ÉNE ac ms tuer É CS v# ë te v] À| LT ss " à 4 *.: a* :‘ L Lo F| #4 F A? ;+ A!* S<: bee:\: Ë Fe“ s s“ k. ra ;! «.\: Vi || sal # ru Œ=: LE: us Ë Fe {| #4 É ? { i] | ;| | à ana rer a CNE ni 4 / NAPOLÉON, ARTICLE T— 1881. £DITION OFFICIELLE. IMPÉRIALE, POUR COMPTE DE LENS ALLAN T ë L'IMPRIMERIE à AMSTERDANM, MDCCCXI . qu WETBOEK© NAPOLÉON, ..| acvprer LH| OFFICIEELE UITGAVE. V 9P DE KÉIZERLIJKE DRUKKERY» VOOR RERENING VAN TFOHANNES ALEARE".- xe AMSTERDAM, MDCCCX Ie WPRIMÉ AVEC PRIVILEGE DE SON ALTESSE SÉRÉNISSIME, MONSEIGNEUR LE PRINCE ARCHI-TRÉSORIER DE L'EMPIRE, DUC: DE PLAISANCE; LIEUTENANT-GÉNÉRAL DE SA MAJESTÉ L'EMPEREUR ET ROI;, PHESÉNTEMENT GOUVERNEUR-GENERAÉ DE CES DEPARTEMENSe GEDRUKT MET PRIVILEGIE VAN ZIJNE DOOR:+ LUCH TIGE HOOGHEID», DEN PRINS AARTS- THESAURIER VAN HET RIJK, HERTOG van PLAISANCE, LUITENANT GENERAAL VAM ZIJNE MAJESTEIT DEN KEÆEIZER EN KO* NING, THANDS GOUVERNEUR GENERAA4L DEZER DEPARTEMENTEN: CE \ \ CODE NAPOLÉON. sa WETBOEK NAPOLEON. CODE NAPOLÉON. TITRE PRÉLIMINAIRE. ue DE LA PUBLICATION, DES EFFETS ET DE L'APPLI* Fe, CATION DES LOIS EN GÉNÉRAL. PATES Te MT HO [Décréié le 5 Mars 1803. Prémulgué lé 15 du même mois.] \k: ARTICLE I. Lzs lois sont exécutoires dans tout le territoire français, en vertu de la promulgation qui en est faite par l'Empereur. Elles seront exécutées dans chaque partie de l’Eme pire, du moment où la promulgation en pourra être connue. La promulgation faite par l'Empereur sera répu= tée connue dans le département de la résidence im périale, un jour après celui de la promulgation; et dans chacun des autres départemens, après l'expira= tion du même délai, augmenté d'autant de jours qu'il y aura de fois dix myriamètres[environ vingt lieues anciennes] entre la ville où la promulgation en aura été faite, et le chef-lieu de chaque dé- partement. AT de La loi ne dispose que pour l'avenir; elle n’a ge point d'effet rétroactif. Ant, 3: PLIe le ritoire on ESC J'Eme y 6tre répu* e ims on; ét expire > jou n vingt 1lgation que dés elle n°1 A à WETBOEK NAPOLEON, Ï NL BfD 1 Nc VAN DÉ AFKONDIGING, DE UITWERKSELEN, EN DÉ TOEPASSING DER WETTEN IN HET ALGEMEEN. [Vastgeleld den sden van Lentemadndt 18034 Afgekondigd den 15dèn van dezelfde mäande] Art. 1: Le wetten hebben hare werking over het geheele srondgebied van Frankrijk, uit krachte der afkondiging van dezelven, door den Keizer gedaan. Zi werken in icder gedeelte van het Keïizerrÿk, Z09 dra derzelver afkondiging aldaar bekend kan ziïn,; De afkondiging, door den Keizer gedaan, zal gehou- den worden bekend te zijn in het Departement, in het welk de Keïizer zïne refidentie-houdt., een dag na die der afkondiging, en in ieder der overige Departementer na verloop van het zelfde tijdvak, met bijvoeging van zoo vele digen, als er tien mijriamètres(omtrent twin tig oude milen) zÿn tusfchen de plaats, waar de af- kondiging gedaan is, en de hoofdplants van ieder De- partement, Ârt. 9: De et verbindt alleen voor het rockomende; Zÿ heeft geene terugwerkende kracht. L DEÈ, Ag Aït g ä«Titre Prélim. De la publication&e. Aftt. 3. Les lois de police et de sûreté obligent tous ceux qui habitent le territoire. Les immeubles; même ceux possédés par des étrangers, sont régis par la loi française. Les lois concernant l’état er la capacité des per- sonnes régissent les Français, même résidant en paÿs étranger. ; Art, 4. Le juge qui refusera de juger, sous prétexte du silence, de l’obscurité ou de l'insuffisance de la loi, pourra être poursuivi comme coupable de dé- ni de justice. Art. 5. Il est défendu aux juges de prononcer par voie de disposition générale et réglementaire sur les cau- ses qui leur sont soumises. An 6 On ne peut déroger, par des conventions parti- culières, aux lois qui intéressent l’ordre public et les bonnes mœurs. L I: Naf à N e 4 . Eh * & Inleiding. Van de afkondiging, enz,= 5, Art. 3. De wetten van politie en algemeene veiligheid verbin- den allen, die hun verblif op het grondgebied houden. Onroerende goederen, zelfs die, waar van vreemde- lingen bezitters zijn, zijn. onderworpen aan de Franfche wetten. De wetten, betreffende den ftaat en de bevoegdheid van perfonen, zijn betrekkelÿjk op alle Franfchen, ook wanneer Zi zich buiten’s lands bevinden..© Art, 4. De rester, die weigert regt te fpreken, onder voor- wendfel dat de wet zwijgt, duister of onvolledig is, zal kunnen aangeklaagd worden als fchuldig aan regts-weige- ring.: Art 5 Geen regter vermag bij wege van algemeene dispofitie en reglement regt te fpreken in zaken, die aan zijne be- flisfing onderworpen zijn. Aït. 6. Men kan, door bizondere bedingen, niet krachteloos maken de wetten, die op de publieke orde of gocde zeden betrekking hebben, A 4 E£- | Lit Tel. Chap.. De lé joisance, Ge LIVRE PRÉMIER, DES PSRSONNES. [Décréié le 8 Mars 1803. Promulgué le 18 du méme 1h01] PITRE PREMIER DE LA JOUISSANCE ET DE LA PRIVATION DES DROITS CIVILS, CHAPITRE PREMIER, De la jouissance des Droits civils. nt L'exercice des droits civils est ind épendant de Ja qualité de Citoyen, laquelle ne s’acquiert et ne se conserve que conformément à la loi constitution- nelle. Aït:“8. Tout Français jouira des droits civils. A, 9, Tont individu né en France d’un étranger, pour- Fa daris l’année qui suivra l’époque de sa majori- té, réclamer la qualité de français; pourvu que, dans le cas où il résidérait en France, il dé- clare que son intention est d’y fixer son domicile; et que, dans le cas où il résiderait en pays étran- ger, il fasse sa soumission de fixer en France son domicile, et qu'il l’y établisse dans l’année, à campter de l'acte de soumission, Art. 10, À L A PERS Re d, Beck, L Titss 1, Hoofdfi. Van hes gent derburg, reg, 9 ft ERSTE D OR VAN PÉERSONEN- [Pustgefield den Sfien van Lentemañnd 180% Afgckondigd den. x8den van dezelfde maand.] E ERSTE TIT E L. VAN HET GENOT EN VERLIES DER BURGERLIJRE : RECTENS. EERSTE HOOFDSTUK. Wan het genot der burgerlijke regten. Arte rÉ De uitocfening der burgerlike regten hangt niet af van de betrekking als Bw7ger, welke niet dan ingevolge de conftitutionele wetten verkregen en behouden wordt. Art. 8.| Elk Franschman heeft het genot der burgerlijke reg- be. k Art. 9. Een iecelijk, die in Frankrük uit vreemdelingen gebo- ren is, kan, in het jaar na Zijne meerderjarigheid, zijne betrekking als Franschman inroepen, mits hij, in Frank- riÿk wonende, zin vournemen om aldaar zijne wootifie- de te vestigen, verklare; en mits hij, in een vreemd and wonende, zich verbinde om zijne woonfiede in Frankrik te vestigen, en‘dezelve ook binnen?s jaars, te rekenen na die zijne acte van verbindtenis, aldaar met de daad overbrenge.| A 34| Aït. 104 8. Liv. I. Tit, L. Chap: L Dela jouissances Be.* Axt.:i0. Tout enfant né d'un Français en pays étranger est Français. Tout enfant né, en pays étranger, d’un Fran- çais qui aurai: perdu la qualité de Français, pour- ra toujours recouvrer cette qualité, en remplissant les formalités prescrites par l’article. o. D 1- L'étranger jouira en France des mêmes droits civils que ceux qui sont ou seront accordés aux Français par les traités de la nation à laquelle cet étranger appartiendra. Art. 12, L’étrangère qui aura-épousé un Français, suivra la condition de son mari. # ri: Fa L'étranger qui aura été admis par l’autorisation de l'Empereur à établir son.domicile en France, y jouira de tous les droits civils, tant qu’il conti- nuera d'y résider. AT F2, L’étrangér, même non résidant en France, pour- ra être cité devant les tribunaux français, pour J'exécution des‘obligations par lui contractées en France avec un Français; il pourra être traduic devant les tribunaux de France, pour les obliga- tions par lui contractées en pays étranger envers des Français. EE Art. 15, Un Français pourra être traduit devant un tribu- nal de France, pour des obligations par lui con- tractées en pays étranger, même avec un étranger. Are. 16 En toutes matières, autres que celles de com- merce. l’étranger qui sera demandeur, sera tenu de donner caution pour le paiement des frais et dommages-intérêts résultant du procès, à moins * qu 9 kos [, Bock, I. Tit. I. Hôofdf. Van het genot der burg.regt. 9 Aït. 10. Elk kind, in een vreemd land uit eenen Franschmat geboren, is Fransch. Elk kind, in een vreemd land uit eenen Franschman geboren, die Zzijne betrekking als Zzoodanig verloren heeft, kan deze betrekking altid /te rug bekomen, in- dien hi aan de voorichriiten, bij Art. 9 vastgefteld, voldoet. Aït. 11. Een vreemdeling zal in Fraukriÿk dezelfde burgerlike resten genieten, welke toegeftaan zijn of zullen worden aan Franfchen, door de tractaten der natie, waar toe die vreemdeling behoort. Art. 10. Eene vreemde vrouw, met cenen Franschman getrouwd ziÿnde, volgt de betrekking van haren man. Aït. 13. Een vreemdeling, aan wien bi autorifatie van den , Keïzer is toegeftaan om zijne woonplaats in Frankrik te vestigen, Zal het genot hebben van alle burgerlike regten, Zoo lang hi zijne woonftede aldaar blift hou- den. NE, I4: Een vreemdeling, fchoon niet in Frankrijk wonende, kan voor de Franfche regthanken gedagvaard worden, tot de vervulling van verbindtenisien, door hem in Frankrÿk met éenen Franschman aangegaans; hi kan ook voor de Franfche regthanken aangefproken worden wegens verbindtenisfen,, door hem in een vreemd land met Franfchen aangegaan. Art. 15. One Een Franschman kan voor eene Franfche regtbank be- trokken worden wegens verbindtenisfen, door hem in een vreemd. land, Zzelfs met eenen vreemdeling, aange- gaan, Art. 16. In alle gevallen, uitgezonderd die tot den koophandel betrekking hebben, zal de vreemdeling, welke eifcher is, gehoudén zijn borg te ftellen voor de betaling der kosten, fchaden en interesfen, door het proces te ver- un S OOï- to Liv. I. Tir. L, Chap. 1. De la jouissance, Sci qu’il ne possède en France des immeubles d’une valeur suflisante pour assurer ce paiement. CHAPITRE IT De la Privation des Droits civils SECTION ÎÏI De La Privetion des Droits civils par la peri& de la qualité de Français. Art. 17. La qualité de Français se perdra, 1°. par. la paruralisation acquise en pays étranger; 2°. par l'acceptation non autorisée par l'Empereur, de fonctions publiques conferées par un gouvernement étranger; 3°. enfin, par tout établissement fait en pays étranger sans esprit de retour. Les établissemens de commerce ne pourront ja- mais être considéres comme ayant été faits sans esprit de retour. Art. 18. Le Français qui aura perdu sa qualité de Fran- çais, pourra toujours la recouvrer, en rentrant en France avec l'autorisation de l'Empereur, ét en dé- clarant qu’il veut s'y fixer, et qu'il renonce à tot ce distinction contraire à la loi française. Aït. 19. Une femme française qui épousera un étranger, suivra la condition de son mari.: Si elle devient veuve, elle recouvrera Ia qualite de Française, pourvu qu’elle réside en France; où qu’elle y rentre avec l'autorisation de l'Empereur, et en déclarant qu'elle veut s’y fixer. Art. 20. A ane £. Boëk, I, Tit., T. Hooffi. Van het Senot der bergi reg. 11 oorzaken, ten Ware hÿ in Frankrik vaste goederen be- zit, welke van eene voldoende waarde zijn om die beta- ling te verzekeren. TWEEDE HOOFDSTUK. L'an het verlies der burgerlijke regten, LERSTE AFDEELING. Van het verlies der burgerliike regten door het gemis van de betrekking als Franschman. Nt. 17 De betrekking als Franschman wordt verloren: 1°. Door naturalifatie in cen vreemd land verkregen; 2°. Door het aannemen van openbare bedieningen; aan hem door een vreemd Gouvernement opge- dragen, zonder tot die aanneming door den Keiï- zer. geautorifeerd te zijn; en eindelÿk; 3°, Door zijne woonplaats te vestigen in cen vreemd land, zonder voornemen om te rug te keeren. Het oprigten van kantoren van koophandel, elders gedaan, kan nimmer worden aangemerkt gefchied te zin zonder voornemen om te rug te keeren. Art. 18. Een Franschman, zijne betrekking als Franschman verloren hebbende,‘kan die altijd weder bekomen, door in Frankrijk, op autorifatie van den Keïizer, te rug te kéeren, en te verklaren, dat hij aldaar zine vasté pans wil houden, en dat hij afffand doet van alle onderfcheidingen van ftand, welke tegen de Fran- fche wetten firijden. | Art. 19. Eené Franfche vrouw, in het huwelÿk tredende met genen vreemdeling, zal den ftaat van haren man volgen. Zoo zÿj weduwe wordt, bekomt zij de betrekking als Franfche te rug, mits zij haar vast verblif in Franktiÿk houde, of dat zij aldaar te rug keere na verkregene autorifatie van den Keizer, en verklare, dât zij aldaar hare vaste woonplaats houden wil, Art. 20: 1e Liv, I, Tir, I. Chap. Il. De la privation,&c.- Art, 20. Les individus qui recouvreront la qualité de Fran- çais, dans les cas prévus par les articles 10, 18 ét 19, nE pourront s'en prévaloir qu’ après avoir rem. pli les conditions qui leur sont imposées par ces articles, et seulement pour l’exercice des droits. ou- verts à leur profit depuis cette époque. Art. o1. Le Français qui, sans autorisation de l'E mpe- reur, prendrait du service militaire chez l’étran- ger, ou S'afiilierait à une corporation militaire étrangère, perdra sa qualité de Français.” Il ne pourra rentrer en France qu'avec la per- mission de l'Empereur, et récouvrer la qualité de Français qu’en remplissant les condicions imposées à l’étranger pour devenir citoyen; le tout sans pré-. judice des peines prononcées par la loi criminelle contre les Français qui ont porté ou porteront les armes contre leur patrie. SLCIION H. De la Privation des Droits civils par suite des condamnations judiciaires, Art. 29. Les condamnations à des peines dont l'effet est de priver celui qui est condamné, de toute parti- cipation aux droits civils exprimés, emporteront la mort civile. Art, 93. La condamnation à la mort naturelle emportera la mort civile. ; Art. 94. Les autres peines afflictives perpétuelles n’empor- teront la mort civile qu’autant que la loi ÿ aurait attaché cet effet. Art. 05: TL. Bot, L.Tir, II, Hoofafi, Van hetwerlies derburg. regt. x4 Art. 20. -Zÿ, die de betrekking als Franschman hebben te rug bekomen, in de gevallen bij Art. 10, 18 en 19 be- paald, kunnen dezelve niet laten gelden, dan na alvo- rens voldaan te hebben aan de voorwaarden, welke hun bÿ die Artikelen ziÿn opgelegd, en alleenliÿk tot de uit- oefening der regten, na dien tijd, ten hunnen vyoordeele veérkregen. Art. 1. Een Franschman, welke zonder autorifatie van der in vreemden militairen dienst is gégaan, of lid is geworden van een vreemd militair genoot{chap, verliest zijne betrekking als Franschman. Hij kan in Frankriÿk niet te rug Kkeeren dan met toeftemming van den Keizer, noch de betrekking als Franschman te rug bekomen, dan mits vervullende de voorwaarden, aan eenen vréemdeling om burger te worden; alles onverminderd de ftraffen, biÿ de lifftraffelijke wetten vastgcfteld tegen de Fran- fchen, die de wapenen tegen hun vaderland gedragen bebben of dragen zullen, TWEEDE:AFDEELING. Van het verlies der burgerlijke regien, als cen ge volg van regterlifke veroordeclingen. Att. 20. _ De veroordeelingen tot firaffen, waar van het gevolg is, dat de veroordeelde van het genot van alle burger- like regten, hier na bepaald, verftoken worde, zullen den burgerlÿken dood veroorzaken. Art. 93. De veroordeeling tot den natuurliken dood veroor- zaakt den burgerlijkén dood. Art. 04. Andere voortdurende lüfftraffen zullen niet verder den burgerlÿken dood veroorzaken, dan voor zoo verre de wet daar aan die uitwerking zoude mogen hechten. Art. 25, me Liv, À Tit, TL. Chap.“De la privation, es Art. 25. Par la mort civile, le condamné perd la proprié- ré de tous les biens qu'il possédait: sa succession ëst ouverte au profit de ses héritiers, auxquels ses biens sont dévolus, de la même manière que s'il étair moft naturellement et sans testament. _{ne peut plus ni recueillir aucune succession, pi transmettre, à ce titre, les biens qu'il a acquis par la suite.# fl ne peut ni disposer de ses biens, en tout où en partie, soit par donation entre-vifs, soit par testament, ni recevoir. à ce titre, Si ce n'est pour cause d’alimens. Il ne peut être nommé tuteur, ni concourir aux opérations relatives à la tutelle. _lne peur étre témoin dans. un acte solemnel où authentique, ni être admis à porter témoigna- ge en justice. Il ne peut procéder en justice, ni en défendant ni en demandant, que sous le nom et par le mi- nistère d’un curateur spécial, qui lui est nommé par tribunal où l’action est portée. H est. incapable de contracter un mariage qui produise aucun.effer civil. Le mariage qu'il avait contracté précédemment, est dissous, quant à tous ses effets civils. Son épouse et ses héritiers peuvent exercer respectivement les droits et les actions auxquels sa mort naturelle donnerait ouverture. Art. 26. ni Les condamnations contradictoires n’emportent Î4 mort civile qu’à compter du jour de. leur exécu- tion, soit réelle, soit par efligie. Art. 27, Les condamnations par Contumace, n'emporte- ront la mort civile qu'après les cinq années qui Sul:* L. Boot, LT, HI Hoofdf}. Wanket verlies derburg. regt.x$ Art. 25. “Door den burgerliken dood verliest de veroordeelde den eigendom van alle goederen, die hi bezat; zijne nalatenfchap is verkrijgbaar voor zijne erfgenamen, op welke zijne goederen als dan op dezelfde wijze verval- en, als of hij natuurlÿk en zonder testament geftorven Was. Hij kan geene nalatenfchap meer aanvaarden, noch onder dien titel de goederen, door hem bij vervolg te rerkrijgen, overdragen. Ÿ Hi kan noch DRE zÿne goederen befchikken, gehcel of gedeeltelÿk, het zï bij gifte onder de levenden, het zij bij testament, noch ook onder dien titel iets ont- vangen., ten ziÿ alleen tot noodzakelik onderhoud, Hÿ kan niet benoemd worden rot voogd, noch de werkzaamheden, tot eene voogdifchap betrekking heb- bende, mede helpen verrigten. Hiÿ kan bij geene folemnele of authentieke acte getui- ge zijn, noch toegelaten worden om in regten getuigee nis te seven. Hij kan in regten niet verfchijnen, noch als verweer- der, noch als eïfcher, dan op den naam en onder het beftier van eenen bijzondéren curator, daar toe te benoe- men door de regtbank, voor welke de zaak gebragt is.: Hij is onbevoegd een huwelÿk aan te gaan, het welk cenig burgerliÿk gevolg heeft. É Het huwelÿk, door hem te voren aangesaan, wordt onthonden, voor zo0 verre alle burgerlÿke gevolgen betreft. Zine echtgenoote en zine erfsgenamen kunnen, elk voor zoo veel hun-aangaat, alle die regten en daden yitoefenen, waar toe hun zijn natuurlijke dood gereg- tisgd maken zoude. Art. 26. De veroordeelingen, na gedane tegenfpraak uitgebragt, veroorzaken den burgerlijken dood niet eerder dan te rekenen van den dag harer executie, het zïj die in de dand, het zÿ flechts in fchijn(4% efigie) heeft plaats . gehad. Ait, 97e ji De veroordeelingen, bjj contumacie uitgebragt, ver- Oorzaken den burgerlijken dood niet eerder dan na ver- loop | 26 Liv LT I Chap, I De le privation,&e. je suivront l’exécution du jugement par effigie, et pen.| pop ant lesquelles le condamné peur se représenter. j À Art. 98. c. Les condamnés par contumace seront, pendapt; les cinq ans, ou jusqu'à ce qu'ils se représentent D | ou qu'ils soient arrêtés pendant ce délai, privés a | de l'exercice des droits civils. tot| Leurs biens seront administrés. et leurs droits.& exercés de même que ceux des absens. h ‘Art. 920. rl Lorsque le condamné par. contumace se présente-"A ra volontairement dans les cinq années, à compter| du jour de l'exécution, ou lorsqu'il aura été saisi“ v et constitué prisonnier dans ce délai, le jugement| él sera anéanti de plein droit: l'accusé sera remis en un: possession de ses biens: il sera jugé de nouveau;. PAL et si, par ce nouveau jugement, il est condamné rl à la même peine ou à une peine différente, em-|#4 portant également la mort civile, elle n’aura lieu vi au’à comprer du jour de l'exécution du second fe jugement,| EU : Art. 30. 1 Lorsque le condamné par contumace, qui ne se| 4 sera représenté ou qui n'aura été, constitué pri- À sonnier qu'après les cinq ans, sera absous par le bn nouveau jugement, ou n'aura été condamné qua ri une peine qui. n’emportera pas la mort civile, il hr rentrera dans la plénitude de ses droits civils, pour|| ikes l'avenir, et à compter du jour où il aura reparu. jt 1 en justice; mais le premier jugement conservera, RE pour le passé, les efféts que la mort civile avait 1 produits dans. l’intervalle écoulé depuis l’époque xl de l'expiration des cinq ans jusqu’au jour de sa du| comparution en justice. dd, Art, 31. Si le comdamné par contumace meurt dans Île Li délai de grâce des cinq années sans s'être repré- ni senté; j': | fe Ée, et pt. hier, )endagt sentent privés droit ésent omptet é saisi ement mis en EAU; idamné e, em ra lieu second ne sé é pri- ar le qu'à ile. il , pour repart ervera le avait époque de Si dans À a repré sente, T.Botk, L THE IT. Hoofdf. Van het verlies der bure. rest. 1® 100p Van vijf jaren;, volsende. op het vonnis het. well in{chijn(4n effigie), ter exècutie gelegd is, en geduren- de welken tijd de veroordeelde zich kan komen verde« digen. Hi Aït. 28. De Vergordeelden bi contumatie zullen, FRE die vüf jaren, of tot dat zi zich komen verdedigen, Of tot dat zij inmiddels in hechtenis geraken mogten, van de üitoéfening der burgerlijke regten vetftokeh zijn. urine goëdéren zullen. worden beftuurd., en hunné regten uitgeocfend op gelijke wijze, als die van afwe- seen Art. 29. De ane de ernorbeelde bij contütiacie, binnen de vif jaren, te rekenen van den dag der executie, zich vrijwillig komt verdedigen, of dat” hij inmiddels gevat en in hechtenis gebragt zal zÿn, zal het vonnis van zelf verniétigd zÿh; de befchuldigde zal in het bezit zÿj- ner goederen heriteld, en. op nieuw gevonnisé worden# en Zoo hi biÿ dit. nicuwe voñnis tot dezelïde ftraffe _vérwezen wordt, Of tot eené andere ftraffe, even Zee£, den burgerlijken“460d veroorzakende, zal dezelve geene plaats hébben din van den dag dér éxééutie van het twéede vonnis, Aït. 20. Wannecr de veroordeelde bij contumacie, de cerst na verloop van vif jaren zich heeft Komen verdedigen, of in hechtenis geraakt is, door het nieuwe vonnis wordt. vrijgefproken, of tot eene ftraffe veroordeeld, die den burgerlijken dood niet medebrëngt, zal hi zijne burger- like regten ten vollen te rug bekomen; en zulks voor het toekomende, en te rekenen van den dag, dat hij in regten vérfchenen is; doch het eerfte vonnis zal, ten opzigte van het voorledene, de gevolgen behouden. wel- ke de burgerlijke dood in hét verloopen tusfchenvak; zedert het tüditip dat de vif jaren getindigd waretl, TOC se dag dat nÿ in régten verfchenen is, véroorzaakt a Art. 31 Wanneer de veroordeelde bi contumacie flerft binnen den door de wet gunitiglik toegeftanen tijd van vit ja- L'DEEL. B Fên; «8 Lév. I. Titi L Chap. Il. De la privation,&e, sènté, ou sans avoir été saisi ou arrêté ,/il sera réputé mort dans l’intégrité de ses droits. Le ju- gement de contumace Sera anéanti de plein droit, sans préjudice néanmoins de l’action de la partie civile, laquelle ne pourra être intentée contre les héritiers du condamné que par la voie civile. Art, 99. En aucun cas la prescription de la peine ne réin= tégrera le condamné dans ses droits civils pour l’a- venir. Aït, 33° Les biens acquis par le condamné, depuis Îa mort civile encourue, et dont il se trouvera en possession au jour de sa mort naturelle, appartien- dront à l’Etat par droit de déshérence. Néanmoins, il est loisible à l'Empereur de fai- re, au profit de la veuve, des enfans ou parens du condamné, telles dispositions que l’humanité lui suggérera TITRE 76, il sem Le ju droit, Partie tre Jes le rût ur l'a mis le ra Cf artiene de fais parens ité lui TRE ï. Bet, 1. tit, ii. Hoofa. Van het verlies der burg. regt.19 ren, zonder zich te hebben komen verdedigen, of zons der"gevat of gearreftecrd te zin,.zal hi geacht worderi on ie genot ziner regten geltorven te zijn.. Het vonnis bi contumacie zal van Zelve naar regten vernie- tigd zijn; onverminderd nogtans de civiele actie,“welke tesen de, erfgenamen, van“den-veroordeelden. niet. dant naar de civiele wijze van regten, kan vervolgd worden. Art. 92 h geen geval pal de verjaring der fra den vetoor< declden in zijne burgerlijke regten, voor hét toekomen- de, kunnen herftellen.: Art. 93.| De gocderen, door den nb dela: verkregen, Zee dre da hij tot den burgerlijken dood vervallen is, em in welker bezit hïÿ op den dag van zijnen natuurliken dood bevonden wordt, zullen behooren aan den Staat, volgens het rest van onterving of verval, à Niertemin zal het aan den Keizer voiftaan: om, ten voordeele van de weduwe, kinderen, of,ouders van den Yeroordeelden, daar over..Zoodanige: befchikkingen. te ir als waar toe de menfchelijkheid hem bewegez zal. = TWEE: sf DOC+ DES ACTES DE L'ÉTAT CIVIL. CDécrété le xx Mars 1803. Promulgué le ox. _ du même moës.] CHAPITRE PREMIER. Dispofitions générales. : Art. 94. Les actes de l’état civil énonceront l’année, le jour et l'heure où ils seront reçus, les prénoms, noms, âge, profession et domicile de tous ceux qui y seront dénomimés.; Art. 98. Les officiers de l’état civil ne pourront rien in- sérer dans les actes qu'ils recevront, soit par note, soit par énonciation quelconque, que ce qui doit être déclaré par les comparans. Art. 36. Dans les cas où les parties intéressées ne seront point obligées de comparaître en personne, elles pourront se faire représenter par un fondé de pro- Curation spéciale et authentique. At. 97. Les témoins produits aux actes de l’état civil ne pourront être que du sexe masculin, âgés de vingt- un ans au moins, parens ou autres; et ils seront choisis par les personnes intéressées. à à 1e 96 ÿ k| TWO ED ET TI E Le VAN ACTEN VAN DEN BURGERLIJKEN STAND, 21: …[Wastgefteld den xiden van Lentemaand 1803. Afgckondigd den axfien van dezelfde maand.] EERSTE HOOFDSTURK. Algemeene, bepalingen. Art. 94. ce, Îe De acten van den burgerliken ftand zullen inhouden OMS, het jaar, den dag, en het uur, wanneéer ziÿ gepasfeerd CEUX zÿn, de voornamen, de namen, den ouderdom, het béroep en de woonplaats van alle de genen, die daar in benoemd worden. . Art. 35. a M" De ambtenaars van den burgerliken ftand Zzullen in note, de acten, welke zi pasferen, niets mogen Invoegc, ï doit het zij bij aanteekening, het ziÿj door eenige inlas(ching, hoe genaamd, buiten het geen door de comparanteu daar bij moet verklaard worden. Art. 36. Seront In gevalle de belanghebbende partüen niet verplist | zin in perfoon te. compareren,‘zullen zi zich kunnen e pro- laten vertegenwoordigen door eenen cemagtigden, bi éene bijzondere en authentieke procuratie daar toe be- noemd. PRES AT: 22 jvil 1e De getuigen, van welken men bij de acten van den vingt burgerliÿken ftand gebruik maakt, moeten zijn mansper- fonen, ten minften één en twintig jaren. bereikt heb- bende, het zij bloedvérivanten of anderen, en zullen daar toe door de belanghebbende perfonen Zelven ocko- zen worden...€ e 2 9° sea Ba|"Art, 98 Seron 2 ET CT ie ‘e® Liv Li Tir, ZE Chapil Desactes di L'étef cisil. LS Art. 38. L’officier de l’état civil donnera lecture des ac- tes aux, parties comparantes, ou à leur, fondé de Fronton et aux témoins, Il y sera fait mention de l'accomplissement de cette formalité. ee Art. 39. Ces actes seront signés“par l'officier de’écat civil, par les comparans er:les témoins; ou men- tion sera faite de la cause qui empéchera les com» pa ëk c les témoins de signer. Âtt. 40. Les actes de l’état civil seront inscrits, dans chaque commune, sûr un où à plusic urs registres tenus doubles. Le AT. 4, Les registres séront cotés par première et der- hière, et Daraphés sur chaque fcuille, par le- pré- sidene du tribunal dé première instance, ou par le juge 1e” retplacers. Art. 49, Les actes seront inscrits sur les régistres, de suite, sans aucun blanc. Lés ratures et les ren- vois seront approuvés et signés de même manière que le corps de l'acte, Il n’y sera rien écrit par abréviation, et aucune: date ne séra mise en chifs fes, hE 43: Les registres seront clos et arrêtés par l'officier de l’éiar civil, à la fin de éhaque añnée; et dans le mois, l’un des doubles sera déposé aux archi- ves de la commune, l'autre au greffe du tribunal de” premiere instance, ‘Art. 44. Les procurations et les autres pièces qui doi- vent demeurer annexées aux actes de l’état civil, sront déposées, après qu'elles auront été para phées van aller Wil, S 0 dé de nt de Péca men- com dans istres : der. pré où Le -. Bock II, Tir, IL. Hoofaf. Van aëteh en. 23 Art. 33. De ambtenaar van den burgerlijken ffand zal aan de éomparerende partijen, of aan hunnen gemagtigden, en qan de getuigen, de acten voorlezen, Hij zal van het in acht nemen dezer formaliteit in de acte melding maken. Art. 39. De acten zullen getckend worden door den ambte- naar van den burgerlijken fland, door dé comparantens en door de getuigen; of men zal melding maken vañ de oorzaak, welke de comparanten en getuigen weder- hield te teekenen. Art. 40. De acten van den burgerlijken ftand zullen in elke gemeente, in één of meer registers, waar van dubbel- de moeten gehouden worden, worden ingefchreven.- Art. 43: De registers zullen door den Prefident der regtbank van de eerfte inftantie, of door den Regter die Zijne plats bekleedt, van de eerfié tot de laatfte bladzijde gefolieerd, en doorgaande op elk blad geparapheerd worden, ; Art. 42. De acten zullen in de registers gefchreven worden achter elkanderen, zonder cenig wit. vak tusfchen bei- den open te laten. Het uitgefchrapte, of op de kaänt geftelde, zal goedgekeurd en geteckend worden, op ge- lijke manier als de acte zelve. Er zal in de acte niets bij verkorting gefchreven, noch eenige dagteckening met cijfers gefteld mogen worden. Art. 43. De registers zullen door deñ ambtenaar van den bur- gerlijken fand op het einde van ieder jaar gefloten en gearrefteerd worden; en binnen eenen maand zal éém der dubbelde affchriften bij de archiven van elke gemeente, en het andere ter griffie der régtbank van dé eerite in- flantie overgebragt en bewaard wotden. At, 44:| De volmagten en andere ftukken, die aan de acten van den burgerlijken ftand vastgehecht moeten bliven, zullen, na-alvorens door den pérfoon die dezelvé vér- B 4 toond D] ke à »] a " l 1 K 84 Liv. 1. Tir. A Chap. Z. Des acies de Pérar civit. phées par la personne qui les aura produites, et par l'officier de l’état civil, au greffe du tribunal, avec le double des registres dont le dépôt doit avoir lieu audit greffe. A 4 ve Art, 45. Toute personne pourra se faire délivrer, par les déposiraires des registres de l’état civil, des extraits de ces registres. Les extraits délivrés con- formes aux registres, et lépalisés par le président du tribural de première instance, ou par le juge qui le remplacera, feront foi jusqu’à inscription dé faux, de CE 0| . Art. 46. Lorsqu'il n’aura pas existé de registres, ou qu'ils seront perdus, la preuve en sera reçue tant par titres que par témoins; et dans ces ças, les ma- fiages, naissances et’ décès, pourront être prouvés fanc par les registres et papiers émanés des pères et mères décédés, que par témoins.| ee | Art, 47: Tout acte de l’état civil des Français et des Étrangers, fait en pays étranger, fera foi, s’il a été rédigé dans les formes usitées dans ledit pays. || Art.040| Tout acte de l’état éivil des Français en pavs Lt act qus Days étranger sera valable, s’il a été reçu, conformé- ment aux lois françaises, par les agens diplomati- ques ou par les consuls.:: | Art. 40. Dans tous les cas où la mention d’un acte rela- tif à l’état civil devra avoir lieu en marge d’un autré acte déjà inscrit, elle sera faite à la requéte des parties intéressées, par l'officier de l'etat ci- vil, sur les registres courans OU Sur ceux qui au- ront été déposés aux archives de la COminune, Ct par le greffier du. tribunal de première justance, sur jy. $, 4 una], & doi CELL , à > Col sident e Juge où dé qu'ils It par >S ma- [OUVÉS péres t des S'il 4 pays, pays mé inatis rela- d'un quete at Ci ji que ne, 6 ANCE sur DA Boek, H. Tir, L Hoofdfi Van acten enz. os toond heeft, en door den ambtenaar van den burgerlij ken fland geparapheerd te zijn, ter griffie van de regt- bank, tevens met het dubbeld der registers| overge- bragt, en in dezelve grifie bewaard moeten blijven. Art. 45. Een ieder kan zich door de bewaarders der registers van den burgerliken fland extracten uit die registers doen geven. De extracten, overeenkomftig de registers uitgeseven, en door den Prefident der regtbank van de ecrfte inftantie, of door den Kester, die zijne plaats békleedt, gelegaliféerd, Zullen geloofd worden, tot dat de valschheid daar van geregtelijk beweerd wordt. Art, 46. Wanneer er geene registers beftaan hebben, of dezelve verloren geraakt zijn, zal het bewijs daar van, zoo wel door gefChriften, als door getuigen, aangenomen wot- den. In zulk een geval zullen de huwelijken, geboor- ten en fterfgevallen bewezen kunnen worden, zoo wel door de registers en papieren, van overleden vaders gn moeders herkomftig, als door getuigen, Art. 47. Elke acte van den burgerliken fland, zo0 van Frans fchen, als vañ vreemdelingen, in een vreemd land gee maakt, zal tot bewijs firekken, zoo dezelve naar den vVorm, in dat land daar toe gebruikelÿjk, ingerigt is, Art, 48.° ETke acte van den Franfchen burgerlijken ftand zal in een vreemd land van waardé zÿjn. zoo dezelve, inge- volge de Franfche wetten, door de diplomatieke Agen ten of door de Confuls, aldaar gepasfeerd is. Art. 49. In alle gevallen, wanneer op den rand van eene ane dere reeds ingefchrevene acte, melding van ecne acte betrekkelÿk den ffand van burger gemaakt moet wor- den, Zal zulks geichieden ten. verzocke der bclanghebs bende partijen, door den ambtenaar van den burgerlÿ- ken ftand, in de loofende registers, of op die, welke in de archiven van de gemeente ter bewaring overge- bragt zijn, als mede door den Grillier der regtbank van B 5 7 f vd:“JR WE, ,; 26 Liv. I Ti. II, Chap, 1. Des actes dé l'état civil, sur les registres. déposés au greffe; à l'effet de quoi l'officier de l’érat civil en donnera avis, dins les trois jours, au procureur impérial audit tribunal, qui veillera à ce que la mention soit faite d’une manière uniforme sur les deux registres. Art. 50. . Toute contravention aux articles précédens de la part des fonctionnaires y dénommés, sera poursui- vie devant le tribunal de première instance, et punie d’une amende qui ne pourra excéder cent francs, : Art. ST Tout dépositaire des registres sera civilement responsables des altérations qui y surviendront, sauf son recours, s’il y a lieu, contre les auteurs desdites altérations. | Art. 52. Toute altération, tout faux dans les actes de l’état civil, toute inscription de ces actes faite sur une feuille volante et autrement que sur les regis- tres.à ce destinés, donneront lieu aux dommages- intérêts des parties, sans préjudice des peines por- tées au Code pénal. Art. 53.: Le procureur impérial au tribunal de prémière instance sera tenu de vérifier l’état des registres lors du dépôt qui en sera fait au greffe; il dresse- ra-un proces verbal sommaire de la vérification, dénoncera les contraventions ou délits commis par les officiers de l’état civil, et requerra contre eux là‘condamnation: aux amendes. ne: Art 54: Dans tous les cas où un tribunal de prémière instance connaîtra des actes relatifs à l'état civil, les parties intéressées pourront se pourvoir contre BH MEURS ne CHA- FR êe el its gril des Hé gere, en dA El di est or jus ! LS er toert pere en un lo Se ëit Dj# LI et 1 & ver Word dk we anbterx tolen, Yorderen h il inf Fennis En« open| À}1À quoi ns Les >ural d'une eh JUS cent ment ont, uteurs tes de jte su? repit- mager es por nière oistres dresse» ation nis pa re EUX rémièté r civil, conti CHA- 3. Boëk, IL. Tite, F. Hoofdf. Fan acten en. 27 de eerfte inffantie in de ter griffie bewaard wordende registers; ten welken einde de ambtenaar van den bur- gerliken ftand, bionen drie dagen, aan den Procureur des ae van gezegde HÉSEES daar van Zal kennis geven, welke zorgen zal, dat deze vérmelding, op cene en dezelfde manier, in de beide registers gedaan worde. Aït. 50, Elke overtreding van de voorgaande À rtikelen, door ‘ de daar bÿ vérmelde ambtenaren"eeplecsd; zal voor dé restbank van de-eerfie infantie ve rvoled, en gcitraft worden met cence geldboete, die echter geene honderd francs mag, te boyen gaan. Art. 51. Een ieder, aan wien de bewaring der registers îs toevertrouwd, zal, voor zoo veel de fchadevergoëding betreft, verantwoordelijk zijn voor de daar in gemaakte “Veranderingen, behoudens‘zïn Verhaal, zoo daar tos grond is, tegen de genen, die deze véranderingen! ge= imaakt hebben. Aït. 32. Elke verandering, elke vervalfching in de acten var den ftand als burger, elke infchrijving van acten Op éen los blad, en anders dan in de daar toe beftemde registers gedaan, zullen aan partijen regt geven tot het eifchen van fchadevergoeding, onverminderd de firaffen, bÿ het Crimineel Wetboek“bepaald.| Aït. 53: De Procureur des Keiïizers bi de regtbank van de eerfte inftantie zal gehouden zijn den{hat der registers te verificeren, wanneer dezelve ter griffie overgebragt, worden; hi zal een fummier proces- verbaal maken Vail die verificatie, dé overtredingen of misdaden‘door de ambtenaars van den burgerliken fland gépleesd, wr- volgen, en: tesen hen de veroordeeling tot de bocten vorderen. _ AVES In alle gevallen, wauneer eene regtbank van de ecrfte inffantie van acten betreffende den ffand van burger Kennis neemt, Zullen de belanghebbende partien zich tegen derzelver vonnis. bi oppoitie of hooger berocp mogen verzetten, TWEE 28 Liv.I. Tir, IL Chap. II. Des actes de naissance. CHAR ITR KE IL Des Actes de naissance, Art 55. Les déclarations de naissance seront faites, dans les trois jours de l’accouchement, à l'officier de l’état civil du lieu: l'enfant lui sera présenté. Art. 56. La naissance de l’enfant sera declarée par le pès re, ou, à défaut du père, par les docteurs en éboise ou en chirurgie, sages- femmes, officiers de santé ou autres personnes qui auront assisté à Paccouchement; et lorsque la mère sera accouchée hors de son domicile, par la personne chez qui elle sera accouchée. L'acte de naissance sera rédigé de suite, en pré- sence de deux témoins. At 57.1: L'acte de naissance énoncera le jour, l’heure et le lieu de la naissance, le sexe de l’enfant, et les prénoms qui lui seront donnés, les prénoms, noms, profession et domicile des père et mère, et ceux des témoins. | Art. 58. Toute personne qui aura trouvé un enfant nou-- veauné, sera tenue de le remettre à l'officier de l'état civil, ainsi que les vêtemens et autres effets trouvés avec l'enfant, et de déclarer toutes les circonftances du temps et du lieu où il aura été trouvé, Il en sera dressé un procès- verbal détaillé, qui énoncera en outre l’âge apparent de l’enfant, son sexe, les noms qui lui seront donnés, l’autorité civile à laquelle il sera remis. Ce procès- verbal sera inscrit sur les registres.|| Aït. 59 hé den N grues terre] berli dent gen,| D: fil 4 D: uk a À der, plus y are te faut, et kin van ti den à, LE gmuitt init Dame, buse da, D 16€, ] 9 dis Cier à 3 2] ke pt Urs en Dficiers ssisté À ouchée eZ qui en prés jeure él eh ] rl om ft CEUX nt nou“ icier de as effets tes les qura Été lé, qi nt, 0! "autorité -vérb Art, 59 à Boek A 1h& Tif. 9 I® Hoofdff. Van acten Van£eboorte. e$ TWEÉEEDE HOOFDSTUK,. 4 an acten Yan geboorte; De veiklaringen van geboorte zullen, binnen drie da- gen na de verlosfing, aan den plaatfelijken ambtenaar van den burgerlijken ftand gedaan worden: het kind _zal hem worden vertoond. - Art. 56. De geboorte van het kind zal verklaard worden door den vader, of bij ontbreken van den vader, door de geneesheeren of heelmeesters, de.vroedvrouwen, de amb- tenaren van gezondheid, of andere perfonen, die bij de bevälling zuilen zijn tégenwoordig geweest; en warineer de moeder buiten hare woonplaats bevallen is, door den geen, bij wien ziÿ. verlost is. De acte van geboorte zal terftond in tegenwoordig- heid van twee getuigen worden opgemaakt. Art. 57. De acte van geboorte zal inhouden den dag, het uur en de plaats der geboorte, het geflacht van het kind, en de voornamen, die aan hetzelve zullen gegeven wor- den, de voornamen, de namen, het beroep en de woone plaats van vader en moeder, en die der getuigen. Art. 58. Al wie een jonggeboren kind vindt, is gehouden het Zelve te brengen bij den ambtenaar van den burgerliken ftand, gelijk ook de kleederen en andére goederen, bij het kind gevonden, en te verklaren alle om'andigheden van tijd en plaats, wWwanneer en waar het zelve gevon- den is. o Er zal-een omftandig proces-verbaal van worden op: gemaakt, het welk buitendien bevatten zal den waar- fchünlijken ouderdom van het kind, zin geflacht, de namen, die aan het, zelve zullen gegeven worden, de burgerlike autoriteit, aan welke het zal uitgeleverd wor- den. Dit proces-verbaal Zal geregistreerd worden. Aït. 59: co Liv. 4, Tie IT, Chap. IL. Des actes de naissances Art. 59: S'il naît un enfant pendant un voyage de mer, Vacte de naissance sera dressé dans ts vingt- qua- tre heures, cn présence du père, s’il est présent, et de deux témoins pris parmi les officiers du bÂ- timent, ou, à leur défaut, parmi les hommes de Féquipage:: sera rédigé; savoir,-sur les bâtimens de l'Empereur, s par L'éfficièr d’ad- minisration dé la marine, et sur les bâtimens appartenant à un armateur Où négociant, par le ca- pitaine, maître ou patron du navire. L'acte de faissance sera inscrit à la suité du rôle d’équi- page, Art 60. Au premier port OÙrcEe bâtiment abordera, soit de relâche, soit pour. toüte autre cause que celle de son désarmement, les ofliciérs de l’administra- tion de la marine, capitaine, maître ou patron s seront tenus de déposer deux expéditions authenti- ques des actes de naissance. qu’ils auront rédigés, savoir à. dans un port français, au bureau du pré- posé à l'inscription maritime;€t dans un port étranger, entre les mains du consul. L'une de ces expéditions restera déposée au bu- reau de l'inscription matitime, ou à la chancellerie du consulat; l’autre sera envoyée au ministre de la marine, qui fera parvenif une copie, de lui certi- fiée| de chacun desdits actes, à l’officier de l’état civil du domicilie du père."de l’enfant, ou de la mère, si le père est inconnu: cette copie Sera in- scrite de suite sur les registres, Art. 61. À l’arrivée du bâtiment dans le poré du détér- memént, le rôle d'équipage Sera déposé an bu- reau du préposé à l'inscription Matitime, qui en- verra une expédition de.l’acte de naissance de lui Signée, à l'officier de l’état civil du domicile du père Ï je À curl oc ps 0 authent ot fl| Con ain der dier act ambtene van den à, ester Bi& ke ht ( tot it fie, ba 6 ge dance, Her, qu sent, du bi. mes , r du âtimen le ca. cte à d'équi a, Si e celle jinistra= patron, uthenti- rédigés, du pré n poil au bx cellerie à de la i certi- le l'état u æh era n° | désir“ au bu: qui ef de li gile du pe 2, Bock, IT. Tir, 1: Hoofdfi. Van acten Van geboorte, 31 Art. 59% Wanneer een kind op eene zeereize geboren wordt, moet de acte van geboorte binnen vier en twintig uren worden opgemaakt, in tegenwoordigheid van den va- der, zoo hi op. het fchip aanwezig is, en van, twee: getuigen, genomen uit de ofliciers van het fchip, of bij ontbreken van dien, uit de fcheepsgezellen. Deze icte zal in orde gébragt worden, op de Keizerlike fchepen, door den officier van adminiftratie der Mari- ne, en op de fchepen, toebchoorende aan eenen kaper of koopman, door den kapitein, den fchippet of bevel- hebber van het fchip.' De acte van geéboorte zal aan het einde van de fcheepsrolle worden ingefchreven. Art. 60. In de eerfte haven, in welke het fchip zal inloopen, het zij om te ververfchén, het zij om cenige andere oorzaak, behalve die van deszelfs onttakeling, zullen' de officiers van adminiftratie der Marine, de kapiteins, fchip« pers.of bevelhebbers van het fchip gehouden zijn, twee anthentieke affchriften der acten van geboorte, die zÿ opgemaakt hebben, ter bewaring over te brengen; te weten: in eene Franfche haven, aan het bureau van den geen, die tot het houden der rollen van het zee- volk is aangefteld; en in cene vreemde haven, in han- den:van den Conful. “ Een dezer affchriften zal blijven berusten aan het bu reau van de fcheepsrollen ,| of aan de kanfelarij van het Confulaat. Het andere affchrift zal gezonden worden aan den Minister der Marine, die eene kopie van elk dier acten, door hem gecertificeerd, zal zenden aan den ambtenaar van den burgerlijken ftand, ter woonplaats van den vader van het kind, of zoo de vader nnbekend is, van deszelfs moeder: deze kopie zal dadelijk gere- gistreerd worden. À Art. 61. Bi de aankomst van het fchip in de haven, in wel- ke het moet onttakeld worden, zal de fcheepsrol overgebragt worden aan het bureau van den geen, die tot het houden der rollen van het Zzeevolk is aange- fteld, welke eene kopié der acte ,van geboorte. door bem geteekend, zal zenden aan den ambtenaar. van den bur- ge Liv. T Tir. II. Chap. IT Des actés dé naissahce, père de l'enfant, ou de la mère, si le père est in connu:-cetté expédition sera inscrite de suite éur les registres. Aït, 62. ne L'acte de rêconnaissance d’un enfant sera inscrit fur les registres, à Sa date; et il en sera fait mention en maïge de l'acte de naissance, s’il en. existe ut. CH LA DT TER Hi. Des Actes de mariage. as Aït. 63. À . Avant la célébration du mariage, l'officier. de état civil fera deux publications,? à huit jours d’in- M un jour de dimanche, devant la porte‘dé s: maison commune, Ces publications, er l'acte ui en séra dressé, énonceront les prénoms, noms, Dear et domiciles des. futurs époux, leur qualité de majeurs ou de IRHEUES» et les prénoms, noms, professions et domiciles de leurs pères et mères. Cet acte énOnCers; en outre, les jours» Heux et heures où les publications auront été fai- tes: il sera inscrit sur un seul registre, qui sera coté et paraphé comme il est dit en l’article 41, et déposé, à la fin de chaque asmée, au greffe du tribunal de larrondissement. Art. 64: Un extrait de l’acte de publication sera et reste- fa affiché à la porte de maison commune, pen- dant les huit jours d'intervalle de lune à Pautre publication. Le mariage ne pourra être célébré dvant le troisième jour, dépuis et‘ nôn compris éclui de la seconde publication. Art 64: ju! purge) dll ft pet ll Hi) got: ï act gs ÉS ka: îl de all Yon fur vi dun,| lg, 10 kong quult, tkroepen tune À ik 1000! 2al hui ‘pellen rate «les het wek orérébry aronds En |& dur v tag, fe Het in den der Que dé lot +. de d'ine e dé l'acte 1OMS, leur oms, tes€t jours, 6 fade il sera e ls offe du restés pen- autre jébré mptis rt 68. f. Boek, IT. Tit., IL, Hoofüft. Van acten van geboorte. 8% burgerliken. ftand, ter woonplaatfe van den vader van het kind, of zoo de vader onbekend is,:van deszelfs moeder: deze kopie zal dadelïk geregistreerd worden: Art. 62. De acte, waar bij een kind erkend wordt, moet vol- gens dészelfs dagteckening in de registers geplaatst WOLs den; en op den, Kant van de,.acte van geboorte, z00 die aanwezig is, Zal daar van melding gemaakt worden DERDE HOOFDSTUK. Van hnvebijks- actéh. - Art. 63. .Voot het voltrekken van je huwelijk zal de ambte-, haar van den burgerlijken ftand twee afkondigingen doen, van acht tot acht dagen, en wel op éenen zon-. dig, voor de deur van het huis der gemeente. Deze afkondigingen, en de acte, die daar van wordt opge-, maakt, Zullen bevatten de voornamen, de namen, de beroepen en woonplaatfen der aanftaande, hunne betrekking van te zijn meerder- of minderjarig, gelijk ook de yoornamen, de nàmen, de beroepen en de Wwoonpblaatfen van hunne vaders en moedeïs. Leze acte Zal buitendien bévatten de Gagen, plaatfèn eh üren, op. welken de afkondigingen zÿn gefchied, en zal voorts ingefchreven worden in een bijzonder register, gefolie éerd en geparaphéerd, als bi Art. 41 is bepaald, en. het welk, ten einde van elk jaar, ter bewaring zal. ovérgebragt worden ter grifie van dé régtbanK van het arrondis{ement. ie . Een extract van de acte van afkondiging moet aan. de deur van het huis der gemeente, gedurende de acht. dagen, die tusfchen de cerffe en tweede afkondiging verloopen,.aangeplakt worden en aangeplakt blijven. Het huwelÿk zal niet kunnen voltrokken worden, voor den derden dag daar na, deu dag der twéede af kondi- Sing dar onder niet gerekend, D DÉEE G Ait; és: cos Lit. L Tits IL Chepe Hs Des actes de mariage, Art. 65. Si le marisge n'a pas été célébré dans l'année, à compter de l'expiration du délai des publications, il'ne pourra plus être célébré qu’après que de nou- velles publications auront été faites dans la forme ci-dessus prescrite. Art. 66.+ Les actes d'opposition au mariage seront signés sur l'original et sur la copie par les opposans ou par leurs fondés de procuration spéciale et authen- tique; ils seront signifiés, avec la copie de procu- ration, à la personne ou au domicile des parties, et à l'officier de l’état civil, qui mettra son visæ sur l'original. Art.-07. the de l’état civil fera, sans délai, une. mention sommaire des oppositions sur. le registre des publications; il fera aussi mention, en marge de l'inscription desdites oppositions, des jugemens ou des actes de main-levée dont expedition lui. aura été rémise. Art. 66. En cas d'opposition, l'officier de l’état civil ne pourra célébrer le. mariage avant qu’on lui en ait remis la main- levée, sous peine de trois cents francs d'amende, et de tous dommages- intérêts. Ârt. 69. S'il n’y a point d'opposition, il en sera fait mention dans l'acte de mariage; et si les publica- tions ont été faites dans blusienrs communes, les parties rémettront un certificat délivré par l'officier de l’état civil de chaque commune, constatant qu'il mnexiste point d'opposition. Art. 90. officier de l’état civil se fera remettre l'acte + naissance de shaen des futurs époux. Celui des quel lol pitt: nelle tt ui vomi Ro qui M bare telle oppoft honderd intel Lil Weiks Kong gun p ve 00 ee gen plu 9 De: du te ag, ‘année, ation, de nou à forme spé sans OÙ authens procu- parties, n V4 ai, Une registre 1 marge 19 EMENS ion li vi» gi en À js cent rêts. sera fait publit- unes, Les l'officier tant qu) tre Jact x, Cell ds £, Boek, 21, Tér., EI. Hoofdf. Van huvekijks-acten. 34 GIuAUC. 80 HER À MWanneer het huwelijk binnen een fjaar, te rekenet na den afloop dér gedane afkondigingen, niet is vol- trokken, zal het zelve niet voltrokken mogen worden, dan na dat alvorens wederom nieuwe afkondiginger, op de wijze hier voren bepaald, gedaan zijn.| _ Art. 66. De acten van oppofñitie van con huwelik, gelÿk ook de daar van te maken kopiën, moeten door de oppos fanten, Zelveu, of door hunne bij eene bijzondere em authentieke.procuratie aangeftelde gemagtigden, geteekend wordenz; deze acten zullen, met bijvoeging van cene kopie der volmagt, aan den perfoon, of ter woon- plaatfe der parifen, geliÿk ook aan den ambtenaar vati den‘burgerliÿken ftand, die op de oorfprongelijke acte zijn via fiellen él, geïnfinueerd worden, Art. 67. .De ambtenaat van den burgerlifken ftand zal zonder witftel in het register der. afkondigingen eene fummiere melding maken van de gedane oppoñtiéns hij zal ook, ter ziïde van de weregistreerde oppoñtién, verméldèn de vonnisfen Gf de acten van ophefing, waar van hemt een authentik affchtift zal zijn ter hand gefteld, Art. 66% In geval van oppoñitie, zal de ambtenaar van den burgerliÿken ftand, het huwcliÿk niet ecrder mosen vol- _tekken, dan na dat hem de acte van ophefing der oppoñitie is ter hand gefteld, op eene boete van drie honderd francs, en vergoeding van alle fchadèen en interesfen. te de Zoo er geene oppofñitie is, zal daar van in de hue weliks acte worden melding gemaakt; en Zoo de af* kondigingen in meer dan ééne gemeente gedaan Zi zullen partijen een certificaat moeten vertoonén, 2/9eges ven door den ambtenaar van den burgerliken ftand va elke gemeente, ten bewijze dat er gecne oppoñitie heeft plaats gehad: Le Ar 28. ne| De ambtenaar van den burgerlÿken fland zal zich doen ter hand ftellen de Fo van geboorte van Se a 1 sé Liv, Z Tés, II, Chap. IIL, Des actes dé mariages: des époux qui serait dans l’impossibilité de se le procÿrer, pourra le suppléer, en rapportant un acte LS notoriété délivré par le juge de paix du lieu de sa naissance, ou par celui de son domi- cile, Art, 2h L'acte de notoriété contiendra la déclaration fai- te par sept témoins, de l’un ou de l’autre sexe, parens ou non parens, des prénoms, nom, profes- sion et domicile du futur époux, et de ceux de ses père et mère, s'ils sont connus; le liéu, et, autant que possible, l’époque de sa naissance, et les causes qui empêchent d’en rapporter l’acte. Les témoins signeront l'acte de notoriété avec. le juge de paix; et s’il en est qui ne puissent ou ne sachent signer, il en sera fait mention. Art. 72. L'acte de notoriété sera présenté au tribunal de premiére instance du lieu où doit se célébrer le mariage. Le tribunal, apres avoir entendu le pro- cureur impérial, donnera ou refusera son homo- logation, selon qu’il trouvera suffisantes ou in- suffisantes les déclarations de témoins, et les causes qui empêchent de rapporter l’acre. de nais- sance.