijn. Art. 1401.«» Offchoon partijen bij overeenkomst bepaald hebben, dat de verkooper niet-verpligt zal zijn tot eenige vrijwaring, blijft hij niettemin gekouden, het verkochte goed te vrijen en te waren tegen zoodanige op- en aänfpraak, welke„uit eene daad„ door hem zelven verrigt, voortfpruits en alle overeen- komst, dewelke deze laatfte vrijwáring-zoude-uitfluiten, is nietig. Ast. 1402,[ Wanneer bedongen isdat geene vrijwaring plaats zal heb= ben, is de werkooper nogtans, in geval van evictie, gehouden cen koopprijs terug te gevens ten zij-de kooper, ten tijde van den koop, het gevaar van evictie voorzien heeft, of teu zijnen pericule en'rifico. het-goed gekocht heeft, Art. 1403,!\ Wanneer vrijwaring beloofd, ef dienaangaande niets.be- paald is, heeft de kooper, ín geval;van evictie, regt om van den verkooper terug te-vorderen s- 1e, Den koopprijs; 2°, De vruchten, ingeval hij verpligt is dezelve aan den eigenaar, die hem geëvinceerd heeft, te laten volgen;- 3° De kosten; zoo op de vordering: van vrijwaring, als op de eviétie gevallen; en 49, Eindelijk de kosten, fchaden en interesfen, als mede de kosten op den koop en verkoop gevallen. , Art. 14e4. Wanneerde verkochte zaak, ten tijde der evictie, bevorden ; werdt C MM J- wordt in waarde verminderd of aanmerkelijk vervallen te zijn, het zij doer de zorgeloosheid van den kooper„ het zij door onverinijdelijke toevallen, is de verkooper niettemin verpligt den geheelen a aa terug te geven. p ït. 1405 8 Doch, indien de kooper ae genoten heeft van het geen door hem aan de waarde van het verkochte verminderd is, heeft de verkooper regt, om van den koopprijs zoo veel terug te houden, als dat voordeel bedraagt.[| Art. 1406. Indien het verkochte, ten tijde der evictie, bevonden wordt in waarde toegenomen te-hebben, alware het dat deze ver-… betering zelfs zonder toedoen van den kooper heeft plaats gehad, is de verkooper gehouden aan den kooper nog zoo veel meerder te betalen, als de gekochte, doch geëvinceerde zaak boven den koopprijs waid: is. Art. 1407. De verkooper is gehouden aan den kooper terug te geven, of te zorgen dat door den geen’, die de evictie doet, aan denzelven terug gegeven wordt, het geen de kooper wegens reparatiën en nuttige verbeteringen aan het gekochte uitgefchoten heeft, Art. 1408. ‚ Indien de verkooper eens anders goed, ter kwader trouw, mogt verkocht hebben„is hij werpligt aan den kooper terug te geven alle de door denzelven aan het goed gemaakte kosten, zelfs die gene, dewelke enkel tot agrement of genoegen ftrekken, Art. 1409. Indien de kooper flechts vaneen gedeelte van het gekochte geëvinceerd wordt, en dit gedeelte, met betrekking tot het geheel, van zooveel belang is, dat hij den koop, zonder dat gedeelte, niet aangegaan zoude hebben, kan hij het contract van koop doen vernietigen. f Art. 1410. Wanneer, in geval van evictie van een gedeelte van het ver- kochte goed, de koop niet wordt vernietigd, wordt aan deu kooper de waarde van dat gedeelte, waarvan hij geëvinceerd is, terug gegeven, volgens begrooting naar de waarde van den tijd der evictie gemaakt, en niet naar evenredigheid van den geheelen koopprijs, het zij het verkochte goed in waarde vermeerderd of verminderd zij. Art. T4IT. Indien een verkocht(tuk goed met verborgene en den kooper niet bekend gemaakte fervituten mogt bezwaard bevonden „worden, en dezelve van zoodanig belang waren, datde kooper miet zoude kunnen geacht werden dén koop te hêbben willen À 5 aan Jela ging kan Wi verkies Alk chad ern valens fi gou 4 Koop b lt, In oort gigo Van N len te )„hit ü ) nietterin hetgeen Prderd is, del terig| ih worde Îize ver. Ù: plaats BE z00 Biiceerde ven, of Bfanzclven ES ä sak en uv, most Pe geven Pak 4 kken, Er paratiën Bo, zel … mekochte eijtot het eler dat salar giet vite pan der rinceerd C 225 Ìs\ nângaarr, indien hij van dit bezwaar kennis gedragen had, kan hij de verbreking van den koop eifchen:, ten ware hij verkiezen mogt zich met eene fchadeloosftellinig te vergenoegen. Art. 1419. ‚_ Alle anderé werlchillen over Het vergoeden vari kosten, fchaden en interesfen, ten behoeve van dèn kooper, wegens het niet nakomen van het kóop-contraét, moeten beflist worden volgens de regelen, voorkomende in den titel van conèratten! of conventionele verbindtenisfen in het aldenieen,| Ärt. 1413.| De vrijwaring ter zake van eviëtie houdt op, wanneer de kooper bij een gewijsde, vän hetwelk geen hooger beroep valt, ín cas van evictie gecondemneerd is, zonder dat dezelve vooraf zijn? verkooper tot vrijwaring heeft opgeroepen indien de laatfte bewijst, dat’er genoegzamie middelen van verdedi- ging voorhanden zouden geweest zijn, omm den eisch, in cas van evitie, te doen ontzeggen, 8 TWEE Be B ai Sir NS VAN VRIJWARING WEGENS GEBREK AAN DE VERKOCHTE ZAAK; De verkooper is verpligt tot vrijwaring wegens verborgene gebreken, die het goed ongefchikt maken tot het gebruik; waartoe het gedestineerd is, of die dat gebruik zoodanig ver- minderen, dat de kooper, deze gebreken gekerid hebbende, het goed, of in het geheel niet, of althans niet dan voor een? tnitideren prijs, gekocht zoude hebberis , Arts 1415: ‚ De verkooper is ongehouden in te flaan voor zigtbare ge- breken, welke de kooper had kunnen opmerken; De verkooper is zelfs verpligt iu te flaán voor verborgene gebreken, waarvan hij zelf onkundig was, ten ware hij be- _dongeu had, wegens dit geval niet tot vrijwaring aaùfprakelijk te zullen zijn, Áft. 14i7. aan In de gevallen, bij artikel 1414 en 1416 vermeld, heeft de kooper de keuze, of om het gekochte terug te geven en der koopprijs wederom te nemên, of om het gekochte te houden tegen een’ verminderden prijs, wolgens eene begrooting bij deskundigen te maken, f - Art: 14184 C 206 be Bijaldien de verkooper de verborgene gebreken gekend heeft, is hij nier alleen gehouden tot teruggave van den ontvangen?” Lsopprijs, maar ook tot vergoeding van kosten, fchaden en| mteresfen. | Art. 1419. e Indien de verkooper de gebreken van de zaak niet geweten veft, is hij niet verder gehouêen dan tor teruggaaf van den koopprijs, en de kosten op den koop gevallen, Art. 1420. Indien eene verkochte zaak, welke gebreken heeft, vergaan fsaen gevolge van hare fleehte gefteidheid, moet de verkooper ee verlies lijden, en is verpligt aan den kooper den koopprijs terug te geven, en zoodanige vergoeding té doen, als in de beide laats:gemelde artikelen is vastgelteld: Maar eeu’ verlies bij toeval gefehied, blijft voor rekening. van den kooper.| Art. 142 E. De kooper is verpligt zijne actie ter zake van verborgene gebreken, welke den grond tot vernietiging van den koop of vermindering van den koopprijs opleveren, zoo fpoedig te inftituêren, als de aard der gebreken, en het plaatfelijk gebruik omtrent koop en verkoop„ vereifchen, Art. 1422. Deze actie heeft geen plaats in verkoopingen bij geregtelijke VIJFDE HOOFDSTUK VAN DE PLIGTEN VAN DEN KOOPER: AI 13 De voorname pligt wan den kooper beftaat in het betalen van den koopprijs, ten tijde en ter plaätfe, bij het aangaan van den kuop bepaald,| Art. 1424. Wanneer dienaangaande, bij het aangaan van den koop, niets bepaald is,is de kooper verpligt, die betaling te doen ten tijde en plaatfe, waar de levering gefchieden moet./ j| Art, 1425.| De kooper is verpligt interesfen van den koopprijs te betalen tot sai de voldoening toe; in de drie navolgende gevallen: Indien zulks bij het koop-coutract bedongen is: ì n= nd vert; In De doet geen pee nf den bf vaarp Wir hype gl Vet, (cort ond van dat gE hee Con goe verl h naer verle keke IE Oor ef iet ty tie Clie an| end heei, Ontvanger Chaden en|- geweten van den j vergaan arkooper oopprijs ils in de rekening verborgen zn koop of poedig te ijk gebruk regtelijke jet betas ie agen ops piets doen wen ){ dj ge beval allen: In: Indien het verkochte aan hem vruchten of inkom{ten ople. vert; Indien de kooper in het doen van betaling nalatig gebleven is; wordende hij voor nalatig gehouden, wanneer hij niet vols doet op den tijd, tot betaling bepaald, of wauneer hij, indien geen vaste tijd van betaling bepaald is, tot betaling gefom- meerd, en door die fommatie in verzuim gefteld is: In het laatfte geval beginnen de interesfen te loopen, of van „den bepaaltijd bij het koop-contract bepaald, of van dén dag; waarop de aanneming tot betaling heeft plaats gehad, Art. 1426. Wanneer de kooper in het bezit van het gekochte door gene hypothecaire aétie, of door eene actie in cas van eigendom, geltaerd wordt, of gegronde redenen van vrees voor{toornis heeft, ftaat het hem vrij, de betaling van den koopprijs optes fchorten, tot dat de verkooper dit bezwaar heeft doen op= houden; ten ware dezelve verkiezen mogt, cautie ten behoeve van den kooper te fteilen, of ten ware’er bedongen mogt zijns dat de kooper, niettegenftaande de fteornis, de kooppennin= gen betalen zal. Art. 1427, Indien de kooper in gebreke blijft den koopprijs te betalen, heeft de verkooper het regt om de verbreking van het koop= contract te vorderen. Art. 1428. Wanneer'er gevaar is, dat de verkooper van@nroerende goederen het verkochte en den koopprijs beiden te gelijk zal verliezen, verbreekt de regter den koop en verkoop dadelijk: Indien dit gevaar niet beftaat, kan de regter aan den kooper, naar gelang der omftandigheden„ eenig langer of korter uitftel verleenen; de tijd van het uitftel verloopen zijnde, zonder dat de kooper betaald heeft, wordt de koop en verkoop door dert regter vernietigd, Art. 1429. Wanneer bij den verkoop van onroerende‘goederen bee dongen is, dat het contrat, bij gebreke van betaling der-kooppenningen op een’ bepaalden tijd, van zelf’ voor ver- nietigd zal gehouden worden, kan de kooper niet te min né het verloop van dien tijd betalen, zoo hij niet door eene fome matie in verzuim: mogt gefteld zijns doch deze fommatie ge= fchied zijnde, kan zelf de regter aan den kooper geen uitftel van betaling toeftaan.’ Art. 1458. In geval van verkoop van ter confumtie gefchikte en andere R4_— Jose TEER Cn a MEETER EC ( 228 5) losfe_ waren en koopmanfchappen, wordt, na dat de tijd, vóór de af haling van het verkochte bepaald, verloopen is, de verkoop van zélf, en zonder fommatie, ten profijte van den verkooper, voor vernietigd gerekend, ZESDE HOOFDSTUK. VAN HET TE NIET GAAN VAN KOOP EN VERKOOP ! Art. radr. a Behalve om de hier voren wiehmvenrdt redenen van nulliteit, of tot verbreking van koop en verkoop, en de gene, welke op alle overeenkomften in ket algemeen’ toepasfelijk zijn, kan zoodas pige overeenkomst ook te niet gaan, 200 in het geval, dat de werkooper de bevoegdheid heeft om het verkochte weder in te koopen, als uit hoofde van den al te getingen‘koopprijs; it evenredigheid van de waarde der. zaak. î[ ( BEARSTEAFDER LLN Ga VAN HET VERMOGEN OM HET VERKOCHTE WEDER INTEKOOPEN. N Art. 1432, De bevoegdheid om het verkochte weder te mogen inkoo- pen ont{taat uit een beding, waarbij de verkooper gan zich voorbehoudt het regt, om het verkochte terug te mogen ne- men„ tegen teruggave zoo van de kooppenningen, als van de kosten; waarvan gehandeld wordt bij artikel 1445. Art. 1433. Men kan zoodanig beding voor niet langer aangaan’ dan voor vijf jaren; indien hetzelve voor een’ langer’ tijd„aange: ‚gaan is, wordt die tijd tot de bepaalde vijf jaren ingekort. Art. 1434. De bepaling wan den tijd moet ftrikt worden opgevat, en vermag. door den regter niet verlengd worden. zak dalle, hk 3Ss De kooper blijft onherroepelijk eigenaar van het gekochte, wanneer de verkooper verzuimd heeft, zijn regt tot weder in- koopen van hetzelve binnen den bepaalden tijd te doen gelden. Art. 1436 ks gel de un Ì Joop hoopt 4 red 4 ED hoehte derd RET im gen van | ‚ge ‚de ko | va ke het tral verk he de it, IS, de van dei liteit, of jop alie ‚ 200das j, dat de gdet in te orjs, LHTE : er zich ken nee Nat de pian dat| d aang: kort vat, en yochte, reder Ine d gelden Hette EE nn nn C 229) | Art. 1436. Het verzuim om binnen den bepaalden tijd zijn regt te doen gelden loopt ten nadeele van een iegelijk, zelfs van een’ min- derjarigen, behoudens zijn verhaal tegen den geen’„ dien zulks aangaat, als naar regten,| \„Art. 1437. Die, met het beding van het verkochte weder te mogen’ in- koopen, verkocht heeft, kan zijn regt ook tegen een’ tweeden kooper doen gelden, al ware het dat van dit beding bij het tweede koop-contraét geen gewag mogt zijn gemaakt. Art. 1438. Die gekocht heeft onder conditie, dat de verkooper het ge- kochte weder zoude mogen inkoopen, treedt niettemin in alle de regten van den verkooper, en kan verjaring bekomen, zoo wel tegen den eigenaar, als tegen de genen, die eenig regt op hypotheek op het verkochte goed zouden mogen willen pre: tenderen. Ee Art. 1439. 3 Wanneer hij die onder zoedanig beding van een gedeelte van een Onverdeeld erf kooper geworden is, wervolgens het geheel, bij eenen openbaren verkoop, die door de overige deel genooten, ten einde het gemeenfchappelijk erf te kunnen ver- ‚deelen, tegen hem was ingeroepen, inkoopt, kan hij den ver- kooper noodzaken om het geheel van hem overtenemen; inge= val deze van het regt, hem door beding gegeven, gebruik mas ken wil, d en Art. 1440. Wanneer verfcheiden perfonen een ftuk goed of erf, hun in het gemeen toekomende, te zamen en bij eenen hetzelfde con- tratt verkocht hebben, kan ieder van hen het regt, om het verkochte weder te mogen inkoopen, flechts vaor zoo veel doen gelden, als zijn gedeelte bedraagt, , Art. 1441. Hetzelfde heeft ook plaats, wanneer iemand, die alleen een erf verkocht heeft, verfcheiden erfgenamen heeft nagelaten: leder van deze erfgenamen kan van het gemelde regt niet verder gebruik maken, dan voor zoo veel zijn aandeel in de nalatenfchap bedraagt. Art. 1442. In het geval nogtans, bij de twee voorgaande artikelen ver- meld, kan de Kooper vorderen, dat alle de medeverkoapers en mede-erfgenamen zich met den anderen voegen, ten einde het onderling over den weder- inkoop van het geheele ftuk goed te kunnen eens worden; en wordt, wanneer dezelve zich ten dien opzigte niet verftaan ne de geen, die afzonderlijk de | …— atie Ì Ea dn \ \ aftie tot weder-inkoop ondernomen heeft, door. den. regter af. Art. 1443e aen Indien de verkeop: van een ftuk goed, aan verfcheiden.per- fonen toebehoorende„ niet door allen gezamenlijk, en van het gehecle tuk goed, gefchied is, maar ieder van dezelve afzon- derlijk dat gedeelte verkocht heeft, hetwelk hem daarin toe- kwam, Kunnen zij het regt van het verkochte weder te mogen inkoopen, elk afzonderlijk, en ten aanzien vân zijn gedeelte doen gelden,‘ En de kooper kan den geen’, die op deze wijze van zijn regt gebruik maakt, niet noodzaken om her, geheel van hem over te nemen, S Ì Art. 1444. Indien de kooper verfcheiden erfgenamen nalaat, kan van het regt om het verkochte weder te mogen inkoopen, tegen jeder van dezelve niet verder gebruik gemaakt worden, dan voor zoo veel zijn aandeel betreft, ingeval de boedel nog niet efcheiden is, of ingeval het verkochte onder de erfgenamen is verdeeld: N\ Maar, indien de,boedel van den kooper gefcheiden, en het verkochte aan een’ van de erfgenamen in zijne erfportie geheel is aanbedeeld, kan de verkooper dat regt voor het geheel tee gen den geen’, aan wien het verkochte aanbedeeld is, doen / gelden, Art, 1445. De verkooper, die van het beding, om het verkochte weder te mogen inkeopen, gebruik maakt, is niet alleen verpligt den koopprijs terug te geven, maar vok alle de kosten, ep, en ter zake van den koop en verkoop gevallen, mitsgaders de noodzakelijke kosten van onderhoud, en die genen, waardoor het verkochte in waarde vermeerderd is, ten beloope van deze vermeerdering, te vergoeden, en hij kan niet weder in het bezit van hèt weder ingekochte treden, dan nadat hij aan deze verpligtingen voldaan heeft; wanneer de verkooper, ten gevolge van het beding van weder-inkoop, hêt verkochte te= rug bekomt, moet herzelve vrij en onbezwaard van alle lasten en hypotheken, door den kooper daarop gelegd, weder aan hem overgaan3 zijnde hij niet te min gehouden de contracten van huur, welke de kooperter goeder trouwe mogt aangegaan hebben, geftand te doen, ‘AWEE và pd ve het fl ig| gn, god bl vaan (n keg den koo N den blij balw nin ee ren } bef) der ek i vi De dte epen fl, iden per. van het re afzot. rin toe. } mogen redeelte Jan. van ), tegen Ben, dam j nog miet genamen en het je gehel gheel tee| , dom- te weder jligtden bp, en us de virdoor on deze gin bet Dihij aan jer, te) echte tee qe lasten kraan| acten gegaan van zijn| a hem C esi} TWEEDE AFDEELING VAN RESCISSIE VAN VEPKOOP TER ZAKE VAN LESIE OF BENADEELING. Art. 1446. Indten de verkooper van onroerend goed voor meer dan ze: ven twaalfde gedeelten in den koopprijs verkort is, heeft hi het regt om rescisfie van den aangeganen koop„ bij wege van relief, te vorderen, en kan zelfs dan van dit regt gebruik ma- ken, wanneer hij bij het contract van de bevoegdheid, om, zoodanig relief te vragen, uitdrukkelijk afftand gedaan, en verklaard mogt hebben, eene meerdere waarde gegeven da ontvangen te hebben. Art. 1447.| 7 Om te weten of eene verkorting van meer dan zeven twaal!- de gedeelten plaats heeft, moet het verkochte getauxeerd woi- den, naar de waarde, die hetzelve op het tijdftip van den ver- koop had. Art. 1448. Na verloop van twee jaren, te rekenen van dên dag van den verkoop af, wordt geen relief meer verleend, Die tijd blijft zelfs loopen ten nadeele van getrouwde vrouwen ,-vau afwezenden, van de genen, die onder curatele(taan, en van minderjarigen, hun regt tot het vragen van relief van een’ meerderjarigen outleenende. Ook loopt dezelve voort gedu- rende den tijd, bij het bedingen van weder- inkoop bepaald, Art. 1449. Het bewijs van verkorting kan niet als voldoende worden befchouwd, ten zij de aangevoerde daadzaken of omftandig heden genoegzaam uitgemaakt, en gewigtig genoeg zijn ou de lefie of benadeeling daaruit afteleiden, Art. 1450. Zoodanig bewijs kan niet anders beftaan, dan in rappor: van drie der zaak kundige perfonen, dewelke gehouden zijs flechts eene acte van bevinding, des noods bij meerderheid va: fteinmen, gemeenfchavpelijk uittebrengen. e Art. 1451.« Wanneer de gevoelens van de experten verdeeld zijn, moet het rapport riettemin de beweegredenen behelzen 3 zonder dar het echter geoorloofd zij, daarbij te kennen. te geven, vau welk gevoelen ieder der experten geweest is. )\ Art. 1452.’ De drie experten worden door den regter ambtshalve be- noemd, ten zij partijen zich omtrent de benoeming van alls drie gezamenlijk verftaän hebben. IN ;(“232 8 k … Art. 145%. 2 Ingeval de rescisfie van den verkoop toegewezen is, flat 4D hetter keuze va den kooper,om het gekochtetegen den koop.{ puf prijs terug te geven, of om het gekochte te behouden, door zel et geen aan den juisten prijs ontbreekt, te fuppleren, onder aftrek van een tiende gedeelte van den geheelen koopprijs; Een derde bezitter heeft hetzelfde regt, onverminderd zijn regt tot vrijwaring tegen zijn’ verkooper. f ze we ne: Û Indien de kooper het verkochte, met fupptetie van den prijs, in voege als bij het vorig artikel bepaald is, verkiest te behou- den, is bij verpligt interesfen van het fupplemert te betalen, federt den dag, waarop de verderingtot rescisfie gedaan is. Indien hij liever verkiest het gekochte terug te geven en den koopprijs weder te bekomen, geeft hij ook de vruchten terug, wan den dag af dat de vordering gefchied is, De interesfen van den door hem betaalden koopprijs worden 4\ hem daârentegen vergoed federt den dag van derzelver vordes we ring, of federt den dag der betaling van den koopprijs, ten_ 4 ke zij hij inmiddels vruchten van het goed mogt genoten heb- ber. Bedel en Ede Art. 1455.| va Ten voordeele van den kooper heeft nimmer zescisfie, ter de zake van benadeeling, plaats. an In Art. 1456. Á Dezelve heeft mede geen plaats in openbare verkoopingen.| SNE HEAD lk De bepalingen in de naast voorgaande afdeeling vervat, iN met betrekking tot de gevallen dat verfcheiden perfonen, of 4|r gezamenlijk, of ieder afzonderlijk, verkocht hebben, of dat hee de kooper of verkooper verfcheiden erfgenamen nagelaten. heb- ben, zijn mede op de atie in cas van rescisfie toepasfelijk. len ZEVENDE HOOFDSTUK,\ VAN OPENBAREN VERKOOP VAN IN HET GE- MF . MEEN ZIJNDE GOEDEREN. Art. 1458. Ingeval eene zaak, die aan verfcheiden perfonen in het € gemeen toebehoort, niet gemakkelijk en zonder verlies verdeeld ee kan worden, of ingeval‘er bij eene verdeeling van gemeene 4| 5e goederen’ fommige zijn, dewelke niet of niet gevoegelijk voor_ 4 W werdeeling vatbaar zijn, moeten dezelve in het operbaar ver- î kocht, en de kooppenningen onder de gezamenlijke eigenaar é verdeeld Winden ee ER Art. 1459:| ein WE EE VEE WON EAN C 233 D is. dt 5 Art. 1459, sj À derkit De wijze en formaliteiten„, op welke eene openbare verkogs dn ping gefchieden moêt, worden bepaald bij bijzondere wetten, ben. ml reglementen of gebruiken, HN ACHTSTE HOOFDSTUK, derd ZL || VAN DEN VERKOOP VAN EENE INSCHULD, ken en ERFENIS) EN ANDERE ONLIGCIHAMEe ‚EL PES,/ LIJKE ZAKEN, ebehou of |betalen, k—_ Art. 1460. Fe Ten aanzien van de wijze, op welke de levering eener vers pa en den kochte infehuld of actie gefchiedt, wordt gerefereerd tot art,= „Art. 1461, js worde De verkoop of cesfie van eene infchuld bevat al dat gene, per vanda wat een accesfoir der infchuld uitmaakt, als borgtogt, privis oprjs, El legie en hypotheek, ocen libs Art. 1462. k Die eene infchuld of ander onligchamelijk regt verkoopt, is IJ verpligt inteftaan voor het aanwezen derzelve, ten tijde van oisfie,| de overdragt, offchoon de verkoop of ceafie zonder beding | van vrijwaring gefchied zij. Roopingen Hij is voor de folventie van den fchuldenaar niet verantwoor- bv delijk, ten zij hij zich daartoe verbonden heeft; in welk geval B HE echter zijne garantie zich niet verder uitftrekt, dan ten beloo- jen, 0: pe van den prijs, welken hij voor het verkochte ontvangen Roof dE heeft.| jen heb- di. Art. 1464. hek. Ingeval hij zich voor de folventie van den fchuldenaar garant befteld heeft, wordt die belofte niet anders verftaan dan van On de tegenwoordige folventie, en ftrekt zich niet uit tot het toe- |\____komftige, ten ware de geen, aan wien de overdragt gefchied AT GE is, zulks’ uitdrokkelijk mogt bedongen hebben. Art. 1465. [ Die eene erfenis verkoopt zouder opgaaf der objecten, waar | uit dezelwe beftaat, is alleen tot vrijwaring zijner qualiteit van pi in het erfgenaam gehouden._ verdeeld 8 Art. 1466. gemene_“Indien hij de vruchten’ van eenig ftuk goed reeds genoten, lijk voor ef het bedragen van eenige infchuld, tot die erfenis behooren. baar vers de, ontvangen, ef eenige goederen uit dezelve verkocht mogt pigenaars hebben, is hij gehouden dat alles aan den kooper te vergoee kt Ër den KS OO an DEIN NE EEE ERS in FEE, EAM) ‚den, ten ware hij, bij het aangaan van den verkoop, hetzel ve gicdrukkelijk: aan zich behouden had, ve Art, 1467 De kooper is van zijne zijde verpligt aan den verkooper te vergoeden het geen deze wegens fchulden en lasten der nala- tenfchap betaald heeft; en hem sal dat gene te betalen, het- welk hij van de erfenis als fchuldeifcher te. vorderen heeft, ten ware het tegendeel mogt bedongen zijn. Art. 1468, Wanneer een litigieus regt aan een’ ander’ overgedragen is, kan de geen, tegen wien het twistgeding aanhangig is, zich daarvan afmaken door aan-den cesfionaris terug te geven den prijs, welken dezelve voor de cesfie van actie betaald heeft, met de kosten, daarop, en te dier zake, bij hem gehad en ge- Jedem, en met de interesfen, gerekend van den dag, waarop de prijs der cesfie is voldaan.: Ni Art. 1469. en„Een regt wordt voor litigieus gehouden, zoodra’er proces NEK, over de gegrondheid van hetzelve aanhangig is, é dM TAI, 4„ Het vastgeftelde bij art, 1468 houdt op: 1°, Ingeval de eesfie aan een’ mede-erfgenaam of mede-ciger À raar van het overgedragen regt gedaan is; a°. Wanneer dezelve aan een’ fchuldeifcher, in voldoe- ning van het geen men hem fchuldig is, gedaan is; en s°. Wanneer dezelve gedaam is aan den bezitter van het ftuk goed, ten aanzien vaa hetwelk het twistgeding be- ftaat. 5 \ DE nekharen ! RR moie ole de bo | VAN RUILIN Gs derkeerig eene zaak in de plaats van eene andere geven, Ruiling wordt gehouden voor voltrokken, zoodra partijen ome / À lä Bohn: € Art: 1471. Sa hd Ruiling is een contrat, waarbij partijen aas elkander we* Á AE ver Ds hete Krkooper h der nale len, het Ven heeft, Wagen is, Wis, zich L ven den Rl heeft, Rd en ges b waarop Ber proc e Diede-sige Á voldoe DS;€ 8 van het aidig be: C 256 3 omtrent de: zaken, die geruild zulen worden, overeengekoe men zijn. AAE. KAARS Ee Wanneer de eene partij de zaak, welke hem ín ruiling ge- geven wordt, reeds ontvangen heeft, en naderhand bewijst dat de andere partij geen ecigenaar:van dezelve was, kan hij niet genoodzaakt worden tot levering vande zaak„welke hij. beloofd had daartegen te zullen ruilen, maar hij kan. volftaan met de zaak, welke hij ontvangen heeft, terug te geven. GATE, TAZBern| De partij, aan welke de zaak, die hij in ruiling ontvangen heeft„ geëvinceerd is, heeft de keuze, om vergoeding van kos- _ ten, fchaden eninteresfen, of de teruggave der door hem ges gevene zaak te vorderen. Atts 1478, Tegen een contract van ruiling wordt geen relief, uit hoof: de van lefie of benadeeling„toegelaten. Art. 1476. Alle andere regelen, ten aanzien van koop en verkoop voor- gefchreven, zijn mede op ruiling toepasfelijk. WEEER) Ld teer dee AE Ae ee Ee ee VAN HUUR EN VERHURING, ERFPACHTSREGT. EN REGT VAN BEKLEMMING, EERSTE HOOFDSTUK ALGEMEENE BEPALINGEN, AAE 2499, ’Er beftaan tweederlei foorten van contraéten van huur en verhuring, als:/ A ne Huur yvan zaken; en Huur van dienften. Art. 1478. N Een contract van Awur en verhuring van zaken îs eene overe eenkomst, waarbij de eene partij zich verbindt, om de andere het genot te doen hebben van eene zaak, gedurende een’ he- paalden tijd, en voor eenen bepaalden prijs, dewelke de an= dere daarentegen aanneemt te betalen. g Art. 1479, C 236) Art. 1479. Een contract wan Awur en verhuring van dienflen is een« overeenkomst, waarbij de eene partij zich verbindt, om voor de andere iets, tegen betaling van een tusfchen hen bepaald loon, te verrigten. zin, Et Art. 1480. oe En Huur en verhuring komt in haren aard overeen met koop en verkoop; en de daaromtrent voorvallende verfchillen moeten beoordeeld worden naar het geen bij den titel van koop en vers keop vastgefteld is, voor zoo verre de wet deswegens geene bijzondere bepaling opgeeft. FE \ TWEEDE HOOFDSTUK. VAN HUUR EN VERHURING VAN ZAKEN. Art. r48r. Men kan allerlei foorten van goederen, zoo roerende als on- roerende, verhuren, EERSTE AFDEELIN GC. VAN HUUR EN VERHURING VAN HUIZEN EN LANDEN IN HET ALGEMEEN. Art. 1482. B Huur en verhuring kan, of bij gefchrift, of bij monde, wor- den aangegaan. ; Art. 1483, _De huurder heeft het regt, om het gehuurde, het zij geheel of gedeeltelijk, weder aan eem’ ander’ te verhuren, ten ware hem de bevoegdheid daartoe bij het contrat, het zij voor het geheel of ten deele, mogt benomen zijn. Art. 1484. De verhuurder is, uit den aard van het contra&t, en zonder dat daartoe eenig bijzonder beding noodig is, gehouden: 10. De verhuurde zaak aan den huurder te leveren 5 ‚29, Die zaak te onderhouden in zoodanigen ftaat, dat de- zelve dienen kan tot het gebruik, waartoe zij verhuurd» iS EN e ge, Den fen sens— lt, om wr, hen bepa! Bet Koop: dn moets Db en ven Bens geen ELEN, a IZEN Ede, won gj geheel oe ten wan Bai voor B en zond) eden; xH st dat de Everhard id j. Den Bande als or Cr À 39. Den huurder het volkomen en ongeftoord genet-van dezelve te doen hebben, zoo lang de huur duurt, Art. 14855«— De verhuurder is verpligt de zaak ín geeden ftaat van onders houd te leveren, en daaraan, zoolang de huur duurt, alle die reparatiën te doen, welke noodzakelijk zijn; met uitzondee ring nogtans van de gene, die, volgens de wet of overeen= komst, ten laste van den huurder komen. on Art. 1486. Indien de verhuurde zaak. gedurende den huurtijd, bij toe= val, geheel en al vergaan is, vervalt het contraét. van. zelf 5, indien de zaak flechts ten deele vergaan is, kan de huurder„ naar gelang der omftandigheden, ef eene vermindering van den huurprijs, of de vernietiging van de huur zelve, vorderen, doch hij kan in geen dier beide gevallen aanfpraak op fchades vergoeding maken. Art. 1487. De verhuurder mag, gedurende den huurtijd, geene andere gedaante of inrigting aan de verhuurde zaak geven. Ärt. 1488. Indien de verhuurde zaak, gedurende den huurtijd, drin= gende reparatiën, welke niet tot na het eindigen van den huurtijd kunnen uitgefteld worden, vordert, is de huurder verpligt te gedoogen dat dezelve daaraan gedaan worden, offíchoon hij daardoor eenig ongemak lijdt, en, gedurende den tijd die tot de reparatie befteed wordt, van het gebruik van een gedeelte van het verhuurde verftoken zijn mogt: Dóch, zoo het doen dier reparatiën langer dan veertig dagen duurt, wordt de huurprijs verminderd in evenredige heid van het gehuurde, waarvan de huurder is verftoken gee weest: Indien de reparatiën van zoodanigen aard zijn, dat daardoor het gehuurde, het geen ter bewoning van den huurder en zijn huisgezin dienen moet, onbewoonbaar wordt, kan dezelve de huur doen verbreken. Art. 1489. Ee Wanneer de huurder in het genot zijner huur verhinderd wordt, zonder dat de geen, die deze verhindering toebrengt, eenig regt of aêtie op het verhuurde goed zelve voorwendt te hebben, is de verhuurder niet gehouden den huurder tegen deze verhindering te vrijwaren, Art. 1490. \ Indien deze verhindering daarentegen gefchiedt uit hoofde van een regt of aanfpraak, hetwelk de geen, die de verhindering_ toes \ C 338) toebrengt, op den eigendom van het goed voorwendt te heb= ben, kan de huurder eene aan de toegebragte verhindering evenredige vermindering van den huurprijs vorderen; mits hij van de ftoornis en verhindering wettelijke aanzegging aan den verhuurder gedaan heeft._'| ‘Art. z4or. Indien zij, die den huurder in het ongeftoord bezit van het gehuurde feitelijk hebben geturbeerd, eenig regt op dat goed beweren te hebben, of indien de huurder door hen geregtelijk gedagvaard wordt, ten einde gecondemneerd te worden om het gehuurde, het zij geheel of ten deele, te ontruimen, of de uitoefening van eenig fervitwut op hetzelve te gedoogen, moet de huurder den verhuurder tot vrijwaring oproepen, en op zijn verzoek van de inftantie ontflagen worden, mits noe mende den verhuurder, van wien hij zijn bezit ontleent, | Art. 1492, De huurder is voornamelijk verpligt: 19, Om het gehuurde te gebruiken als een goed huisvader, en overeenkomftig de beftemming, welke daaraan bij het aangaan van de huur gegeven is, of daaraan, indien Jer geen expres beding is, naar aanleiding der omftan- digheden, behoort gegeven te worden; en 2°, Om de bedongene huurpenningen op den bepaalden tijd te betalen. a Indien de huurder het gehuurde tot een ander einde gebruikt, dan waartoe hetzelve bij het aangaan van de huur beftemd was, of op eene wijze van hetzelve gebruik maakt, uit welke voor den verhuurder fchade zou kunnen ontftaan, kan deze, al- mede naar aanleiding der omftandigheden, de huur doen ver- Art. 1404.‘ Wanneer bij het aangaan van de buur eene befchrijving van den ftaat van het verhuurde gemaakt is, is de huurder sehou- den hetzelve in dien ftaat weder opteleveren, waarin hij het volgens de befchrijving aanvaard heeft; met uitzondering ech- tar van het geen, door ouderdom of toevallen van hooger hand, vergaan, of in waarde verminderd is. Ak ge Ärt. 1495. Wanneer bij het aangaan van de huur zoodanige befchrijving niet gemaakt is, wordt de huurder veronderfteld het gehuurde in goeden ftaat, ten aanzien van dat onderhoud, hetwelk vol- gens de wet ten laste van den huurder komt, aanvaard te heb- f ben; jen€ | gered Smet Í mog jin km De| mk ze hij, De hi beni we val an det 8 Wonne hs, andel ang N verz zen, jg | ‚door De wed op worde 8 De! 100 ‚deb D dige Kine fel b We ke Ke Gij Endt th. Verkindeng 2 D, ms ing aan dh zit van h ) dat goe eregteli orden ot iimen, d tedoogen, iepen,« mits noè lt, huisvader, laarzen bij lan, indien per omda } aalden id j gebruit, end was, ille voor leze, ale gon, ver: rijving vil yder gehot vin hij het paring eche zer hand, rfchri vig gehuurde wek vole ind te heb: bes, C 239) ben; en is hij verpligt hetzelvé. in dien flgat weder overtele. veren, ten ware hij het tegendeel bewijst. Art. 1496.| De huurder ís aanfprakelijk voor de fchaden en verliezen„ aan het gehuurde gedurende den huurtijd toegekomen, ten wae ze hij bewijst dat zalks buiten zijne fchuld gefchied is. ) Art. 1497. De huurder is verantwoordelijk voor brand, ten ware hij bewijst dat de brand door een onvoorzien‘onheil, of door soeval van hooger hand, of door een gebrek in de conftrutie van het gebouw, of door het vuur van een naburig huis were oorzaakt is. Art 1498. Wanneer een gebouw aan verfcheidene huurders verhuurd is, zijn deze allen, ingeval van brand, voor het geheel verant- woordelijk„ ten ware zij bewijzen, dat de brand ín de wo- ning van een van hen ontflaan is; in welk geval deze alleen verantwoordelijk is, of ten ware dat eenige van dezelve bewij- zen„ dat de brand niet bij hen heeft kunnen ontftaan; in welk geval deze van alle verantwoordelijkheid bevrijd zijn. Art. 1499. De huurder is verantwoordelijk voorde fchade en verliezen, door zijne huisgenooten, of de genen, aan wie hij de huur mogt overgedaan hebben, aan het gehuurde toegebragt. Art. 1500. De huurder mag, bij ontrùiming van het gehuurde goed; weder afbreken en naar zich nemen al het geen hij daaraan„ op zijne eigen kosten, heeft doen maken; mits zulks gedaan worde zonder befchadiging van het goed. Art 15or. ‚ De huur mondeling aangegaan zijnde, kan geen van de pars tijen dezelve oogenblikkelijk doen ophouden, maar is hij, die de huur wil doen eindigen, verplig:, dezelve aan den aader’ zoo ling te voren optezeggen, als het plaatfelijk gebruik me: debrengt.—’ Ì Art; 1502,/ De buur, fchriftelijk aangegaan. zijnde, houdt bij het etat digen van den bepaalden huurtijd van zelf op, zonder dat eene voorafgaande‘opzegging noodig zij, ten zij het tegene deel bedongen zij. [ Art. 1503.\ Wanneer de huürder bij het eindigen van eene huur, van welke een fchriftelijk contra€t aanwezig is, zonder dat wi hetzelve. eene opzegging is bedongen, in het bezit van he gehuurde blijft, en daarin door den verhuurder gelatên wordt; ont. regeld. C 240 j ontftaat daârdoor gene hieuwe huur, waarvan het gevolg bif_ het artikel, betreffende mondelinge huur én verhuring, is ge- Art. 1504.> Wanneer de eene pattij aan de andere de huur opgezegd heeft, wordt dezelve, offchoon, de huurder ín, het bezit van het gehuurde mogt gebleven zijn, niet geacht ftilzwijgende te zijn vernieuwd, Art. TSOR tk In de gevallen; bij de twee voorgaande artikelen vermeld, zijn de borgen, welke voor de nakoming van het huur-cons tract mogten gefteld zijn, niet aanfprakelijk voor de verplig* tingen, die uit de verlenging. der huur ontítaan, hen Art. 1306,#7; Het contract van huur gaat te niet, Wanneer de verhuurde zaak’ vergaat, en wanneer de verhuurder en huurder refpeétie welijk in gebreke blijven van aan derzelver verbindtenisfen te voldoen. Art. 1507. te Het contrat van huur en verhuring wordt door den dood van den verhuurder of huprder niet vernietigd, rs) Art, 1508. Wanneer de, verhuurder‘ het verhuurde verkoopt, kan de kooper den huurder niet noodzaken om het gekochte te ont= ruimen, wanvneer deze van een behoorlijk huur-contraét voors zien is, ten‘ware de verhuurder het’ regt om den huurder; in geval van verkoop, het gehuurde door den, kooper te kune nen doen ontruimen, bij het contract uitdrukkelijk had voor- behouden. Art, 1509. Wanneer partijen bij-het aangaan van de huur overeen- gekomen zijn, dat de kooper, in geval van verkoop, de huurder het verhuurde zoude kunnen doen ontruimen, dech daarbij geen beding gemaakt is omtrent de kosten, fchade en interesfen, is de verhuurder gehouden dezelve aan den huur- der te vergoeden op den voet, bij de navolgende artikelen vastgefteld, N Art. 1510. Indien het verkochte beftaat in een huis, of in een gedeelte wan hetzelve, of in een’ winkel,‘betaalt de verhuurder-aari den huurder, die het verhuurde ontruimen moet, voor kos- ten, fchade en interesfen, zoo veel als de huurprijs be= draagt, gedurende den tijd, welke, volgens plaatfelijk ges bruik, tusfchen de opzegging der huur en de dadelijke ont- tuiming verloopen moet, ed: MANU der 2 en jbs hi bef dere, gg Joe (hj en heid on oade. 1 Glue dn AN De het Î melde | hour LD | koop teko verk dt, pek der ue ki, Ee Ie ‚Bevel ij Og, ip E E fi Opgere E bezit va lawijgend vermeld, LUUT-CONs 2 verplig erhuurde zefpeéti eniefen tt den dood :, kan d te te On rat voor huurder, zer te Kur «had voor jovereens ip, den bn, doch efchade er. gden Huur arikel. gedeelte rder aard zor kos prijs be- lelijk ge: lijke on tt, ijl ks Bernd { AD Art. 1511. Indien het verkochte beltaat in landen, betaalt de verhuur= der aan den huurder, tot fchadeloosftelling„ zoo veel als een derde" gedeelte van de huurpenningen, gedurende den tijd welken de huur nog loopen moest, bedraagt. HE Art. 1512. e Indien het verkochte beftaat in fabrijken, trafijken of an- dere’ flichtingen, die een groot uitfchot van penningen vore deren, wordt de fchadeloosftelling door der zaak kundigen geregeld, 3 Pdf Art. 1513. Bovendien is de kooper, die, uit krachte van het bepaalde bij een huur-contrat, gebruik wil maken van de bevoegd- heid om den huurder het gekochte te doen‘ontruimen„ ges houden, den huurder van huizen zoo lang te voren te waar- fchuwen, als het plaatfelijk gebruik medebrengt; en moet den huurder van laaden ten minften een jaar te voren waare ichuwen,| Art. 1514: De huutders kunnen niet eerder genoodzaakt worden om het verkochte te ontruimen, dan nadat de hier voren ge- melde kosten, fchade en interesfen aan hen door den ver- huurder, of door den nieuwen eigenaar betaald zijn, Art. 1515. Die eenig verhuurd goed koopt, onder beding dat de ver. kooper hetzelve binnen een’ bepaalden tijd weder, vermag in tekoopen, kan van de bevoegdheid, om den huurder het verkochte te doen ontruimen, geen gebruik maken, dan na- dat, de tijd van het beding verftreken zijnde, hij onherrog- pelijk eigenaar van het gekochte geworden is, TWEEDE AFDE E LING, VAN HUUR VAN HUIZEN IN HET BIJZONDER, Ates T0, ij De huurder is verpligt borg te ftellen voor de voldoening der huurpenpingen, ten ware hij kan aantoonen eene genoeg- zâme waarde aan meubelen, tot zekerheid van den verhuur- der, in het huis gebragt te hebben, Att, 1517. Een tweede huurderis, ten aanzien van den eigenaar, ges houden tot het beloop van den huurprijs, welken hj, op het vogenblijk van eene geregteljkn aanfpraak, aan den en GA Ure SC sfe) ï hk í} huurder fchuldig kan zijn, zonder dat het hem vwrijftaat zich “te beroepen op betalingen vóór den verfchijndag, of bij voor- betaling, gedaan: ak Betalingen, door den tweeden huurder, het zij ui krachte van een in het huur- contract uitgedrukt beding, hét zij ten gevolge van plaatfelijke gebruiken, gedaan, worden niet ge. acht vóór den verfchijndag, of bij voorbetaling, gedaan te zijn. Ae Art. 1518 Reparatiën aan winkelkasten, en losfe blinden, tot fluiting van winkels gefchikt, als mede reparatiën van venfterglazen, zoo binnen’shuis als buiten hetzelve, komen voor rekening van den huurder, en is de verhuurder dienvolgende tot deze reparatiën. niet gehouden. Be Art. f51g. De huurder is echter tot,de reparatiën, bij het vorig artikel vermeld, niet gehouden, wanneer dezelve door ouderdom wan het gehuurde goed, of door onvermijdelijke toevallen van hooger hard, veroorzaakt worden. A 15 N ‚Eene huúr van meubelen, om een geheel huis, woning, winkel of kamers, daarmede te meubeleren, wordt gerekend voor zoo lang aangegaan te-zijn, als de huizen, woningen, winkels of kamers, volgens plaatfelijk gebruik; doorgaans verhuurd worden.„3 a W Art. 152t. De huur van kamers of appartementen-wordt geacht voor één jaar aangegaan te zijn, wanneer dezelve aangegaan is tegen zoo veel in het jaar: Û Bij de maand, wanneer dezelve aangegaan is tegen zoo veel in de maand: Bij de week, wanneer dezelve aangegaan is tegen zoo veel woor elke week. Indien nièt blijkt, dat de huur tegen zoo veel in het jaar, in de maand of in de week, aangegaan is, wordt dezelve geacht volgens plaatfelijk gebruik te zijn‘aangegaan. a ee PArt. 1522, 5 Wanneer‘de huurder van een huis of kamers, na het eindi- gen van’ den‘bij fchriftelijk contrat bepaalden huurtijd, in het bezit van het gehuurde blijft, en daarin door den ver- huurder gelaten, wordt ‚- wordt hij gerekend in het bezit te blijven op de vorige conditiën, voor den tijd bij plaatfelijk gebruik bepaald, en kan het gehuurde diet verlaten„ noch uit hetzelve verdreven worden, dan na gedane tijdelijke op- zegging, ingevolge het gebruik van de plaats, : Art. 1523: an Jg, E| beg 5 Komab hef gende zint\ genes Juerd Dever! Jr, à | maekett Ioden b op dn VAN Die« ende et geh ga wa itdruk [ree ket nen Íchad | gant Alm zieh EDI ve it Kracht het zij te iet ge gedaan dt uiting brglazen, | rekening dror dez ie artikel Doaderdor valken van B wone, B gekend proningen, sdoorgan é| Ll d wacht vor | gegaan 5 ogen 200 zoo veel het jaar, je dezels: E het eind rijd, kn ) den vers , bezit plaarfelijk en, od Tige landen, dezelve niet behoorlijk Jijke bouwgereed{chappen vorst, ef de bebouwing van |) tan 8 3" KM) bee| Art. 1593. Ingeval de huur door de fchuld van den huurder gaat, is deze gehouden tot betaling van den huu rende den tijd„ díe tot wederverhuring noodig is zijne verpligting tot vergoeding van de-kosten teresfen, welke uit deszelfs misbruik van het g kunnen ontftaan, te niëe rprijs, gedu: 5 Onverminderd » fchade en in= ehuurde hebben Art. 1524, De verhüurder kan de huur niet doen eindigen ‘klaren, dat hij het verhuurde huis zelf wil bet ware het tegendeel bedongen is, Es Arteriseg,©! Indien bij het huur-contract aan den verhuurder de bevoegd. heid gelaten is, om het gehuurde, des goedvindende, zelf te kunnen betrekken, is hij niet te min verpligt de huur vooraf„ op den tijd bij plaatfelijk gebruik bepaald, op te zeggen.' door te vera rekken,“ten. DER DE EA OU LRECENE I aen VAN HUUR VAN LANDEN IN HET BIJZONDER« ste ZU Die eenig land huurt, Onder beding van de. daarvän afko. mende vruchten met den verhuurder te zullen deelen„mag het gehuurde niet weder aan een’ ander’ verhuren noch afftaan„ ten ware hem de bevoegdheid daartoe door den verhuurdeg uitdrukkelijk verleend zij. pis Art, 1889, Ee In geval van Overtreding van de zijde van den huurder, heeft de verhuurder het regt om het verhuurde weder aan zich ta nemen, en is de huurder gehouden tot vergoeding, der. kosten, fchade en interesfen, welke uit het niet gane verbindtenis voortvloeijen, Art. 1529, Indien bij het huur-contract eene grootere of kleindere uita geftrektheid aan de landen toegekend wordt, dan dezelve wen zenlijk bevatten, geeft zulks geen aanleiding tot vermeerdering nakomen’ der aange _of vermindering der huurpenningen, dan alleen in de gevallen, en volgens de bepalingen, in den titel van koop en verkoop voors komende, Arts 1529, Indien, de huurder van eene boerderij, met derzelver aanhooe van beesten en noodzake. AE dee C 244) dezelve verwaarloost„en zich ten dien opzigte niet als een goed huisvader gedraagt, of indien hij het gehuurde tot een ander einde gebruikt, dan waartoe hetzelve beftemd was, of indien hij in het algemeen de bedingen, bij het aangaan van de huur gemaakt, niet nakomt, en uit dit een of ander voor den vere huurder fchade ontftaat, is deze, naar gelang der omftandig- heden, bevoegd om de huur te doen verbreken. In gevalvan verbreking der huur, ten gevolge van eené daad van den huurder, is deze gehouden tot vergoeding van kos- ten, fchade en interesfen, 00 als bij artikel 1527 gezegd is. Art, 193Ov 7 Ieder huurder van land is verpligt de vruchten en produéêten van. hetzelve in de fchuren en op de plaatfen te bergen, welke daartoe beflemd. zijne Art. 1531, De huurder van land is, op pene van vergoeding van kos ten, fchade en interesfen, verpligt, den eigenaar ten fpoe- digfte kennis te geven van alle aanmatigingen en ufurpatiën, welke ten danzien van hetzelve land mogten gepleegd worden. e Art. 1532. Indien de huur voor verfcheiden jaren‘aangegaan is, en ge- durende den huurtijd de geheele of de hàlve oogst van een jaar door onvermijdelijke toevallen verloren gaat, heeft de huurder het regt, om eene vermindering der verfchuldigde huurpennin- gen te vorderen, ten ware hij door den, voordeeligen oogst van vorige jaren fchadeloos gefteld zij: Indien hi, niet fchadeloos gefteld is, kan de begrooting van de vermindering der huurpenningen niet gemaakt worden, dant na het eindigen van alle de huurjaren, op welken tijd eene compenfatie van alle dezelve hunrjaren plaats heeft: “De regter kan niettemin den huurder toeftaan, om provifios peel een gedeelte der huurpenningen, naar mate van het gele. den verlies, intehouden, Sr Aters Indien de huur maar voor een jaar aangegaan En de oogst geheel, of ten minfte voor de helft, verloren is, wordt aan den huurder eene geëvenredigde korting van de huurpennine gen toegeftaan; doch, wanneer het verlies minder dan de helft bedraagt, heeft de huurder geene aanfpraak op eenige korting. Art. 1534 gen De huurder kan geenerhande korting erlangen, wanneer het verlies der vruchten plaats heeft, nadat dezelve van den grónd afgefcheiden zijn, ten ware bij het huur- contrat een zeker gedeelte van den oogst in vatura VOOr den verhuurder bedone gen zijz als wanneer de verhuurder zijn aandeel in de ee Af. Jeri Eibm 4 ban ke 5 oke ‚Jen He gegna Jef Dus gaand Joop 1 nae Del NN zeken Teno Lam bij gen! h cin blijf waa De ger’ Valge if, Klik Ws een pd Eeen antr , of indie an de hu, jr den we omffand; eene daa van kos izegd is, produêr In, welk t y van kos E: ven(por , sd worden Bis, ng oran een ju p, de huurt” Bunurpendt pligen Of Border,@ fj zjd cen B proven gn et gel ENE nn did gen de 00 wordt Far de hel ge Korting £ ad anneer vh een 26 Rs dt 3 Brder bedor C 245) dragen moet, mits de huurder met de levering van des vér- huurders aandeel niet ín verzuim geweest Is:— De huurder kan evenmin eene korting’ vorderen, wanneer de oorzaak der fchade ten tijde van het aangaan der huur be- reids beftond en bekend was. Art. 15de De huurder kan, Sn een uitdrukkelijk beding, voor onvermij- delijke toevallen aanfprakelijk gefteld worden. En Art. 1536. Zoodanig beding wordt echter alleen verftaan gemaakt te zijn, ten aanzien van gewone, onvoorziene toevallen, als: Vaehagel, onweder; vorst, ftormenof ftortregens, doch geenszins ten aanzien van buitengewone, onvoorziene toevallen, als van verwoestingen des oorlogs, of overltrooming, waar- aan het land niet gewoonlijk onderworpen is, ten ware de huurder zich ook voor deze laatfte aanfprakelijk mogt gefteld kebben. Arts 153%. Huur van.land, mondeling aangegaan, wordt gerekend aan- gegaan te zijn voor zoodanig tijdvak, als de huurder nsodig heeft om alle de vruchten van het gehuurde goed intezamelen: Dus wordt de huur van een ftuk wei- of bouwland, boom- gaard en andere gronden, waarvan de vruchten binnen den loop van cen jaar ingezameld worden, geacht voor een jaar aangegaan te. zijn. De huur van land, gefchikt tot de teelt van vruchten of ge- wasfen, waartoe meer dan één faizeen noedig is, wordt ge- rekend voor zoo vele jaren aangegaan te zijn, als’er fzizoenen benoodigd zijn.; : Art. 1538. Landhuur, hoezeer mondeling aangegaan, houdt van zelf op bij het eindigen van het tijdperk, waarover dezelve, vol- gens het vorig artikel, geacht wordt aangegaan te zijn. Art. 1539« Indien de huurder. na het eindigen van den bij fchrifteliik contract aangeganen huurtijd, in het bezit van het gehuurde blijft, en daarin gelaten wordt, ontftaat’er eene nieuwe huur, waarvan het gevolg bepaald is bij artikel 1537. En Art. 1540. De huurder, wiens huur geëindigd is, is verpligt aan den zeef”„ die‘hem opvolgt, en deze ook op zijse beurt aan den volgenden huurder, al dat geen. te presteren, het welk, tot ge- rijf, bij de bebouwing voor het volgend jaar, door het plaat- felijk gebruik bepaald is. is| Act: 154n SF am à ST en WET Soorten: it € 8246 3 eN Ek De huurder, wiens huur geëindigd is, is ook gehouden het ftroo en de mest van den laartften tijd, indien hij dezelve bij het ingaan van zijns heur mede alzoo ontvangen heeft, achter te laten; en zelfs in dat geval, wanneer de huurder, bij het aangaan zijner huur, de ftroo en mest niet mogt ontvaneen hebben, kan de eigenaar dezelve, bij het eindigen der huur, bij tauxatie aan zich behouden,| DERDE HOOFDSTUK, VAN HUUR VAN DIENSTEN, |[ Art. 1340, _De huur van dienften bepaalt zich voornamelijk tot drie 12°. De huur van dienstboden3 29, Die van voerlieden en fchippers, perfonen of goederen overbrengende 3 en 3°. Die van aannemers en ambachtslieden,| ZEERSTE AFDEELING VAN HUUR VAN DIENSTBODEN, Art. 1543. en kanzich, als dienstbode, niet dan vooreen tijd of voer gene bepaalde zaak verbinden,' Art. 1544. De meester wordt op zijn woord geloofd ten aanzien’ van De hoeveelheid vân het bedongen loon; Van de betaling der huur van het verfchenen jaars Û En van de betalingen op rekening der huur van het loopend ij Bar, He TWEEDE AEDEEL IN 6; VAN VOERLIEDEN EN SCHIPPERS LI Art. 1545. Schippers en woerlieden zijn verpligt de aan hen toever E trouwde gouwdf even dl van be Zij heij maar dunne D getrouw med kl eral! Î | Ame Senter gelten zorg | De, un{ch verplig dezen od i Wa Oiereel ht hij| SEW Welk wij cha beft hg nd rake Poor ER g shad el® NS bren be A hi q N de ete ELD KT C 247) nt trouwde goederen te bewaren en daarvoor. zorge te dragen, ft, kn even als herbergiers, waarvan gehandeld wordt. bij-den titel ebde| van bewaarneming en fequestratie.