|| | Art. 79. L’acte authentique du consentement des père et mère /ou aïeuls et aïeules, ou, à leur défaut, ce- lui dè là famille, contiendra les prénoms, noms, professions et domiciles du futur époux, et de tous Ceux qui auront concours à l'acte, ainsi que leur. degré de parenté. Art, 7h Le mariage sera célébré dans la commune où. l’un des deux époux aura son domicile Ce do ini-- 1,3 &!! ta, N toi) Jen vers puis D tif ñ vi quant Wii gen dé K td 1 ue! 00 je t qe À Het tente Le De Uriages, de se le Oftant 1 Paix du on domi. ation fils re sexe, profes. ceux de leu, et, ance, et r l'acte, avec le nt OU ne bunal de ébrer le le pro- homo- où in et À le nais= père«t ut, Ce NONS» , et de nsi que une où Çe do: gi Z. Bock, II Tit., LIL. Hoofof. Van huwelijts-acten. sv der zanflaände echigenooten. Die gene der echtgenoo- ten, welke in de onmogelijkheid is, om dezelve te ver- toonen, Zal zulks kunnen aanvullen door het over- leggen êener acte van bekendheid, afgegeven door den vrederegter van de plaats zÿner geboorte, of van de plaats ziÿner inwoning. Arts 2le Deze acte van bekendheid zal bevatten eene verkla- ring, gedaan door zeven getuigen van het mannelijk of vrouwelik geflacht, bloedverwanten of geene_ blocdver- wanten zinde, en bevatten de voornamen, den naam, het beroep en de woonplaaits van den aanftaanden echts genoot, gelijk ook van deszélfs vader en moeder, 00 die bekend zïn; de plaats, en, zoo na mogelijk. den tüd zijner geboorte, en de oorzaken, die beletten. om éene acte daar van.over te leggen. De getuigen, ge= lÿk ook de vrederegter, zullen deze acte van bekend- heid teekenen; en zoo er onder hen zÿn, die niet{chrijs ven kunnen, zal daar van melding worden gemaakt. Art. 70. De acte van bekendheid zal worden ingeleverd bij de regtbank van de eerfte inftantie, ter plaatfe alwaar het buwelijk moet voltrokken worden. Deze regthank zal, na den Procureur des Keizers daar over gehoord te hebe ben, hare goedkeuring deswegen geven of weigeren, Maar mate zÿ de verklaringen der getuigen, en de oor« zaken, welke beletten eene acte van geboorte over te leggen, zal bevinden voldoende- of-onvoldoende te Zine PERS De authentieke acte van toeftemming van vader en moeder, of groôtvaders en grootmoeders, ofbijontbreken derzelven, van de familie, moet bevatten de voornamen, de namen, de beroepen en de woonplaatfen van den aan- ftaanden echtgenoot, en van elk hunner, die de‘acte mede hebben helpen oprigten, gelijk ook in welken graad van namaagfchap zij beftaan. Art. 74. Het huwelÿk zal voltrokken worden binnen de pe meente, alwaar één der beide echtgenooten woonachtig .. Deze woonftede of dit domicilie zal, wat het huwe- : C 3 Hik 88 Liv. I. Ts, IT. Chap. BR, Des oies de marlage:: micile, quant au mariage... s’établira par. six mois d'habitation continué dans la même commune, Ait. 75 Le jour désigné par les parties après les délais des publications, l'officier de l'état civil, datis 14 maison commune, en’ préséñice de quatre témoins, parens où non parens ,, fera lecture aux parries des pièces Ci- dessus mentionnées, rélatives à leur état et aux formalités du mariage, et du chapitre VE du titre dx Mariage, sur les droits et les devoirs refpectifs des époux 11 recevra de chaque partie, Pune après l'autre, la déclaration qu’elles veulene se prendré pour mari et femme; il prononcera, du nom de la loi, qu’elles sont unies par le. ma-- riage et il en dressera acte sur- le- champ. Art. 76. On énoncera, dans Pacte de mariage, 1°. Les prénoms, noms, professions, age lieug. dé naissance et domicile des époux; 2°. S'ils Sont majeurs OÙ MNEUTS 3 ae Les prénoms, noms, professions. et. domici- les des. pères et mères, 4°. Le consentement des pères et rères, aïeuls et ere et celui de Je famille, dans les cas où ils sont requis: 40. Les actes respectueux, s’il em a été fait; 6°, Les publications daris les divers domiciles> 7°. Les oppositions; s’il yen. a eus: leur pre levée, où K mention qu il my. a point eu d'op- position.| 8°. La déclaration des côntractans de se prendre pour époux er le prononcé dé, leur union par l'oficier putlie; 9°. Les tag x. mo in, $ déhis : dat[à émois, rties des eur état tre VE devoirs partie, veulent oncern, le ma- À lieux lomick afeuis as OÙ fait; iles; + moine d'op* rendre Di per Y Les v.Boëek, LE Tir. LIL. Hoofdf, Van huvelijks-acten, 39 tk aangaat, geacht worden plaats te hebben door cene inwoning van zes achteréénvolgende maandén in de zelfde gémeente, Art, 75: Op den dag, daar toe door partijen na den afloop der afkondigingen bepaald, zal de ambtenaar van den burgerliken ftand, op het huis der gemeente, in tegen- woordigheid van vièr getuigen, bloedverwanten, of, geene bloedverwanten zijnde, aan partijen voorlezen de hier voren vermelde ftukken, betrekkelik hunnen ftaat, em de plegtigheden. dés huweläks, gelik ook het zesde Hoofdftuk van den Titel ver het huwclijk, handelende van de regten en pligten der echigenooten onderling. Hij zal van elk der partijen, de eene na de andere, de verklaring afnemen, dat zïij elkander willen nemen tot man éh vrouw; vVoorts zal hij, namens de Wet, üditfpraak doen, dat zi door het huwelÿk vereenigd zijn, en daar Van dadelijk eene acte opmaken. Art. 76. De huweliks-acte zal bevatten: 1°, De voornamen, de namen, de beroepen, den ou- derdom, de geboorte en, woonplaatfen der echt- genooten; 2°. Of ziÿ meerderjarig of minderjarig zijn; 3%, Dé voornamen, de namen, de beroëper en de woonplaatfen van de vaders en mocders; 4°. De toeflemming van dé vaders en mocders, grootvaders en grootmoedérs, en van de fami- “lie, im gevalle dezelve vereischt worden; 3°. De eerbiedige acten, zoo die gemaakt zijn 6°. De afkondigingen op. dè onderfcheidene woon- plaat{en;, 7°. De oppoñitiën, zoo die hebben plaats gehad, der+ zelver Oophefling,.of.de vermelding dat er geene oppofitie hécft plaats gehad;: De verklaring der contractanten om elkander tot echtgenootén té néinen, erf de. uitfpraak vañ hun- ne échts-Véréeniging doot deñ openbaren ambté« ‘naar; go Ca 9% De à “a "| 4o Liv. 1, Tir, IT. Chap. HE, Des actes de mariages. 9°. Les prénoms, noms, âge, professions et domiciles des témoins, et leur déclaration s’il sont parens ou alliés des pariies, de quel côté et à quel degré. He CHAPITRE MN Des Actes de dis. Art. Aucune inhumation ne sera faite sans une auto- risation, sur papier libre et sans frais, de lof. cièr de l’état civil, qui ne pourra la délivrer qu’ae près s’être transporté auprès de la personne décé- dée, pour s'assurer du décès, et que vingt-quatre heures après le décès, hors les ças prévus par les FÉGIERONST AE PAR e BANAE D, che nsy ii+» du Ga 1 7 dt 70. L'acte de décès sera dressé par l'officier de J’é- gt civil, sur la déclaration de deux témoins. Ces témoins seront, s’il est possible, les deux plus proches parens ou voisins, ou, lorsqu'une person- ne sera décédée hors de son domicile, la person- ne chez laquelle elle sera décédée, et un parent OÙ AURRS HE LA ht polos sbihofdese ait.© 3: y Art. 79: L'acte de décès contiendra les prénoms, nom, âge, profession et domicile de là personne décé- dée; les prénoms et nom de l’autre époux, si la personne décédee était mariée ou veuve; les pré- noms, noms, âge, proféssions et domiciles des déclarans; et, s’ils sont parens, leur degré de pa- renté, SR et LES Ge te, nl dan! mit D bi he mul| tt yn de voor De der an King ol din, 0f den 1, term Lx dr a\ Et 1 gel VOOrT:n & 1007 1 2in, rage, Sons et Si son ÔtÉ et à 1€ auto. le lof. CF qu'a e décés t-quatre par les de LÉ &. s plis er SON- ersofs parent , Hot » décé- , sil 2S pré les des de pr” Le f. Bock, II. Tir, AIT, Hoofof. Van huwelijks-acten 4x 9°. De voornamen, de namen, den ouderdom, de beroepen en de woonplaatfen der getuigen, enhune ne verklaring, Of Zi nabeftaanden door bloedver- want{chap of aanhuwelijken van partien zin, en van welke zide, en in welken graad zÿ hux beftaan. VIERDE HOOFDSTUK. Van acten van overlijden, AE 97 Gcene begraving mag gefchieden zonder eene autorifac tie, vri van zegel en zonder kosten, af te geven door den-ambtenaar van den burgerlijken ftand, die dezelve niet mag verleenen, dan na dat hÿ.zich in perfoom bij het lÿk begeven heeft, om van het overliden, ver= zekerd te zïn, en dan nog eerst na verlocp van: vier n-twintig uren na het overlijden; met uitzondering van de gevalien, waar in bij de reglementen van politie Voorzien is. Art. 78. De acte van overliden zal Opgemankt worden door den ambtenaar van den burgerliken ftand, op de ver. Kklaring van twee getuigen. getuigen zullen, zoo mogelÿk, de twee naaste blordverwanten of geburen, zin, Of, zoo iemand buiten zÿne woonplaats overle- den is, de geen bi wien hï geftorven‘is, en een bloed- Verwant of ander perfoon,>: Art, 79.= . De acte van overlijden zal bevatten de voornamen, den naam, den ouderdom, het beroep en de woon- plaats van den geftorven perfoon; de voornamen en en naam van deszelfs echtgenoot, zoo de overledene gehuwd of.in den weduwliken f'aat geftorven was; de voornamen,, de namen, den ouderdom, de berocpen em de woonpliät{fen der getuigen; en zoo het blocdverwau- ten zin, derzelver grand van namaagfchap. FL tés 1, 5 Deze az Lis I Tir. EI, Chap. ÎP Dex actes de décès. Le même acte contiendra de plus, autant qu’on pourra le savoir, les prénoms, noms, profession et domicile des pèré ét mère décédé, et le lieu de sa naissañce. Art, 80. En cas de décès dans les hôpitaux militaires, civils ou autres mäisons publiques, les supérieurs, directeurs, administrateurs et maîtres de ces mai- sons, seront tenus d’en donner avis, dans le vingt- quatre heures, à lofficier de l'état civil, qui s’y transportera pour s'assurer du décès, er en dresse- ra l’acre conformement à l'article précédent, sur les déclarations. qui lui auront été faites, er sur les renseignemens qu'il aura pris. Il sera tenu..én outre, dans lesdits hôpitaux et maisons, des: registres destinés à inscrire ces décla- rations et ces renséignémens. ’officier de l’étar civil envérta l’acte de décès à celui du dernier domicile de la personne décédée, qui l’inscrira sur les registres. Art. 8r. Lorsqu'il y aura des signes ow indices de mort violente, ou d’autres circonstances qui donnérént lieu de le soupconner, on ne pourra faire l’inhtu- ation qu'après qu’un officier de police, assisté d'un docteuf en médecine ou en chirurgie, aura dressé proces- verbal de l’état: dur cadavre, et des circonstances y relatives, ainsi que des renseigrie- mens qu'il aura pu récueïillir sur les prénoms, nom; âge, profession, licu de naissance et domici- le de la pérsonne décédée. ; Art, 80.| _ L’officiér de police serd tenu de transmettre de suire à l'officier de l’état civil du lieu où la per- sôtine sera décédée, tous Îés,.énon- “+ 34008 rss à br Da wa W vel geren 0 ion ÿ ge bé cesse fet Uk, in, de voor de echo Enr DE tn de dre: dle br Gt, nt qu'it l'ofession t Le Liey iliraires, érieus, es mai e vingt. qui n | dresse. ent, sut t sur les taux et s déchi de sé nrieroi l'innte assisté [e.. auf et dé nseigte 'ÉNOINS s “dont riettre d hp ps énoi ch 1. Bock, LL Tis AV Hoofaf. Vanacién van overhijden. 43 Deze acte zalk oo bovendien. bevatten, voor 200 verre men Zulks kân te weten komen, de voornamen, de namen, het beroep en de Woonplaats van de vader en moeder van den overledenen, en dé plaats UT geboorte,: à Art, Te)* In pe van overlijden: in de militaire of burgerliike hospitalen, of andere. püblieke geftichten..: zin de hoof- den, directeurs, adminiftrateurs en opzigters dier hui- zen. verpligt daar van, binnen vVièf en twintig urén, Rennis té seven dan den ambtenaar van den burgetli: ken fland, die zich dérivaards Zalvervoegen, tefi eine de‘van pet overliden:zeker te zïÿn, en daar van eené acte zal uitbrengens overeenkomftig. het vorigé Artikeb, op de verklaringen âan hem gedaan, en op de berigten door hem ingewonnen.. ” In de gemelde hospitalen en huizen zullen bovéndien registers gehouden worden, ten einde déze verklatin ser én bérigten dhar in té registreren. De ambtenaar van den burgerliker and zal de acté van-ovetlijden Zenden aan dien van de laatfte woon- plaats van den overledenen, die dezelve registreren Zal, Art. 81. Wanneër er. teekenen of fporen zijn van ecnen ge: weldigen... of andere omftandigheden, die reden geven om zulks te vermoeden ,. zal de begraving niet inogen gefchieden, voor dat een amibtenaar der politie, met behulp van cenéñ Sereesheer Of licelnéester, éen pro: ces-verbaal zal hebben opgemaakt van den ftait vart het lÿk, en van de daar toe betrekkelijke omftandighe- den, gelijk ook van de berigtem, welken hÿ omtrent de voornamen, den naam., den ouderdom., het berocp, de geboorte- en woonplaats van. den overledenen heeft Kunnen bekomen. Art. 82. De‘arnbtenaar dér politie is vétpligt, om dadeliÿk tin dén ambteñaar van den burgerlÿken fland, ter phaatie alwaar de perfoon overledèn 15, toe te zenden alle bérigten im: zijn proces-verbaal-vengeld, volgens welke 44° Liv. TI. Tir, IL, Chap. IP. Des actes de décès, cés dans son procès-verbal, d’après lesquels l’ac- te de’ décès sera rédigé. L'officier de l'état civil en enverra une expédi- tion à celui du domicile de la personne décédée, s’il est Connu: cette expédition sera inscrite sur les registres. Art. 83. Les greffiers criminels seront tenus d'envoyer’, dans les vingt-quatre heures de l’exécution des ju- gemens‘portant peine demort, à l'officier de l’érat ci- vil du lieu où le condamné aura été exécuré, tous les renseisnemens énoncés en l’article 79, d’après lesquels l'acte de décès sera rédigé. Are 04! En cas de décès dans les prisons ou maisons de réclusion et de détention, il en sera donné avis sur-le-champ, par les concierges ou gardiens, à lofficier de l’état civil, qui s’y cransportera com- me il est dit en l’article 80,: et rédigera l'acte de décès. dE Le Att. 88 Dans tous les cas de mort violente, ou dans les prisons et maisons de reclusion, ou d'exécution à mort, il ne sera fait sur les registres mention de ces circonstances, et les actes de décès seront simplement rédigés dans les formes prescrites par l'article 79, sat: ; Art. 86. En cas de décès pendant un voyage de-mer, il en sera dressé acte dans les vingt quatre heures, en présence de deux témoins pris parmi les offi- ciers du bâtiment, ou, à leur défaut, parmi les hommes de l'équipage, Cet acte sera rédigé, sa- voir, sur les bâtimens de l'Empereur, par l'officier d'administration de la marines et, sur les bâtimens appartenant à un négociant ou armateur, par le capitaine, maître ou patron du navire L'acte de d ge ais den À al arte h ïñ d uitoele den in de acer din D #] bn vu tr of, dj acte do Or à den 0 pa, à da lp décès, nels l'in Expéd décédée, € sur ks envoyer, | des j 'érat ci. té, tou d'après aisoNs de nue avis rdiens, À ra COM l'acte de dass écutior/ ntion > Sér0i rites pa mer,| » heures, Les of parmi Le digé, s l’officit brie , pi? L'act 1 () £, Boek, IT. Tit. IV. Hoofaft. Van aetenvan overlijden. 4& welke de acte van het overliden zal worden opge. maakt.:| De ambtenaar van den burgerliken fland zal een au- thentiek affchrift van dezelve verzenden aan dien van de woonplaats van den overledenen, zoo die bekend is: deze acte zal aldaar worden geregistréerd, Art. 83 De gtifiers der criminele regtbanken Zÿn verpligt, em, binnen vier en twintig uren na de uitvoering der doodvonnisfen, aan den ambtenaar van den burgerlijkern fland, ter plaatie alwaar de veroordeelde geéxecuteerd is, toe te zenden alle berigten, bij Aïtikel 79 be. paald, volgens welke de acte van het overlijden zak worden opgemaakt. Art. 84. In gevalle van overlijden in gevangenisfen, of tucht- en gevangenhuizen, Zal daar van dadelik door de op: zigters dier huizen aan den ambtenaar van den burger- lijken ffand worden kennis gegeven, die zich derwaards zal vervoegen, 2z00 als in Artikel 8o bepaald is, en de acte van het overlijden zal opmaken, Art, 85. În alle gevallen van eenen geweldigen dood, het zij in de gevangenisfen en tuchthuizen, het zÿ door de uitoefening eener doodftraffe, zal van die omftandighe- den in de registers geene melding worden gemaakt, en de acten van overlijden zullen eenvoudig ingerigt wor- den in den vorm, bij Artikel 79 bepaald, Art. 86. In geval van overlijden gedurende eene reize ter zee, zal binnen vier en twintig uren, in tegenwoordigheid van twee getuigen, genomen uit de fcheeps-officieren, of, bi ontbreken van dien, uit het fcheeps volk, eene acte daar van worden opgemaakt. Deze acte Zal in orde gebragt worden, op de Keizerlike fchepen, door den officier van adminifiratie der Marine; en op fche- pen, tocbehoorende aan eenen koopman of kaper, door den kapitein, fchippet of bevelhebber van het fchip. are. De 46 Liv. Ti, IT, Chap, IP, Des actes de décès, de«décès, sera'insorit à la suice du rôle de lé, uipage.| ne Ârt. 67. Au premier port où le bâtiment abordera> SOS de relâche, soit pour toute autre cause que celle de son désarmement, les officiers de l’administra- tion de la marine, eapitaiñe, maître ou patron, gui auront rédigé des actes de décès, seront te- ous d'en déposer deux expéditions, conformement à l’aricle 6o.| À l’arrivée du bâtiment dans Île port du désire mement, le rôle d'équipage sera déposé au bureau du préposé à linscriprion maritimes il enverra une expédition de l'acte de décès, de lui signée, à l'officier de l’état civil du domicile de la person- ne décédée: cette expedirion sera inserice de suite sur Îles résistres,; é GA.+ A(6 dis: Sr DEL SRE Des Actes de l'étàt civil concernant les Militaires hors du territoire de l'Empire, «++ fat, 86: . Les actes de Pétat civil faits hors du territoire de l’Empité, concernant des militaires ou autres personnes employées à da suite des armées, seront rédigés dans les formes prescrites par les disposi- tions précédences, sauf les exceptions contenues dans les articles suivans, Art. 89. Le quartier-maître dans chaque corps d’un ow plusieurs bataillons où escadrons, ét le capitaine Commandant dans les autres corps, rempliront les fonctions d'officiers de l'écart civil: ces HER | ONC= the gs je IL: ot\ pute xal al tel tite af pe 60 hi it 1 best dé en til ondere gel di dl Fa hs bed lairen, hi à pull, tlkelen era, Sol: que cele dministr. | patron, ELON te. Mere u dés. 1 Durey verra une pnée ,.À person de suit litaires cerritoir U autté , Sera s dispose Contenus d'un ol capital iront 1 5 HéT fonc Bock, 21 151., 48. Fioofaf. Van actenvan ovérlijden. 4? De acte van het overlijden zal aan het einde van de fcheeps- rol ingefchreven worden. Art. 87. In de eerfte haven alwaar het fchip aankomt, het zÿ om te ververfchen, het Zi, om eenige andere oorzaak, buiten die van deszelfs onttakeling, zullen de officiers van adminiftratie der Marine, de kapiteins, fchippers of bevelhebbers van het fchip, die de acten van het over= lijden hebben opgemaakt, gehouden zijn daar van twee affchriften ter bewaring achter te laten, overeenkomftig het 6ofte Artikel. Bÿ de aankomst van het fchip in de haven, alwaar het moct onttakeld worden, zal de fcheeps- rol blijven berusten bij het bureau van den geen, die tot het hou- den der rollen van het zeevolk is aangefteld; hi zal een affchrift van de acte van het overlijden, door hem onderteekend, Zzenden aan den ambtenaar van den bur- gerliÿken ftand ter woonplaatfe van den overledenen: dit affchrift zal dadelijk worden geregistreerd, VIFDE HOOFDSTUK. Wan acten van den burgerlijken fland, de militairén, buiten het grondgchied van het Keizerrifk.| Art. 8 8. De acten van den burgerlijken ftand, buiïten het grond- gebied van het Keiïzerrik gemaakt, en betreffende de mi. litairen, of andere perfonen, die het leger volgen, zuls len ingerigt worden in maniere als hier voren is be- paald; behoudens de uitzonderingen in de volgende Ar< tikelen vervat, Art. 89. De kwartiermeester in ieder corps van één of meer bataillons of escadrons, en de kapitéin-commandant in de overige corplen, zullen de werkzaamheden van amb- tenaren van den burgerlÿken fland waarnemen: nr ; zelice } : 6:.:. x$ Liv, I Tite, IL, Chap. Ve Des actes de l'état civil, ce fonctions seront remplies, pour les officiers saris specteur aux revues attaché à l’armée ou au corps d'armée. | Art. 90.: 1 sera tenu, dans chaque Corps de troupes, un / registre pour les actes de l’état civil relaifs aux individus de ce corps, et un autre à l’état- major de l'armée ou d’un corps d'armée, pour les actes civils relatifs aux officiers sans troupes et aux em- ployés: ces registres seront conservés de la même manière que les autres registres des corps et érats- majors, et déposés aux archives de la guerre, à la rentrée des corps ou armées sur le territoire de l’empire. Art, OI.| Les registres seront cotés et paraphés, dans chaque corps, par l’officier qui le commande; et à l'état-major, par le chef de l’état-major gé- néral.| : Aït. 92.: Les déclarations de naissance à l’armée seront faites dans les dix jours qui suivront l’accouche-' ment. \ Aït. 93. L'officier chargé de la tenue du registre de l’é- tat. civil devra dans les dix jours qui suivront l'inscription d’un acte de naissance audit registre, en adresser, un extrait à l'officier de l’état civil du. dernier domicile du père de l'enfant, ou de la mère si le père est inconnu. Art. 94.: Les publications de. mariage des militaires et employés à la suite des armées, seront faites au lieu de leur dernier domicile: elles seront mises en outre, vingt-cinq jours avanc la célébration du mariage, à. l'ordre du jour du corps, pour les troupes et pour.les employés de l’armée, par l’in- 1} aie\ cyril À pri rh l TEA gite kel der 1 cos ya A Et dd ro lg, be Dr in Rkt bij da k: Die 0 van den dagen 0 genele “ut Wo0npl mor, D if bedendr plats+ tendien let tu dx ii; Ok ers sk par l'in. au Coms pes, th fs aux = major es actes UX ere à même ot états erre, à rtitoire , dns nde; e or gés à de tou décès de préférence i J'épor comi! ses dfo de Got r'estituls uatint _renoN in dépot administre dra Conf" ou que soiré» 0 on de” of Ê. Bock IPT. ET, Hoofd}. Van de gevolg. der ofwez. 63 ring der goederen van den afwezenden voorzien zal worden, op gelÿke wijze als in het eerfte Hoofdftuk van dezen Titel gezegd is.|| Aït. 123. Wanneer de vermoedelijke erfgenamen bij provifie im het bezit_gefteld zijn, zal het testament, zo er een be- ffaat, op verzoek van de belanghebbende partien, of van den Procureur des Keïizers, bi de regtbank. geo- pend worden, en de legatarîsfen, de donatarisfen, ge- 1ÿk ook allen, die op de goederen van den afwezens den na ziÿn overlijden eenig rest zouden gehad heb. ben, kunnen hetzelve bij provifie en: na geftelde borg- tost uitoefenen, Aït, 914. De echtgenoot, die in gemeenfchap van goederen ge- trouwd is, en verkiest de gemeenfchap te laten voort- duren, kan het ftellen in het provifioneel bezit,-gelij 00k aile provifionele uitoefening van regten, die cerst door den dood van den afwezenden gcboren zouden worden, tegenhouden, en het beheer der goederen van den afwezencen bij voorrang op zich nemen of behou- den. Doch zoo de echtgenoot de provifionele fchei- ding dier gemeenfchap begeert, zal hij alle zifne eîgene goederen, en die gene| waar toe hi uit krachte van de wet of overeenkomst gerestigd is, naar zich nemen, mits‘borg fiellende voor de goederen, die aan te rug gave onderworpen.zin, F De vrouw, de voortduuring der gemeenfchap verkie- zende, zal het regt behouden, om bij vervolg van die gemeenfchap afffand te doen. Art. 196. Het provifioneel bezit zal niet meer dan eene. be- Waarneming zijn, welke aan hun, die het zelve beko- inen, de behecring der goederen van den afwezenden geven Zal, en hen ten zijnen opzigte‘verantwoordelifk ftellen, in gevalle hÿ te rug komt, of dat men tÿ- ding van hem ontvangt. Aït, 106. Zi, die bÿ provifie in het bezit gefteld zïn, of de échtgenoot, die‘de voortdnring van de geméenfchap vet- x: ko- 64 Liv, I. Tit. IV. Chap. LL. Des effets de absence: communauté, devront faire. procéder à l'inventaire du mobilier et des titres de l’absent, en présence du procureur impérial au tribunal de première ins stance, ou d’un juge de paix requis par ledic pro- cureur impérial Le tribunal ordonnéra, s’il y a lieu, de vendre tout ou partie du mobilier. Dans le cas de ven- te, il sera fait emploi du prix, ainsi que des fruits échus. Ceux qui auront obtenu l’envoi provisoire, pour- ront requérir, pour leur sûreté, qu’il soit procé- dé par un expert nommé par le tribunal, à la visite des immeubles, à l’effec d'en constater l’état. Son rapport sera homologué en présence du pro- cureur impérial; les frais en seront pris sur les biens de l’absent, Are‘127 Ceux qui, paf suite de l'envoi provisoire, où de l'administration légale, auront joui des biens de l’absent, ne seront tenus de lui rendre que le cin- quième des revenus, s’il reparaît avant quinze ans révolus depuis le jour de‘sa disparition; æt le dixième, s’il ne reparaît qu'après les quin- ze ans. Après trénte ans d’absence, la totalité des re- venus leur appartiendra. Art. 128. Tous ceux qui ne jouiront qu’en vertu de l'en- voi provisoire, ne pourront aliéner ni hypothéquer les immeubles de l’absent. Art. 190, Si l'absence à continué pendant trente as de- puis l'envoi provisoire, ou depuis l’époque à la- quelle l'époux commun aura pris l’administration des biens de l’absent, ou s’il s’est écoulé cent ans ré |{ju ÿ jure ji goes| ke, À! gl tr ge du ie ie goen WE Kooppel por| fi, À gt julie . mé feel renal ei bei &, ak ronde 1, À vu d| a den nd ty In, en te font Ni ee feu lun 4 Ah, genot der den van punden, Wars duurd enfChay line d Bi ben, Je INVentae Présence emière il‘ ledit px de. venir: de ver des frit fe, pour Ït procés al, à l ,/ er l’état du pro sut ls oïre, 0 biens à e le cit à qui ispariir les des tt de let pocléquet ans de ue à le inistrau , çent ai fé Î F. Bock; 1. Tir.; LIL, Hôofdfl, Van de gevolg. der afrez.6à kozen heëft, zulleñ eenen äinventaris van de. roerende goederen, en effecten, van den afwezenden moeten ma: Ken, in tesenwoordigheid van den. Procureur des Kei- zers bi dé regtbank van de eerfte inftantie, of van eenen Vrederester, door gémelden Procureur des Keis zers daar toe© benoemd. De regtbank Zal, Z00 daar. toe redenen dienen, de roerende goederen,"het Zÿ gchel, het zï gedeeltelük; doen verkoopen., In geval.van. verkoop» moeten de kooppenningen, en de daar van afkomende renten, be« hoorlÿk belegd worden. Zÿ, die Bÿ provifie in het bezit gefteld zin, kun- nen tot hunne zekerheid vorderen, dat doof eenen des- kuñdigen; door dé règtbank te benoemén, onderzoek naar de onroerende goederen gedaan en derzelver ge fteldheid, omfchreven worden. Zijn rapport zal in te-. genwootdigheid van den Procureur des Keizers gereg- telijk bekrachtigd worden 3 de kosten, daar op vallen: de, zullen uit de goederen van den afwézenden betanld worden. Art: 197. die ten gevolge van het provifioneel bent LE e s gerestelike béheering het genot der goederen van den afwezenden gehad"hebben, zullen ge houden zijn alleenlijk het vi ifde gédéclte der ikomfteni ain hem te rug te geven, Z00 hi“binnen den td van viftien ja- ren, te rekenen zedert zh vertrék, te rug komt, er een tiende gedeelte, zoo hij na de vitien jaren te rug komt.: Na eene dertigjarige afivezendheid, zullén de inkom= ften hun gehcel en al toebchooren. Art. 198. Allen, dié uit kratht van een provifione el bezit het genot der goederen hebben, kunnen de onroerende goe deren van den afwezenden noch vervreemden, noch ver- panden. Aït. 199. Wanneer de afwezendheid dertig jaren heeft VOOrtge= duurd na het. provifioneel bezit, of na dat de in ge- meenfchap van goederèn getrouwde echtgenoot de bé- heering der goederen van den afwezenden heeft gevoerd, :F: DERE.: E of en vertu de l’article 197. 66 Liv. F. Tir. IF. Chap. UT. Des effets de l'absence, tévolus: dépuis la naissance de l’absent, les cat tions seront déchargées; tous les ayant-droit pour- ront demander le partage des biens de l'absent,‘ct faire prononcer l'envoi en possession définitif par le tribunal de première instance. Aït. 130. La succession de l’absent sera ouverte du jour de son décès prouvé, au profit des héritiers les plus proches à cette époque; et ceux qui auraient joui des biens de l’absent, seront tenus de les. restituer, sous la réserve des fruits par eux acquis t Art, 191: Si l’absent reparaît, ou si son existence est prouvée pendant l'envoi provisoire, les effets du jugement qui aura déclaré l'absence cesseront; sans préjudice, s’il y a lieu, des mesures conservatoi- res prescrites au chapitre I. du présent titre, pour l'administration de ses biens, Ârt. 1904 Si l’absent reparaît, où si son existence est proti- vée, même après l'envoi définitif, il recouvrera ses biens dans l’état où ils se trouveront, le prix de ceux qui auraient été aliénés, ou les biens pro- Venant de. l’emploi qui aurait été. fait du prix de ses biens vendus. Art. 199, Les enfans et descendans directs de l’absent pourront également, dans les trente ans, à comp- ter de lenvoi définitif, demander la restitution de ses biens, comme il est dit en l’article pré- cédent. Æ Aït. 194. ] Hd Î f 70 ff poor: jf, de que M jé& fi fl doel ge nl ag di valln tidig qera pb, re qu Aftk 20 À je pro ben À [EL ds non un den vu dx gltt Zoo a yon 1 intel LL berioden relke ven | peut dou 1 De 2er fekenen eng htikel f Pare, , Les Gil ro pod, absent, à éfinitif Ï pr € du sritiers k U} aurais is de À CUX açqui tence« effets di ont; Sa SET ao: tre, pol est "ecouït , Kkf biens pi u pitt l'abget à conf restituti sicle pé Aits JA T. Bock, IFTit. HE, Hoofi. Pan F2 gevol g. der ie. 63 of zoo er honderd jaren verftreken zijn, zedert de ge- boorte van den.atwezenden.. zullen de borgen ontflagen zin; alle serestigden kunnen als dan de Verdeeling der gocderen van den afwezenden vorderen,‘enfzich ph” von: is der regibank van de certe iiflantie in het definiticF bezit doen ftellen, se Art. 130: De nalatenfchap vau den afwezenden Zzal, van def dag dat ziÿn overlijden bewezen is,)bÿ erfvolging vet- vallen ten voordele van de erfgenamen, die op dat tüdftip hem de naaste waren; en zÿ, die van de goe- deren van den afwezenden genot gehad zouden mogen hebben, zullen gehouden zijn dezelven te rug te ge- ven; oo de vruchten, door hun uit krachté van Ârtikel 127 verkregen, Art. 137: Zoo de afwezende te rug komt, of z00 gedurenda het provifioncel bezit bewezen wordt, dat hij nog it leven is, zullen de gevolsen van het vonnis, waar bi. hi afwezend verklaard was, ophouden, onverminderd, des noodig zijnde, zoodanige middelen tot bewaring van den boedel dienende, als bi het ecrfte Hoofdftuk van dezen Titel, ten aanzien van de beheering Zziner goederen, zijn voorgefchreven, Art: 122, ‘200 de afivezende te rug komt, of zoo hi bewezer wordt nog in leven te zÿn, zelfs na dat het bezit definitivelijk is toegewezen, zal hiÿ zijne goëderen te rug ontvangen in dien: faat, waar in zÿ zich dan bevinden zullen; voorts den prijs van die goederen, welke vetyreemd zin. Sgewordem, of wel de goederen welke uit. den Kkooppris ziyner‘verkochte gocderen Weder zouden mogen zÿn aangekocht. Ait. 193. De kinderen, en regelrente af lammelingen van def afwezenden., kunnen insgelk is binnen dertg jaren, Tekenen van den dag van het definitief. bez“vorder en té rug gave ziner goederen, zoo als in het vorige Aitikel gezegd is Ê 2| Aït. 134 AL à ù Ton PO F#] PAS Cd 1 Pi LAET vi CET‘523 J DEA APCE HE? #4 À C1 58 Liv. I. Tit, IV. Chap. LT. Des effets de l'absence Art. 134. Âprès le jugement de déclaration d'absence, tou: te personne qui aurait des droits à exercer contre labsent, ne pourra les poursuivre que contre ceux qui auront été envoyés en possession des biens, ou qui en auront l’administration légale, PECITON EH Des effets de l'absence, relativement aux. droirs éYentuels qui peuvent compéter à l'absent, Art. 135. Quiconque réclamera un droit échu à un indivi- du dont l'existence ne sera pas reconnue, devra prouver que ledit individu existait quand le droit à été ouvert: jusqu’à cette preuve, il sera déclaré non- recevable dans sa demande. Art 136. S'il s'ouvre une succession à laquelle soit appe- lé un individu dont l'existence n’est pas reconnue, elle sera dévolue exclusivement à ceux avec les- quels il auroit eu le droit de concourir, ou à ceux qui l’auraïent recueillie à son défaut. Art. 137. Les dispositions des deux articles précédens au- ront lieu sans préjudice des actions en pétition d'hérédité et d’autres droits, lesquels compéteront à l’absent ou à ses représenrans ou ayant-cause, et ne s'éteindront que par le laps de temps établi pour la prescription, Art, 1354 Fan 4, W An tend guet À ton À pit b dit 0 lo pa ÿ ui du& dé, d belben, De| mukt, tt qui an Ze gaan de et abs Sence, ty TCer Con JOntre(ay des bin v. droift SON, ut indii ue, dem le droit| ra déchu soit# r'ecii, avec Où à cédens au n_péii pmpéern) Caux, À mps gli { Aït, 19 I. Bock, IV. Tit., III, Hoofdft. Van de gevolg. der afwez. 6» Art. 134. Na den dag van het. vonnis, waar bij iemand af- wezend verklaard is, zal een ieder, die eenig regt ten laste van den afwezenden heeft, hetzelve alleenliÿk kun- nen.vervolgen tegen hun, die in het bezit der‘goede: ren gefteld zijn, of die daar van de wettige beheering hebben, TWEEDE AFDEELING. / Van de gévolgen der afwezendheid, met betrekking éot de regten, die den afwezenden bij vervolg zouden mogen aankomen. Aït. 195. AT wie aanfpraak maakt op eenig regt, het welk op lemand, wiens aanwezen niet bekend is,-vervallen is, moet bewijzen, dat dezelve in leven was, ten tide, toen dat regt op hem vervallen is: zoo lang hi zulks Diet bewijst,. zal hij verklaard worden in zijnen eisch niet ontvankelijk te zijn, À Art. 1364 } Indien er eene erfenis vervalt, waar toe iemand geroe- pen is, wiens aanwezen niet bekend is, zal dezelve bÿ uitfluiting overgaan op hun, met wien hij te za- men geregtigd geweest zoude zijn, of op de genen, die, bij.ontbreken van hem, dezelve zouden bekomen hebben.:: Aït, 137, De bepalingen, bij de twee vocrgaande Artikelen ge- , zullen plaats hebben, onverminderd de actiën tot vordering van erfenisfen en andere régten,‘welke aan Gen afwezenden of zine vertegenwoordigers, of ZaakWaarnemers, toekomén; welke actiën alleen te niet gaan door het verloop van den tÿd, tot verjaring bÿ de wet bepaald,! AQU AUS E— Art, 138 wo Liv. I. Tir, IP Chap AIT, Des éffers de D chrenée, | Ait. 138. Tant que l’absent fé Se réprésentera pas, où que les actions ne Seroht point exercées dé son chef, ceux qui auront, recueilli la succession, gagnéront les fruits par eux perçus de bonne foi, SECTION.LUXL Des cfets de l'absence, relativemens au Be Mariage. Aïtt. 139. L'époux absent dont le conjoint a contracté une nouvelle union, sera seul recevable à attaquer. ce iariage par lui-même, ou par son fondé de. pouvoir, uni de la préüve de son existence. Aït, I40. Si l’époux absent n’a point laissé dé parens ha- biles à lui succéder, l’autre epoux pourra de- mander l’envoi en poëséssion provisoire des biens.| SR NON CU De la surveillance des éhfans mineurs du pèré qui& disparu. Art. 141. hr Si le père a disparu‘laissant dés enfans‘Mineurs issus d’un commun mariage, la imèré ên sura la surveillance, et elle eéxercera tous les droits du matt, quant à leur éducation et à l'administration RL er Art. 149, Ï jt: Li ja 1] Var ro dei gb hebba etre ir 90 es& y StLC Ces onne{, Contrat à atuque | fonde à ence, arens À Qurta| des Lie ue pért ns‘tint én fun droits d dinistrait A, If £. Bock, IV. Tit., LT. Hoofaf. Van de geyolg. der afwez.#à Art. 130 Zoo lang de afwezende zich niet vertoond heeft, of zin regt op zinen naam TEE vervolgd zal zÿn, zul- Jen zÿ, die de erfenis aanVaard hebben, de vruchten, door hun ter goeder trouw genoten, behouden, DERDE AFDEELINC, Pan de gevolgen van afwezendheid, betrekkclijk het huwcelijk. Art. 139° De afwezende echtgenoot, wiens mede-echtgenoot op nieuw een huwelik heeft aangegaan, Zzal alleen het vermogen hebben, om of zelf of door eenen gevolmag- tigden, voorzien van het bewijs dat hij nog in leven, is, zich tesen dat huwelÿk te verzetten. Aït. 140. Zoo de afwezende echigenoot geene bloedverwantert heeft nagelaten, welke bevoegd zijn om van hem te erven, Zal de andere echtgenoot mogen verzoeken, Om in het provifioneel bezit zijner goederen gefteldta worden, VIERDE HOOFDSTUK. Van het toevoorsigt over de minderjarige kinde- ren, Wier Vader Vermist fe Art. 141. : Zoo de vader vermist is, met achterlating van min derjarige kinderen, uit eenen gemeenfchappelijken echt geboren; zal de moeder:over die kinderen het toezigt hebben, en alle regten van den man uitoefenen, met betrekking tot hunne opvoeding, en de béheéring hun- ner goederen, j Le E 4 Aït, 142 PT. + wa Liv. LE. Ti, Wa Chap: IV. Dee surveillance, es ARE 749 Six mois après. la disparition du père, si la mère était décédée lors de cette disparition, ou si elle vient à décéder avant que l'absence du pè- re ait été déclarée, la surveillance des enfans sera déférée, par le conseil de famille, aux ascendans les plus proches, et, à leur défaut, à un tuteur provisoire.|-| FA Art. 149. I en sera de même dans le cas où lun’ des époux qui aura disparu, laissera des enfans mineurs “issus d’un mariage précédent.: LTAITRE, V DU MARIAGE. EDécrété le 17 Mars 1803. Premulgué le 27 dus snême IROËS Ci PrLIRE. L Des qualités et conditions requises pour pouvoir. se contracter Mariage, : Art. 144. L'homme avant dix-huic ans révolus, la femme, avant quinze ans évolus, ne peuvent contracter Mariage, e- 0 Ÿ AS) RES.-: rs%+ SAT NS Art. 145. Néanmoins, il est loisible à l'Empereur, d’accor- der des dispenses d'âge pour des motifs graves. Art. 146: | jet] ja de! font\ es a, wordel je,€ pl ft rl pu| Eu ere rt de br Net genich Velene \ lance, ê Fe, si 1 Hition, ce du à nÉans sen ascendins Un tue Fun dy $ mineus ch HOT. a fenté| ont d'accot: rayés, CARTER Z, Bock, IP Tit., IV. Hoofdft. Van het toevoorzigt enx. 74 Aït 149 T%Zes maanden na het vermisfen van den vader, in- dien de moeder, ten tijde van dat vermisfen, reeds ge ftorven was, of vôér. dat de vader afwezend verklaard werd, komt te fleryen, zal het toezigt over de kinde- ren, met overleg van de nabeftaanden, opgedragen worden aan de naaste bloedverwanten van"de opgaande linie, en bij ontbreken van dezelven, aan eenen provifio- melen voogd, Aït, La2.:: Het zelfde zal ook plaats hebben, wanneer één der echtgenooten, die vermist is, kinderen nalaat, uit cen vorig huwelik gefproten. VETÈT ID-BceTe lo EL VAN HET HUWELIJK. [Vastgefield. den. x7den van Lentemaand. 180%. Afgekondigd den 27flen van dezelfde maand.] EERSTE HOOFDSTUK. Van de hocdunigheden en yoorwaarden, die ver« cisché worden om een huwelijk te kunnen aan: gaan. Aït. 144. Een man, den vollen ouderdom van achttien, en œené vrouw, den he ouderdom van vifrien jaren niet bereikt hebbende, m gen.geen huwelijk aangaan. ri4 145: Nlettemin is het den Keizer geoorloofd om, wegens gewichtige redenen, dispenfatie van dien oudérdom té verleenen. È E5 Aït. 146 “ Lt ñ ;\ AD. 4 F4 LS Ê és 44 Liv, Tie W, Chap. TL. Des qualitéset conditions,&e, Art. 146. I n’y a pas de mariage lorsqu'il n’y a point de consentement. | Art. 147. On ne peut contracter un second mariage avant k dissolution du. premier. Art, 148. Le fils qui n’a pas atteint l’âge de vingt- cinq ans accomplis, la fille qui n’a pas atteint l’âge de vingt-un ans accomplis, ne peuvent contracter ma- riage sans le consentement de leurs père et mère: en cas de dissentiment, le consentement du père sufit. Art. 149, Si l’un des déux est mort, ou s’il est dans r im possibilité de manifester sa volonté, le consente- ment de l’autre suflit. Art. 150. Si le père ct la mère sont morts, ou s'ils sont dans l'impossibilité de manifester. leur volonté, les aiculs et aïeules les remplacent: s’il y à dissenti- ment entre l’aieul et l'aïeule de 11 même ligne, il suffit du consentement de l’aïeul. S'il.y a dissentiment entre les deux lignes, ce partage emportera consentement, Art, AST. Les enfans de famille ayant atteint[a majorité fixée par l’article 148, soht tenus, avant de con- “tracter mariage, de demander, par un.acte respec- “tuêux‘et formel, le conseil de leut père et de leur mère, ou celui de leurs aïeuls et aïeules, lorsque leur père et leur mère sont décédés, ou dans l’ime “possibilité de manifester leur volonté, Ne quil D tel tue dt gel pu 700 ous ji Lge tr Ingt- cg l'âge& acter mr et mr; du pi dans l'in. CONSENKE ils soit té, lei , Cissenr ligne/ guess\ majoré de con: e. respec e de lait , Jorsgué ans Lits LE . Boëk,V. Tis, T, H60fdft. Van de hoedenigheden'enz.?à Art. 146, Er beftaat geen huvwvelik zonder tocftémming. Art, 1470 Men kan geen twecde huwelijk aangaan, voor de pntbinding van het eerfle. Axt. 148. De zoon, die deñ vollen oudérdom van vif eh twin tig jaren, en de dochter, die den vollen ouderdom va één en twintig jarén niet bereikt heeft, kunnen zonder de toeftemming van-hunnen vader en moeder geen hu- welÿk aangaan: in geval van verlchil is de toeftemming van den vader voldoende. Aït, 149. _Zoo éën van beiden.dè ouders overleden is, of in de Qumogelÿkheid is, om Zzijnen wil te verklaren, is de tocftemming van den ander voldoende. Art, 150. Zoo de vader en moeder overleden zijn, of zich in de onmogeliÿkheid bevinden, om hunnen wil te verkla- ren, vervullen de grootvader en grootmoeder derzelver plaats: zoo er verfchil is tusfchen den grootvader en de grootmoeder van dezelfde lin, is de toeftemming van den grootvader voldoende,, Ghe Indien de twee lijnèn van elkander in begrip verfchil- len, zal zulks voor eene toeftlemming géhouden worden, Ârt. 151. -. De kinderen, uit het huwelijk geteeld:, die’ de mecr- “dérjarigheid, bij Art. 148 bepaald, bereïkt hebben, zijn verplist, alvorens een huwelÿjk aan te gaan, om bi éene-eerbiedige en forméele‘acte te vérzoeken den raad vañ hunhen en moeder, of van hunne groot- vaders en grootmoeders, wanneer hün vader en moeder _overleden ziÿn, of zich in de onmogelikheid bevinden, Qu hunnen wil te verklaren. [Æ7= 20 Liv. I. Ti, F. Chap.I.. Des qualités ct conditions> 2x Eérricles 152, 153, 154, 155, 156 et 167, décrétés le 12 Mars 1804. Promulgués le 22 du méme mois.]\ Aït. 150. Depuis Ia majorité fixée par l’article 148, jus- qu'à l'âge de trente. ans: accomplis pour les fils, et jusqu'à l’âge de vingt-cinq ans accomplis pour les filles, l’acte respectueux prescrit par l’article précédent, et sur lequel il n’y aurait pas de consentement au mariage, sera renouvelé deux au- tres fois, de mois en_mois; et un mois après le troisième acte, il pourra être passé outre à la cé« lébration du mariage. | Art, 153. Après l’âge de trente ans, il pourra être, à dé- faut de consentement sur un acte respectueux, passé outre, un mois après, à la célébration du mariage, Art. 154, L'acte respectueux sera notifié à celui ou. ceux des ascendans désignés en l'article 151, par deux: notaires’, OU par un notaire et deux témoins; et, dans le procès-verbal qui doit en être dressé, il sera fait mention de la réponse. Art.‘T5 En cas d’absence de l’ascendant‘auquel eût dû être fait l’acte respectueux, il. sera passé outre à la célébration du mariage, en, représentant le ju- gement, qui aurait été rendu pour déclarer l’ab- sence, ou, à défaut de ce jugement, celui qui aurait ordonné l’enquête, ou, s’il n’y a point en- core eu de jugement, un acte de notoriété délivré par le juge de paix du lieu où l’ascendant a eu a; SOn KM vole va ebiis pur 0Ÿ AL or gun Fons M d bre ee TM tn en fé pres al van| LE de opus troten van let va Wa, df Wu bij ver, à fiat, à edereg tions)& 157, ‘ Je 48, r les fl plis po pas à deux al: après& à la cé €, À dé. ECtUEUX, ation OU. Ce par& ins À ressé,| eût d- outre À t ler rer Li elui qu Joint€]: . délivre nt à eù son Le Bock ,V, Tir,, L. Hooff. Van de hoedanigheden ,enz. 73 [Lrt. 159, 153, 154, 155, 156 en 157, vasige- … field den 12den van Lentemaand 1804. Afge- kondigd den 29flen van dezelfdè maand.] | Art. 152. Va de meerderjarigheid bij Art, 148 bepaald, tot den ouderdom van dertig jaren voor de ZOONS, et van vif en tiwintig jaren voor de dochters, zal de ecrbiedige acte, bij het vorige Artikel gevorderd, en waar op de toeftemming tot het huweliÿk niet gevolod is, nog tweemalen, van maañd tot maand, vernicuwd worden; en eene maand na de derde acte, zal. met de voltrekking van het huwelÿk kunnen worden Voortgegaan, Art. 13%\ Na den ouderdom van dertig jaren, zal men bi ont- breken van de toeflemming op eene eerbiedige acte, eene maand daar na met de voltrekking van het huwe- 15k kunnen voortgaan, 3 Art. 194 De cerbiedige acte zal aan den geen, of die genen der bloedverwanten in de opgaande lÿn, bij Art. 151 genoemd, door twee notarisfen, of door éénen notaris en twee getuigen worden geïnfinueerd; en in het proces verbaal, dat daar van moet gehouden worden, Zal van het antwoord worden melding gemaakt, Art. 135 fi geval van afwezendheid van den bloedverwant în de opgaande linie, aan wien eene ecroiedige acte had moeten worden aangeboden, Zzal met de voltrekking van het huwelifk worden voortgegaan, op vertooning van het vonnis, waar bij de alwezendheid verklaard was, of bij ontbreken van dien, van het vonnis, Waar bij het onderzoek naar den afwezenden bevolen werd; of zo0 er in het geheel nog geen vonnis be- ftaat, cene acte van notoriéteit, afgeseven door den Vrederegter van de plaats, waar die bloedverwant mer |: 6 2 \ 26 Liv L Ti. M Chap: IL. Des qualités: et conditions;&rs son dernier domicile connu. Cet acte contiendra la déclaration de quaxeé témoins appelés d'office par le juge de paix. Aït, 156. Les officiers de l’état civil qui auraient procédé à la célébration des mariages contractés par des fils n'ayant pas atteint l’âge de vingt-cinq ans ac- complis, ou par des filles n'ayant pas atteint l’âge de vingt-un ans accomplis, sans que le consente- ment des pères et mères, celui des aïeuls et aïeu- les, et celui de la famille, dans le cas où ils sont requis, soient énoncés dans l’acte de maria- ge, seront, à la diligence des parties intéressées et du procureur impérial au. tribunal de prémière condamnés à l’amende portée par l’article 199, et; en outre, à un emprisonnement dont la durée ne pourra être moindre de six mois. AIT. 157. Lorsqu'il n’y aura pas eu d’actes respectueux; dans le cas où‘ils sont prescrits, l’oflicier de l’état . Civil qui aurait célébré le mariage, sera condam- né à la même amende, et à un emprisonnement qui ne pourra être moindre d’un mois, Art. 158. Les dispositions contenues aux articles 148 et 149, et les. dispositions des axticles. 151, 152, 153: 154€t 155, relatives à l’acte ressectueux qui doit tre fait aux père et mère dans le cas prévu par ces articles, sont applicables aux enfans - naturels légalement reconnus.; ATL150. L'enfant naturel qui n’a point été reconnu, et celui qui, après l'avoir été,«a perdu ses pèrè et mère, instance du lieu où le mariage aura été célébré, de a den y] docs ir A pau Gi gi dede dut, gris petuk {et bu Je “en Wan key jun à We, gr D del 131, & ei Woïden ve, de role Fe We, 2 procédé par de ans a+ it l'âge psente- X alette où 1 tUEUX; de V'Etar condan: nncItk 148€ , 152 jectueux le cs nat,& pére€ mère, £. Bock ,V, Tit,, 1. Hoofdft. Vandehoëdanigheden jens.»5 de opgaande linie zïne laatfre bekende woonplaats ges had heeft, Deze acte Zal bevatten eene verklaring van vier getuigen,, door den vVrederester ten dien einde ambtshalve geroepen. Art. 156, De ambtenaars van den burgerliken ftand, die een huwe. Hk voltrokken hebben, aangegaan door zoons, welke den vollen ouderdom van vif en twintig jaren, of door dochters, die den vollen onderdom van één en twintig jaren nog niet bereikt hadden, Zzonder dat de toefrem« ming van de vaders en moeders, van de grootvaders en grootmocders, en verdere bloedverwanten, in geval dezelve vercischt wordt, in de huwelijks-acte is uitge- drukt, zullen op voordragt van de belanghebbende partijen, en van den Procureur des Keizers bij de regtbank van de ecrfte inftantie, van de plaats, waar het huweliÿk voltrokken is, tot de geldboete bi Arti: kel 192 bepaald, verwezen worden, en bovendien tot cene gevangenis van niet minder dan zes maanden, F1. Wanneer er geene acten van cerbied gemaakt zijn, in de gevallen bij de wet voorgefchreven, zal de ambtenaar Van den burgerliken ftand, die het huwelijk voltrokken heeft, veroordeeld worden tot gelÿke geldboete, en eene gevangenis van niet minder dan ééne maand, Ai At. 158 De bepalingen, bij Artikel 148 en 149, en bi Ar: ükel T51, 152, 153, 154 en 155 gemaakt, betrekkelijk &e cerbiedige acte, die aan den vader en moeder mort worden aangeboden, in het geval, bÿ die Artikelen vermeld,, ziÿn medé toepasfelik op onechte kinderen, die volgens de wet erkend zijn. Art. 159: Feñ‘onecht kind, het welk niet erkend is, Of het Wwelk, na erkerd te zün vader en moeder verloren & 9 2 et héef 1éeit, $o Liv. 1, Tir. V. Chap. I. Des qualités et conditions, ci mère, ou dont les père et mère ne peuvent ma- nifester leur volonté, ne pourra, avant’âge de vingt un ans révolus, se marier: qu'après avoir obtenu le consentement d’un tuteur 44 hoc qui lui sera nommé. A1 160... _ S'il n’y a ni père.ni mère, ni aïeuls ni aïeu- les, ou s'ils se trouvent tous dans l’impossibilité de manifester leur volonté, les fils ou filles mi- neurs de vingt-un ans ne peuvent contracter ma- riige sans le consentement du conseil de famille. Att. 168. En ligne directe, le mariage est prohibé entre tous les ascendans et descendans légitimes ou na- turels et les alliés dans la même ligne. Art, 162.| En ligne collatérale, le mariage est prohibé entre le frère et la sœur légitimes ou naturels, et les alliés au même degré.: Art. 16 3: Le mariage est encore prohibé entre oncle et la nièce, la tante et le neveu. Aït. 164. Néanmoins, il est loisible à l'Empereur de le- Ver, pour des causes graves, les prohibicions por- tées au précédent article.: / 700€ noch gr nm lea de fuel ul der tk ht de hoe het 2€ db ou hd ‘&t a door url Ont à dt, mo Néteni rich tk gd L De£ hi HH1ONS,& IVEnt m4 li lige à rès yo hoc qù ni aie. )OSSibilté illes mi CIE ma: tumille, bé et OÙ nt prohibt prels,& oncl4 + de dr ions po 1. Bock, PeTit, Le Hoofdf.Vandehoedanigheden, éns, 8x heeft, of waar van de vader en moeder hunnen wil, niet verklaren kunnen, zal, den vollen ouderdoim van één en twintig jaren, geen huvwelijk mogen aan- gaan, dan na de toeftemming van eenen voogd, tot dat einde bijzondertik benoemd, bekomen te hebben, Art. 160. Zoo er noch vader, noch-moeder, noch grootvaders, noch grootmoeders beffaan, of zoo die allen zich in de onmogelikheid bevinden om hunnen wil te verklaren, zullen dc zoons en dochters, nog geen één-en twintig jaren oud zinde, geen huwelik” mogen a1ngaan, ZONs= der toeftemming van den familie- raad. Aït. 164. So In de reste lijn is het huweliÿjk verboden tusfchen alle de blocdverwanten van de opgaande en nederdalende linie, het zij echte, het zij onechte, als mede die elkander als zoodanig door aanhuwelijken beftaan, Art. 162. In de zïÿdlinie is het huwelijk verboden tusfchen broe- der, en zuster, echte of onechte, en die aan elkander door zanhuwelÿken als zoodanig beftaan. Art. 163. .Ook is het Done, verhaden tusfchen oom en nicht, moeie en neef, Art. 164. Niettemin ftaat het aan den Keizer vrij, om, wegens .gewichtige redenen, van het verbod, bij het vorig Ax -‘tikel gedaan, dispenfatie te‘verleenen. I. DEEL. F T W E E- 8 Lip L Tir, V. Chaps IL, Dés formalités; Fes EN is HN Eur Dés formalité veldiiÿes à la célébration du Mariages- Aït. 165, Le mariage sera célébré publiquement, devarit l'officier. civil du domicile de l’une. des deux paï- ties..::: Aït. 166. Les deux publications ordonnées par l’article 63, au titre dés actes de l'etat civil, seront fai- tes à la municipalité du lieu où chacune des pat- ties contractantes aura son domicile; Art. 107. Néanmoins, si lé domicile actuel n’est établi que paï six mois de résidence, les‘publications seront faites en outre à la municipalité du dernier domicile. Art. 168. Si les parties contractantes, ou l’une d’elles, sort, relativeinent au mariage, Sous la puissance d'autrui, les publications serotit encore faites à la municipalité du domicile de ceux sous la puissance desquels elles se trouvent. Ïl est loisible à l'Empereur ou aux officiers qu'il préposera à cet effet, de dispenser, pour des cau- ses graves, de la seconde publication. Art. 170. Le mariage contracté en pays étranger eñtre Français, et entre Français et étrangers, sera va- la- je ur V, qu El À di, De tie de Tel bn gun gt et Im, and deareabo Elu. , 20 d mt Herr a) and fier bj Onder ét : Het fut À dur 10 be url teen, Een bn Flan trés és) Üe, IL bon d dent, der S deux h ar l'aril , Seroit Ë ne des x n’est ét oublicait du der une la pis faites a puist fficies S ur d#dl ranger© ’" Z, Bot, V. Tir, 11. Hoofof Vande plegtighéden, enssts TWÉEDÉ HÔOOFDSTUK. Fan de plegtigheden; tot de voltrekking van heè huwelijk behoorende. Fe 66... Het husrelile zal in het openbaar; voor den sites naar van den burgerlijken frand ,, op de woonplaats van een der aanftaande echtgenooten, Voltrokken wor- deri, Lo Art. 166, | De twee à bevolen. bif Artikel 63 va den Titel ven acten van den burgerlijken fland, zul- len gedaan wordén bij dé muünicipaliteit van, de phaats, waar ieder der zich verbindende partijgn woonachtig iss Art. 167. 