| ) ontvanger geer ALI(os der lien| Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor de goederen, wel. 1 ke zij reeds in hun vaartuig of op hun rijtuig geladen. hebben, | maar ook voor die gene, welke aan hen befteld en onder hunne beheering ter bezorging gegeven zijn. :, Art. 1547» Zij zijn verantwoordelijk voor het verlies wan de hun aan- il î vertrouwde. goederen, en de fchade daaraan gekomen, ten ware zij bewijzen dat dezelve door een onvermijdelijk onheil [ of toeval van hooger hand verloren of befchadigd zijn. tot dre ste E48 Ben Aannemers van post- en vrachtwagens, beurtfchepen- en fchuitenveren„ zijn verpligt registers te houden van alle de gelden, goederen, pakkezten en brieven, waarvan zij de bes. zorging op zich nemen.| Art. 1549. Ë ed. De aannemers ef commisfarisfen van posterijen, wagen- en fchuitenveren, en de fchippers en voerlieden, zijn ook : verpligt zich te gedragen naar de bijzondere reglementen ten_ ‚dezen opzigte gemaakt. j Ee BER D EAF DEELENE VAN AANNEMERS EN AMBACHTSLIEDE Ne Art. 1550. Wanneer men iemand eenig werk te maken geeft, kan men. Tof voot overeenkomen, dat hij alleen zijne arbeid of industrie, of wel RN dat hij ook de ftoffe leveren zal. Art. 1551. gien vaa Wanneer de ambachtsman de ftoffe leveren moet, en het | werk, hetwelk hem is opgedragen, op de eene of andere E, wijze, vóór dat de levering gefchied is, vergaat, komt de Et Loopend fchade voor zijne rekening ten ware de geen, die het werk befteld heeft, nalatig geweest is om hetzelve te ontvangen. xy 6 Ingeval de ambachtsman alleen zijn’ arbeid of industrie, en niet de ftoffe, levert, en het werk vergaat, is hij-niet aan- fprakelijk, ten zij het vergaan der zaak door zijne fchuld is à veroorzaakt. Wanneer het werk, in het geval bij het voorgaande art. vermeld, gn toevel buiten eenig pligtverzuim van-de zijde van den ambach:snan, 5 2 en koorde; Qs vóór kl vóór dat de levering gefchied is, en zonder dat hij, die het werk befteld heeft„ ralatig geweest is om hetzelve op te nemen en goed te keuren, vergaat, heeft de ambachtsman geen aans fpraak op zijn loon, ten ware de zaak vergaan zij door een gebrek ín de ftolte zelve.: ke Art. 1554. Wanneer werk bij het ftuk of bij de maat bearbeid. wordt, tan hetzelve bij gedeelten opgenomen en goedgekeurd worden 5 wordende, ingeval de aanbefteder telkens den werkman„ paar evenredigheid van het geen hij-afgewerkt heeft, betaalt, alie die ftukken of gedeeiten voor opgeuomen en goedgekeurd ge- houden„ welke betaald zijt. é Art. 1555. Indien hat ftellen-en leveren van een gebouw in eens af, en voor ee” bepaalden prijs, is aangenomen, blijft de architect en aanvemer van hetzelte, gedurende den tijd van tien jaren verantwoordelijk voor alle fchade, die, ten gr volge van de ge= brekkize conftructie van htt werk, of uit hoofde van de onbes’ kwaamheid van den grond, waarop hetzelve gebouwd is, ver ovrzaakt wordt. Art. 1556. Wanneer een architect of aannemer op zich genomen heeft, een gebouw volgens een met den eigenaar van den grond bee raamd en vastgelteld beftek te maken, is hij niet bevoegd eene buitenrekening, ter zake van vermeerdering der dagloonen, of materialen, of van: veranderingen en bijvoegfelen, die niet in het beftek begrepen zijn, te formeren, zoo hij tot die veran- deringen, vermeerderingen of bijvoegfelen niet íchriftelijk is geautorifeerd, en nopens den prijs derzelve met den eigenadr is overeengekomen. Art. 1557.: De aanbefteder kan, des goedvindende, de aanbefteding op- zeggen„, offchoon het werk reeds begonnen zij; mits bij den aannemer. wegens deszeifs gemaakte kosten, arbeid en winst- derving, fchadeloos ftelle. | Art. 1558. Huur van dienften wordt verbroken door den dood van den ambachtsman, van den aannemer of van den architect, elk woor zoo veel het aan hem opgedragene betreft. Art. 1559e Doch de aanbefteder is verpliet aan den boedel van de perfonen, in het vorig artikel vermeld, de waarde der reeds gedane dienften, of der in gereedheid gebragte materialen; ingeval dit een en ander voldoende bevonden wordt, naat mate van den bij het conwact bepaalden prijs, te betalen. [ Art. 1569, ‚De te we Ti tot hi derd ‚gon Led, jen BU Fine Jd|n,d ek vork wak van de, vol Ft | ge va on med air ig Jb KD Ì de hee IE op tenen, |geen gan door eer)» id. wordt, | worden; han„vaar walt, alie, curd gee saf, en j architect vien jaren, can dege Bij de ONbe und is, ver 3 î Ben heelt, harond be hoegd een boonen, d pie niet 0 p die verdie Nifrelijk bo p, ejgenadt fsdng Ops ss hij den jens gd van det B EC, elk Ë van de der reels g aterialed, B rde, mdk gran. it. 1560 d (249') > Art. 1560. De aannemer is verantwoordelijk voor de perfonen, die hij te werk telt. È Art. 1561. Timmerlieden, metfelaars en andere ambachtslieden, die tot het zetten van een gebouw, of tot eenig ander werk door den aannemer van hetzelve gebruikt worden, hebben geene aanfpraak op den geen’, voor wien zoodanig werk gemaakt wordt, dan alleen ten beloope van het geen deze nog aan den aannemer fchuldig is, ten tijde dat dezelve ambachtslieden hunne atie inftttuêren. Art. 1562. Timmerlieden, metfelaars,{mids, en andere ambachtslie- den, die zelve onmiddelijk en voer een” bepaalden prijs een werk op zich nemen, zijn aan de regelen, in deze afdeeling Rn onderworpen, en zijn aannemers ieder in zijm werk, VIERDE HOOFDSTUK. VAN ERFPACHESREGCT EN REGT VAN BEKLEMMING, Art. 1563. Erfpachtsregt geeft aan den erfpachter het erfelijk genot van eens anders onroerend goed, zeo lang aan de voorwaar- de, om eene jaarlijkfche pacht aan den eigenaar te betalen, voldaan wordt. 8 Art. 1564. Erfpacht vergund zijnde, moet de opdragt, even als van eigendom van onroerende goederen, gefchieden ten overftaan van den regter der plaats, waar het goed gelegen is Art. 1565. 6 De erfpachter is verpligt de fchattingen en lasten, op het goed liggende, te voldoen, hetzelve in behoorlijken{taat te onderhouden, en de kosten van de reparatiën te dragen, als mede te vergoeden de fchade, die door zijn gepleegd ver- zuim in het niet doen van die reparatiën veroorzaakt zoude mogen zijn. 4 Art. 1569, Noch de eigenaar, noch de erfpachter, is gehouden te herbouwen het geen door ouderdom is ingeltort, of door gen buitengewoon, onvermijdelijk onheil vernield is, Q 5 Art. 1567 ES PS en A En ‚Hi > BE R. % te ra:| Delf Bij het eindigen van hêt er fpachestegt, moet het goed aan gij den eigenaar worden terug gegeven, met de ver beteringen, daaraan door den erfpachter scdaan, zonder deswegens eenige vergoeding te kunnen‘eifche ü. Art. 1568. De erfpachter heeft het vermogen om, zon der toeftemwing van den eigenaar, zijn regt té kunen verpand den verkoopen, of op eenige andere. wijze te vervreemden; hij mag ook het| goêd. met fervituten bezwaren voor zoo verre«hij daaraan erfpacht heeft, en dus on verminderd het regt van den cige= Naafe oe Art. 1569,| „Bij overlijden van den erfpachter> gaat deszelfs regt. over op ‚Mm zijne esfgenamen, Art. 15795 Zoo dikwijls het erfpachtsregt; door vervreemding of erfvol- Cn ging ovérgaat, is de verkrijger gehouden, aan. den eigenaar, …— cf m tot erkentenis van eigendom, eene dubbele pacht te e betalen. bren | Arte 1571 ê 8 lor Kwi ijtfchelding of vermindering van pacht kan door den erachter gevorderd worden, wanneer het goed door over 4 Ne ftrooming of vijandelijken inval geheel onbruikbaar wordt. en het Art. 1572. 4 be. Wanneer het goed ten aanzien van deszelfs continuële op- ERN brengst zoodanig vermindert, dat-de erfpacht en het genot id van het goed niet aan elkander geëvenredigd zijn, moet aan den erf{ jachter eene geëvenredigde vermindering van pacht toe- ANT zelhn: worden. lord B A5 „Deze vermindêring houdt echter op, zoodra de oorzaak, 4 waarom dezelve is toeg eflaan„ niet meer aanwezig is.| ä á Art. 1574. es Wanbetaling. der pacht, gedurende twee volle achtereenvol- Ei gende jaren, geeft aan den eigenaar bet regt om de erfpacht d ie dadelijk te doen eindigen. E hi Art. erg, AE À kn Beklemming heeft pläats, wanneer aan iemand landerijen 8 le in erfelijke huur word E en uitgegeven, met beding dat daar voor jaarlijks een bepaalde huurprijs worde betaald, de fchat- tingen en lasten, op het land liggende,‘door dem huurder worden voldaan, en alle zes jaren het contract door een be- paald gefchenk worde vernieuwd; blijvende de eigendom van bet-land aam den verhuurder, vi van Arte 15760 EN Art. 1576, ho De verdere regten omtrent beklemming worden door plaat ke felijke reglementen of gebruiken geregeld, ens eenig: kb elemen 9 NEGENDE TIP Rr rkoopen, ook het VAN CONTRACT VAN SOCIETEIT, _daaran| Ea EERSTE HOOFDSTUK. Over op ALGEMEENE BEPALINGEN. of erf Contraët van focieteit is eene overeenkomst, waarbij twee Es, of meer perfonen zich verbinden, om iets in gemeenfchap te betalen, brengen, met oogmerk om de winst, diè: daardoor ontftaar„ Onder e/kander te deelen. „door den E Art. z5v8, loot OET Alle focieteiten moeten eene geoorloofde zaak ten onderwerp, ordt en het gemeenfchappelijk belang der partijen ten cogmerk heb- ben. nuêle op. Elk der geasfocieerden moet of geld, of andere et gend ze 5$ RS, goederen„ het geno of zijne vlijt of arbeid, tot de focieteit aanbrengen. moet aat Art. 1579. 4 wacht toe Alle contracten van focieteit moeren bij gefchrifte aangegaan worden, wanneer de zaken, welke zij ten Onderwerp hebben, ecne waarde van meer dan honderd en vijftig guldens bedra- rzaak 9 gen. Men kan zich op geene getuigen beroepen, ten bewijze van iets, hetwelk met-den inhoud der fchriftelijke ate ftrijdig„of tereenvok in dezelve niet vervat is, of van gezegden. welke vóór, ten erfpacht tijde, of na het aangaan dier aéte zouden hebben plaats ge- had; al was het ook dat het zaken waren / ‚fomme, of mindere waarde, Janderijen' dens. dat daar. de fchat- order s oen ber ee: dom val van eene mindere daa van hoaderd en vijftig gul- He zt 157% t° ys TWEEÉ ev: MEET ARES VMBI NEN RE à Er, TWEEDE HOOFDSTUK. VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN VAN SOCIETEITEN.. \ sn Art. 1580. Societeiten zijn, of algemeene, of bijzondere. SÔRSTE AFDELLING. VAN ALGEMEENE SOCIETEITEN. Art 1581. Algemeene focieteiten worden in twee foorten onderfchefs den, te weten: focieteiten van alle tegenwoordige goederen, en algemeene focieteit van winst. Art. 1582. In eene algemeene focietcit van goederen zijn begrepen alle goerende en onroerende goederen, welke de geasfocieerden, bij het aangaan der focieteit, bezitten, alsmede het voordeel, hetwelk zij daarvan genieten kunnen: De geasfocieerden kunnen daar ook in begrijpen alle andere foorten van winst3z doch de goederen, welke hun bij vervolg, door erfenisfen, donatiën of legaten, mogten opkomen, zijn in deze focieteit niet verder begrepen, dan voor zoo veel het gerot van dezelve betreft. Alle bedingen, ftrekkende om den eigendom van laarstgemel- de goederen mede in de foeieteit te brengen, zijn verboden; behalve tusfchen echtgenooten. overeenkomftig het geen des- wegens ten hunnen opzigte is bepaald, Art. 1583. Fene algemeene focieteit van winst bevat in zich al datgeen, hetwelk de geasfucieerden„ het zij door derzelver vlijt of are beid, het zij uit hoofde der voortbrengfeten, vruchten of in- komften hunner bijzondere roerende of onròerende goederen, kunnen verkrijgen. à"Art. 1594. De eenvoudige overeenkomst eener algemeene focieteit, Zon. der eenige verdere bepaling aangegaan, behelst niet anders dan de algemeene foefcteit van winst. TWEE ht ken: dl ‚dont {plm fen b Get VAN nderfiche, goederen, grepen alt gcieerderr, * voordeel, le andere. j vervolg, men, dj ) vee he zestgemel. erboden, een des- dat geen, lijt of ar heen of vekik elt, zon t andes ib (253) EWEREDE AEDBELING.| VAN BIJZONDERE SOCIETEITENe Art. 1595. In eene bijzondere focieteit zijn alleen. zekere bepaalde zae ken, of het gebruik van dezelve, of de vrachten, die dagngen afkomen, begrepen. Art. 1586. „ Een contraÂ, waarbij verfcheiden perfonen zich, het zij tot eene bepaalde onderneming, het zij tot uitoefening van eenig bedrijf of beroep, vereenigen, maakt mede eene bijzondere focieteit uit, DERDE HOOEDSE DK, Kaat, VAN VERBINDTENISSEN VAN DE GEASSge CIEERDENs ZOO ONDERLING ALS MET BETREKKING TOT DERDE Ne FENG EERSTE AFDEELING. VAN DE ONDER LINGE VERPLIGTINGEN DEN f GEASSOCIEERDE Ne, Art. 1587» De focieteit neemt haren aanvang op het oogenblik dat het eontraét aangegaan is, tem ware deswegens bij hetzelve eene andere bepaling gemaakt zij. Art. 1588. Indien bij overeenkomst niet bepaald ken voor hoe lang de focieteit is aangegaan, wordt dezelve geacht voor het geheele leven der geasfocieerden aangegaan te zijn, behoudens het geen bij artikel 1613 wordt vastgelteld; doch, wanneer de foe cieteit eene zaak of handeling, welke Îlechts vöor éen’ bepaal den tijd duurt, betreft, wordt zij gerekend, voor zoo lang als die zaak of handeling duurt, aangegaan te zijn, Art. 1 589. Ieder der groene kan dor de focieteit aangefproken worden voor het gene hij beloofd heeft in dezelve intebrengen: Indien het ingebragte beftaat in eene bepaalde zaak, en de focicteit daarvan geëvinceerd word:, is de geasfocieerde, zon ete LE TEE na KG C 254) hetzelve. ingebragt heeft, gehonden de focieteit deswegens te vrijwaren, op gelijke wijze, als een verkooper omtrent den kooper verpligt is te doen. B/ \ Art. 1590. De geasfocteerde, die eene fomme gelds in de focieteit moest” inbrengen, en zulks niet gedaan'heeft, wordt door deze zijne nalatigheid debiteur van de focieteit, voor de interesfen der fom, te rekenen van den dag, waarop dezelve had moeten verftreke worden:' Dit heeft ook plaats met betrekking tot gelden, welke een der geasfocieerden uit de kas der focieteir genomen heeft, te rekenen van den dag af, waarop hij dezelve tot zijn bijzonder gebruik heeft aangewend; behoudens daarenboven eene vere goeding van kosten, fchaden en interesfen, wanneer daartoe termen aanwezig zijn. Art, ist.. De geasfocieerden, die zich verbonden hebben om hunne’ vlijt en arbeid in de fociereit aantebrengen, zijn aan dezelve rekenfchâp verfchuldigd van alle de winften, welke’ zij door zoodanige foort van handelingen„als‘waaromtrent de focieteit aangegaan is, verkregen hebben. Art. 1592, Wanneer een der geasfocieerden in zijn particulier eene{om van iemand te vorderen heeft, die mede eene fom verfchuldied is aan de focieteit, moet de betaling, welke hij oútvanst ze rekend worde op de infchuld van de focieteit;‘endie van hem zelven, in evenredigheid van de beide pretenfiën, gefchied te zijn; al ware het, dat hij bij de quitantie alles in mindering of voldoening van zijne bijzondere infchuld gebragt had: Maar„indien hij de geheele betaling bij de quitantie gebragt- heeft in mindering of woldoening der infchuld van de focieteit moet dit beding nagekomen worden.| En k Art. 1593. Wanneer een der geasfocieerden zijn geheel aandeel in de gemeene infchuld der focieteit ontvangen heeft, en de fchuldee naar vervolgens infolvent wordt, is hij verpligt het ontvangene in de focieteits- kas intebrengen, zelfs al had hij bijzonderlijk voor zijn aandeel quitantie gegeven, Art. 1594. leder geasfocieerde is ten behoeve der focieteit aanfprakelijk wegens fchade, aan dezelve door zijne fchuld toegebragt, zon- der daartegen in compenfatie te kunnen brengen de winften, welke hij door zijne vlijt en arbeid in andere zaken aan dezelve bezorgd heeft,// rte 159Za 4 E Lodi ‚ingeb bruik! {ceerd hete | ward ET cht 4 Jode is, ha neerd 41 tis. Dld frl gehel deze linged Wa jen paald/ foei de nie gelijk: minst Sd | inwiast (an geslo ARIAN hn meer federt verme klgre bepali Hett „den zl WRGENs te trent der teit moest leze zijn eslen der. moeten, elke een eeft, te ijzonder le vér daartoe mbar n_ dezelve zij doot e(ocieteit ene fom chuldigd nst, 3e van hem fchied te— indering ]; gebragt citeit, tvangené onderlijk| rakelijk t, 20e| vioften,| dezelve| / Ed of van een’ derden, bij beding, -geasfocieerden zich aan die bepaling Onderwerpen, ten ware Art. 1595. Indien de zaken, waarvan alleen het genot in de focieteit ig ingebragt, van dien aard zijn, dat dezelve- niet door het ge. bruik te niet gaan, zijn dezelve voor rifico van den geasfoe cieerden, die daarvan eigenaar is; doch ‚ indien de zaken door het gebruik te niet gaan, of, door dezelve te houden, in waarde verminderen„” of wanneer dezelve tot verkoop-be- flemd zijn„of volgens eene begrooting der waarde bij inventaris in de focieteit zijn ingebragt, zijn zij voorrifico van de fo- cieteit. Indien de ingebragte zaak op eene bepaalde waarde gefchat is, kan de geasfocieerde, die dezelve ingebragt heeft, nooït meerder terug vorderen dan de waarde> Waarop die zaak ge= fchat is, Art.”1396. De focieteit is ten behoeve van elk der geasfocieerden aan fprakelijk„niet‘alleen ter zake van voor dezelve uitgefchotene gelden, maar ook wegens handelingen tér goeder trouw voor dezelve aangegaan, en wegens de rifico, waarmede die hande- lingen uit den aard der zake gepaard gaan. Art. 1597, eee Wanneer het aandeel van elk der geasfocieerden in- de wins- ten en verliezen bij het\coniract van de focieteit niet is be= paald„is«elks aandeel geëvenredigd aan hetgeen hij in de focieteit heeft ingebragt 5 en wordt het aandeel van den geen’, die niets dan zijne vlijt en arbeid heeft aangebragt, gerekend gelijk te faan met het aandeel van den geasfocieerden, die het minst in de focieteit ingebragt heeft,| Art. 1598. Indien de bepaling der deelen van elk der geasfocieerden in winsten‘en verliezen aan het oordeel van een? van dezelve, is overgelaten, moeten de dezelve met de billijkheid blijkbaar flrijdig mogt zijn. In geen geval echter kunnen eenige klagten ter dezer zake meer toegelaten worden, nadat drie maanden verloopen zijn, federt de regeling der deelen ter kerinisfe van den geen’, die vermeent benadeeld te zijn, gekomen iss gelijk mede geene klagten toegelaten worden, wanneer van Zijn’ kant de gemaakte bepaling is begonnen nagekomen te wórden. Art. 1599, Het beding„ dat een: der geasfocieerden alle de winsten hehe ben zal,sis nietig: Hetzelfde heeft plaats met opzigt tot eene overeenkomst, vols Rd i EE AEEA KES GADE NEEM da PEBE RIN gr: wolgens welke de gelden of goederen, die door een’ of meer der geasfocieerden zijn ingebragt, vrij zouden zijn om in de verliezen te helpen dragen.—_| rue Art. 1600. Een der geasfocieerden, bij een bijzonder beding van het con« tract met de beheering der zaken van de focieteit belast zijns de, is bevoegd om, zelfs in weêrwil van de overige geasfoe cieerden, al dat gene te verrigten, wat tot de beheering dier zaken betrekking heeft, mits daarin ter goeder trouwe te werk gaande: dn Zoodanige magt kan, zoo lang de focieteit duurt, niet dan om wettige redenen herroepen worden; doch, indien dezelve niet bij het contract, maar bij eene latere acte, na dato van het aangaan der focieteit, is opgedragen, is zij, even als eene_ eenvoudige lastgeving„ herroepelijk. E Art. 1éor. Wanneer fummige der geasfocieerden mer de beheering der zaken van de focieteit belast zijn, zonder bepaling der bijzon= dere werkzaamheden van elk derzelven„ of zonder beding dat de een niets buiten weten en toeftemming van den anderen zal mogen verrigten, is ieder van hen afzonderlijk tot alle handelingen, die beheering betreffende, bevoegd. Art. 1602. Wanneer bij het contraét bedongen is, dat de een der admi« nistrerende compagnons niets buiten weten en toeftemming van. den anderen zal kunnen verrigten, vermag de een3z bij afwe- zendheid van den anderen, niet dan uit krachte van eene nieuwe overeenkomst te handelen; en dit mag ook zelfs dan niet ge- Achieden, wanneer de afwezende buiten ftaat zijn mogt om aan de beheering der zaken van de focieteit deel te nemen, Art. 1603, ‘Bij gebrek van bijzondere bedingen, aangaande de wijze der beheering van de zaken der focieteit, moeten de volgende re- gelen in acht genomen worden: 1°. De geasfocieerden worden veronderffeld aan elkander wecerkeerig de magt van beheering te hebben gegeven; zijnde mitsdien de handelingen van elk van hen, ook ten aanzien van de aandeelen der overige geasfocieer- den, verbindende, offchoon deze daarin niet mogten toegeftemd hebben; behoudens het regt van de laatften, of van een’ van dezelven, om zich tegen de aangegane handeling te verzetten ,zoo lang dienog niet gefloten is. 2, Elk der geasfocieerden kan de zaken, aan de focieteit | toe- pel anjde lo ig vab md Lel Sink hen| ,(en deme ner kier Rgd boft K 575 ij Omer) Om adel toebehoorende, gebruiken tot zoodanige einden, afs K waartoe dezelve beftemd zijn, mits, hij zich van de« zelve niet bediene tegen het interest van de focieteit ö janhet ont en hij de mede-geasfocieerden daardoor niet verhindere belast zin om van dezelve, volgens hun regt, mede gebruik te ge geash ‚maken. ering die Wouwet 39, Elk der geasfocieerden kan de mede- geasfocieerden verpligten, om met hem de kosten te doen„ welke tot ‚miet dar in ftand houden der aan de focieteit toebehoorende Zie n_dezely ken benoodigd zijn;_en Ap dato va nalseert 4% Geen der geasfocieerden mag„ zonder toeftemraing van de mede-geasfocieerden, eenige nieuwigheden invoeren„ k ten aanzien van vaste goederen, van de focieteit depen= vering dl derende, zelfs niet al beweerde hij, dat die innovatiën der bijzon, voor de focieteit nuttig waren, rbediegdin den anderen rt. 1604, < kutat De geasfocieerde, die met de beheering der zaken van de |‘van de focieteit dependeren…, niet vervreemden, noch onder ‚ der adm eenig verband brengen, ming vat tArt. 1605. „bijam Elk der geasfocieerden kan, voor zoo veel zijn aandeel be- vene sieuw treft, zonder toeftemming vande mede- geasfocieerden, een? an sietge derden als deelhebber in dat aandeel aannemen3 doch hij kan mogt on denzelven, zonder zoodanige toeftemming, niet tot medelid wemen. in de focieteit toelaten; al ware het dat hij met de beheering der zaken van dezelve belast megt zijn.: ijze. der En| ihn „pende Is ALDE AFDBEREEN GG Ë Zal nent WAN DE VERBINDTENISSEN DER GEASSOCILERS ip gegeven DEN TEN AANZIEN VAN DERDEN, zede| Art. 1606. ie mogten, In andere focieteiten dan die van commìèrcie, heëft geene ; laet gerbindtenis van ieder der compagnons, in falidum of voor aangel er geheel, voor de fchulden der focieteit plaats: é gelo Ook kan een der geasfocieerden zijne mede- compagnons iet verbinden, ten zij hem daartoe de magt door dezelve is de hellnpgedragen. 1e$ 5 «focieteit niet belast is, mag zelfs de roerende: goederen, die, S nj Ed TN ms EEE EED in PE zij gecontraGeerd hebben, aangefproken worden, ieder voor gelijke fomme en aandeel; al is het dat het aandeel in de fo- cieteit van den eenen minder dan dat van den anderen bes draagt; ten zij derzelver verpligting bij het contraêteren de= zer fchuld uitdrukkelijk„ in evenredigheid van het aandeel van elk der geasfocieerden, bepaald zij. \ Art. 1607. LR De geasfocieerden kunnen door den fchuldeifcherf, met wien kn Art. 1608: Eene handeling, aangegaan met bijvoeging, dat zulks veor rekening van de focieteit gefchied is, verbindt alleen den mede-geasfocieerden, welke de handeling in dier voege gefloten heeft, doch niet de overige, ten ware deze hem gemagtigd ers of de zaak tot voordeel van de focieteit verftrekt ad;;| we VIERDE HOOFDSTUK VAN DE VERSCHILLENDE WIJZE, WAAROP# EENE SOCIETEIT EINDIGT, en Art. 1609. Societeit eindigt: zo, Door afloóp van den tijd, voor welkendezelve_aângs gaan iss l Ee 89, Door de vernietiging der zaak, of de voltrekking def, k handeling, die het onderwerp der focieteit uitmaakt; go, Door afftand of opzegging van Eén” of meer der ges| focieerdens- go. Door den dood van een’ der geasfocieerden; en go, Wanneer. één der geasfocieerden zijn’ erfoon verliest s jn P[ of infolvent wordt. eDe- verlenging van eene: focieteit, die voor eenen bepaaldert tijd. aangegaan. was: kan niet anders bewezen worden dan door een fchriftelijk contraét, in denzelfden vórm, als het ori gineel coygract van compaguiefchap„ aangegaan.[ : COM pag Ps Seg aat gendo ye 2d de fac Ki zak, 4 gh bersle |(Aar | ander | gb gi, ggn 1, Jacke dlinge e Wanneer een der geasfocieerden. aangenomen heeft den ei- é Ef, MR Wij |L, ieder aje“endom van eene zaak in gemeenfchap te brengen, er, dezel- deel in dj. ve zaak vóórdat zulks gefchied is ‚ vergaat, eindigt daardoor anderenl.-"de focieteit, ten aanzien van alle de geasfocieerden: trader./ Zij eindigt ook in alle. gevallen door„het vergaan van de het aal zaak, waarvan alleen het genot in gemeenfchap. is gebragt. doch waarvan de eigendom bij. den geasfocieerden, aart wien dezelve zaak-toebehoorde„ gebleken is: t zulke: Maar de focieteit. wordt niet verbroken door het vergaan le alleen van de zaak„ waarvan de eigendom reeds in dezelve was ins joege gel gebragt. m gem red ot Arte 1612. kend tt verf ‚ Wanneer bij het aangaan van eene focieteit bedongen ís, dat dezelve, na doode van een’ der geasfocieerden, met deszelfs | erfgenaam zal worden gecontinueerd, of wanneer bedongen, JE| is, dat de foeieteit alleen door de. overgeblevene mede-geas- 2 focieerden onderling voortgezet zal worden, moeten deze be= dingen worden nagekomen; doch heeft de! erfgenaam in het WAARS Jaatfte geval geene andere aanfpraak; dan op de verdeeïing en afdoening der zaken van de focicteit, zoo als dezelve zich ten |__tijde vanhet overlijden, van denerflater bevindt, maar-heeft geene F__aanfpraak op eenige verdere regten, dan alleen die, welke | noodzakelijke gevolgen zijn van-handelingen„ die bereids plaats gehad hebben vóór het overlijden van den geasfocieerden, var wien hij zijn regt ontleent.- de _ Fene focieteit kan niet door den wil van flechts één’ der geasfocieerden gedisfolveerd worden, dan„alleen: ingeval de wekking focieteit voor geen” bepaalden tijd is aangegaan; kunnende in tiem. dit bedoelde geval een der compagnons dezelve doen eindigen jg itn door eene opzegging, aan alle de mede-geasfocieerden gedaan„ |__jmits zulks ter goeder trouw en niet ontijdig gefchiede. st meer det Sn vent Arte | ie opzegging gefchiedt niet ter goeder trouw, wanneer de= zelve door éé’. der geasfocieerden gedaan wordt. met 00g- merk om zich eenig voordeel alleen tóeteëigenen, het welk de geasfocieerden zich, hadden voorgefteld, ten behoeve van de „__ focieteit te genieten. nwt Zij gefchedt ontijdig, geheel zijn, en het belang Le $ dezelve weder; Jan wanneer de zaken niet meer án-haar der geasfocieerden vordert, dar de | ted cheiding uitgefteld en Hen we ge Art. 1615. eden jen wold In focieteiten, voor tenen bepaalden tijd aangegaan, kan heiding niet vorderen.’ vóór dat de sr, WM gén derrgeasfocieerden def: vend|} K& tijd MTA PE HPC apt= Ener BEEN K, Pod- 7 TEKEN a EEn® CE dn PE EEE En ELST C pn 5 jd verffreken is; ten ware daartoe wettige redenen mogten|| aanwezig zijn; zoo als wanneer de-mede-geasfocieerde aan Î zijne verpligtingen te kort komt, of door eene ganhoudende ongefteldheid buiten ftagt geraakt is, om de zaken van de 4 focieteit waar te nemen, eù dergelijke redenen meer, van wel. ‚4: En ke de gegrondheid en hetgewigt aan de beflisfing des regters wordt overgelaten. en 0 ä Art. 1616.| 1 De regelen omtrent de nalatenfchappen, en de- verpligtin- dn gen, welke daaruit voor de mede-erfgenamen ontftaan, zijn __pok op de verdeelingen tusfchen geasfocieerden toepasfelijk. BEPALING BETREKKELIJK DE SOCIETEITEN| ek mf VAN COMMERCIE. Sv _ Art. 1617. je Het bepaalde bij dezen titel is niet op focfeteiten van cam- 5 mercie toepasfelijk, dan alleen met betrekking tot die pun-_ De ten, dewelke niets bevatten, het geen tegen de commerciële_ B C___wetten en gebruiken ftrijdigis.— [ dhr b ‘; elkom gen VAN LEENING jpk ee ‘Er beftaan twee foorten van leering: EE Die van zaken, welke men gebruiken kan, zonder dat dee zelve te niet gaan;- En die van zaken, welke door het gebruik, het welk men daarvan maakt, vergaan:| sel ka De eerfte noemt men bruikleening of commodaat; ab Ees man wordt verbruikleening of eenvoudig leering ge| EREN f|_ EERSTE{Mi bnl EED Tt in NEO Ne ar x- | 4 1 C 261 j dt Mn cieerde an EERSTE HOOFDSTUK; dek De Ken valt—…—*- d,| run VAN BRUIKLEENING OF COMMODAAT: desmgel-| 5 EERSTE AFDEELING. NS an| VAN DEN AARD VAN BRUIKLEENING, nsfclijk, j Art. 1619:$ Í Bruikleening is eencontraCt, waarbij iemand eene zaak aan ETEN een’ ander’ ten gebruik geeft, onder voorwaarde dat deze dezele \_ ve, na daarvan gebruik gemaakt te hebben, zal teruggeven. Art, 1600. Nemas De aard ván bruikleening brengt mede, dat dezelve Om niet 4 gedaan worde, van COL Art. ï6ar. E de el De uitleener blijft eigenaar van de geleefde zaak. = Al wat niet van den handel der menfchen is uitgefloten, of door het gebruik niet vergaat, kan het onderwerp dezer over- Re eenkomst zijn,| EN; 5 Art. 1623. A[ De verbindtenisfen, die uit dit contraét voortfpruiten, gaan HA over op de erfgenamen, zoo van den uitleener, als van den geen’ die ter leen ontvangt: E Indien echter de uitleening riet anders gedaam-is, dan vië aanmerking van den perfoon, dieterleen ontvangt, hebben zijs ne erfgenamen geen regt, om het geleende geed verder te blij- ven gebruiken,(| EU OZWEEDE APDEELINGE rwekne Be Den Ì VAN DE VERPLIGTINGEN VAN DEN GEEN’, 5 DIE IETS TER BRUIKLEEN ONTVANGT. vals ge EN ee 8 Art. 1624. Die iets ter leen ontvangt, is gehouden, als een goed huisvae ‚der, te zorgen voor de bewaring en inftandhouding der geleen- | de zaak: ‚- Hij mag van dezelve geen ander gebruik maken, dan het- STE welk de aard der zaak mede brengt, of bij de overeenkomst Mr en à\__ bepaald €] AE NE ZE EE) Sen a RETE Ear ET rj bepaald isg alles op pene van vergoeding van kosten, íchade en interesfen, indien daartoe termeu aanwezig Ba Indien hij de ter leen ontvangene zaak tot een ander einde, gf gedurende een’ langer’ tijd, dan bij de overeenkomst bee paald was; gebruikt, is hij: voor het verlies derzelve, al had dit verlies ook door een bloot toeval plaats; aanfprakelijk. Wanneer de geleende zaak vergaan is dooreen toeval, waar woor men dezelve door het gebruik van zijne eigene zaak had kunnen bewaren, of waunéer mett, beide de zaken niet te ge= lijk kunnende behoudeir, zijn eigen goed beven het. geleende den voorrang heeft gegeven, ontflaat hierdoor: eene verplig: ting: om de vergane zaak te vergoeden. ei te B ne … Art.'1627s 1“ Tmäien-bij-de terleerigeving de zak is getaxeerd, is hij, die dezelve ter leen ontvangen heeft, voor het verlies-dadrvans ook dan wanneer zulks. door een onvermijdelijk toeval mogt weroorzaakt zijn, aaufprakelijk, ten ware het tegendeel mogt …} Wame hedongen zijn. Iädiemr de geleende zaak door} dat gebruik„ waarvoor dee zelve‘ter leen. ontvangen is, buiten toedoen-vam den gebrui Ker, in waarde vermindert, is déze wegens die vermindee Fig niet aänfprákelijks … Aen Ata En gou die€: Art: 1629. Die eene zaak ter leen ontvangen heeft, kan dezelve niet Fi coïpenfatie brengen, tegen. hetgeen de uitleener aan hem, Ed Kl ;„Art. 1630. Die iets ter leen ontvangen heeft, kan de onkosten, welke. hij, om de zaak te kunnen gebruiken, gemaakt heeft, niet van den uitleener terug vorderen.- Re A EA IOR Wanneer verfcheiden perfonen dezelfde zaak gezamenlijk m bruikleen ontvangen hebben, is ieder hunner daarvoor, Pd van«den. uitleener„ voor het geheel aanfpras kelijke en egen ie e t dp ul Heop p tjd ied ot hd er de hof der ehh f reder den defrens net eng fende gel buen kep, dem ef de mo Jistleze | ‚VAN 5. AN be en lut DERDE AFDE ELEN VAN:DE VERPLIGTINGEN VAN DEN der eni) UITLEENER, Lt d 4 Joe, alte Art. 1632, akelijk,(De uitleener kan de geleende zaak niet terug eifchen, dan* na verloop van‘den tijd bij de. overeenkomst bepaald, of, val, wat, geene tijdsbepaling gemaakt zijnde, nadat. dezelve- gediend akk heeft tot het gebruik, waartoe zij uitgeleend was. niet te Art. 1633. À et. geleen Indien de uitleener echter inmiddels, of vóór dat ‚het gen ve verp bruik der zaak geëindigd is, dezelve om dringende en’one oe verwacht opkomende redenen zelf benoodigd heeft, kan de regter den geen’, die de zaak ontvangen heeft naar mate var, hijs de omftandigheden, noodzaken, om dezelve aan‘den uitlees hegsdaims ner terug te geven. k toevalaf B Art. 1634.; gendeehat, Wanneer hij, dieeene Zaak ter leen ontvangen‘heeft„ge. durende het bruikieen, tot inftandhouding wan dezelve, eeni« ge buitengewone, noodzakelijke onkosten heeft moeten ma waor ken, dewelke geen uitftel konden lijden, en waarvan hij buis rdengbe ten de mogelijkheid was den uicleener. vooraf te verwittigen, ie venit is deze gehouden hem de gemaakte onkosten te-vergoeden. Arte 1635. z, Indien de ter leen gegevene zaak zoodanige gebreken. heeft 3 n dezelven dat daardoor aan den geen’, die zich van dezelve bedient„ eraan madéel zou kunnen worden toegebragt, is de uitleener, wan- meer hij die gebreken gekend, en daarvan niet gewaarfchuwd heeft, voor de gevolgen verantwoordelijk. mk ten, WE 7 se heef, 1 TWEEDE HOOF DS T UK, | Ë k gezant per daan hel aa VAN VERBRUIKLEENING OF EENVOUDIGH LEENING.. EERSTE AFDBELEN GE, Pd | VAN DEN AARD DER VERBRUIKLEENINGS | sn„Art. 1636. ‚_ Perbruêklecning vis eene overeenkomst, volgens welke “femand. an eén’fander’ zaken, die„coor het gelruik te niet gaan„ afgeeft, onder voorwaarde om even zoo veel, en van gelijke foort en qualiteit, terug te geven.| E den t ze dArte 1637. — Door verbruikleening wordt hij, die eene zaak ter leen ont vangt, eigenaar van dezelve; en wanneer die zaak, op wel. ke wijze ook, vergaat, komt. dit verlies voor zijne reke. ning. 5|| “Art. 1638. De fchuld, uit leening van geld voortfpruitende, is niet anders dan van de geldfom, die geleend is, zonder bepaling_ van de fpecie: Indien’er vermeerdering of vermindering der waarde van} de geldfpecie ontftaat, vóór dat de tijd der voldoening vers_ “ fchenen is, moet de fchuldenaar de-fom, die aan hem ge leend is, voldoen in zoodahige fpecie, als ten tijde der vol. doening gengbaar is, en volgens den geldkoers of uitwendige waarde, die dezelve op dat tijdftip heeft. -Art. 1639. De bepaling; vervatin het voorgaand artikel, vervalt, wan_ teer de leening in ftaven goud, zilver of ander metaal, ge-— fchied is. Art. 1640. Wanneer ftaven of koopwaren ter leen zijn gegeven, is de‘fchuldenaar, het zij dezelve in waarde vermeerderd of verminderd zijn, altijd’ gehouden eene gelijke hoeveelheid van dezelfde qualiteit terug te geven, en kan ook nimmer tot_ gen Veen, off gal, gar pd KL he tl de el over no Ì iets meerder genoodzaakt worden, TEENS dhr MG. VAN DE VERPLIGTINGEN DES UITLEENERS. Y ke Art. 1641. In verbruikleening is de uitleener gehouden tot degelfde verantweordelijkheid, welké bij artikel 1635, ten aanziea van bruikleen, ‚bepaald is “Art. 1642. De uitleener kan het ter leen gegevene niet terug eifchen, dan. nadat de tijd, bij de overeenkomst bepaald, verftre- ken is. Art. 1643. Geene tijdsbepaling gemaakt zijnde, kan de wegter, maar ge we hi Wa 8 #,\ Û ike La gelang der omftandigheden, aan den geen’, die de zaäk ter—- Verl, ears leen ontvangen heeft, eenig uicftel toeitaan. oan |_ Wanneer men overeengekomen is dat hij,'die eene zaak ter ens of geldfomme ter leen ontvangen heeft, dezelve- teruggeven kopi zal, wanneer hij daartoe in ftaat zal zijn, kan de regeer, zijne wl„naar gelang der omftandigheden, den tijd der teruggave |_ bepalen. ES DERDE APDBELIINE: der bep„ waarde v VAN DE VERPLIGTINGEN VAN DEN GEEN, doening v. DIE IETS TER LEEN ONTVANGT. ide del Ki wed| REL Die iets ter leen ontvangt, is verpligt hetzelve op een” bepaalden tijd, en in gelijke hoeveelheid en qualiteit, terug te geven. Art. 1646. ï Daartoe buiten ftaat zijnde, is hij verpligt tot betaling van de waarde van het ter leen gegevene; in de berekening van welke waarde de tijd en plaats, waar de teruggaaf, volgens dn „vervalt, w ie metaal,} j SCGEVEn, ú overeenkomst, had moeten gefchieden, in aanfchouw moet eerden worden genomen.|: hoeve Indien die tijd en plaats bij de overeenkomst niet bepaald je AMDEE zijn, moet de betaling gefchieden overeenkomtftig den prijs, E welken de zaak, ten tijde en ter plaatfe, waar de leening ge« fchied is, heeft gehad,| Art. 1647. LN 6 Wanneer hij, die iets ter leen ontvangt, hetzelve, of de 3 waarde-van dien, ten tijde, bij de overeenkomst bepaald, niet | BENEN ee teruggeeft, is hij gehouden daarvan federt dien tijd interes=" || fen te betalen. Me DERDE HOOFDSTUK. F tor deg,&- 7 aa: s 5 ie VAN TER LEENGEVEN OP INTERESSE Ne ng elli Art. 1648.\ mid, ve In verbruikleening, het zij vau geld of van koopwaren; | ef van andere handelbare zaken, ftaat het vrij daarvoor in- teresfen te bedingen, geer, u sen ag  ee a R- 3 Art. 1649, Li Bat Att. 1649:0 07| Wanneer’ hij, die tene zaak ter leen ontvangt, daarvan interesten betaald heeft, zonder dat dezelve bedongen waren, kan hij dezelve niet têrug vorderen, noch in vermindering Ed der hoofdfom doen ftrekken. Art. 1650, Ingeresfen zijn verfchuldigd., of uit krachte van de wet, of ten gevolge van eene overeenkomst: Het bedrag der legale interesfen wordt door bijzondere wetten bepaald:& a| De conventionele interesfen kunnen de legale te bovengaan in alle gevallen, waar de wet zulks niet verbiedt: Ee Her bedrag der conventionele interêsfen moet fchriftelijk worden. bepaald.»«#© ek en | Art. 1651. Ô| 8 Quitantie voor de hoofdfom, zonder voorbehouding van & interesfen, gegeven zijnde, wordt vermoedt-dat- de interesfen betaald zijn, en wordt de fchuldenaar daardoor, dienvolgen= Phn nr Art. 1652, ek(taat ook vrij-interesfen te bedingen” van: eene hoofd- fom, welke de uitteener aanneemt, nimmér van den, geen’ die dezelve ontvängt, terug te zullen eifchen.’ 3 __Deze handeling wordt conflitutie van renten genâamd. en ATL Le ‚„Zoodanige conftitutie van renten kan op tweederlei wijzen gefchieden, het zij perpetueel, het zij op het lijf of voor het leven. À En\ Art. 1654. Fene perpetuële rente is uit haren'aard aan den‘afkoop on- derworpen. ae Partigen kunnen alleen overeenkomen, dat de afkoop niet gefchieden zal, dan na verloop van eenen zekeren tijd lord ke niet langer dan tien jaren mag gefteld worden, of dat de- zelve niet gefchieden zal, dan nadat de rentheffer zoo lang te voren van den afkoop zal verwittigd zijn, als tusfchen partijen vastgefteld is,[ meter Art. 1655. De fchuldenaar van perpetuële renten kan tot afkoop van dezelve genoodzaakt worden: En 1°, Indien hij gedurende twee jaren in de nakoming zijner verbindtenis nalatig gebleven is; en B 2°, Indien hij aan den geldfchieter de bij overeenkomst beloefde zekerheid verzuimt te bezorgen. Art. 1656. derd en 4 Jel zi vel b zen Önd | be wing en er vo meid teiet, es: iadetine| Toten de fehuldenaer infolvent wordt,‘kan«ook de toef der hoofdfom, van welke de perpetuêle renten betaald moe: ten worden, gevorderd worden,; vet, of| Art. 1657. 10 EGER / De regelen, aangaande de renten voor hetleven of lijfrenten; ee vervat in den titel van Kans- contracten, ain Ondere eld ingaan,|| mn| ie oe a BT de van BE WAARNEMING EN SPQUESTRATIE, (8 van\/ ns EERSTE HOOFDSTUK. Oer | VAN BEWAARNEMING IN HET ALGEMEEN, hol. Ko en EN DE VERSCHILLENDE SOORTEN. 4 VAN DEZELVE, ) gean’, il, Art. 1658. Á Bewaarneming, in het algemeens is. eene daad„waarbij ki ien men céne zaak, aan een’ ander’ toebehoprende aanneemt oor et ònder voorwaarde van dezelve te bewaren seirdn natura terug te geven, Art. 1659. bp on. Be Bewaarneming is tweederlei eigenlijk gezegde bomaarnes} ming en Jequestraije. i et be T WEEDE HOOFDSTUK B| VÂN EIGENLIJK GEZEGDE BEWAARNEMINGS) | EERSTE PED ET EENG: PM VAN DEN AARD EN HET WEZEN DER BEÌ oe WAARNEMING. HAS Ù B Art. 1660. kom Het contraét_ van eigenlijk gezegde bewaarneming brengt uit zijn’ aard mede, dat hetzelve om niet worde aangegaan. hrs| Art, 166T. CE TE An E DANE ED" GELD Dit contract kan niet dan’ met betrekking tot foérende goe: deren aangegaan worden. Art. 1662. Ook wordt hetzelve niet voor voltrokken gehouden, dan nadat de zaak door wezenlijke of veronderftelde overgifte aan den bewaarnemer overgegaan is./ De veronderftelde overgifte is voldoende, wanneer de bee waarnemer de zaak reeds uit eenigen anderen hoofde in bezit heeft, en men hem dezelve onder den titel van bewaarne- ming laat behouden, Eigenlijk gezegde bewaarneming gefchiedt vrijwillig of uit noodzaak, d Ld TWEEDE AFDEELING. VAN VRIJWILLIGE BEWAARNEMINGe Art. 1664. 5 Vrijwillige bewaarneming wordt te wege gebragt door de wederkeerige toeftemming van den geen’, die iets in bewaring. geeft, en den geen’, die hetzelve ontvängt, Art. 1665. Vrijwillige bewaargeving kan over het algemeen niet anders gefchieden dan door den eigenaar, of door een” ander’, met deszelfs uitdrukkelijke of flilzwijgende toeftemming. Vrijwillige bewaarneming moet door eene fchuiftelijke over- eenkomst bewezen worden; het bewijs daarvan door getuigen wordt niet toegelaten, ten aanzien eener waarde„ welke hon derd en vijftig guldens te boven gaat, e Art. 1667. Wanneer de bewaarneming van eene zaak, boven de hon- derd en vijftig guldens in waarde bedragende, niet bewezen wordt door eene fchriftelijke evereenkomst, wordt hij, die als bewaarnemer wordt aangefproken, op zijn woord ge- loofd, zoo omtrent de bewaarneming zelve, áls omtrent het in bewaring genomen goed, en de teruggave van hetzelve. Ren Art. 1668. Vrijwillige bewaarneming kan alleen plaats hebben tusfchen perfonen, die bekwaam zijn om met elkander te contracteren. Wanneer echter iemand, bekwaam zijnde om te con- tracteren, iets in bewaring“genomen heeft van een’ pêrloon, die niet) bekwaam was, is hij aan alle de verpligtingen van ||| eenen eat j fehad | gn ‚dier? zaak! Do gedat heeft pperaars jd ge, 9 D et 0 zien Del ij, E Ki io re De Ege tbe nde goe len, dan tifte aan de bee. | bezit Waarmee lof uit door de iswaring. j andes y, met kopere hugen j bone ce hore emezen hij, die ud gee| nt het| Kn sfcher eren, pe COle srloons en val eene in bewaring genomené zaak gebruik te maken, ‚0 3 eenen wezenlijken bewaarnemer onderworpen, en kar ter dier zake door:;den voogd of curator van den-geen’, die de zaak in bewaring gegeven heeft, aargefproken wörden.; gn Art. 1669.| Doch indien de bewaargeving-door een’ bevoegd’ perfoon. gedaan is aan iemand, die niet bekwaam was te contraéteren, heeft de bewaargever geen verder regt, dan‘tot reclame van de in bewaring genomen zaak, zoo lang dezelve nog bij den bewaarnemer berust, of, wanneer de gedeponeerde zaak niet bij den bewaarnemer berust, als dan tot vergoeding wan de= zelve, voor zoo ver de bewaarnemer daardoor gebaat is, DERDE AEDEELIN Gs (| „VAN DE VERPLIGTINGEN VAN DEN \DEWAARNEMER, Art. 16704, d De bewaarnemer is verpligt de hem toevertrouwde zaak met dezelfde zorg te bewaren, als hij” omtrent zijne eigene, zaken gewoon is te doen, Art. 1671. De bepaling van het voorgaand artikel wordt met meerdere fsengheid toegepast:|| z°. Indien de bewaarnemer zich zelf tot de bewaarneming heeft aangeboden;; 2”, Indien hij eenig loon voor de bewaring bedongen heeft 5 35°. Indien de bewaargeving eeniglijk om zijnent wil gedaán 185 en g°. Indien uitdrukkelijk bedongen is, dat hij voor alle foort van verzuim aanfprakelijk zoude zijn, Art. 1672. De bewaarnemer is in geen geval aanfprakelijk wegens fchaden, door toevallen van hooger hand veroorzaakt, ten ware hij in de teruggave der in bewaring genomene zaak nalatig geweest was, :_ Art. 1673. De bewaarnemer is onbevoegd om, zonder uitdrukkelijke of geprefumeerde toeftemming van den bewaargever, van de Art. 1674e pj bed © en A EN Cn a LTE e= Gn EL En àl A elke zaken hem in bewaring. zijn gegeven, Andien hem des zelve in een gefloten kistf of koffer, of in een’ verzegelden ömflag, zijn toevertrouwd. di: Dé bhewaarnemer is gehouden, dezelfde zaak welke. hij in bewaring ontvangen heeft, terug te geven, En kan met de teruggave van eene gelijkfoortige zaak niet wolftaans ir 5 =In bewaarneming van geld moet mitsdien dat zelfde geld in hatura- terùggegeven worden, het zij de. fpecie inmiddels in waarde vermeerderd of verminderd zijn mogt, ‚ De bewaarnemer kan volftaan met het goed terug te geven in dien fène, waarin hetzelve zich, ten tijde, der teruggave„ bevindt, en dé vermiuderingen„ daaraan, buiten zijne fchuld, toegekomen, zijn voor rékening, van den bewaargever. ’ Arte 1677» De bewaarnemer„wien het toevertrouwde„goed„van hooger hand ontnomenis, en die daarvan dé waarde, vf dets anders in de plaats ontvangen, heeft, is verpligt dit Ontvangene terug te geven. vinbsaate teer eoer dos Arte 1678. Ede tn 1: De erfgenaam van den bewaarnemer, die eenig goed, het welk kij niet wist dat ter bewaring ontvangen was, ter, goeder. trouwg verkocht heeft, is, niet verder: gehouden dan om den koopprijs overtegeven„of, indien hij denzelven nog niet ontvangen heeft, zijne aêtie tegen den kooper te cederen, Indien de in bewaring genomene zaak vruchten, opgeleverd Heeft,“die door den bewaarnemer genoten zijn, is hij verpligt dezelve mede terug te geven; doch tot betaling van interesten van eene aan hem toevertrouwde fomme gelds is hij niet ge- hotden, ten zij hij in de teruggave derzelve nalatig is geweest. eSIRSPHCH Art, 1680, 21, en De bewaarnemer moet de in bewaring genomene zaak, niet teruggeven, dan aan den geen’, die hem dezelve heeft toevertrouwd, of aan den geen’, op wiens naam de bewaar- geving'gefchied is, of aan den geen’, die-hem«tot het terug ontvangen-van dezelve aangewezen 1. Art. 1681. 4 B _De bewaarnemer kan van den bewaargever geen bewijs vor- deren, dat deze eigenaarsvan het in bewaring genomen goed is. “Indien hij echter ontdekt dat het in bewaring genomen goed: geftolen is,en aan wien hetzelve in eigendom toebehoort; is hij vels … Het ftaat aan den bewaarnemer niet vrij, te. onderzoeken„ Sn zi derma’ in hem de verzegelde ke hik u met de be geld in Biddels in ite gevett iurgave, je{chuld, kt. broed van fraarde, d als dit $ Bas, Ur raden dat elven nog pe cederen, poeleverd bverpligt perestel ej iet ge: py gemeen. bene Zak Ive heit > Dewael: het terug wijs vor| (l goed B, men J0EE oft, ijs hij vér hoed, het» Con) werpligt den eigenaar kehnis te geven, dat deze zaak bij hem gedeponeerd is;- met fommatie om die, binnen een’ bepaalden en daartoe gefchikter tijd, als zijn eigendom. te reclameren 3 Indien de eigenaar verzuimt de reclame te doen, is de bewaarneimer bevoegd de zdak aan den geen’, van wien hij dezelve ontvangen. heeft, terüg te geven, en ie van alle verdere aanfpräak ontflagen. 