206” nietterin; de nn ecrst ic zes maanden aldaar gevestigd is, ,zullen de afkondigingen daarenboven. nog gefchieden bij de municipaliteit van dé laatiie. woonplaats. Art. 16, 2 00 de zich verbindebéle partijen, of één derzelvens met betrekking tot het huwelik,‘onder de magt var een ander ftaan, zullen. de afkondigingen 00k nog ge- fchieden bi de municipaliteit der woonplaats van hun, énder wier magt zij Zich bevinden. Art. s60 Het(bia ap Rae, of aan de ant welken hij daar toe zal aanftellën, vrij, om, wegens gewichti- ge-oorzakén, dispenfatie van de twecde af kondiging té verleenen, | Aït. 170. eee Een huwelijk, in een vréémd ind dinaegaisQ 0 tis< fs‘hen twee Franfchen, en tusfchen cen F Franfche ent - F a een 4 # a de Liv, Z, Tir, V. Chap. IT, Des formalités, Se. lable, s’il a été célébré dans les formes usitées dans Î6 pays, pourvu qu’il ait précédé des publi- cations prescrites par l’art. 63, au titre des actes ce lérat civil, et que le Français n'ait point con- trevenu aux dispositions contenues au chapitre pré- cédent,| Aït. 171. Dans les trois mois après le retour du Français sur lé territoire de l’Empire, l’acte de célébration du mariage contracté en pays étranger, sera tran- scrit sur le registre public des mariages du lieu de son domicile. Ceci D RE NUL Des oppositions hu mariage, Aït. 170. Le droit de former opposition à la célébration du mariage, appartient à la personne engagée par mariage avec l’une des deux parties contractantes. Att:179 0; Le père, et à défaut du père, la mèré, et à défaut du père et mère, les aïeuls et aïeules, peu- vent former opposition au mariage de leurs enfans et descendans, encore que ceux-ci aient vingt-cinq ans accomplis. : Art. 174. À défaut d'aucun ascendant, le frère‘ou la soeur, l’oncle ou la tante, le cousin ou la cousi- ne germains, majeurs, ne peuvent former aucune opposition que dans les deux cas suivans: +: 1°. Loïs-. gs à ) Ht14 wi à ue de is De rade dr, bj gros it vu oppulte À don van © on d lie, mb à y met VE tre vol és pl ê, MES qi ds pi t pote hapite k du Fri * célébra , Ent s qu le IT, : célébr engagé! yntracts méré,! eules,} leurs« nt vingt frère 0! où ha 4 rmer all ans 1°, L I..Boek, V. Tir... Hoofdfi. Vandeplestighedensenz..8s een vreemdeling. Zal van waarde zijn, indien hetzelve voltrokken is naar den vorm in dat land gebruikelÿk, mits, de afkondigingen, bij Aïtikel 63 van den Titel van acten van den burgerlifken[land vooxgefchreven, ziÿn voorafgegaan, en de Franiche inboorling nict heeft gehandeld tegen de bepalingen, in het vorige Hoofdftuk vervat. Art. 1716 Binnen drie maanden, na de terugkomsSt van den Franfchen ingezeten op het grondgebied van het Keï- zerrÿk, Zal de acte van huwelÿks- voltrekking, in een vreemd land aangegaan, in het openbaar huweliks- re. gister Zijner woonplaats geregistreerd worden. … DERDE HOOFDSTUK. Van oppoñhitièn tegen cen hunvelij k. Aït, 172. Het regt, om zich tegen de voltrekking van een. hu welijk te verzetten, komt toe aau den geen, die met eene. der contracterende partijen door huwelijk verbon- den is, Art. 179 De vader, en bij ontbreken van den vader, de moe- der, en-bij ontbreken van vader en moeder beiden, de grootvaders en grootmoeders, kunnen tegen een huwe- Tjk van hurne kinderen en verdere af komelingen in oppofitie komen, zelfs al hebben zij den vollen ouder- dom van vif en twintig jaren bereikt, Aït, 174. Bij ontbreken van alle bloedverwanten van de opgaan- de linie, kunnen de broder of zuster, de oom of moë.. de volle neef of nicht, meerderjarig Zünde, zich niet verzetten tesen het huwelijk, dan alleen in de twee volgende gevallen: À F 3| 1°, Wan: 86 Liv.I. Tir. V, Chap. XII. Des oppositions au mariages 19. Lorsque le consentement du conseil de fr mille, requis par l'article 160, na pas été ob- tenus * 29°. Lorsque l'opposition est fondée sur l’état de démence du futur époux: cette opposition, dont lé tribunal pourra prononcer main-levée pure et sim: ple, ne sera jamais reçue qu'à la charge, par l’op- posant, de provoquer l'interdiction, et d'y faire statuer dans le délai qui sera fixé par le jugement! Ape.175e - Dans les deux cas prévus par le précédent arti- cle, le: tuteur ou curateur ne‘pourra; pendant durée de la tutelle ou curatellé, former opposition Qu'autant qu'il y aura été autorisé par un conseil de famille, qu’il pourra convoquer,: D ie Tout acte d'opposition énonccra la qualité qui donne à l’opposant le droit de la foriner: il’ con- tiendra élection de domicile dans le lieu’où le ma: riage devra être célébré; il devra également, à moins qu'il ne soit fait à la requête d’un ascen- dant, contenir les motifs de l’opposition: le tout à peine de nullité, et de l'interdiction de l'officier ministériel qui aurait signé l’acte contenant oppo- A a NS A0 MEME à à“és Art. 1 JT Le tribunal de première instance prononcera dans les dix jours sur la dermande en main-levée, Û CN DE° ; Aït. 17 8 S'il y a appel, il y sera statué dans les dix e Mets 14 1 Les; k i à AAA RAA V Va: jours de la citation.*‘.: AFS" F2 as je, ER ka, NON L val Dar) ortn dr van tt qu tel, D rl den, fat don 1 m9 zut Vue worden, QU Maries nseil pas été j ut Léts On, doit! pure et à > pal t dy > jugemm cédent pendu Oppositt un co qualité q ré ilot où le nr alernent,| d'un a : Jen e l'oit ant oph pncer di rée, y KÈ Art, 1 £ Boeck, V. Tic LT. Hoofafl, Vanoppof. tegeneen Tluw. 85 1°. Wanneer de toeftemming van den faumilie-raad, bÿ Aïtikel 160 vereischt, niet verkregen is. °°. Wanncer de reden, waarom men zich,tegen. het huwelijk verzet, gegrond is op den ffaat van.zinne- loosheid van den aañftaanden echtgenoot: deze oppo- fitie, welke de regrbank eenvoudig kan doen ophef- fen, wordt niet anders toeselaten, dan mits de geen, die zich tegen het huwelijk verzet, te gelijk een ver- zock van curatele doet, en binnen den tijd, door den regter te bepalen, daar over laat beflisien. Aït. 175. In de beide gevallen, waaromtrent bif het vorige Artikel is voorzien, Zal een voogd.of curator, gedu- rende, de voogdij of curatele, zich niet tegen het hu- welijk mogen verzetten, ten ware hij door eenen familie- raad, welken hij kan bijéén roepen, daar toc geauto- tifeerd Zzal Zijn. Art." 176. Alle acte van oppofitie zal moeten inhouden de qua- fiteit van den oppofant, welke, hem de bevoegdhad geeft, om zich daar tegen te mogen verzetten; Zi] zal dok bevatten de keuze van een domicilie ter plaatfe, waar het huwelijk zoude moeten worden voltrokken; ingsgelijks zal Zij, ten ware Ze op verzoek van eenen blocdverwant van de opgaande linie gedaan worde, moeten bevatten de redenen der oppofitie; alles op {traffe van nulliteit, en eene interdictie van den minis- tericelen amhtenaar, die. de. acte van oppofitie:getee- kend, hecft. Ait.-E7re De. regtbank van de cerfte inffantie. zal... binnen tien dagen, op den eisch tot opheling der oppofitie uit- {praak doen,: Art. 178 Zoo men daar van. in hooger beroep komt, zal de zaak binnen tien dagen na de dagvaarding beflist worden,+ F4 Art. 179 88 Liv, 1, Tir. V. Chap. LIL Dés oppositions au MAT IALÉ | Art. 179.: Si l'opposirion est rejetée, les opposans, autres néanmoins que les ascendans, pourront être con- damnés à des dommages-intérêts. CHAPITRE À Des demandes en nullité de mariage, Art. 180. Le mariage qui a été contracté sans le consente- ment libre des deux époux, ou de l’un d'eux, ne peut être attaqué que par les époux, où par ce- lui des deux dont le consentement n’a pas été libre. Lorsqu'il y a eu erreur dans la personne, le mariage ne peut être attaqué que par celui des deux époux qui a été induit en erreur. Art. 181. Dans le cas dé l’article précédent, la demande en nullité n’est plus recevable, routes les fois Qu'il y a eu cohabitation continuée pendant six mois depuis que l'époux a acquis sa pleine liberté où que l'erreur a été par lui reconnue. Art. 180. Le mariage contracté sans le consentement des père et mère, des ascendans, ou du conseil de fa- mille, dans les cas où ce consentement était né= cessaire, ne peut être attaqué que par ceux dont le consentement était requis, ou par celui des deux époux qui avait besoin de ce consentement. Art. 189. à L'action en nullité ne peut plus être intentée | ni 7 ft lun root fn ti door deu est À \famar qe ture do den Vi eh 10 ke mt x dr mt dt Ronen he la in Dar, of van den fennine: vuba du of dun à Rooûs bd D act met Ut C Ctte on à CONSéI d'eux, à OÙ par@. a pas fn sonne,{e celui à | demaré s ef end À ine Liv ement d seil de À étain ceux dut | des deu ‘, , Z, Bock, PT Îte) LIT, Hoof af, Fan oppol. tègen éen hu, 89 Art, 170. Zoo de oppofñitie is afgewezen,-zullen: de oppofan- ten, met uitzondering nogtans van blocdveriwanten in de opgaande linie, kunnen.verwezen worden tot vergoe- ding van fchaden en interesfen, VIERDE HOOFDSTUXK, Van eilchen tot nul«verklaring des hinvelijks, Art. 180. Het.buwelijk, zonder de vrije-tocftlemming. der beide , of ook.één van hun aangegaan, kan al- leen tegengefproken worden door de echtgenooten| of door dien gen van hun, wiens toeftemming niet vrij ge- weest. is. Wanneer men-in den perfoon gedwaald heeft,. kan het huwelik niet anders tegengefproken worden, dan door dien echtgenoot, die in dwaling gebragt is. Art, 187. In het geval van het vorige Artikel, is men in den eisch tot nul-verklaring des huwelÿks niet ontvanke- lÿjk, wanneer er éence aanhoudende zamenwoninse, gedu« rende den tijd van Zeés maanden, heeft plaats gehad, zedert dat de echtgenoot zijne volkomene vrijheid be- komen heeft, of de dwaling door hem ontdekt is. Art. I 92 Een huwelijk, zonder toefflemming van vader en moeder, van de bloedvérwanten in de opgaande linie, of van den familie-rand, aangegaan, in geval die toe. ftemming noodzakeliÿk was, kan alleen tegengéfproken worden door hun, wier toeftemming vereischt werd, of door dien der echtgenooten, die deze toeftemming noodig had..: Arts 183 De actie tot nul- verkiaring des huvwelijks kan niet F5 aan. w go Liv. 4, Tit. PV, Chap. IV: Des demandes en nullité. s# ni par les époux, ni par les parens dont le con- sentement était requis, toutes les fois que le ma. riage a été approuvé expressément ou racitement par ceux dont le consentement était nécessaire, ou lorsqu'il s’est écoulé une année sans réclama- tion de leur part, depuis qu’ils ont eu connaissan- ce du mariage. Elle ne peut être intentée non plus par l'époux, lorsqu'il s’est écoulé une année sans réclamation de sa part, depuis qu'il a atteint l’âge compétent pour consentir par lui même au mariage, a re no Art. 184. Fout mariage contracté en contravention aux dispositions contenues aux articles 144, 147, 161, 162 et 163, peut être attaqué soit par les époux eux-mêmes, soit par tous Ceux qui y ons intérêt, soit par le ministère public. ons Aït. 195. Néanmoins le mariage contracté par des énoux qui n'avaient point encore l’âge requis, ou dont l’un des deux, n'avait point atteint. cet âge, ne peut plus être. attaqué, 1°. lorsqu'il s’est écoulé six mois depuis que cet époux ou les époux ont atteint l’âge compétent, 92°. lorsque la femme qui n'avait point cet âge, a conçu avant l'échéance de six mois.= st À a:- Art. 186. Le père, la mère, les ascendans et. la famille qui ont consenti au mariage contracté dans le cas de l’article précédent, ne sont point recevables ÿ en demander la nullité.: ue Art. 187. Dans tous les cas où, conformément à l'art. 184, l'action en nullité peut être intentée par tous ceux. qui y ont un, intérêt, elle ne peut l'être par les. pe %. agé 1 we” vs ml nt K$ sole 4, on en dé À get 4009 gone er| je Al jen, À uen ES pont 2 ga 20 Vettni mont, d (EVE Hi, 1 ren genoot VAUT bd, ré qu, D nr ik, et garde At lim, ai (un& Jun ha 1, à: Gr dk x 18 ir en té ont Je Wu: que le m 1 tacitemn cest ins réclm L CONNai ntentée 1 une mh il a a même: ention 44, 147, oit par ls qui YU des éno , Où du t ûge,ë est cul épour at femme ai l’échèu . la fan dans}« receyab} , Jar 1 r tous& tre pr l I, Rock, W. Tite, IP, Hoof0f. V'entifchen 1oË nul-verkl. ok aangelesd worden, noch door de.echtgenooten, noch door de bloedvrienden:,“wier toeftemming werd, wanneer het huweliÿk uitdrukkelÿk.. of filzwiÿ= gende: is goedgekeurd door hun,“wier‘toeflemming noodzakelïk was, of. wanneer er een jaar verloopen is, zonder tegenipraak van hunne zïde, zedert dat zij van het hüwelik kénnis gédragen hebbén.‘Zi kan ook niet aangelegd worden door den-echtgenoot, wanneer? gonder tegenfpraak van zijne zijde, een jaar, na het bereiken van den behoôrliken Ouderdom, om zelf im het huwelÿk toe te fiemmen, verloopen is. a. Art. I 84° Alle huweliken, aangegaan met overtreding der bepa- lingen, in Artikel 144, 147, 1061, 162 en 163 vervat, Kkunnen tegengefproken worden, het zij door de echtge- nooten zelven, het zij door een ieder, wien daar gan gelegen Hot, het zij ook door den Procureur des Kei- 2615,: À BR ou Fit 1%: J Fri ES+ ETT Met PÉCTTUE nt Art. 185. Niettemin kan cen huwelÿk, aangegaan door echtge- nooten, die den véreischten ouderdom nog niet hadden, GE waar van één hunner dien ouderdom nog niet bereikt Bad, niet tegengefproken worden: 1°. wanneer er zes maanden verloopen zijn ,; na dat die echtgenoot of echt- genooten den vereischten ouderdom bereikt hebben:;°°, wanneer de vrouw, welke dezen ouderdom niet bereikt Had, vor den afloop der zes maanden zwanger is Ge Worden 77 4 Fe CORNE Re Re£ Art. 186. De vader, moeder, blocdverwanten in de opgaande linie, en verdere familie, die in‘het geval van het voor« gaande Artikel in het aangegaan huwelÿk hebben, tocge- flemd, zÿn niet onvankelijk om de nul-verklarinig daar var t6-kunnen:vorderén,i#::2: 202 ro Re Art, 187. In alle de gevallen, in welken, overeenkomftic Artikel 184, de actie tot nul-verklaring kan aangelesd worden door de genen,‘die daar bij belang heébben, kan zulks diet gedaan worden door de vrienden van de dense a); oO 92 Liv. 2: Ti, WP. Chap. ÎF Des demandes en nullité, parens collatéraux;. OU par les enfans nés d’un au- tre mariage, du’ vivant des deux époux, mais seu lement lorsqu'ils y ont un intérêt né et actuel, Art. 186. L’époux au préjudice duquel a été contracté un second mariage, peut en demander la nullité, du vivant même de l'époux qui était engagé avec lui, Art. 189. Si les nouveaux époux opposent la nullité du premier mariage, la validité ou la nullité. de ce mariage doit être jugée préalablement. Art. 190. Le procureur impérial, dans tous les cas aux- quels s’appliqye l’article 184, et sous les modifica- tions portées en l’article 185, peut et doit de- mander fa nullité du mariage, du vivant des deux époux, ét les faire condamner à se séparer. Art. 191. f Tout mariage qui n’a point été contracté publi- quement, et qui n’a point été célébré devant l’of- ficier public compétent, peut être attaqué par les époux euxmêmes, par les père et mère, par les ascendans, et par tous ceux qui y ont un intérêt né et actuel, ainsi que par le ministère public. Art. 192. Si le mariage n’a point été précédé des deux publications requises, ou s'il na pas été obtenu des dispenses permises par la loi, ou si les inter- valles prescrits dans les publications et célébrations n’ont poinc été observés, le procureur impérial fera prononcer contre l'officier public une amende qui ne pourra excéder trois cents francs; et, con- tre tu] és d'un 4 OR actuel, Ontracté nullité, à Igagé. nulité à lité de« Cas aux modifica doit de: des deux des du été odAl { Les int élébrai ge an ; él qi #v I. Bock, FTir SAT. Hoofaf. Pan eilchen bot nulverEl. 0% of door kinderen,‘uit een ander huwelÿk geboren, z00 lang de echtgenooten;;beiden in leven zin, doch alleen- ljÿk wanncer zij daar bij een reeds verkregen en dadelijk belang hebben. n. Art. 198.| De echtgenoot, in wiens nadeel een twcede huwelik is aangegaan, kan dé nul-verklaring daär van vordéren, zelfs bi het leven van den echigenoot, die met hem vérbonden was,| Art. 189. Zoo de nieuwe echtgenooten Zich op de nietigheid van het eerfte huwelijk berocpen, moet de wettigheid of. onwettigheid van dat huweliÿk vooraf beflist wor- den.: Art, 190. De Procureur des Keïzers kan.en. moet, in alle. ge. vallen, waar op het 184 Artikel betrekking heeft, en onder de bepalingen in het 185 Aïtikel vervat, de aul-verklaring des huwelijks. bij het leven der beide echtgenooten vorderen, en hen doen verwijzen om Yan elkander te fcheïden,: i Aït. 191. Aîle huwelÿken, die niet in‘het'openbaar voltrok- ken, noch voor den bevoegden openbaren ambtenaar zijn aangegaan, kunnen door de-échtgenooten zelven, door de vaders en moeders, door de bloedverwanten van de opgaande linie, en door allen, die daar bij een verkre- gen en dadelÿjk belang hebbetr, als mede door den Procureur des. Keizers, wégens‘nictigheid worden aart- seklaagd. pie DS. Aït. 199. Zoo aan het} huwelÿjk de twee vereischte afkondigine sen niet Zijn vooraf gégaan, of geene: dispénfatie ,: door de wet toëgeflaan, daar van verkregen is, of: zoo de tusfchenvakken van.tijd. die tusfchen de afkondigingen en het voltrekken van het huwelikk vérloopen moeten, niet zijn in acht genomen, zal de Procureur des Keï- zers den opénbaren ambtenaar doën verwijzen in éene geldboete,“Hiet te boven gaande‘dtie honderd ge re als ba Lin, Rap: Chés. fe D-démindes én huliise, tre les parties éontrattañtes, ou ceux sous la puis= sance desquels elles ont agi, une amende propor- tionnée à leur fortune, - 2, 198.+, Les peines prononcées par l’article précédent; seront encourues par les personnes‘qui y sont dé- signées, pour toute contravention aux: règles pres= crites par l’article 165, lors méme que ces con traventions ne seraient, pas, jugées suflisantes pour faire prononècr la, nullité du mariage. Art. 194 oftigs 5 Nui ne peut réclamer le titré d'époux et les éffets civils du mariage», s'il ne représente un acte de célébration instrit sur le registre de l’état ci- vil; sauf les Cas Press par l'arciclé 16, au titre des actes de l'état civil. Âré 104. La possession d’état ne pourra dispenser fée prés tendus époux qui l'invoqueront respectivement; de représenter l’acte de célébfition du mariage devant l'officier de Fétac civil, pe Art. 196. Lorsqu’ ÿ a possession d'état, et que l'acte dé célébration mariage dévant l’ofiicier de l’état civil est représenté, les époux sont respéctive* ment non recevables à demander la nullité dé cer acte. Àrt. 197. Si néanmoins, dans le cas des articles 104 et 195. il existe des enfans issus de deux individus qui ont vécu publiquement coinmie mari et fem- me,€t qui soient tous deux décédés, la légici- "mité des enfäns ne peut être contestée sous le seul prétexte du défauc de représentation de l’ace de € e = mé téil fl£ ul| bus te fol de 195 V Lonen hebbe der ll Y00rW Eu: F, Boeck 7, Tit,, 10, Hoofaft. Van eifchen#ot nulwerkt, o$ 3 la pi als mede de. contracterende partien, of de genen; op de Po“wier gezag Zi gehandeld hebben, in eéene geldboëte, an huti vermogen gcëvenredigd,| \ Art. 193 précéde, In de ftraffen, bij het vorige Artikel bepaald, zulleti Y son& de daar bi gemelde perfonen vervallen,\vegens elke gles pre overtreding van de régels, bij Artikel 365 voorgefchret me Ven; o0k dan Zéifs, Wanneer de overtredingen geoo2 deeld vwverden niet voldoënde te ziÿjn om het huwelik Us pou nietig te doen verklaren. Aït. 1944 ÉES Cox ph de Niemand kan zich op het regt van echtgenoot, eñ UX ls op de burgerlijke gevolgen van het huwelik beroepen, unix ten warc hÿ vertoont eene acte..van. de voltrekking l'étr à Van het zelve, geregistreerd in het register van den ati burgerluken ftand, onverminderd de gevallen, bij Arti- kel 46 van den Titel y72 acièn van den burgerliykeh fand.vermelds, Aît, 195: r les pré Het bezit van den huwelijks- ffaat kan de gewaande ment,& ,éChtgenooten, die zich daar op van wederziden mog- ge devi ten beroepen, niet bevrijden, om de acte van het vol- trekken van het huwelijk aan den ambtenaar van den burgerlijken ftand te mocten vertoonen, Art; 196. 1m);; 1 ee: Wañncer men in het bezit van den huweliüks- ftaat de: is, en de acte van het voltrekken van het huwelijk ESpECU voor den ambtenaar van den burgerliken ftand vertoond nullité à is, zijn de beide echtgenooten niet onvankelik, om de nietigheid dezer acte te beweren. ma vi Aït. 197. les 194. er EL 0 Sun on fers£ “hi 200 hiéttemin, in de gevallen bi Artikel 194 eu pren 195 bepaald, kinderen beftaan, gefproten uit twee per- : fonen, die opentlik als man en vrouw te zamen geleefd RÉ hebben, en beiden overleden zijn, kan de wettigheid ous E Ÿ der kinderen niet betwist worden, onder het enkel just, dat men niet in flaat is de acte van pe h re 66 Liv. 1. TP. Chap. IP: Des tlèmandes en nullité, célébiation, toutes les fois que cette légitimité est prouvée par une possession d'étit qui n'est point contredire par l'acte de naissance, Art. 198. Lorsqué la preuve d’une célébration légale du mariage se trouve acquise par le résultat d’uné procédure criminelle, l'inscription du jugement sur les registres de d'état civil assure au mariage, à compter du jour de sa célébration, tous les effets civils, tant à l'égard des époux, qu'a l’égard des enfans issus de ce mariage. Art. 199. Si les éponx ou l’un d’eux sont décédés sans avoir découvert la fraude, l’action criminelle peut être intentée par tous ceux qui ont intérêt de faire déclarer le mariage valable, et par le procu- reur impérial. Art. 200. Si l'officier public est décédé lors de la décou- verte de la fraude, l’action sera dirigée au civil contre ses héritiers par le procureur impérial, en présence des parties intéressées«et sur leur dénon- ciation.: Art. 201. Le mariage qui à été déclaré nul, produit néanmoins les effets civils, tant à l’égard des époux “qu'à l'égard des enfans, lorsqu'il à‘été contractée de bonne foi.: Art, 200. Si la bonne foi n’existe que de la part de l’un des deux époux, le mariage ne produit les effets civils qu’en faveur de cet époux, et des enfans ‘issus du mariage. C H A- ne lié, ” Légitnis Qui à 0 | Légale: sultat d'y gement y mariage, les ef l'égard d cédés si linelle pa intérêt{ r le pr la déco è Au C npérial, leur d#r ul, pl des qi re de Les ef des ei CH! ja …. he de RP VEUT re 4, Béet, PTE 1 Hoojdf. Vin éjfchen tot nul-verkl. 5% voltrekken vau het huwelijk te vertoonen; mits deze wettigheid Bèwezen worde door een bezit van den hu: Wwelÿks-flaat, het welk door cene acte van geboorte niet wordt tegeugefproken, Aït. 196. Re ., Wanneer het bewiÿs cener wettige voltrekking van het huwelÿk verkregen is ten gèvolge van een crimineel proces, de registratie van dat vonnis in de registers van den burgerliÿken ftand, aan het huwelÿk, Van den dag af dat het zelve voltrokken is, alle burger- lÿke gevolgen, zoo wel ten opzigte van dé echtgenoo. ten, als vau de kinderen, die: uit dat huwelÿk gefpro- ten zijn, a NU IQ# Zôo de echtgenooten, of één der echtgencoten, OVEL= leden zijn, zonder het bedrog ontdekt te hebben, kan de criminele actie aangelegd worden door alle de genen; die belang hebben om het huwelijk.Wettig, te doen ver- Karen, als mede door den Procureur des Keizers. ; Ârt. 200, Wanneer de openbare ambtenaar, ten tijde van het oûitdekken van het bedrog, overleden is, zäl de actie, door den Procureur des Keizers, wat het civiele aan- gaat, aangelegd worden tegen zine erfgenamen, in te= genwoordisheid der belanghebbende partijen, en op der- Zelver aanklagte,| Dee ais ne Het huwelÿk, het welk nietig verklaard is, brengt mettemin de burgerlijke gevolgen te weeg, zoo wel ten opzigte der echtgenooten, als van de kinderen, warñ- néer het zelve ter goeder trouw is aangegäan, :| Art, dod, , Zoo de goede trouw alleenlijk beftaat van de zïde van een van beiden de echtgznooten, brengt het hu- welÿk geene burgerlijke gevolgen te wecg ,, dan alleeri ten voordeele van dien echtgenoot, en van de kinde- ren uit hét hüwelijk gefproten, s TL DELL. G' ut 93 Liy, I. Tir. PV. Chap. V. Des obligations,&e. ERA SI TRE Ÿ. Des obligations qui naissent du mariage Aït. 203. Les époux contractent ensemble, par le fait seul du mariage, l'obligation de nourrir, entretenir et élever leurs enfans. Art. 204. L'enfant n’a pas d'action contre ses père et mè- re pour un établissément par mariage ou autre- ment. Art. 205. Les enfans doivent des alimens à leurs père et mère et autres ascendans qui sont dans le besoin. Art, 206. Les gendres et belles-filles doivent également, et dans les mêmes circonstances, des alimens à leurs beau- père et belle-mère; mais cette obliga- tion cesse, 1°. lorsque la belle- mère a convolé en sécondes noces; 9°. lorsque celui des époux qui produisait l’affinité, et les enfans issus de son union avec l’autre époux, sont décédés. Art. 9207. Les obligations résultant de ces dispositions sont réciproques. Art. 208. Les alimens ne sont accordés que dans la pro- portion du besoin de celui qui les réclame, et de. la fortune de celui qui les doit. “ui! Art, 200. [D ns, Î. Boëk, P. Tir, P Hoofäf. Van de verphetinger, en£, 9 V.- VIJFDE HOOFDSTUK. rage, Van de vérpligiingen, die uit het huwelijk Yoort: Jbruiten, I pi Aït. 203 e ko , 4“De ethtgenooten verbinden elkanderen, door de e- DUC ele daad‘ds. huw elÿks, om hunne kinderen te voe- den, te ondethouden en groot te brengen,: | Art, 204. èr tt.= ei; 3 0 ÿ&e| À | COR- en kind-hecft geene actie tesen Zinen vader en * OÙ A imoeder, tot het geven van een huwelijks uitzet, of dergelike. Art, 20%. eus pr Kinderen zijn verpligt, humnen vader en moeder, en ke besoin Andere bloedverwanten van de opgaande. linie, die be hoeftig ziju, te onderhouden. Aït. 206.. LA+ égalent Schoonzoons en fchoondochters mocten insgelÿks, MB en in dezelfde gevallén, aañ hunten fchoonvader en ut fchoonmoeder onderhoud verfchaffen 3 doch deze ver:- a mt pligting houdt op: 1°. wanneer de“fchoonmoeder tot s if een tweede huwelijk is overgegaan; 2°. wanheer die geen der do, door wien de namaagfchap bij | aanhuwelijking beftond, en de kinderen, uit deszelfs . huwelijks vereeniging met de andere echtgenoot gefpro- ten, overleden zijn. issus&A me Aït. 207. Are De verpligtingen, uit deze AEPARnEe voortvloeien- de, zijn wwederkeerig. Art, 208. dns 1! Eet onderhoud wordt niet toegeftaan, dan naar Jane,# evenredigheid van de behoefté van den geen, die het vordert, er het vermoget van den geen, die het ver- fchuldigd is, Ant| Go Art, 209. Joo Liv, I. Tir, V, Chap. P. Des obligations; Gca Art. 209. Lorsque celui qui fournit ou celui qui reçoit des alimens est replacé dans un état tel, que l’un ne puisse plus en doñner, où que l’autre n’eñ ait plus besoin en tout ou en partie, la décharge ou réduction peut en êire demandée. / Art. 210. Si la personne qui doit fournir les alimens justi- _fè qu’elle ne peut payer la pension alimentaire, 16 tribunal pourra, en connaissance de cause, ordon- ner qu'elle recevra dans sa demeure, qu’elle nour- rira et entretiendra celui auquel elle devra des ali- mens. Aït. 211. Le tribunal prononcera également si le père où la mère qui offrira de recevoir, nourrir. et entrete- nir dans sa demeure, l'enfant à qui il devra des alimens, devra, dans ce cas, être dispensé de payer la pension alimentaire. CH ASR EST RE NI Des droits et des devoirs respectifs des époux. Art. 215. Les époux se doivent mutuellement fidélité, se- COurs, assistance.; Art. 913. A Le mari doit protection à sa femme, la femmé obéissance à son mari. Aït. 214, La femme est obligée d’habiter avec le mari, et de le suivre par-tout où il juge à propos de rési- der: ons, qui tt, l, que tre n'eq} décharge imens ju fentaire, se, or r'elle no ra des à le père et ent : devra i sé de pi fidélité, s h{en Je mar pos de F Ë 2 Boek, F. Tit., F. Hoofdfi. Van de verpligtingen, enx. OX Art. 209. Wanneer hi, die onderhoud geeft, of ontvangt, tot goodanigen ftaat geraakt, dat de een het niet meer ge- ven kan, of de ander het niet meer noodig heeft, het ziÿ geheel, het zij gedeeltelik, kan de onthefling of vermindering daar van gevorderd worden, Art, 910. Zoo de geen, die onderhoud geven moet ,| bewijst buiten ftaat te zün, om het geld, daar toe noodig, Op te brengen, kan de regtbank, na onderzoek van za- ken, gelasten, dat hij den geen, aan wien hij onder- houd verfchuidigd is, bij zich in huis zal nemen, en denzelven aldaar van het noodige voorzien. Art, AE. De regtbank zal insgelÿks uitfpraak doen, of de va- der of moeder, welke aanbiedt, om het kind, aan wien dezelve onderhoud verfchuldigd is, bij zich in huis te voeden en te onderhouden, in zoodanig geval behoor te worden vrigefteld, om het geld, tot dat.onder- houd noodig, uit te keeren. ZESDE HOOFDSTUK. Fan de regten en pligten der echigenooten ot derling. Art. o19. De echtgenooten zïn elkander, over en weder, ge- trouwheid; hulp en bijftand verfchuldigd. Art. 213. De man is aan zine vrouw befcherming, de vrouw aan haren man gehoorzaamheid verfchuldiga. Art. 214. De vrouw is verpligt, met den man zamen te wo- nen, en hem overal te volgen, waar hi dienftig oor- deelt Zÿn verblijf te houden: de man is verpligt haar G 3 bi 1o2 Liv. I, Tir. V. Chap, VI, Des droits et des devoirs Ce der: le mari est obligé de la recevoir, et de lui fournir tout ce qui est nécessaire pour, les besoins de la vie, selon ses facultés ec son état. Art. 015. La femme ne peut ester en jugement sans l’auto. risation de son mari, quand même elle serait mar- chande publique, ou non commune, ou séparée de biens.| Art. 216. L'autorisation du mari n’est pas nécessaire lors- que la femme est poursuivie en matière criminelle ou de police. Art. 217. La femme, même non commune ou séparée de biens, ne peut donner, aliéner, hypothéquer, acquerir, à titre gratuit ou onéreux, sans le con- cours du mari dans l'acte, ou son consenteinent par écrit. Art. 218. Si le mari refuse d’autoriser sa femme à ester en jugement, le juge peut donner L'autorisation. Art. 210. Si le mari refuse d’autoriser sa femme à passer un acte, la femme peut faire citer son mari direc- tement devant le tribunal de première instance de l'arrondissement du domicile commun, qui peut sonner ou refuser son autorisation, après que le mari aura été entendu ou dûment appelé en la cham- bre du conseil, Art. 9220, La femme, si elle est marchande publique, peut, sans l'autorisation de son mari, s’obliger pour ce qui concerne son négoce; et, audit cas, elle oblige aussi son mari, s’il y a communauté entre eux.: / Elle Sdehin à, IT,€ dé les be at, C sans lan serai OÙ si Ki Î Avi -essaire]x "€ crime séparée| Fpothèqu sans Le ci jONSenteN me à 4 QTisation ame vi ] mari dt instance| , qi après que era cha publiqu , Sobl , audit o ommut fi I. Boek, WI. Tit., VW. Hoofdf. Van de regten, ènz. 103 bij zich te ontvangen,€n haar al het geen voor de be- hoeften van het leven noodig is, voliens zijn flaat en vermogen te verfchallen. Art, 915 De vrouw kan geen proces vocren, zonder autorifatie van haren man; al is Zi zelfs eene openbare koop-, vrouw, of met haren man buiten semeen{chap van goc- deren getrouwd, of cenen afzonderliken boedel bezit. Art, 216 De autorifatie van den man is niet noodig, wauneer de vr'ouw in cene crimineele zaak, of die tot de po: ltie behoort, in regten vervolgd wordt. Att 217. De vrouw, al is zi zelfs buiten gemeenfchap vañ goederen getrouwd, of al bezit zij eenen afzonderlijken boedel, kan, Zonder biftand van haren man in de aàc- te, of zonder zine fchriftelijke, toeftemming, niets ge ven, vervreemden, verpanden of verkrijgen, het zij voor niet, het zij onder eenen onereufen titel. Aït. 218. Zoo de man weigert zÿne vrouw in regten te adfiftes| sen, kan de regter aan‘haar daar toe de noodige autorie fatie verleenen, Aït, 219. Zoo de man weigert ziÿne vrouw tot het pasferen eener acte te autoriferen, kan de vrouw hem dadelik dagvaarden voor de regtbank der eerlte inftantie van het arrondisfement van hun béider woonplaats, welke de verzogte autorifatie kan vérleernien of weigeren, na dat de man daar op gehoord of behooïlÿjk voor den raad geroepen zal zijn. \ Art. 290. De vrouw, eene openbare koopvrouw züÿnde, kan, zonder autorifatie van haren man, zich verbinden voor het geen haren koophandel betreft, en in zulk een geval verbindt zij ook haren man, zoo tusfchen hen gemeét- fchap van goederen plaats heeft. G 4 Zi 104 Liv. I, Tir, V, Chap, VE, Des droits et des devoirs,&e, Elle n'est pas réputée marchande publique, si elle ne fair que détailler les marchandises du com- merce de son mari; mais seulement quand elle fait un commerce séparé.| Art. 907. Lorsque le mari est frappé d’une condamnation emportant peine afflictive ou infamante, encore qu'elle n'ait été prononcée que par contumace, la femme, même majeure, ne peut endant la durée 2 9 9 t de la peine, ester en Jugement, ni contracter, qu'après s'être faic autoriser par le juge, qui peut, en ce cas, donner l’autorisation, sans que le ma ri ait été entendu ou appelé, =_ Aff o$a, Si le mari est interdit ou absent, le: juge peut, En Connaissance de cause, autoriser la femme, Soit pour ester en jugement, soic pour contracter, + A. 223. Toute autorisation générale, même stipulée Par contrat de mariage, n’est valable que quant à l'administration des biens de la ue,© ce e PE OR ce Si le mari est mineur, l’autorisation du juge est, nécessaire à la femme, SQit pour ester en juge- MENT, SOÏL pour Contracter. ne: 2 Art. 905. La nullité fondée sur le, défaut d'autorisation. ne, peut être opposée que par la femme, par le mari, ou par leurs héritiers.| a. 5. Anks of, La femme peut tester sans l'autorisation de son . É d … sn Ve ru‘ Me IT. € Hi: A- Jay[ne 4 ds,(ES blique, ï Qu Com. land el damtatin »(nor Imace,| la duré Ntracter, jui peut, 1e le mx BE peut, femme, ntracte, stipulée > quant jun en jé ation. 1 le mar, de so! ; H: À. I. Bock, V, Tit., VE. Hoofafi. Vun deregten, enz, 10% Zÿ wordt voor geene openbare koopvrouw gehou- : o ziy flechts de koopwaren, waar in haar man den, ZOO Zi toopwaren, l .…f Art. 221. Wanneer tegen den man een vonnis geflagen is, inhoudende eene lüfftraffe of infamerende ftraffe, zelfs al is het vonnis bi contumacie gewezen, kan de vrouw zelve, meerderjarig zijnde, zoo lang de ftrafte duurt, niet in regten verfchijnen, noch eenige verbind- tenis aangaan, dan na alvorens daar toe van den regter de noodige autorifatie verkregen te hebben, die in dit geval deze autorifatie verleenen kan, zonder dat de man çr op. gehoord of over geroepen is. D à Art, 929, Zoo aan den man het beheer zijner gocderen verbo: den, of hÿ, afwezend is, mag de, rester, na, onderzoek van Zaken, de vrouw autoriféren, het zij om in regten té verfchijnen, het zij om verbindtenisfen aan te gaan. Art. 923. Alle autorifatie, in.’t algemeen gégeven+ Zelfs bÿ huweliks- contract bedongen, werkt niet verder, dan aileen met betrekking tot de beheering der goederen van de vrouw. : Art, 9294. Zoo de man minderjarig is, hecft de vrouw eene au: torifatie van den regter noodig, het zij 6m in regten te verfchijnen, het zij om eene verbindtenis aan te LA Art, 205. De nulliteit, op het ontbreken van zoodanige autori-. fatie gegrond, kan allcen door de vrouw, den man, of hunne erfgenamen worden tegengeworpen. Art. 206, De vrouw kan, zonder autorifatie van haren man bij uiterften wil befchikken. G$ Z Ke 106 Liv.L.Tit, V.Chap.VIT.De la Dissolution du Mariage CHAR ET R EVER De la Dissolution du Mariage. Art. 297. Le mariage se dissout, 1°, Par la mort de l’un des époux; 2°, Par le divorce légalement prononcé; 3°. Par la condamnation devenue définitive de l’un des époux, à une peine emportant mort Ci- vile, C°B'ÀAPITRE VUE Des seconds Mariages. Art. 298. La femme ne peut contracter un nouveau ma-. riage qu'après dix mois révolus depuis la disso- lution du mariage précedent, T I b U Marigs 7 I, Bock, V, Tit., VIE. Hoofdf?, Vande outbind. des lié, Yo ZEVENDE HOOFDSTUK, Van de enthinding des huwelijks Arte 997e Het huwelijk wordt ontbonden: 1°, Door den dood van één der echtgenooten; 2°. Door echtfcheiding, bij rechterlijk vonnis toege- ;. Wwezef; iitive …: 3°, Door definitive veroordeeling van een der echtge- Dont. 4 nooten tot eene ftraffe, die den burgerlijken dood te weeg brengt. ACHTSTE HOOFDSTUK. Van tweede hinvelijken. Art. 9228. qveai v_. De vrouw kan op nieuw geen huwelÿk aangaan, Le dr dan na verloop van tien volle maanden, na de ontbin- ding van het vorig huwelik. LS) TL/ ZE S: sisi %o8 Liv. E Tit, PL, Chap. L Des causes du divorces TE TRE VI DU DIVORCE. EDécréié le ox Mars 1803. Promulgué le 2x Mar du‘méme mois] + CHAPITRE PREMIER. Des causes du divorces Art. 290. Le mari pourra demander le divorce pour cause d'aduktère de sa femme, Art. 290. La femme pourra demander le divorce pour cause d’adultère de son mari, lorsqu'il aura tenu sa concubine dans la maison commune. RATÉ 237, Les époux pourront réciproquement demander le divorce pour excès, sévices ou injures graves, de l'un d’eux envers l’autre. f Art. 990, La condamnation de l’un des époux à une peiné infamante, sera pour l’autre époux une cause de divorce. Art. 9933. Le consentement mutuel et persévérant des époux, exprimé de la manière prescrite par la loi, sous les conditions et après les épreuves qu’elle déter- mine, | Evores, le 03 Ir Cu e pour WA teny nande à aves, À ne peik ause dé , )i, SOUS e déter- mines LBock; VI Tit., LHoofdfi. Vanredensnvancechifch. vo Z.EcS DE: TI T Eh VAN ECHTSCHEIDING. [Yasigeheld den ovflen van Lentemaand 1804; Afsekoïdigd den 3\fien van dezelfde maënd.1 EERSTE HOOFDSTUK. Van redenen van cchtfcheiding. Aït. 299. De man kan echtfcheiding eifchen uit hoofde van ôverfpel, door zijie vrouw gepleegd.| Aït. 290. De vrouw kan echtfcheiding eïfchen uit hoofde van oveïfpel, door haren man gepleegd, wanneer hü zine bijzit in hun beider gemeene woning gehouden heelt. _… Art. 231e:| De echigenooten Kkunnen over en weder echtfcheiding éifchen, uit hoofde van buitenfporigheden, wrecdheden, of grove beledigingen, door den een jegens den ander gepleegd. : Aït. 232. , De veroordeeling van den eenen echtgenoot tot ecne infamerende ftraffe, is voor den anderen echtgenoot eene reden tot echtfcheiding.…. Art. 233. De onderlingé en flandhoudendé toeftemming der ëchtgenooten, uitgedrukt op zoodanige wize als de wet voorfchrift, op de voorwaarden en na het doen der beprocvingen, vwelke zij bepaalt, zal tot een genocg- zaam fro Liv. L Tée. VI, Chap, D Des causes du divorcés mine, prouvera süfisammient que la vie commune leur est insupportable, et qu’il existe, par rapport à eux, une cause péremptoire de divorce, C A: PE TTOR 7 IL Des divorce. pour‘cause déterminée. SECTION Z Des Formes du divorce pour cause dé- lérminée. . Âït. 934.| Quelle que soit la nature des faits ou des délits, qui donneront lieu à la demande én divorce pour cause déterminée, cette demande ne pourra être formée qu’au tribunal de l'arrondissement dans léquel les époux auront leur domicile.: Art. 9255. Si quelques-uns des faits allégnés par l'époux de- mandeur donnent lieu à une poursuite criminelle de la part du ministère public, l’action en divor- ce restera suspendue jusqu’après l'arrêt de la cout de justice criminelle; alors elle pourra étre repri- se, Sans qu'il soit permis d’inférer de l’arrét aue, cune fin de non- recevoir ou exception préjudiciels le contre l’époux demandeur. Art. 236. Toute demande en divorce détaillera les faits: elle sera remise, avec les pièces à l'appui, s'il ÿ en a, au président du tribunal ou au juge qui en fcra les fonctions, par l'époux demandeur en per: son- j jh paul ni doi divorce) I, Bock, PT. Tit. I. Hoofäf. Van redenen tot échifch. 1xù comm Zaam bewiÿs ftrekken, dat de zamenleving voor hun . 1ppoN ondragelijk is, en dat er ten hunnen opzigte eene vols è doende reden tot echtfcheiding beltaat. TWEÉEDE HOOFDSTUK. Pan echtfcheiding uit hoofde van eene bepaalde oorzaak. EERSTE AFDEELINC. j Pan de manier der echtfcheiding uit hoofde van cenc bepaalde oorzaak. Art. 294. s déf- Welke ook de aard der daden of misdrijven zÿ, die $ GUN kunnen opleveren tot het vorderen van echtfchei- ce pou ding, uit hoofde van eene bepaalde oorzaak, kan deze rra éme niet anders dan bij de regtbank van het ar- s léquel rondisfement, waar in de echtgenooten wonen, aange- ) worden. Art. 235. s Zoo eenige der daden, waar op zich de echtgenoot, POIL de echtfcheiding vorderende, beroept, aanleiding geven “rimit tot eene criminele vervolging aan de zide van den Fro- nd cureur des Keïizers, zal de actie tot echticheiding opge: fchort blijven tot na het vonnis van het Hof van crimi- k con nele juftities daar na zal dezelve Kunnen hervat wor- re repli den, zonder dat uit dit vonnis eenige grond tot niet irrét dl ontvankeliükheid, of tot eene prejudicicele exceptie zal udiciek mogen afgeleid worden. Aït. 296, Alle eisch tot echtfcheiding zal eene omftandige opga- s faits! ve der daadzaken bevatten: hij zal met de bewiäsftuk- s'il y ken, zoo er die zÿn, ter hand gefteld worden aan den x di et prefident van de regtbank, of aan den regter, die dem de post van voorzitter waarneemt, door den echtgenoot, D 2 die son re Liv. T. Toi. VT. Chap. ÏT. Des formés du Hivores, sonne, à moins qu'il n’en soit empêché par mäla: die; auquel cas, sur sa réquisition et le certificat de deux docteurs en médecine ou en chirurgié, ou de deux officiers de santé, le magistrat se transportera au domicile du demañdeür, pour y re- cevoir sa demande, Art. 297. “Le juge, après avoir entendu le demandeur, et lui avoir fait les observations qu’il croira convena- bles, paraphera la demande et les pièces, et dres- sera procès-verbal de la remise du tout en ses mains. Ce procès-verbal sera signé par le; juge et paf le demandeur, à moins que celui-ti ne sache ou ne puisse signer, auquel cas il en serä fait mention. Art. 998. Le juge oïdonfera; au bas de sbn procèé-vér- bal, que les parties comparaîtront en personne de“ Yant lui, au jour et à l'heure qu’il indiquera; et u’à cet” cflet, copie de son ordonnance sera par lui adressée à la partie contre laquelle le divorce est demandé. nn| dy Ârt,© 2394 Au jour indiqué, le juge fera aux deux époux; s'ils se présentent, où au demandeur, s’il est seul comparant; les représentations qu'il croira propres à opérer un rapprochement: s’il ne peut y parve- nir, il en dressera procès-verbal, et ordonnera la communication de la demande et des pièces au procureur impérial, et le référé du tout au tribus nal. Art. 240. Dans les trois jours qui suivront, le tribunal, sur le rapport du président ou du juge qui en aura fait les-fonctions, ec sur les conclusions du procu- reur impérial, MARINE ou suspendra la pra 10H : Civore, Pat ti € certe Chirurgé agiStrat y Pour y andeur,« | Conte ,€t de Ut en& ar Le jy elui-bit il en rOCÈÉ-1É: ‘sonne dt quera;! sera ft e divoi eux WI, s'il ira prop gt y rdonneri| pièces! eau trid : tribu ui en il du pro la péri fo L. Bock UT, Titi, LL. Hoofdfh Vuntehtfcheidins, en£s àxe die de: eehtfcheiding. vordert.,. in...perfoon ten wWûre. hij door.ziekte daar in verhinderd wordt; in welk-geval de magiftrant, op het verzoek en de verkläring Van twce gencesheeren Of heelmeesters.;.0f van twee ambtenarert van gezondheid, zich,zal vervoegen ter, woonftede van den eïfcher, om aldaar zinén eisCh ovét te nemen;’- :" F Aït. 097 De regier zal, na dat hi. den eifcher gehoord, en. hem zoodanige aanmerkingen gemaakt heeft, als hi] ge past zal oôrdeelen, den eisch en de ftikkeri pürabheren, en een proces-verbaal opmaken,. dat alles in Zzijne hans den geleverd is. Dit proces-verbaal zal door den reg- ter‘en door. den. cifcher, onderteekend worden 4 ten ware de laatstgemelde, niet kan of belet wordt te teskenen, in Wélk geval daar van melding gemaakt zal worden. 2 Art: 238,| De rester zal, op het flot van zijn prôces-verbaal, gelasten,‘dat partijen in perfoon voor lie‘moeten vef- Ichinen, op zoodanigen dag en plaats, als daar toë door hem wordt bepaalds en dat, ten dien einde, door hem een, affchrift. zal worden ter hand geftéld ann dien echtgenoot, tegen wien de echtfchciding geëischt wordt, Arts 220,| _ Op den bepaalden dag, zal de regter aân, beide de echtgenooten, Wanneer zij verfchijnen, of adn den ei- Îcher, wanneet deze alleen verfchijnt, zoodanige voor= ftellen don, als hi£epast oordéelt, om-eéne verzoés ning te. bewerken: indien Hi daar in.nièt kan flagen, Zäl hij daar van cen proces-verbaal opmaken, en gelas= ten, dat de eisch, benevens dé ftukken, aan den Procus reur des Keizers worden medegedeeld; ent, dat vant het voorgevallene aan de regthank verflag worde gedaan. Art, 240: ; . Binnen de drie daar- op volgende dagen. zal de regtbank ,, op het rapport van den prefident, of van den regter, die den post. var voorzittef waarneemts en op de conclufiën van dén Procureur dés Keïizers j |, bÉEL. H hef #| ara Liv, L Tr, PI. Chap. II, Des forines du divorce. sion de citer. La suspension ne pourra excéder le terme de vingt Jours.:| Art. 241. Le demandeur, en vertu de a permission du tribunal, fera citer le défendeur, dans la forme ordinaire, à comparaître en personne à l'audience, à huis clos, dans le délai de la lois il fera donner copie, en tête de la citation, de: la demande en divorce ét des pièces produites à l'appui.” Art. 249. À l'échéance du délai, soit que le defendeur comparaisse ou non, le demandeur, en personne, assisté d’un conseil, s’il le juge à propos, expose- ra ou fera exposer des° motifs de sa demande; il représentera les pièces qui l’appuient, et. nommera les témoins qu’il se propose de faire-entendre. Art. 243. Si le défendeur comparaît en personne, ou par un fondé de pouvoir, il pourra proposer ou faire proposer ses observations, tant sur les motifs de la demande que sur les pièces produites par le de- mandeur, et sur les témoins par lui nommés. Le défendeur nommera, de son côté, les témoins qu'il se propose de faire entendre, er sur lesquels le demandeur fera réciproquement ses observations. Art. 244.| 1 sera dressé procès-verbal des comparutions, dires et observations des parties, ainsi que des aveux que l’une ou l’autre pourra faire. Lecture de ce procès-verbal sera donnée auxdites parties, qui seront requises de le signer; et il sera fait mention expresse de leur signature, ou de leur déclaration de ne pouvoir ou ne vouloir signer. Aït. 245! jen en di de get tot bai De &Y frerd deelt opel PL) il da diem 2 Cxcéd) fMISSION| ns hf à l'audim fera ls demank I. e defer n per OS,€ demand: et nom tendre, ne, où ser OÙ, es mor tes pré non, L témand re lesqui ser vation rompartl nsi qu re, Le lites par il sen ou de jir Signé At: £.Boek, PE Tit:s 1, Hoofdfé} Vanechifcheidins, ens. 148 het Verlof tot het doen der dagvaarding toeftaan of opfchorten, Déze opfchorting mag den tijd van twin- tig dagen niet te boven gaan. Art, 541. De eïfcher zal, uit krachte van het aan hem ver- leend verlof van de regtbank, den gedaagden op de gewone wijze doen dagvaarden, om in perfoon te ver- {chijnen in de audiëntie, met geflotene deuren, binnen den tijd, door de wet bepaald. Hiÿ zal kopie doen geven, aan het hoofd der dagvaarding, van den eisch tot echtfcheiding, en van de daar nevens overgelegde _bewijsftukken.. Aït. 242. Dezen tijd verftreken zijnde, zal, het zij de gedaag= de verfchijne of niet, de eïfcher in perfoon, geadfi- fteerd met eenen praktiziÿn, zoo hi zulks dienitig oor deelt, de gronden van zijnen eisch openleggen of doen Openleggen; hij zal de ftukken, die dezelve bewijzen, aanwijzen, en de getuigen opnoemen, die hij van mee= ñing is te doen hooren. Att. 043. Zoo de gedaagde, in perfoon, of door eenen gevol- magtigden verfchijnt, mag hij zijne tegen-redenen voor« ftellen of doen voorftellen, zoo wel op de gronden Van den eïsch, als op de ftukken, daar bij door den eifcher. overgelegd, en op de door hem genoemde ge tuigen. De cgedaagde zal van zijne zijde de getuigen noemen, welken hi voornemens is te doen hooren, en waar op de eïfcher wederkeerig zijne aanmerkingen ter wederlegoing zal maken. Art. 244. Er zal van de comparitièn, de voordragten en aan merkingen van partÿjen, gelijk ook van de bekentenis« fen, welke de eene of andere gedaan zoude mogen hebben, een proces-verbaal worden opgemaakt. Het zelve zal aan partijen worden voorgelezen, welke ver- pligt zün het te teckenenz en Zzal uitdrukkelÿke mél- ding gemaakt worden van hunne onderteekening, of van hunne verklaring, dat zij niet kunnen of niet willem @nderteekenen, uré Liv. L Tir. VI, Chap. IL, Des formes du divorce, Art. 245. Le tribunal rehverra les parties à l’audience pu- blique, dont il fixera le jour et l'heure; il ordon- nera la communication de la procédure au procue reur impérial, et Comimettra un rapporteur. Dans le cas où le défendeur n'aurait pas comparu, le demandeur sera tenu de lui faire signifier l’ordon- nance du tribunal, dans le délai qu’elle aura dé- terminé. Art. 246. Au jour et à l’heure indiqués, sur le rapport du juge çommis, le procureur impérial entendu, le tribunal statuera d’abord sur les fins de non-rece- voir, s’il en a été proposé. En cas qu’elles soient trouvées concluantes, la demande en divorce sera rejetée: dans le cas contraire, ou s’il n’a pas été proposé de fins de non-recevoir, la demande en divorce sera admise.| Art. 947: Immédiatement après l’admission de la demande en divorce, sur le rapport du juge commis, le procureur impérial entendu, le tribunal statuera au fond. Il fera droit à la demande, si elle lui pa raît en état d’être jugée; sinon, il admettra le de- mandeur à la preuve des faits pertinents par lui al- lévués, et le défendeur à la preuve contraire. Aït. 9248. À chaque acte de la cause, les parties pourront, après le rapport du juge, et avant que le procu- rêur impérial ait pris la parole, proposer ou faire proposer leurs moyens respectifs, d’abord sur les fins de non-recevoir, et ensuite sur le fond; mais | en divorce, ience m il ot au procu ur. D apart, À t l'or. aura& apport à endu,| on- r'ece Îles soie orce sel } pas& nande& a der or À star Île li era ÎeË par kid raire, pourron! £. Boek, VI. Tit., IT. Hoofafi. Vanechtfcheiding;enz. 117. Art, 945. De’ regtbank zal de partien verwijzen tot de open- bare audiëntie, met bepaling van dag en uur‘daar: toc; Zzij zal gelasten, dat de proces-ftukken aan den Procureur des Keizers worden medegedeeld, en eenen rapporteur in de zaak benoemen. In gevalle{de gedaagde: niet verfchenen is, Zzal de eïfcher verpligt zijn, binnen den tijd, door de regtbank bepaald, der- zelver gegeven bevel aan den gedaagden te doen infi- nueren. Art. 246, Op den bepaalden dag en uur zal de regtbank, op het rapport van den daar toe benoemden regter, en na den Procureur des Keïzers gehoord te hebben, eerst en vooraf over de redenen van niet ontvankelikheid, die door den gedaagden zouden mogen zijn bijgebragt, uitfpraak doen, In gevalle die bevonden worden be- flisfende te zin, zal de eisch tot echtfcheiding ont- zegd worden: in het tegenovergeltelde geval, of in- dien door den gedaagden geene redenen van niet ont- vankelijkheid zijn biügebragt, zal de eisch tot echtfchei- ding worden toegelaten. Art. 247. Dadeliik, na dat de eisch tot echtfcheiding is toegela« ten, Zal de regtbank, op. het rapport van den daar toe benoemden regter, na gehoord te hebben den Pro- cureur des Keizers, op de zaak zelve vonnisfen. Zÿ zal op den eïsch regt doen, Zoo dezelve haar toc- fchijnt in flaat te zin, om beoordeeld te kunnen wor- den; Zoo niet, zal zij den eïfcher toelaten tot het be- wijs der afdoende daadzaken, door hem aangevoerd, en . den gedaagden tot het tegenbewis. Aït: 948, Op elke acte van het proces mogen partijen, na dat. de rester zijn rapport gedaan, en alvorens de Procu- reur des Keizers het woord.opgevat hceft,, hunne we- derzidfche gronden voorftellen of doen vaorlellen, eerst ten aanzien van de niet ontvankelÿkheid, en daar na op de zaak zelve; doch in geen geval zal de prak- H 3 tiZi CE ag Liv. I. Tit, VI. Chap. ÎZ. Des formes du divorce. en aucun cas le conseil du demandeur ne sera ad- mis, si le demandeur n'est pas: comparant en per- sonne. Art, 240. Aussitôt après Ja prononciation du jugement qui ordonnera les enquêtes, le greffier du tribunal donnera lecture de la partie du procès-verbal qui contient la nomination déjà faite des témoins que les parties se proposent de faire entendre. Elles seront averties, par le président, qu’elles peuvent encere en désigner d’autres, mais qu'après ce mo- ment elles n’y seront plus reçues. Aït. 250, Les parties proposeront de suite leurs reproches respectifs contre les témoins qu’elles voudront écar- ter. Le tribunal sracuera sur ces reproches, après avoir entendu le procureur impérial. Att. 251. Les parents des parties, à l'exception de leurs enfants et descendants, ne sont pas reprochables du chef de leur parenté, non plus que les domesti- ques des époux, en raison de cette qualité; mais le tribunal aura tel égard que de raison aux dé- positions des parents et des domestiques. Aït, 252. Tout jugement qui admettra une preuve testimo- piale, dénommera les témoins qui seront entendus, et déterminera le jour et l’heure auxquels les par- ties’ devront les presenter. Art. 253. Les dépositions des témoins, seront reçues par le tribunal séant à huis clos, en présence du pro- cu divorce, & Sera ad. It en per Ement tj tribun) verbal à moins qu re. El es peu S çe reprocis lront tar es, ap , de ler xchabler4 s du jalié ms n ait ve testin? - entendi ls les ft reçues fl ce du fl l ï. Boek, VI. Tit.; D, Hoofaf. Wancchtfcheiding ,enz. x1 n tiziÿn van den eïfcher worden toegelaten, Zoo de ci {cher zelf niet in perfoon verfchenen is. Art. 249e Dadelik na de uitfpraak van het vonnis,.waar bi sen nader onderzoek bevolen wordt, zal de griffier van de regtbank aan partijen voorlezen dat gedeelte van het proces-verbaal, het welk de reeds gedane benoes ming der getuigen, die partijen voornemens zijn te doen hooren,. Ziÿ zullen door den worden verwittigd, dat zÿ nog anderen kunnen opge- ven, doch dat zij vervolgens daar toe niet meer zul- len worden toegelaten. Art. 250. Partien zullen vervolgens dadelïk, over en weder, hünne reprochen voorfiellen tegen getuigen, welke ziÿ. willen verwerpen. De regtbank zal over deze repro- chen oordeelen, na deswegen den Procureur des Kei- zers geheord te hebben. Aït. 251. De bloedverwanten van partijen, uitgezonderd hunne kinderen, en verdere afkomelingen, zijn niet reprochas= bel, op grond dat zij nabeftaanden zijn, Z00 min als diensthboden der echtgenooten, uit hoofde van deze hun- ne hoedanigheid; doch de regtbank zal op de verkla: ringen van bloedverwanten en dienstboden in Z00 verre aanfchouw nemen, als zij oordeelen zal nat regt en billiÿkheid te behooren, x Art. 252. Elk vonnis, het welk een bewijs door getuigen tot» fat, zal de getuigen, die gehoord moeten worden, met name noëmen, als mede den dag en het uur be« palen; wanneer partien dezelve moeten doen verfchÿ- nen.