1 Arts 1682, ee In geval van overlijden van‘den bewaargever, kaf de in bewaring genomene zaak niet dan aan zijnen erfgenaans teruggegeven worden:> Indien hij verfcheïdene erfgenamen heeft, moet dezelve aan elk van hen terug gegeven worden, naarmate van ieders aandeel en portie; doch, indien de zaak ondeelbaar is, moetende erfge= tiamen zich onderling over de overneming van dezelve verftaans Art. 1683. Wanneer de geen, die eene zaak in bewaring gegeven heeft 5 wan ftaat veranderd is„ bij voorbeeld, wanneer eene vrouw, die haar eigen meester was„op het tijdftip dat zij de bewaargeving deed, naderhand getrouwd is, en onder.-de voogdij van den man is gekomeu, of wanneer een meerderjarige, nadat de bewaargeving gefchied is, onder curatele is gefteld, kan, in deze, en andere gevallen van gelijke natuur, de gedeponeerde zaak niet teruggegeven worden, dan aan den geen’, die de adminiftratie van des bewaargevers goederen heeft. en Art. 1684. en Iirdien. de bewaargeving door een’ voogd, man of admini- ftrateur, in deszelfs qualiteit, gedaan is, en die qualiteit inmiddels heeft opgehouden, kan het in bewaring genomene niet teruggegeven worden, dan aan den perfoon, die doof den man, voogd-of- adminiftrateur, ten tijde der bewaarges ving, Vertegenwoordigd werd. Art. 1685. Indien bij de overeenkomst bepaald is, waar ter plaatfe de teruggave gefchieden moet, is de bewaarnemer verpligt zich dien overeenkomftig te gedragen; de kosten, daarop vallende Komen voor rekeming van den bewaargever., bo Art. 1686. Geene bepaling omtrent de plaats der teruggave gemaakt Zijnde, moet dezelve gefchieden ter plaat{e, waar de bewaar, geving gefchied is. Art. 1697. t « De in bewaring genamene zaak moft aan den bewaargever “teruggegeven worden, zoodra deze zulks vordert, al ware het dat bij de overeenkomst eene bepaling omtrent den tijd der '/ te- | í Le} ú A| teruggave gemaakt was; ten zij een derde die zaak ónder den bewaarnemer gearrefteerd, of tegen de teruggave en verplaat- fing van dezelve een geregtelijk verbod mogt gedaan hebben. Art. 1688, > à e RS: bn 5 Een bewaarnemer, die zich aan ontrouw heeft-fchuldig ge= maakt, wordt tot het beneficie van boedel-afftand niet toege- laten. 5 Art. 1689. Alle de verpligtingen van den bêwaarnemer houden op, wanneer hij, ontdekt, en bewijzen kan, dat het in bewaring genomen goed hem zelven in eigendom toebehoort. FIERDE AFDELING VAN DE VERPLIGTINGEN VAN DEN BE’ _WAARGEVER. | Art. 1690. … EN De bewaargever is gehouden aan den bewaarnemer te ver- goeden alle. de kosten; door denzelven, tot inftandhouding van het in bewaring gegeven goed, gedaan, en denzelven fchade- loos te ftellen wegens alle verliezen, welke hij door de bewaar- neming mogt geleden hebben. sert 160r. en De bewaarnemer is geregtigd om het in bewaring gegeven goed zoe lang onder zich te houden, tot dat de vóldoening van het geen hem ter zake der bewaarneming toekomt, ge- £chied is. VIJFDE AFDEELING. VAN BEWAARNEMING UIT NOODZAAK. Arte 1699, Bewaarneming uit noodzaak heeft plaats in geval van on= heil; als van brand, inftorting van een gebouw, plundering, fchipbreuk, nf ander onvoorzien en onvermijdelijk toeval. Art. 1693. Ee Het bewijs door getuigen wordt in noodzakelijke bewaarnes inz toegelaten, zelfs dan, wanneer, de zaak, die beweerd wordt in bewaring genomen te zijn, de waarde van honderd en vijftig guldens te boven gaat, Art. 16944 oor| gen« Hetbe ers, w rich bij De en woor | Zhi omde Hikegd, Oi fre nnen tvden, D B OD, & N Art. 1694. ge ben ‚_Veor het overige zijn alle de hier woren gemelde opgegevene ae| zegelen op noodzakelijke bewaring mede toepasfelijk.: Ë Art. 1695. |, Herbergiers of logementhouders zijn, even als bewaarne- lig pe ‚ mers, verantwoordelijk voor de goederen, door reizigers, die (leje| zich bij ben ophouden, aangebragt. ee De bewaarneming van die foort van goederen wordt gehouw den voor eene noodzakelijke bewaarneming, 1 Op, Art. 1696.| Variag© Zij zijn verantwoórdelijk wegens diefftal of bufchadiging der goederen van de reizigers; her zij de diefftal of befechadiging ‚_… vam die goederen door hunne bedienden of geCmploijeerden„ | of door gaande en komende vreemdelingen hegaan of toe Te. _ bragt zijn, de e B, Art. 1697. is“Doch zij zijn niet verantwoordelijk voor diefftallen, gewa. penderhand, of op eene andere zeer gewelddadige Wijze gee pleegd, die Omtrent de verantwoordelijkheid van fchippers, voerlieden, nem Aannemers van posten vrachtwagens, beurtfchepen en fchui- de knveren, is gehandeld in art, 1546, 1547, 1548 en 1549. ie DERDE HOOFDSTUK. egeven VAN-SEQUESTRATIE, loening at, gee LERSTE AFDEELING. VAN DE VERSCHILLENDE SOORTEN VAN SEQUESTRATIE. 5 B. Art. 1699. „„Seguestratie wordt daargelteld, of door overeenkomst, of goor regrerlijk bevel, aft Ole dering, IJ, armes weerd see … jnderd Se| TWEE. Í Jen van éen” derden, die van zijne zijde aanneemt, dezelve„‚} Cem 3 TWEEDE AF:DEELING, Ld | VAN SEQUESTRATIE BIJ OVEREENKOMSTe Art. 1700. k Sequestratie bij overeenkomst heeft plaats, wanneer een of meer perfonen eene zaak, waarover gefchil is, in handen ftel-_ nadat het gefchil is uitgemaakt, terug te geven aan den geer’, die daartoe geregtigd zal bevonden:wordene_ en | Art. 1701, Het is hiet noodig dat deze fequestratie om niet gefchiede. e! Art. 1702. Wanneer de fequestratie om niet is, wordt dezelve onder. worpen aan de regelen, omtrent eigenlijk gezegde bewaarné- ming vastgefteld; behoudens de hier navolgende. uitzondering. Art. 1703. ep Ne De fequestratie kan niet alleen ten aanzien van roerende, maar ook van onroerende goederen plaats hebben. Art. 1704. De bewaarhemer kan, ingeval van. fequestratie, vande} bewaring niet ontflagen worden, vóór dat het gefchil is uitges maakr, ten’ zij met toeltemming van alle de daarbij belang- hebbende partijen, of om eene wettig geoordeelde reden, DRRDE arnamerke VAN GEREGTELIJKE SEQUESTRATIES Rav eerd„Art. 1705. Sequestratie bij regterlijk bevel kan onder anderen plaats heb« ben, ten aanzien: 1°. Van goederen eens fchuldenaars,: welke” gearresteerd zijns j zo, Van onroerend of van roerend goed, over welks eigen- dom of bezit tusfchen twee of meer partijen gefchil is ontftaan5 en 3°, Van zaken, welke gen{chuyldenaar ter zijner bevrijding aanbiedt,[| Art 1706 ï bre pl kl var daa van | vind | get ee: An 4 NG (KOMST vanneer ee in handen. mt, deze— in den ge, | gefchied lezelve or ple bewat aitzonder dvan toeter In. atie, van vefchil is u jhaarbij bel be reden, NG. Ë gen plaats! ui gears „Jer welks’ rijen 0 yijner bf Art 1 | „ket{pel of uit eene weddingfchap voortgefpreten. sein Sa C 275 Art. 1906. je De aanftelling van éen” fzquester van gearresteerde goederen brengt tusfchen denzelwei en den ärresvant Wederkeerige vere pligtingen te wege,| De fequester is verpligt het gearrestéerde, als een goed Itis. vader, te bewarên en gade te{laan 5 hij is” gehouden s wanneer daartoe termen zijn, hetzelve overtegeven, om ter voldoeniug van den arrestant verkocht te: worden; of is verpligt, in geval van Onrflag van arrest, hetzelve terug te geven aan de partij tegen welke het arrestgerigt is. … De arrestant is daarentegen verpligt, het bij de- wet bee paald falaris aan den fequester te betalen, Ai 174 SArt) 1pb2. 2 Geregtelijke fequestratie word: Opgedragen of aan een” pera Jon, omtrent welken de belanghebbende partijen onderling Zijn overeengekomén„of aan een? pertoon, die daartoe door den regter ambtshalve benoemd wordt. j In beide gevallan is Zoodanige perfhon: a aan dezelfe vere pligtingen onderworpen, welke aan een? feguesser zij overzene Komst, ingeval vau vrijwiilige feques:ratie; opgelegd zijn. LOER TWAALEFDE TITEL. VAN KANS-CONTRACTEN, sd de Art. 1708. Een kans-contratt js eene wederzijdfeha overeenkomst ò waarvan de uitkomtten, met betrekking tot winst en Verlies, het zij voor allè de Partijen„’het zij voor eenige of fommige van dezelve, van eene onzekere gebeurtenis af hangen. Zoodanige zijn: dart smith Het contraêt van asfurantie,; bodemerij,{pel en wedding. fchap, en het contract van lijfrenten. De twee eerften worden door de zeeregten gewijzigd, EERSTE HOOFDSTUK, VAN SPEL EN WEDDINGSCHAP, Le De wet ftaat geene atie toe ter zake var eene(chuld, uit Art, 1710, & Gn nn BEE GE zake te ontzeggen, wanneer hem de fom onmatig € 276 Art. 1710. Onder deze bepaling zijn echter niet begrepen die fpelen, welke gefchikt zijn om het Iygchaam te oefenen en vaardig te maken, als het fchermen, wedloopen, en dergelijke:— Niettemin ftaat het aan den regter vrij, een’ eisch te dier voorkomt. Art: 1711: In geen geval echter kan de geen, die het verlorene vrij wil- lig betaald heeft, hetzelve terugvorderen, ten ware de winst door kwade trouw, bedrog» of afperfing mogt verkregen ca genoten zjin. T WEEDE HOOFDSTUK. VAN CONTRACT VAN LIJFRENTEN. EERSTE AFDEELING. VAN DE VEREISCHTEN VAN LIJFR ENTENe Art. 1712. Lijfrente kan bij onereufen titel verkregen worden; gelijk alstegen betaling van eene zekere fomme gelds, of tegen afftand van een roerend goed, dat geldswaarde heeft, of eindelijk te- gen overdragt van eenig onroerend goed. Art. 1713° Zij kan ook geheel om niet, het zij bij fchenking of bij tes- tament, gevestigd worden; doch zulks moet als dan gefchie- den op de wijze, welke de wet voorfchrijft. Art. 1714* Lijfrente is nietig indien zij ten b ie onbekwaam is om iets te ontvangen Art. 1715: Eene lijfrente kan gevestigd worden, het zij op het lijf van- den geldgever, het zij op het lijf van een” derden, offchoon deze geen regt heeft om het genot van dezelve te hebben. ehoeve van den perfoon, „ gevestigd is. Art. 1716. Zij kan op één of meer lijven gevestigd worden. Art. 1717: ‚Zij kan ten behoeve van een’ derden gevestigd worden, of- fchoon-een ander den prijs derzelve voldoet: ner te geval het aanzien ee fchen- Hoe zeer eene lijfrente in dit laat fpelen,| ardig te| bte die| komt.| vrijwite SE ‚winst| gen eh EN nafland lijk te bij es refchiee pelon, gs est if B offchan den, Ig ‚gien 4 chen 227 Ì fchenking heeft, wordt echter, met opzigt tot den vorm, niet gevorderd het-geen tot het doen van fchenking vereischt wordt. Art. 1718. zi Een contrat van lijfrente, op het lijf van iemand gevestigd, die ten tijde van het aângaan van hetzelve reeds dood was, is- nietig, en heeft geen gevolg. as rte 1719. Hetzelfde heeft plaats ten aanzien van een contraêt van lijf. rente, gevestigd op het lijf van iemand, die bij het aangaan van het contract aangevallen was door eene ziekte, aan welke hij binnen twintig dagen na de dagteekeniag van het contrat overleden is.; Art. 1720, Eene lijfrente kan tot zoodanig montant gefteld worden„ als de contraéterende partijen goedvinden te bepalen. TWEEDE MP UEELING. VAN DE GEVOLGEN VAN LIJFRENTE, TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN, DIE GECON- TRACTEERD HEBBEN. Art. 1zor. De geen, ten wiens behoeve eene lijfrente, tegen betaling van zekeren prijs, gevestigd is, kan de wernietiging van het contract vorderen, indien de fchuldenaar in gebreke blijft om hem de-bedongene zekerheid te bezorgen. Ärt. 1722, Wanbetaling der verfchenen lijfrente geeft den rentheffer geen regt, om aflosfing van de hoofdfom, of teruggave van het door hem daarvoor afgeftane goed te vorderens hij heeft‘al- leen het regt om den perfoon en goederen vau zijnen fchulde- naar voor de achterftallige renten aantefpreken en-te execute- ren. Art. 1723. De fchuldenaar kan zich van de betaling eener lijfrente niet ontflaan door de aflosfing van d>: hoofdfomme aautebieden, en van de terugvordering der reeds betaalde rencen afitand te doen 5 hij is integendeel gehouden met de betaling der lijfren- te voorttegaan, zoo lang de perfoon of perfonen, op wier lijf dezelve gevestigd is, in leven zijn; ho: oud dezelve ook mo- gen worden, en hoe bezwarend de uakoming dezer verbindte- nis ook voor hem zijn moge. S 3 Art, 1724. SNES ANEN AND Ei REEDE CC w8 Dd ' Art, 1724. De’ betaling van eene lijfrente moet niet verder gefchieden dan naar eveuredig] reid van de dagen, welke de renthcffer ge= leefd heeft. Indien echter be dongen is dat de devine vooruit gefchie. den zal, heeft ve ventheffer van den dag af„op welker een ter- wijn heeft moeten betaald worden ‚ een n volkomen regt tot de- zelve, Art. 1725: Her beding dat eene lijfrente niet arrestabel zijn zal, is-onbe- ftaanbaar, ten ware dezelve om niet mogt gevestigd zijn. Ârt. 1726, De betaling van eene lijfrente kan niet gevorderd worden, dan wanneer“de rentheffer van zijn leven„of wan dat vanden peifcon, op wiens lijf dezelve gevestigd is, doet blijken. DERAELEN DB rdvliadsE Le VAN MANDAAT OF LASTGEVING, EERSTE-.HOOFDSTUK. VAN DEN AARD EN DEN VORM VAN LAST* GEVING, Art, 1727, Mandaat of lastgeving is cene: handeling„ bij welke iemand aan eén’ ander’ last zeeft, om eene zaak voor hem en in zij- nen naam te verrigten: Dit contrat wordt niet voltrokken, dan: door de aanneming van den gemmagtigden, Art. 1728, Lastgeving kan, of bij publieke acte„ of bij een fen handsch gefchrift“zelfs door middel van een” brief, gefchie- den: lastgeving kan ook bij monde-gedaan worden, maar het bewijs«oor getuigen oge ten aanzien derzelve niet tóegela- ten dan overcenkomftig het. bepaalde bij den titel vas con- tracten ef neden verbindtenisfen in het algemeen, De: agpneming van een” last of mamdaar kan ook itilzwrijgen- ge gefchieden, en afgeleid worden uic de executie, die de last- hebber aan het mandaat gegevén heeft, Art. 1729. | geho enfis we ik Ë É Ë Chieden er ge gefchie. cen tere tot de. „Onbee le prden,« an den we li hd lp emand a zij baneniag* 1 onder 5 gefchie raar he gregdla: jan Gone 7, zwijger: de last it 1e C 279} | Art. 1729.|| Las'geving gefchiedt uit haren asrl om niet, ten zij het tegendeel bedongen is. Art, 1730. Lastgeving is of algemeen en tot a'le zaken, of bijzonder en fleches tot ééne zaak, of tot zekere bepaalde zaken betrek- kelijk. Art. 1731. Eene lastgeving, in algemeene bewoordingen vervat, wordt geacht alleen tot daden van adminiftratie betrekkelijk te zijn. Om goederen te vervreemten.of met hypotheek te bezwa- ren, of andere dergelijke daden te verrigten, wordt een uit- drukkelijk mandaat vereischt.: ik, Arts 1732. Een mandataris of lasthebber mag niets verrigten, waardoor hij de bepalingen van het mandaat zoude te buiten gaan. De magt om een gefchil bij transactie aftedoen fluit geens- zins het vermogen in, cm de beflisfing van het gefchil aan de uitfpraak van een’ derden bij compromis overtelaten Art. 1733. Die aan eene getrouwde vrouw of vaan een’ minderjarigen het beheer van eerigen hardel opdraagt, is door derzelver handelingen, ten aanzien van derden, even zeer verbonden, als of hij een’ man of een’ meerderjarigen aangelteld had. TW Beier Ots Tk: VAN DE VERPLIGTINGEN VAN DEN MANe DATARIS OF LASTHEBBER. Art. 1734: Een lasthebber is gehouden tot de volbrenging van den aan- genomen last, zoo lang hij van denzelven niet ontheven is, en is verantwoordelijk voor de kosten, fchade en interesfen, welke door het niet: uitvoeren van dien last zouden kunnen on: Re niiraan Ü Ook is hijgehouden, de zaak, waarmede hij, ten tijde van het overlijden van den lastgever, een” aanvang hadt gemaakt, ten einde te brengen, indien uit het niet afdoen van dezelve nadeel zou kunnen ontftaan. Art. 1735. „Een lesthebber is in de uitvoering van den last, niet alleen wegens kwaadropzet, maar Ee wegens fchuld of werzuim, C 280 j) verantwoord:lijk3 nogtans wordt deze verantwoordelijkheid we. gens fehuld: of verzuim minder{treng genomen, ten aanzien— van den geen’, die een’ last om niet op zich genomen heeft, dan van den geen’, die daarvoor loon ontvangt. 4 SR Art. 1736. E Elk lasthebber is gehouden rekenfchap van zijn verrigtete© geven, en aan den lastgever verantwoording te doen van alles, wat hij vit krachte van het mandaat ontvangen heeft; al ware 4| het dat het ontvangene aan den lastgever niet werfchuldigd_ mogt zijn geweest,! Ee Art. 1737. Een gemagtigde is verantwoordelijk voor den geen’, dien hij in zijne werkzaamheden fubftitueert: 1°. wanneer hij de magt| van fubftituiie niet bekomen heeft;2°. wanneer, hem die magt zonder aanduiding van een’ bepaald’ perfoon gegeven zijnde, bij iemand. aan zich gefnbftitueerd heeft, die blijkbaar onbe- kwaam of infolvent. was. In alle gevallen kan de lastgever onmiddelijk den gefubftitueerden tot verantwoording aanfpre- ken. bidt Sd Art. 1738. Wanneer verfcheiden perfonen bij eene en dezelfde lastgeving gemagtigd zijn, heeft ten hunnen aanzien geene folidaire ver- bindtenis plaats, dan voor zoo verre zulks uitdrukkelijk be- paald is, Art, 1750. Een lasthebber is verpligt interesfen te betalen van de{om- me, welke hij tot zijn eigen gebruik aangewend heeft, van den dag af, waarop hij dezelve tor zijn gebruik genomen heeft, en van de fomme, die hij aan den lastgever tot flot van reke- ning uitkeeren moet, van den dag af dat hij daarvan in ver- zuim is. Art. 1740. Een lasthebber, die aan de partij, met welke hij handelt, den infieud van zijnen last ten vollen heeft bekend gemaakt, is niet aanfprakelijk ten aanzien van het geen boven zijnen last gefchied is, ten“ware‘hij zich in dit opzigt perfoonlijk ver- benden mogt hebben. DERRE HaerssrTukK if VAN DE VERPLIGTINGEN VAN DEN LASTe GEVER. Art. Iz4L. De lastgever is“ verpligt de verbindtenisfen, door den last heb- liked— ten aamid Omen heej enen, 1 verige 1 van alt erfchuld, mn’, denis. hij de ws em die mw, ven zijn. kbaar oft. de Jastor ling aal etste folidaïre ve ukkelijk bo on 5 je ‚van de ut” ‚ heeft, VA oN zomen heet pt van zeke an fn VEL hij handel cd gemd „foonlijk# jL ASTe | 4 Egor den hs R het C 281) 1 hebber, overeenkomftig den gegeven’ last, aangegaan, nate- komen„ doch hijis niet gehouden tot het geen bovendien mogt gecontragteerd zijn, dan voor zoo verre hij hetzelve uitdruk- kelijk of fulzwijgende bekrachtigd heeft. ‚_ Art. 1742. De lastgever is verpligt dén lasthebber te vergoeden alle de uitfchotten en kosten, welke deze in de uitvoering van den last heeft moeten doen en maken, alsmede aan denzeiven zijn leon te betalen, indien’er loon bedongen mogt ziju: Van deze verpligting wordt de lastgever, wanneer door den mandataris-geene fout begaanis, die aan hem geïmputeerd kan worden. niet ontheven„ doordien de zaak zoude moger mis lukt zijn; gelijk de lastgever ook geene vermindering van het ‚ beloop der kosten en uitfchotten mag vorderers al ware het dat dezelve minder hadden kunnen zijn, : Art. 1743» De lastgever is ook gehouden den lasthebber fchadeloos te flellen wegens de verliezen, welke deze in de uitvoering van den gegevenen last mogt geleden hebben, z00 dezelve door geene onvoorzigtigheid, die aan den mandataris geïmputeerd kan worden, veroorzaakt zijn. Art. 1744. De lastgever is aan den lasthebber, wegens deszelfs uit fchotten, interesfen verfchuldigd, van den dag af, waarop deze aantoont die uitfchotten gedaan te hebben. Art. 1745: Wanneer de lasthebber door onderfcheiden perfonen tot eene gemeene zaàk is geconftitueerd„is elk van hen in /olidum; of voor het geheel, aan den Jasthebber woor de gevolgen van het gegeven mandaat aanfprakelijk, VIERDE HOOFDSTUK. VAN DE VERSCHILLENDE WIJZEN, WAAROP LASTGEVING EINDIGT, Art. 1746. Lastgeving eindigt: 3 Door herroeping van het mandaat; ee Door opzegging van hetzelve door den lasthebber 5 Door den dood of infolventie, het zij van den lastgever het zij van den mandataris; En eindelijk wanneer een van beiden onder curatele gefteld wordt. S 5 Art. 1747. C sâs Art. 1747. Een lastgever kan zijn’ gegeven’ last intrekken wanneer hem zulks goed dunkt, en den gemagtigden, daartoe termen zijnde, noodzaken, de acte of het bewijs, hetwelk deze van den gegeven’ last in handen heeft, terug te geven. Art. 1748. De herroeping alleen aan den Jasthebber kenbaar gemaakt zijnde, kan zulks het regt van derden, die„daarvan onkundig zijnde, naderhand nog met den 1asthebber gecontracteerd hebben, niet verkortens behoudens het verhaal van den last- gever op den gemagtigden, Art. 1749. De aanftelling van eenen nieuwen mandataris, tot het vers rigten van dezeifde handeling, heeft gelijke kracht met eene herroeping van den eerften mandataris, en werkt, met opzigt tot denzelven, van‘den dag af, dat deze nieuwe aanftelling aan hem kenbaar is gemaakt. AAN: 1750 Een gemagtigde kan het mandaat opzeggen, door van zijne opzegging aan den lastgever kennis te geven: Índien deze opzegging echter tot nadeel van den lastgever {trekken mogt, is de mandataris niettemin gehouden denzelven deswegens fchadeleos te ftellen; ten ware hij buiten ftaat zija mogt, om den last verder te volbrengen, zonder daardoor zelf aanmerkelijke fchade te lijden. AE 175r. Indien een lasthebber onbewust is van den dood van den Jastgever, of van het beftaan van ééne der oorzaken ‚ die het mandaat doen eindigen, is hetgeen hij in die onwetendheid verrigt heeft van waarde, f Art. 175a. en In de worengemelde gevallen moeten de verbindtenisfen, door den Jasthebber aangegaan, nagekomen worden, ten aan- zien van derden, die in de goede trouw zijn. Art. 1753. Bij overlijden van den Tasthebber zijn zijne erfgenamen ver- pligt daarvan aan denlastgever kennis te geven, en inmiddels, naar vereisch der omftandigheden, zoodanige voorziening. te doen, als het belang van den lastgever medebrengt. geine C 3 VEERTIENDE-:TITEL. anneer Eren VAN BORGTOGT. k deze EER S:T EH OOED.S TU Ke B maakt ndi| VAN DEN AARD-EN STREKKING keerd VAN BORGTOGT,. last:|\ Ô Art. 1754, Die zich tot borg voor eene verbindtenis ftelt, onderwerpt Vers zich, ten behoeve van den fchuldeifcher, om aan die verbindte- eene|« nis te voldoen, indien de fchuldenaar zelf daaraan niet voldoet. pzigt Art. 1755, 5 ling Geen borgtogt kan beftaan, of’er moet eene beftaanbare _hoofdverbindtenis van eenen principalen fchuldenaar zijn: Men kan zich echter ook dan tot borg voor eene verbindtenis jt van ftellen, wanneer dezelve, uit hoofde van eene omftandigheid enkel den perfoon van den principaal betreffende, als nietig kan tgever gehouden worden; bij voorbeeld in geval van minderjarigheid, zelven; Art. 1756. tzijn| Een borg kan zich tot niets, meerder, noch Onder meer door«bezwarende voorwaarden verbinden, dan waartoe de principale \__fchulderaar verbonden is: Borgtogt kan echter aangegaan worden alleen voor een inden‘_‚ geceekte der fchuld, en onder minder bezwarende voorwaar- ether- cen: heid ‚Een borgtogt, voor meerder dan de fchuld, of onder meer bezwarende voorwaarden aangegaan, is niet geheel van on- waarde, maar bepaalt zich flechts tot dar geen, hetwelk in sten, de principale verbindtenis is begrepen. En nj aate Art, 1757: Men kan zieh tot borg ftellen, zonder daartee door den geen’, voor wien men zich verbindt, gelast te zijn, en zelfs oi oet buiten zijn Weten* ë del„Onk kan men zich tot borg ftellen niet alleen voor den prin- en g … debiteur, maar ook voor deszelfs reeds geftelden borg. En Art. 1758. Een borgtogt wordt niet geprefumeerd, maar moet uit- drukkelijk, aangegaan worden, en kan niet. verder uitge- flrekt worden, dan de bepalingen, onder welke zij is aange- gaan, medebrengen. Art. 1759.| Een onbepaalde borgtogt voor eene principale fchuld firekt C 284) zich mede uit tot alle accesfoiren van dezelve.s zelfs ook tot de kosten van de invordering der principale fchuld, het zij dezelve vóór, of na dat de borg tot voldoening is aangemaand geworden, gemaakt zijn. „Art. 1760. 