| . Art, 253 De verklaringen der getuigen zullen door de regt- bank met geflotene deuren worden afgenomen, in 1E° H 4 gen- gro Liv, X Tir. PT. Chap. Il Des formes d: divorce, cureur impérial, des parties, et de leurs conseils ou amis, jusqu'au nombre de trois de chaque côté. LE Art. 954. Les parties, par elles ou par leurs conseils, pourront faire aux-témoins telles. observations er interpellations qu’elles jugeront à propos, sans pou- voir néanmoins les‘interrompre dans le cours de leurs dépositions. À Art 955: Chaque déposition séra rédigée par écrit, ainsi que les dires et observations auxquels‘ellé aura donné lieu. Le‘procès-verbal d’enquête sera lu tant aux témoins qu'aux, parties: les uns et les autres seront requis de le signer; et il sera faic mention de leur signature, ou de leur déclaration qu'ils ne peuvent où ne veulent signer, Aït, 256. Après la clôture des deux enquétes ou de celle du demandeur, si le’ défendeur n'a pas produit de témoins, le tribunal renverra les parties à l’audien- ce publique, dont il indiquera le jour. et l’heure; il ordonnera la communication de la procédure au procureur impérial, et commettra un rapporteur. Cette‘ordonnance sera‘signifiée au défendeur, à la requête du demandeur.‘dans le délai qu'elle aura déterminé. San| .= Aït. 257,- Au jour fixé pour le jugement définitif, le rap- port sera fait par le juge commis: les parties pourront ensuite faire, par elles-mêmes ou par l'organe de leurs conseils, telles observations qu’el- \ les jugeront utiles à leur cause; après quoi le Procureur impérial donnera ses conclusions. Ârt. 258. ! dore, NS cote de Chan, Con, TVation x Sans je COUT À Cf, Al elle an é het) ins, et À | sera fi déclarait 1 de cel produit. à Vaudt et lk roc 4 TR sndeur À! qu da qi if, le dl les pa es OU| tions qu quoi| ons, Ar. ff . Bock, VI.Tit., IT. Hoofdfi. Van echtfcheiding, enx. 191 genwoordigheid van den Procureur des Keizers, van patijen, en derzelver praktizins of vrienden, ten gçta- le van die van elke zijde. Art, 254. (I Partijen mogen zelve, of door hunne praktizins, aan de getuigen Zoodanige aanmerkingen maken, en afvragingen doen, als zù zullen noodig oordeelen, zonder“dat zij hen nogtens. gedurende“het afleogen hunner verklaringen, zuilen mogen in de reden val- lene‘ Art. 955 Elke verklaring zal in gefchrift worden vervat, ge- lÿk ook de gezegden en aanmerkingen, waar, tOe Zi] aanleiding gegeven heeft. et proces- verbaal van het Vérhoor Zal, zoo wel aan de gétuigen, als aan par- tÿen, worden voorgelezen: beïden zullen verpligt zÿn hetzelve te onderteekenen, en men zal van hunne on- derteekening, of van hunne verklaring, dat zij niet kune nen of niet willen teekenen, melding maken, Art. 256, Na het fluiten der beide verhooren, of van dat va den eifcher, zoo de gedaagde geene getuigen heeft bi gebragt, zal de regtbank partijen verwijzen tot de Openbare audiëntie,‘met bepaling van den dag, en het uur derzelve; 2ij Zal gelasten, dat het proces aan den Procureur des Keizers worde. medegedeeld, als mede daar in eenen rapporteur benoemen. Dit bevel zal, ten verzoeke van den.eïifcher, aan den gedaag- den, binnen den daar toe bepaalden tijd, gé infinueerc wor rden. Art. 257: Op den dag, tot het definitief vonnis vastgefteld, zal het rappoñt door den daar toe benoëgmden regter worden uitgebragt: partijen kunnen vervolgens, of zels ve, of door den mond van hunne praktizins, zooda- nige aanmerkingen maken, als zij tot hunne zaak no00- dig oordeelen 3 Waar na de Proçureur des Keizers zijne conclufiën Here-zàl H 5;+ Aït, 958. 190 Liv. d, Ti, WT. Chap, IT, Des formes du divorce. Art. 958. “Le jugement définitif sera prononcé publique- ment: lorsqu'il admettra le divorce, le demandeur sera autorisé à se retirer devant l'officier de l’état civil pour le faire prononcer. Art. 9259. Lorsque la demande en divorce aura été formée pour cause d'excès, de sévices ou d’injures gra- ves, encore qu'elle soit bien établie, les juges pourront ne pas admettre immédiatement le divor- ce. Dans ce cas, avant de faire droit, ils autori- Seront la femme à quitter la compagnie de son mari, sans être tenue de le recevoir, si elle ne le juge à propos; et ils condamneront le mari à lui payer une pension alimentaire proportionnée à ses facultés, si la femme n’a pas elle-même des reve- nus suffisants pour fournir à ses besoins. | Art. 260. Après d’une année d’épreuve, si les parties ne se sont pas réunies, l’époux demandeur pourra faire citer l’autre époux à comparaitre au tribu- nal, dans les délais de la loi, pour y entendre prononcer le jugement définitif, qui pour lors admettra le divorce. Art. 261. Lorsque le divorce sera demandé par la raison qu'un des époux est condamné à une peine in- famante, les seules formalités à observer con: sisteront à présenter au tribunal de première in- stance une expedition en bonne forme du juge- ment de condamnation, avec un certificat de Ja cour de justice criminelle, portant que ce même jugement n’est plus susceptible d’être réformé par aucune voie légale, .….# Art. 262. à 4 divere, publiqu demranta 1 de l'y été form qures 9 ai ue x le dix is auta nie de& elle re! mari à} nnée à: des 1 parties eut pa re a |(td pot\ ar le ti e peine server| remière| e du}l ificat d Di. mé réformé| Art al Z, Bock, VI, Tit, sl. Hoofaft. Vanechifchciding, eux, 1e3 Art... 258, Het definitief vonnis zal in het openbaar worden uitgefproken: wanneer de echtfcheiding daar bij wordt toegeftaan, zal de éïfcher geregtigd zÿn, om zich bi den ambtenaar van den burgerliken ffand te vervoegen, ten einde daar van afkondiging te doen, Art. 259. Wanneer de eisch tot echtfcheiding gedaan is uit hoofde van buitenfporigheden, wreedheden of zware verongelikingen, zullen de tegters, al bevinden zij zelfs den eisch gegrond te zijn, de echtfcheiding niet dade- lijk mogen toeftaan. In dit geval, zullen zÿ, alvorens regt te fpreken, de vrouw autoriféren, om de zamen- leving met haren man te verlaten,.zonder verpligt te zÿn, hem bij haar te ontvangen, zoo zij Zulks niet geraden vindt; en zullen voorts den man veroordee- len, om haar het noodige geld tot onderhoud:te geven, overeenkomftig zijn vermogen, zoo de vrouw geene genoegzame inkomften‘van zich zelve heeft, om in hare behoeften te voorzien,: Art. 260.| Na cen jaar van beproeving, indien partijen inmid- dels niet vereenigd zijn, kan de echtgenoot, die eifcher is, den anderen echtgenoot doen dagvaarden, om voor de regtbank te verfchijnen, binnen den tijd bij de wet bepaald, ten einde aldaar het definitief vonnis, waar bij als dan de echtfcheiding zal worden toege- ftaan, te hooren uitfpreken. Art. 261. Wanneer de echtfcheïiding geëischt is, uit hoofde dat een der echtgenooten tot eene infamerende ftraffe verwezen is, Zal men geene andere formaliteiten behoe- ven in acht te nemen, dan dat aan de regtbank van de eerfte inftantie een authentiek affchrift van het cri- mineel vonnis werde aangeboden, met bijvoeging ecner verklaring van het criminéel geregtshof, behelzende, dat dit vonnis door geene regtsmiddelen aan hooger bereep kan onderworpen worden. Ait, 262: to4 Liv. I, Tir. VI. Chap. IT, Des formes du divorce. Art. 262. En cas d'appel du jugement d'admission ou du ugement définitif rendu par le tribunal de pre- mière instance en matière de divorce, la cause sera instruite et jugée par la cour d'appel, com- me affaire urgente, Art. 962. L'appel ne sera recevable qu'autant qu fl aura êté interjeté dans les trois mois, à compter du jour de la signification du jugement rendu contra- dictoirement ou par. défaut. Le délai pour se pour- voir à la cour de cassation contre un jugement en dernier ressort, sera aussi de trois mois à compter de la signification Le pourvoi sera suspensif, Art. 264. En vertu de tout jugement rendu en dernier ressort ou passé en force de chose jugée, qui auto- risera le divorce, l’époux qui l’aura obtenu ,sera obligé de se présenter, dans le délai de deux mois, devant l'officier de l’état civil. l'autre partie dûment appelée> pour faire prononcer le divorce. Art. 265. Ces deux mois ne commenceront à courir, à l’égard des jugements de première instance, qu’a- pres l'expiration du délai d’appet; à l’égard des arrêts rendus par défaut en cause d'appel, qu’a- près l'expiration du délai d’opposition; et à l’égard des jugements contradictoires en dernier ressort, qu'après l'expiration du délai du pourvoi en casa” tion, Art, 266. L’époux demandeur qui aura laissé passer le délai Der Onnis en ee ip En ti : ou bre de m De du déjory, SSion ou 4 anal de h e, la appel, qu'a compter end co OUT Se pa un juge oÏs mi DOUEVOI& en den , quid bten| a de é vil, la pra À à cou stance, Cl À l'égar: )| q pl et à[4 nier resil oi en À / passé dé L Bock; VI. Titi, IT, Hoofdf, Van èchtfcheiding, enz, 125 Art. 262, In gevalle men van het vonris tot âdmisfle, of vat het definitief vonnis, door de regtbank van de eerfte inftantie, in Zzake van echtfcheiding gewezen, in hoo. ger beroep komt, zal de Zzaak door het Flof van appél behandeld en uitsewezen worden, als eéne zaak van drinigende noodzakelijkheid. Art. 263 Het hooger beroep zal niet aangenomen worden, ten ware het zelve binnen die maanden,; te rekenen var den dag van de infinuatie van het vonnis, na gedane te. genfpraak of bij contumacie gewezen, is aangeteekend, De td, om bij het Hof van casfatie voorzienirig te verzocken tegen een vonnis in het hoogfte xesiort gewezen, Zzal mede zÿn drie maanden, te rekenen van den dag der infinuatie. f{nmiddels blijft de zaak opge- fchort, en in haar geheel, Art. 964. Uit kracht van alle vonnisfen, in het hoogfie rese fort gewezen, of kracht van gewijsde bekomen hebben- de, waar bÿ de echtfcheiding wordt toegeftaan.zal de echtgenoot.. die hetzelve bekomenheeft, verpligt zin.. om Zzich binnen den tijd van twee maanden te, ver- voegen bij den ambtenaar van den burgerliken fland, ten einde, na dat de andere parti daar toe behoorliÿk geroepen is, de echtfchçeiding te doen afkondigen. Art. 265. Deze twee maanden zullen, voôr zoo veel betreft de vonnisfen. ter. eerfte inftantie gewezen, niet eerder be“ ginnen te loopen, dan na dat de tijd. van hooger-beroep verftreken is; ten opzigte der vonnisfen. bij:contumacie in appél gewezen, niet eerder dan na het verloop van den tiÿjd om in oppofitie te mogen komen; en ter op- zigte det vonnisfen, na gédane tegenfpraak, in het hoogfte resfort gewezen, niet eerder, dan na dat de tds binnen welken men zich aan het Hof van casfatie zous de moeten vervoegen, verftreken is, Art. 266. De echtgenoot, welke eifcher is, en den tijd van twee 106 Liv. L Tit PI. Chap. IL. Des formes du divorce: délai de deux moïs ci-dessus déterminée, sans appeler l’autre époux devant l'officier de l’état ci- vil, sera déchu du bénéfice du jugement qu'il avait obtenu, et ne pourra reprendre son action en divorce, sinon pour cause nouvelle; auquel cas il pourra néanmoins faire valoir les anciennes causes. d'LCT TON Des mesures provisoires auxquelles peut donner dieu la demande en divorce pour cause dé- terminée. _Art.,s67: L'administration provisoire des enfants restera au mari demandeur ou défendeur en divorce, à moins qu’il n’en soit autrement ordonné par le tribunal, sur la demande, soit de la mère, soit dela famille, où du procureur impérial, pour le plus grand avantage des enfants. Art.°68. La femme demanderesse où défenderesse en di- vôrce pourra quitter le domicile du mari pendant la poursuite, et demander une pension alimentaire proportionnée aux facultés du mari. Le tribunal indiquera la maison dans laquelle la femme sera tenue de résider, et fixera, s’il y a lieu, la pro- vision alimentaire que le mari sera obligé de lui payer. | Art, 269. La femme sera tenue de justifier de sa résidence dans la maison indiquée, toutes les fois qu’elle en sera requise: à défaut de cette justification, le ma- ri fi 7 déyore, née, à le lé Ement A action! auquel: ancien: b donner use dés | resters x, à mm e tribu e la fami gs g pese a À mari paill n aline Le tri femme lieu, ht obligé d ça résié Ïs qu'el tion, k! 1. Bock, PT. Tir,, IT. Hocfdfts Van cechifcheiding, enz. to% twee maanden, hier boven bepaald, heeft laten verloo- pen, zonder den andéren echtgenoot voor den ambte- naar van den burgerlijken ffand te hebben doen roepen, zal verftoken zijn van het voorregt van het vonnis, door hem bekomen; en kan Zfne actie tot echtfcheiding niet hervatten, dan om eene nieuwe reden, in welk pe- ‘val hij nogtans zijne oude redenen zal mogen doen gel den, TWEEDE AFDEËLING. Van provifionele maatregelen, waar toe de eisch zot-echtfcheiding, uit hoofde cener bepaalde eor- zaak, aanleiding geven kan, Art. 267.= De provifionele behecring der kinderen zal aan den man, het zij hÿ eifcher of gedaagde is in zake van echt: fcheiding, verblijven, ten ware door de regtbank, op verzoek, het zij van de moeder, het. zij van de familie, Of van den Procureur des Keïzers, uit hoofde van het dringend belang der kinderen, deswegens anders werd verftaan. Art. 268. De vrouw, eïfcheresfe of verweerderesfe in geval van echtfcheiding ziÿnde, mag, gedurende den loop van het proces, de woonbplaats van den man, verlaten, en het noodise geld tot onderhoud vorderen, geëvenredigd aan het vermogen van den mam. De regtbank zal bepalen het huis, alwaar de vrouw gehouden zal zijh te verbliÿ- ven, en zal des noods het provifioneel onderhoud, het É de man verpligt is aan haar uit te keeren, bepa- en, É.. Art. 269..$ A De vrouw zal verpligt ziÿn, van haar verbliff in het angewezen huis te doen blijken, Zoo dikwiÿls zulks van haar Zal gevorderd worden: bij gebrek van dit be- wis, kan de man aan haar het provifioneel-onderhoud Fee wi »| 108 Liv, Z: Ti VI: Chap. I Des formes du divorces riopourra frefusér la provision alimentaire, et, si Ht femme est demanderesse en divorce, la faire déclarer non- recevable à continuer ses poursuites, Arts 270.| La fémme commune en biens, demänderesse ot défenderesse en divorce, pourra, en tout état de cause, à partir de la date de l’ordonnance dofit il est fait mention en l’article 238; requérir, pour la conservation de ses: droits, l’apposition des scellés sur les effets mobiliers de la commu- hauté. Ces scellés ne. seront levés qu’en faisant inventaire avec prisée, et à la charge par le mari de représenter les choses inventoriées, où dé ré- pondre de leur valeur comme gardieñ judiciaire: AIR 970 Toute obligation contractée par le mari à la Charge de la communauté, toute aliénation- paf lui faire des immeubles qui en dépendent, posté- fieurement à la date de l’ordonnance dont il est fait mention en l’article 238, sera déclarée nul- le, s’il est prouvé d’ailleurs qu’elle ait été faite ou contractée en fraude des droits de la femme: SECTION: li:| Des fins de non:recevoir contre l'action en divorce pour cause déterminée: Art. 979. L'action en divorce sera éteinté par la réconci- liation des époux, survenue soit depuis les faits qui auroient pu autoriser cette action, soit depuis la demande en divorce; u. Art, 273: Hiyoek ? ét,| k fn UtSuite, eresse 4 t'énth ance dit requéit ppositin comm} en fais at Le mi ù Été diciaire, nari| ation}! nt, PO. ont ilt larée 1 k et À à(em tion cl Z. Roek a PI. Tüt., I: Hoofdf. Vanechifcheïdiug, eux. 129 weigeren ,; en Z00 de vrouw de echtfcheiding eischt, haar niet ontvaukelik doen verklaren tot het verder voortzetten van het proces. Art. 270. . De vrouw, in gemeenfchap van goederen getrouwd eifcheresfe of verweerderesle ziÿnde in zake van echt- fcheiding, kan, in welken ftaat de zaak ook zÿ, van den dag van het gegeven bevel, bij Art. 238 vermeld, Of tot behoud van haar regt, vorderen, dat de roerende goederen; tôt de gemeenfchap behooïende; verzescld worden. Er zal geene ontzegeling plaats hebben, dan na het maken van eenen. inventaris, met waardering der goederen, en onder verpligting van den man om de geïnventärifeerde goederen te voorfchän te brengert of-voor derzelver waarde, als een gcregtelijke bewaar< der, inteflaan. Art, o71. . Alle verbindtenis door den man ten Jlaste van de gemeenfchap anngegaan, alle vervreëmding vai onroe- rende goederen, die daar toe behooren, door den man gedaan na den dag, waar op het bevel, bij Artikel 238 vermeld, gegeven is, Zàl nietig verklaard worden, indien van elders bewezen wordt, dat zulks gefchied of aangeonan is tot nadeel van het rest van de vrouws DERDE AFDEELING. l'an de redenen van nict ontvankelijkheid 1egen de actie tot echtfcheiding, uit hoofde eener be 4» paalre oorzaak, à Aït. 972. _ De actie tot echtfcheiding gaat te niet, door de Verzoening der echtgendoten, hôt ziÿj die voorgevallen is na de daadzaken, die den grond tot deze actie zou- den hebben kunnen opleveren, het zij na dat reeds eisch tot echtfcheiding was gedaaïl. ! LH DEEL: j AT Art 273 130 Liv. L. Tir. VT. Chap. II. Des formes du divorce, Art. 273. Dans l’un et l’autre cas, le demandeur sera dé- claré non recevable dans son action; il pourra néanmoins en intenter une nouvelle pour cause sur- venue depuis la réconciliation, et alors faire usa- ge des anciennes causes pour appuyér sa nouvelle demande. se Art, 274. Si le demandeur en divorce nie qu’il y ait eu réconciliation, le défendeur en fera preuve, soit par écrit, soit par témoins, dans la forme pres crite en la première section du présent chapitre, SLA LEE D, Du Divorce par consentement mutuel Ârt. 975. Le consentement mutuel des époux ne sera point admis, si le mari a moins de vingt-cind ans, ou si la femme est mineure de vingt-un ans. Art. 276. Le consentement mutuel ne sera admis qu'après deux ans de mariage. Art. 277. Il ne pourra plus l'être après vingt ans de ma- fige, ni lorsque la femme aura quarante- cinq Nic. Sin e Aït.©78. Dans aicun cas, le consentement mutuel des époux ne suffira, s’il n’est autorisé par leurs pè- res et mères, ou par leurs autres ascendans vi- Vans, divore, Sera& il po Cause faire ve L Nour y aie uve, Si TMC pri hapitre, uruel€ Jeurs P ndans À vais L Boëek, PT: Tiè, LT. Hoofdff: Van échéfcheiding, énz:t I 9 2 J© 9 3 | Art, 979. In beide die gevallen, zal de eifcher verklaard worderi in zinen eisch riet Gntvankelÿk' te zijn; niettemin za] hÿ eene nieuwe actie kunnen aanlegeen| op grorid. vai ‘cene nieuwe oorzaak, na die verzoening opgekomen, en gs dan van de oude redenen gebruik maken, om Zij« hen nieuwen eisch daar mede nader aan te dringen. Arte Q7A. Zoo de cifcher, in zadke van echtfcheidiñg, ontkent, dat er verzoening heeft plaats gehad, zal de gedaagde zulks moeten bewizen, het zÿ door gefchrift, Het zi door getuisen, op zoodanige wijze, als in de eerfte Afdee- ding van het tegenwoordig Hoofdftuk is voorgelchreven: DERDÉ HOOFDSTUK. Van echifcheiding door onderlinge toeflemming, Ê] Art. 975: De onderfinge toeftemming der echtgenooten zal fist worden aangenomen, indien de man jonger is dant vif en twintig jaren, of de vrouw jonger is dan één en twintig jarens Aït. 276. ed De onderlinge toeftemming zal niet worden aangeno- men, dan na dat de echtgenooten twee jaren te zamein zijn gehuwd geweest. Aït. 277. _ Deze toeflemming kan geene plaats meer Hhebben, Wanneer de echtgenooten twintig jaren te Zzamen ge- huwd zijn geweest, noch. ook warneer de vrouw viË en veertig jaren bercikt heeft. Art. 278: ca _ Ji geen geval, zal de onderlinge toeflemming der echtgenooten voldoende ziÿn, ten ware zij door hunne väders en moeders 4 of door hunne verdere nos. 2 Jeven 132 Liv, L Tit, PI. Chap. LL. Du divorce,&es vans, suivant les règles prescrites par l’article 150, au tire du Mariage.| Art, 979. Les époux déterminés à opérer le divorce par consentement mutuel, seront tenus de faire préala- blement inventaire et estimation de tous leurs biens meubles et immeubles, et de régler leurs droits respectifs, sur lesquels il leur sera néan- moins libre de transiger.| AC"290; [ls seront pareïllement tenus de constater par écrit leur convention sur les trois points qui sui- vent: 1°. À qui les enfans nés de leur union seront confiés, soit pendant le temps des épreuves, soit après le divorce prononcé: 2°, Dans quelle maison la femme devra se reti. rer ct résider pendant le temps des épreuves; 3°. Quelle somme le mari devra payer à sa fem- me pendant le même temps, si elle n’a pas des revenus suflisans pour fournir à ses besoins. Are SDL. Les époux se présenteront ensemble, et en pere Sonne, devant le president du tribunal civil de leur arrondissement, ou devant le juge qui en fera les fonctions, et lui feront la déclaration de leur vo- lonté, en présence de deux notaires amenés par eux. + Att 282. Le juge fera aux deux époux réunis, et à cha- cun d'eux en particulier, en présence des deux no- taires, telles représentations et exhortations qu'il Croira convenables; il leur donnera lecture du cha- pire IV du présent titre, qui règle Zes effers. di De fon, lun à a vo tone notar A te 29 /0ntk ane al 0 in t > Ê L. Boek, VI. Tir. III. Hoofdft. Van echtfcheiding, enz. 133 ticle 1e: Ets k Ï| zijnde bloedverwanten van de opgaande linie, be: krachtigd is, volgens de regels bij Art. 150, in den Titel ver het huwelijk, voorgefchreven. \ At, 979. ONCE à: À De echtgenooten, welke voornemens zijn om eene re pré"s re à D door onderlinge toeftemming te bewerkftel- OS lan ligen, zullen verpligt zijn, alvorens eenen inventaris oler ln en begrooting van alle hunne roerende en onroerende era y te maken, en hunne wederzijdfche regten te regelen, waar over het nogtans vrij zal flaan, zich on. derling bij accord te verftaan. Art. 980. SIAER Zij zullen ingsgeliks verpligt ziÿn, fchriftelijk overeen SUN ie komen over de drie volgende punten: 1°. Aan wien de kinderen, uit hunnen echt geboren, ion serot gullen worden toevertrouwd, het ziÿ gedurende den td der beproeving, het zij na het uitfpre- Ve, di;_. ken van het vonnis van echtfcheiding. ee 2°, Naar welk huis de vrouw zich zal mocten bege- 1 SR ven, en waar zij zal mocten verblijven, geduren« es; de den tid der beproeving. à sa fer 3°. Welke fomme gelds de man aan zijne vrouw, à PS sedurende dien td, zal moeten betalen, z00 zij ss scene genoegzame inkomften heeft, om in hare behocften te voorzien. Art, 281. et a qhre=.< De echtgenooten zullen zich te zamen, en in per- ivil ne foon, bi den prefident van de civile regtbank van en fi arrondisment, of bij den regter, die deszelfs post » Jeur 1 als voorzitter waarneemt, vervoegen, en hem hun voor- menés te kennen geven, in tegenwoordigheid van twec notaris{en, door hun medegebrast, Art. 280. æàil De regter zal aan de beide echtgenooten, zich aldaar < deu te zamen bevindende, en aan ieder van hun in het bij« | zonder, in tegenwoordigheid der beide notarisfen, Z00= tions© voorftellen en aanmaningen doen, als hij gepast e dé oordeelen; hiÿ zal hun het vierde Hoofdftuk van s sf den tegenwoordigen hi het welk de geyolgen és 3; 134 Liv. Le Tié. VE, Chap. LIL, Dr divorce, pe. divorce, et leur développera toutes les conséquen- ces de leur démarche. Art. 289, Si les époux persistent dans leur résolution, il Ieur sera donné acte, par le juge, de ce qu'ils demandent le divorce et y consentent mutuelles ment; et ils seront tenus de produire et déposer à l'instant, entre les mains des notaires, outre les actes mentionnés aux articles 279 et 280, 1°. Les actes de leur naissance, er celui de leur mariage; 2°. Les actes de naissance et de décès de tous les enfans nés de leur union; 3°. La déclaration authentique de leurs père. et mère ou autres ascendans vivans, portant que, pour les causes à eux connues, ils autorisent tel ou telle, leurs fils oz fille, petit-fils 04 perite- fille, marié oz mariée à tel 04 telle, à demander le divorce et à y consentir. Les pères, mères, dieuls et aïeules des époux, seront présumés vis Vans jusqu’à la représentation des actes éonstatant leur décès.: Art, 284. Les notaires dresseront procès-verbal détaillé de tout ce qui aura été dit et fait en exécution des. aïticles précédens; la minute en restera au plus âgé des deux notaires, ainsi que les pièces pro- duites, qui demeureront annexées au procès- ver- bal, dans lequel il sera fait mention de l’avertisse. ment, qui sera donné à la femme de se retir a dans les vingt-quatre heures, dans la maison con. venue entre elle‘et son mari, ec d'y résider jus-- qu’au divorce prononcé, | Aït. 985, : La déclaration ainsi faite sera renouvelée dans la À hs ) Gé ONSÉquE, Iution, ce qi mutuels dépoy; outre k celui <- s de ti 's père ant qe, risent t| 4 petit demand mére jmés vi ON delle te scurion À ra Au PE jèces pl r'OCÈS-{it l'avertis se retit 1ison Ci ' ils Fees il aciôt JUL: io dsl né Viv À Z.Bock, VA. Tits, ET. Hoofdf, Van échtfcheidings 822,135 de echifcheiding bepaalt, voorlezen, en hun alle de ge: volgen hunner ouderneming voor oogen teilen, Aït. 283, Wanneer de echtgenooten in hun befluit volharden, zal hun door den regter eene acte Segeven worden, be- helzende, dat zÿ eene echticheiding verzoeken, en on- derling daarin toefiemmen; en zullen zÿ gehouden zijn om, behalve de acten, bij Art. 279 en 280 gemeld, dadelik te vertoonen, en in handen der notarisfen over te leveren; 1°. De acten van huñne geboorte en huwelik; _ 9°, De acten van de geboorte en van het overlhjden van alle de kinderen, uit hunnen echt gefproten; 3°. De authentieke vetklaring van hunnen vadler en moeder, of andere in leven zijode bloedverwanten van de opgaande linie, houdende, dat, om redenen aan hun bekend, zij hem of haar, hunnen Z60n of doch- ter, kleinzoon of kleindochter, ochuwd met dusda- nig man of vrouw, magt Seven, om de echtfchei- ding te verzoeken, en daar in toe te ftemmen. De va- ders, moeders, grootvaders en grootmoeders der echt- genooten, zullen ceprefumeerd worden in leven te zÿn, zoo lang geene acten van hun overlijden worden over- gelegd, Art. 224 De notarisfen Zzullen een omftandig proces- verbaal opmaken van het geen ingevolge de voorgaande Arti- kelen voorgedragen en verrigt is; de minute daar van zal onder den oudifien der twee notarisfen bliven be- rusten, gelik ook de overgelegde ftukken, die aan het proces- verbaal zullen vastsehecht blijven, waar in melding zal worden gemaakt van de gedane herinncring aan de‘vrouw, om zich, binnen vier en twintig uren, te begeven naar het huis, tusfchen haar en haren man daar toe bij overeenkomst bepaald, en aldaar te ver- blijven,. tot dat het vonnis van echtfcheiding zal zijn uitgefproken. Aït. 235. . Deze verklaring, alzoo gedaan zijnde,:zal, binnen 1 4/ de 196 Er, J. Tir. VI, Chap, HI, Dy divorce, enx. première quinzaine de chacun_des quatrième, scp- tième et dixième mois qui Suivront, en observant les mêmes formalités, Les parties seront obligées à. rapporter, chaque fois la preuve, par acte public, que leurs pères, mères, OU autres ascendans vi- vans, persistent dans leur première détermination; mais elles ne seront tenues à répéter la production d'aucun autre acte.| Le DRE 4 3, Art. 266. Dans la quinzaine du jour où sera révolue l’an- née, à compter de la première déclaration, les époux, assistés chacun de deux amis, personnes notables dans l’arrondissement, âgés de cinquante ans au moins, se présenteront ensemble et en pexe sonne devant le président du tribunal ou le juge qui en fera les fonctions; ils lui remettront les ex- péditions en bonne forme, des quatre proces- ver- baux contenant leur consentement mutuel, et de tous Îes actes qui Y auront été annexés, et re- querront du magistrat, chacun séparément, en pré- ‘sence néanmoins l’un de l'autre et des quatre no- tables, l'admission du divorce. dou| Art. 287. Après que le juge et les assistans auront fait leurs observations aux époux, s'ils persévèrent, il leur sera donné acte de leur réquisition, et de la remise par eux faite des pièces à l'appui: le gref. fier du tribunal dréssera proces-verbal, qui sce- ra Signé tant par les parties(à moins qu'elles ne déclarent ne savoir ou ne pouvoir signer, au- quel cas il en sera fait mention), que par les quatre assistans, le juge et le grefier.| > Art, 088. Le juge mettra de suite, au bas de ce pro- ces- verbal, son ordonnance Portant que, dans les trois jours, il sera par lui référé du tout au tri- , bu.- ] pr je é tel gl ji Ÿ (FR qe ini à net enx, me, W, Obsèrye Û oblips LE publ Endans mia Prod olue Ïs tion, À person Cinqui t en pe u le je at les et )CES-qér > ed S, eti en pK qtre rl auuont ft ipètL, À , th D qe s qui gner, > pa k "cœn dans À t 4 ti bu I. Boek, VE, Tit., LIT. Hooff. Vanechtfcheiding ,enz. 13% de ecrfle veertien dagen van de vierde, zevende en tiende opvolgende maanden, met in achtneming van dezelfde formaliteiten vernieuwd worden. Partijen zul- len verpligt zijn, om t’elken reize, door eene open- bare acte te bewijzen, dat hunne vaders, moeders, of andere in leven zinde bloedverwanten van de opgaande linie, in hun cerfte befluit volharden; doch zij zin niet gehouden, om de overlegging van cenige andere acte te herhalen,; Art, 286, Binnen veertien dagen, na verloop van een jaar, te xekenen‘van: den dag der eerfte verklaring, zullen de echtgenooten, elk van hun geadfifteerd met twee vrien- den, als fatfoenlijke lieden in het arrondisfement be: kend zände, ten minften vijfftig jaren bereikt hebbende, zich te zamen en in perfoon vervoesen bij den prefi- dent van de restbank, of den regter, die den post van voorzitter waarneemt, Zi zullen hem de authentieke affchriften van de vier procesfen-verbaal, behelzende hunne onderlinge toeftemming, gelijk ook van talle acten, die daar aan gehecht zÿn, overhandigen, en ieder afzonderlik, in tegenwoordigheid nogtans.van elkander, en van de gemelde vier fatfoenlike à lie- den, van den magiftrant toelating tot echticheiding verzoeken. du Ait. 287, Na dat de regter, en biziÿnde perfonen, hunne aanmerkingen aan de echtgenooten gernaakt hebben, en deze in hun voornemen volharden, zal aan dezelven worden gegeven eene acte van het geen zij verzocht hebben, en dat zij de noodige bewäsftukken hebben ingeleverd:.de griffier van de regtbank zal daar van een proces- verbaal opmaken, het welk, z00 door par- tijen(ten ware Zi verklaren niet te kunnen tecke- nen, in welk geval daar van melding gemaakt zal worden), als door de vier. büzijnde perfonen, den regs ter, en den griflier, zal onderteckend worden. Art. 288. De regter zal terftond onder het proees-verbaal Zziin bevel plaaten, houdende, dat binnen drie dagen door hem van alles aan de regtbank in de raadzaal rapport I 5 zal LE. gag Liv, I, Tir. PI, Chap. LIT. Du divorce,&e, bunal en la chambre du conseil, sur les conclu- sions par écrit du procureur impérial, auquel les pièces seront, à cet elfét, communiquées par le greffier. Art, 280, Si le procureur impérial trouve dans les pièces la preuve que les deux époux étaient âgés, le ma- ri de vingt-cinq ans, la femme de vingt-un ans, lorsqu'ils ont fait leur première déclarations qu’à cette époque ils étaient mariés depuis deux ans, 5 que le mariage ne remontait pas à plus de vingt, que la femme avait moins de quarante- cinq ans, que le consentement mutuel a été exprimé quatre: fois dans le cours de l’année, après les préalables ci-dessus prescrits, et avec toutes les formalités requises par le présent chapitre, notamment avec Vautorisation des pères et mères des époux, où avec celle de leurs autres ascendans vivans en Cas de prédécès des pères et mères, il donnera ses conclusions en ces termes, x loi permer: dans le cas contraire, ses conclusions seront en ces tet= mes, /a loi empêche. Art. 990, Le tribunel, sur le référé, ne pourra faire d’au- tres vérifications que celles indiquées par l’article précédent. S'il en résulte que, dans l’opinion du tribunal, les parties ont satisfait aux conditions et rempli les formalités déterminées par la loi, il ad- mettra le divorce, et renverra les parties devant l'officier de l’étac civil, pour le faire prononcer: dans le cas contraire, le tribunal déclarera qu'il n’y a pas lieu à admettre le divorce, et déduira les motifs de la décision. x | Art. 991. L'appel du jugement qui aurait déclaré ne pas y it avoir ex oul an rl mis pl fr onde jur de fo Hool fui y À | as mn d An A Ver om d Aide gro :jèle M (CA quel| par k eS pièce , le UN a, in; qu UX an, e vingt nq ans, quite éalables rmalités nt avec UX, Où en era 56 dans. le ces te) aie dat r l'ait inion dirions& i, il de 6 devil ononcé' qu xl 1) luira à ne pas} ayoll L, Bock, WI. Tit., HI. Hoofdft, Van Rita, eh3.139 al worden gedaan, op de fehriftelijke conclufiën van len Procureur des Keizers aan wien ten dien cindé de EE door den grillier zullen worden medegedeeld, Art. 280, Zoo de Procureur des Keïzers door de ftukken be- wezen vindt, dat de beide echtgenooten, de man den ouderdom van vbE en twintig jaren, en de vrouw die van één en twintig jaren bercikt hadden» toen Zi hunne ecrfte verklaring gedaan hebbenz; dat zij op dat tidftip reeds twee jaren gehuwd waren geweest, dat het hu- welÿk niet boven de twintig jaren beftaan had, dat de’ Vrouw nog geene vijf en veertig jaren oud was, dat de onderlinge teinte vier malen in den l00p van het jaar hérhaald is 3j 1 alle de voorafgaande en bijkormen- de formaliteiten, hier voren, en in het tegenwoordige Floofdttuk voorgefchreven, voornamelijk met de autori- fatie van de vadérs en moeders der echtgenooten, of van hunne andere nog in leven zinde bloedyerwanten Van de opgaande linie, in gevalle de vaders of moc- ders vooroverleden mogten zijn, ziÿjne conclufiën nemen in deze bewoordingen: ,, De we veroorloofr:” in het tegenovergeftelde geval, zullen zïne conclufiën in deze bewoordingen Zn?»; De wet veroorlooft niet.” Aït. 290. De regthank kan, op het gedaan rapport, geene an- dere bewijs{tukken vorderen,‘dan die biy het vorige Ar- tikel zijn gemeld. Zoo dadr uit volgt, dat naar het oordeel van de regtbank partijen voldaan hebben aan de voorwaarden, en aan de formalitciten bij de wet voor- gefchreven, zal zij de echtfcheiding toeftaan, en partien verwijzen naar den ambtenaur van den burgerlijken fland,, om daar van afkondiging te doen; in het tegenoverge- flelde geval, zal de restbank verklaren, dat er geen grond is om de echtfcheiding toe te laten, en zal de redenen van die beflisfing opgeven. Aït. 294 Me ZA niet bevoegd zijn om van het vonnis, De MY #40 Liv. ZI, Tit. VI. Chap. LIT. Du divorce, ec. avoir lieu à admettre le divorce, ne sera recevable qu’autant qu'il sera interjeté par les deux parties, et néanmoins par actes séparés, dans les dix jours au plus tôt, et au plus tard dans les vingt jours de la date du jugement de première instance. Art. 290. Les actes d'appel seront réciproquement signifiés tant à l’autre époux qu'au procureur impérial au tribunal de première instance.: Art. 993. Dans les dix jours, à compter de la significa- tion qui lui aura été faire du second acte d'appel, le procureur impérial au- tribunal de première in Stance fera passer au procureur général impérial en la cour d’appel, l'expédition du jugement, et les pièces sur lesquelles il est intervenu. Le pro= Cureur général impérial en la cour d'appel donnera ses conclusions par écrit, dans les dix jours qui Suivront la réception des pièces: le président, ou le juge qui le suppléera, fera son rapport à la cour d'appel, en la chambre du conseil, et il sera Hits définitivement dans les dix jours qui suivront à remise des conclusions du procureur général im- périal. Art. 294. à En vert de l'arrêt qui admettra le divorce, et ans les vingt jours de sa date, les parties se pré- tr ensemble et en personne devant l'officier & l'état civil, pour faire prononcer le divorce. er passé, le jugement demeurera comme non Venu, du: ze word Bi Cureur tk, À el hetzl mel ur| Din |conc recte Were ui Ut tte tit ln p ken ul, mul » Ce leceyals «part dix jo Agt jo ce, Signités érial at signifier dan nière ir impéil ment,& Le pro | donner jours qi dent, ol ot à À sers À suivront énér dre jvotce, À es se Dé e l'oficit a(VOIC pme OÙ cH4 22 Î. Bock, VI. Tit., IUT. HoofafiAVancechifcheiding, enz, 14x bij verklaard is, geen grond te zÿn om de echtfcheiding, toe te ftaan, in hooger beroep te komen, dan wanneer het appél door beidé partijen werd aangetéékend, en dat wel bij twee afzonderliÿke acten, ten vroegften bin- nen tien, en ten langlten binnen twintig dagen na den dag, dat het vonnis ter eerfle inftantie gewezen is, Art. 292: _ De acten van appél zullen wederzïds, zoo“wel qan den anderen echtgenoot, als aan den Procureur des Kei- zers bij de regtbank van de cerfte inffantie, geïnfinucerd worden. A à Art, 293. Binnen de tien dagen, te rekenen na dat adn den Pro Cüreur des Keïizers bij de regtbank van de ecrfte inftan- tie, de tweede acte van appél geïnfinucerd is, zal hÿ een affchrift van het vonnis, en de ftukken, waar op hetzelve gewezen is, overzenden aan den Procureur ge- neraal des Keïzers bij het Hof van appél. De Procu- reur generaal des Keïzers bij het Hof van appél zal binnen tien dagen na de ontvangst der ftukken, zÿne conclufën in gefchrift overgeven; de prefident.of de rester, die zijne plaats bekleedt| zal zijn rapport des- wegens doen, in de raadzaal van het Hof van appéli, en de zaak Zal, binnen tien dagen ia het inléveren der conclufiën van den Procureur generaal des Keizers, bij definitief vonnis worden afgedaan. ° Art. 294. Uït kracht van het vonnis van het Hof, waar bij de echtfcheïiding wordt toegeftaan, zullen partijen binnen twintig dagen na deszelfs dagteckening zich te zamen en in perfoon vervoegen bij den ambtenaar van den burger- lÿken fland, ten einde de echtfcheiding te doen afkondi- gen. Dezen tijd verftreken zinde, zal het vonnis geacht wvorden niet gewezen te zijn, L) VIER- Fan Liv. TL. Tir. VI. Chap: IF. Des effets du divorces CHAMP IT KR D:[I Des effets du divorce, Art, 206. Les époux qui divorceront, pour quelque catisé que ce soit, ne pourront plus se réunir. Aït. 296. Dans le cas de divorce prononcé pour case dé- terminée, la femme divorcée ne pourra se remarier que dix mois après le divorce prononcé. Art. 297. . Dans le cas de divorce par consentement mutuel; aucun des deux époux ne pourra contracter un nouveau mariage que trois ans après la prononcia- tion du divorce: Ârt. 208. Dans le cas de divorce admis en justice pour: cause d’adultère, l'époux coupable ne pourra ja- mais se marier avec son complice. La femme adultère sera condamnée par le même jugement, et sur la réquisition du ministère public, à la réclu- sion dans une maison de correction pour un temps déterminé, qui ne pourra être moindre de trois mois, ni excéder deux années. Ârt. 299. Pour quelque cause que le divorce aïît lieu, hors le cas du consentement mutuel, l'époux contre le- quel le. divorce aura été admis, perdra tous les avantages que l’autre époux lui avait faits, soit paf leur contrat de mariage, soit depuis le mariage £ontracté,: Art. 560: … [ds 7 dun froun ocur n en \ét feet LYOrce) Je Cas cause dé remari mutuel cter ll pnohci Ke pol OUT2 Je à ÉmE _( fa rc yh terms de toi 7, hot ontre le tous[à soit marié Ait, 500 T. Bock, VIT it, IF. Hoofdfi. Vande gevole. der echifeh, 543 VIERDE HOOFDSTUE: Van de gevolgen der cchifehciding. Art. 295: De echtgenooten, welke gefcheiden zïÿjn, uit wélke 0orzaak die echtfcheiding- ook moge plaats gehad hebs ben, zullen niet weder met elkander kunnen trouwen, Art: 996. In gevalle van cechtfcheiding, wegens ceene bepaalde oorzaak toegeftaan, Zal de VrOUW, die gefcheiden is, niet eerder kunnen herhuwelÿkem, dan na verloop var tien maanden, na dat de echtfcheiding is afgekondigd. Art. 2974 In geval van echtfcheiding door onderlinge toeftem: ing, Zal geen der beide echtgenooten een ander huwe- ik mogen aangaan, dan drie jaren na dat de echtfehei* ding is afgekondigd, Art. 298. In gevalle echtfcheiding, uit hoofde. van overfpel, in regten is toegeftaan, zal de fchuidige echtgenoot nimmer kunnen huwen met zijne medepligtige. De overfpelige vrouw zal bi het zelfde vonnis, op voordragt van den Procureur des Keizers, veroordeeld worden tot opfluiting in een verbeterhuis, voor eenen bepaalden tüd, welke niet minder zal mogen zijn dan drie maanden, en niet langer dan twee jaren, Ârt, 999. Uit welken hoofde ook de echtfcheïding plaats heeft, Buiten het geval van onderlinge toeffemming, zal de cchtgenoot, tegen wien de echth cheiding verleend is, al: le voordeelen, welke de andere echtgenoot, het zi bÿ huwelijks-contract, het zij ftaande het huwelik, aan de- zelve gedaan heeft, verliezen,: ÀArt, 300. LE àaa Liv. Z Tir. VI. Chop. 17. Dés effèts du divorces Art. 500. L’époux qui aûra obtèhu le divorce, cônserve. ra les avantages à lui. faits par l’autre époux, encore qu’ils aient été stipulées réciproques, et que la réciprocité n'ait pas lieu. “krtz: gof, * Si les époux ne s'étaient fait aucun avantage, ou si ceux stipulés ne paraissaient pas suflisans pour assurer la sübsistance de l’époux qui à obtenu le divorce, le tribunal pourra lui accor- der, sur les biens de l’autre époux, une pension âlimentaire, qui ne pourra excéder le tiers des re- venus de cet autre époux.(Cette pension sera ré- vocable: dans le cas où elle cesserait d’être néces< * sairé, - Aït. 900. Les enfans séront confiés à l'époux qui a obte- nu le divorce, à moins que le tribunal, sur la de: mande de la famille ou du procureur impérial, n’ordonne, pour le plus grand avantage des enfans, que tous ou quelques-uns d’eux seront confiés aux soins soit de l’autre époux, soit d’une tierce personne, Art. 303. se … Quelle que soit la personne à laquelle les en- fans seront confiés, les père et mère conserveront respectivement le droit de surveiller l'entretien et l'éducation de leurs enfans, et seront tenus d'y 4 contribuer à proportion de leurs facultés. Art. 9304.| La dissolution du mariage par le divorce admis en justice, ne privera les enfans nés de ce maria. ge, d'aucun des avantages qui leur étaient assurés par les lois, ou par les conventions matrimonia- les de leurs père et mèré; mais il h’y aüra d’ou- ver- | Jus| DE IA gen dog In gel toerik dé de one en Î gr al bte | dec ril, NS es dette s Ge eront jen€ us 0) admis mari assurés imonir | d'oi' vel: À Back, VITit. IV, Hoofdfl, Van de gevol ÿ, der echefeh. 145 Art.- 300, ét Dé echtgenoot, welke de echtfcheiding verkreger hecft; zal de voordeelen behouden ,hem door den anderen echt: genoot gedaan, Zelfs. al waren Zi van wedérziden bes dongen; doch wederzijds niet hadden plaats gehad: 2 Pi œ Art. 93014: Zoo de echtgenooten geene voordeelen aari elkander gedaan hebben; of indien de bedonge voordeelen niet toereikénde fchijnen te zijn, om aan den echtgenoot; die de echtfcheiding verkregen heeft, een genoëgzaam onderhoud té verfchaften; zal de regtbank aan denzelven eence fornme gelds tot onderhoud, uit de gocdereri van deri andereri échtgénoot mogen toeleggen; welke. fomme echter geen derde gedeelté der inkomiten van dien an: dereri echtgenoot zal mogen te boven gaan., Dit on- “ derhoud zal herroepelijk. ziÿn, bij aldien de noodzake- lijkheid daar vañ ophoudt. Ârt, 300: _ De kinderen zullen worden toevertrouwd aan den échtgenoot; dié de echtfcheiding bekomen. heeft, ter Ware, de tègtbank, op verzoek der nabeftaanden of var deri Procureur des Keïizers, tot büzonder nut der, kiu- deren gebiedt; dat alle, of.eenigé van huti, aan de zorgs het ziÿj van den anderen echtgenoot, of van éeri derderi perfoon, zullen worden toevertrouwd. ré ie Art. 303: Le ré . Wie ook de perfoon zi; aan wien de kinderen wor< den toevertrouwd, zullen nogtans de vader en mocder, ieder voor zich; het regt behouden, 6p het onder- houd en dé, opvoeding hunner kinderen toezigt te heb, ben, en zullen verpligt zijn daar toc, naar évenredigheid van hun vermogen, bij te dragen, Àït, 304. } De ontbinding des huwelÿks door eene echtfcheiding à in regten tocgeftaan, zal.de kinderen, uit dat huwelik geboreni, vati geene voordeelen, dié hun door de wetteii of door dé huwelik$-bedingen van hunnen vader éñ moeder verzekerd wareri; ontzettenz; echter zullerr. die L DEEL: kite D à 146 Liy. I. Tir. PT. Chap. IV. Des effets du divoréés i verture aux droits des ehfans que de la même ma- nière ec dans les mêmes circonstances où ils se seraient ouverts S'il n’y avait pas eu de di vorce. + 805- Dans le cas de ue par consentement mutuel, la propriété de la moitié des biens de chacun des deux époux, Sera acquise de plein droit, du jour de leur première déclaration, aux enfans nés de leur mariage: les pèrè et mère conserveront néanmoins la jouissance de cette moitié, jusqu’à la majorité de leurs enfans, à la charge de pourvoir à leur nourriture, entretien et: éducation; conformément à leur fortune et à leur état: le tout sans préjudi- ce des autres avantages qui pourraient avoir été assurés auxdits enfans par les conventions matrimo- niales de leurs père et mère. CHEASPEESTS RES IL De la Séparation de corps. Art. 200. Dans les cas où il ya lieu à la demande en di- Vorce pour cause déterminée, il sera libre aux époux de former demande en séparation de corps, Art 307. Elle sera intentée, instruite et jugée de la mé- me manière que toute autre action civile; elle ne pourra avoir lieu par le consentement mutuel des époux. Aït. 308. La femme contre laquelle la séparation de corps Sera prononcée pour cause d’adulière, sera con- ; dam- or'cé, > ne 1 lib: de& mutuel Cut de jour| de a anmoi major ràle méme préêjul joir matrinr en d ote dl e co le an ! elle: vuruel{ 1] / ) de co! gera Cl dé ZsPoelVITit. l. Hoofafi.Fandegevels.dercchifch, 147 kinderen van deze regten geen genot hebben, dan op dezelfde manier, en in dezelfde omftandigheden, als of er geene echtfcheïding had plaats gehad, ÿ Art, 90% In geval van echtfcheiding door onderlinge tocfleni- Ming, zal de eigendom van de helft der goederen van elk der beide echtgenooten, met den. dag, dat zij hunne eerfte verklaring tot echtfcheiding gedaan hebben, naar resten verkregen worden door de kinderen, uit dat hu- welÿk geboren: de vaders en moeders zullen niettemin het genot van die helft tot aan de meerderjarigheid hun- ner kinderen behouden, met last nogtans om in het voedfel, het onderhoud en de opvoëdirig der kinderen te voorzien, overeenkomftig hunne bezittingen eh ftaat: alles onverminderd de verdere voordeelen, die aan ge- melde kinderen,, bij huwelijks-bedingen van hunnen va- der en moeder, zouden mogen toegezegd zijn. VIFDE HOOFDSTU K: Van de jcheiding van tafel en bed Aït. 306.; fn gevalle er grond is om wegens eene bepaalde 6er- aak echtfcheiding te éifchen, zal het aan de echtgenoo- ten vri ftaan, om eisch te doen tot fcheiding van tafel en bed:. Art. 307. _ Deze eisch zal anngelegd, voortgezet, en uitgewezen worden op dezelfde wijze, als alle andere civiele ac- tiënz zÿ kan enkel op grond van de onderlinge toefteni- ming der echtgenooten geene plaats hebben. Art. 308. De vrouw, tegen wien een vonnis tot fcheiding van tafel en bed; uit hoofde van overfpel, geivezen is, a Fr K 2 5 148 Liv. I Tir. VI Chap. V. De la feparation de corps, damnée par le même jugement, ét sur la réquisi- tion du ministère public, à la reclusion dans une maison de correction pendant un temps déterminé, qui ne pourra être moindre, de trois mois, ni excéder deux années. Art. 309. Le mari restera le maître d'arrêter l'effet de cet- te condamnation, en consentant à reprendre sa femme. à Art, 910. Lorsque la séparation de corps prononcée pour toute autre cause que l’adultère de la femme, aura duré trois ans, l’époux qui était originairement de- fendeur, pourra demander le divorce au tribunal, qui l’admettra, si le demandeur originaire, présent ou dûment appelé, né consent pas immédiatement à faire cesser la séparation. Art. 911. La séparation de corps emporterä toujours#6» paration de biens. 3 corpi Équisk ns té rminé, IS, 1 de ce dre à e pou! e, au jent de ribunal préset ementl ours# L.Beek, VI. Tit., We Hoofdfi. Vanfeheid. vantaf: en bed. 149 bij het zelve vonnis, op voordragt van den Procureur des Keizers, veroordeeld worden tot opfluiting in een verbeterhuis, gedurende eenen bepaalden tijd, welke niet minder kan zijn dan drie maanden,, noch langer dan twee jaren. Ârt. 309: De man blift meester, om de uitvoering van dit vonnis te doen ophouden, door toe te flaan om. zijne vrouw weder bij zich te nemen, Art, 310 Wanneer de fcheiding van tafel en bed, waar van het vonnis om eenige andere reden, dan om overfpel van de vrouw, gewezen is, drie jaren geduurd heeft, Zal de echtgenoot, die oorfpronkelijke gedaagde was, van den regter echtfcheiding kunnen vorderen, die dezelve zal toeftaan, indien de‘oorfpronkeïÿke ei- fcher, tegenwoordig, of behoorlijk opgeroepe zijnde, 2: dadelijk toeftemt om de fcheiding te jdoen ophou- en, Att. 911. De fcheïding van tafel en bed. heeft altÿjd de fcheis ding van goederen ten gevolge. K 4 Z. PB sy af tes ur Fear % L T:: nr hisnisns 50 Lrv. à Ti. VTT. Chap. Z. De a TI OLTOR» 6. ere TIRE VI DE LA PATERNITÉ ET DE LA FILIATION. [Décrété le 23 Mars 1803. Promulgué le 2 Avril] CHAPITRE PREMIER. De la filiation des enfans légitimes ou n6 dans le mariage Art 912. L'enfant conçu pendant le mariage a pour père le mari.