7 De verbindtenis van den borg gaat op deszelfs erfgenamen over. Dek Art. 176r. Wanneer een fchulderraar verpligt is borg te ftellen, moet hij daartoe iemand voorftellen, bekwaam om zich te verbinden, genoegzaam gegoed om den borgtogt te kunnen voldoen„ en zijne woonplaats hebbende binnen het departement waarin de plaats„ op welke de borg gefteld moet worden, gelegen is. Art. 1762. De gegoedheid van zoodauigen borg wordt beoordeeld naar de waarde der vaste goederen, welke hij in eigendom bezit, behalve in het ftuk van koophandel, of wanneer de fchuld van geringe waarde is; komende echter in dezen geene vaste goederen in aanfchouw, die litigieus zijn, of waarvan de uitwinning„ uit hoofde van derzelver afgelegenheid, te moeijelijk zijn zoude, Art. 1763. Wanneer een borg, door den fchuldeifcher, het zij vrij- willig of op regterlijke uitfpraak, aangenomen, naderhand infolvent wordt, moet’er een ander borg gefteld worden. Deze regel lijdt echter uitzondering, wanneer de borgtngt niet gefteld is dan tea gevolge eener overeenkomst, waarbij de fchuldeifcher een’. zeker’ bepaald’ perfoon tot borg gevor- derd heeft. TWEEDE HOOFDSTUK. VAN HET GEVOLG VAN BORGTOGT. EERSTE AFDEELING. VAN HET GEVOLG VAN BORGTOGT TUSSCHEN DEN SCHULDEISCHER EN DEN BORG. Art. 1764. 8 Geen borg is verpligt een’ fchuldeifcher te voldoen, dan wanneer de principale fchuldenaar deswegens in gebreke ge- bleven is, welke laatfte eerst in zijne goederen moet uitge- wonnen worden; ten ware de borg van het voorregt van uite aten uit vel: zie fol ff ie C Bs) Is vk el ,- uitwioniog afftand gedaan mogt hebben, of wel-dat hij ne- heij© vens den principalen fchuldenaar. eene folidaire verbindtenis Aangemal mogt‘hebben aangegaan, in welk geval zijne verbindtenis ‚_ zich regelt achtervolgens de bepalingen, die met opzigt tot folidaire verbindtenisfen zijn vastgetield. ayiss? ergen Art. 1765. De fchuldeifcher is echter niet verpligt den priecipalen„| \__fchuldenaar eerst_ uittewinnen, dan wanneer de borg, tot n‚moetk voldoening aangemaand wordende; zulks vorderte verbinder Art. 1766. en„enzijt Wanneer verfcheïden perfonen zich tot borgen gefteld heb- ndeplams,, ben voor denzelfden-fchuldenaar en voor dezelide fchuld-, je\_is ieder van hen aanfprakelijk voor de geheele fchuld. Î Art. 1767. deeld nv, Niettemin is elk van hen, zoo hij geen’ vafftand gedaan ombezi heeft van het beneficie van fchuldfplitfing, bevoegd te vor- jdefchje deren dat de fehuldeifcher zijne actie tusfchen de gezamen- geene vas— lijke borgen verdeele, en vaa ieder flechts zijn, gedeelte waarvan d__vordere, enheid,© Voor zoo verre, ten tijde der fchuldfplitfing, onder de ____borgen infolwenten. worden gevonden, zijn de genen, die __golvent zijn, verpligt, jeder voor. hun, aandeel, het door tzijvij deze infolvenziën ontbrekende gedeelte„mede: te helpen dra- naderhand. gen; maâr zij kunnen piet meer aangefproken worden, uit hoofde van infolventiën, dewelke, wanneer de fchuldeifcher, Irden, gebogen na dato van de gedane fchuldfpliefing„ nalatig is om een of it, waat, meer der borgen wegens hun aandeel in regten aantefpreken jorg. gerar én te executeren, vervolgens ontftaan. Î TWEEDE AFDE E LING. ijT. VAN HET GEVOLG VAN BORGTOGT TUSSCHEN | DEN SCHULDENAAR EN DEN BORG. || j Art. 1768,| SSC> De borg, den fchuldeifcher voldaan hebbende, heeft zijn RG verhaal op den principalen fchuldenaar, het zij de borgtogt al Û ef niet met deszelfs medeweten geteld is. | Dit verhaal bepaalt zich niet alleen tot de hoofdfom loen, maar heeft ook plaats omtrent de interesfen en kosten; doch. gebreke 5 ten aanzien der kosten, dewelke‘van de-zijde van den borg poet UE gemaakt zijn, niet verder dan nadat hij aan den principalen oogt VA de| ichul- ult Í |\ 5e. B ad ek Sr. EE er in HE C 286) fchuldenaar had kennis gegeven, dat hij tot de voldoening in- regten was aangefproken. De borg heeft ook verhaal op den principalen fchuldenzar Á tot vergoeding van kosten, fchade«en interesfen, indien toe dezelve termen aanwezig zijn. Abt: 1769. De borg; die de fchuid betaald heeft, treedt in al het regt, hetwelk de fchuldeifcher tegen den fchuldenaar had, on Art. roert Diens Temand, zich tot borg gefteld hebbende woor werfcheiden principale fotidaire fchuldenaars,' heeft op elk van hen voor het geheel zijn verhaal, wegens hetgeen hij als borg betaald heeft, nds à nT Art. 1771. Een borg, den fchuldéifcher betaald hebbende; en daarvan geene kennis aan den priticipalen fchuldenaar hebbentie gege. ven, heeft op den laattten geen verhaal, wanneer deze in zijne onwetendheid ten tweedenmale heeft betaald 5, maar hij heef: alleen regt om het beraalde van den fchuldeifcher terug te vorderen,| Rd ES Wanneer de borg voldaan heeft, zonder“te-zijn aangefpro- ken, en zonder den principaien fchulderiaar vooraf kennis te hebben gegeven, heeft hij geen verhaal op denzelven, inge- val de fchuldenaar, ten: rijde«der betaling, gronden zeude gehad hebben om de fchuldvordering te: doen ontzeggen$ onverminderd nogtans zijne actie tot terugvorderingtegen den fchuldeifcher. Art.-1772. Een borg kan, zelfs wóór dat hij betaling gedaan heeft,| tegen den fchuldenaar ageren, om dadelijk door denzelven fchadeloos getteld teworden, in de navolgende gevallen; a Tk Wanneer hij in regten tot betaling, vervolgd wordt; go, Wanneer de fchuidenaar infolvent“geworden„ of in verval van zaken geraakt is3 3° Wanneer de-fchuldenaar zich- verbonden heeft ‚ om aan den borg binnen een’ bepaalden tijd het ontflag van zijnen borgtogt te bezorgen; 49, Wanneer de termijn, op welken de fchuld betaalbaar gefteld was, verfchenen is; en 5® Na verloop van tien jaren, indien de principale En bind. eol| n fchulde dein al laar had, É an hen borg bets! en daar. ende gep leet deze, dj, maar sifcher ten 1 aangefpre af kennis« Hven, inge bden zoudt jontzeggen, Br tegen den ban heeft, denzelven. len Bord; yen, of pheefr„On, et ont, Hoetaalvar cojpale et”| hinde | OA bindtenis geen? preciefen“vervaltijl heeft, teuware de principale verbindtenis„ zoo:als bij vcorbeeld eene voogdij, niet van zoodamgen aard zij, dat dezelve vóór het aanwezig zijn vän eenen zekeren bepaalden tijd kan eindigen. DERDE AFDEBEING: VAN HET GEVOLG VAN BORGTOGT MER BETREKKING TOT DE- MEDEBORGENs Art. 1773: a SEE Verfcheiden-perfonen. zich voor eenen fchuldenaar, en . voor dezelfde fchuld, tot borgen gelteld hebbende, en ten van hen het geheele verfchuldigde, aan„den fchuld-ifcher betalende„ heeft deze zija verhaal op zijne medeborgen, om ieder hun aandeel in het betaalde aan hem te vergoeden; Doch dit verhaal heeft dan alleen plaats, wanneer deze:borg betaald heeft in een der gevallen, in het vorig artikel vermeid, DER DE:HO'Ö:E D STUK VAN HET TE NIET GAAN VAN BORGTOGT,: Art, 1774e De verpligting, uit borgtogt onrftaande, gaat te niet.door dezelfde oorzaken, als waardoor andere verbindtenisfn een einde nemer. Art. 19ZS, Wanneer de principale fchuldenaar van den borg, of weder- keerig de borg van.den principalêu fchuldenaar-erfgevaam wordt, en daardoor eene fchuldvermengisg wordt te weeg gebragt, wordt echter de aêtie van den fchuldeifcher. tegen den geen’, die zichtot borg van den borg gefteld heeft; daar- door niet vernietigd. Art. 1776. De bor kan zich tegen den fchuldeifcher van alle zoodani- ge middelen van. verdediging bedienen, als den principalen fchuldenaar toekomen eu inherent aan de fchuld zijn: Doch hij kan zich niet van zoodanige middelen van verde- diging bedienen, die, louter perfoneel zijnde, alleen den per- foon des fchuldenaars betreffen. Art. 1777. ‚Pe verpligting van den borg houdt op, wanneer daor ie asn z PAS EK. gy« EET REEN 5 a , mn Bea© EVN PED EA C doen-van- den fchuldeifcher te weeg gebragt is, dat de borg in alle de regten van den fchuldeifcher tegen den fchuldenaar niet kan gefurrogeerd worden. Arte 1778, 5i De borg wordt ook wan zijne verpligting ontflagen, wanneer de fchuldeifcher wrijwillig eenig onroerend of ander goed in betating van de principale fchuld‘aangenomen heeft; zelfs dan, wanneer de fchuldeifcher daarvan naderhand geëvinceerd mogt worden. 288 Arts 1779./ Eene eenvoudige verlenging van dentermijn van betaling, door den fchuldeifcher aan den principalen fchuldenaar toegeftaan ontflaat geenszins den borg, dewelke în dat geval regt heeft den fchuldenaar te vervolgen, om hem tot betaling te noodzaken. VIERDE HOOFDSTUK. VAN LEGALEN EN JUDICIËLEN BORGTOGT. Art. 1780. Wanneer iemand, uit kracht van de wet, of van éen regter- lijk gewijsde, verpligt is borg te ftellen, moet de aangebode- ne borg alle de vereischten hebben welke bij artikel 1761 en 1762 voorkomen, Art. 1781. Aan hem, die geen’ borg vinden kan, wordt toegelaten, om, án plaats van dezelve, eene voldoende reëele cautie teftellen, En Art. 1782. Een judiciële borg kan vooraf geene uitwinning van den principalen fchuldenaar vorderen, Arc. 1783. Die zich eenvoudig tot borg van een’ judiciëlen borg ge- fteld heeft, kan de voorafgaande uitwinning, noch van den priocipalen fchuldenaar, noch van deszelfs borg, vorderen. en RETIE NDE BitT EL. VAN TRANSACTIËN OF ACCOORDEN. Art. 1784. Fransadie is eene overeenkomst, waarbij partijen een reeds aan- ‚dan OVC Ok pede hj hed Pen, ach gek, Gene ten kun woor | Part | liek | Men malt komt Tran ter et ‚Hie en in be de Tra Ida u bij bi: jd Elden | d Ì anne Droed in 8 lfsdan, 9 mogt ib door Ollaan, yden— Oke. € 289) Anhangig gefchil ten einde brengen, of een te voren gefehii „voorkomen. Dit contrat moet eam aangegaan worden, 5e ‚ 1785. Om te tranfigeren moet men de bevoegdheid hebben om. over de onderwerpen, in de transactie begrepen, te künuen befchikken,| Een voogd of curator kan voor een’ minderjarigen„ of iemand die onder curatele ftaat, geene transaétie aangaan, dan overeenkomftig het bepaalde bij ârtikel 359 en 4ir, Ook mag een voogd met een’ minderjarigen, nadat dezelvd meerderjarig geworden is, geene transaétie aangaan, waardoor hij het doen van rekening en verantwoording zoude ontwij- ken, achtervolgens het geente dien aanzien bij art, 37218 vast- _gefteld, Gemeentebefturen en administrateuren van openbate geftiche ten kunnen geene transaCtiën dangaan, dan op uitdrukkelijke „autorifatie van den Koning. Particuliere perfonein mogen tranfigèreù wegens verbindtes misten, uit misdaad ontftaande: Zoodanige accoorden verhinderen geënszins de aêtie van det publieken aanklager. A| Men mag eene transactie aangaan, miet bijvoeging ván eene penaliteit ten aanzien van den geen’, die het accoord niet nakomt. Art. 1288. Transatiën ftrekken zich niet verder uit-dän het onderwerp over liet welk getranfigeerd wordt; de afftand van alle tegt; aêtie en pretenfie, daarbij gedaan, moet älleen verftaan wor- den betrekkelijk te zijn tot het verfkhil, hetwelk aanleiding tot de transactie gegeven heeft. Art. 1789, Transattiën maken alleen een einde aat die veffchillen, wels ke daarin begrepen zijn} het zij partijen derzelverf oogmerk in bijzondere of algemeene uitdrukkitigen hebben te kennen gegeven, hetzij dit oogmerk, alseen noodwendig gevolg, uit het geen bij het accoord te kennen gegeven ís moet wörden afgeleid; Art. 1790. Iemand over eehig regt, hetwelk hem uit eigen” hoofde toes komt, eene transactie gangaande, en vervolgens in een derge- lijk regt dan een’ ander Opee, is, met betrekking as het nieuw bekomen. regt, aan de bevorens aangegane trans| äctie niet Verbonden,| Eene transactie, door een’ der belanghebbenden sangegaan, js niet verbindende woor de medebelanghebbenden, en kan door dezelve niet in hun voordeel ingeroepen Worden, van _Fransatiën hebben tusfchen de genen„die dezelve hebben aangegaan, de kracht van een gewijsde: ì é Tegen dezelve kan, op grond van dwalingin het regt, of| van lefie of benadeeling„ niet worden opgekomen. p Art. 1793. E Niettemin kan van cene trausaétie vernietiging of rescisfie 6 verleend worden, wanneer men in den perfoon of omtrent het onderwerp van het gefchil gedwaald heeft: Ook kan de transactie vernietigd of gerescindeerd worden. in alle gevallen, als’er bedrog of geweld heeft plaats gehad. dte 1de ‚Ook kan relief tegen ecne aangegane transactie verleend— worden, wanneer dezelve aangegaan is op. grond van{tukken, die nietig waren, ten zij die nietigheid zelve het punt van verfchil uitmaakte, - Art. 1795. Eene transactie is ten cenenmale nietig, wanneer de flukken; op grond van welke dezelve is aangegaan, naderhand blijkeu valsch te zijn. ee Art. 1796. B Transactie, aangegaan over eene, zaak„die bereids bij een© vonnis van den regter, dat in kracht van gewijsde gegaan is,— she en van hetwelk partijen, of een van hen, geen kennis had-— ig den, beflist was, is nietig: s vhs Índien echter van het vonnis hooger beroep zou kunnenvak_ ii len, is de transaêtie van kracht. 4 Aer.{ Wanneer. partijen in het algemeen over alle zaken, welke_ zij met elkander uitflaande mogten hebben, getranfigeerd hebben, leveren de naderhand gevonden en destijds onbeken- de ftukken, daartoe betrekkelijk, geen’ gtond op tot relief, ten ware dieftukken door een’ van hen waren achtergehouden: Doch de transactie ís nietig, indien, dezelve over een enkel onderwerp aangegaan zijnde„door naderhand gevondene ftukken uitgemaakt wordt, dat eene der partijen geen het minfteregt had. Art. 1798. Eene fout in het rekenen, bij de transa@ie begaan zijnde, moet herfteld en verbeterd worden. ZE$- sb Led EE Er Ke É elve hebk. k kt regp, d fd hik haaks of resci jmtrent 4 == 4 rd words ans gehad, fte verke van(loike Bet punt vi de(hutten Djand blijke id on Kids bij ee, ú gegaan ds denis had |{ gaon va, e getranfg #| Bjds onder Ep tor ml egel er een CIb kene ftok eregi gan ijk zl) ZESBERND Be mikt bs VÂN PERSONEEL ARREST IN CIVIELE ZAKE Ne Atte 1999, E De perfoon vân een’ fchuldenaar is, zoo wel als zijne goes deren, voor de nakoming van zijne verpligtingen aanfprakelijk. k; Arts 18oe: De verfchillende foortén van perfonele ärresten en gijzelins gen in civiele zaken, de tijd en wijs, waarop dezelve in de ots derfcheidene gevallen worden te werk gelegd, derzelver gevol gen en uitwerking, mitsgaders alles, wat verder daartoe bes trekking heeft, wordt bij de wet op de manier van procederen behandeld, ma ZEVENITIIENDE TITEL VAN REGT VAN PAND OF HYPOTHEE Es BERSTE HOOFDSTUK. VAN:PANDREGT UIT OVEREENKOMST: Zal … Art. 1301; În aile perfonele werbindtenisfen zijn de goederen; zoo roes tende als onroérende, tegenwoordige, en-toekomende, wan eenen fchuldenaar, aan zijne fchuldeifchers verbonden, zoo dat deze de nakoming van die verbindtenisfen, na verkregen vonnis; daafaan verhalen kunnen3 maar-om aan eenen fchuld= eifcher boven andere medefchuldeifchers op des fchuldenaars- geheelen boedel;-of eenig goed wan denzelven een regt van voorrang toetekennen; ís het noodig, dat zulks bij overeen« komst bedongen of door de wet vergund zij. Art. 1802; _ Om zulk een’ voorrang uit kracht van oVereenkouist te fieba ben; moet daarbij bedongen worden het regt van pand; Hete welk, zoo het-op onroerende goederen gevestigd is, Aypatneek genoemd wordt: i iehbroorets aBoat 7e ES| Alle goederen, die vervreemdbaaf zijn, Runtiet ook bij overeenkomst verpand wordeft, zouder onderfcheid of dezelvé zijn: roerende of-onroerende, ligchamelijke of onligchamelijke; mits voor zoo veel de mw goederen betreft; de ei /& ef GC seek der openbâre leenbanken niet benadeeld worden: op gearres- teerde goederen, het zij in of buiten executie, kan geen pand-— regt ten behoeve van iemand, in nadeel van het regt van den arrestant, gevestigd worden, Art, 1804. Verpanding van eens anders goed, buiten weten en toefteim- ming van den eigenaar, of van een gemeen goed verder daa voor des verpanders aandeel, is krachteloos voor zoo veel den verpander betreft, doch ten aanzien van derden, ten wier be- hoeve de verpanding gedaan is, dan alleen, wanneer zij ge= weten hebben, of na een behoorlijk onderzoek hadden kun: nen weten, dat het verpande eens anders goed was. Art. 1805. Fen bijzonder goed tot pand gefteld zijnde, zijn ook alle de vruchten, daarvan voortkomende, mitsgaders alle aanwas- fen, waardoor het goed vergroot of in waarde vermeerderd wordt, onder de verpanding begrepen./ Art. 1806. Het goed, buiten toedoen van den verpander, in waarde ver- minderende, is dezelve niet gehouden om voor die verminder- de waarde /urplus te geven, ten zij dit uitdrukkelijk bedon- gen is. Art. 1807. Onder eene algemeene verpanding, het zij bij overeenkomst bedongen, het zij door de wet gegeven, zijn alle des fchul- denaars goederen, zoo tegenwoordige als toekomende, begre- pen; met uitzondering van dezulken, welke‘hij met den last van fideïcommis bezit, of die daarin volgens de wet niet kun- nen zijn vervat. 4 0 Art. 1808. Wanneer twee of meer boedeis door huwelijk, erfenis, of op eenige andere wijze, vermengd worden, en een of meer van die boedels, vóór dat de vermenging heeft plaats gehad, door een algemeen hypotheek verbonden waren, wordt dat pandregt daardoor lilzwijgende uitgeftrekt tot alle de goederen, die nu tot de gezamenlijke vermengde boedels behooren. EN Art. 1809. Om regt van hypotheek op eenig bijzonder onroerend goed kracht te doen hebben, is het noodig dat de aéte van hypos thekatie verleden worde voor de plaatfelijke autoriteit, welke daarmede nader door den Koning zal worden belast, ter plaat- fe waar het goed gelegenis.| Art. 1810. Geen algemeen verband, uit krachte van overeenkomst, kan ten aanzien van des fchuldenaars onroerende goederen ee: ens ern et peten kn WK ra À } Op geamens dgeenpank). regt van del. B en toeken! D verder dj Do veel de in wier h ber zij# haden ku Û en ook le aanwas bermeerder Waarde ve 8: verminde wijk bedor. jreenkoms | des Schul, gode, begre. jet den hs: eit niet kan: Hferis, of gen of meer vats gehad, g: wordt ds gfe goeder Boren. Dverend gl 5 val ijn zeit, welt st, ter pl gekost, kt Î aderen WEE ERG] E ken, ten zij de afte daarvan voor het geregt van des fchulde- naars woonplaats verleden; of voor notaris en getuigen verle« den, en bij dat geregt geregistreerd zij: van den dag dezer res giftratie gaat het pandregt in5- met het gevolg dat alle des fchuldenaars roerende en onroerende goederen, welke hij bin« nen dit rijk liggende heeft, onder het algemeen verband be- grepen zijn. Art. 18rr. Verpanding van roerende goederen kan gedaan werden bij afte, voor notaris en getuigen, of ook onder de hand verle» den 5 zij heeft echter geene kracht tegen derde perfonen buiten den fchuldenaar, ten ware het verpande goed aan den fchuld« eifcher is ter hand gefteld, het zij door eigenlijk gezegde overgifte, het zij door bekorting, door overlevering van fleu- tels van een pakhuis, en dergelijke, met het blijkbaar oog- merk van verpanding gedaan. Art. 1812, Onroerend goed, door hypotheek in het bijzonder verbon- dén, kan door den fchuldenaar wel verkocht of op eenige an- dere wijze vervreemd, of nader aan eenen anderen fchuldeí- fcher verpand worden, maar gaat aan den derden bezitter of pandhouder niet over, dan met den last van het daarop geves- tigde hypotheek, en onverminderd het regt van den eerften pandhouder op dat goed. 5 . Onroerend goed, door een algemeen hypotheek verbonden, en door den fchuldenaar vervreemd zijnde, gaat met geen ver» band van hypotheek aan den derden bezitter over; ten ware deze van dat algemeen verband geweten heeft, of door eene bijzonderlijke gedane registratie bij de daartoe bevoegde auto- riteit, ter plaatfe waar ‚dat goed gelegen is, zulks heeft kun- nen weten. Art. 1814. Pandregt kan bij overeenkomst toegeftaan worden tot meer- dere verzekering van allerlei foorten van{chulden, zelfs die op tijd of onder eenige voorwaarde gemaakt zijn, uitgenomen alleen de zoodanige, waarop de wet verbiedt regt te doen. Art. 1815. Alle bijzondere bedingen kunnen bij de overeenkomst van verpanding gevoegd en moeten door de contraéterende partijen nagekomen worden; mits zij, noch met de wet, noch met de goede trouw, noch met den aard van het pandrest, ftrijdig zijn. Art. 1816. Pandregt, met bezit gepaard, geeft aan den pandhouder het KC) 6[| E 4| vers vermogên om de vruchten, renten of anderesinkomtten war het onderpand te. ontvangen-en Onder zich te houden om tes gen zijne fchuldvordering., en de daarvan” bedongene‘intetess fen: te verrekenen.} ee 3 „Zelfs kan de pandhouder bedingen, dat‘hij, in plaats van interesfen te trekken, tot de af betaling zijner fchuld het” vers pande goed gebruiken, of de vruchten daarvan genieten zals mits--dat genot de wettige maat van-interesfen niet merkelijk te buiten gaat, sag 5 EEE ov fn Art, 2182840000 is seed Het is niet geoorloofd te bedingen; dat, bij wanbetaling van de fchuld, het verpande goed, tot voldoening der fchùld 4 zal vervallen aan den fchuldeifcher. ra Indien de fchuldenaar het verfchuldiede- aan den fchuldeis fcher ter bepaalder tijd niet betaalt; heeft de fchuldeifcher het vermogen om het-verpande goed te: verkoopen„'en- uit: den koopprijs zieh zelven te/voldoen. nah Art, 1820, Geen fchuldeifcher mag dien: verkoop doen, dan uit kracht/ van een vonnis ven.den regter,“waardoor“hij tegen den fchuls denaar overwonnen regt verkrijgt, ven waarbij” het. pand woor de fehuld verbonden en executabel verklaard wordt sven imits in het doen van dienverkoop den gewonen vorm van executie in acht-nemende, baas| Art. 1821. ü Men mag echter bij de aéte van verpanding van roerend goed bedingen, dar de fchuldeifcher hét regt zal hebben„ om“bij wanbetaling, zondereenige voorafgaande procedures„het patid in het openbaar te. verkoopen; onaangezien: dit beding, is het echter noodig, dat de fchuldeifcher van zijn’ plaatfelijken regter eene autorifatie ter verkoop verkrijge, waarop de fchul- denaar vooraf in zijne-belangen{ummierlijk wordt gehoord, r Ärt, 1839: en Pandregt gaat te nieten wordt ontbonden út 1°. Wanneer de fchuld, waarvoor het pand ftrekken ‚… moest, geen beftaan heeft bekomen s--het: zij datde pandhouder de gelden of goederen„‘tot welker-verzee kering hem het pand gegeven is, niet bezorgd heeft; het zij dat hij piet voldaan heeft aan de voorwaarde …e hd onder welke hij het pandregt verkregen had 5. LES 8% Wanneer de fchuldeifcher bij contrat, erfvolging, \ PE 8 to ha ie Al et en, Ones 1E inte plaatse d het gu. leten za: merkefij anbetalig r fchuld, Cehuldeis: ertcher he en wit der Luit kracht: den fchul pand voot ‚en mits axecutie rend goed 0m, bij j het paid f:, is het harfeiiken de che ' gehoorde jl fee jar verze grwaatde, gehel, C 295 3 of op eenige ândere wijze, eigenaar van het verpande goed wordt; 3 83°. Wanneer de hoofdfchuld door betaling, ovatie, compenfatie, kwijdchelding of fchuldvermenging, of “op eenige‘andere wijze; gekweten is; 40,“Wanneer wel de hoofdfchuld- blijft beftaan, maar het _ pandrêgt vernietigd wordt het Zij omdat het verpande goed geheel vergaat„het zij‘oindat de fchuldeifcher het pand ontflaat, of uirdrukkélijk, door‘daärvan met name afftand te doen, of ftilzwijgende, door het ver- pande goed aan den’fchulderaar, behoudens zijn pers foneel regt van vordering, terug te geven, of door in de vervreemding van het verpande goed door den fchul. denaar‘uitdrukkelijk’ toe te ftemmen,’ zónder Zich de gevolgen vangzijn pandregt voorste behouden;r- 5°, Wanmeer-het zegt van onvolkomen? of tijdelijken eigen- dom of genot, het welk de pandgever aan het verpan- _de goed had, heeft opgehouden en ten einde gelgo= 22° Door‘hêt verloop van defi‘tijd’,-tot welken zich de so verpandinge bij de overeenkomst-bepaälde”;- en 10, Wannêer een derde bezitter den eigendom van het ver- pande goed door verjaring verkregén heeft,: ee d Art. 1823. î +“Het pindregt óp écte‘der voorgemielde wijzen‘ontbonden zijnde, heeft de fehuldenaar eene actie tegen den fchuldeifcher, tör teruggave van het verpande goed ,' tevens met dé vruchten en’aarnkomtterr van hetzelvé jen tot vergoeding van alle£chade, die doors des féhuldeifchers toedoen aan het goed: ís--overge- komen, id, “Wederkeerig heêft de fchuldeitcher’ tegen den fchuldenaar eene atië tot vergoeding vârnt noodzakelijke kosten, door hem tot inftandhouding van het goed itgefchöten, ef tot vergoeding van de fchade, die„ter gelegenheid van de verpanding, door des fchuldenaârs- kwade trouw‘of nalatighieid bij deg fchuld- eifcher geleden zoude mogen