| - Nésnmoinis celui-ci pourra désavouer l'enfant, s'il prouve que, pendant le temps qui a cou depuis le trois-centième jusqu’au cent-quatre-vingt- ième jour avant la naissance de cet enfant, il était, soit par cause d’éloignement, soit par l’ef- fet de quelque accident, dans l’impossibilité physi- que de cohabiter avec sa femme. Art, 319. Le mari ne-pourra, ef alléguant son impuissati- ce naturelle, désavouer l’enfant: il ne pourra le désavouer même pour cause d’adultère, à moins que la naissance ne lui ait été cachée, auquel cas il sera admis à proposer tous les faits propres à jusüfier qu’il n’en est pas le père. NN# À Art. 214: Li a#7 père nfant, Court vingt- ts î l'ef- physs purs" urra| moi quel 6 LOprés| Art, 91 Z. Bock, VII. Tit, 1. Hoofaf, Van de afflammins, eNS. 181 il Cons & EM BON D:E-T. IT BL © yAN HET VADERSCHAP; EN DE AFSTAMMING DER KINDÉREN, [Pastgefteld den often van Lentemaand 1803. | Afgekondigd den aden van Grasmaand.] EERSTE HOOFDSTUK. Fan de afflamming van wettige kinderen, of die flaande huwelijk geboren zijn Art. 312. Het kind, het welk ffaande huwelik ontvangen IS; heeft den man tot vader. : Deze zal nogtans kunnen ontkennen, dat het zijn kind is, indien hi bewijst, dat hÿ, zedert den drie honderdften tot den honderd tachtigften dag, vôér de geboorte van dat kind, het zij uit hoofde van afwwe- zendheid, het ziÿ door de gevolgen van eenig toeval, in de phyfeke onmogelijkheid geweest is, Om me zine vrouw gemeenfchap te hebben,. Art, 313 _ De man kan, door zich op zine natuurlijke onmag te beroepen, niet ontkennen, dat het kind het zine is: hi kan dit zelfs niet ontkennen Op grond. van overfpel, ten ware de geboorte voor hem verborgen. is gehouden, in welk geval hij zal worden toegelaten O1 alle zoodanige daadzaken bij te brengen, welke gefchikt zijn tot bewÿs, dat hij er de vader niét van is, K 4 Art 314 so Liv. I. Tit, VIT. Chap. 1. De la filiation, ce ff 314: L'enfant né avant le cent-quatre- vingtième jour du mariage, ne pourra être désavoué par le mari, dans les cas suivans: 1°. s’il à eu connaissance de la grossesse avant le mariage; 2°, s’il a assisté à l’acte de naissance, er si cet acte est signé de lui, ou contient sa déclaration qu'il n 3°. si l'enfant n’est pas déclaré viable, Art. 815 La légitimité de. lenfant né trois cents jours après la dissolution du mariage, pourra être con- testée. de te. Art. 316. Dans les divers cas où le mari est autorisé à réclamer, il devra le faire, dans le mois, s’il se trouve sur les lieux de la naissance de l'enfant; Dans les deux mois après son retour, si, à la même époque, il est absent: TS Dans les deux mois après la découverte de la fraude, si on lui avait caché la naissance de l’en- fant. 3 SR à Visé; C'R; ÿ è À, Hi s1 î à . Art, 317. St le mari est mort avant d’avoir fait sa récla- mation, mais étant encore dans le délai utile pour la faire, les héritiers auront deux mois pour con- tester la légitimité de l'enfant, à compter de l'époque où cet enfant se serait mis en possession des biens du mari, ou de l’époque où les hé- ritiers seraient troublés par l’enfant dans cette pos- session, on Art. 318. Tout acte extrajudiciaire contenant le désaveu de la part du mari ou de ses héritiers, sera comme non avenu € sait signer; alla E ui 9 “jo mari, SAN Ce SIsté né de igter; jour ÇOf: récla: pour Con- er de session es hé € pos eu de mé nOn avenu I, Bocë, VII, Tit., 1, Hoofdfi. Van de affamming ,enz. x 53 mu AS AA ES Het kind, het welk voor den honderd tachtigften dag des huwelijks géboren is, kan door den man in de navolgende gevallen niet ontkend worden: 1°. Zoo hÿ van de zwangerfchap vôér het huwe- lÿk kenuis heeft gedragen; 2% Zoo hi bij de acte van geboorte tegenwoordig geweest is, en. deze acte door hem is onderteekend, of de door hem gegevene verklaring inhoudt, dat hÿj niet kan teekenen; 3°, Zoo het kind niet verklaard is te hebben kunnen blijven le- te Art. 315. De wettigheid van een kind, drie honderd dagen na de ontbinding des huwelijks geboren, kan betwist worden, 1 smids 24 Art, 316 In de onderfcheiden gevallen, waar in de man ge- Tegtigd is, om de wettigheid van het kind te ontken- nen, Zal hij zulks moeten doen binnen eene maand, indien hij zich op de geboorteplaats van het kind be- vindrs A twee maanden na zijne te rug komst, zoo hi ten tijde van die geboorte afwezend 15; Binnen twee maanden na de ontdekking van het be- drog, zoo men de geboorte van het kind voor her. verborgen had gehouden,; an Alt. 317e Zoo de man geftorven is, véér dat hij zijn regt ten dezen opzigte heeft doen gelden, maar terwiÿl de tüd daar toe nog loopende was, zullen Zzijne erfgenamen twée maanden tijd hebben, om de wettigheid van het kind te betwisten, te rekenen van het tÿditip, dat dit kind Zzich in het bezit van de goederen van den man gefteld Zoude mogen hebben, of van het tüdftip, dat de erfgenamen door het kind in dat bezit geltoord Zouden mogen zijn. es- Art 318. Alle extra-judiciele acte, inhoudende de ontkentenis van den man of van zijne erfgenamen, zal gehouden D mr à su s« di: 134 Liv. LT PI, Cher. À De le filiation, E# avenu, s'il n’est Suivi, dans le délai d’un mois, d’une action en justice, dirigée contre un tuteur à hoc donné à l'enfant, et en présence de sa mêre. à CHAN PERRET Des preuves de la filiation des enfans légitimes. £a filiation des enfans légitimes se prouve par les actes de naissance inscrits sur le registre de l’état civil. Art, 320. A défaut de ce titre, la possession constante de l’étac d’enfant légitime suffit. Art. 321. La possession d'état s'établit par une réunion süffisante de faits qui indiquent le rapport de filia- tion et de parenté entre un individu et la famille à laquelle il prétend appartenir. _ Les principaux de ces faits sont, Que l'individu a toujours porté le nom du père auquel il prétend appartenir; Que le père l’a traité comme son enfant, et a pourvu, en cette qualité, à son éducation, à son entretien et à son établissement; Qu'il a été reconnu constamment pour tel dans la société; Qu'il a été reconnu pour tel par la famille. Art. 920. Nul ne peut réclamer un état contraire à celui que ÿ, MOÏs, tuteir de ve pit tre de 4 1. Bock, VIE Ts. I. Hoofaf}. Van de àfflammiis ,enz.18s worden als niet gedaan, zoo zïj niet binnen-cene: maand: achtervolgd is door cene gerestelijke actie, die tegen, eenen voogd. tot.dat einde. bizonderlik aan. het kind gegeven, En in tegenwoordigheid van deszelfs moeder is aangelegd. TWEEDE HOOFDSTUK, Van de bewijzen der afflamming van wcitige kinderens Art. 319. . De afflamming van wettige kinderen wordt bewezen door de acten van geboorte, welke in het register van den burgerlijken ftand geregistreerd zijn. Art, 320 Pi ontbreken van dit bewijs, is het ongeftoord bezit yan den ftaat van een wettig kind voldoende. Art: 921. Het bezit van dien flait wordt bewezen door eenen genoegzamen Zamenloop van daadzaken, die de betrek- king van afflamming en vaderfchap tusfchen een bepaald perloon, en de familie, tot welke hij beweert te behoo- ren, aantoonen. De voornaamfte van deze daadzaken zïn, . Dat die perfoon altijd den naam van den vader, tot wien hi beweert te behooren, gedragen heeft; Dat de vader hem als zïÿn kind behandeld heeft, en als zoodanig in zijne opvoeding, onderhoud en kostwin- ing vVoorzien heeft; Dat hij aanhoudend als zoodanig in de zamenleving erkend is; # Dat hjij als zoodanig door de familie erkend'is. Labs à Art. 522 e . Niemand kan zich op eenen ftañt berocpen, die_ CFA CEA Ï g CS 2 sér Liv. I. Tit. WII. Chap. IT. Des preuves,&e, que lui donnent son titre de naissance et la posses. sion conforme à ce titre; _ Et réciproquement, nul ne peut contester l’état de celui qui a une possession conforme à son titre de naissance.- Art, 9323 À défaut de titre et de possession constante, ou si l'enfant a été inscrit, soit sous de faux noms, soit comme né de père et mère inconnus, la preuve de’ filiation peut se faire par témoins. : Néanmoins cette preuve ne peut être admise que lorsqu'il y a commencement de preuve par écrit, ou lorsque les présomptions ou indices résultant de faits dès-lors constans, sont: assez graves pour dé- terminer l’admission, Art. 324. Le commencement de preuve par écrit résulte des titres de famille, des registres et papiers do- mestiques du père ou de la mère, des actes publics et même privés émanés d’une partie engagée dans la contestation, ou qui y aurait intérêt si elle était VIVANLEe ere Ârt. 393. La preuve contraire pourra se faire par tous les moyens propres à établir que le réclamant n’est pas l'enfant de la mère qu’il prétend avoir, ou même, la maternité prouvée, qu’il n’est pas l'enfant du: mari de la mère. Art. 396.. Les tribunaux civils seront seuls compétens pouf statuer sur les réclamations d’état. Art, 327. , L'action criminelle contre un délit de suppression d'état, ne pourra commencer qu'après le jugemenf définitif sur la question d’état. Art. 928 70, Z, Bock, PII, Titi, II. Hoofdff. Varde bévijzen, enis, 155 Pos dig is met den flaat, welke ziïn bewijs van geboortes en het bezit, met dat bewijs overeenkomende, hein ge- rléu ven. os... ù ti En wederkecrig kan niemand den flaat vari hem, die een bezit heeft, overeenkomitig«met zijn bewijs van ge _boorte, betwisten. Art, 92%, ie, 0 Bi ontbreken van zoodanig bewïjs en onafsebroken NOM bezit, of zoo het kind onder valfche namen, of als ge- wus,| uit een vader en moeder, die onbekend zÿn, in de registers is ingefchreven, kan de afflamming door ge* a m tuigen bewezen worden. k se qu;:,. ur Dit bewijs kan nogtans niet worden toegélaten; dar Wanneer er een begin is van bewijs door gefchrift, of ant wanneer de vermoedens of indiciën, voortvloeïende uit our& daden, die reeds onbetwistbaar zÿn, zwaarwigtig ge- noeg zin om als bewijzen te worden toegelaten, Art. 324. à résult Het begin van bewijs door gefchrift wordt afgeleid | uit familie-papieren, uit registers en huisfelijke papieren (rs do van den vader of moeder, uit openbare, en zelfs uit publi onderhandfche acten, voortkomende van iemand, die in ie dan het gefchil betrokken was, of, nog in leven zijnde, le eu bij belang gehad zoude hebben. À Aït, 325| Het tegenbewifs kan beftaan in alle zoodanige midde- us\& len, die gefchikt zijn om aante toonen, dat. de geen, die zich op züne afftamming beroépt, de zoon niet is SH van de moeder, welke hij voorgeeft té hebben, of ook, mère, het moederfchap bewezen zijnde, dat hiÿj het kind niet font d is van den man van die moeder, Art, 3.6. De civiele regthanken zijn alleen bevoegd om over ns pt de actiën, waar bij men zich op eenigen ftaat berocpt, te oordeelen, Art, air. De crimineele actie, wegens de misdaand van verduis- ppresi téring van ftaat, kan eerst beginnen, na dat het defi- one tif Vonnis over het gefchil van den ftaat gewe- jé zen is.: Ait, 91 2 Aït 328. 158 Liv, L Tin PL Chap. II, Des prèuves, Ge. Art. 928 L'action en récits d'état st imprescriptible à l'égard de l’enfant. Ârt. 390. L'action ne peut être intentée par les héritiers de l’enfant qui n’a pas réclamé, qu’autant qu’il est décédé mineur, ow dans les cinq années après st eRjoné, Ârt 930: : Les héritiers peuvent suivre cette action tors- qu’éllé a été commencée par l'enfant, à moins qu il ne s’en fût désisté formellement, ou qu'il n'eût laissé passer trois añnées sans poursuites, à compter du dernier acte de la procédure. C'HiS& PH T RE HE: Des enfans naturels. SECTION LZ De La légitimation des enfans naturels Art. é Av: Les enfants nés hors mariage, autres que ceut nés d’un commerce incestueux ou adultérin, pour vont être légitimés par le mariage subséquent de. leurs père et mère, loffque ceux-ci les auront 1e- salement reconnus avant leur mariage, où quis"ils Les réconnaîtront dans l’acte même de célébration At. 332. La légitimation peut avoir lieu, même en favell| , des # LA! tell g Er,| script S héritin qu'il es après tion lot à moi où dl suites, à que érin, À sÉqueil auront où d célébnt jé A f L Bock, VTL, Tire, Îl. Hoofdf, Van debewij ren, ehte 139 Art. 928. De actie tot het inroepen van den flaat verjaart niet ten opzigte van het kind. Art. 929: Dexe actie kan door de erfgeñatmen van een kind, het welk zijnen ftaat niet heeit ingeroepen, niet wOr- den aangelegd, ten ware het kind minderjarig, of bin: nen vif jaren na Zine meerderjarigheid overleden mogt zijn. de os Art, 330. De erfoenamen kunnen deze actie voortzetten, Wan- neer zi door het kind begonnen is, ten Ware het zel- ve daar van formeel heeft afgezien, of drie jaren, Z€- dert de laatite proces-acte, onvervolgd gelaten heeft. DERDE HOOFD STU Ki Van onechte bris £ERSTE AFDEELING: | Van de wertiging van oncchte kinderens Aït. 331. Kinderen, buiten huwelÿk geboren, behalve. de zul- ken, die in bloedfchande of overfpel geteld zijn, kun: nen door een opgevolod huwelijk van hunnen vader en iocdér gewettigd worden, wanncer deze hen, vor hét aangaan des huwelÿks, als wettig-erkend hebben, of bij de acte der voltrekking van het huwelik ais zoodanig erkennen.| Arts 392: De wettiging kan plarts hebben, zelfs ten vocrdeele van 460 Liv. I, Tir, VIL, Chap. LIT, Dés enfans nabtrels: des enfans décédés qui:ont laissé des descendans: et; dans cé cs, elle profite à ces descendans: Art. 333: Les enfans légitimés par le mariage subséquent auront les mêmes droits que s’ils étaient nés de cé mariage, SECTION I De la reconnaissance des enfans natureïs e? Art. 934:$ La reconnaissance d’un enfant naturel sera faite Par un acte auchentique, lorsqu’elle ne l'aura pas été dans son acte de naissance:| : Art. 3935. _ Cette reconnaissance ne pourra avoir lieu au profit des enfans nés d’un commerce incestueux où adultérin:*. ss Art. 9336. . La recohnaissañice du père, sans l'indicæion et ’aveu de la mère, n’a d'effet qu'à l'égard du père. Art. 397.: La reconnaissance faite pendant le mariage, par l'un des époux, au profit d’un enfant naturel qu'il aurait eu, avant son mariage, d’un autre que de son époux, ne pourra nuire ni à celui-ci, ni aux en- ‘fans nés de ce mariage, à Néanmoins elle produira son effet après la dis- ri de ce mariage, s’il n’en reste pas d’en- ans, % ” Art. 3384 laure Scene ndans, bséque & tés| els, era fai aura pi lieu« ncestel ion€ vard dl age, ñ rel qu ue des! eaux s hd pis dé Arc. 9] 1. Bock, VII. Tit. LIT. Hoofdft Van onechte kindereh, 16 van geftorvene kinderen, die afkomelingen hebben nage- latens; en in dat geval firekt zïj ten voordeele van die afkomelingen. Aït, 333: Kinderen, door opgevolgd huwelÿk gewettigd, hebben dezelfde regten, als of ziÿ uit dat huwelÿk geboren waren. TWEÉEDE AFDEELING. Lün het erkennen van onechte kinderens Art aie. x Het erkennen van een onecht_kind, gefchiedt bij eene authentieke acte, wanneer zulks niet reeds bij de acte van geboorte gedaan is, Aït."935. Deze crkenning kan geene plaats, hebben ten voordeele van kinderen, uit bloedfchande of overfpel geboren.* Att. 336. © De érkenning door den vader, zohder de aanwiÿzing en toeflemming van de moeder, heeft geen ander ge- volg, dan alleen met opzigt tot den vader. Art. 837° De erkenning, gedurende het huwelijk, gedaan door één der echtgenooten, ten voordeele van een onecht kind, het welk dezelve voér zijn hüwelijk, bij cén an der perfoon dan zijn echtgenoot, gehad heeft, kan noch aan dien echtgenoot, noch ook aan de kinderen, uit dat huwelijk geboren, fchade toebrengen. Niettemin zal die erkentenis hare gevolgen hebben, na de ontbinding van dat huwelijk, zoo daar uit geené kinderen overbliven, L DEEL. L Aït, 338 “æe géa Liv, Z Tir, VII, Chap. IL. Des enfans naturels. Art. 938. L'enfant naturel reconnu ne pourra réclamer les droits d’enfant légitime. Les droits des enfans na. turels seront réglés au vitre des Successions.. Art. 339 Toute reconnaissance de la part du père ou de l mère, de même que toute réclamation de la part de l'enfant, pourra être contestée par tous ceux qui y auront intérêt. Art. 340. La recherche de la paternité est interdite. Dans le cas d’enlèvement, lorsque l’époque de cet enlè- vement se rapportera à celle de la conception, le ravisseur pourra être, sur la demande des parties intéressées, declaré père de l'enfant. Art. 341. La recherche de la maternité est admise. L'enfant qui réclamera sa mère, sera tenu de prouver qu’il est identiquement le même que l’en- fant dont elle est accouchée. Il ne sera reçu à faire.cette preuve par témoins, que lorsqu'il aura déja un commencement de pre ve par écrit. Art 942. Un enfant ne sera jamais admis à la recherche soit de à paternité, soit de la maternité, dans les Cas où, suivant l’article 335, la reconnaissance n'est pas admise, + faire), clame! enfans: NS père où. ion de prit te, I cet el ption, es par e,; a(EnU que le x témo t dpi rechert é, dans onnaissel L. Boeks PI, Tit, EL. Hoofdf, Vanonechté kihdereh. 164 Art. 333, Een erkend onecht kind kan de regten van een wettig kind voor zich niet intocpen. De regten van onechte kinderen zullen in den Titel, vez erfvolgingen, bepaald worden. Aït. 339» FA‘ Alle erkenning aan de zijde van den vader of van de moeder, gelijk ook alle inroeping van flaat aan de zijde van het kind, kan betwist worden door alle de genen, die daar bij belang hebben. Aït. 340 # Het onderzoek, wie de vader van een kind is, 1$ verboden. In geval van fchaking, kan de fchaker, op de daar toe gedane vordering der belanghebbende par- tijen, verklaard worden vader van het kind te ziÿn, wanneer de tijd der fchaking met die van het begin der zwangerfchap overeenkomt, ; Aïte 341 Het onderzock, wie moeder van het kind is, wordt _toegeftaan. Het kind, het welk-zich op iemand, als zijne moe- der zijnde, beroept, is verpligt te bewijzen,-dat hij volmaakt dezelfde is met het kind, waar van zi beval- ln is, Hij zal niet toegelaten worden om dit door getuigen te bewijzen, dan alleen, wanncer hij reeds' een begin van een bewïs door gefchrift heefts Een kind zal nimmer toegelaten worden te onderzoe= ken, wie zijn vader of zijne moeder is, in de gevallen, in welken volgens Artikel 335 de erkenning met 6001 loofd is,: LE Les.«air vés Liv. L Th VIT. Chap I. De l'adoption. Vi TRE IL DE L’ADOPTION ET DE LA TUTELLE OFFICIEUSE, [Décrété le 93 Mars 1803. Promulgué le o Avril] CHAËTITRS 2 De l'adoption. SE CTEO N-L De Padoption et de ses effets. Art. 943e L'adoption n’est permise qu'aux personnes de l'un ou de l’autre sexe, Agées de plus de cinquante ans, qui n'auront, à l’époque de ladoption,#i enfans, ni descendans légitimes, et qui auront a moins quinze ans de plus que les individus qu’el- les se proposent d’adopter. Art. 944. Nul ne peut être adopté par plusieurs, si‘ce n'est par deux époux. Hors le cas de l’article 366, nul époux ne peut adopter qu'avec le consentement de l’autre con joint. Art. 945. La faculté d'adopter ne pourra être exercée L) e._e N e n. qu'envers l'individu à qui l’on aura, dans sa mino- à& À rité j Bnl | At manne) echo echigeno tion, ICIEUS,- ué le sotines » cinqu ptiON, uront us qu us, À x CP autre| me ex ps sa D I. Bock, VTIT Tir, L Hoofaf. Van adoptie. 163 AG HT Se TUE T1 TEL, VAN DE ADOPTIE, EN OFFICIEUSE VOOGDITJ, [Wastgehteld den ogflen van Lentemaand 1803, Afgekondigd den aden van Grasmaand.] EERSTE HOOFDSTUK. . Van adopties| EERSTE AFDEELING, Van adoptie en hare gevolger. Art. 943. Adoptie is nict geoorloofd dan aan perfonen van het mannelÿk of vrouwelijk geflacht, boven de viftig jaren oud zinde, die ten tijde der adoptie, noch kinderen, noch wettige nakomelingen hebben, en ten minfle vijf- tien jaren ouder Zïÿn dan de genen, welken zÿ voorne- mens zijn te adopteren, Arts 344 Niemand kan door meer dan één perfoon, behalve door twee echtgenooten, geadopteerd worden. Buiten het geval, bij Art. 366 bepaald, kan een echtgenoot niet dan met toeftemming van zijnen mede- echtgenoot adopteren. Art. 945. De magt om te adopteren kan alleenlijk uitgeoefend worden ten opzigte van jemand, aan wien men gedu- rende zijne minderjarigheid, en ten minften zes jaren L 3 lang; 66 Liv. L Tië, VIT. Chap. LL. De l'adoption, rité et pendant six ans au moins, fourni des se. cours et donné des soins non interrompus, ,ou envers celui qui aurait sauvé la vie à l’adoptant, soit dans un combat, soit en le retirant des flam. mes ou des flots. Il süflira, dañs ce deuxième cas, que l’adoptant soit majeur, plus âgé que l’adopté, sans enfans ni déscendans légitimes; et s’il est marié, qüé son conjoint consente à l’adoption, Art. 346. L'adoption ne pourra, en aucun cas, avoir lieu avant la majorité de l’adopté. Si l’adopté, ayant encore ses père et mère, où l’un des deux, na point accompli sa vingt-cinquième année, il sera tenu de rapporter le consentement donné à ladop- tion par ses père et mère, ou par le survivant; et s’il est majeur de vingt-cinq ans, de requérir leur conseil. Art. 347. L'adoption conférera le nom de l’adoptant à l'adopté, en l’ajoutant au nom propre de ce der- nier. Art, 948. L’adopté restera dans sa famille naturelle, et y conservera tous ses droits: néanmoins le mariage est prohibé Entre l’adoptant, l’adopté ét ses descendans; . Entre les enfans adoptifs du même individu; Entre l’adopté et les enfans qui pourraient sur- venir à l’adoptant; Entre: l’adopté et le conjoint de l’adoptant,& réciproquement entre l'adoptanc ét lé conjoifit de l’adopté. à Art. 340. L'obligation naturelle, qui continuera d’exister entre l’adopré ét ses père et mère, de se fournir. des opt, Ii da mp, l'adopr t dut € Lan sans 4 é, qu , avoit! opté, S deu, née, ile s à[M 1E VIVA, quéri| adoptit de œt le, et mari ndans; dividu; raient SL Joptant, conjoit q d'exis e fon | I. Boëk, WEI. Tir., IL. Hoofdh. Van ädoptie. 16; lang, onafgebroken biftand en onderfeuning verfchaft heeft, of ten opzigte van iemand, die in den firid, of bij brand of overftrooming; het levén van den adoptant gered heeft, Het is, in dit tweede geval, genoeg, dat de adop- tant is meerderjarig, ouder dan de geadopteerde, geene wettige kinderen, noch afkomelingen hebbende; en, zoo hij getrouwd is, dat zijn echtgenoot in de adop- tie toeftemt, Aït. 946. Adoptie kan in geen geval plaats hebben, vécr de meerderjarigheid van den geadopteerden. Indien de ge- adopteerde, nog vader en moeder of één van beiden hebbende, zijn vif en twintigfte jaar niet bereikt héelt, moet hij van de toeftemming van zijnen vader en moe- der, of van den langstlevenden doen blijken; en Zoo hÿ ouder is dan vijf en twintig jaren, moet hij hun om raad vragen,- Art. 347e Door de adoptie zal de naam van den adoptañt op den geadopteerden overgaan, en bij den eigen naam van den geadopteerden gevoegd worden. Aït. 948. De geadopteerde zal in zijne geboorte-familie bliven, en in dezelve alle zijne regten behouden: niettemin is het huweliÿk verboden Tusfchén den adoptant, den geidopteerden en des- zelfs afkomelingen; Tusfchen de geadopteerde kinderen van denzelfden perfoon; ee den geadopteerden én de kinderen, welke de adoptant nog zoude mogen krigen; Tusfchen den geadopteerden, en den echtgenoot van den adoptant, en wederkeerig tusfchen den adoptant en den echtgenoot van den geadopteerden. Art. 349. De natuurlike verpligting, die tusfchen den geadop- tæerden en zijnen vader en moeder blijft beftaan, om La elkan- 168 Liy, I, Tit. VIIE Chap, IL, De Padoption, des alimens dans les cas déterminés par la loi, se- ra considérée comme commune à l’adoptant er à l’adopté, l'un envers l’autre, Art. 350. L'’adopté n‘acquerra aucun droit de successibilité sur les, biens des parens de l’adoptant; mais il aura sur la succession de ladoptant les mêmes droits que ceux qu'y aurait l'enfant né en maris- ge, même quand il y aurait d’autres enfans de cette dernière qualité nés depuis l’adoption. Art. 351. Si l'adopté meurt sans descendans légitimes, les choses données par ladoptant, ou recueillies dans Sa succession, et qui existeront en nature lors du décès de l’adôpté, retourneront à l’adoptant ou à ses descendans, à la charge de contribuer aux dettes, er sans préjudice des droits des tiers. Le surplus des biens. de l’adopté appartiendra à ses propres parens; et ceux-ci: excluront tou- jours, pour les objets mêmes spécifiés au présent article, tous héritiers de l’adoptant autres que ses descendans. Art. 950. Si, du vivant de l’adoptant, et après le"décès de l’adopté, les enfans ou descendans laissés par celui-ci mouraient eux-mêmes sans postérité, l’adop- tant suçcédera aux choses par lui données, com-= me il est dit en l’article précédent; mais ce droit Sera inhérent à la personne de l’adoptant, et non Sransmissible à ses héritiers, même en ligne descen- dante,| S E C- essibili: mais| même 1 mari fans d nes, Àk es dan lors d nt ou er a Se rtiendra it to préser que& décès SSéS pal 'adop: S, CO ce droi et no! SEC I. Boek, VIII. Tit., I: Hoofdfl. Van adopties 69 elkander, in de gevallen, bij de wet bepaald, van het noodig onderhoud te voorzien, zal geacht worden we- derkeerig te beftaan tusfchen den adoptant en den ge- adopteerden. Art. 950. De geadopteerde verkrijgt geen regt van erfvolging in de goederen van de bloedverwanten van den adoptant, dach hij zal op de nalatenfchap van den adoptant geliÿke regten hebben, als kinderen in echt geboren, al waren er zelfs andere kinderen uit des adoptants huwelÿk na de adoptie geboren. rHA6b PE Art. 951. Wanneer de geadopteerde fterft, zonder_ af- komelingen na te laten, zullen de goederen, door den adoptant aan den geadopteerden gefchonken, of uit des- zelfs nalatenfchap, en die bij het overlijden van den geadopteerden nog. dadelijk aanwezig zijn, aan den adoptant of zijne afkomelingen te rug. kecren,: on- der den last om in de fchulden van den overledenen te moeten dragen, en zonder benadeeling van het regt van derden,-: De verder overfchietende goederen van den geadoptecr den Zullen aan zijne eigene nabeftaanden behooren; en deze zullen altijd, zelfs met opzigt tot de goedéren, it dit Artikel opgenoemd, alle andere crfgenamen van den adoptant, buiten zijne afkomelingen, uitfluiten. Art. 352. Zoo bij het leven van den adoptant, en na den dood van den geadopteerden, de kinderen of afkomelingen, door laatstgenoemden nagelaten, ook zelve kinderloos ftierven,. zal de adoptant bij erfvolging verkrigen het geen door hem gegeven was, Z00 als in het vorige Ar- tikel gezegd is; doch dit regt bepaalt zich eeniglÿk tot den perfoon van den adoptant, en gaat niet Over Op zine crfgenamen, zelfs niet. in de nederdalende linie. ! Lo TWEE- to Liv, L Te. PTIT. Chape 1 De l'adoption. SE€ETION IL Des formes de l’adoptien. * Li Art. 353. La personne qui se proposera d’adopter, et cel. le qui voudra être adoptée, se présenteront devant le juge de paix du domicile de l’adoptant, pour y passer acte de leurs consentemens respectifs. Art. 354. Une expédition de cet acte sera remise, dans les dix jours suivans, par la partie la plus diligente, au procureur impérial au tribunal de première in- Stance dans le ressort duquel se trouvera le do- micile de l’adoptant, pour être soumis à lhomolo- gation de ce tribunal, Art. 955. Le tribunal, réuni en la chambre du conseil, er après s'être procuré les renseignemens convenables, verifiéra, 19, si toutes les conditions de la loi sont remplies; 92°. si la personne qui se propose d'adopter, jouit d’une‘bonne réputation, Art. 356. Après avoir entendu le procüreur impérial, et sans aucune autre forme de procédure, le tribunal prononcera, sans énoncer de motifs, em ces ter- mes:[! y a lieu, ou ny a pas lieu à l'adoption. Arte 957. Dans le mois qui suivra le jugement du tribu- nal de première instance, ce jugement sera, sur les poursuites de la-partie la plus diligente, soumis à la cour | ” 3 Bock, VIII Tit, EL Hoofdft, Var adéptie. 7x TWEEDE AFDEELING. Van den vorm der adoptie. Art, 353 et cel_ De geen, die voornémens is te adopterén; en de géen, devant die geadopteerd wil worden, zullen zich mocten ver- poir y voegen bij den vrederegter van des adoptants woon- / plaats, om aldaar eene acte van hunne wederzijdfche toeftemming uit te brengen. Aït. 954, dans|:; É” Een affchrift van deze acte zal, binnen de tien daar pe) op volgende dagen, door de partij, die in dezen den ere 1 meesten fpoed maakt, ter hand gefteld worden aan den le do Procureur des Keizers bij de regtbank van de eerfte in- omolo ftantie, in het resfort, waar onder de woonplaäts van den adoptant gelegen is, ten cinde door die regthbank bekrachtigd te worden. i Aït. 955. sell,€!!;. ble De regtbank, in de raadzaal vergaderd zijnde, en na Je li zich de noodige onderrigtingen te hebbem doen geven, k lo zal onderzoeken: 1°. of alle voorfchriften van de wet ropose zijn in acht genomen; 2°« of de geen, die voornemens is te adopteren, is een perfoon ftaande ter goeder naain. Art. 356. dl, Gi De regtbank zal, na den Procureur des Keizers gee tribun_ hoord te hebben, zonder eenigen anderen Vorm van ces té proces, en zondet bijvoeging der beweegredenen, 1n lieu À deze bewoordingen uitfpraak doen: Er 5 grond, oO Er is geen grond tot adoptie. Art. 357. \y tri Dit vonnis van de regtbank van. de cerfte inftantie zal , sur k binnen de eerstvolgende maand, ten verzocke van die is à| gene der partien, die in dezen den meesten fpoei maakt, : on- çol a72 Liv. I. Tit. VIT, Chap. LE De Padoption cour d'appel, qui instruira dans les mêmes for- mes que le tribunal de première instance, et pro- noncera, sans énoncer de motifs: Le jugement est confirmé, où Le jugement est réformé; en conséquence, y a lieu, ou il n’y« pas lieu à l'adoption. Art. 958. Tout arrêt de la cour d'appel qui admettra une adoption, sera prononcé à l’audience, et affiché en tels lieux et en tél nombre d'exemplaires que le tribunal jugera convenables, eo Aït. 359. Dans les trois, mois qui suivront ce jugement, l'adoption sera inscrite, à la réqüisition de l’une ou de l’autre des parties, sur le registre de l’état civil du lieu où l’adoptant sera domicilié. Cette inscription n'aura lieu que sur le vu d’une expédition, en forme, du jugement de la cour d'appel; et l'adoption restera sans effet si elle n’a été inscrite dans ce délai, | Art, 560. Si l’adoptant venait à mourir après que l’acte constatant la volonté de former le contrat d'adoption a été reçu par le juge de paix et porté devant les tribunaux, et avant que ceux-ci eussent définiti- vement prononcé, l'instruction sera çontinuée et l'adoption admise, s’il y a lieu. Les héritiers de l’adoptanc pourront, s'ils croient l'adoption inadmissible, remettre au procureur im» périal tous mémoires et observations à ce sujet. C H A- Ale adopté nie ti R Loorié Bin mi d 2 on Jia, i pts, porden. Det VEtto0! yan le hebben. 10 er adoptie ‘Jutrk de Lts mit ni den tou D& altptie nor (qeut de for. pro ment 5 4 eu 4 | une 1é en ue le nent, l'une l'état d’une cour e n2 l'acte Dtion : Les initi- e€ roient r in et, 4. Bock, VIII. Tit., I. Hoofdf. Van ddôptié. 173 onderworpen worden aan het Hof van appél, het welk de zaak op dezelfde wijze zal behandelen, als de regt- bank van de eerfte inftantie, en zonder vermelding van deszelfs beweegredenen, in dezer voegen uitfpraak doen: Het vonnis is bekrachtigd, Of het Yonnis is vYeran- derd, en gevolglijk is er grond of gcen grond tot adop- tie. Art. 358. Alle vonnisfen van het Hof van appél, waar bij eene adoptie wordt toegeftaan, zullen in de audiëntie worden uitgefproken, en aangeplakt op zoodanige plaatfen, en ten getale van zoo vele exemplaren, als de regtbank zal oordeelen dienftig te zijn. Aït. 359. Binnen de drie maanden, welke op dit vonnis volgen, zal de adoptie, ten verzoeke van een van de beide par- ten, in het register van den burgerlijken ftand van de plaats, waar de adoptant woonachtig is, geregistreerd worden.. Deze registratie zal niet anders plaats hebben, dan op vertooning van een affchrift in forma van het vonnis van het Hof van appél, en de adoptie zal geen gevolg hebben, zoo zÿ binnen dezen tijd niet geregistreerd is. Art. 960. Zoo de adoptant kwam te flerven, na dat de acte, waar bij van zijnen wil blek, om een contract van adoptie aan te gaan, door den vréderègter is opgemaakt, en ter kennis van de regtbanken. gebragt, en vé6r dat de laatstgemelde definitivelijk gevonnisd hadden, zal de Zaak niettemin voortgang hebben, en de adoptie wor- den toegeftaan, zoo daar toe redenen dienen. De erfgenamen van den adoptant, oordeelende, dat de adoptie geene plaats behoort te hebben, kunnen hunne memorién en aanmerkingen op dit ftuk aan den Procu- reur des Keïizers ter hand ftellen. TWEE: 194 Liv. L Tite. VIIL Chap, IL. De adoption. G HN POP ER EH, De la tutelle officieuse. Art. 961. Tout individu âgé de plus de cinquante ans, et sans enfans ni descendans légitimes, qui voudra, durant la minorité d’un individu, se l’attachér par. 9 un titre légal, pourra dévenir son tuteur officieux, en obtenant le consentement des père et mère de l'enfant, ou du survivant d’entre eux, ou, à leur défaut, d’un conseil de famille, ou enfin, si l’en- : fant n’a point de parens connus, en obtenant le . consentement des administrateurs‘de l’hospice où il aura éte recueilli, ou de la municipalité du lieu de sa résidence.: Aït. 362. Un époux ne peut devenir tuteur qu'avec le consentement de l’autre, conjoint. Art. 363. Le juge de paix du domicile de d'enfant dtesses ra procès-verbal des demandes et consentemens relatifs à la tutelle officieuse. Art. 364. Cette tutelle ne pourra avoir lieu qu’au profit d'enfans âgés de moins de quinze ans. Elle emportera avec soi, sans réjudice de tou- tes stipulations particulières, l’obligation de nour- rir le pupille, dé l'élever, de le mettre en état de gagner sa vie. - Art. 368. Si le pupille a quelque bien, et s’il était anté- rieurement en tutelle, l’administration de ses biens, com- . | a eblet né, ginet 1binden mere( find, brken [ik 20 ut te in Het! pale ht ans, à oudra, ér par Lieux, nère de à lex i l’er- nant le ice où du lieu cieux dresse temens } prof de tot: fout en état ait ant s biens, con 1. Bock, FUI, Tit,, II, Hoofäft. Vande oficieufe voogdij. 75 TWEEDE HOOFDSTUK. Van de oficieufe voogdij. Aït, 961, . Een ieder, den ouderdom van väüftig jaren bereikt hebbende, en zonder kinderen of wettige afkomelingen zinde, die den een of ander perfoon, gedurende deszelfs minderjarigheid, door eenen wettigen titel aan zich ver: binden wil, kan zijn officieufe voogd worden, na beko mene toeflemming van den vader en moeder van het kind, of van de langstlevende van hun, of, bij ont- breken van dezelve, van eenen familie-raad, of einde- ljk, zoo het kind geene bekende bloedverwanten heeft, met toeflemming van de beftierders van het wees-huis, in het welk dit kind ingenomen is, of van de munici- paliteit van de plaats zijner woonftede. Art. 362. Een echtgenoot kan geen officieufe voogd worden, dan met toeltemming van zijnen mede-echtgenoot. Art. 363 De vrederester der woonplaats van het kind zal een proces-verbaal opmaken van de verzoeken en toeftem- mingen, betrekkelik de officieufe voogdi. Art. 364. Deze voogdij kan geene plaats hebben, dan ten voor- deele van kinderen, nog geené viüftien jaren oud zijn- de, Zi zal, onverminderd alle bijzondere bedingen, mede- brengen de verplisting, om den pupil te onderhouden, op te voeden, en in ftaat te flellen om zin kost te kunnen winnen, Art. 365. Zoo de pupil eenig goed bezit, en zoo hij te voren onder voogdij geftaan heeft, zal de beheering roses goes »| av6 Liv. I. Dit. PTIT. Chep. Il, De la tutelle oficieuse, comme celle de sa personne, passera au tuteur ofiicieux, qui ne pourra néanmoins imputer les dépenses de l'éducation sur les revenus du pu- pille. Art. 366. Si le tuteur officiceux, après cinq ans révolus depuis la tutelle, et dans la prévoyance de son dé- cès avant la majorité du pupille, lui confère l’a. doption par acte testamentaire, cêtte disposition sera valable, pourvu que le tuteur officieux ne laisse point d’enfans légitimes. Art. 367. “Daris le cas où le tuteur officieux mourrait, soit avant les cinq ans, soit après ce temps, Sans avoir adopté son pupille, il sera fourni à celui-ci, durant sa minorité, des moyens de subsister dont la quotité et l’espèce,, s’il n'y à été antérieure- ment pourvu par une convention formelle, seront réglées. soit amiablement éntre les représentans réSpéctifs du tuteur et du pupille, soit judiciaire- ment én cas de contestation. Art. 363. Sis. à la majorité du pupille, son tuteur ot cieux; veut. l’adopter, et que le premier y. con- sente, il sera procédé à l’adoption..selon les for- mes prescrites au chapitre précédent, et les effets en seront, en tous points, les mêmes. Art. 369. Si, dans les trois mois qui suivront la majori- té du pupille, les réquisitions par lui: faites à son tuteur officieux, à fin d'adoption, sont restées sans éffet, et que le pupille ne se trouve point en état de gagner sa vie, le tuteur officieux pourra être condimné à indemniser le pupille de l'incapacité où celui-ci pourrait se trouver de PRO à sa subsistance, Cette | pré qe Es 700 met ttaigt most al dé ous mn+ | hr g la, le Wa jun fl, ltoud led pk Lie, de ve 4f, ing vit À vétieze \ og 4 * Cietse, 1 tutey uter| du pi son dé fère la position EUX nt ait, Si ns AV0l elui- ci, ter doi térieure , Seroi ésentans diciaire- teur of à à Col: les or: es effet a majoi res à Si grées SH it en€! ourra Et ncapacl voir à: Cet IL. Boek, VIII: Tit., IT. Hoofäf.Vündéoficieufevoogéif. vry goederen, gelijk ook die van zijn perfoon, overgaan aan den oflicieufen voogd, die nogtans de kosten der opvoeding op de inkomften van den pupil niet kan toerekenen. Art. 366, Zoo de oflicieufe voogd, na verloop van vif jaren, zedert het aanvaarden van die voogdij, en in het voor- uitzigt dat hij, vO6r de meerderjarigheid van den pupil, mogt komen te fterven, hem bij testament adopteert, Zal die befchikking van waarde zïÿn, mits de olficieufe voogd geene wettige kinderen nalaat. Aït. 367. . In geval de officienfé véogd; het#ÿ voér de vif jd- ren, het zij na dien tijd, kwam te flerven, zonder zï- neu pupil geadopteerd te hebben, zal aan den Jaatstoe- melden; gedurende ziÿne minderjarigheid, het noôdig on- derhoud verfchait moeten worden, waar van de hoe- veelheid en.foort, indien daaromtrent bevorens bij eene formele vetbindienis niet voorzien is, bépnald mocten worden, het zij in der minine, tusfchen de wederzid- Îche vertegenwoordigers van den voogd en den pupil,: of, ingeval van verichil, door den regter. Aït, 9684 _ Indien, bij de mecrderjarigheid van den pupil, zÿn oficieufe voogd hem wil adopteren, en de eerstgemelde daàr in toeftemt, zail de adoptie gedaan Woïrden ih den vorm, bij het vorige Hoofdftuk voorgefchreven, én de gevolgen daar van zullen in allen opzigte dezelfde zijn, Art, 3694 Zoo, binnen de drie maanden, welke op de meerdef- jarigheïid van den pupil voïgen, de aanzoeken, door hem aan Zijnen, oflicieufen voogd tot adoptie gedaan, zonder gevolg gebleven zijn, en de pupil zich niet in Er be: vindt om zijn Kost te winnen; kan de officieufe voogd vérwezen worden, om den pupil, wegèns deszelfs on- vermogen om zelf in zijn onderhoud te kunnen voor- zien,{chadeloos te ftellen. L D&EL. M Deze ES x78 Liv. 1. Tir. WII. Chap. Il. De lu tutelle oficieufe, Cette indemnité se résoudra en secours propres à lui procurer un métier; le tout sans préjudice “des stipulations qui auraient pu avoir lieu dans la prevoyance de ce cas. Art. 370. Le tuteur officieux qui aurait eu l’administration de quelques biens pupillaires, en serre rendre compte dans tous les cas. PE FOR E IX . DE LA PUISSANCE PATERNELLE. LDécrété le 24 Mars 1803. Promulgué le 3 Ayril.],: Ârts. 971. L'enfant, à tout âge, doit honnew et respect à ses père et mère. Art. 372. Il reste sous leur autorité jusqu’à sa majorité où son émancipation. Ati. 979. Le père seul exerce cette autorité durant le ma- riage. À . Art. 374 L'enfant ne peut quitter la maison paternelle sans la permission de son père, si ce nest pour enrôlement volontaire, après l’âge de dix-huit-ans révolus. Art. 978: Leds Dut den OX js o FE A qe dt ficieul, $ rom préjud ü dam! inistratis ta rent LE, 4 k t 1esper prité ol nt le 1 parerné! p'est pi _huit-® Are 9 2. Boek; WII. Tir, IT. Hoofafi. Fan déciciénfevonndi. 179 Deze fchadeloosftelling zal zich bepalen tot den noodi- gen onderftand om hem eene kostwinning te bezorgen; alles: onverminderd de bedingen, die:, in VOoruitzige. van dit geval, gemaakt zouden mogen zijn. È ar Art. 370. 5e De offcieufe voogd,: die de behecring van eenige goe= deren van den pupil gchad zoude mogen hebberr; moet daar van in allen gevalle rekening doen. ee Fi N'E GE NB MBTITE L. ire L'OMAINUDE VADERLIJKE MAGT: [Vastgefteld den sur van Lentemaand 1803. . Æfgckondigd den aden van Grasmaand.] Arts 971. Ton kind, van welken ouderdom ook, is eer en: à lachis ting aan zijnen vader en moeder verfchuldigd. Art. 972. #° Het blift onder hunne magt, tot aan zijne meerderja- igheid of ÉMAMCIPA ES …. ‘Art. 973. + De vader alleen oefent, gedurende het huwelÿk, deze| gagt uit. Art. 374. Het kind kan het vaderliÿk huis niet verlaten zonder ,toeftemming van den vader, ten zij het, na den.oÿder- dom van achttien jaren bereikt te hebben, zich Ed im den krigsdienst ses heeft,| M 2.. Art 97% a8o Liv. I. Tir, IX. De la puisstnce paternelle, AL, 9785, Le pèré qui aura des sujets de mécontentement très-graves sur la conduite d’un enfant, aura les moyens de correction suivans, Art. 3764. Si l'enfant est âgé de roins de seize ans come mencés, le père pourra le faire détenir pendant un temps qui ne pourra excéder un moiss et, à cet effet, le président du tribunal d'arrondissement de- vra, Sur sa demande, délivrer l'ordre d’arrestation. Art. 977: Depuis l’âge de seize ans commencés jusqu’à la majorité ou. l'émancipation, le père pourra seule. ment requerir la détention de son enfant pendant six mois au plus; il s’adressera au président dudit. tribunal, qui, après en avoir conféré avec le procureur impérial, délivrera l’ordre’arresta- tion, ou le refusera, ec pourra, dans le premier cas, abréger le temps de la détention requis par le père.; | Àrt, 978. li n'y aura, dans l’un et l’autre cas, aucune écriture ni formalité judiciaire, si ce n’est l’ordre même d’arrestation, dans lequel les motifs n’en seront pas énoncés. Le père sera seulement tenu de souscrire une. Soumission de payer tous les frais, et de fournit les alimens convenables. Art. 370. Le père est toujours maître d’abréger la durée de la détention par lui ordonnée ou requise. Si, après sa sortie, l’enfanc combe dans de nouveaux , écarts, 1 IL pv qe| qui Îl 700 js. Ka dan got get, pen Het ki desls alkealik fn 2! {oe mot bauk, us qe [ul age du eikon | Noch gen tel faire be ailen w AV te teck (hezorgin "nelle, 1tenter dura k ans Ci endant v dt à ment d frestation usqu'| rra seuls c pendan ent dudi avec k d'arresta premier quis pa aucune t l’ordre ifs n'a crire titt de fouril r{a dit puise,\ pouveal éçart I, Bock, IX. Tit., Wan de vaderlijke magt, 18% Art. 373, * De vader, die zecr gewigtige redenen van misnoegen swegens het gedrag van Zn kind hecft, zal de navol- gende middeJen van kastäding hebben. Art, 976. Zoo het kind nog niet in zijn Zestiende‘aar getreden is. kan de vader het zelve eenigen tijd, mits niet langer dan ééne maand, doen detineren, en ten dien einde moet de prefident van de regtbank van het arrondisfe- ment, ten verzoeke van den vader, een bevel tot arrest | geven. Art. 377e Het kind in zin zestiende jaar getreden zïnde, tot deszelfs meerderjarigheid, of emancipatie, mag de vader alleenlijk verzocken, dat zijn kind, gedurende ten lang- ften zes maanden, gedetineerd worde; hij zal zich daar toe moeten veryoegen bij den prefident van gemelde regt- bank, die, na daar over met den Procureur des Kei- zers geraadpleegd te hebben, het bevel tot het arrest _zal afgeven of weigeren, en, in het eerfte geval, den td van detentie, door den vader verzocht, zal kunnen verkorten. Art. 378 Noch in het eene, noch in het andere geval, zal er gcen gefchrift of vorm van regten plaats hebben, be: balve het bevel tot het arrest, waar in de redenen niet zullen worden uitgedrukt. De vader zal alleen gehouden zÿn eene verbindtenis te teckenen tot betaling van alle de kosten, en tot bezorging van het noodig onderhoud.; \ Arts 3794 De vader is altijd meester om den tijd der door hem bevolene of verzochte detentie te verkorten. Indien het kind, na deszelfs loslating, in nieuwe ongeregeldheden M 3 VÊTe 182 Le. I Tir, IX, De là puissance paternellei. écarts, la détention pourra être de nouveau or- donnée de la manière prescrite aux articles précé dens.. Si le père est remarié, il sera tenu, pour faire détenir son enfant du premier lit, lors même qu’il serait âgé-de moins de seize ans; de se conforier à l’article 277. : Aït, 3817. . La mère survivante et non remariée ne pourra faire détenir un enfant qu'avec le concours. des deux‘plus proches parens paternels, et par voie. de réquisition conformément à l’article 977. a: Art 382. Lorsque l'enfant aura des biens personnels, ou lorsqu'il exercera ün état, sa détention ne pourra, “même au-dessous de seize ans, avoir lieu que par voie de réquisition, en la forme prescrite par l’ar- ticle 377. L'enfant détenu pourra adresser un mémoire au procureur général impérial en la cour d’appel.- lui-ci se fera rendre compte par le procureur im- périal au tribunal de première instance, et fera son rapport au président de la cour d’appel, qui, après en avoir recueilli tous les renseignemens, pourra révoquer ou modifier l’ordre délivré par le président du tribunal de première instance. ii Lg on- Art. 383. Les articles 376, 377, 378 et 379 seront com- muns aux pères et mères des enfans naturels léga- lement reconnus, Hofront-ut, En con ARS. 304 * Le père, durant le mariage, et, après la disso- lation du mariage, le Survivant des père ec mêTe, Ale Li we mé hd eut ol; Arke D de, 2 (tuer ant, fig Aït Wa fronlik uote nef hebben dj An lt de| | appél per I, en dur apport hébben héthen de vie gen in nelle; VE 0 S préc Our fie me qu Onforii € pour Ours: dh par vi 4 nels, 0! pourn, que pi par Par noire 4! pl. Ci eur et fer. ef, qui, nemens, < par À ont CON rels lég: a dis ec gt al av Artikel 377. Z. Bock, EX. Tir. Van de de. vaderlijke magt. 183 vervalt, kan op nieuw eene detentie bevolen worden, op de wijze in de vorige Artikels vermeld, ‘Art. 380. Indien de vader hertrouwd is, zal hÿ verpligt ziÿn, om, zijn kind van het eerfte bed willende doen detineren, al was het zelfs nog ocenc zestien jaren oud, zich te gedragen overeenkomitig het bepaalde bij Art. 991 De moeder, de langstlevende en niet hertrouwd zijn- de, zal een Kind niet knnnen doën detinéren, dan met toeffemming van twee der naaste vaderlike bioedver- wanten, en mits daar toe veizoék doende overecnkom- Îtig Aït. 377. Art. 982.| Wanneer het kind goederen bezit, aan hetzelve per- foonlijk toebéhoorende, of wanneer het eenig beroep uitoefent, zal deszelfs detentie, ook dan, wanneer het| nog geene Zzestien jaren oud is, geene plaats kunnen hebben, dan door middel van zoodanig verzoek, als bij Artikel 977 is voorgefchreven,| Het in deaentie geltelde kind zal eene memorie: aail den Procureur- generaal des Keizers bÿ het Hof van appél mogen inleveren. Déze zal zich door den Pra- cureur dés Keizers bij de regtbank van de-cerfte in- ftantic, nopens de toedragt der zaak doen inlichten, en daar van aan den Prefident van het Hof van appél rapport doen, die, na daar van aan den vader kennis te hebben gegeven, en alle onderrigtingen nopens de zaak te hebben ingewonnen, het bevel, door den prefident van de vierfchaar van de eerfte inftantie verleend, zal mo- gen intrekken of matigen.: Art, 383. Het 376, 377, 378 en 379 Artikel zijn mede toepas- feljk op vaders en moeders van onechte, en volgens de wet erkende kinderen., Art. 384. De vader heeft sedurende het huwelïk, en na de ontbinding van het zelve heeft de langstlevende vader M 4 of bé à 184 Line Lei. IX. De la puissance paternelle. auront la jouissance des biens de leurs enfans jus- qu’à l’âge de dixhuit ans accoinplis ,: ou jusqu'à l'émancipation qui pourrait avoir lieu avant l'age de dixhuit ans. Aït: 205- Les charges de cette jouissance seront, 19. Celles auxquelles sont tenus les usufrui. see. 2°, La nourriture, l'entretien et l’éducation des gnfans, selon leur fortune: 8°, Le paiement Fes arrérages ou intérêts des capitaux. “1348."Les. frais Einchirés et ceux de dernière maladie. Art. 986. Cette jouissance n'aura pas dieu au profit de celui des père et mère contre lequel le divorce au- rait été prononcé; et elle cessera à l'égard de la mère dans le cas d’un second mariage. Arte 387. Elle ne s’étendra pas aux biens que les enfans pourront acquérir par un travail et une industrie séparés, ni à ceux qui leur seront donnés ou légués sous la condition expresse que les pére$t mère n’en jouiront. pass h. 4 fm nel go vl ec puis| Met j, \, Dig en Val fhedi van qe Ki inde mogte gerer gaulle geo V I Bok, IX, Tir Van_. vaderlfhe magt. 185 ns Î of moeder, het genot van de goederen, welke hunne U jus kinderen toebehooren, tot dat zij den vollen ouder- ant l'y dom van achttien jaren bereikt hebben, of tot hunne * emancipatie, die w66r het achttiende jaar zoude mogen plants hebben, Art. 985 | Met dit genot zün de volgende lasten verbonden: S usufi : 19, Die gene, waar toe de vruchtgebruikers verpligt ni zijn; cation à£| o°. Het voedfel, onderhoud en de opyoeding der néréts à kinderen, overeenkomitig hun vermogen; | gt. De betaling der achterflallen of renten van de :‘ rielles ire mi }" de gère ans A6 1 quy Oixante.|* sofines, Li ère, déja chars en accept nlans, , sOûl à le desdi tyice dt juts CON je Con ssé des€ tutelle,! re 4 Z. Bart, À Tin; IL Foofif. Van de Yoogdif, 909: nemen, dan allesnlÿk in,.het geval, dat binnen den afffand vau, vier. miriamètres(acht oude Franfché milen,) geene blocdverwanten of aangehuwde vrienden gevonden worden; die in ffaat zijn de voogdij op zich' te nemen.. ae 3 Art. 433 _Jeder, die den vollen ouderdom van vif en Zestig jà gen bereikt hecft, kan weigeren voogd te zïn. Hij, die, vor het bereiken van dezen ouderdom, daar toe benoemd.is, kan, met zijn Zeventigfte. jaar, zich van dé voogdij doen ontflaan. Art. 434. . Teder, die eene zware, behoorlÿk bewezene Ziekéliÿk- heid héeft, wordt véfchoond var dé voogdi. . Hi kan er zich zelfs“van doen ontflaan, wvanncer deze-biblijvende ziekelijkheid hem, na de benoeming als voogd, is aangekomen. Art! 43%.: bu hr ioibn.. 55. og Si il 5 rive . Twee voogdijen zijn voor, een ieder eene wettige re- den tot verfchooning, om eene derde voogdij niét 4an -te nemen.‘. cp . Al wie, echtgenoot of ,vader zijnde, reeds met eené voogdij belast is, kan niet verpligt worden eene twee- de aan té nemen, uitgenoinen die van ze kindéren. Art. 426, . Zÿ, die vif wettige‘kindéren hebben ,. zijn ver- fchoond van elke andere voogdij, behalve die van ge- melde kinderen. RE. AVE 6 . Kinderen, die. in werkelïken dienst in des Keizers legers even, gelaten hebben, worden altid mede gerekend., om:deze verfchooning te bewerken.,,. . Andere overledene kinderen worden niet medé gere: kend, dan voor zoo verre zij zelve kinderen hébben hägelateri, dié nog werkelijk in leven zÿn | hi PU de; . De géboorte van kinderen; gedurende de voogdi; levert geene reden op, om de voogdij neder te leggen.| LE D£6EL. 9 Art. 438 4 eto Liv. I. Tit. X. Chap. IT, De la Yutelle: Art. 458.| Si le tuteur nommé est présent à la délibéra tion qui lui défère la utelle, il devra sur-le champ, et sous peine d’être déclaré non recevable; dans toute réclamation-ukérieure, proposer ses ex- cuses, sur lesquelles le conseil de famille délibé. réra. Aït. 439. ‘ Si le tuteur nommé n’a pas assisté à la délibé. ration qui lui a déféré la tutelle, il pourra faire convoquer le conseil de famille pour délibérer sur ses excuses. Ses diligences à ce sujet devront avoir lieu du le délai de trois jourss à partir de la notification qui lui aura été faite de$a nomination; lequel dé lai sera augmenté d’un jour par trois myriamètres de distance du lieu de son domicile à celui de l'ouverture de la tutelle: passé ce. délai, il sera@ non recevable.: Art, 440.| Si ses excuses sont rejetées, il pourra se pour voir devant les tribunaux. pour. les faire admettre; mais il sera, pendant le litige, tenu d’administrer| provisoirement. Art. AT. ; à À S'il parvient à se faire exempter de la tutelle, ‘ceux qui auront rejeté l'excuse, pourront être condamnés aux frais de l'instance.| S'il succombe, il y sera condamné lui-même.: tu bek “Vic ioltanci J£00 LAN el dé fa sut: n técer oser si nille dé à kdl pour À délibére: or Leu à à notifcil à lequel myriant à ceki ki, ils L BeËRX. De, IE HO. Wan devoiedi. âxi Aït. 495. Indien de bendemde voogd bi lit befluits waar bÿ hem dé voogdi wordt opgedragen, tegénwootdig is, zal hij.-dadelik ven op féralfe‘van tot alle-verder be- roep op redenen van, veriéhooning niet ontvankelik té zijn, Zine redenen Van vérichoGning mosten voorftel Jen, waar over de familie-raad zal raadplegen. Art. 439: -'%oo de‘bénoemde voogd bi Het befluit,“‘ivaat Li hem de voogdiÿ wordt opgedragen, niet is tegenwoot- dig geweest; kan hi: den familie- raad doen. bijéénroe. pen, om Over zijne redenen van verfchooning té. raad- plegen. LS: pi e DAT ITTE:; Hat sn| rs Lin aanzoëk tot dit inde moet plaaits-hebbeh bifinen den tijd van drie dagen, te rekenen van den dag; dat de Hendeming ter. zÿher kennis gekomen is; welke td. zal verméerderd worden, met-één.dag voor elke drie mij- riamètres.Cointrent.zes oude Fränfche.mijlen), afftands van ziÿne woonplaats tot die waar de voogdi gevallen. is# ha verloop van dien tijd Zal hi nièt ineër tOt ver- fchooning ontvankelijk Zip:. HEk 2| Atti4o: Zôo ziüne redenen yan verfchooning verworpen Zn. ‘an hÿ Zich bÿ.de regtbauken vervoegén, of die 1e- “denen gesrond te doen verklaren; hÿj zal echter, han- gende het proces, gehouden zijn, middelerwil- de voog- #dij waar te nemeis. n Aït: dati Zoo het hem gelukt, om‘het ontflag van de voogdi te bekomen, zullen de. genen, die\zijne redenen van : Verfchooning verworpen hebben, in de kosten van de inftantie verwezen kunnen worden. Zoo hi in* ongeljk gefteld wordt, zal hi zelf daar in verwezen worden; ô à Ë ee Liv.I. Tir. À. Chap. II. De la tutelle, SECTION Pi. De rincpacté» des exclusions ce destitutions de la tutelle. Art. 442. No peuvent être tuteurs, ni membres des con- seils de famille, °, Les mineurs, excepté le père ou la mère: 2°. Les interdits; 3°. Les femmes, autres que la mère et les as. cendantess 4°. Tous ceux qui ont où dont les père ou mère ont avec le mineur un procès dans lequel l’état de ce mineur, sa fortune, ou une partie notable de ses biens, sont compromis. » Art. 449. La condamnation à une peine afflictive ou infie mante emporte de plein droit l’exclusion de la tu: telle. Elle emporte de même la distitution, dans Je cas où il s'agirait d’une tutelle antérieurement déférée. | Aït. 444. Sont aussi exclus de la tutelle, et même desti tuables, s’ils sont.en exercice, 1°. Les gens d’une inconduite notoire;| 29°. Ceux dont la gestion attesterait l'incapacité ou l'infidélité. Art. 445: Tout individu qui aura été exclu ou desole d’une iutelle, ne pourra être membre d'un conseil de famille, Art. 446 Far bd: mierend de(vo0 ail de realas elle, étution es dés t ou an re et fs! ère où# uel lé: > notibk ve ou if a de la nution, À pntérienn r née ré je Pin y où d e dunt Al , 4, Boeck, À, Tit., II, Hoofaft, Van de voogdij. 219 ZEVENDE AFDEELING. Van de onbeyoegdheid tot, en de uitfluiting en afzetting van de voogdif. N Art. 44% Voogden of leden van den familie-raad mogen niet zijn: 1°, Minderjarigen, uitgenomen vader of moeder; o°, Zi, aan wien het behcer hunner goederen ont- nomen is;“ ere es e Vrouwen, uitgenomen de moeder en vrouwelijke bloedverwanten van de opgaande linies+ 4°. Allen, die zelf, of‘wiér vader of moeder,"met den minderjarigen een proces hebben, waar in de ftaat van den minderjarigen, zijn fortuin, of een aanmerkelijk gedeelte ziner goederen, betrok- ken zijn. Aït. 443. De veroordeeling tot eene liüfftraf, of tot cene infa- merende ftraf, brengt van regtswege de uitfluiting van de voogdiÿj mede. Zïj veroorzaakt zelfs de ontneming van de voogdij,.zoo die aan den veroordeelden te vo- ren was opgedragen. Art. 444: Ook zijn van de voogdi uitgefloten, en kunnen gelfs, zoo zij die voeren, daar van ontzet worden, 1°, De genen, die een notoir flecht levensgedrag houden;: 2°, Zi, die in de waarneming der voogdij hunne onbekwaamheid of ontrouw aan den dag leggen, à Art. 445.| leder, die van de voogdi uitgefloten of daar van ontzet is, kan geen lid zijn van eenen familie-raad. © 3 Aït. 446 14. Live I Ti À Chap IE, De tutilés SK Art. 446 Toutes lés fois qu*j ÿ aura Heu à üne destitu- tion de tuteur, elle sera prononcée par le conseil de famille, convoqué, à la diligence dur, subrogé tuteur, où d'oflice par le. juge. de paix. Celui-ci ne pourra se dispenser de faire cette convocation, quand elle sera formellement requise par un où plusieurs parens‘où alliés du mineur, ag degré de: cousin germain on à des.degrés plus proches. 4 Art: 447. Toute délibération du Conseil dé fartille qui pro- noncera l'exclusion ou la destitution‘du IUGUF,«se. ra motivée, et ne pourra être prise au APXÈS avoit entendu où appelé- tueurs 1 . 448. ..Si-le tuteur re à. la. délibération, il en se- ra fait mention, et le nouveau tuteur:entrerâ aus. sitôt en fonctions. S'il y a réclamation, 18 subrogé tuteur poursui- vrà l’hHômologation. dé la dERb EF Of devant: le tri- ë bünal. de hs instance,“qui Bronofcera sauf l'appel,| Le tuteur exclu où destit tué peut lüi- inême, en ce cas, assigner le subrogé tuteur pour se faire déclarer maintenu en la reliés Art.#P00" _Les parens on alliés qui auront requis la con. vôcatiôh, pourront interveñir dans la. Cause, qui sera instruite et jugée comme affaire urgente: ? S Æ C ji ol u qi I fr bé à V nd tk, e TI. Bock, X,Tik., IT. Hoofdft. Van de voogdij. rs Art. 446, es ne dei … Zoo dikwiüls er grond is om eenen voogd af te zet- le œ ten, Zal daar over geoordeeld worden door den familie- lu, sut raad, tot dat einde, door den toezienden voogd, of ambtshalve door den vrederegter, biééngeroepen. Deze kan zich niet onttrekken deeze bijéénroeping te ire doen, wanneer dezelve behoorlijk verzocht wordt door lent ne één of meer bloedverwanren, of adngehuwde vrienden.van du mi den minderjarigen, tot den graad van vollen neef, of degré} ook in nadere graden beftaande. | Art. 447.;: US Alle befluiten van den familie-raad, waar bij een e‘qui} voogd uitgefloten of afgezet wordt, zullen met redenen (teur,| bekleed mocten zijn, en kunnen niet genomen worden, pis 41 dau na alvorens den voogd gehoord of geroepen te hebben.| | Art. 448, il a+ Indien de vooyd in het befluit berust, zal daar van ntrerd à melding worden gemaakt, en de nieuwe voogd zal da- delijk zijne. bediening aanvaarden. AS Indien‘hij ef zich tegen vérzet, zal de toeziende et voogd de bekrachtiging van het befluit bij de regtbank Van ki van. de eerfte inftantie verzoeken, die daar over'uit» oficerd# fpraak zal doen, behoudens hooger beroôcp,: De voogd, die uitgefloten of afgezet is, kan, in dit éme geval, Zelf, den toezienden voogd doen dagvaarden, ten rs fi ginde in de voogdÿ gehandhaafd te wordén. Art. 449, De bloedverwanten of aangehuwde vrienden, die de us la en bijéénroeping gevorderd hebben, kunnen zich in. dé ji o zaak voegen, welke behandeld en uitgewezen zal Wors ER| den, als eene zaak, die dringenden fpoed vereischt. O 4 ACHAT si à K axé Li. Tir À Chap. IL. De la tutelle. SECTION VII. De Padministration du tuteur. Art. 450 Le tuteur prendra soin de la personne du mi neur, et le représentera dans tous les actes civils, Ïl administrera ses biens en bon père de famille, et répondra des dommages-intérêts qui pourraient tésulter d'une mauvaise gestion. 14° Il ne peut ni acheter les biens du mineur, ni les prendre à fermé, à moins que le conseil de famille “ait autorisé Le subrogé‘tuteur à lui en Pas bail, ni accepter la cession d’aucun droit ou créan ce contre son sense: Art. 451. : Dans. les dix jours qui suivront celui de sa no- mination, dûment connue de lui, le tuteur requer- ra la levée des scellés, s'ils ont été apposés, et fera procéder immédiatement à l'inventaire dés biens du mineur,‘en présence du subrogé tuteur. "S'il lui est dû quelque chose par le mineur, ïl devra le déclarer dans l'inventaire, à peine de dé: chéance, et ce sur la réquisition que l'officier pu- blic sera tenu de lui en faire, et dont mention se “a faire au| progès-- verbal.% - Art. 452: * Dans le mois qui suivra la clôture de l'inventai. re, le tuteur fera vendre, en présence du subrogé tuteur, aux enchères recues par un officier public, et après des affiches où publications dont le pro- cès- verbal de vente fera mention, tous les meu- BR. bles ziende Opènbs pla ces L ti ele, ne due es Cik de far pourrai ur, nil de famil en pit ou crèd de sa 10 Ut fequA pposes! s dès bi ne. ineur,| ne de d ficier pu jention$ ;|'inveni du subr cjer publ dont ke F us Les 1 ACHTSTE AFDEELING. Fan-het befluur van den v00g4, Art. 450, De voogd zal voor den perfoon van den minderjari. gen zorg drageu, en denzelvén in alle civiele hande. lingen vertegenwoordigen.! Hi zal Zzijne goederen befturen, zoo als het cen goed huisvader past, en verantwoordelÿk zijn voor de ichaden en interesfen| die uit eene verkeerde handel- Wiÿze zouden kunnen voorvloeiïjen. a Hi kan de goederen van den minderjarigen noch koopen, noch huren, ten ware de familie-raad den toezienden voogd gemägtigd heeft, om met hem eene huur-cedul daar. van aan,te gaan, noch ook de over. dragt van eenig regt, of infchuld op, zinen pupil, aan hemen, 2 MES vETIS; Le Le 4{5 Binnen de tien dagen, op zijne benoeming volgen- de, na dat dezelve behoorlÿk ter züner kennis ge- komen is, zal de voogd de ontzegeling der goederen, Zoo die verzegeld zijn geworden, vorderen, en dade- lÿk de goëderen van den minderjarigen, in tepenWoor- Migheid van den toezienden voogd, doen inventariferen. Indien de minderjarige hem ïets verfchuldigd. is. moet hÿ zulks bij den inventaris opgeven, op ftrafle van zijne fchuldvordering te verliezen, en zulks op de -ganvrage, Welke de openbare ambtenaar verpligt zal Zijn hem deswegen te doen, en waar van in het proces. verbaal melding zal worden gemaakt, : Art. 459. . Binnèn eene maand na het fluiten van den inventa- ris, Zal de voogd, in tegenwoordigheid van den toe- zienden voogd, bij verhooging of opflag, door eenen Openbaren amb'enaar aan te nemen, en na gedane aanplakkingen. of afkondigingen, waar van in het pro- ces- vérbaal melding zal worden gemaakt, alle de re: rende‘gocderen‘doen verkoopen, behalve‘die gene; 159 O0$ wels °æ m8 Liv. Tin X. Chaps Al. De la tutélles bles autres que ceux que le conseil de famille l'aurait autorise à Conserver en nature. Art. 453. Les pèrè et mère;‘tant qu'ils ont la jouissance propre et légale des biens du mineur, sont dispen- sés de vendre les meubles. s'ils préfèrent de les garder pour les. remettre en nature.| Dans ce cas, ils en feront faire, à leurs frais, une estimation à juste valeur, par‘un expert qi gra nommé par le subrogé tutéür€t prétèra ser: ent devant le jugé de paix. Ils rendront la va leur estimative de ceux des méubles qu'ils ne pour: raient représenter.en.nature. Art. 454: Lors de l'entrée en exercice de toute tutelle, autre que celle des père ect mère, de conseil dé famille réglera par aperçu, et selon l'importance des biens régis, la somme à laquelle pourra s’èle- ver la dépense annuelle du mineur, ainsi que celle d'administration de ses biens. 72 Le même acte spécifiera si le tuteur est autorisé à s’aider, dans sa gestion, d’un ou plusieurs ad- ministrateurs particuliers, salariés, et gérant sous$a responsabilité. Aït. 455. Ce conseil déterminera positivement la, somme À liquelle commenceta, pour le tuteur, l’obligation d'employer l’excédant des revenus sur la dépense: cet emploi devra être fait dans le délai de six mois, passé lequel le vuteur devra les intérêts à défaut d'emploi.| ‘Art, 456. Si le tuteur n’a pas fait déterminer par le co- seil de famille la somme à laquelle doit commen ne 1] pale qe DE D\ der go ba, guet pad M derel door€ al à gro uen ford aeik dt Louise Sont dise rent de! leurs{x exp prêt dront h1 ilS ne pi te tut conseil importa urra S* que cel est QUO Jusieur 4 ant SON |. SOI Pobligi a dépéi jélai& sg intl par kt joit con I. Boëk, X, Tit. IT. Hoofafh Vande véosdij, 919 welke de familie raad' hem gemagtigd fhecft 47 réruwræ te. bewaren., Art. 453: De vader en moeder, z00 lang zÿ zelve het genot der goederen van den minderjarigen volgens de wet hebs ben, zÿn vrügetteld, yan het_verkoopen der roerende gocderen, 200 zÿ verkiezen dezelve te bewaren, om 2e hadethand in zauru te tug te géven. In dit geval zullen‘zÿ, ten hunnen kosten, die soc deren naar derzelver opregte Wwaarde doën‘waardeten door eenen deskundigen;.die door den toezienden voogd zal benoemd worden, en de deugdeiÿkheid zÿner.be. grooting voor den vrede-regter zal beëedigen. Zi zullen de begroote waarde van zoodanige gocderen, wels ke‘zÿ niét 27 mature Kunnen oplevéren, môeten vol- doeñ. ss A Art. 454 Bi het aanvaarden van eike voosdiÿ, uitgenomen die, welke door vader ên moëder gevoerd wordt, zal de familie” raad,‘naar‘eénen. Overilag, én naar de aangelésenheid def soëéderen, 4e béffüurd moeter worden, het belcop der fomme, welke:de mindetjarise jaarlÿks Zzal kunnen verteeren, gelijk. ook de kostem Voor de beheering zijner goederen, bepalen. Dezelve acte zal ook bepalen, Of de voogd gemagtigd is, om in ,Zijne beheeting één of meer bijzondére-loôn: trekkende adminiftrateurs, die alles onder Zïjne veranté woordélÿkheid-verrigten, bij zich tot medehelpers. te. ñemeit . 1 À At. 4554 “Deze familié-rdad Zzal fléllig bepalen, hoe groot de fomme moect zijn, welke den voogd ondet de verpligtine telt, om het geen van de. inkomften, na aftrek der verteering, Overichiet, ten nutte van den iminderjarigen æ moeten belcégen: déze bclégging Zal Mmoeten gedaan, Wotdeñ bitinen den tijd van zes maanden, na verloop” vañ Welken'de Voogd, die selden niet belesd hebbendè dé renten daar-van zelf zal verfchuldigd zïÿn, eu Art. 456: Zoo de Voèsd-doot den familie=raad niet heeft doen” 3 + È bepaleg de fomme, met welke het belesgen moet begin- nf 3 “ nen, * À [uno Lin E Ti X. Chap. EL. De a tutélle. cer l'emploi, il devra, après le délai exprimé dans Varticle précédent ,' les intérêts de toute somme non employée; quelque modique qu'elle soir. Art. 457: Le tuteur, même.le père ou la mère, ne peut emprunter pour le mineur, pi aliéner ou hypothé- quer ses biens immeubles, sans y être autorisé par un conseil de famille. Cette autorisation ne devra être accordée que pour cause d’une nécessité absolue, ou d’un avan- tage évident. Dans le premier cas, le conseil de famille n’aC- cordera son autorisation qu'après qu'il aura été constaté, par un compte sommaire présenté par le tuteur, que les deniers, effets mobiliers et re- venus du mineur sont insuffisans. Le conseil de famille indiquera, dans tous ne cas, les imimeubles qui devront être vendus de préférence, et toutes les conditions qu’il jugera utiles. . 458.\ Les délibérations du conseil de famille relatives à cet objet, ne seront exécutées qu'après que le tuteur en aura demandé et obtenu l’homologation devant le tribunal de première instance, qui y statuera en la chambre du conseil, et après avoir entendu le procureur impérial. Art. 459. F” La vente se fera publiquement, en présence du subrogé tuteur, aux enchères qui seront reçues par un membre du tribunal de première instance, Où par un notaire à ce commis, et à la suite de trois affiches apposées, par trois dimanches consé- cutifs, aux lieux accoutumés dans le çanton. “ ind | Che- elle, primé du Ne Son Si, 6, Eh. tre au cordéey d'un a aille 1 Il au résenté 1 iliers et ns tousk vendus qu'il ju le rehti és que 1ologatioi , qi} ès avql résence d ont éli re instant la suite À ches co anton, ( ?, Bock, X, Tit.s ÎL, Hoofdft. Van de voogdif, nen, Zal hÿ, na den td, bi het vorige Artikel be- paald, de renten van al het geld, het welk hij niet belegt, hoc wWeiñig hetzelve ook wezen fhoge, vér- fchuldigd zijn. - Aït. 457. + De voogd, zelfs de vader of moeder, kim ten be: hoeve van den minderjarigen geen geld opnemen, noch zijne onroerende goederen vervreemden Of verpanden, zonder daar toe door eeñnen familie- raad geautorifeerd te zijn. Ci Aus Deze autorifatie moet niet verleend worden, dan üithoof. de eener volftrekte noodzakelikheid, of een klaarblijkend voordeel. In het eerfte gevals zal de familie-raad geene auto- rifatie verleenen, dan nà dat bij eene fummiere reke- ning, ten dien einde door den: voogd overgelegd, be: wezen is, dat de gelden, roetende goederen, en in- komiten van den minderjarigen ontoereikende zijn. De familie-raad zal, in allen gevalle, de onroerende goederen aanwijzen, die bij voorkeur moeten verkocht worden, als mede alle de voorWwaärden, welke hij noos dig zal vordeelen. - Art, 458. De befluiten van den familie-raad, betrekkelik dit onderwerp, zullen niet ten uitvoer worden gebragt, dan na dat de voogd de goedkeuring van de regtbank der eerfte inftantie ten dien einde verzocht en bekomen heeft, die daar over in de raadzaal, en na den Pro- cureur des Keizers gehoord te hebben, uitfpraak zal doen. ba. 58 Art.; A394 De verkooping zal gefchieden in het openbaar, in tegenwoordigheid van den toezienden voogd, en zulks bÿ verhooging of Opflag,. door een lid van de rest- bank van de eerfle inftantie, of door eenen notaris» ten dien einde benoemd, aan te nemen, en na dat, op drie achteréénvolgende zondagen, op de gewone in het canton, daar van drie aanplakkingen zin gedaane: EIk he 58 Li. LoTh SX Chof 11: Dé la tutelle A Chacune de ces affiches sera visée et certifié par le maire des comniunes où ellés auront‘été + Art;. -Les formalités exigées par! les artièles 457€ 458, pour l'aliénation des biens du mineur, ne s'appliquent point au cas où un jugement aurait ot: donné la licitation sur la provocation d'un COpro: priétaire par indivis. Seulement, et en ce cas, la licitation ne pour se faire que dans la forme prescrite par l’artielé précédent: les étrangers y seront nécessairement ad- mis. Art. 461: Le tüteuür né pourra accepter ni répudier üne succession échtie a mineur, sans une autorisation préalable du conseil de famille, L'’acceptaion n'a- ra lieu que soùs bénéfice d'inventaire.) Art. 462. Dans le ças où Ia succession répudiée au nom du mineur n'aurait pas été acceptée par un autre, elle pourra être reprise soit par le tuteur, autorisé à cet effet par une nouvelle délibération du conseil de famille, soit par le mineur devenu majeur, mais dans l’état. où elle se trouvera lors&e la reprise, et sans pouvoir attaquer les ventes et autres actés qui auraient été légalement faits durant la vacance. Art. 463. La donation faite au mineur ñe pourra être at: ceptée par le tuteur qu'avec l’autorisation du con- -seil de famille, Elle aura, à l'égard du mineur, le même effet “qu’à l'égard an majeurs Art, 46. \ETNO fal 2 den V folie. ga, 1 gel[ln aalren gi en de et kinne Ft din w té Vi 2j &rolg ll A f À tel},| et cer auf oi| le 45 Mineur, taurikt| d'un cu | ne-W par l'it rement judiet|! utorisatl Lion ni e qù 1 un aus hi con eut, Mi a reprist jtres act } Vacance fa Etre 1 on du dl méme d Arr 4 Z, Bock, X. Tit., IT. Hoofdf. Wan de voogdij. snët EIk dezer aanplakkingen zal gevifeerd en gecertifi- ceerd worden door den Maire der gemcenten, in wel- ken zij gedaan Zin, Art. 460, -De formaliteiten, bij Art. 457 en 4358 gevorderd, tot: de vervreemding der goederen van den minderjarigen, zijn niet toepasfelÿk op. het geval, dat bij een vonnis, op aanhouden van één der onverdeelde mede: eigenaars, de verkoéping bevolen was. Alleenlijk zal de verkooping, in Zzoodanig geval;: niet anders mogen gedaan worden, dan op de wize,, bÿ het vorige Artikel bepaald: vreemden moeten ook, tot die verkooping toegelaten worden.. Art 461. Een voogd kan eene erfenis, op den minderjarigen vervallen, noch aanvaarden, noch verwerpen, zonde” voorafgaande autorifatie van den familie-raad, Le: sanvaarding Zzal geene plaats hebben, dan onder bene-. ficie van inventaris,: Art. 462. In geval de erfenis, die namens den minderjarigen verworpen is, door een ander niet aanvaard wordt, Zal ziÿj weder aangenomen kunnen worden, het zÿj door den voogd, daar toe bij een nieuw beflwit van den familie-raad geautoriféerd,‘het zij door den minderjaris gen, meerderjarig geworden zijnde, echter in zoodani- gen flaat, als zi zich op het tiüdftip, dat zÿ, weder aangenomen wordt, bevindt. en zonder de verkoopin- gen en andere handelingen, die, gedurende den tijd dat die erfenis open ftond, wettiglijk gefchied zijn, te kunnen betwisten.|- ‘ Art. 463.* : Éene gifte, aan den minderjarigen gedaan, kan door den voogd niet worden aangenomen, dan op autorifa- tie van den familie- raad.- CE TEA Zi zal, ten opzigte van den minderjarigen, dezelfde gevolgen hebben, als ten opzigte-van den meerdérjd- rigen, si Ms"Aït 466: ta Liv. L Tir, X. Chèp. IL De la Putelles Aït 464. Aucun tuteur ne pourra introduire eñ justice une action relative aux droits immobiliers du mi: neur, ni acquiescer à°tine demande relative aux mêmes droits, sans l’autorisation Et somsell de fa. mille. Art. 46£: La même autorisation sera nécessaire au tuteur. pour provoquer un partage; mais il pourra, sans cette autorisation, répondre à une demandé er partage dirigée contre le mineur: Art. 466: Pour obtenir à l'égard du mineur tout l'effet qu’il aurait entre majeurs, le partage devra être fait en justice, et. précédé d'une estimation faite par experts nommés par le tribunal de première instance du lieu de l'ouverture de li succession_: Les experts après avoir prêté devant le prési: dent du même tribunal ou autre juge par lui dé- légué, le serment de bien et fidèlement remplir leur mission, procéderont à la division des hérita- ges et à la formation des lots, qui seront tirés au sort, et en présence soit d'un membre du tribu- nal, Soit d’un notaire par lui commis, lequel fe: fa“la délivrance des lots. Tout autre partage ne sera considéré que com. ne provisionnel, Art. 467: Le tuteur ne pourra transiger au nom du mi- neut, qu'après y avoir été autorisé par le conseil de famille, et de l'avis de trois jurisconsultes dé- signés par le procureur impérial au tribunal de première. isrance,: LS À N: a (A| hnder let bin le Ji cen À vs\ JO bnoe [ à telles:: a| ju ets ï relie y nsell&} et OUT,@ der à tout léfe mation He e pren jécessioi nt Je prà ur lui À ent tem) des hi ont tin do ü lequel À que cé a dus le co sols À riburd Ï. Boëk, X. Tit,, IT. Hoofdff, Wan de voogdiÿ, 92% Art. 464.| Geen voogd mag eene actie aanlesgen, betrekkelijk de cnroerende regten van den minderjari isen, noch ook be- rusten in eenen eisch, tot dezelve_ rekkelijk Ê zone de autorifatie van den familie- rad. Art. 465. Deze autotifatie heeft de voegd ook noodig om eëne fcheiding of verdeeling te eifchen 3. doch hij kan. zondet deze‘autorifarie, antwoorden op eenen eisch tot vers deeling, tegen eenen minderjarigen gedaañ, Aït. 466. Om, met betrekking tot den minderjarigen, alle ge. volgen te bekomen, die tusfchen meerderjarigen plaats hebben, zal de verdeeling geregtelijk smocten gefchie. den, en voorafgegaan worden door eene begrooting van deskundigen, daar toe bi de regtbank van de eerfte inftantie, ter plaatfe waar de erfenis gevallen is, be- noemd. Deze deskündigen zullen, na alvorens den eed in handen van den prefident van dezelve regtbank, of vañ cenen anderen regter, door hein daar toe benoemd, te heb. ben afgelegd, dat zij hunnen post wel en getrouwelijk zullen waarnemen, tot de verdeeling van de erfenis, en de bepaling der loten overgaan,‘zuliende die loten in tesenwoordigneid, het Zi van een lid van. de rect- bank, of van ecnen notaris, door denzelven benoemd, die dezelve zal uitdeelen, getrokken worden. Allc andere vérdeching wordt niet randers aangemerkt, dan als bij provifie gedaan te nr. ; Art. 467 De voogd zal geene transactie namens den minder. jarigen mogen aangaan, dan na daar toe alvorens door den familie- raad geautoriferd te zijn, en op het ad- vis van drie re otseclecrden, daar toe door den Procu- reur des Keizers bij de regtbank van de cerfte inftantie benoemd. L DEEL, ne ed. De tm em 6‘Li, 1 Din À, Chap: II. De la tutelle, La transaction ne séra valable qu’autant qu’elle oura été homol oguée par le tribunal de première instance, après avoir entendu le procureur impé« rial. Art, 468. Le tuteur qui aura des sujets de mécontentement graves sur la conduite du mineur, pourra porter ses plaintes à un conseil de famille, et, s’il y est au- corisé par ce conseil, provoqüer la reclusion du ininieur, conformément à ce qui est statué à ce sujet au titre de l@ puissance paiernelle. SECTION ZX. Des comptes de la tutelle. Aït. 469. Tout tuteur est comptable de sa gestion lorse w’elle finit. Aït, 470. Tout tuteur, autre que le père et la mère, peut être tenu, même durant la tutelle, de remettre a rh os tuteur des états de situation de sa gestion, aux époques que le conseil de famille aurait jugé à propos de fixer, sans néaimoins que.le tuteur puisse être astreint à en fournir plus d’un chaque année.; Ces états de situation seront rédigés et remis, sans frais, sur papier non timbré, ct sans aucune formalité de justice. / Art. 471. Le compte définitif de tutelle sera rendu aûx dépens du mineur, pris il aura atteint sa majorité où obtenu son émancipation. Le tuteur en avance- ra les frais. On fe qu| fig À hi da tente ao san 4 el], CUT i nt qu : Dremk Ur im ntenter porter à Yes lusion à Né à on lof ète, ju eme 47 a gesit irait[us Le taxe Jn cha et fell ns AUCU rendu a mil en ay I. Bock, X, Tir, II, Hoofdfli Van de foogdij. 9° De transactie Zal alleenlijk van waarde zïjn, wanneer x door de regtbank van de eerfle inftantie, na daar over den Procureur des Keizers gehoord te hebben, bekrachtigd is, Att. 463. Een voogd, die zware redeneñ van misnoegen heeft over het gedrag van den minderjarigen, zal zijn be- Kklag kunnen doen aan cenen familie-raad, en, bialdiem bij daar toe door derizelven wordt geautorileerd, de de- tentie van-den minderjarigen kunnen vorderen, over: eenkomitig het geen ten dien opzigte, in den‘Litel van de vaderlijke magt, bepaald is. NEGENDE AFDEELING. Van rekening en verantwoording der voogdife Aït. 469. Elke voogd is, bij het eindigen der voogdij, ver. pligt tot het doen van rekening en verantwoording. Art. 470. Eîlke voogd, beéhalve vader en moeder, Kan ook verpligt worden, zelfs sedurende den loop:der voog. dij, om aan den toezienden voogd eenen ftaat van zij- ne verrigtingen ter hand te ftellen, op zoodanige tijden, als de familie-raad noodig zoude mogeu oor- deelen te bepalen, zonder dat nogtans de voogd kan gnoodzaakt worden, om zulks meer dan éénmaal in het jaar te doen. Deze ftaten zullen opgemaakt en overgeleverd wor- den, zonder daar voor eenige Kasten te mogen bere- kenen, op ongezegeld papier, en zonder cenige forma lteit van regten. Aït. À7X De definitive voogdij-rekening zal gedaan worden ten kosten van den minderjarigen, wanneer hij zijne meerderjarigheid bereikt, of ziüne emancipatie bekomen zal hebben, De voogd zal daartoe de kôsten voor- fchieten,; P° Men : J à' ase Liv. I. Tir. X. Chap. IL. De Ta tutelle. On y allouera au tuteur toutes dépenses suffisam< ment justifiées, et dont l’objet sera utile. | Art. 470. ee Tout traité qui pourra intervenir entre le tuteur et le mineur devenu majeur, sera nul, s’il n’a été précédé de la reddition d’un compte détaillé, er de la remise des pièces justificatives: le tout con- staté par un récépissé de l’oyant-compte, dix jours au moins avant le traité. Art. 473. Si le compte donne lieu à des contestations, el- les seront poursuivies er jugées comme les autres contestations en matière civile. Aït. 474. La somme à laquelle s’élevera le reliquat dû par le tuteur, portera intérêt, sans demande, à comp- ter de la clôture du compte. Les intérêts de ce qui sera dû au tuteur par le mineur, ne courront que du jour de la sommation de payer qui aura suivi la clôture du compte. Aït. 475: Toute action du mineur contre son tuteur, rela- tivement aux faits de la tutelle, se prescrit par dix ans, à compter de la majorité. C H À: Le tra » ere l tk étaill,# TOUL co dix jun tions, 4 les aus pa à COM: x pur À om pie, r, th par Ÿ ZX Bock, À. Tit., IL. Hoofäf. Van de voogdij. 229 Men zal daar in aan den voogd goeddoen alle voor. {chotten, die behoorlÿk bewezen zijn, en een nuttig doel hadden. Art. 472. Elke handeling, die tusfchen den voogd en den min- derjarigen, meerderiarig geworden ziÿnde, plaats zoude mogen hebben, zal nietig zÿn, ZOO niet vooraf door den voogd eene omftandige rekening en verantwoor- ding, met overlegging der noodige bewisftukken, ge daan is: van dit alles moet blijken door eene fchrif. telijke erkentenis van den geen, aan wien de rekening gedaan is, ten minften tien dagen voor de handeling afgegeven,| Art. 473. Zoo deze rekening en verantwoording posten in- houdt, die betwist worden, zal het gefchil deswegen behandeld en uitgewezen worden, even als alle andere gelchillen in civile zaken. Art, 474 Het flot van de rekening en verantwoording, door den voogd verfchuldigd, zal, zonder dat zulks geëischt wordt, renten geven van den dag af, dat gemelde re- kening gefloten is. S ‘De renten van het geen de minderjarige aan den voogd fchuldig blift zullen niet loopen, dan van den dag der fommatie tot betaling, na het fluiten van de rekening en verantwoording gedaän, ; Art. 475. Allé actie van den minderjarigen tegen zijnen voogd, betrekkelijk de verrigtingen der voogdij, verjaart met Hd jaren, te rekenen van den dag der mecrderjarig: Cie D E R- Us + æ | pl »«4 ce 250 Liv. 1. Tir, X. Chap. IT. De l'émancipation CHAPITRE; M De l'émancipation. Art. 476. Le mineur est émancipé de plein droit par le mariage. Art, 477. Le mineur, même non marié, pourra être éman- cipé par son père, ou, à défaut de père, par sa mère, lorsqu'il aura atteint l’âge de quinze ans ré- volus. Cette émancipation s'opérera par la seule déch. ration du père ou de là mère, reçue par le juge de paix assisté de son greflier. Art. 478. Le mineur resté sans père ni mère pourra aussi, mais seulement à l’âge de dix-huit ans accomplis, être émancipé, si le conseil de famille l'en juge capable. ds En ce cas, l'émancipation résultéra de la délibé- tation qui l’aura autorisée, et de la déclaration que le juge de paix, comme président du conseil de famille, aura faite dans le même acte, que le ni- peur est émancipé. Art. 479, Lorsque le tuteur n'aura fait aucune(diligence pour l’émancipation du mineur dont ïl est parlé dans l’article précédent, et qu’un ou plusieurs pa- rens ou alliés de ce mineur, au degré de cousin germain ou à des degrés plus proches, le jugeront capable d’être émancipé, ils pourront requérir le juge | 4 | 1 î : 4 ? . talon Z. Bock, X. Tit.Il. Hoofdf. Van emancipatie, enz. 231 DERDE HOOFDSTUK. Van emancipatie, of ontflag uit de magt van ouders of voogden. Art. 476. it par\ De minderjarige wordt van regtswege, door het aan- | gaan van cen huwelik, geémancipeerd,| Aït, 277: tre ém Een minderjarige, zelfs. die ongehuwd is, kan door 6, pus zinen vader,| of, bÿ outbreken van den vader, door de moeder, geëmancipeerd worden, wanncer hij volle on viftien jaren bereikt heeft.| nn.‘Deze emancipatie gefchiedt door de enkele verklaring le déch van den vader of moeder, door den vrede-regter; in r le jus het bijwezen van deszelfs griffier, opgemaakte Art. 478: LEA De minderjarige, zonder vader of moeder achtergeble- 1 ASS! ven zinde, kan ook, wanneer hi flechts den vollen ccompli ouderdom van achittien jaren bereikt heeft| geëmanci- d'y peerd worden, zoo de familie-raad hem daar toe be- kwaam oordeelt, 1 In dit geval, zal de emancipatie volgen uit het b£= à délibr: De. Ë fluit, waarbiÿ dezelve wordt toegeflaan, en uit de ver« ton qe klaring van den vrede-regter, als prefident van den onsel d familie-raad, bij dezelve acte gedaan, dat 4e nine@e ue le jige geëmancipeerd is. j Aït. 470. Wanneer de voogd geen aanzosk gedaan hecft, om diet den minderjarigen, van wien in het vorige Artikel ge- est jé fproken is, te emanciperen, en één of meer blocdver- sieurs wanten, of aangehnwde vrienden van den minderjarigen,, de co in den graad. van vollen neef, of ook in eençn naderen . grand beftaande, denzelven bekwaam,: om e ju geëmancipeerd te worden, kunnen zij den vréde-regter requéri à P 4 ver* h % o9o Liv. 2. Ti. À. Chap. III. De l'émancipation. juge de paix de convoquer le conseil de famille pour délibérer à ce sujer. Le juge de paix devra déférer à cette réquisi. tiol: Art. 480. Le compte de tutelle sera rendu au mineur émancipé, assisté d’un curateur qui lui sera nom- mé par le conseil de famille, Art. 481. Le mineur émancipé passera les baux dont k durée n’excédera point neuf ans; il recevra ses revenus, en donnera décharge, et fera tous les actes qui ne sont que de pure administration, sans être restituable contre ces actes dans tous les cas où le majeur ne le serait pas lui-même, Art. 460, Ï ne pourra intenter une action immobilière, ni y défendre, même recevoir et donner décharge d’un capital mobilier, sans l’assistance de son curateur, qui, au dernier cas, surveillera l’emploi du capital reçu. … Art. 483, Le mineur émancipé ne pourra faire d'emprunts, sous aucun prétexte, sans une délibération du con- seil de famille, homologuée par le tribunal de pre. mière instance, après avoir entendu le PTOCUICUS impérial, Art. 484. Il ne pourra non plus vendre ni aliéner ses ime meubles, ni faire aucun acte autre que ceux de pure admiri istration, sans observer les formes pre- Scrites au mineur non émancipé, | A pi je dj À alim, de fui a ni S6ra nu x dont! "ecevra{ | tous À ation, si us les à ilière,! age dl curateu du ci mMpTUNS à du cal al depr procuts er ss », çeutt ormes!* F. Boek, XTit,, LIT. Hoofdft. Vunemancipatie, enz, 937 verzoeken, om den familie-raad bijeen te rocpen, ten einde daar over te raadplegen.: De vrede-regter zal aan dat verzoek moeten voldoen, Art. 480. De rekening en. verantwoording van de voogdi zal aan den minderjarigen, die. geëmancipeerd is, met adf. ftentie van eenen curator, aan hem door den familie- raad stoegevoegd, gedaan worden, : Art. 48f, De minderjarige; die geëmancipeerd is, mag huur-con: tracten aangaan, mits niet langer dan voor negen jaren; hiÿ zal:ziÿne inkomften ontvangen, en daar voor kwi- tantie geven, en zal alle daden mogen verrigten, die alleen de zuivere adminiftratie betreffen, Zonder tegen deze daden eenigzins in zijn geheel herfteld te kunnen wor- den, in alle die gevallen, in welken de meerderjarige gelf niet herfielbaar zijn zoude. Art. 482. Hiÿ zal geene actie ,! betreffende onrocrende gocderen, mogen aanleggen, noch zich tegen dezelve verzetten, zelfs geen kapitaal van roerend goed mogen ontvangen noch daar voor kwitantie geven, zonder bijftand van zijnen curator, die, in het laatfte geval, zal zorgen; dat het ontvangen kapitaal behoorlik belegd worde. Art. 483. De minderjarige, welke geëmancipeerd is, mag gecne geldleeningen doen, onder welk voorwendfel ook, zon- der toeltemming van den familie-raad, door de régtbank van de eerfte inftantie, na daar over den Procureur des Keizers gehoord te hebben, bekrachtigd. Aït, 484 Hij zal ook zijne onroerende goëderen niet mogen verkoopen, noch vervreemden, noch eenige andere daad verrichten, dan die van zuivere adminiftratie, zon- der dat hij daar bij in acht neme de formaliteiten, aan eenen minderjarigen, die niet geëmancipeerd is, voorge- Îchreyen, pa Ps Fe Ten LL es4 Liv. L Tite X, Chap‘LIT, De l'émancipation, A l'égard des obligations qu’il aurait contractées par voie d’achats ou autrement, elles seront rédue. tibles en cas d’excès: les tribunaux prendront 4 ce sujet, en considération, la fortune du mineur la bonne ou mauvaise foi des personnes qui auront contracté avec lui, l'utilité ou linutilité des de. penses. Art. 485. Tout mineur émancipé dont les engagemens au. aient été réduits en vertu de l’article précédent pourra être privé du bénéfice de l'émancipation, laquelle lui sera retirée en suivant les mêmes for-: mes que. celles qui auront eu lieu pour la lui con. férer.| Art. 486. Dès le jour où l'émancipation aura été révo- quée, le mineur rentrera en tutelle, et y restera . 94 e e°. jusqu’à sa majorité accomplie. Art. 487. Le mineur émancipé qui fait un commerce, est réputé majeur pour les faits relatifs à ce com- merce.| 134 Tel gi N cils gui gft à jai Fe ange EX spa de| Acibais : Conti ÉTON ré; )rendron, du te Qui a lité de gemens: précéd NCipatl mêmes| k hi e été tyIN lerce,| € q # I. Boek, X. Tit., LUI, Hoofafi. Vanemancipatie, enz. 235 Ten opzigte der verbindtenisfen, welke hÿ, bij wege van koop of anderzins, Zoude mogen hebben aange- gaan, deze Zzullen vernietigd kunnen worden, büaldien zÿ buitenfporig Zi: de regtbanken zullen ten dien op. zigte in aanfchouw nemen het vermogen van den min» derjarigen, de goede of kwade trouw der genen, die met hem gehandeld hebben, en het nut of de nutteloos- heid der uitgaven. Art. 485: Een minderjarige, die geëmancipeerd is, en wiens aangegane verbindtenisfen, uit krachte van het Vorige Artikel, zijn te niet gedaan, kan van het voorregt der emancipatie ontzet worden, het welk hem zal ontno. men worden, met in achtneming van dezelfde formali. teiten, die bij het doen der emancipatie hebben plaats gehad.+ Art. 436. Van den dag af, dat de emancipatie is ingetrokken, zal de minderjarige onder de voogdij te rug komen, en daar onder blijven, tot dat hij ziÿjne meerderjarigheid ten vollen bereikt zal hebben.| Art. 487.: . De minderjarige, die, geëmancipeerd ziïnde, koop- handel drift, wordt geacht meerderjarig te zijn in alle bandelingen, tot dien koophandel betrekking hebbende, Li 236 Liv. Z Tir, XL Chap. LL De le majorité, DELT-R E XL DE LA MAJORITÉ» DE L’INTERDICTION, ET DU CONSEIL JUDICIAIRE: [Décrété le e9 Mars 1803. Promulgué le 8 Avril] CHAPITRE_L De la majorité. Art. 488. La majorité est fixée à - mariage. CH PTT RE De Pinterdiction, Art. 489. Le majeur qui est dans un état habituel d’imbé- cillité, de démence ou de fureur, doit être inter- dit, même lorsque cet état présente des intervalles lucides, Art. 490. T out parent est recevable à provoquer l’interdic- tion de son parent. Il en est de même de l’un des époux à l’é égard de l’autre. Art. 491. D à vingt-un ans accomplis: a cet âge on est capable de tous les actes de la vie civile, sauf la restriction portée au titre 4 JDk y\ TEA ET d le 2conms tes del titre l | d'il dtre int interval : { inter Aït, d) Z, Bock, IX. Tir, L Hoofdfi. Van meerderjarigheid. 28 ELLE DB: TL T:E fanie_. De regthank zal gelasten, dat de famielie-raad, te on IV! zamengefteld op de wijze, bi de vierde Afdecling van Lai fut het tweede Hoofdftuk van. den Titel v7x minderjarig. lé| heid, voogdij en emancipatie bepaald, deszelfs gedach- Re ten opgeve omtrent de gelteldheid van den perfoon, Ce ever wien Curatéele verzocht wordt. Aït. 405. e nf\ ae+; ë + H Zÿ, die curateele verzocht hebben, kunnen geene le- ; CEpé den van den familie-raad Ziÿn: nogtans kunnen de man eh of vrouw, en de kinderen van den geen, over wién cu- pourri rateele verzocht wordt, daar bij toegelaten worden, e zonder eene raadplegende ftem te hebben, Att. 496, amille, De regtbank, het begrip van den familie. raad inge- : le) Fo à re jambet-‘wonnen hebbende, zal den verweerder in de raadzaal L inter ondervragen; Z00 hij aldaar niet komen kan, zal bij in | conf ziÿne wWoning door één der resters, tot dat einde be- pi: noemd, in bijwezen van den griffier, ondervraagd wor- Je pro den. In alle gevallen zal de Procureur des Keizers bÿ 'e. de ondervraging tegenwooïdig zijn, Art. 4j..| Art. 497° o4o Liv Z. Tir, XI. Chap, IT, Dé l'interdiction: Art. 497. Après le premier interrogatoire, le tribunal com: mettra, s’il y a lieu, un administrateur provisoire, pour prendre soin de la personne et des biens du défendeur, Art. 498. Le jugement sur une demande en interdiction, ‘ne pourra être rendu qu’à l’audience publique, les parties entendues ou appelées. ù Art. 499. En rejetant la demande en interdiction, le tribu: nal pourra néanmoins, si les circonstances l'exigent, ordonner que le défendeur ne pourra désormais plais der, transiger, emprunter, recevoir un capital mo: bilier, ni en donner décharge, aliéner, ni grever ses biens d’hypothèques, sans l'assistance d’un con seil qui lui sera nommé par le même jugement,| Aït. 500. En cas d'appel du jugement rendu èn première instance, la cour d’appel pourra, si elle le juge nécessaire, interroger de nouveau, ou faire interro- cer par un commissaire, la personne dont l’inter-| Fa) 2” a diction est demandée, Art. 501: Tout arrêt où jugement portant interdiction, où nomination d’un conseil, sera, à la diligence des demandeurs, levé, signifié à partie, er inscrit, dans les dix jours, sur les. tableaux qui doivent être aflichés dans la salle de l'auditoire et dans les études des notaires de l'arrondissement,: Aït. 802. “diclu butial tt prove S bien: nterdicin 1bliqué,| ,leti l'exigt rois fl apiul 8 ni gi 'nw gemen ñ pros Ile kw re in ont l'in diction, ligence et in qui dif et dant Aït.! d Bock, XI Tie., I. Hosfif. Van tunateele, og Art, 497, Na ide eerfte ondervraging zal de régtbank; Zo0 daar toe redenen dienen, eenen provifionelen beftuurder aan/tellen, om den perfoon en de goederen yan den ver- weerder gade te flaan. Art 498, - Het vonnis, op éen verzoek van curatecle, gal moci ten uitgefproken worden in de openbare audientie, pars tÿjen daar op gehoord|, Of daar toe geroepen zijnde. Art. 409. Offchoën het verzoek van curateele wordt van de hand gewezen,‘kan de restbank niettemin, wanneer de omftandigheden het verefchen, gelasten, dat de vere. weerder bij vervolg niet meer zal mogen proces VOéren, tranfigeren, geldieeningen doen, Kapitalen, tot Zijne roe= rende goederér behoorende, 6n tvan: en, noch dadr voor kwitantie geven, noch ook zine goederen vervreemden ÿ ñoch met hijpotheck bezwaren- zonder büftand van eener raadsman, die hem bij he 4elye vonnis zal toegevoegd worden. Art, 300. In geval van het vonmis, ter eerlte inflantie gewezen; geappelleerd wordt, mag het Hof van appél, zoo het zelve zulks noodzakelik oordeelt,. den geen, tegen wien. gurateele verzocht wordt. op nieuw ondervragen, of #oor eeneñ commisfaris doen ondervragen Art. 301, £: Alle vonnisfen door. een Geregtshof,. of ter eérfle ictratée gewezen, waar bi eene Curateele verleend+ of een raadgever benoemd. wordt, zullen, op aanhouden der verzoekers. geligt, aan partijen geïnfinueerd, en binnen tien dagen; worden inge! chréven op. dé tabellen of borden, w:lke in de gehoorzaal moeten aangeplakt, als mede op de kantoren der notarisfen Yan het arrondis{fement, “à 1 DxEL Q Âït, 300 dé. Liv, EL Tir, XI. Chap. IL De Pinierdictlog Aït. 5092, L'intérdiction ou la nomination d’un conseil attra son éffer du jour du jugement. Tous actes passés postérieurement par l'interdit, où sans l'assistance du conseil, seront nuls de droit. Aït. 503. Les actes antérieurs à l'interdiction pourront être ännullés, si la cause de l'interdiction existait no: toirement à l’époque où ces actés ont été faits. Art: 504. Après la mort d'un individu, les actes par lui faits ne pourront être attaqués pour cause de dé mence, qu’autant que son interdiction aurait été prononcée où provoquée avant soû décès; à moin que la preuve de la démence ne résulte de l'acte même qui est attaqué.| Art. 505. S'il n’y a pas d'appel du jugement d’intérdiction rendu en première instance, ou s’il est confirmé sur l'appel, il sera pourvu à la nomination d'un tuteur et d’un subrogé tuteur à l’interdit, suivant les règles prescrites au titre de /4 minorité, de la gutelle et de l'émancipation. L'administrateur pro- visoire cessera ses fonctions, ét rendra compte ak tuteur, s’il ne l’est pas lui-même. Att. 506. Le mari est, de droit, le tuteur de sa femme interdite. Art. 507. La femme pourra être nommée cutrice de son mari. En ce cas, le conseil de famille réglera ka forme et les conditions de l'administration, sauf le recours devant les tribunaux de la part de la feme me qui se croirait lésée par l'arrêté de la famille. Art. 503 L ( pare M Ale) la og€ den Wezin, De phats net d jet ophbuek D: brin: en de: Tgt va gen 2 td be die Cons à actes 1 l'ai )OUrton À Exit y 6 fi, tes pu cause dl | auni! ss in te de 1 ï ñ d'intérdi st con nation it, sur rité 4h rareut compte! a ça tt je de! e régler on;# de h* la fan An? . De handelingen s welke vor de c TZ. Boek, XI. Tit., IT. Hoofaft, Vancuratecle, 04% ABB ESA© . De curateele; of benoeming van eenen raidgever, zaf hare werking. hebben van den dag van het vonnis af, Alle handelingen, die daar, na door den genen, die onder curateele gefteld is, of Zonder den bij and van den raadgever, verrigt zijn, Zullèn naar reègten niètig wezen, Aït. 50%». 1 urateele hebben plaats gehad, zullen kunnen vernietigd worden, wans neér de oorzaak der cürateele ontwiüfelbaar beftond op het tidftip, dat die handelingen gedaan zïn. Aït. 504. FR ie Na iemands dood, kunnen de door hem gedane han- delingèn; op grond van zijne dwaasheid, niet betwist worden, dan in geval de curateele vor zijn overlij- den was verlcend of verzocht; ten ware het bewijs der dwaasheid voortvloeit uit de“handeling zelve, die bes twist wordt, Art,«os. Indien van het vonnis van curatele, ter eerfte in< flantie gewezen, niet geappellecrd is, of het zelve in appél bekrachtigd is, zal, in het benoemen van eenen voogd, en van eenen toezienden voogd over den ge- nen, die onder curateele gefteld is, voorzien worden, ôvereenkomitig de regels, in den Titel ven mindér: farigheid, voogdij en émancipatie, voorgefchreven. De bij provifie aangeftelde beftuurder zal in ziÿne functin ophouden, en aan den voogd rekening doen, 260 hÿ zelf niet tot voogd benoemd is. De man is, van restswese, de Yoogd van zinë vrouw, die onder curateele geiteld wordt. Art, 507. De vrouw kan benoemd worden tot voogdesfe ovet baren man In dit geval zal de familie-raad den vormi en de voorwaarden der beftiering fegelen. behoudens het regt van de vrouw, om zich aan de regtbanken te bekla- gen, ZOO Zij vermeent, door het befluit van den familieë raad benadeeld te zijn: Q= Art,$0$, eds Linie TXL, Chap, IL.“De l'interdiction.* Art.:508: “Nul, à l'exception des époux, des ascendans et descendans, ne Sera tenu dé’ conserver la tutelle d'un interdit au-delà de dix ans. A l'expiration de ce délai, le tuteur pourra demander et devra obte. nir son remplacement. Fe Art. 509. FL'interdit est, assimilé au mineur, pour sa per. sonne et pour ses biens: les lois sur la tutelle des mineurs s’appligueront à la tutelle des interdits. | Art. 510. Les révenus d’un interdit doivent être essentiel. lement employés à adoucir son sort et à accélérer sa guérison. Selon les caractères de sa maladie@& état de sa fortune, le conseil de famille pourra artéter qu'il Sera traité dans son domicile, ou qu'il sera placé dans une-maison de santé, et mêms dans un hospice, Art. SIT. e. Lorsqu'il sera question du mariage de l'enfamr d'un interdit, la dot, ou l’ayancement d’hoirie, et les autres. conventions matrimoniales, seront réglés par un avis du conseil de famille, homologué par le tribunal, sur les conclusions du procureur im- périahs 2-2,| ‘At. ST: L'interdiction cesse avec les causes qui l’ont dé terminée: néanmoins la main-levée ne sera pronon. cée qu'en observanc les formalités prescrites pouf parvenir à l'interdiction, et linterdit ne pourra re prendre J’éxercice de ses droits qu'après le juge ment de mam-levée. dci asCendn th Xpirair, devn à OUT 4e jt lan des wi tre es € à at sa malt amille pu cile, af , em de Ta 'hoé, serui noloph Y ocureut! qui l'a! sera pl escriésf e por rès EE SL Bock, XI: Tite, EH Hodff. an Curntètle, 34 Art. 508.| Niemand, uitgezonderd echtgenooten| ef bloedver- wanten van de opgaande of nederdalende linie, is ver- pligt de voogdij van iemand,-die.onder curateele-gefteld is, langer dan tien jaren te behouden, Na verloop van dien tijd kan de voogd verzoeken, dat een ander in züne plaats gefteld worde, em: dit verzock moet aan hem worden verleend. k .. Aït. 509:: ‘Hi,-die onder curateele gefleld is, flaat gelik met eenen: minderjarigen, ten aanzien van. Zn. perfoon en van Zijne goederen: de wetten omtrent de, voogdij va minderjatigen zijn coepasfeliÿk op de voogdij over perfo- nen, die onder curateele gefteld zïn. Art, 510. De inkomften van iemand: die onder curatcele gefteld is, moeten noodzakeliÿk befteed worden, om zijn lot te verzachten, en Zine genezing te bevorderen. Vols gens den aard van zijne ziekte, en den ftaat zïjner bezittingen, mag de familie-raad befluiten, dat hi in zijne woning zal worden verzorgd, of in een zieken huis, en zelis in een hospitaal zal worden geplaatst, Ati ST lus| rs À Wanneer een kind van:iemand, die onder curateele gefteld is, Zich ten huwelÿk, zal begeven, zal de bepa: ling van het huwelijkksgoed, of voorichot op de erfenis, en verdere huweliks- bedingen, geregeld worden doot een befluit van den familie-raad, het welk door de regtbank, op de conclufiën van den Procureur des Kei- . Zers, bekrachtigd wordt. Aït. 512, De curateele eindigt, waaneer de oorzaken ophouden, die dezelve bewerkt hebben: nogtans zal de ophefiing van dezelve niet verleend worden, dan met in achtne- ming der formaliteiten, die voorgefchreven zijn om cu- ratecle te bekomen, en zal de geen, die onder curateele gefteld-is, de uitoefening zijner regten niet weder kun- nen hervatten, dan na dat het vonuis tot ophelling is uitgefproken,| # i , Q 3% D E R- e46 Liv. I Tit. XL. Chep. LIT. Du conseil Judiciaire, € HAPITRE.IUL Du conseil judiciaire, Art 513: 11 peut être défendu aux pro digues de plaider, de transiger, d'emprunter, de recevoir un capital mobilier et d’en donner décharge, d’aliéner ni de grever leurs biens d'hyporhèques, sans l'assistance d'un conseil qui leur est nommé par le wibunal Art. 514. La défense de procéder sans l'assistance d’un conseil,‘ peut être provoquée par ceux qui on droit de demander l'interdiction; leur demande doi être instruite et jugée de la même manière. Cerié défense ne peut être levée qu"en obsers yant ies mêmes formalités. — Ar 515. Aucun jugement en matière d'interdiction, ou de nomination de conseil, ne pourra être rendu, soit en première instance, soit en çause d'appel, que sur les conclusions du ministère paie. LE id ind Mt y. Boek, XI. Tis. LI. Hoofdf. Vangeregt. aéfilentie. 247 Fi Îl \ DERDE HOOFDSTUK, Van de geregielijke adfiflentie. Art. 513. de E Aan verkwisters kan verboden worden te procederen, uw te tranfigeren, geldèn ter leen op. te nemen, een kapi- iéner taal, tot roerend goed betrekkelÿk, te ontvangen, en s lin daar voor kwitantie te geven, hunne goederen te ver- ke lei vreemden, of met hijpotheken te bezwaren, zonder den fl biftand van eenen raadgever, die hun door de regtbank toegevocgd is. sance Art. 5140 Qu€ Het verbod, om niet zonder den bijftand van eenen lemante à raadgever te handelen, kan door de genen, die het pi regt hebben om curateele te verzoeken, verzocht wor- 10 À den; hun verzock wordt op dezelfde wijze behandeld en qu€ beoordeeld. 49 F . Dit verbod kan niet opgeheven worden, dan met im achtneming van dezelfde formaliteiten.: Art. 515. gr; Geen vonnis, in Zaken van curateele, of van be- À noeming van eenen raadgever tot adfiftentie. kan, het d'appé À zij ter cerfte inftantie, het zij in appél, gewezen wor- | den, dan op de conclufiën van den Procureur des Keizers. Q 4| TWEE- RL E À DES BIENS, ET DES DIFFÉRENTES MODIFICATIONS DE EA PROPRIÉTÉ DE LA DISTINCTION DES BIENSe [Dérété le 25 Janvier 1804, Promulgué lé — 4 Féyrier.]. A 310: Fous les biens sont meubles ou immeubles CHAPITRE L Des immiéubles:. PR is Les biens sont immeubles, ou par leur nature, ou par leur destination, ou par l’objet auquel ils s'appliquent. Art. 518 Les fonds de terre ê&tles bâtimens sont immem bles par leur nature. Art. 519. Les moulins à vent ou à eau, fixes sur piliers et faisant partie du bâtiment, sont aussi immeubles par leur nature,© _ Art, 520, (Al FICATIN puléué À neubk eue rat jet au sont in mp WUE'É D€ 50" k : VAN GOEDÉREN; EN DE VERSCHILLENDE WIJZIGIN« ; GEN VAN EIGENDOMs “JAN DE ONDERSCHEIDENE SOORTEN VAN GOËDEREN. [Pastgenéld den séfien van Létwmaand 1804. Afgckondigd den den van Sprokkelinaand.] à Aït. 510,: Alle goederen zÿn roerénde of onrocrende, EERSTE HOOFDSTUK. Van onfoerendé goederen, : Aït. 517. Goederen zijn onrocrende, of uit hunneni aard, of door hunne beftemming, of door het oder, Waar ‘Op zij worden toegepast. a: ie S Art, 8183 . Eanderÿen en gébouven zijn uit haren aard ontoércs , de goedéren. Aït. 519. Wind- en watermolens, op-palen flaande, en een ge- deelte van het gebouw uitmakende, zÿn 00k uit haren saard onrocrende“goederen. Q5 Art 520. ose Liv. 1. Tir, L. Chap. I. Des immeubles. Art. 520. Les récoltes pendantes par les racines, et les fruics des arbres non encore recueillis, sont pa. : reillement immeubles Dès que les grains sont coupés et les fruits dé- rachés, quoique non enlevés, ils sont meubles, Si une partie seulement de la récolte est cou pée, cette partie seule est meuble. Art. 521. Les coupes ordinaires des bois taillis ou de fu raies mises en Coupes réglées, ne deviennent meus bles qu'au fur€6t à mesure que les arbres sont abattus. Art, 5292. Les animaux que le propriétaire du fonds livre au fermier ou au métayer pour la culture, estimés où non, sont censés immeubles tant qu'ils demeu- renc attachés au fonds par l'effet de la convention, Ceux qu’il donne à cheptel à d’autres qu'au fer- mier ou métayer, sont meubles. Art. 523: Les tuyaux servant à la conduite des eaux dans une maison ou autre héritage, sont immeubles eë font partie du fonds auquel ils sont attachés. Ârt. 524. Les objets que le propriétaire d’un fonds y a placés pour le service et l'exploitation de ce fonds, sont immeubles par destination. Ainsi, sont immeubles par destination, quand ils ont été placés par le propriétaire pour le service et l'exploitation du fonds: Les animaux attachés à la culture; Les ustensiles aratoires; Les semences données aux fermiers ou colons partiairess. |: Les bles, Ssth SON ll eubles e ent ou& fe nnent 1 rbres 1 fonds|x , et Ils dem onverin qu'au| eaur di meuhlx 4 iég, fonds 11 n#6 qui Je se où ch Î IL. Bock, I. Tir. de Hoofdft. Van onroerendegocderen. sx Aït. 520. Veldgewasfen, die met hunne wortels in den grond vast ziün, en boomvruchten, die nog niet geplukt zÿa, worden mede voor onroerende goedcren gehouden. © Zoo ras de granen afgemaaid, en de vruchten afge- plukt ziÿn, behooren zÿ, offchoon nog niët weggevocrd Zijnde, onder de roerende goederen. indien flechts een gedeelte van de veldgewasfen ges maaid is, is dat gedeclte ook alleen roerend goed. Art. 5at. Kec Het gewone fchaarhout van kapbosfchen, of van hoogftammige bodmen, tot kappen in hoopen verdeeld, wordt niet eerder roerend goed, dan in 200 verre eg en naar mate hét hout gehakt is. Le Aït 522. Beesten, door den eïigenaar van land aan den pachter of meïer tot het bearbeiden van het land gegeven, het 2ij gewaardeerd of niet, worden voor onroerende goedes ren gehouden, zoo lang dezelve, uit hoofde der ge: maakte overeenkomst, aan dat landgoed verbonden zijn. De beesten, welken de eigenaar aan andere perfonen, dan aan den pachter of meïer verpacht, behooren onder foerende goederen.: he nr TE 1 An Buizen of goten, die tot waterleiding in een huis of gnder erf dienen, zijn, onroerende goederen, en maken een gedeelte uit van het erf, waar toc zi behooren, Art. 524. Zulke dingen, welke de eigenaar van een erf daar op geplaatst heeft ten dienfte en ter bearbeiding van het Zelve, behooren, uit hoofde van hunne beftemming, tof -onroerende goederen.. Dienvolgende zijn de-nagemelde zaken, uit hoofde van derzelver beftemming, onroerende, wanneer zij door den éigénaar, ten dienfte en ter bearbeiding van het erf, op het:zelve geplagtst 2ÿns. à De beesten, tot de bebouwing gebruikt wordende; Bouw- gereedfchappens: De zaden, die aan de pachters of aan deelhebbende landbouwers gegeven zÿn;:: e igs. Lis, IL Ti. I. Chap. L Des immeubles Les pigeons des colombiets; Les lapins des garennes; Les ruches à miel; Les poissons des étangs; Les pressoirs, chaudières, alambics, cuves er tonnes;: . Les ustensiles nécessaires à l’exploitation des for- ges, papeteries et autres usines; Les pailles et engrais. Sont aussi immeubles par destination, tous effets mobiliers que le propriétaire a attachés au fonds à perpétuelle demeure. At 90: _ Le propriétaire est censé avoir attaché à son fonds des effets mobiliers à perpétuelle demeure, quand ils y sont scellés en plâtre, ou à chaux ou à ciment, ou lorsqu'ils ne peuvent être détachés sans être frac« turés et détériorés, ou sans briser ou détériorer la partie du fonds à laquelle ils sont attachés. Les glaces d’un appartement sont censées mises à perpétuelle demeure, lorsque le parquet sur le” quel elles sont attachées fait corps avec la boi- série. Sy Îl en est de même des tableaux ec autres orne- mens.