zijde Ste ‚ Art, 1825: Een fchuldeifcher, die niet alleenoeêne hypothecaire{clfuld mar ook bovendien nog eene Fiennes> zonder iens EBDE EERE NN mie vb C 296) kering, ten laste van denzelfden fchuldenaar heeft, is tot terug. gave van het pand, fchoon de hypothecaire fchuld gekweten is, niet gehouden, zoo lang de perfonele fchuld nog niet is afgedaan, … 4 waarvoor hij op het verpande goed regt van retentie heeft: ‚Dit regt van retentie werktechter niet tegen andere fchuldei- fchers, en geeft geene peetpiie„zoodra de boedel infolvent is. rt. 1826. es De fehuldeifcher heeft, uit hoofde van het reëel regt, het welk hem zijn pand geeft, eene actie tegen elken bez:iter van het verpande goed, om hetzêlve met de vruchten en aankom. Sten aan hem overteleveren. Art. 1827, „Roerende goederen echter, die niet in het hezit van den fchuld- &ifcher, aan wien dezelve verpand waren, gebleven zijn, en Waarvan&enderde, ter goeder trouw en bij onereufen titel, in het bezit is„hebben ten nadeele van dezelve geen pands gevolg. TWEEDE HOOFDSTUK. VAN PANDREGT UIT DE WET. ‚Art, 1828, er De wet zelve, buiten overeenkomst, geeft aan werfcheiden fchuldeifchers een regt van pand, het zij op des fchuldenaars geheelen boedel, het zij op eenige bijzondere goederen van denzelven, welk regt a ns verband, genaamd wordt. ft IDR Op des fchuldenaars geheelen boedel verleent de wet ftil zwijgend pandregt: 1%, Aan den ftaat op. de goederen van deszelfs ontvangers, gaarders en andere adminiftrateurs, die eenig beheer van ’s lands„penningen gehad ‚hebben, mitsgaders op de goederen van derzelver borgen, voor de aanzuivering van alle zoodanige gelden, als zij in die betrekking aan den ftaat fchuldig zijn: Gelijk regt hebben ook, de fteden en dorpen op de goederen van hunne ontvangers, als mede de-daarbij belanghebbenden op die van de beftuurders der kerken» goederen of armenkasfens 40, Aan den ftaat op de goederen van hen, die eenige lasten of impofitiën fchuldig- zijn; s 3e, Aan allen, die eenige impofitiën betaald hebben op de goes deren der genen, voor welke zij dezelve hebben uit || ‚gee \ ) ea gefchoten; doch niet langer dan gedurende een jaar, Weis, gerekend van, den dag af dat zij die uitfchotten hebben afge, gedaan; € heeft;| re(chulda) 4°. Aan getrouwde vrouwen, die met uitfluiting der gee Eg meenfchap van goederen en van-winst en verlies gee regt, ko trouwd zijn, of van de door haar bedengene keuze, iter 5 om in winst en verlies te deelen, afftand gedaan heb= kol ben; mitsgaders ook aan de kinderen of andere erfges namen van die. vrouwen, op den boedel van den mans : tot het terug bekomen of bekomen van redintegratie van hare teu huwelijk aangebragte en{taande huwelijk ver= en fchuld kregene goederen, die door den man zijn vervreemd van, geworden; en titel, in f ds gevolg, 50, Aan minderjarigen op de goederen van hunne voogden, Ke of van de genen die zich als voogden over hen hebben, gedragen, het zij ouders, bloedverwanten of vreemde on peifonen zijnde; als mede aan de genen„ die onder cu- B ratele ftaan, op de goederen van hunne curateuren, voor „de behoorlijke verantwoording; en oplevering van het verchiden geen zij, ter zake van de voogdij of curatele, fchuldig huldenaars zijn. ae‘Het legaal verband van getrouwde vrouwen, minders j wordt, jarigen, of de genen, die onder curatele ftaan, begint „B van het oogenblik af dat het huwelijk voltrokken is, of : wer de datde voogdij of curatele een’ aanvang genomen heeft, Art. 1830. vangers, Op een zeker gedeelte, of op bijzondere goederen, geeft de pheer VA wet regt van legaal verband: xe op de. f eingrol 10, Aan legatarisfen, tot zekerheid van de uitkeering der gg aan dn, gemaakte legaten, op de goederen tot des testateurs na- en latenfchap behoorende, doch niet op de goederen van gen Op d de erfgenamen; de daa) e ler kerke 29, Aan verhuurders van huizen of landen, op alle roerende goederen, die op den bodem gevonden worden, en bo= vendien, ten aarzien der landen, op de vruchten, die ige Asten daarop wasfen, _ Dit regt blijft voortduren, hoe zeer deze goederen, buiten toeftemming van den verhuurder van den bodem, op dege: vervoerd zijn, mits de verhuurder die goederen binnen gbben We veertien dagen na de vervoering achterhale, en bij wege gn> T 5 van hdd Executie op dat góed, volgens set enge lijke reële belastingen.> Op„het goed. s- Waavan die van arrest reclamere; onverminderd nogtans het geen C 208) ‚met betrekking tot het regt van” derden bij art. 1827 is bepaald: Niet alleen des huurders eigene goederen; maar ook ‚die aan een’ arider’ toebelhoorer, en op den bodem ige- vonden worden; zijn aan den verhuurder flilzwijgende verbonden, mits de: laatstgemelde daarop gebragt zijn, “omaldaar“töt gebruik, genot of profijt van den huurder të blijven„en niet om aldaar flechts voor eenen korten tijd te zijn„“als bij voorbeeld. goederen, in pand of be- waring gegeven, em foortgelijke tec 2U13 ‚De goederen wanden Beef’, die de huur van eenen huurder overneemt,«zijn gièt alleen aan zijnen verhuur. der, maar ook aan‘den eerften verhuurder of eigenaar, door de wet, verbonden; met die bepaling nogtaus, dat-de;goederen-van--hem, die: enkel„een gedeelte, bij voor beeld eene kamer„van. een? huurder overneemt, Thits die goederen niet verder of anders dan door den twee- den huurder gebruikt, zijn, aan den eigenaar.niet voor de huur van het geheele huis, maar alleen i in evenredig- heid. van bet, doofden tweeden huurder. overgenomen gedeelte verbonden, zijn; „Aan metfelaars tiermerlieden. en‘andére: zikibachtelieden; die tot reparatie„-maar-niet die: tot. verbetering s: of ver- fiering van een gebouw, bouwftoffen geleverd of arbeid ‚„wertigt; hebben„ gedu rênde dei» üjde van vijf-jaren va- dat de reparatiën gedaan zijn: _ Wat onder rep,“átië of-thelioratie begrepen is, moet, ingeval van ver ins dóór def Zäak kundige pertonen, bij den regter te benoemen„ beoördeerd wotden3; „Aan heffers van: erfpachiens tjenden:-cijnfen en foort- esslasten geheven. worden; cn 5. KE en. n tie Aan den dijkring of waard, voor dè sAesbeen van dij- ken, dammen, molens>(luizen, warecingen en dergelij- ‘Art. r93r. Het doen van arrest op eenig goed‘geeft, nóch legaal ver- band», ‚noch preferentie uirgezonderd de arresten die i in execu- tie gedaan worden: Deze hebben ten gevolge; dat het goëd door dat arrest geacht „wordt uit den boedel uitté daat he en dat de’ arrestant, mits zijne et voorfchrift der wet, voort- zet- C-895 het ger|_zêttende, op het beloop van hetzelve woor dat geen waar. ELAN voor hij execüteert, geprefereerd is voor allen,“aah wie dat E goed te voren niet bijzonderlijk,-door overeenkomst, of doar maar ook de wer, verbönden was, earned oden gel nt Art, 1839, ke À wijgend Behalve de legale verbanden} die“de“wet-aan fommigen vere dt zij,| Iéent', geeft zij ook aan éenige fehuldeìfchers een“privilegie; huurde om, fchoor zonder regt van onderpand, op het algemeene” ij korten‘bedragen van den boedel geprefereerd te zijn, Hiertoe bes | of be: KOOR Een Ees ber in eenen ED 10, De kosten„op de executie van gearresteerd goed, of op verh de beredding van eenen infolventen boedel gevällens” igenaar, EA 4 be LOSE,| De kosten, van de‘begrafenis van het lijk van den overs Rey bij 4 dedenen fchuldenaar,. het zij, die uit deu boedel zelven Ht, genomen, of dobr een” ander” voorgefchoten zijns len wee Het beloop van die kosten aan den ftaat des boedels wekl niet geëvenredigd zijnde, ftaat het aan den regter dezel. vennedie, ve te- matigen; 00E À; (genomen 3°. De kosten der laatfte ziekte vanjden overledenen, na-| a dat dezelve dor der zâak‘kufdigen zullen Berauxeerd, of vere 6& of arbei|“go. De loonen van dienstbare pêtfonén over het laagfte jaar, gren” P 4 eu het. Seén aan dezelwe’ over hét loopende jaar ver Ë€ fehruldigd is eri’ tall d[> 20 HES avis 5, moet, pin,„59 De lewerantiën, tot levensbehoeften aan den fchuldenaar $ en zijn huisgezin gedadn 3 te weten gedurende de laatfte en Gate zes maanden ‚door winkeliers» Of, dezulken dië in het am de klein verkoopen, als bakkers,‘kruideniers, vleeschhou- ‘ wers En foortgelijken, en gêdurende her Jaacfte jaar door nd| kostfchoolhouders en grosfiers, vande, B, Antek,|| idg) eh Art, 18330* Allen, die eenig goed van een? ander’ onder zich hebben se. 9 5 5 n Karel à He 5 WSeBen om.daaraan,.eenigen arbeidste verrigten, hebben op aal vér dat goed regt van retentie, ‚tot zo0 lang zij van de kosten en peen Arbeidsloonen, aan dat gaed befteed, voldaan zijn. ast ged: ‚ Gelijk regt hebben ook de herbergiers, voerlieden en fchippers, mis zij op de ingebragte of in- of opgeladene goederen der genen, wie zij it, de geherbergd of wier perfonen of goederen zij vervoerd hebben to: C-gee) tot zoo lange zij wegens de gemaakte verteringen, het woers of vrachtloon, en accesfoire uitfchotten betaald zijn, Art. 1835. Het gevolg van dit regt van retentie is ook, dat de fchuld- tifcher, in geval van des fchuldenaars infolventie, voor zijn achterwezen op het zuiver provenue van dat goed geprefereerd is; welk provenue tot dat, einde afzonderlijk moet gehouden worden. ad zet Art. 1836. Retentie van eenig goed, hetwelk men wan zijne fchulde- naars onder zich heeft, kan echter nooit beweerd worden op. grond of tot verzekering wan fchuldvorderingen, die tot dat goed in geen onmiddellijk verband flaan, Art. 1837. Door de bepalingen van dit wetboek wordt geene innovatie gemaakt ten aanzien van het geen bij de wetten van koophan- del; omtrent zeefchepen, en de regten; welke daarop toepase felijk zijn, wordt vastgefteld, DERDE HOOFDSTUK VAN REGT VAN PREFERBNTIE: Art. 1838. Wanneer in een’ infolventen dad goederen gevonden wore den, aan een’ ander’ in eigendom toebehoorende, worden de- zelve aan den eigenaar, wanneer hij die goederen reclameert; teruggegeven.| 5‘ ‚Art. 1839. Zoo lang de koopprijs van gekochte en geleverde meubelen niet betaald is, en die meubelen ix natura in eenen infolven= ten boedel voorhanden zijn, heeft de verkooper regt van re- clame op dezelwe; onvernünderd nogtans het legaal verband, aan verhuurders van huizen of landen toegekend: Door het bij dit artikel bepaalde wordt geene verandering gemaakt in de wetten en gebruiken der commercie omtrent de reclamen. d| Art. 1840. In het regelen der preferentie worden eerst en vooraf gefteld zij, die eenige roerende goederen tot pand onder zich hebben, of aan welke het regt van retentie bij de wet is toegekend, op het zuiver provenue van dezelve goederen, door den curator in den boedel te verkoopen. » Art. 184% het voel ) le(chuld voor zig gehouden fchulde- rden op ‚tot dat innovatie zoophate p toepise pen wore borden die| lamer, selen j\ntolvene Et van Re verband, baandering nent de nf gefteld jyneblen 9 okend, OP 3 tolk à prefergerd b Ee zor J Art. 1841. Na deze volgen de gepriviligeerde(chuldeifchers, in artikel 1832 opgegeven, en op deze laatstgemelden de houders van bijzondere verbanden, op eenige, hetzij roerende, het zij one roerende goederen door de wet, of op onroerende goederen door overeenkomst gevestigd, ieder op het zuiver provenue van het aan hem bijzonderlijk verbonden goed, jk. Art. 1842. „Voor, zoo verre die verbanden op onroerend goed gevestigd zijn, zijn de nog onvoldase, algemeene en plaatfelijke lasten, de erfpachten en andere grondregten, op dat goed gevestigd s mitsgaders de noodzakelijke reparatiën, boven de houders van die verbanden gepretereerd. Art. 1843. Onder meerdere bijzondere verbanden, op hetzelfde goed gevestigd, gaat het oudfie voor; voor ouder verband wordt gehouden, hetwelk flechts één dag, één uur, of zelfs nog kors teren tijd vóór het andere verleden is; onder meerdere, op denzelfden dag gevestigde verbanden houdt men, in geval van twijfeling, voor ouder verband dat geen, hetwelk het eerst in het protocol van het geregt geregistreerd is. Art. 1844.| Op de bijzondere verbanden, volgen de algemeene legale verbanden, aan den ftaat, aan vrouwen en aan minderjarigen, of de genen, die onder curatele gefteld zijn, door de wer toee geftaan, mitsgaders de algemeene verbanden uit overeenkomsts Art. 1845. Dit lijdt echter deze drie bepalingen: 32°, Dat algemeene, legale verbanden, die ouder zijn dan bijzondere verbanden uit overeenkomst, boven die bije zondere verbanden geprefereerd zijn; 3 a°.. Dat kustingbrieven, dat is die uit onbetaalde err op het verkochte goed geblevene kooppenningen voortfpruiten „op het provenue van:dat goed geprefereerd zijn, boven alle oudere algemeene, legale of eonventionele verbane den5 en 3°. Dat jongere bijzondere verbanden, bij overeenkomst gevestigd, preferentie hebben boven oudere algemeene verbanden uit kracht van overeenkomst, ten ware de houder van het jonger bijzonder verband geweten heett, dat het goed met een algemeen verband bezwaard was, of dat hij door eene bijzonderlijk gedane registratie pij Et 7 dn. 4 DE EET on EEE ES … het geregt van de plaats;.waar dat goed geïegen is zulks heeft kunnen WEIEHs; henk sit _ Buiten deze drie uitzonderingen, komen, alle algetneene, vere banden, het zij uit de wet, het zij uit overeenkomst voorts {pruitende, elk naar hunne tijds- orde, zó, dat het oudfte-als tijd vóór het jongere gaat. … A _ Kosten. van executie zijn, even als andere. proceskosten concurrent. en hebben geene preferentie, dan door het doen van arrest in executie op eenig goed van den boedel, en het werkrijgen daardoor van een wettelijk verband op hetzelve; vol« gens het geen in artikel 1831 ‚is vastgefteld. “abrdatte 1848} Na de afbetaling der geprefereerde fchuldeifchers; komen PA glle de concurrente fchuideifchers, zonder eenige, tijds-orde; Ke op het overfchot ponds ponds gelijke ‚ dat isieder voor gelijke ercenten, maat mate van de hoegrootheid van elks fchuldvors ering.| ACHTTIENDE TITEL. Ed $ ast nr de. “VAN HET ARRESTEREN VAN GOEDEREN, Art. 1849. De verfchillende foorten van arresten. op goederen; de tijd en wijs, waarop dezelve in de onderfcheidene gevallen wor- den te werk gelegd, derzelver gevolgen,en uitwerking, mits- gaders alles, wat verder daartoe betrekking heeft, wordt bij de wet op de manier van procederen behandeld. NEGENTIENDE TATEL VAN PRESCRIPTIE OF VERJARING. DN EERSTE HOOFDSTUK” ALGEMEENE BEPALINGEN. Art. 1850.| Ee ie Prefcriptieof verjaring is een middel om, door het werloop wan eenen zekeren bepaalden-tijd, en onder zekere bijde wet vaste g $ dan ij eene jen| st voorts É rudfleds Î Kosten; det doen P en het ere; vol t komen B worde, Er gelijke guld vor B ded| Ber Wol| de mis j bij de } 3 4d ' ij E P verloop El de wet C 303} vast Pifgeing bevrijd te worden. Att TESE nne, Men kan geen? afftand doen van eene prefcriptie„ van welke detijd, nog. niet„is vervuld, doch wel daarna, … ee pe ae Art. 1859, 5 Batt Afftand van eene prefcriptie is, of uitdrukkelijk, of filewij. gende: een Stilzwijgende afltänd wordt afgeleid uit het plegen van eene daad, welke doet veronderftellen, dat men van; zijn verkregen tegt afzicte x astgeftelde vereischten, iets ste verkrijgen, of van eene ver vs Niemand kan van verkregen preícriptie afftand doen, dan. die bevoegd is,om te vervreemden. 5 Art. 1854. ee Wanneer men zich op verkregene prefcriptie niet beroept, mogen-de regters. het regt, daaruit ont{taande, niet ambtshal- ve in aanfchouw nemen. Er Art. 1855. Men kan zich in iederen ftaat van een proces, zelfs in ap- pèl, op prefcriptie beroepen, ten ware uit de omftandigheden mogt kunnen worden opgemaakt, dat de partij, welke het regt van prefcriptie niet heeft doen gelden, van hetzelve afltand heeft gedaan.\ | Art. 1856. E ed Afftand van prefcriptie, door iemand in fraude van zijne ‘fchuldeifchers gedaan, is nietig. Art. 1857. de De eigendom van zaken, welke van den handel der mena fchen zijn uitgefloten, kan door prefcriptie niet verkregen worden. En Art. 1858. Ten aanzienvan het rijk, mitsgaders van fteden en dor pen en publieke geftichten, heeft prefcriptie op dezelfde wijze plaats, als ten aanzien van bijzondere perfonen, en zij kunnen zich ook daarop„ even als dezelve, beroepen, TWEEDE HOOFDSTUK. VAN BEZIT IN BETREKKING TOT PRESCRIP TIE Ed Art. 1859. Om den volkomen’ eigendom van eene zaak door prefcrip- tie te verkrijgen, moet men daarvan het bezit hebben, zoe als-hetzelve bij artikel 459 befchreven wordt; moetende on g= C 304 3 bezit wijders aanhoudend, onafgebroken, niet gewelddadig, poch heimelijk, noch dubbelzinnig, en onder den titel van eigenaar zijn. Men wordt altijd veronderfteld voor zich zelven en als E eigenaar te bezitten, ten ware bewezen wordt, dat men zijn bezit voor of in naam van een’ ander’ aangevangen heeft. Art. 1861. Wanneer men zijn bezit voor cen’ ander” aangevangen heeft, wordt men altijd geacht voor een’ ander’ te bezitten, ten zij het tegendeel bewezen wordt.; Art. 1862. __ Zaken, die enkel facultatif zijn, en blootelijk bij gedoogen of vergunning gefchieden, kunnen geen’ grond voor bezit of efcriptie opleveren. Li i 4 Art 1863. Ook kunnen daden van geweld geen bezit daarftellen, door hetwelk prefcriptie kan te weeg gebragt worden, 8 Het eigenlijke bezit begint niet, dan nadat het geweld een einde genomen heeft. Art. 1864. Indien de tegenwoordige bezitter bewijst, dat hij ook gudtijds het bezit gehad heeft, wordt hij veronderfteld hetzelve gedurende den tijd, die tusfchen beiden verloopen is, mede gehad te heben, behoudens het bewijs van het te- gendeel. Art. 1865. Om den tot prefcriptie vereischte tijd te vervullen, kan men bij zijn eigen bezit dat van den vorigen bezitter, van wien men de zaak verkregen heeft, voegen, hoedanig mert ook aan denzelven, het zij bij algemeenen titel of bijzonde= ren„ het zij bij onereufen of bij lucrativen titel, is gefuc- cedeerd. zee DERDE HOOFDSTUK. VAN DE OORZAKEN DIE DE PRESCRIPTIË VERHINDEREN. Art. 1866. Degenen, die voor of in naam van een’ ander’ bezitten, kunnen nimmer den eigendom bij prefcriptie verkrijgen, dôor welk tijdsverloop zulks ook zoude mogen wezen. Dus kunnen een huurder, bewaarnemer, vruchtgebruiker, en lint, k Etiel an nend } men djs kelk B 4 É ddoogen Dibezit of DE alelen, al veld ee Bij ook po rderfleld grerloopert en het tee, len, rt[ L Bep J en die eene zaak precarioof-tef. bede onder zich hebben, den eigendom derzelve nimmer-bij preferiptie bekomeért. Arts 1867. Ook heeft prefcriptie geen plaats ten behoeve dererfgenamen van de genen, die eene zaak, bij één der in het voorgaande artikel vermelde titels, onder zich hadden. Echter kan pfefcriptie ten behoeve van de perfonen ‚bij de twee vorige-artikelen vermeld, plaats hebben, wanneer de titel, op grond van welken zijde zaak onder zich hebben, veranderd is het zij. uit eene oorzaak, die vaneen’ derden afkomt, het zij ten gevolge’ van dat zij het regt’ van den eigenaar betwist hebben,. Kf Arte 1869. B nood > Prefcriptie“kan plaats hebbensten behoeve van de: genen, aan wie huurders, bewaarnemers; en dezulken; die eene zaak precario Of: ter‘bede bezitten, dezelve zaak bij-een’:titel; uit krachte van welken eigendom verkregen kan wordenshebben overgedragen. east: Arta 1870. Meh kan tegen den titel aan, op welken men. iets Bezit, geen. regt-van* preferiptie bekomen„in dien zin namelijk, dat men zelf geene verandering tem: behoeve van ziehszelven kan maken in de oorzaak en het beginfel, waaruit men zijn bezit verkregen” heeft. 980. dima a Art.…a8z7r. B «Doch men’'kan wel regt vans prefcriptie tegen-zijn? eigen’ titel: in dien‘zin verkrijgen, dat:men door preicripe de be- vrijding bekomt van eene verbindtenis, dewelke men zelf aangegaan heeft. PRD re EGO DSE EK, VAN-DE OORZAKEN, DIE DE PRESCRIPTIE INTERRUMPEREN, OF DIE DEZELVE OPSCHORTEN. EERSTE AFDEELING. VAN DE OORZAKEN; DIE DE PRESCRIPTIE INTERRUMPEREN, Art. 1872. le Ínterruptie van frefcriptie is, of natuurlijk, of dezelve ís civiel@f burgerlijk, Y Art. 1873 KC 86 é Natuurlijke interruptie heeft plaats, wanneer de bezitter, gedurende meer dan een jaars het zij door den ouden eigenaar, het zij doot een’ derden: vanhet genot der zaak is ontzet geweeste, … Deitd dees:“5 Art: 1874. Eene infinuatie, eene ‚regterlijke dagvaarding, een arrest, geëxploiteerd aan deu-genen, dien men beletten wil prefcriptie Art. 1873.{ e verkrijgen, doen. eene-civiele. interruptie oùt{taan. Zelfs-wordt preferiptie door eene: dagvaarding voor den on- bevoegdeu-regter geïnterrumpeerd.…« Art. 1876. eert Doch wordt preferiptie niet geacht geïnterrumpeerd te zijn: Wanneer de infinuatie„ dagvaarding„ of arrest nietig is, uit hoofde vän een gebrek in dem vorm;[ Wannter-de eifcher a{ftand doer van zijnen eischs Wanneer hij de inftantie laat te niet loopen„» Of wanneer de gedane cisch ontzegd wordt. Aits 1877. ‚ Preferiptie wordt geïnterrumpeerd; wanneer een fchuldenaar of beziüter-eene erkentenis uitvrengt van hetregt vanden geen, tegen wien: de prefcriptie liep, Art. 1878, De infinuatie, dagvaarding of arrest, volgenschet bepaalde bij de vorige artikelen, aart seen’ der fchuldenaars, dewelke, ieder#77 folidum, of voor hetgcheel, verbonden. zijn ‚ geëxe ploicteerd, of‘door denzelven uitgebragte …erkentenis: intér- rumpeert de prefc:iptie tegen alle de andere foiidaire fchulde- paars, en zelfs tegen derzelver erfgenamen:„risun pe Doch door zoodanige infinuatie, dagvaarding of arrest, aan. een’ derr erfgenamen van een’ folidaisen fchuldenaar geëxploic- teerd, of door de uitgebragte erkentenis van denzelven, wordt de prefcriptie niet geftuit, met betrekking tot de andere erfge- hamen, zelfs niet in geval van eenige bypotheeaite'fchuld, ten ware de verbindtenis ondeclbaar zijn mogt,”: Door deze Infinuatie, dagvaarding, arrest of erkentenis; wordt de prefcriptie, met betrekking tot de andere mede- fchuldenaren, niet verder. geïnterrumpeerd,«dan: voor zoo veel het aandeel van dezen erfgenaam betreft. Om de preferiptie geheel fe interrumperen, ten aanzien der andere medefchuldenaren; moer de infinuatie, daevaarding of arrcst aan alle de erfgenamen van den overledenen geëxploic- teerd worden, of de erkenteuis door alle dezelve worden uit- gebragte°° s 8 chu 4 jatelr Sten \ ling. 5 Pie Pi ondd 1908 valle Pit Pi 4 Wan ‚de ‚verk kl Pr M afhai M ‚geer: j 1 E 8 sons„Pe infinuâtie, dagvaarding of arrest, aän den prineipale fchuldenaar geëxploicteerd 3 of deszeifs uitgebraate”erken tenis ‚ interrumpeert ook de preferiptie met betrekking tot den borg: en Ares, TWEEDE AEFDERLING. Wrefcripk/ Ee se S& À VAN DE-OORZAKEN, DIE DE PRÈSCRiPTIË dence! OPSCHORTEN: À ee AGE 188Ô, me: gezin: Preferiptie:loopt tegen elk en eet iegelijk, behalve die genén; Wis pp ten wief behoeve de wer eene uitzondering maakte E Abt. FRET«SU EI_ Prefcriptie loopt niet tegen minderjarigen en dezulkeri;die 1 Onder curatele ftaan, onverminderd het vastgettelde bij artikel 5 1995, ende uitzondering der anderé, bij de wet bepaalde ges vallen, À Prefcriptie heeft geen plaats tusfchen echtgenootén onders BRUG, in 5. gaende Prefcriptie loopt. tegen eene ‚gerrouwde vrouw; ook datt gzweke, Wanneer. zij ‚buiten gemeenfehap van goederen gehuwd is; ent gie) e man de behéering hater goederen heeft; behoudens haät es ij(verhaal op den man: el ‚_-Preferiptie loopt niet: 7 8 oe gn„Met betrekking, tot eene infehuld; welke van eerie voorwâârde Ek. Afhangt; zoo lang die voorwaarde niet vervuld iS 5 oe ik u Met bettekking tot eene actie 1ot vrijwating;‘zoo läng’et E Beene evictie plaars heeft; oee tl)_ Met betrekking tot eene irnfchuld ‚ welke op eerieh preéiefei Eden dag vervalt, zoo lang die dag niet verfchtenen iss MN tene rhe UE oee cas jeje ad emee„ Preferiptie loopt niet tegen@en’ erfgenaäm, die de nálaterid 5: o ved fchap onder beneficie van inventaris tanvaardt, met betfekking 5# de infehulden; welke hij van die nälatenfchap te vordereit kek o Doch zij loopt tegen eene vacerende nalatenfehap, offehoett Ee dezelve van geenen curator voorzien iss ers On Art. 1806 u Ook loopt prefcriptie gedurende den.tijd; welke doof de wet 8 B_ bij den titel van erfvolging„tot het maker van iirwehtaris; eu AN 99 het nemen van beraad toegeftaan is, Va vijd- C 898) VIJFDE HOOFDSTUK. R VAN DEN VEREISCHTEN TIJD ene: DE BANEN ESCR(P TIE SHOOT ESE RER STE AFDEELING. 