—. Quant aux statues, elles sont immeubles lors- aqu’ellés sont placées dans une niche pratiquée:ex- près pour les recevoir, encore qu’elles puissent être enlévées sans fracture où détérioration. lt. Sa. 25 Sont immeubles, par lobjet-auquel ils s’applis guent: ee L’usufruit des choses immobilières; Les servitudes où services fonciers; . Les actions.qui tendent à revendiquer un äm- meuble,: Aug dé LOST C H A- à s» és Que n des ir tous dy au là | son fi y quanli ment,( être ln tériottl és, éés nf et surk c ab res Vi les lo quét de puise l ls spl rm CHE LT. Bock ,4. Tir,, I. Hoofaft. Van onrocrende gocderen. s5% De duiveñ, dié tot eene duivenvlugt: behôoren; De konïjnen in de konijnbergen;. De bienkorven; De visfchen, die zich in de vijvers bevinden; De perfen, ketels, disteleer-ketels, kuipen en vaten; De noodige gereedfchappen tot fmederljen, papiermake- ijen en andere fabrijken; Het ftroo en de mest, + Ook zijn onroerende, door hunne beftemming, alle zoodanige goederen, welke de eigenaar tot een blijyend. gebruik bij ziÿn erf gevoegd heeft,— Art, 595. - De cigennar wordt geacht, Zoodanige goederen tot een blivend gebruik bij zÿn erf gevoegd te hebben, wanneer dezelve daar aan gehecht zijn met pleifter kalk of cèment, of wannéer zij daar van niet kunnen losgemaakt worden, zonder dezelven te breken en te befchadigen, of zonder een gedeelte van den grond, waar aan Ziÿ vastgehecht zijn, te breken of te befcha. digen.; É De fpiegels in eene Kkamer worden geoordeeld daar in tot cen blijyend gebruik geplaatst te Ziÿn, wanneer het hout, waar op dezelve vastgemaakt zijn, een gedeelte witmaakt van het‘befchot, . Het zélfde heeft pläats omtrent fchilderijen en ande« re ficradién. Beelden worden voor onroerende goederen gehouden, wanneer Zij in eene.nis, opzetteliÿk voor dezelve ge- maakt, geplaatst ziüin; al ware bet, dat men zoodanige beelden daar uit konde nemen, zonder te breken of te befchadigen.| Aït. 596, Uit hoofde van het onderwerp, waar op dezelvé worden toegepast, zijn onrocrend: Het vruchtgebruik van onroerende goederen; Servituten op gebouwen en erven; ‘ Actiën, dienende om onroerende goederen te rug te eifchen,: a 1: TWEE- CR 054. Liv. JL Tit. L. Chap. lE, Des meubles, CHA RUB TS KR: E: IE Des meubles, Art. 527. Les biens sont meubles par leur nature, où par la détermination de la loi.| Art. 528 Sont méubles par leur nature, les corps qui peuvent se transporter d'un lieu à un autre, soit qu'ils se meuvent par eux-mêmes, comme les animaux, soit qu'ils ne puissent changer de place que par leffer d’une force étrangère, comme les choses inanimées. | Art. 529. Sont meubles par la détermination de la loi, les obligations et actions qui ont pour objet des somimes exigibles ou des effets mobiliers, les ac- tions ou intérêts dans les compagnies de finance, de commerce ou d’industtie, encore que des immeubles dépendans de ces entreprises appartiennent aux compagnies. Ces actions ou intérêts sont réputés meubles à l’égard de chaque associé seuleæent, tant que dure la société. Sont aussi meubles par la détermination de la loi, les rentes perpétuelles ou viagètes, soit sur l'Etar, soit sur des particuliers. [Art. 530, décrété le 21 Mers 1804.° Promulgte le 31 du méme moës.] \ Art: 830. Toute rente établie à perpétuité pour le prix de la vente d'un immeuble, ou comme condition de la cession à titre onéreux ou gratuit d’un fonds immobilier, est essentiellement rachetable. J Jul Cor R« fige quan #0, à Fynnén k| gen gere ghert ide pr! Qt ik, act nl Al tro Oïroi he ut ” ZI, Bock, À, Tir., I, Hoojdfi. Wanrocrende gotderen. 155 ‘ HOOFDSTUK. Van rocrende gocderen, *. à l Art. 527. ". Coecderen zijn roerende, of uit derzelver aard, of volgens de bepaling van de wets Art. 528. corps p Roerende goederen uit derzelver aard zijn zoodanige autre, il ligchamen, die van de eene plaats naar de andere om À kunnen vervoerd worden, het zÿ Ze zich zelven bewes r de gen, als de beesten, het zij ze niet anders van plaats FF kunnen veranderen, dan door eene van buiten aanko- COMME kracht, gelijk levenlooze zaken.: Art. 529. 7. Ingevolge de bepaling van de wet zijn voor roerende k oi, goederen te houden alle verbindtenisfen en actiën, die ten objet à onderwerp hebben. verfchuldigde geldfommen, of roe: ts,lsi- rende gocderen, actiën of aandeelen in compagniefchap- finance,| pen van geld, koophandel of arbeid, zelfs wanneer de inmeulk onroerende goederen, tot die ondernemingen betrekke. lijk, aan de compagniefchappen toebehooren. nent 4 actiën of aandeelen worden geacht roerende te zijn, al. ne eu leenlijk ten opzigte van een ieder der compagnons, zoo eu led lang de gemeenfchap duurt: Ook zün door bepaling van de wet roerende de al. on del tiddurende renten of lifrenten,“het zïj ten laste van | soit# den Staat, het zij van bizondere perfonen. Cdrt. 530. vastgefield den oxfien van Lentemaand pti 1804. Afgckondigd den g1flen van dezclfde maand.] T'ON Art. 530.| ‘Alle renten, die tot betaling van den kooppris van le pi onroerend goed, of als beding tot overdragt van een I dé onroerend goed, het zij onder eenen onereufen tiwl, php: het zij voor niet, voor altijd gevestigd worden, ziÿn d'un fo uit haren aard losbaar. Niet= À :| 286: Li. 11, Tir. Z. Chap, IT. Des meubles. Il est néanmoins. permis au. créancier de régler les clauses et conditions du rachat. il lui est aussi permis de stipuler que la rente pe pourra lui‘être remboursée qu'après un certain terme, lequel ne peut jamais excéder trente ans: toute stipulation contraire est nulle.” Art 391: Les bateaux, bacs, navires, moulins et bains sur bateaux, et généralement toutes usines non fixées par des piliers, et ne faisant point partie de la maison, sont meubles: la saisie de quelques-uns de ces objets peut cependant, à cause de leur ims portance, être soumise à des formes particulières, ainsi qu'il sera expliqué dans le Code de la procés dure civile. . 532 Les matériaux provenent de la démolition d’un 4 édifice, ceux assemblés pour en construire un. nouveau, sont meubles jusqu'à ce qu’ils soient em- ployés par l’ouvrier dans une construction. Mt 533 Le mot meuble, employé seul dans les disposis tions de la loi ou de l’homme, sans autre addi- tion ni désignation» ne comprend pas l'argent comptant, les pierreries, les dettes actives, les li- ‘vres, les médailles, les instrumens des sciences, .des arts et métiers, le linge de corps, les chevaux, equipages, aïmes, grains, vins, foins et autres den- féess Il ne con prend pas aussi ce qui fait l’objet d'un commerce, 4 Art, 534. 3 Les mots meubles meublans ne comprennent que les meubles destinés à l’usai ge-et à l’ornement des ap- ht fhete & D begil Ci t ab\ pr d SL {huit tot 1 ra go(al g tie we. lu cecfrel bre On () (Hi) ubles, de ti que À *$ UN(tri Len y et bine S non partiek quelque de ler particulk dehm molition onstrult [s soict xion. 1 Jes di ns autre à pas l'ag cives, À des st des cl et qu ui fi li y nprennél orne } 11. Bock I. Tit., il. Hoofif. Van roecrèndegoederen. 957 Niettemin is het aan den fchuldeifcher geoorloofd, om de bedingen en voorwaarden der losfing of afkoop te bepalen.. a Het is hem ook geoorloofd te. bedingen, dât de tent: te hem.niet kan afgekocht worden; dan na een be- paald verloop van td, mits niet langer dan dertig ja: ren: alle bedingen, hier tegen ftrijdende, zijn nietigs E Bus. Art: 5314 . Schuiten, ponten, vaartuigen, molens en baden, op {chuiten gebouwd, en in het algemeen alle werktuigen, tot fabriken behoorende, die niet op palen ftaan, ef een gedeelte van het gebouw uitmaken, zijn roerende goederen: het doen van arrest op eenige van deze din- gen niettemin kan, uit hoofde van derzelver groote waarde, Oonderworpen zijn aan bijzondere vormen, ge? ÿjk zulks in het wetboek op de civile manier van pro: cederen ontvouwd zal worden, Art. 532 Bouwftoffen, komende van de afbraak van eenig ge: bouw, en de zulke; die beftemd zïn om een nieuw gebouw te maken, zijn roerende goederen, tot dat zÿ door den werkman tot aanbouw gebruikt zijn. Art, 533: Wanncer de fpreekwijze van roerende gocderen, alleen en zonder eenige andere bijvoeging of aanwizing, in de wet of in le befchikkingen der menfcheñ gebruikt wordt, zijn daar onder niet begrepen gereed geld, edele gefteen- ten, infchulden, boeken, gedenkpenningen, werktuigen tot Koriften, Wetenfchappeñ eh ambachten behoorende, lüf.linnen, paarden, rijtuigen, wapenen, granen, win, hooï en andere levensmiddelen; ook is daar onder niet begrepen het geen het onderwerp van koophandel is: Art. 534: Onde de benaming vin ameublement(meubles frèu- blans) wordt alleen begrepen zoodanig huisraad, als tnt l DEËL. K ge" 8“Liv. IT. Th. L Chep. II. Des meubles, appartemens, Comme tapisseries, lits, siéges, gla. ces, pendules, tables, porcelaines et autres objets: de cette nature. Les tableaux et les statues qui font partie du meuble d’un appartement y sont aussi compris, mais non les collections de tableaux qui peuvent être dans les galeries ou pièces particulières. 11 en est de même.des porcelaines: celles seule. ment qui font partie de la décoration d’un appar. tement, sont comprises sous la dénomination de meubles meublans. “. Art. 535. L'expression Piens meubles, celle de snobilier ou d'effets mobiliers, comprennent généralement tout ce qui est censé meuble, d’après les règles ci: dessus établies. La vente ou le don d’une maison meublée 5 comprend que les meubles meublans. Art. 536. _ La vente ou le don d’une maison, avec tout€ ui- SY LE ompr as l'argent comp: qui s’y trouve, ne comprend P l'argent p tant, ni les dettes actives et autres droits dont les. titres peuvent être déposés dans la maison; tot| les autres effets mobiliers y sont compris. CHA PE TR: D.-UL Des biens dans leur rapport avec ceux qui les possèdent, Art. 597. Les particuliers ont la libre disposition des biens - qui leur appartiennent, sous les modifications éu- blies par les lois.( Les 2004 von( ane qu HI fn( ea L qi QAR Sky autres ds ON pie, SI my wi ulière, : cle n dur noïikiy| le den gén s{es ii on mi , aus l'argett | droisit | mail pris, hi 1! we eux qu L sion d jdificailé 11. Bock, Tir, IT, Hoofdft. Van roérende goederen. 259 ebruik-en verfering der vertrekken, dient, als tapiten, bedden, floelen, fpiegels, pendules, tafels, porceleïnen; en andere dingen van dien aard. Schilderijen en beelden, welke een gedeelte van de meubelen van een vertrek uitmaken, zijn ook daar on: der begrepen; maar géenszins de verzamelingen van fchilderijen, die op gaanderijen, Of in daar toc bijzon- liÿk beftemde kamers hangen.| Het zelfde heeft plaats omtrent porcéleinen: älleen dé zoodanige, welke een gedeelte uitmaken vau de fieraden van cen, vertrek, behooren onder de benaming van émeublement.| Aït, 333. _ De fhreckwij£e van mobilaire goederen, die van#0bi- lair of mobilaire effecten, bevatten in het algemeen al het geen geoordeeld wordt roctend te zijn, volgens de hier voor geftelde regélen. ù De verkoop of fchenking van een gemeubileerd of gé- ftoffeerd huis, bevat älleenliÿk het ameublement, Art. 536. De verkoop of. fchenking van een huis, fet al het seen daar in gevonden wordt, bevat geen gereed geld; noch infchulden, of andere regten, waar van de papie- ren of befcheiden in dat huis ter bewaring zouden mo- gen berusten; alle overige mobilaire effecten zijn daaf gnder begrepen, DERDE HOOFDSTUK. Van de goederen, met betrekking tot derzelyer bezitiers: Een ieder heeft de vrie befchikking over de goederen; die hem in eigendom toebehôoren, onder de wizigin- gen, door de. wet vastgefteld. Nat DE és Liv I, Tir JL. Chap. He Des biens, ee. Les biens qui n’appartiennient pas à des particu- liers, sont administrés et ne peuvent être aliénés que dans les formes. ét suivant les règles qui leur sont particulières. Art. 558. Les chemins, routes et rues à la charge de l'E. tat, les fleuves et rivières navigables ou flottables, les rivagés, lais ec relais de la mer, les ports, les havres, les rades, et généralement toutes les por- tions du territoire français qui ne sont pas susceps tibles d’une propriété privée, sont considérés com me des dépendances du domaine public. Art. 539 Tous les biens vacans et sans maître, et ceux des personnes qui décèdent sans héritiers, ou dont les successions sont abandonnées, appartiennent a domaine public.| Aït. 540. Les portes, murs, fossés, remparts des places de guerre et des forteresses, font aussi partie du domaine public. Art. 541. Il en est de même des terrains, des fortificatiotis et remparts des places qui ne. sont plus places de guerre: ils appartiennent à l'Etat, s'ils n'ont été valablement aliénés, ou si la propriété n'en a pa été prescrite. contre lui. Art. 542. Les biens communaux sont ceux à la propriété ou au produit desquels les habitans d’une ou pli: sièéurs communes ont un droit acquis.“ Art. 543 On peut avoir sur les biens, ou un droit de \ pro- in pi pont grd an del De we gerhouder fchépel 0 dn, É$ vers, À pet Fm ejgendon de julie ko juof de. {chalpen él A \]\ gen ON publieke He} rl ken Qi a der niet AA eigendom Gers of inkor «en Wet Mel& 1, êe, des pr tea Bles où, harse à Où fok es pr, outes| nt pau nsidérée ic, aitré Ke tiers, partiein ms des ausSL paré s fortifici plus plact ‘ls noi été net à la pi d'une d | un d' IT, Bock, À Tit., IL. Hoofdft. Van de goederen ,enz. 261 De gogderen, welke niet aan bizondere perfonen toe- behooren, moeten beheerd worden, en kunneñ niet ver- vreemd worden, dan naar de vormen en regelen, die aan dezelven bijzonder eigen zijn. Art. 538. De wegen, riÿ- en gangpaden, die door den Staat on< derhouden worden, de vloeden of rivieren, die met fchepen of vlotten bevaarbaar zijn, de oevers of ftran. den, de gronden, waar de Zee op- en afloopt, de ha. vens, de reeden, en in het algemeen alle gedeelten van het Franfche grondgebied, die voor geenen uitfluitenden eigendom vatbaar zijn, worden geacht te behooren tot de publieke domeinen. } Li ATt: 590. Alle onbeheerde goederen, als mede de goederen van hun, die zonder erfeenamen fterven, of wier nalatens fchappen verlaten zijn, behooren tot de publieke do- meinen. Art. 540. De poorten, muren, grachterm en wallen van vestin- gen of verfterkte plaatfen, maken ook een gedeelte der publieke domeinen uit. TE RATE Het zelfde heeft plaats omtrent gronden, vestingwer- ken en wallen, op plaatfen, die geene verfterkte plaat- fen meer ziÿn; deze behooren aan den. Staat, zoo zÿ niet op eéene wettige wize vervreemd zijn, of zoo de eigendom daar van niet verjaard is tegen den Staat, Art. 542, Gemeente-goederen zijn dezulke, op wier eigendom of inkomften de inwoners van één of meer gemeenten een wettig verkregen regt hebben, Art. 543. Men kan op de gocderen hebben, of een regt van R 3 Ele dés“Liv I, Tit. L Chap. A. Dé biens, a, propriété, où un simple droit de jouissance, où seulement des services fonciers à prétendre, E à Lich E IL DE LA PROPRIÉTÉ [Décrété le 27 anvier 1804. Promulgué le 6 Février] Art. 544. La propriété est le droit de jouir et disposer dés choses de la manière la plus absolue, pourvu-qu'on n’en fasse pas un usage prohibé par les lois ou pu les réglemens. Art. 545. Nul ne peut étre contraint de céder sa propriété, si ce n’est pour cause d'utilité publique, et moyen: nant une juste et préalable indemnité. Art. 546. La propriété d'une chose, soit mobilière, soi immobilière, donne droit sur tout ce qu’elle pro: duit, et sur ce qui s’y unit accessoirement, 50k naturellement, soit artificiellement. . Ce droit s'appelle droit d’accession: CHA al ns, LA ouittie, tendre, Tk moulu| et: disu , pour les loi sa pi ” sl obilièt € qu'eb oiremeil, à 11, Boek, I. Tit., HT. Hoofdff. Vandegoedeïen ,en2\ 263 eigendom, of een enkel regt van genot, of alleenlijk een regt.van erfdienstbaarheid of fervituut.) de MONDE UE LIT LL VAN Ro [Pasigefield den syfien van Louwvmaand 1804.) Afgekondigd den 6den van SprokkelmaandA 1.1 Art. 544: Eigendom is het regt om van eenige zaak het vrij genot te hebben,,en, daar Over op de volfirektfte wijze te befchikken, mirs men er geen gebruik van make, ftrijdende tegen de wetten en reglementen. use Aït. 545. Niemand kan genoodzaakt worden affland te doen van Zinen eigendom, dan ter zake van het algeméen belang, en tegeil voorafoaande:billijke fchadeloositel: ling._.: Aït. 546. De eigendom van eene zaak, het zi roérende, het 2 onrogrende, géeft règt tot al hêt geen die zaak ‘voortbrengt, en tot her geen daar mede natuurliÿjk of door konst vereenigd is. Dit rest wordt genoemd het regé Ya accesfies à R 4 EE R- 264 Liv. IE. Tir, II, Chap. I. Du droit d'actession,@e, CHAPITRE PREMIER. Du droit daccession sur ce qui esè produit par la chose.. Art. 547. Les its naturels ou industriels de la terre, Les fruits civils, Le croît des animaux, appartienneñt au ser caire par droit d’accession. Art. 548. Les fruits produits par la chose n’appartiennent au propriétaire qu’à la charge de rembourser les frais des labours, travaux et semences faits par des tiers. Ârt. 549: Le simple possesseur ne fait les fruits siens que dans le cas où il possède de bonne foi: dans le cas çoniraire, il est tenu de rendre les produits avec la chose au propriétaire qui la revendique, Art. 550. Le possesseur est de bonne foi quand il possè: de comme propriézaire, en vertu d'un titre transs latif de propriété dont il ignore les vices. Il cesse d’être de bonne foi du moment où ces vices lui sont connus.: C H À: ILE Va: Fi tif 8 tion y appartiens nbourer| faits pré S siens! i: dan es prod ndique Lil pot titre tr es, ent où fi JU, Bock, II, Tir, T, Hoofafi. Van àèceske, enz. 926$ EERSTE HOOFDSTUK.. Van het regt van moe te, betrekkelijk het gesn door de zaak word voortgebrags. Art. 547. De vruchten der aarde, door de natuur alicen, Of door vlit voortgebragt. De civiele of burgerliÿke vruchten; De jongen, die uit iemands beesten geboren wor- den, behooren door het regt van acceslie aan den ei. genaar. Ÿ Art. 548e De vruchten eener zaak behooren niet anders aan den eïigenaar, dan onder den last om de kosten van beploëgen, bearbeïiden, en bezaaïijen, door derden daar aan befteed, aan dezelven te vergoeden, Aït. 549. Die enkel het bezit: eener 2aak heeft, wordt geen eigenaat van de vruchten, dan wanneer hi de zaak bezit ter goeder trouw: in het tegenovergeftelde ge- val, is hi verpligt aan den eigenaar, die het goed te rug eischt, het zelve> tevens met alle de vruchten, te rug te geven. - Art, 550.; Men bezit iets ter goeder trouw., wanneer men het goed bezit als eigenaar, uit krachte van eenen titel, Sefchikt om cigendom. over te dragen, waar van men de gebreken niet weet. Hi houdt op ter goeder trouw te bezitten, vatl fet oogenblik, dat die‘gcbreken aan hem kengelik| zÿn, R 5 TWEE- LE a66 Liv. 11. Tir, II, Chap. IT. Du droit dacoession, Ge :C HSA4 PUICT KE: Al ‘Du droit daccession sur ce qui s'unit et s'être corpore à la chose. - Art. 551. Tout ce qui s'unit et s’incorpore à la chosé appartient au propriétaire, suivant les règles qui serotit ci-après établies. SECTION EL Du droit Paccession relativement aux choses émmebilièrese Art. 552: La propriété du sol emporte la propriété du dessus et du dessous.. Le propriétaire peut faire au-dessus toutes Îles plantations et constructions qu'il juge à propos, sauf les exceptions établies au titre des servitudes ou services fonciers.;| Il pêut faire au-dessous toutes les constructions er fouilles qu'il jugera à propos, et tirer de ces fouilles tous les produits qu’elles peuvént fournir, sauf les modifications résultant des lois et régle: mens relatifs aux mines, et des lois et réglemens de police, d Art. 553. Toutes constructions, plantations et ouvrages sl un terrain ou dans l’intérieur, sont présumés faits par le propriétaire à ses frais et lui appartenir, À à* à: ê Var sin, I, ë et sin x ce prop: us to! os ser cotistrufi tirer& yént În ois ti et 1 oué résu appart IL. Boëk, ILT it., EE, Hoofäfhi Van àccesfe, enx. 267 TWÉEDE HOOFDSTUK, Van het rest van accésfie, tèn danzien Van héë geen zich met de zaak Yercenist, èn ét des geive cen gehecl Witmaakt. pie Art. 551. Al-het geen met.eche zaak vereenigd is, of met dezel+. ye een geheel uitmaakt, behoort aan den eigenaar, vol: gens de regelen, welke hier na bepaald zullen worden, 6 EERSTE, AFDEELINC, Van het regt van accesfic, met betrekking toë one rocrende goederén Art. 552. De éigendom van den grond bevat in zich den ei- gendom van het geen open in den grond is. De eigenaar kan op den grond alle beplantingen doen en gebouwen ftellen, welken hi goedvindt, be= houdens de uitzonderingen, in den Titul, y47 /ervitu- ten of erfdiensthaarheden, bepaald. Onder den grond mag hij bouwen en graven, zoo véel-hij goedvindt, en uit dit graven alle vruchten trek- ken, welken hetzelve kan opleveren, behoudens de wij-: zigingen, uit de wetten en reglementen, betrekkelik de ninen, en de wetten en reglementen van politie, VOOrt« vlocijende. Art. 553 Alle geboutven, beplantingen, én andere. weïrken Op äen grond of bitimen*s huis, worden geoordeeld door den éigenaar op zijne kosten gefchied te zin, en aaû em toe te behooren, indien het tegendeel niet bewe- zen a68 Liv.il. Tir. IT. Chap. IT. Du droit d'accession, Ce. le contraire n’est prouvé; sans préjudice de Îa propriété qu'un tiers pourrait avoir acquise ou pourrait acquérir par prescription, soit d’un sou- terrain sous le bâtiment d'autrui, soit de toute autre partie du bâtiment, Art. 554. Le propriétaire du sol qui a fait des construc- tions, plantations et ouvrages avec des matériaux qui ne lui appartenaient pas, doit en payer la va- leur; il peut aussi être condamné à des dommages et intérêts, s’il y a lieu: mais le propriétaire des matériaux n'a pas le droit de les enlever, Art. 555. Lorsque les plantations, constructions et ouvra. ges ont été faits par un tiers et avec ses maté- riaux, le propriétaire du fonds a droit ou de les retenir, ou d’obliger ce tiers à les enlever. Si le propriétaire du fonds demande la suppres- sion des plantations et constructions, elle est aux frais de celui qui les a faites, sans aucune indem- nité pour lui: il peut même être condimné à des dommages et intérêts, s’il y a lieu, pour le pré- judice que peut avoir éprouvé le propriétaire du fonds.. Si.le propriétaire préfére conserver ces planta- tions et constructions, il doit le remboursement de la valeur des matériaux et du prix de la main- d'œuvre, sans égard à la plus ou moins grande augmentation de valeur que le fonds à pu recevoir. Néanmoins, si les plantations, constructions et ou- vrages ont été faits par un tiers évincé, qui n’au- rait pas été condamné à la restitution des fruits, attendu sa bonne foi, le propriétaire ne pourra de- mander la suppression desdits ouvrages, plantations €t Constructions; mais il aura le choix, on de FÊIR 1, 2e pa NE jei gl pete gl où golW; "poux À De tingen Jen, 0 van D ing 1 dénel; jecfl& Wa at TA, on à te VE W: diet gel mal xls fchade dice de, acquise y d'in w- E de 1m S Const matériau Jayet k Vs | dottegs riétaire dy d et ol: ses ma ou dek r. suppre le est a ne inden: mné/ dy ur RY jécaire À $ spl serment d la mar ns gr | récerol ns et 0 qui 1 les frais pourte plantatitl AL jet 12 Bock, II, Tit., IT. Hoofdfi. Vanaccesfie; enz: 269 zen wordt; onverminderd nogtans den eigendom, wele ken een derde door verjaring verkregen zoude mogen hebben, of nog zoude Togen verkrigen, het zi op een onderaardsch gewelf of ging, ondet eens anderg gebouw, het zij Op eenig ander gedeelte van het ge- bouw zelve. Art: 554. De eïigenaaï van den grond, die gebouwen, beplan: tingen, of andere werken, gemaakt hecft met‘marcria< len, die hem niet tocbehoorden, moet de waarde daar van betalen; hi kan o0k verwezen. worden tot vergoes ding van fchaden en interesfen, Zoo daar toe redenen dienen; doch de eigenaar van die ftoffen of materialem heeft geen rest om dezelven weg te halen, Art. 555. Warnneer die beplantingen, gebouwen en werken, doo een derden gemaakt zijn met materialen, hem toebehoo- rende, heeft de eigenaar van den grond het rest, of om dezelven voor zich te behouden, of om den derden te verpligten dezelven weg te nemen. Wanneer de eigenaar van den grond de wegruimingÿ dier_beplantingen en gebouwen vVordért, moët zulks gefchieden ten koste van den geen,, die dezelven ge maakt hecft, zonder eenige fchadevergoeding voor hem: zelfs kan bhij verwezen worden tot vergoeding-van {chadeñ en interesferni, Zoo daar toe redenén dienen, uit hoofde van het nadéel, het welk de cigenaar van den grond daar door geleden zoude mogen hebben. Zoo de eïgenaar verkiest, deze beplantingen en gebou-: wen te behouden, moet‘hij de waarde der materialen, en het arbeidsioon voldoer, zonder te letten op de meer of min aanmerkelijke verhooging van waarde, welke de grond daar door bekomen zoude mogen. hebben. Niet- temin, Zoo die beplantingen, gebouwen en werken gé- maakt zijn door eenen derden, van wien het goed gerecla- méerd is, doch die, in aanmerking zijner goede trouw, tot geéne teruggave van vruchten verwezen is, Zzal de eigenaar de wegruiming van gemelde werken, béplantin- gen en gébouwen niet kunnen eïifchen, doch€: En gro Liv. Il. Tis, ET. Chap. Il. Dudroit accession y 0x rembotrser la. valeut des matériaux et du prix de Ja main-d'œuvre, où de rembourser une somme égale à celle dont le fonds a augmenté de valeur. Art. 556. Les attérissemens et accroissemens qui se forment successivement et imperceptiblement aux fonds ri- verains d’un fleuve ou d’une rivière, S’appellent alluvion. . L'alluvion profite at propriétaire riverain, soit qu'il s'agisse d’un fleuve où d'une rivière naviga. ble, flotiable ou non; à la charge, dans le pre; mier cas, de laisser le marchepied, où chemin de halage, conformément aux réglemens. Aït. 557. Il eh est de même des relais que forme l'eau courante qui se retire insensiblement de l’une de ses rives en se portant sur l’autre: le propriétaire de la rive découverte profite de l’alluvion, sans qué. le riverain du côté opposé y puisse venir réclamer le terrain qu'il a perdu.: . Ce droit n’a pas lieu à l'égard des relais de la -mCre Art. 558. L'alluvion n'a pas lieu. à l'égard des lacs et Ætangs, dont le propriétaire conserve toujours le terrain que l’eau couvre quand elle est à la hau- teur de la décharge de l'étang; encore que le «volume de l’eau vienne à diminuer, le propriétaire de l'étang n'ae- quiert aucun droit sur les terres riveraines que son « eau vient à couvrir dans des crues extraordinaires, Art. 559. : rer nn;. Si un fleuve ou une rivière, navigable ou non, enlève par une force subite une partie considére- -ble ct reconnaissable d’un champ riverain, et la ports € égena slot it & 2 ions I. Bock, II. Tit., IT. Hoofafi. Van accesfie jenz. 27x # di PA hebben, om, of de waarde der meerdere matetialen, en. UM het arbeidsloon te betalen, of ook om te voldoen eene é de ny geldfomme, gelik aan de waarde, tot welke de grond geftegen is. 3 Art. 556, Qu 6 fm aux fnk De aanwerpingen en aanwasfen, welke langzamerhand SU ongemerkt aan den oever of de kanten van een ts SM of rivier aanfpoelen, noemt men æ//wyie, of aanfpoeling.: rit, à Het aangefpoelde komt ten voordeele van den eïge- rit naar van den oever, het zi de vloed of rivier met , dmby fchepen of vlotten bevaarbaar Zi, het Zi niet, mits oùdm> in het eerfte geval, een voet- of jaag- pad vol. M gens de reglementen worde vrigelaten,| & 5 JS Art. 557. . On celïke wize is het gelegen met plaatfen, welke e form} Por 8 mA, de 1 het ftroomend. water verlaat, door zich ongemerkt van den eenen oever aftetrekken, en aan den tegen-ocver e prop: de eigenaar van den verlaten oever be- ion,& het voordeel van die aanfpoeling, zonder dat de renir ré gigenaar van den tegen-oever het land het welk hi verloren heeft, kan te rug eïfchen. Dit regt hecft geene plaats omtrent gronden, door s rehi de zee verlaten. Art. 558. : Aanfpoeling hecft geenc plaats ten aanzien van mere. TN en vi dker cig ltd d a jvers, welker eigenaar altijd den gron behoudt, ve ti die door het water bedekt wordt, wanneer het tot die estill‘ hoogte gekomen is, dat de vijver zich daar van ont. encomw© last, offchoon ook de hoeveclheid van het water na- derhand weder vermindert. F l'ér! Zoo ook, omgekeerd, verkrigt de eigenaar van den À MP! vijver geen regt op landen, aan den oever gelegen, die raines@ door zijn water, bij buitengewone hoogte van het zel- exmaa.ve, overdekt worden, Art. 559. ble oi! Indien een vloed of rivier, bevaarbaar zïjnde of niet, rie con-door geweld van den ftroom, een aanmerkelijk en her- PH kenbaar gedeelte van een fluk lands, aan den ecnen vera,*:| o6- J: ei Liy, I. Tis. IT. Chap. Î1, Du droit d'acctssion,&es. pôtte vers un champ iférieür où sur la rive op.’ posée le propriétaire de la partie enlevée peut réclamer sa propriété; mais il est tenu de former sa demande dans l’année: après ce délai, il n’y 4 sera plus recevable, à moins que le propriétaire du champ auquel la partie enlevée a été utie, n’eüt pas encore pris possession de celle-ci Art. 560. Les îles, îlots, attérissemens, qui se forment dans le lit des fleuves ou des rivières navigables ou flottables, appartiennent à l'Etat, s’il n’y a titre ou prescription contraire. Art. 561. Les îles et attérissemens qui se forment dans les tivières non navigables et non flottables, appar tiennent aux propriétaires riverains du côté où l’île s'est formée: si l’île n’est pas formée d’un seul côté, elle appartiént aux propriétaires riverains des. deux côtés, à paitir de la ligne qu’on supposé tracée au milieu de la rivière, Art. 562: Si une rivière ou un fleuve, en se formant un bras nouveau, coüupe et émbrasse le champ d’un propriétaire riverain, et en fait une île, ce pro- priéraire conserve la propriété dé Son champ, en- gore que l’île se soit formée dans un fleuve où dans une rivière navigable ou flottable. Art. 563. Si uñ fleuve où une rivière navigable, flottable ou non, se forme un nouveau coûrs en abandon- nant son ancien lit, Jes propriétaires des fonds nouvellement occupés prennent, à titre d’indemni- té, l’ancien lit abandonné, chacun dans la pro- portion du terrain qui lui a été enlevé.| Art. 564 Pal que£ ge É fs j DHL door Ht dl alor den€ que+0 ai ht iigd HS . Ein porte of rive dprretten js Va in. Jr g Zoo e ten, oefe gel beloutt où, w vhed. 0 air 5, Lo 8 Van ne Lou gronden Paul de îe[Chad e| 1! DE) io thin l enlevés‘h nu de Îe délai li € Prog a ét elle.c, Qi 48 forme TES ip + à à RE s'il nyiù ment dl tables, ph cÔté où! ée: din fa river l'on Siÿ se formti > champs 1e, œf n champ,€ qu fete| le, l: Boek, IT. Tit., IT, Hoofoft. Van acceshe, enz, oy4 ocver gelegen, affcheurt,; en hetzelve aan een land, dat meer bencdenwaarts, Of aan den\tegen- oever gelegen ïs, aanwerpt, kan dé eïigenaar. vai het fük: lind, dat door het geweld van den ftroom is. afgefcheurd;: zijnent eiSendom op het zelve inroepen; doch hij is“verpligt zijnen eisch binnen?s jaars te doen: na dien td‘is hi daar toe niet meer ontvanke!ijk, ten ware de eigenañr van het land, waar mede het afgefcheurde flux veree. nigd is, nog geen bezit van het zelve genomen had, Aït. 56. tien. eilandjes, en door aanfpocling droog ges wordene plaatfen, die zich op de beddingen: van vloeden of rivieren, met fchepen of'vlotten bevaarbaar, ter ne: derzetten, behonren aan den Staat, ZOO daar mede geen bewijs van eigendom of verjaring ftrijdig is, Art. 561. De se> Cf door aan{poeling droog gewordene plaatfen, dié Zzich in rivieren, welke- niet bevaarbaar zÿn met fchepen of vlotten, ter neder zetten, behooren: aan.de eiggnaars der oeverss..aan, de zijden, waar het eiland zich} heeft ter neder gezet: zoo het eiland niet aan den oever zich heeft opgeworpen, behoort het zelve aan de eigenaars van de beide oevers, te rekenen van de lin, die men verondetftelt in het midden van de ris vier getrokken te zijfs Art. 5624 cr een vloed of rivier, door eenen nieuweñ arm te raken+“het land. van éenen éigenaar, hét welk:aan den oever gélegen is... doorfnijdt, en tot een eiland maakt y behoudt deze eigenaar den éigendom van zijn land, zelfs ook, vwanneer dit eiland-zich geplaatst hadde in. een vloed. of rivicr> die met fchepen of vlotten bevaare baar is. Aït. 26%, Zoo een vloed of rivier, met vlotter. of Éhépen bal vaarbaar of niet, eenen nieuwen, loop aanneemt, en Zij= ne oude beddingen verlaat, nemen de eigenaars van de gronden, wvelke zij hier door zijn kwijt geraakt,.bezit van de oude verlatene beddingen, om. zich op die wij= Ze fchadeloo$ te flellen| een iegelük naar evenredigheid van den grond, dien hi verloren hecfr.| *RiDRÉL., S Art. 564% À ov4 Liv. ÎT, Tite IT. Chap II. Dudroit d'accesssion,&e, s2 Art. 564. Les pigeons, lapins, poissons, qui passent dans un autre colombier, garenne ot étang, appartien- nent au propriétaire de ces objets, pourvu qu'ils n’y aient point été attirés par fraude et artifice. SECTION IL Du droit d’accession relativement aux choses mnobilières, Aït. 565. Le droit d’accession, quand il a pour objet deux choses mobilières appartenant à deux maîtres diflé- rens, est entièrémient subordonné aux principes de ’équité naturelle.: Les règles suivantes serviront d'exemple au juge pour se déterminer, dans les cas non prévus, sui- vant les circonstances particulières. Aït 566. Lorsque deux choses appartenant à différens maî- tres, qui ont été unies de manière à former un tout, sont néanmoins séparables, en sorte que Vune puisse subsister sans l’autre, le tout appar- tient au maître de la chose qui forme la partie principale, à la charge de payer à l’autre la valeur de la chose qui a été unie. Art. 567. Est réputée partie principale celle à laquelle Vautre n’a été unie que pour l'usage, l'ornement ou le complément de la première, Art. 568 jf, D pui aile go koninél te gel Var Van bye 1 murs 10 =& orte Di den€ déel à Warde doter . Voo Var: - if of Gsssion | passent 5 ppt Pourvu x! et ar aux cho our obk maitre x printl cemple à n pré: différer à fort en So e toi me le! autre lt fe à À ge, LU A 4 I. Bock, II. Tit., I. Hoofdf. Van accesfie, enz, 278 Art, 504: Duiven, konijnen, visfchen, dié nadr eene‘andere duivenvlucht, konijnenberg, of vijver overgaan, behoo- ren aan den eigenaar van dezelven, mits die duiven, konijnen of visichen, door geen kunst of list daar naar toë gelokt zijn, TWEËEDE AFDEËELING. Van het rest van accesfie, betrekkceijk roerende gocderen. 1 Art. 565. Wanneer let rest van accesfie tot onderwerp heeft twee roerende goederen, aan twee verfchillende eige- naars tocbchoorende, wordt het zelve eenig en alleen naar de grondbeginfels van natuurlijke billijkheid be- oordeeld. De volgendë regels zullen aan den regter ten voor- beelde verftrekken, om zich, in onvoorziene geval- len, ovéreenkomftig de bizondere oiïnftandigheden te bepalen. Aït. 566. Wanneer twee zaken, aan onderfcheiden eïgenaaré toebehoorende, fchoon op zoodanigé wijze vercenigd zinde, dat zij een gehéel uitmaken, nogtans van el- kander kunnen afgefcheiden worden, zoo dat de eene kan beftaan zonder de andere, behoort het geheel aan den eigenaar van de zaak, welke het voornaamite deel uitmaakt, onder den last van aan den ander de waarde van de zaak, die imet dezelve vereenigd is, te mocten voldoen. Art. 567. het voornaamfte deel wordt gehouden dat geen, waar mede het andere gedeelte alleen tot gebruik, fie- rand of aanvulling vereenigd is, : S 2 Art. 508: % 4v8 Liv. IL. Tit, IT.,Chap. IT. Du droit d'accession, Se. Att. 568. Néanmoins, quand la chose unie est beaucoup his précieuse que la chose principale, et Quand elle a été employée à l'insu du propriétaire, ce- lui-ci peut demander que la-chose unie soit séparée pour lui être rendue, même quand il pourrait en résulter quelque dégradation de la chose à laquelle elle a été‘jointe. Art. 569: Si de detix choses unies pour former un seul tout, l’une ne peut point être regardée comme l'accessoire de l’autre, celle-là est réputée princi- pale qui est la plus considérable en vale ur, ou en volume, si les valeurs Sont à-peu-près égales, Aït: 570. Si.un artisan ou une personne quelconque a êim= ployé une matière qui ne lui appartenait pas, à former une chose d’une nouvelle espèce, soit que R matière puise ou non reprendre sa première forme, celui qui en était le propriétaire a le droit de réclamer la chose qui en a été formée, en remboursant le prix de la main-d'œuvre. Ârt. 571. Si cependant la Main-d’œuvie était telleient im- portante qu“elle surpassât de beaucoup la valeur de la matière employée, l’industrie serait alors réputée la partie principale; et l'ouvrier aurait le droit de retenir la chose travaillée, en remboursant le pris de[a matière aù propriétaire. Aït. 572. Lorsqu'une personne a employé en pañtie la ma: ticre qui lui appartenait, et en partie celle qui ne lui appartenait pas, à former une chose d’une espè- ce nouvelle, sans que ni l’une ni l’autre des deux matières soient entièrement détruites, mais de manière qu'elles il D mn ÿ! da peenel (en, féeitet a we qu oo: lot, : beam & qu CCI, te SOI séqus pourra e à lé Er lée com té prit ur, OU? rales, ue à à L pas, , SOù »_ premi alked ormée, À lement | valet pts ri le drol! sant le É artie L9 elle qi’ d'une re des de rt que IL: Bock, 11, Tit., HI. Hoofdfl, Van acceshés enx, 977 Art| 56 8e Zoo niettemin de vercenigde zaak veel kostbaarder is, dan de principale Zaak, en wanneer dezelve medeweten vyan den eigenaar gebruikt is, kan deze ei- fchen, dat de vercenigde zaak daar van werde afse- {Cheiden, om aan hem te worden te rug gegeven, zelfs al werd daar door cenige vermindering van waarde aan de zaak, waar mede zij vereenigd geweest is, ver- oorzaakt. et Art. 569. Wanneer van tiwee Zaken, die te zamen vercenigd zijn, om een géheel uit te maken, de eene niet kan aangemerkt worden als een accesfoir van de andere, wordt die gene van beide gcoordeeld de principale zaak te ziÿn, welke de voornaamfite is in waarde of in grootte, indien de waarde van beiden bijna gelÿk ftaat, Art, 570. Indien een ambachtsman, of iemand anders, van eene ftoffe, die hem niet toebehoorde,-eene nieuwe foort van zaak gemaakt heeft, het zi die ftoffe zijne vorige gedaante kan te rug bekomen, of niet, heeft de eigenaar der ftoffe het regt, om de zaak, welke daar van gemaakt is, als zijn cigendom te vorderen, mits de waaïde van het arbeidsloon vergoedende,| Art, 571. Wannecz_ nogtans het arbcidsloon Z00 groot was, dat het de waarde van de gebruikte ftoffe Zeer ver te boven ging, moet de arbeid geoordeeld worden de prin- cipale zaak te zijn, en heeft de ambachtsman het regt, om de door hem bewerkte zaak voor zich te behou- vergoedende. ‘den, mits de waarde van de ftoffe aan den eigenaar Aït. 572. Wanneer iemand, tot het. maken van eene nieuwe zaak, eene ftoffe gebruikt hecft, gedeeltelik hem zel- ven, en gédeeltelik aan een ander tocbehoorende, zon- der dat noch de eene, noch de andere van beide die ftoffen gantfcheliÿk vernietigd zijn, doch nièt weder ge- 5.3 VOEË= 278 Liv. I, Dit. IL. Cheb. H. Du droit d'acceshon, Be. qu’elles ne puissent pas se séparer sans inconvé- nient, la chose est commune aux deux propriétai- res, en raison, quant à l’un, de la matière qui lui appartenait; quant à l’autre, en raison à-la fois et de la matière qui lui appartenait, et du prix de sa main- d'œuvre. Art. 573. Lorsqu'une chose a été formée par le‘mélange de plusieurs matières appartenant à différens pro: priétaires, mais dont aucune ne peut être regardée comme la matière principale, si les matières peu- vent être séparées, celui à l’insu duquel les matiè- res ont été mélangées, peut en demander la divi- sion.; E k cs:: à: É x TR Si les matières ne peuvent plus être séparées sans inconvénient, ils“en acquièrent en commun Ja de la Art. 574. Si la matière appartenant à l’un des propriétaires était de beaucoup supérieure à l’autre par la quan- tité et le prix, en ce cas le propriétaire de la matière supérieure en valeur pourrait réclamer la chose provenue du mélange, en remboursant à l'autre la valeur de sa matière.: Art. 575: ve Lorsque la chose reste en commun entre les propriétaires des matières dont elle a été formée, elle doit être licitée au profit commun. e | Dans tous les cas où le propriétaire dont la ma- tière a été employée, à son insu,.à former uné chose d’une autre‘espèce, peut réclamer la pro: priété de cette chose, il a le choix de demander & la je HO red {48 Vl ya toc ftolt Wie dr 1 fade Doc! funaet in hoedun tbe hi ti Wa Fost gene aude VW lol: noët et sf in,(A S icon Proprix HAUT 9 on à du pixé Le mél Féres pro re nous atières | Les der la à e sépait commun té, de DENAIN propriéts par le qui était d À réch| bouts LT. Boek, L. Tit., I. Hoofdff. Van acceshe., en. 279 voeglik van elkander kunnen worden afgefcheiden, is de Zzaak tusfchen beide de eigenaars gemeen, naar evenredigheid, wat den een betreft, van de ftoffe, wel. ke hem tocbehoorde, en wat den anderen betreft, naar evenredigheid, zoo var de ftoffe, die hem tocbehoor.. de, als van de waarde van het atbeidsloon, Art, 573 Wanneer eene zaak gemaakt is, door zamenmenging van verfcheidene ftoflen, aan verfchillende eigenaars tocbehoorende, doch van welke geene als de principale {toffe kan worden aangemerkt: kan de geen, zonder wiens weten de ftofen vermengd zijn, de verdeeling _daar van eifchen, indien die ftoffen van elkander afge- fcheiden kunnen worden, Doch zoo de ftoffen niet gevoeglÿk afsefcheiden kunnen worden, verkriügen z1j den eïigendom daar van in het gemeen, naar evenredigheid van de hoeveelheid, hoedanigheid en waarde der ftoffen, aan elk hunner tocbehoorende. Art. 574. Indien de ftoffe, aan een der eigenaars toebehoo- rende, die van den ander verre in hocveelhad en waarde overtreft, kan in dit geval de eigenaar der kostbaarfte ftoffe, de zaak, die door die vermenging gemaakt is, als zinen eigendom vorderen, mits aan den ander de waarde van zÿne ftofe vergoedendes Ârt. 5 75e Wanneer de zaak, tusfchen de eigenaars van de ftoffen, waar uit zij zamengefteld is, gemeen biijft, moet dezelve. ten gemeenen voordeele, bij opveiling verkocht worden.- Art. 576, In alle gevallen, in welken een eigenaar, wiens ftof- fe, buiten zijn weten, gebruikt is, om. eene. audere foort van zaak te maken, den eigendom van die zaak voor Zzich kan inroepen, heeft hij de keuze om de te- S 4. AUS: 280. Liv. IT. Tir. IX. Chap. Il. Du droit d'acsesion, Ba la restitution de sa matière en même nature, quan. tité; poids, mesure et bonté, où sa Valeur,“hs Art. 577 Ceux qui auront“employé des matières apparte- nant à d’autres, et à leur insu, pourront aussi étre- condamnés à des: dommages et intérêts, s’il y à lieu ,* sans préjudice des poursuites Le voie ee ordinaire, si le cas 5; écher. à, 4 qu PR EN Th DE L'USUFRUIT, DE L'USAGE ET DE L’HA- =.- BITATION. RASE Rae le go Janvier 1804. Promulgué‘ - otre] nés| S MAP UT RE De Pusufruit. Art. 578, L'usufruit est le droit de jouir des choses dont un autre à la propriété» comme le propriétaire lui-même, mais à k charge d'en consérvér la substance,: OA Art. 579, L'usufruit est établi par R loi, ou Rire la vo- lonté de l'homme, ut de f(fa 1 ji put: Qi VU jp& di te gel fn,! vervol @ 0 qpyen 1 FAN Vrycl vi goe all of: dn Lx Houden, Vu 1 de Cession ge, nature,& Valeur, aticres% TONt ae rêts,(| pat VOË rulgul À s ohosf: 6 pro” const" y pal «is! An? 11: Rocks it Tes IL. Hoofdft, Van accesfie, enz. 28x ruggave van zine ftofle in dezelfde aard, hoeveelheid, zwaarte, mat el deugdzaamheid, of wel de wwaarde daat vin te vorderen. D Aït. 577: Die eenige ftoffen, aan anderen tochchootende. bui- ten derzelver weten: gebruikt hebben, kuñnen: ook! ver- wezen worden tot‘vergoeding van fchaden er interes-. fen, Zoo daar toe redenen dienen, onverminderd de vervolgingen door buitengewone restsmiddelen» indien de omfrandighedeu van het geval paartoe pu geven mogten. DERDE TITEL| VAN VRUCHTGEBRUIR, VAN GEBRUIE EN VAN. nl ere INWONING, & [Vastgefield den gofien van Louvmaand 1804. Afgekondigd den oden van Sprokkelnaand.] EERSTE HOOFDSTURK Van vruchtgebruik, Aït. 578. Vruchtgcbruik is het regt, om hêt genot te trekken van goedeten, war van een ander den eigendom heeft, als of men Zelf eigenaar daar van wares doch oder den last, van de goederen zelve in ftand te moeten houdens Art. 579. Vruchtgcbruik wordt door de wet, of “pr den wil der menfchen. S 5 Art. 580. C2 ao Liv. II, Tit, II Chap. Z De Pusufruit, Art. 580. L'usufruit peut être établi, ou purement, ou à certain jour, ou à condition. Art. 581. Il peut être établi sur toute espèce de biens meubles ou immeubles. SECTION FH, Des droits de Pusufruitier. Art, 589, L’ usufruitier a le droit de jouir de toute espèce de fruits, soit naturels, soit industriels, soit ci- vils, que peut produire l’objet donc il a l’usufruit. Art. 583. Les fruits naturels sont ceux qui sont le pro- _ duit spontané de la terre. Le produit et le croit des animaux sont aussi des fruits naturels. Les fruits industriels d’un fonds sont ceux qu'on obtient par la culture. Art. a. _ Les fruits civils sont les loyers des maisons, les intérêts des sommes SRE les arrérages des rentes, Les prix des baux à ferme sont aussi. rangés dans la classe des fruits civils. Art. 535. Les fruits naturels et industriels, pendans pat branches ou par racines au moment où l’usufruit est ouvert, appartiennent à l’usufruitier. Ceux D" nl u| fe di 0 et Natur val En, yrucht “fruc orden, Fr Civil teslen dchter L: \fuchter D: de bj bbomen it ) Lu ru, IT, Bock, TL. T ête À£ Hoofdfi. Van vruchiscbruik, 283 Art. 580, 2UtemEN, ç i Vruchtgebruik kan worden daargefteld, of zuivet D voor eençn bepaalden td; of onder zekére voorwaardes \ Aït, SL. spèce de À 5 | Het zelvé’ tré worden daargefleld, ten aanzien va alle foorten van goederen, roerende of onroerende, à TWERDE AFDEELING. er, Van dé regten van der vruchtgebruiker. Art, 580. de tu à De vruchtgebruiker heeft het regt, om alle foorten 7: van vruchten te senieten, die van het goed, waar Le, van hÿ het vruchtécbruik heeft, kunnen voortkomen, Nit/mi het zÿ de natuurliÿke, het zi de vruchten van HNSr: heid, het zi} de civile.: Art. 583< qui sont À Natuurlÿke vruchten zijn die gene, welke de aarde oduit et À van zelf voortbrenst. Het geen de beesten voortbren- mnt gen, als mede derzelver jongen, zijn ook natuurlijke à a vruchten. Sont ME: Vruchten van niverheid, die uit den grond getrokken worden, zijn, de zulke, welke men door bebouwing verkrijgt._. Aït. 584. LÉ rs de 1e Civile vruchten zijn de huren van huizen, de inte- les ar sesfen van verfchuldigde geldfommen, mitsgaders de achterftallige renten. nt‘auf© Landhuren worden ook gerangfchikt onder de civile vruchten. Art, 585. s De natuurliÿke vruchten en vruchten van niverheid, s, D die bij den aanvang van het vruchtgebruik nog aan de nt où LS‘boomen of wortels vast zijn, behooren aan, den itier, vruchtgebruiker, Vruch. 284. Liv. II. Tir, LIT. Chap, I. De Tusufruir. Ceux qui sont dans le même état au moment où finit l’usufruit, appartiennent, au propriétaire, sans récompense de part ni d'autre des labours et des semences, mais aussi sans préjudice de la por- tion des fruits qui pourrait être acquise au colon partiaire, s’il en existait. un âu commencement: où à la cessation de lPusufruit. Art, 586._. Les fruits civils sont réputés s‘acquérir jour par jour, et appartiennent à l’usufruitier, à proportion de la durée de son usufruit, Cette règle‘s'applique aux prix des baux à ferme, comme aux loyers des maisons et aux autres fruits civils. Art. 587. Si l'usufruie comprend des. choses dont on ne peut faire usage sans les consommer, comme l’ar- gent, les grains, les liqueurs,‘Pusufruitier.a 4e droit de s’en servir, mais à la charge d’en rendre de pareille quantité ,. qualité et vus,>: OÙ leur estimation, à la fin de lusufruit. Art. 588. L'usufruit d’une rente viagère donne aussi à l’u. sufruitier, pendant a durée de son’ usufruit.» le droit d'en percevoir les D: sans êtré tenu à aucune restitution. Art. 589. Si lusufruit comprend des choses qui, sans ge consommer de suite, se détériorent peu à peu par l'usage, comme du linge, des meubles meubléns, l’usufruitier a le droit de s’en servir’ pour l'usage auquel elles sont destinées, et n’est obligé de les rendre, à la fin de l'usufruit, que dans l’état où elles se trouvent, non dérériorées par son dol qu par sa faute. Art. 590. den Foxhnig QT Hr! den rx rét On feu Jnden dadelik veminde ban, ku vw ruche War in d fChu ufr, LE AU 1 prop des Li ice de Auise a mence quétt jar 5 MN règle San aux loyer »S dont© 2 CONT 1Su fruit rge dei leur; 4 ne aus. 'usuft, 1s être£ s qu S peu à pe bles meubi je gout Ï sf obligé ê dus LA par so { An ï II, Bock, HI. Tir. I. Foofaf. Van vruchigebruik, 285 Vruchten, die nog aan de boomen of wortels vast zijn, op het oogenblik dat het vruchtgebruik eindigt, Hehooren aan den eigenadr, Zonder vergoëding van de bene of andere zijde wegens dé kosten van het bearbei- den of bezaaijen, onverminderd:nogtans dat gedeelte. der vruchten, het welk aan den huurder, die voor het genot: van een. gedeelte der vruchten, het land bebouwd had, zoude mogen toekomen, indien.er zoodanig een bi het begin of einde van het vruchtgébruik wezén mogt. Art. 586. Rs De civile vruchten worden gerekend van dag tot dag verkregen te worden, en behooren, aan den vruchtge- bruiker naar mate ziÿn vruchtgebruik duurt. Deze regel is zoo wel toepasfelÿk op landhuren, als op huishu- ren en andere civile vruchten. à Arts 587 À Indien een vruchtgcbruik bevat zaken, waar van men geën gebruik Kan hebbeñ zonder dezelve te verteren, als cell; koren, dranken, heeft de vruchtgebruiker het rest om,.Zzich daar van te bedienen; mits hij bij het ein« digen van het vruchtgebruik eene gelijke hoeveelheid, “hocdanigheid en waarde, of wel den prijs van dézelve s te rug geve. ë : Art. 588.| Het vruchtgebruik van eene lüfrente geeft ook aan den vruchtgebruiker, gedurende- het vruchtgcbruik, het regt om de agterftallige renten te ontvangen, zonder tot eenige te rug gave verpligt te zin. Art. 589. Indien het vruchtgebruik bevat zaken, die, zonder dadelÿjk te niet te gaan, door het gebruik langzamerhand verminderen of verfliten, als linnen, ameublementen, heefc de vruchtgebruiker het regt om dezelven te ge- bruiken, tot het éinde, waar toe zij beftemd zijn, en kan volffaan met dezelven bij het eindigen van het vruchtgebruik te rug te geven in zoodanigen fat, als vvaar in ziÿ zich bevinden, mits niet door kwade trouw. of fchuld van den vruchtgebruiker flechter gewordert zinde.