4 ALGEMEENE. BEPALINGEN, Art. 1887. _ Preferiptie wordt /bij-dagen, en niet bij uren gerekend. … / Art. 1888. Î Er beftaat prefcriptie, zoodra de laatfte dag derzelve ten einde. geloopen is. an PWEEDE AFDEELIN Ge. VAN DERTIGJARIGE PRESCRIPTIE., Art. 1889. en Alle actiën, zoo reële als perfonele, worden gepreferi beerd door een tijdverloop van dertig jaren: E SDegeen, die zich op deze prefcriptie beroept, is niet gehoude_ Zijden titel gantetoonen, en LEZEN hem wordt geene verdediging toegelaten„ dewelke uit zijne kwade trouw zoude“ontleend worden::. Ee ae Ab Reo| Dé fchuldendar Van eene rente kan, na verloop van acht-en-| twintig jaren na de dagteekening van den laatften titel of rel gebrief, genoodzaakt worden aan zijten fchuldeifcher, of die deszelfs regt verkregen hebben, ten zijnen koste eenen niet. wen titel te leveren, ger De regelen van prefcriptie, ten aanzien van andere onder-” werpen, dan die bij den titel van prefcriptie of gerjaring NU meld zijn, worden bij de titels, in welke dezelve onderwer, pen afzonderlijk behandeld worden, voorgefehreven. di DER: ú « gt:rekend, . derzely A PIE vj Een gep’ joi geht se verden py oude 00 jj van ach gn del of Bites, spe eene ended jd glve on velle C 39 J „DERDE AFD EELINGS#0 VAN DE TIEN- OF TWINTIGJARIGE— PRESCRIPTIEe _ Art. 1892. Die eenig onroerend goed ter goeder trouw, en op grond wan eenen wettigen titel bezit, bekomt daarvan den eigen- “dom, bij prefcriptie, door verloop van tien jaren, indien-de wezenlijke eigenaar binnen hetzelfde departement, binnen het- welk het goed gelegen is, woont, en door verloop„van twin- tig jaren, indien de laatstgenoemde buiten hetzelfde departe- ment woonachtig is, Art. 1893. Indien de wezenlijke eigenaar zijne woonplaats op onder- fcheidene tijden binnen en buiten dat departement gehad heeft, moeten„in de berekening van den vereischten tijd tot prefcriptie, bij de jaren, welke aan de tien jaren inwoning binnen dat de-. partement ontbreken, gevoegd worden zoo vele van de jaren “ zijner afwezendheid, als het dubbel van het op de tien jaren te kort komende bedraagt. i Art. 1894. Eentitel, die uit hoofde vaneen.gebrek in den vorm nietig is„ kan niet tot grondflag van eene tien- of twintigjarige prefcrip- tie ftrekken. Art. 1895. De goede trouw wordt altijd veronderfteld, en de geen, die zich op kwade beroept, is verpligt dezelve te bewijzen, Art. 1896. Het is voldoende, wanneer, ten tijde dat de zaak verkregen isy de goede trouw aanwezig was. Art. 1897, Na afloop van tien jaren, zijn architecten en aannemers, ont- {lagen van de vrijwaring van werken, welke zij beftuurd en gemaakt hebben. PIER DE ADEREN VAN EENIGE BIJZONDERE PRESCRIPTIEN, En Art, 1898. De actie wan meesters en onderwijzers in kunsten en weten- fchappen, die, onderwijs bij de les geven, wegens derzelver lêsfen, ei S Vs Die # C gro) Die van herbergiers en taf-lboudets, wêgzens logement en kost,_ 5 4 En die van arbeiders en daglooners, wegens; dagloonen en verdieniten od Worden geprefcribeerd door verloop van twee jaren, in| aande met het einde van de maand, waarin de lesfen gegeven,— he: logement en de kost verftrekt, en de. dienften bewezen zijn, Art 18995 E _De atie van geneesheeren, chirurgijns en apothekers, wee— gers dienften en leverantiën, tie van exploicteurs en boden, wegens. het falaris voor exploicten en volbragte commisfiën, Die van winkeliers, wegens verkochte goederen aan perfo- nen„die geen winkeliers zijn, Die van kostfchoolhouders, wegens bet kost- en fchoolgeld voor derzelver leerlingen, en van andere meesters, wegens het loon van het onderwijs, _En die ven dienstboden, wegens derzelver huur, Worden geprefcibeerd door het verloop van twee jaren, ingaande met het einde van het jaar, waarin de dienften hewes- zen, de leverantiën gedaan, de exploicten en commisfiën vol. bragt, het onderwijs gegeven, de kost verftrekt, en de huur verfchenen is. Art. 1900. De actie van practizijns, tôt voldoening van derzelver vere fchotten en falaris, wordt geprefcribeerd door. verloop van twee Jaren, ingaande met den dag, waarop het proces is uits gewezen of de partijen vereenigd zijn, of waarop het emplooi van of de procuratie op dezelve perforien heeft opgehouden, _ Ten aanzien van onafgedane zaken, kunnen zij geene vol. doening wegens verfchotten en falaris, die meer dan vijf jazgn dagteekenen, vorderen, Art. 1gor. De preferiptie heeft in de hier voren gemelde gevallen plaats, offchoon?er eene continuatie van leveranciën, dienften, one derwijs en werkzaamheden plaats gehad heeft. ed Art. 1909, Noetans kunnen zij, aan welke de prefcriptiën, die in deze afdeeling vervat zijn, worden tegengeworpen, den eed defe- reren aan de genen, die dezelve tegenwerpen, tén einde te vers klaren of de zaak waarlijk is betaald geworden,| _De eed kan gedefereerd worden aan de weduwen en erfge- namen, of aan de voogden over deze laatften, indien dezelve minderjarig zijn, ten einde te verklaren, of zij niet weten dat ge zaak verfchuldigd is, gan Art, 1903 aide ei tin ddie rt 190de daglne De regters en practizijns zijn. wegens de afgifte der flukken, cn va verloop van vijf jaren nadat het proees uitgewezen is, E: ren,—— niet meer aanfprakelijk. ge len gegen: Ook kunnen de exploicteurs en” boden na verloop van twee dl Bewezen jaren, nadat zij de aan hun opgedragene commisfiën uitge- k Be voerd, of exploicten gedaan hebben, wegens de uitlevering Beter, der papieren niet meer aangefproken worden, ‚ : an Art. 19094. Salaris p Verfchenen renten, het zij. perpetuêle of lijfrenten, Verfchenen penfiosnen, tot alimentatie ftrekkende, al. aan pe Huurpenningen van huizen en landen, ‘ Interesfen van opgenomen penningen, en in het algemeen sl(Choolg al wat bijhet jaar, of bij kortere termijnen, betaalbaar is, wegens: Worden gepreferibeerd door veiloop van vijf jaren, , Art 1905, IJD, De prefcriptiën, waarvan bij de artikelen van deze afdee- Bl wee ju ling gehandeld wordt, loopen tegen minderjarigen, en de ge- 5 ufken hen nen, die onder curatêle{taan, behoudens derzelververhaal op De nisfin vi de voogden en curateuren. en de hw Art. 1906, RE Met betrekking tot toerende goederen, geldt het bezit voor Î een? volkomen’ titels zelver vel Niettemin kan de geen, die eene zaak verloren heeft, of sloop vi aan wien dezelve ontwieemd is, die zaak gedurende drie ja- DE oces is ui ren, ingaande met den dag van het verlies of de ontvreeme Keo ding, als zijn eigendom reclameren, bij wien hij dezelve cok houden vinden moge 5 behoudens het verhaal wan den houder tegen IS ne dl ‚den geen’, van wien hij dezelve zaak bekomen heeft, grt Aft. 1907- Bit Indien de tegenwoordige bezitter van de ontvreemde of vera lorene zaak-dezelve op eene kermis of openbare mäkt, of op hat eene publieke verkooping, of van een” koopman, die zooda- gels nig foort van zaken verkoopt, gekocht heeft, kan de oor 5 olen, fpronkelijke eigenaar de teruggave daarvan niet bekomen, dan met vergoeding van den prijs, welken de kooper voor dezelve befteed heeft. fr ed Art. 1908. ze À Pon De preferiptiën, welke op het tijdítip der publicatie van het Fr wetboek begonnen. waren, moeten overeenkomftig de oude wetten geregeld worden:| ge gij Niettemin zullen de preferiptiën, welke op het voornoemde pn deze tijdftip begonnen waren, doch tot welker vervulling, volgens prend de oude wetten, nog meer er dertig jaren, te rekenen pe 4 e EC gr) de gemelde publicatie, gevorderd werden, door den mu inge voerden termijn van dertig jaren afloopen.”«> 4 el en u. Het tegenwoordig befluit zal worden gepubliceerd en in E het bulletin der wetten geïnfereerd, IL| mamma Onze minister van juftitie en, politie is belast met de executie van het tegenwoordig befluit. ‚Gegeven in het koninklijk paleis te Amfterdam„ den ogften van en van het jaar 1809, en van onze regering het vierde,| seen LODEWIJK. De minister van juftitie i en politie DE d C‚ Fe VAN MAANENe RE: { ' | É Brvecuie| Ed Ela, Ì Bing ket À g KE GET RR OP HET WETBOEK NAPOLEON, he INGERHAT VOOR HET KONINGRIJK HOLLAND, IN BEE Dn 0 Van de jölondmonmes de witwerkfelen en de toepasfing der wetten in het algemeen ER ne E EsheSvInbnale® Erk VAN DE PERSOONLIJKE REGTEN. TITEL 1. Wan het genot en van het verlies der bur. gerlijke regten. HOOFDST. 1. Van het genot der burgerlijke regten. 8. HOOFDST. eo. Van het verliesder burgerlijkeregiche Ike TITEL'e a. Wan de befcheiden of acten van den bur- gerlijken flaat … … … e««««« Is STITEL 3. Van domicilie of weonflede …««« 2% TITEL 4. Van afwezenden … … tk TITEL 5. Van het huwelijk,: HOOFDST. 1. Wan trowwbelofben …-««vene Os HOOFDST, 2, Van huwelijks voorwaarden. … … 57e HOOFDST. 3. Wan de vereischten des huwelijks … 99e à HOOFDST, ar HOOFDST. 4. Van omdehtrouw en voltrekking des dad Khen ee HOOFDST. 5. Van het fluiten der geboden … HOOFDST. 6. Van de gevolgen des huwelijks, ten 1 ij& zn: rde goederen der cchtgenooïen. AFD. 1. Algemeene bepalingen. … … … AFD, o. Van de voogdij van den man... AFD. 3. Van gemeenfchap van goederen en van gemeenfchap van winst en verlies. STUK r. Van gemeenfchap van goederen_. STUK oe. Pan-gemeenfchap vanwinst en verlies. STUK 3. Gemeenfchap door overeenkomst niet dg tT STUK 5 Hoe gemeenfchap eîndist- …. ….… STUK 5. Wan fcheiding van den gemeenen STUK 6. Van afrekening wegens Winst en e* 9.. e e saansien zoo van de'penfonen ads var, Art. Tige 13e 140, 147 179. IGI. 192, = … STUK 7. Van voortduring der gemeenfchap van goederen na den dood HOOFDST. 7, Van disfolutie of ontbinding des ARE en an HOOFDST. 8, Van tweede hiwelijken ER TITEL 6. Van nulliteit of nietigheid des huwelijks, echtfcheiding en feparatie. HOOFDST. 1. Van nulliteit des huwelijks en echt. Jcheiuing, AFD. 1. Van nòlkiteit des huwelijks AFD. 2. Van SCRIBD ae HOOFDST. 2, Van /eparatie … e …—. TITEL 7. Van de betrekking tusfchen ouders en kinderen.[ HOOFDST. 1. Van wettige kinderen’. HOOFDST, 2, Hoe de flaat van wettige kinderen 196. 197. 200. 213, DIS. 22: e42. 249 HOOEDST. | Í | l HOOFDST. 3. Wan onechte kinderen en van derzel. ver wetsiging of legitimatie, AFD. 1. Van onechte kinderen in het algemeen. AFD. es. Wan erkentenis van” onèchte kinderen, en het verder bewijs van derzebver flaat, AFD. 3. Van wettiging van onechte kinderen STUK 1. Van. wettiging door-opgevolgd hun br rte STUK 2, DR wettiging door brieven van le- HOOFDST, 4. Van de verpligting tot heet HOOFDST. 5, Van de ouderlijke magt.. TITEL 8. Van minderjarigheid en van voogdij. HOOFDST. 1. Van minderjarigheid.. een HOOEDST.‘a: Pon. voondifs oee. ee AFD. 1. Wan voogdij van vader, moeder en andere perfonen, en van aanftelling . yan voogden bij testament of acte_. AFD. e, Wan aanftelling van voogden. door de weeskamer of het geregt, en. van op- RETVoOZ dij ed„ e e.© e®° AFD. 3, Van toeziende voogden.« …« AFD. 4x Van de redenen, die vanmeene voogdij VEL FRROONON weten en ok ee AFD. 5. Wie geen. voogden mogen:zijn, en wie van eene voogdij moeten afgezet worden, AFD. 6. Van de adminiftratie of het beflaur der voogden Pl« e e® e© ê© e AFD. 7. Van het eindigen der voogdij, en van het doen van rekening en verantwoording. T ITEL 9, Van emancipati e of ontflag uit de Magi van ouders of voogden« …«« e« TITEL zo. Van meerderjarigheid en van curatele, HOOFDST. 1. Van meerderjarigheid« _HOOFDST, 2, Zan OMRAN eee aat Art. 260 eór. 268 269e 27L: 27e 279. 28e 209, 30 Te 399 323e 327e WIJ TW EED Eae.B OF VAN-DE ZAKEN EN DE VERSCHILLENDE ZIGINGEN VAN EIGENDOM, TITEL 1. Van de verdeeling der zaken..« HOOFDST., HOOFDST. „HOOFDST, 1. Wan onroerende goederen …> a, Win roerende goederen … … …« z. Wan de goederen, in betrekking tot derzelver bezitters._. e»« AITEL a. Wan eigendom- ve«ae HOOFDST. _HOOFDST. 1. Wan het regt van accesfie op het geen {Hoor de zaak wordt voortgebragt« a. Wan het regt van accesfie, ten aan- zien. van het geen zich, met de zaak wereenigt, enn met dezelve een geheel OENE eee ee TITEL 3 Van bezitregt oneens TITEL 4. Van vruchtgebruik of lijftogt, van. ge- HOOFDST. AFD; 1. AFD. 2. AFD. 3. HOOFDST. HOOFDST. AFD. 1. AFD. a. AFD. 3. TITEL 5. bruik, bewoning„ tiendregt, regt van opfral en cijnsregt. 1. Van vruchtgebruik of lijftogt. … Van de regten van den vruchtgebruiker, Van de verpligtingen van den vrucht= gebruikers: vete skea Hoe vruchtgebruik eindigt. …«« a. Van gebruik en van-bewoning …« 3. Wan tiendregt, regt van opflal en cijnsregt. Van HENDTEEE„ e« are eze Van regt van opflal..««« … Van cijns- of tijnsregt … …«« Van fervituten of erfdienstbaarheden, en erffcheidingen. HOOFDST, 1. Algemeene bepalingen. … …«« 447% 459 335 HOOFDST. … Art. k_HOOFDST. 2: Van erffcheidingen««© …® 553 E\ HOOFDST. 3. Man drop of waterloop«> enn 57% ij_HOOFDST. 4. Van vensters». vab lichtof gezigt Rak ze d op of over het erf vann den buurman. 51e EER_HOOFDST, 5. Van overgang, en. UIEWES er 5/3 Sa HQ@OEDST. 6. Van verdere fervituicn os 5780 EE DERDE BOE K, je| 8 8 kp VAN VERSCHILLENDE, WIJZE EN TITELSs OPEN SUIT: ERACHTE MAN WELKE EIGENDOM VERKREGEN WORDTs. Art: Algemeene bepalingen En eK 58Te | TITEL 1. Zan erfvolging. en HOOFEDS'L. 1. digemeene bepalingen | HOOFDST. 2. Van erfvolging, bij testament. AFD. 1. Wie testament-mogen;maken toes AFD. a. Wie uit kracht van testament. voordeel [ mogen genieten eee tn 60ge AFD, 3. Van denvorm der testamenien.» 620% AFD. 4. Van inflitutien of erfjellingen_»» 657e AFD, 5. Van fubflituriën of onder-erffrellingen IT AFD. 6. Van fideïcommifen of erffrellingen over ik . ee de hand.«oer 6 é AFD. 7. Van legaien. of-makingen—… ‚76e } AFD; 8,„Hoe testamentén ze niet gaan … 835» HOOFDST. 3. /47 erfvolging bij verflerf. AFD. 1. Algemeene bepalingen … …« AFD. 2. Van reprefentatie of plaatsvervelling. 86os' AFD. 3. Van erfvolging bij werfterf in de neder- Eu gaande linie … …«* bn 5 AFD. 4 Van erfvolging bij verferf in: de op a 86e KJ Ad® ®©, ip, gaande nie—» Yi AFD. 5. Van erfvolging. bij verflerf in de “AFD; 6. Pan onregelmatige erfvolging bij ver. ‘FOOFDST. 4. Van executeurs en adminiflrateurs, 8824 „HOOFDST. 5. Van het aanvaarden, en rcpudiëren ete ee ef Werwerpen eenér erfenisof legaat;— 4rb. TI. Van het aanvaarden eener erfenis of— AFD; 3. Van het repudiëren of verwerpen cenct d erfenis of legaat and GER. AFD. 3. Van beraad en wan bêndfitte van in à VELE EAT ELD eid 039, AFD. a. Van vacerende erf ent sfera Air: g« 955 HOOFDST. 6, Van boedelfcheiding en van collatie whe of inbreng, _“AFD. 1. Van boedelftheiding een AFD. 2. Van collatie OE INONE gn ed 984: AFD. 3. Van de betaling der fchulden Aj 097. AFD, à. Van de gevölgen van boedelfcheiding, en en van vrijwaring wan het eanbedeelde;‘1006, AFD. 5. Ván vernietiging of rescisfie van an.” ; gegane boedelföheiding Et Ee nde TITEL oa! Van contracten of Conventionele Vere je bindienisfen in het algemeen, HOOFDST. 1. Voorafgaande bepalingen\. …,, 1oide HOOFDST,-a. Van de wezenlijke vereischten der eene«. Weten Toa is AFD. 1e Man toefleinming …… é de 6 1Ó23, AFD, oe. Van de bekvaamheid der contracte-[ EN Oe DE è 1036, hd Ld ë Ka Ô, Ld rende partijen AFD, 3. Van het onderwerp der overeenkomsten ALD; 4. Van de oorzaak der verbindtenisfen HOOFDST. 3. Zan Jen, AFD, 1. Algemeene bepalingen … AFD, 2, Kan verbindtenisfen » 1048, . 104Îe de gevolgen der verbindtenis. “5À à 42080, om ietstegeven, 105%, AFD, Si 51 Af, Ál dl di Arde sì AFD. 4e AED. 5 GEAREEN 6. x eenen . AFB. 4. go AFD. 4e AFD. 5. AFD, 6. HOOFDST. AFD; 1. STUK STUK STUK STUK STUK STUK AFD. 2, AEL Je AED, 4. AED. 5. Wan: verbindtenisfen on tets te verrige ten of nict te VETTIJLEN …«&« ve 10560 Van kosten, Jchaden ensinieresfen. 1060, Van. de witlesging der overeenkoniftén … x968, Van de gevolgen der overeenkomften, ten àanzien van derden ee ò& wlO7Ze 4. Van de verfchillende faorten vat verbindtenisfen, Van conditionele of: voorwaardelijk verbindtenisfen, Wiske Hijs pe TO8De Van werbindtenisfen met: of zonder \_vijdsbepaling NRE ke Ten 0 to Van. verbindtenisfen mmct bijvoeging van plaats e e e e°. e e e ÌIOGs Van alternative verbindtenisfen naw 114. Van. folidaire verbindtenisfen eran 1LlOe Van deelbare en ondeelbare verbind- Wan verbindtenisfen met, ‚dading yan penalitcit„.« De.« 1135 5. Op welke wijze verbindierisfen de niet GOUD eee et 1343» Var beraling. 1. Van betaling in het algemten …« 1144 2. Wan betaling met furrogatie …« 1159 3. Waar gedane betaling op toe- of afgerekend wordt …« …«« … KlÓge a. Van aanbod van betaling en COn-— fignatie eeN NN 1168, 5. Wancesfie-of boedelaffland …«« 1176, 6. Wan-atterminatie. of uitflel van bée- taling see He Oe. 1134, / Väncnaralië eon sd eis BZ Van kwijtfchelding van fchald, … … TID7. Van compenfatie …«««1208, Van dens e of ah ekbenandiek, 1220, AFD, II HOOFDST, 129Ie à\ E Art. AFD. 6. Vanhetvargaan der verfchuldigde zdk..1023. (AFD. 7. Wan vernietiging of rescisfie van aan.— gegane overeenkomflen. ……« …«„-1225 “HOOFDST. 6. Hoe verbindtenisfen ende vida ning. derzelye worden bewezen …… 1239 „AFD. 1. Wan bewijs-door gefchrift. STUK 1. Wan openbare en authentieke titels - of befcheiden eN ete e. ES. 123%. STUK:s. Zan onderhandschgefchrifk …««124» ‘STUK 3. Wan herfpokken>.. …« e 125Te 2 STUK 4. Van kopijen van oorfpronkelijke titels Etot br Velehptdok es Pe eh s 105% “STUK 5 Von föhriftelijke erkentenisfen en ke confirmatiën ene ERRAe VAED. a. Vn bewijs door gefiigen. ….:“1959. “AFD. 5. Van prefumtiën òf Vermoedens … 1974: STUK 1. Wan wettelijke prefumliën«"1275 STUK 2, Van prefumtiën„die niet door de wet daargefeld worden ….«1278. “AFD. 4. Van confesfie of bekentenis.« … … 1279 STUK 1. Van den beflisfenden eed.« sx 1283 STUK... Van. den eed, die, door den regter ambishalye wordt ODDALED ans STUK 3. Algemeene bepaling omtrent het be- ME ee ee 190% TTE L 3. Pan verbindtenisfen buiten overeenkomst. 1996. ss HOOFDST. 1. Van guafie-contracten … …«« 1297 „HOOFDST. e;- Wan delicten of 4 guafie-delicten; … 1313, | TITEL a. Man. het huwelijks contract, en. de wederzijdfehe regten derechtgenooten„ 1329» TITEL 5. Van donatie of fohenking.. … …«133% TITEL 6. Vän koop en verkoop. “„HOOFDST: 1: Van den aard en vereischten van eens koop en: verkoop er en “HOOFDST, 2 a. Wie koopen en knn mogen … 1369. Ï goe TT: LAT Io, Hoc % hyp/r GR sl dites en én van elke _— en ed hemed ed ei E 5 5 Dn HOOFDST. 3. Wat verkoopbaar is« …««» HOOFDST. 4. Van de-pligten der ver hank AFD. 1, Afgemeene bepalingen sr ten ink AED, Ge MUR MATEN ee ee Ek AFD. 3 Van-Prijwaring gan Seen ete 130ke STUK 1, Wanvrijwaring, in geval van eviäie, 1399 STUK 2, Van vrijwaring, wegens gebrek aan de verkochte zaäk eee eee ke HOOFDST. 5. Wan de pligten van den kooper … 1423 HOOFDST, 6. Wan het te niet gaan van koop en verkoop Ld. 2 Ld... e e 14 3e AFD. 1. Van‘het vermogen om het verkochte weder intékoopen,«. ….««« 143% AFD. 2. Van rescisfie van verkoop, ter zake van lefie of benadeeling … …. …. 1446, HOOFDST. 7. Van openbaren verkoop van in het gemeen zijnde goederen … rn HOOFDST. 8. Van den verkoop van eene inft huld, erfenis en andere onligchat nelijke Ne ee WLEEL nHL TITEL 8. Van huur en verhuring, es fpachtsreg en regt van beklemming. HOOFDST. 1, Algemeene bepalingen …—. 1477. HOOFDSE. 2. Van huur en verhuring van zaken, 1481. AFD, 1. Van huur en verhuring van huizen en landen in het algemeen ed sl4sn. AFD. 2 Van huur van huizen în het’bijzonder. 1516. AFD. 5. Van huur vyan landen in het bijzonder, 1526. ‘HOOFDST, 3. Van huur van diensten« … … … 1542. AFD, 1. Wan huur van dienstboden.. … 1543. AFD. 2. Van voerlieden en fchippers ….… 1545. AFD. 3. Van aannemers en ambachtslieden … … 1550. HOOFDST, 4. Van er Eat egt en regt van TITEL Art. 1373e 1377 Ne in Jams Peel 0 en Name) br] Ae, ui AFD. 9. Wan contract van focicteit, IT AED:-o, AFD. HOOFDS Pis 7) Late TIM nme HOO EDS PTT TE kn 5 4 Á 1 ao 5 Il HOOFDST:. HOOFDS _ HOOFDST. 1. Algemeene bepalingen:>. …« a. Van de verfchiblende foorten van TOCEERPEICH Gros ek alas Van algemeene focietciten … …« Van ve dere focieteiten« …—« 3. Wan de werbindtenisfen van, de eg zoo onderling als met betrekking tot derden, Wan de onderlinge verpligtingen der BESJOCËBTOEN ee aoe er ee Vande verbindtenisfen der seasfocieer- den ten aanzien van derden.. 4. Van de verfchillende wijzen, waar- Ee eene focieteit eindigt.« …« Bepaling betrekkelijk de focieteiten VAN COMMEICIE …««« Was leng eer a del de r. Wan bruikleening of‘commodaat. Van den aard van bruikleening Van de verpligiingen van den geen, die iets ter bruikleen Ontvangt … …« Van de verpligtingen yvan den uitleener 2. Wan verbruikleening of eenvoudige leening. Van den aard der verbruikleening« Van de verpligtingen des uitleenêrs. Van deverpligtingen van den geert, die dels ter leen ontvangst en ed Te a. Van ter leen geven op interesfen … Van bewaarneming en feguestratie. 1. Van bewaarneming in het alge meen, en de verschillende Joorten MEN HEZUNO ader oes Van cigenlijk gezegde bewaarne- Ming. 1609,« 1617 1618. 1619. 16246 1632 16450 1648, 1655e e AFD, JJ e kaan. mer, 1 meh mn ee tn nnen nn k 98 der Ki . ê tt mn A Ë Sin k:5 4 zi ‚ós. B,[ | ‚rÓb MI, bn EE de ed ik Luk Ss: le d 5 fil as k| # AED. 1 „AFD. 2. AED, 3e ERIN di AFD. HOOFDS T. AED, 4e AFD So. ARD ELEN ze HOOFDST. . 2. Van eontracten van lijfrenten. HOOFDST AFD. 1. AFD. g. TITEL 13. HOOFDST. HOO FDST. HOOFDST. HOOFDST, SEE E Lu. HOOFDST. _HOOFDST 1 5. Van de bewaarneming Ees den aad en het wezen Ë be- Pan lk, ge bewaard Ee Van de verpligtingen van den bewaar- 216112 êr La KJ«« e« e e Ld id Van de verpligtingen van den bewaar- Zever Ld e® e Od e e e e id Ld 3. Van fequestratie, Van de verfchillende ea van fes auatraiie: ae tie en Van feguestratie bij Bene se Van de geregtelijke feguestratie- … Pan kans-ContraGien ern. 1. Van fpel en weddingfchap. Van de vereischten van lijfrenten Van de gevolgen van lijfrenten, ten aanzien van de partijen, die gecon- #racteerd heben, ca ee e ta ela Van mandaat of lastgeving. 1. Wan den aard en den vorm van HASEECMNE on Tee eee o, Wan de verpligtingen van den mandataris of lasthebber 3. Wan de verpligtingen van den lastgever deu ahd 4. Vande verfchillende wijze, waarop lastgeving CINdIE) ne te ee Van borgtogt. 1. Wan den aard en fBrekking van bor Stogt à e Ld hd Ld La@ hd Ld ‚ao. Wan het gevolg van borgtogt. Van het gevolg van borgtogt tusfchen den fchuldeifcher em den borg … … … Van het gevols van bargtogt„ tusfchen den fchuldenaar en den borg en BEVEREN EEE ANS EN AFD, 16604 1664» 1670, 1690, wit noodzaak … 1692, 1699» 1700 À 17905: 1708, 1709. ° 1712 172Ïe. 17278, 174Le 17466 17540 17Ó4e 1768. een goten magie it ARD. 3 HOOFDST, HOODFST, TIFEL is ALLEL 10, TITEL 17. HOOFDST, HOOFDST. En| Art, Van het gevole van borstogt, met[ betrekking tot de medeborgen... ier de 3. Van het te niet gaan van borgtogt. 1774. 4. Vandegalen en judiciëlen borgtogte 1780. Van transa@iën of aceoorden„ …« 1784. Van perfoneel arrest în eivicle zaken. 1799. Wan regt van pand of hypotheek, ir. Van pandregt uit overeenkomst … 18or, o. Wan pandregt uit de Wk ie 1828, HOOEDST. 3. Wan regt van preferentie... 1839. TITEL: TITEL 1. HOOFDST. _HÓOFDS Tr, HOOFDST. HOOFDST, Tee Ee AFD. 2. HOOFDST. AFD. 1. AFD. s. AFD. 3. AFD. 4 Van het arresteren van goederen …. 1849 Van preferiptie of verjaring. 1. Algemene bepalingen_,««« 1850. 2. Wan bezit in betrekking tot pre. POEP. 1859. 3, Van de oorzaken, die de prefcriptie VORARADEPER ee 1866, 4. Van de oorzaken, die de prefcriptie interrumperen, of die dezelve op- Schorten. Van de oorzaken die de prefcriptie in. DER UIDEFEN eeen ke 1872. Van de oorzaken die de Preferiptie OIEOOEENN 1860, 5. Vanden vereischten tijd tot prefcriptie, „Algemeene bepalingen 1887, Van de dertigjarige prefcriptie. 1889, Vande tien-en twintigjarige Prefcriptie, 1892, Van eenige bijzondere Prefcriptiën„ 1898, He mn B onb, EI B, 1790 EN, 2021 1028 GE De, a 5 sE RT AR Ben pn ES | NAAR BREN hi: el ANNA if baan jh Î Oem Ì d 5 9 10 11 12 13 Colour& Grey Control Blue Cyan Green_ Yellow Red Magenta White ke de ds