* È ; Aït, 590. LJ 086 Liv. LU: Tir. LIT, Chap, 1. De Pusufruir Art. 590. Si l’usufruit comprend des boïs taillis, l’usufni. tier est tenu d'observer l’ordre et la quotité des coupes, conformément à l’aménagement ou à l’usa. ge constant des propriétaires; sans indemnité rou- tefois en faveur de l’usufruitier ou de ses héritiers, pour les coupes ordinaires, soit de taillis, soit É baliveaux,‘Soit de futaie, qu il n'aurait pas faites pendant sa jouissance. Les arbres qu’on peut tirer d’une pépinière sans la dégrader, ne font aussi partie de l’usufruit qu'à la charge par l’usufruitier de se conformer aux usages des lieux pour le remplacement. Art. 591. L’usufruitier profite encore, toujours en se con- formant aux époques et à l’usage des anciens pro: priétaires, des parties de boïs de haute futaie qui ont été mises en coupes réglées, soit que cs coupes se fassent périodiquement sur une certaine étendue de terrain, soit qu’elles se fassent d’une certaine quantité d'arbres pris indistinctement sur toute la surface du domaine. Art. 592. Dans tous les autres cas, l’usufruitier ne peut toucher aux arbres de haute futaie: il peut seule- ment employer, pour faire les réparations dont il est tenu, les arbres arrachés ou brisés par acci- dent; il peut même, pour cet objet, en faire abattre s'il est nécessaire, mais à la charge d'en faire constater la nécessité avec le propriétaire. \i-: Aft. 59% Il peut prendre, dans les bois, des échalas pour les vignes; il peut aussi prendre, sur les arbres, des produits annuels ou périodiques; le tout. sui- | vant Ï. je fois qi pt HP f relie nokt ee{ gpooil ei| jt wi De b jan ke co€ ve” lnd, | fl 1 Op vd uit gbrik ghou ndodie nhdz 5 Guru, Is, li la quo. nt oui} demi. ses bé lis, à Irait ju pépinière à Pusint onfortt It, s en& anclen| e futait joit que une ce fassent inctenet itiet ff! L peut ations dl sés pal jet,€! à] cha ropriéu ! gr Les f le to 1. Dock, HI, Tite s L Hoofdf. Van vruchigebruik, 999 Art.#90. Indien het, vruchtgebruik kaphout bevat, is de vruchtgebruiker verpligt, de orde en hoeveelheid van het kappen in acht te nemen, overeenkomftig de be fcheidenheid en het flandvastis gebruik der eïgenaars s zonder dat de vruchtgebruiker of zïÿne erfgenamen eenige fchadeloosftelling vorderen mogen,‘wegens het. gewoonlijk kappen, het ziÿj van kaphout, rijshout of éenige hoogftammige boomen, het welk hij gedurende het vruchtgebruik zoude mogen hebben nagelaten. De boomen, welke uit eene boomkweekerij getrok. ken kuanen worden, zonder dezelve te bederven, maken ook een gedeelte van het vruchtgebruik uit, mits de vrüchtgebruiker zich omtrent de weder-aanvulling naer de plaatfelijke gewoonten gedrage.— Aït. 591. De vruchtgcbruiker, mits zich gedragende naar de. vaste tijden, en het gebruik der oude eïgenaars, geniet ook die. partijen hout van opgaande boomen, die re: gelmatig gehakt worden, het zij dit hakken gefchiedt op vaste tijden, over zekere uitgeftrektheid lands, het zij van eene zekere hoeveelheid boomen, zonder-on- NE genomen over de geheele oppervlakte van het and. ns Art. 390. In alle andere gevallen, mag de vruchtgebruiker gee- ne opgaande boomen vellen: hij kan flechts de bij toe- val uit den grond gerukte, of afgebrokene, boomen gebruiken tot het doen der reparatiën, tot welke hi gchouden is; hij kan zelfs ten dien einde, indien het noodig is, boomen doen omhakken, mits hij in de noodzakelikheid daar van met den eigenaar overeen- flemme.: Aït. 593 Hi kan uit de bosfchen ftaken nemen voor de wijn- gaarden; hÿj kan ook jaarlijks, of op vastgeftelde tij- den, van de boomen vruchten trekken; alles over- een« 208 Liv 11. Tite, LIL. Chap, L De Pusufruite vant l'usage du pays ouù là coutume des proprié. taîres: Ârt. 594: Les arbres fruitiers qui meurent, ceux même qui sont arrachés ou brisés par accident+ appartiennent x l’usufruicier; à la charge de les remplacer par _ d’autrés. Art. 398. L'üsufruitier peut jouir par lui-même, donnetià férme à un autre, ou même vendre ou céder son dioit à titre gratuit. S’il donne à ferme, il doit se coñformer, pour les époques où les baux doi- vent être renouvelés, et pour leur durée, aux rè- gles établies pour le mari à l’égard des biens de la femme, au tire du contrat de mariage et des droits respectifs des époux. Art, 596. : L’usufruitier jouit de l’augmentation survenue par alluvion à l’objet dont il a l’usufruir, Ârt. 597. 1 jouit des droits de servitude, de passage, et . géneralement de tous les droits dont le propriétaire peut jouir, et il en jouit commé le propriétäüre lui-même. F Art. 598: Il jouit aussi, de la même manière que le pro- priétaire, des mines et carrières qui sont en ex- ploitation à l’ouverture de l'usufruit; et néanmoins; s'il s’agit d’une exploitation qui ne puisse étre faite sans une concession, lusufruitier ne pourra en jouir qu'après en avoir obtenu la permise de l'Empereur,| 2, Fur:;- ïl Be ufr, ds mr Ux même appariinn rempher: me, donner où ct: re, ill les baux: irée, au s biens à age à SUTVEN le pe< e prophi prop que k! sont El! t near puis 7 ne k par IL Boek. IT: Tit.; L. Hoofdk. Van vruchtgebruik. 229 eenkomftig het lands gebruik of de géwoünte der éige. mas.| Ban Art. 504. De vruchtboomen, die fterven, en ook die, welke bi toeval uit den grond zijn gerukt, of afgebrokén, behoo= ren aan den vruchtgebruiker; mits hij daaï voor anderen in de plaats fielle. Art. 5054 _ De vruchtgebruïker mag van zin vruchtsebruik zelf het genot hebben, het zelve aan een ander verhuren, verkoopen,; of voor niet a‘ftaan. hi het goed verhuurt, moet hij zich fchikken, ten aanzien van den td, op welken de huurceaullen moeten vernieuwd wore den, en den tijd dat ze duren mogen, naar de regels, voor den man, ten opzigte van de goederen, die de vrouw toebehooren, vastgefteld in den Titél, vez Ac huwelijks-contract; en de wederzijdfihe regten der echts gcCn00ïen, Art. 5964 De vruchtgebruiker heeft het genot van de vermecrde- ring, welke aan het goed, waar van hij het vruchtges bruik heeft, door aanfpoeling is aangekomen. Art. 597. Hÿ geniet de regten van dienstbaarheden, overgang; en in het algemeen alle régten, waar van de eigenaar het genot heeft, op geljke wijze als de eigenaar zelf, Art. 598. " Hi heeft ook, op dezelfde wijze als de eigenaar, het genot van de mijnen, de fteen- of koolgroeven, die bÿ den aanvang van het vruchtgebruik reeds uitgegraven werden; doch indien zulk eene uitgraving niet gefchie- den mag, zonder daar toe vooraf verlof verkregen te hebben, zal de vruchtgebruiker daar van geen genot kuunen trekken, dan na dat hij alvorens van den Keizer aoodanig verlof bekomen heeit.: L DEEL T Hit. s90 Liv. II. Tit. IL. Chaps L.. De Pusufruité 11 n'a aucun droit aux mines et carrières non encore ouvertes, ni aux tourbières dont l’exploita. tion n’est point encore commencée, ni au trésor qui pourrait être découvert pendant la, durée de l’usufruit. Br Art: 599.: Le propriétaire ne peut, par son fait, ni de quelque manière que ce soit, nuire aux droits de l’usufruitier.| bee De son côté, l’usufruitier ne peut.:à:da cessa- ion de lusufruit, réclamer aucune indemnité pour les améliorations qu'il prétendrait avoir faites, en- core que la valeur de la chose en fût augmentée. Il peut cepéndant, ou ses héritiers, énlever Îles glaces, tableaux et autres ornemens qu’il. aurait fait placer,, mais à la charge de rétablir les. lieux dans leur premier état. SEC POINTE Des obligations de Pusufruitier.| Art, 600. L'usufruitier prend les choses dans l’état où el. les sont; mais il ne peut entrer en jouissance qu’a- près avoir fait dresser, en présence du propriétai- re, ou lui dûment appelé, un inventaire des meu- bles et un état des immeubles sujets à lusufruit. Art, 601, Îl donne caution de jouir en bon père de famil le, s’il n’en est dispensé par l’acte constitutif de l'usufruit; cependant, les père et mère ayant lusu- | fruit Ï Ju Hi fer où À gonl pe | no nie den vr Di ge VA ken, gril got De! à ie gt À je De: ï un qe Wro +0 D invent Dee f il goe fe a (El £ W if{ tit, Carrie y nt l'en nl au tk la dus | fi, à aux du! ah 1er} pit faite! augren ,_ énler il. aurit lieux s l'axe juissant À du pr paire. dl à l'un pére d) const re ji _ Des nietteminf! kan hij, of: kunnen zïne erfgenimer, de fpiegels, fchilderïjen en andere ficraden, welke hÿ heeft doen plaatfen, wegnémetis mits zij die plaatfen in haren vorigen ftaat herftellen. î l TWELDE AFDEELING. F an de verpli giingen Van den. vruchigebruiher Art.: 6oo$::: “. De vruchteébruiker neemt de goëderen over in def ant, waar im dezelve zich-bevinden, doch: kan daar van geen genot trekken, dan na alVorens;- in-tegéti- woordigheid van den eigenaar,. of na dat dezelve daar toe behoorlijk geroëper is, te hebben doen maken eenen inventaris van. de roerende, en eenen ftaat der onroerende goederen, dié aan het vruchtgebruik onderworpen zin. Ait: 6oho|:; © Hi moet borg ftellen, dat hi de goederen als éett goed huisvader gebruiken zal,: ten ziÿj hij daar van bij de acte, waar bij het vruchtgebruik gevestigd is, is.vri- “gefteld; nogtans zÿn vader enmoeder, uit krachte van de wet het vruchtgebruik hebbende van de goedereñ hur- +, TE«à ner CR 4 202 Liv. II, Tir. LIL. Chap. L. De Pusufruit. fruit légal du bien de leurs enfans, le vendeur ou le donateur sous réserve d’usufruic ne sont pas te: nus de donner caution. Art. 602. Si l’usufruitier ne trouvé pas de caution, les immeubles sont dohnés à ferme ou mis en séques- tre; Les sommes comprises dans l'usufruit sont pla- cées; . Les denrées sont vendues, et le prix en prove- nant est pareillement placé; Les intérêts de ces sommes et les prix des fer. mes appartiennent, dans ce cas, à l’usufruitier. Art. 603. À défaut d'une caution de la part de l’usufrui- tier, le propriétaire peut exiger que les meubles qui dépérissent par l'usage soient vendus, pour le prix en être placé comme celui des denrées; et alors l’usufruitier jouit de l’intérét pendant son usufruit: cependant l’usufruitier pourra demander, et les juges pourront ordonner, suivant les circon- stances, qu'une partie des. meubles nécessaires pour son usage lui soit délaissée, sous sa simple caution juratoire, et à la charge de les représenter à l’ex- tinction de l’usufruit. $ Art. 604. Le retard de donner caution ne prive pas l'usu- fruitier des fruits auxquels il peut avoir droit; ils lui sont dus du moment où l’usufruit a été ou- -Vert. Art. 6os. -L’usufruitier n’est teñu qu'aux réparations d'en- Les tretien, Î Ju Î airs mnt d| pe paie 0 l Y RAA gen de ON te gel: De go pas De 10 dur val fo De ru mad fer de felen, kan dn, Ô worden, vetochte| vite de rie yrochigeh mar omis garer, L an He We ut, E bi let nd tn, De vert Vruchtrebru Ro vs Ok,| he, De vruc Wraritién+ ufr, le Vend l é Sott pur Cauti, l DS€n dx fruit son k rix e0 js prix dé sufruitier. de l’usii les met S, pou denrées! pendant! ra dent nt ls cie ses pOur simple vu ésercer à le rive sis oir du! jic a Ëf aration ï 21. Bock, IL. Tit., I. Hoofdfi. Van vruchtgebruik. 293 mer kinderen, geliÿjk ook die zijn goed aan een. ander verkocht of gefchonken heeft, onder voorwaarde van het vruchtgebruik van dat goed te blijven genieten, niet verpligt tot het ffellen van borg. Art, 602. Zoo de vruchtgebruiker geen borg kan vinden, wor- den de onroerende goederen verhuurd of onder fequeftra. tie gefteld; De geldfommen, die onder het vruchtgebruik bevres pen zÿn, worden belegd; De koopwaren worden verkocht, en de kooppris, daar van komende, wordt insgelijks belegd; De renten van deze geldfommen, en huren, behoo. ren in dit geval aan den vruchtgebruiker., Art, 603. Tndien de vruchtgebruiker in gebreke bliÿft borg te fiellen, kan de eigenaar vorderen, dat de roerende goe- deren, die door het gebruik verminderen, verkocht worden, ten einde de pris daar van, even als van de verkochte koopwaren, werde belegd; en geniet de vruchtgebruiker als dan, gedurende het vruchtoebruik, de renten, welke dezelve opleveren: nogtans kan de vruchtgebruiker vorderen, én de regter gebieden, dat, naar omftandigheden van zaken, een gedeelte der roerende goederen, het welk hi tot ziÿn gebruik noodig heeft, aan hem werde overgelaten, Onder eene enkele juratoire cautie, en voorts onder den last om dezelve goederen, bij het eindigen van het vruchtgebruik, weder op te leveren. Art. 604. De vertraging in het ftellen van borg ontzet den vruchtgebruiker niet van de vruchten, waar toe hij ge- restigd was; dezelve zijn hem verfchuldigd van het So dat het vruchtgebruik een aanvang genomen eeft. à Art, Gos. De vruchtgebruiker is alleenliÿk verpligt de gewone teparatiän tot ondérhoud te doen,“ F3 Bui- 004 Liv. I. Tit. HI. Chap: I. De Pusufruir. Les grossés réparations demeurent à la’ charge du propriétaire, à moins qu’elles n’aient été occasion: nées‘par le défaut de réparations d’entretien, de- puis l’ouverture de l'usufruit, auquel cas l’usufrui. tier en est aussi tenu. Phi de sitio| Art. 606, Les grosses réparations sont celles des gros murs. et des voûtes, le. rétablissement des poutres er des couvertures entières;: Celui des digues et des murs de soutenement et de clôture aussi en entier. * Toutes les autres réparations sont d'entretien. Art. 6o7. Ni le propriétaire, ni l’usufruitier, ne sont te- 9|: A nus-de rebâtir ce. qui est tombé de vétusté, ou ce qui a-été détruit par cas fortuit. a Art. 608. L’usüfruitier est tenu, pendant sa jouissance, de toutes les charges annuelles de l'héritage, telles que les Contributions et autres qui dans l'usage sont censées charges des fruits. Art. Go. À l'égard des charges qui peuvent être imposées sur la propriété pendant la durée de lusufruit, l’usufruitier et le propriétaire y contribuent ainsi qu’il suit: Le propriétaire est obligé de les payer, et l’u- sufruitier doit lui tenir compte des intérêts. Si elles sont avancées par l’usufruitier, il a Île répétition du capital à la fin: de l'usufruit. Art, 610. Le legs faic par un testateur, d'une rente viagè- re ou pension alimentaire, doit être acquitté par ’ Fr ie“ares à Ï ut} ñ f je qi” jo di gr pag ll ia si fx pute gt dl pe gs fist Ale-1n pd gl D vtt gebrulk, 1 We, M tua yruchten De hsta éjedom door den v aie als Y : D à don, À vergoeden Indien dan hu son,| Een| Litente SU ru, k Gr. été Oct entree,| L cas lu des fm POUR#4 SOUterex: d'entreis 's Heu Jécusté, 1e uissance, ge, tell s l'ur être inpé de lui ncribuent Ê payent rérèts, irier, 1! rit, rente 1 acquit À EI. Bocky AH. T8. 31. Doi Wan vrhchigebnik. 295 ."Buitengewoon-Zwate. reparatièn lblijven ten laste van den, eigenaar, ten ware..dezelve veroorzaakt, zijn doot verzuim van het gewoon onderhoud, Zedert den aan, vañg van het vruchtgebruik; in welk geval de vrUChte gebruiker daar toe ook gehouden is. Art 606, , groote reparatiën zijn die van zware fnuren en gewelven, hèt lesgén van nieuwe balken en geheële’ daken;: De gehéelé reparatie van dijken, en van fteun- en fcheidsmuren LH Alle andere-reparatiën worden, voor gewoon onder- houd gerekend. Aït. 657: Noch de eigenaar, noch de vruchtgebruiker, zijn vere plist te herbouwen, hét geen door ouderdom 1S inge- ftort, 6f door een tocvallig onheil vernield is, Art. 608... De vruchtsebruiker is gehouden, gedurende het vrucht+ gebruik, voor zijne rekening te nemen alle jaatliük{che lasten, waar mede Het goed bezwaard is, als van con- tributién en anderen,. die gewoonliÿk als lasten der vruchten worden aangemerkt, Art. 609.: De lastén, die gedurende het vruchtgebruik op den eigendom van het goed gelesd kunnen worden, worden door den vruchtgebruiker en: éigenaar gedragen, in ma- niere als volgt:| - De cigenaar is verpligt de betaling dezer lasten te doen, doch de vruchtgebruiker.moet hem de interesfen vergoeden. Indien de vruchtgebruiker de voorfchreve betaling ge- daan heeft, kan hi, bij het eindigen van het vrucht- gebruik, de uitgefchotene fomme te rug eifchen, Art. Gro. Een legait, door ceenen testateur gemaakt, van céne lifrente of jaargeld tot onderhoud, moer doo: dei uni- FT 4 Ver: e96 Liv. II. Tir, III. Chap. I. De lusufruits le légataire universel de l’usufruit dans son intégris té, et par le légataire à titre universel de l’usufruie dans la proportion de sa jouissance, sans aucune répétition de leur part. Art. 611. L'usufruitier à titre particulier n’est pas tenu des dettes auxquelles le fonds est hypothéqué: s’il est forcé de les payer, il a son recours contre le pro- priétaire, sauf ce qui est dit à l’article 1020, au titre des donations entre-vifs et des testamens. Art. 612. NS L’usufruitier, ou universel, ou à titre universel, doit contribuer avec le propriétaire au paiement des dettes, aïnsi qu’il suit: On estime la valeur du fonds sujet à usufruit: on fixe ensuite la contribution aux dettes à raison de cette valeur.: Si lusufruitier veut avancer la somme pour la- quelle le fonds doit contribuer, le capital lui en est restitué à la fin de l’usufruit, sans aucun in- térêt. Si l’usufruitier ne veut pas faire cette avance, le propriétaire a le choix, ou de payer cette som me, et dans ce cas l’usufruitier lui tient compte des intérêts pendant la durée de l’usufruic, ou de faire vendre jusqu’à due concurrence une portion des biens soumis à Pusufruit.© Art. 613. L'usufruitier n’est tenu que des frais des procès qui concernent la jouissance, et des autres condam- nations auxquelles çes procès pourraient. donner Ù Art. 614 da Co Artikel 109 dr,#1) De ht: een vit henens Ge gere 2 vol \n y demie gels, Dr & bel gebnnt. 100 à ht af 1 wordt bi ul, z0n gate Ink at de de h,nw gedurende| ven gedes dkrworpen, RU Work De vu 2pOdaniee druik bet Velke die Hufru S Son ik SN ty LAS tn 1ÉQUÉ fl CON À», icle im festamen, cre uni au pie t à un ecces àn ame po capital Ji ns sun ette av fr cettei ient C0 ruit, une pui s des pi tres conË jen Ar. l 1. Boek, III. Tit., Z, Hooff. Van vrüchgebruik. se7 verfelen legataris van het vruchtgebruik, geheel voldaan worden, en door den legataris, die het vruchtgebruik onder eenen univerfelen titel heeft, naar everredisheid van het genot, het welk hij van die goederen trekt, zonder eenige te rug vordering van hunne zijde. Art. GI, Dié het vruchtgebruik onder eenen bizonderen titel heeft, is niet verpligt de fchulden te voldoen, waar voor het erf gehipothekeerd is: z00 hi gedwougen wordt om dezelve te betalen, heeft hij zin verhaal op den eïgenaar, onverminderd het geen gezegd wordt in Artikel 1050, in den Titel, 42 giften onder de lever. den, en Yan testamenten, Art, 612.: À Die het univerfel vruchtgebruik, of ook onder eenen univerfelen titel heeft, is verplist om mer ex benevens den eigenaar de fchulden te betalen, in mac niere als volet: Men begroot de waarde van het erf, het welk aam het{vruchtgebruik onderworpen is; men bepaalt vervol« gens, naar evenredigheid van die waarde, het geen tot de betaling der fchulden door ieder moet worden op- gebragt. Zoo de vruchtgebruiker het geld, het welk van het erf moet worden opgebragt, wil voorfchieten, wordt bij het eindigen van het vruchtgebruik het ca- pitaal, zonder eenige renten, aan hem weder te rug gegeven. Zoo de vruchtsebruiker dit voorfchot niet wil doen. heeft de eigenaar de keuze, om, of de fomme te beta: len, in welk geval de vruchtgebruiker de interesfen gedurende het vruchtgebruik met hem verrekent, of om een gedeelte der goederen, aan het vruchtgebruik on- derworpen, tot het beloop der fomme, die opgebragt mot worden, te doeri verkoopen, Art, 613.: De vruchtacbrüulker is alleen verpligt te voldoez zoodanige kosten van procedures, die het vruchtge- bruik betreffen, gelijk‘ook andere condemnatiën, tot L Welke die procesfen aanleiding zouden mogen geven. 1:+ AtÉ O4 Liv. IL, Tir, AU. ChapeL De Pusufruite Art. 614: Si, pendant la durée de l’usufruit, un tiers com- met quelque usurpation sur Île fonds, ou attente autrement aux droits du propriétaire, l’usufruitier. est tenu de le dénoncer à celui-ci: faute de ce, il est responsable de tout le dommage qui peut en tésulrer pour le propriétaire, comme il le serait de dégradations commises par lui-même. fs Art. 615. Si l’usufruit n'est établi que sur un animal qui vient à périr sans la faute de l’usufruitier, celui-ci n’est pas tenu d’en rendre un autre, ni d'en payer l'estimation.;: 298 Art. 616. Si le troupeau sur lequel un usufruit a été éta. bli, périt entièrement par accident ou par maladie, et sans la faute de l’usufruitiér, celui-ci n’est tenu envers le propriétaire que de lui rendre compte des cuirs ou de leur valeur.- sure Si le troupeau ne périt pas entièrement, l’usu- fruitier est tenu de remplacer, jusqu’à concurrence du croît, les cêtes des animaux qui ont péri. SE-CTIL ON. AIT. Comment Pusufruit prend fin Art. 617. L'usufruit s'éteint, Par la mort naturelle et par la mort civile de Vusufruitier; Par l'expiration du temps pour lequel il a été accordé; Pas Jus J ) tr gi sf si HAL Li pont, À ul qui dE ji ser goor de€ ia en get met D ÿ hat eme Janesr eë br regle of at, js derelne 1 antwouring pren, 0 int} gbruker oen amv 2e 2j ge Vraie! Door te Wuchtgcbr Door He mehtgebru Pi un tenu ds, Ql t Ù 4 l'ont faute& ë € qi il Le un ain gitier, nid ruit à À M par 1 li-ci n'ei re comp sement,| À CH ont pi 11, Bock, HI, Tit., L Hoféle Van vruchigcbruik. 299 “Art. 614: Indien, gedürende het vruchtgebruik, een derde:zich eenige ufurpatie op het erf aanmatigt, of op eene an: dere wijze jets tegen de regten van den eigenaar on- derneemt, is de vruchtgebruiker verplist, om daar van gan den cigenaar kennis te geven: dit niet doende, is hÿ verantwoordelijk voor alle fchadé, welke daar uit voor den eigenaar zoude mogen. ontftaan, even als of hi zelf het nadeel had toegebragt.| Art. 615. Indien het vruchtgebruik toegeftaan is van een becst, het welk buiten toedoen van den vruchtgebruiker fterft; is bij niet verpligt: een ander in plaats van het geftorve- ne te rug te geven, noch er de waarde van te betalen,, Aït, 616, Wanneer eene kudde bcesten, waar van cen vruchtge- bruik toegeftaan is, geheel verloren gaat, door toeval of ziekte, en buiten de fchuld van den vruchtgebruiker, is dezelve alleenliÿjk verpligt, om aan den eigenaar ver- antwoording te doen van de huiden of vellen van die beesten, of van derzelver waarde. Zoo de kudde niet geheel verloren gaat, is de vrucht- scbruiker gehouden, de beesten, die geftorven zijn, te. doen aanvullen, tot het getal van de genen, die aanwe- ZIg ZÙR SW re DERDE AFDEELINC. Hoe vruchtgebruik cindigti Aït, 617. Vruchtgebruik eindigt: Door den natuurliken en burgerlijken dood van defi vruchtgebruiker;. Door het verloop van den td, voor welken het vruchtgebruik is toegeftaan;; $s9 Liv. IZ. Tic. TIT. Chap. nn 22 Pusufruir. Par la consolidation ou la réunion sur la même cète, des deux qualités d’usufruitier et de proprié. taire;; Par le non-usage du droit pendant trente ans: Per la perte totale de la chose sur laquelle l'y. sufruit est établi. Art, 6: 8. L’usufruit peut aussi cesser par l'abus que lu. sufruitier fait de sa jouissance, soit en commettant des dégradations sur le fonds, soit en le laissant dépérir faute d’entretien. Les créanciers de l’usufruitier peuvent intervenir dans les contestations, pour la conservation de leurs droits; ils peuvent offrir la réparation des dégrada- tions commises, et des garanties pour l’avenir. Les juges peuvent, suivant la gravité des cir. constances, ou prononcer l'extinction absolue de l'usufruit, ou n'ordonner la rentrée du propriétaire dans la jouissance de l’objet qui en est grevé, que sous la charge de payer annuellement à l’usuftui- tier, OU à ses ayant-cause, une somme détermi. née, jusqu'à l'instant où l’usufruit aurait dû ces- SCT ee LS en Art. 61 9. L’usufruit qui n’est pas accordé à des particu- liers, ne dure que trente ans. Art. 620. _ L'usufruit accordé jusqu’à ce qu'un tiers ait æ- teinc un âge fixe, dure jusqu’à cette époque, en- core que le tiers soit mort avant l’âge fixé. Art. 621.| La vente de fa chose sujette à usufruir ne fair Ançcun changement dans le droic de l’usufruitier: il. con qe Jan WU De Cul ve lou F a, 4 ie | on de Wu | togeal De reg da, À& | mwig, 0 eo, d ras, WOK rule 4ro0rdipEn 1e, dt her, ui Vacttgr is tan Vruchtgel dette zelere dien 10 deu outerl De erk M, qu Puf A Sir Lx, “a € de dr tre sur lp) l'y g! El Une Il ebh CUVEN ervation ion des di pour l'r gravité à lon ab du pr est gren nent à somme d au di à gn tient e époi ge fé ufruit A l'osufruis- } IL, Bock, III, Tir.» Z. Hoofdft. Van vruchtgebruik. 30% Door vermenging of verceniging van de twee betrek- kingen van vruchtgebruiker en eigenaar in den zelfden perfoon;: Wanneer de vruchtgebruiker, gedurende dertig jaren van zijn regt geen gebruik heeft gemaakt;° Door den geheelen ondergang der zaak, waar op het vruchtsebruik gévestigd is. Art. 618. Het vruchtgebruik kan ook eindigen door het mis- bruik, het welk: de vruchtgebruiker van Zin genot maakt, het zÿ door het goed te befchadigen, het zï door het zelve, bij gebrek van genoegzaam onderhoud, te laten vervailen. De fchuldeifchers van den vruchtgebruiker kunnen, tot behoud van hunne regten, in de gefchillen deswe- gen, als interveniëénten opkomen; zij kunnen aanbieden, om de veroorzaakte nadeelen te herftellen, en voor he tockomende vrijwaring beloven. De regters kunnen, naar het gewigt der omftandighie- den, of de geheele vernietiging van het vruchtgebruik toewijzen, Of bevelen, dat de eigenaar het genot van de goederen, die met vruchtgebruik bezwaard zijn, mag te rug bekomen, onder den last, om jaarliÿks aan den vruchtgebruiker, of aan de genen, die hem vertegen- woordigen, eene bepaalde fomme gelds, tot den tijd toe, dat het vruchtgebruik een einde genomen zoude hebben, uit te keeren, Art. Gi9. Vruchtgebruik, het welk niet aan bijzondere perfonen is toegeftaan, duurt niet langer dan dertig jaren. Art. 620. Vruchtgebruik, aan iemand toegeftaan, tot dat een derde zekeren ouderdom zal bereikt hebben, bliÿft tot dien tijd voortduren, fchoon die derde vor den bepaal: den ouderdom mogt overleden zïÿn,> Art. Gotsic: ets À De verkoop van het goed, aan vruchtgebruik ondere bevig, maakt geene verandering in het regt van re vIyuCnt- x < 902 Liv. IL. Tir. TITe Chap, I. De Pusufruits continue de jouir de son usufruit. s a n° a a pas for mellemeñit renoncé.: Art, 622. Les créanciers de l’usufruirier peuvent Et ane aullet{a renonciation qu'il aurait faice à leur pré- judice. Art. 623. Si une partie seulement de la chose soumise à l'usufruit est détruite, l’usufruic se:consérve sur ce qui reste. Art.:624.| Si l’usufruit n’est établi que sur un bâtiment, et que ce bâtiment soit détruit par un incendie où autre accident, ou qu’il s'écroule de vétusté, lu: sufruitier n'aura le droit de pue ni du sol ni des matériaux. Si l’usufruit était établi sur un domaine dont le bâtiment. faisait partie, l’usufruitier joue dé sol ét des matériaux. See. Qué. 2e de Me De nie De Pusage et de l'habitation, Art, 625. Les droits d'usage et d’habiration s’établissen et se perdent de la même manière.que l’usufruic. Art. 626::-! On ne peut en jouir, comme dans le cas de l’usufruit, sans donner préalablement caution, et sans faire des états«ec: inventaires. Art. 627, Lo pet vrucite cal Ho Gr pen M rt$; | perd mil | mehr gui, gocl ‘qu Ÿ gel, Wa if dv av& T {2 rl “en br, Mat bu, 9 {, en | Fu lu, peurs, faite iky Ce tm! run ta un de 1x ir tél un do ruicier ji EL HU on. s'énlit que J'ous dit nent Ci hi ai, Buck, II. Tir, L Hoofdff. Pan vruchigebruik, 30% vruchtecbruïiker; hi blift zin vruchtgebruik genieten, zoo hij daar van geenén uitdrukkelÿken afftand sedaan heeft. Art. 622.: De fchuldeifchers van den vrüchtgebruiker kunnen den affand, welke in hun nadeel door hem gedaan is, doen vernietigen.| Art. 623. Zoo flechts een gedeelte van het goed, het welk aan het vruchtsebruik onderworpen is, verloren of te niet gegaan is, blÿft het vruchtgebruik, ten aanzien van.het overgeblevene gedeelté, voortduren. Art. 624. Indien het vruchtgebruik alleen op een gebouw ge- vestigd. is, en dit gebouw door brand of een ander ioeval vernield is, of door ouderdom inftort, heeït de vruchtgebruiker geen regt van genot, noch op den grond, noch op de bouwftoffen. “Zoo het vruchtsebtuik gevestigd is op een fluk goed, waar van het gebouw een gedeelte uitmaakte,: blüft de vruchtgebruiker in het genot van den grond, en van de bouwftoifen.: TWEEDE HOOFDSTUS. Van gebruik en bewoning. Art. 625.: ‘ De regten van gebruik en bewoning worden verkrés gen en verloren op dezelfde wiÿze, als het vruchtge“ eruik. nr.‘ Art. 696. ". Men kan daar van, even als in geval van vruchtges bruik, geen genot hebben, dan na bevorens cautie ge“ fteld, en ftaat en inventaris gemaakt te: hebben. Art. 627 & Div 1 Tir: IIL. Chap. II. De Puscse,&6, Art. 627.| L'usager, et celui qui a un droit d'habitation, doivent jouir en bons pères de famille. Art. 628. Les droits d'usage et d'habitation se règlent par le titre qui les a établis, et reçoivent, d’après ses dispositions, plus ou moins d’écendue. Art. 629. Si le titre ne s’explique pas sur l'étendue de ces droits, ils sont réglés ainsi qu'il suit. Art 630. Celui qui a l'usage des fruits d'un fonds, ne peur en exiger qu’autant qu'il lui en faut pour ses besoins et ceux de sa famille. K' Il peut en exiger pour les besoins même des enfans qui lui sont survenus depuis la concession de l'usage. # Art. 631. L’usager ne peut céder ni louer son droit à us autre. Art. 632. Celui qui a un droit d’habitation dans une mai- son, peut y demeurer avec sa famille, quand mé- me il n'aurait pas été marié à l'époque où ce droit lui à été donné. Art. 633 Le droit d'habitation se restreint à ce qui est nésessaire pour l’habitation de celui à qui ce drok est concédé, et de sa famille,| * Art, 634, ; SP rois TE 2 Vo EE gr ne: ur. Ve j u'il sui, s d'un lui en à e, eSOÏns 14} la conti er son dl on. dans nille, qu l'époqu? IL. Boeks LU. Tit:, II. Hoofdfi. Vangebruiksèns. 305 Art. 627. De gebruiket; en hÿ, die het régt van béwonihg heeft, zin verpligt, zich te gedragen als goede huisva- ders. Art. 628. De regten van gebruik en van bewoning worden ges regeld door den titel, waar bij dezelve zijn toegeftaan, en hebben, ingevolge de daat bij getaakte bepalingen; eene meerdere of mindere uitgeftrektheid. Aït. 629. Indien er bij gemelden titel geene bepalingen omtrent de uitgeftrektheid dezer regten gemaakt Zijn, worden dezelve geregeld op de volgende wize. Die het gebruik heeft van de vruchten van een erf, kan niet meer vorderen, dan hij voor zijnen eigen nood- druft, en die van zijn huisgezin, noodig heeft. Hij kan ook een gedeelte van die vruchten vorderen, tot nooddruft var kinderen, wélke hem geboren zijn nà den tijd, dat het gebruik hem is toegeltaan. At. 631 . De gcbruiker kan zijn regt aan een ander noch af: flaan, noch verhuren: Art. 632. . Hi, die het regt van inwoning in een huis heeft, kan hetzelve bewonen met zin huisgezin, al ware het, dat hij ten tijde, toen dit regt hem wetd toegeltaan; ongehuwd geweest was, Het regt van inwoning bepaalt zich tot dat gene, het welk ter bewoning noodig:is, zo6 voor hem, aan Wien dat regt is toegellaan, als van zÿn huisgezin. L DKBL. Y Art. 634 g6 Liv. II. Tir. III, Chap. De l'usage. Aït. 634. Le droit d’habiration ne peut être ni cédé ni louée Art. 635. Si l'usager absorbe tous les fruits du fonds, ou s’il occupe la totalité de la maison, il est assu- jetti aux frais de culture, aux réparations d'entre- tien,-et au paiement des contributions, comme l’u- sufruitier.: S'il ne prend qu’une partie des fruits, ou s’il n’occupe qu’une partie de la maison, il contribue au prorata de ce dont il jouit.; Art. 636. L'usage des bois et forêts est réglé par des lois particulières. Le Dole Ro: Ve DES SERVITUDES OU SERVICES FONCIERS: [Décrété le 31 Janvier 1804. Premulgué le 10 Féyrier.] Art. 637. Une servitude est une charge imposée sur:n “héritage pour l'usage et lutilité d’un héritage ap- partenant à un autre propriétaire. | Art. 638.: - La servitude n’étblit aucune prééminence d'un héritage sur l’aütre, Art. 639. | jh Di pen je qu | gag je qu RATS ou E tag | td | pmhk [eg À jun er | Ma 1 in gt FLE san Ft dd 1 | En fnim nee a En ane€ gun, À Kroitunt ë et andre 1. Bock, ZI, Tir,, IT. Hoofdf. Van gebruik, enz. ee. Art. 634. Elet regt van inwoning kan noch afseftann, noch ver- buurd worden. Art. 625. Wanneer hi, die het gebruik hecft, alle vruchten, welken de grond oplevert, gebruikt, of wanneer hÿ het geheele huis. bewoont, is hi Verpligt; om de kosterm van bebouwing, de reparatien tot onderhoud, en de betaling der belastingen, even als een vruchtgebruiker, te dragen.; Zoo hij flechts een gedeelte der vruchten gebruikt, of een gedeelte van het huis bewoont, is hij verpligt, die asten en kosten te dragen, naar mate van het geen hÿ genict.: Art, 636. Het gebruïk van bosfchen en wouden is bi bizonde. re wetten bepaald. LiERDE Li TE VAN SERVITUTEN OF ERFDIENSTBAARHEDEN® [Vastgefleld den s1ffen van Louwmaand 1804: Ajgekondigd den xodén van Sprokkelmaand.] Art. 637, Een fervituut of erfdienstbaarheid is een last, welke op het. eene erf gelegd is, tot gebruik en ten nutte van een ander erf, toebchoorende aan eenen anderen ei- SÈnaar. Art. 638. Servitunt geeft geénen voorrang aan het éene erf be< n| 23 32 3 1 ven-het andere, V 2 Arte 639 x des Liv, II. Tite IF, Chap. I.* Des servitudes, Se. Art. 639. Elle dérive où de la situation naturelle des lieux, ou des obligations imposées par la loi, ou des conventions entre les propriétaires, CHA PET RE E Des servitudes qui dérivent de la situation des lieux. Art. 640./ Les fonds inférieurs sont assujettis envers ceux qui sont plus élevés, à recevoir les eaux qui en découlent naturellement sans que la main de l’hom- me y ait contribué. Le propriétaire inférieur ne peut point élever de digue qui empêche cet écoulement. Le propriétaire supérieur ne peut rien faire qui aggrave la servitude du fonds inférieur. Art. 641. Celui qui a une source dans son fonds, peut en user à sa volonté, sauf le droit que le pro- priétaire du fonds inférieur pourrait avoir acquis per titre ou par prescription. Art. 649. La prescription, dans ce cas, ne peut s'acqué- tir que par une jouissance non interrompue pendant l'espace de trente années, à compter du moment où le propriétaire du fonds inférieur a fait et ter- miné des ouvrages apparens destinés à faciliter la chute et le cours de l’eau dans sa propriété. Art, 643: J ju. Gil ro & rt qu al jI Fur Er, dé HA LVA ue van GE mr: A1 À ae di one min D ce te we À Eté& Bj, de | va, mr 2 ht gt, À gx ln, da | tummt De vera de, da do til vu de dat à ès | erken gr { ul en ln ile&; Fitude, à mature à Situé) ettis ee les eau a mañ eut pol nent, it rien À rieur, son fon! oit que! ait avoit! ne pet” rrOMpLÉ jpter di ur a fé és à HS proprit ki II, Bock, IP. Tit., I. Hoofdfi. Van fervituten, en2,‘ne Art. 639, Servituten nemen hunnen oorfprong, of uit de na« tuurlÿke ligging der plaatfen, of uit verpligtingen, door de wet opgelegd, of uit overeenkomften, tusfchen de cigenaars aangegaan.; ts EERSTE HOOFDSTUK.: | Van Lervisuten die hunnen oorfprong hebben uis :‘de ligging der plaaifen. Art. 640. Erven, die lager liggen, zijn aan de genen die hoo- ger liggen, verpligt, om het water te ontvangen, het welk van die hooger liggende erven natuurlÿk afloopt, zonder dat Zzulks door menfchen toedoen veroorzaakt wordt.: De eïgenaar van de lager ligsende erven mag geenen diÿk opwerpen, waar door de afloop van dat water be-° lemmerd wordt De eïgenaar van de hooger liggende erven mag niets te werk ftellen, waardoor het iervituut van het lager liggende erf verzwaard wordt. 4 Art. 641. Hi, die eene waterbron op ziÿn erf heeft, kan daar van, naar zijn goedvinden, gebruik maken, behoudens het regt, het welk de eigenaar van het erf, dat las ger list, daar op door eenigen titel of verjaring bes komen mogt hebben. : Art. 642 De veriaring kan, in dit geval, niet verkregen wor- _. den, dan door een onafgebroken genot, gedurende den td van dertig jaren, te rekenen van het oogenblik, dat de eïgenaar van hét lager erf zigtbare werken gemaakt en voltooid heeft, ftrekkende, om den “val en loop van het water op zija eïigen erf. gemak- L kelijker te maken, ; dr Liv. LL Tir, AP: Chape le Des serfitiides j Sc, Art, 643., Le propriétaire de la source ne peut en chane ger lé cours, lorsqu'il fournit aux häbitans d’une commune, village ou hameau, l’eau qui leur est nécessaire: mais si les habitans n’en ont pas ac- quis ou prescrit l’usage, le propriéuire peut ré- clamer uné indemnité, laquelle est réglée par ex- perts. Aït. 644. Celui dont la propriété borde une eau couran- ce, autre que celle qui est déclarée dépendance du. domaine public par l’article 538 au titre 4e la distinction des biens, peut s’en servir à son pas- sage pour l'irrigation dé ses propriétés. Celui donc certé cau traverse l'héritage, peut même en user dans l'intervalle qu'elle ÿ parcourt, mais. à la charge de]n rendre; à la sortie de ses fonds, à son cours ordinaire, : Art. 645. S'il s'élève une contestation entre les propriétai- res. auxquels ces eaux peuvent être utilès, les tri- bunaux, en pronorficant; doivent concilier l'intérêt de: l’agriculture avec le respect dû, à la propriété; et, dans tous les cas, les réglemens particuliers er locaux sur le cours et l'usage des eaux doivent étre observés Aït. 646. Tout propriétaire peut obliger son voisin au bornage de leurs propriétés contigues. Le borne. ge se fair à frais Communs. | Art. 647: l'éxceprion portée en Particle 682. #: Art, 648% Tout propriétaire peut clore son héritage, sauf ADR gigi il de du FAI fi, w en DO pont 0 go Val dl gun k ge, A, mé or, 2 age He gue, qi Tu& a qi de rl 200 WE hodhouw qu Leo gondéte el up a h | teast el dt fl dar Jr béhonden de à, i t Eptag Hits, au qu, ‘ qu AT A en 0 y riétire pu régle une et larée dé 38 au tir| ervit à iétés, P’héritx, rellè y# la sont: Les pra + utilés, À joncilit /2t à la y 35 parties es ex i = son M es. Li | héring” : Il. Bock Tite, Le Hoofdf. Vanfervituten, enz. 3x1 Art 642: De cigenaar van eene Waterbron mag den loop daar van niet veranderen, Wanncer de zelve aan de inwo- hers van eene gemeente, dorp, of gehucht, het voor hun noodige water oplevert; doch bijaldien de inwoners het gebruik van dien waterloop niet door eenigen titel, of door verjaring verkresen hebben, kan de eigenaar eene fchadeloosftelling vorderen, die door deskundigen bepaald wordt. Art. 644 Hi, wiens eigendom of grond aan den oever van een ftroomend water gelegen is, het welk niet be- hoort onder de publieke domeinen, volsens Artikel 538 van den Tixel, vez de onderfcheidene foorten van goederen, Kan van dit voorbiloopend water gebruik maken, om zijne erven daar mede te befpoelen. Hiÿ, wiens grond of erf door dat water doorfneden wordt, mag ook in den tusfchentijd, dat het door het zelve heenloopt, daar van gcbruik maken, mits-hij ter plaatfe| waar Zziÿn erf eindigt, aan het water zijnen yrijen loop wedergeve. Art. 645. Zoo er tusfchen de eïgenaars, welke van die wate- ren gebruik mogen maken, gefchil ontftaat, moeten de regtbankeñ, bij de beflisfing van die gefchillen, zoo wel’ aanfchouw nemen op het belang van den dandbouw, als op de onfchendbaarheid van: het rest van éisendom; en in allen gevalle, moeten de biÿ- zondere en plaatfelijke reglementen, betrekkelijk den loop en het gebruik der wateren, worden in‘acht, ge- omen, Art. 646. EIk eigenaar kan zijnen nabuur verpligten, om de naast elkander liggende erven. behoorluk. van elkander af te fcheiden. De affcheiding moet op gemécne kos- ten gedaan worden. a Art. 647 Ieder eigenaar kan zünen grond of erf affluiten, behoudens de uitzondering, bÿ Artikel 682 bepaald. V 4 Ait, 648. CE 1 Tir. IP: Chap. 1. Des servitudes, Si Art. 648. Le propriétaire qui veut se clore, perd son droit. au. parcours et vaine pâture, en proportion du errain qu‘il, y soustrait. gro Lévy. CHAPITRE I. Des servitudes établies par la loi. Art. 649. Les servitudes établies par la loi ont pour ob- jet l’utité publique ou communale; ou l'utilité des parrihuhiers: Art. 650. Celles établies pour V’ucilité publique ou com- munale ont pour objet le marchepied, le long des/ rivières navigables ou flottables, la construction ou réparation des chemins et autres OHVrABES. pu- blics ou communaux. Tout ce qui concerne cette espèce de servitu- de, est déterminé par des lois ou des réglemens PRE| Art. 651. La loi assujetti les Prop als à différentes obligations l’un à l’égard de l'autre, indépendan ment de toute convention. Art. 65 a Partie de ces obligations est réglée par les lois sur la police rurale; Les autres sont relatives au mur et au fossé mitoyens, au Cas où il y a lieu à contre-mur, aux vues sur la propriété du voisin; à Végour des ca au droit de passage. $ Æ C- ph pu pe fl ol i] PL don din 1]] Qui {A Ja de Érit dog let | de gt, De fev oc À Ïk tt à qét Kchepen ertellen seen van Al tt bjzondee De get 0 da an où date, 2 DANS En sc Gp& well. à Cet én tery (ma Warloop {L. Bock, IP. Tit., 1. Hoofdfi. Van fervituten, enx. 31 3 Art. 648,: IE 4 We Fen eïigenaar, die zin erf wil affluiten, verliest zïn MP rest, om zijne beesten op de onbebouwd liggende lan den te doen wéiden, naar evenredigheid van den grond, dien hij daar door aan de gemeene weide onttrekt. h TWEEDEÉ HOOFDSTUK. la li Van fervituten, door de wet vasigefleld. Art. 649: Ù ont M De fervituten, door de wet vastgefteld, hebben tot 1 ont} 8 le, oi oogmerk het algemeene voordeel, of het voordeel van ù de gemeente, of dat van bijzondere perfonen. 5, À Art. 650. blique« De fervituten, die het algemeene voordeel of het ied le 1 voordeel der gemeente ten doel-hebben, zijn betrekke- du ljk tot de voct of jaagpaden, langs de riviereh, die ki met fchepen of vlotten bevaarbaar zijn, het maken of "SOUS herftellen van wegen, en andere openbare werken, of werken van gemeenten.| èce dei- Al het geen deze foort van fervituten aangaat, is bÿ x des dé bijzondere wetten of reglementen bepaald, Le Art. 651. . De wet onderwerpt de eigenaars van eryen of gron< : à dé den aan onderfcheidene verpligtingen, ten opzigte van -élkander, Zzonder dat daar toe eénige overeenkomsg -9 l,;{ F:: j noodig is. | Art. 652. Een gedeelte van deze verpligtingen is bij de wetten épa de veld-politie(poñce rurale) bepaald. De verdere hebben hare betrekking tot gemcene re u fcheidsmuren, en grachten, in gevalle het ftellen van à contre écn tegenmuur te pas komt, tot het licht of gezist, à l'én Op of over het erf van den buurman, tot drop of Watérloop van daken, en tot het regt van over- pad. gr4 Liv. IL Tir, IV: Chap LL Dés servitudes jy Ac, SELPrTON.LZL Du mur et du fossé mitoyens, Art. 653. Dans les villes et les campagries, tout mur ser vant de séparation entre bâtimens jusqu’à l’héber- ge, où entre Cours€t jardins, et même éntre en« clos dans les champs, est présumé mitoyen, s’il n’y a titre ou marque du contraire. Art. 654. __ Il y a marque de non- mitoyenneté lorsque h ” sommité du mur est droite et à plomb de son parement d'un côté, et présente de l'autre un plan incliné;: Remb Lors encoré qu'il n’y a que d'un côté où un chaperon où des filers ec corbeaux, de pierre qui y auraient été mis en bâtissant le mur.| Dans ces cas, le mur est censé appartenir exclu- sivement au propriétaire du côté duquel sont l'é- gout ou les corbeaux et filets de pierre. Art. 655. © La réparation et la reconstruction du mur mi- toyen sont à la charge de rous. ceux quiy ont droit, et proportionnellement au droit de chacun Art. 656. “Cépendant tout copropriétaire d'un mur mitoyen peur se dispenser de contribuer aux réparations€t reconstructions en abandonnant le droit de mitoyen- neté, pourvu que le mur mitoyen ne soutienne pas “un bâtiment qui lui appartienne."4 Art. 657. Jar h à| fut, il yt D Ï ge pH plais Ï pa: 700 di pe à el vaut ju mt à | dr 1 | mal Kw,| onde NO dar gpl N'AUS ting 10 rar dé ga pile De pt férilenuur qu VE | HN \ Echter À éimuur van Semen sit diène tklehoog sa A Jens, S, to mr; S Jui HUE am, mé dla.| re, nneté Im] à plonbu e l'aureu un coté! de pierti apportent e duquel jerre n du eux qu it de ch I Bock s AP Tèt. s He Hood V'anfervituten es. ss ÉERSTE ADFEELING, Van geméeene fcheidsiuren en grachtens Art. 65% In de fleden, en op het platte land, wordt efke fuur, dienénde tot fcheiding tusfchen gebouwen, tôt san het hoogflé gédeelte van dezelve; of tusfchen opé ne“plaatfen en tuñtén; en Zélfs tusfchen omhcinde plaatien in velden, scoordeeld een gemeene muur te zin, Zoo er geen bewis of tecken van het tegen. deel iss Aït. 654» Het is een teeken, dat het geen gemeene muur is; wanneer het bovenfte van den, muur aan den eenen kant rest en waterpas met deszelis voetftuk list, en aan den anderen kant fchuins afloopt,| Insgelüks, indien flechts van de’ eene ide” Of eér kap, of fteene listen, en vooruitftekende fteenen ge vonden worden, die bij het bouwen van den muux al daar geplaatst zouden mogen zin. ‘In deze gevallen; wordt de muur geacht bij uitilui- ting toe te bchooren aan den cigenaar van din Kant; wwaar de drop van het water, Of Zzulke kappen, listen, en vitfiekendé fiecnen gevonden worden, 5 JHsb Att. 653$: De reparatie en weder-opbouwing van eenen gemeenen féheidsmuur komen ten laste van allen, die regt tot den muur hebben, en Zulks naar évenredigheid van eens 18: ders regt, (2 - Art. 656. eu Echter kan elk mede-eigenaar vañ éénén semcenen fcheidsmuur Zzich ontheffen van het dragen in dé kosten van reparatie en weder-opbouwing, door zijn regt van Semcencn eigendom te laten varen,; mits de{cheidsmuur siet diene tot onderfleuning van een gebouw, aûn hem téebehoorende, Art, 65% ” æ de F we, TEE LUE 4{ 816 Liv. 11, Tte, IP. Chap. IT. Des servitudes, Se, Art. 657. Tout copropriétaire peut faire bâtir contre un mur mitoyen, et y faire placer des poutres ou so. lives dans toute l’épaisseur du mur, à cinquante quatre millimètres(deux pouces) près, sans préju- dice du droit qu’a le voisin de faire réduire à lé. bauchoir la poutre jusqu’à la moitié du mur, dans le cas où il voudrait lui-même asseoir des poutres dans le même lieu, ou y adosser une cheminée. Art. 658. Tout copropriétaire peut faire exhausser le mur mitoyen; mais il doit payer seul la dépense de l’exhaussement, les réparations d'entretien au-dessus de la hauteur de la clôture commune, et en outre l’indemnité de la charge en raison de l’exhaussement gt suivant la valeur. Art. 659. Si le mur mitoyen n’est pas en état de supporter lV’exhaussement, celui qui veut l’exhausser doit le faire reconstruire en entier à ses frais, et l'excé- dant d'épaisseur doit se prendre de son côté. Art. 660. Le voisin qui n'a pas contribué à l'exhausse. ment, peut en acquérir la micoyenneté en payant ja moitié de la dépense qu’il a coûtée, et Ha valeur de Ja moitié du sol fourni pour l’excédant d’épais- æur, S'il y En%: Art. 661. Tout propriétaire joignant un mur, 4 de même fa faculté de ke rendre mitoyen en tout ou en par- tie, en remboursant au maître du mur la moitié de s valeur, ou la moitié de la valeur de la po qui gl ge pu gbol us(0 n Hg D jet gt VA quo dE 1 jus bal gg Et te Tao der velo | mom 1 gg bon] gra 20 mardi And 0 orne Wrong etbour un 2ÿlé Dk seb an à ge ga, ni onkosta, door de inden di Ekt burn den my aan den duels ui, tir Co, poutre y, + À de FS, Sy > réduire, du my eoir Em ne cake >xhaue ke k dx eretien td ne, tar le l'extaes at de st hausser à frais, ls son(dé 6 à l'as eré en pi , ethne ccédans 6 Us a8r out OU y LA cb” "2 #1, Bock, IV. Tit., II, Hoofdft. Van fervituien, enz. 317 Art. 657. à Elk mede-eigenaar kan tegen eenen gemeenen fcheids- muur aanbouwen, en in denzelven balken of ribben doen plaatfen, door de geheele dikte van den muur, op vier en vijitig millimètres(twee duimen) na, onverminderd het rest van den buurman om den balk tot op de helft van den mur te doen inkorteñh, ingeval hi zelf op die plaats balken wilde infchieten, of er een fchoorfteeg tegen aan maken, Art. 658. Eïk mede-eigenaar kan den gemeenen fcheidsmuur Ia ten verhoogen; doch hij moet alleen dragen de onkosten der verhooging, de kosten van het onderhoud van het verhoogde en niet gemeen zijnde gedeelte van den muur, en bovendien de vergoeding der fchade, die door de zwaarte aan den ondermuur veroorzaakt wordt, naaf evenredigheid der verhooging, en derzelver waarde, Art. 659. Indien de gemeene fcheidsmuur niet in ftaat is om de verhooging te kunnen dragen, moet hi, die den muur verhoogen wil, denzelven gcheel op zijne kosten doen herbouwen, en de meerdere dikte moet van den grond aan ziÿjnen kant afgenomen worden. Art. 660. De gebuur, die tot de verhooging niets betaald heeft, kan de gemeenfchap van het verhoogde gedeelte verkrij- gen, mits betalende de helft van de daar aan beftede onkosten, en de helft der waarde van den grond, die door de verdikking van den muur is weggenomen, indien dit laatite plaats heeft, Art. 661. EIk eïgenaar, wiens erf tegen eenen muur van zinen buurman aankomt, heeft insgelifks het vermogen, om dien muur geheel of gedeelteliÿjk gemeen te maken, doox aan den eigenaar van den muur te betalen de helft van deszelfs waarde, of de helft der waarde van F5, ge ecl< \ org Liv. Il. Tir. IP. Chap Il, Des servitudes, Ses qu'il veut rendre mitoyenne, et moitié de la valeus du sol sur lequel le. mur est bâti. Art. 662... L'un des voisins ne peut pratiquer dans le corps dun mur mitoyen aucun enfoncement, ni y appli. quer Ou appuyer aucun ouvrage sans le consentes nent de l’autre, ou sans avoir, à son refus, fait régler par experts les moyens nécessaires pour que le nouvel ouvrage ne soit pas nuisible aux droits de. l’autre..| ; Art. 663, Chacun peut contraindre son voisin, dans les villes et faubourgs, à contribuer aux constructions ; et réparations de la clôture faisant séparation de leurs maisons, cours et jardins assis èsdites villes et faubourgs: la hauteur de la clôture sera fixée suivant les réglemens particuliers ou’ les usages constans«et reconnus; et, à défaut d'usages et de réglemens, tout. mur de séparation entre voisinss qui sera construit ou rétabli à l'avenir, doit avoir au moins trente- deux décimètres(dix pieds) de hauteur, compris le chaperon, dans les villes de cinquante mille ames et au-dessus, et vingt-six déciniètres(huit«pieds) dans les autres.| t Art. 664. Lorsque les différens étages d’une maison appar- tieonent à divers propriétaires, si les titres de pro- priété ne règlent pas le mode de réparations et rem constructions, elles doivent être faites ainsi qu'il suit:| Les gros murs et le toit sont à la charge de tous les propriétaires, chacun en proportion de la valeur de l'étage qui lui sappartient, : Le és LL di qi Y tou an dut$ | él d dur 0p(1 À var de 1x etude flllen,#1 Linaité fe tt fn sol pare nl sm | huien, HO à von dendet hrogte VA onde rl Leu Hp pate, M gjbure dk or, der dci dur ondér ciel en du deinèts(ac Wamneer on wrlhi] van elendo ni ten, Work: De et dle de ti |& dr ver ht à 4, À,| tié&L ? dns ky Ms HR ans Le om SON x Salt Pour y SD x dx oisin, us AUX concis 1 sé d is éd Oture sa tn où ls w dass| À eue Ni enit,, doi a (aix ps ns lié $,€ mi és, » naison# s vitres EN parations tes ani! b cut , 3| porc# 4 j (| th P à II. Bock, IV Tit., IT Hoofof. Vanfervituten, cnz. s19 deelte, het welk hij gemeen wil maken, en. de helft der waarde van den grond, op welken de muur ge. bouwd is. à Een der geburen mag in eenen gemeenen muur geene diepten of gaten maken, noch daar in plaatfen, of daar op doen rusten eenig werk, zonder toeftemming- van den ander, of zonder, bij deszelfs weigering, door deskundigen de noodige middelen te hebben doen daar- ftellen, ten éinde het nieuwe werk aan de regten va den ander geen nadeel toebrenge. Art. 663“E Een ieder kan zijnen buurman in de fleden en voor. fteden noodzaken, om in de kosten tot opbouwing en “reparatie van muren of heïningen, waar door hunne huizen, hoven en tuinen in die fleden en voorfleden van elkander worden afgefcheiden, te helpen dragen: de hoogte van zulk een” muur of heïning wordt door bij- zondeïre reglementen, of door vaste en erkende gebrui.- ken bepaald;.en bij ontbreken van. gebruiken en regle- menten, moct elke muur, die tot affcheïiding tusfchen seburen dient,“en bij vervolg gebouwd of herbouwd wordt, eene hoogte hebben ten minften van twee en dertig. decimètres(tien voeten), de kap van den muur daar onder gerekend, in de fteden uit vüftig duizend zielen en:daar boven beftaande, en van zes en twintig decimètres(acht vocten) op andere plaatfen. Art. 664: Wanneer de onderfcheidene verdiepingen van een huis aan verfchillende eigenaars tocbehooten, en de bewijzer van eigendom de manier van reparatie en‘herbouwing niet bepalen, moet zulks op de volgende wize gedaan worden: De groote muren en het dak komen ten laste van alle de cigenaars, elk naar evenredigheid van de waar- de der verdieping, die hem tocbehoort. De m0 Liv. 1l. moe. IP Chap, IL. Des servitudes, Se. Le propriétaire de chaque étage fäit le plancher sur léquel il marche. Le propriétaire du premier étage fait l'escalier aui ÿ conduit; le propriétairé du second étage fait, à partir du premier, l'escalier qui conduit chez lui, et ainsi de suite. Art. 665: Lorsqu'on reconstruit un mur mitoyen ou une maison, les servitudes actives et passives se conti- muent à l'égard du nouveau mur ou de la nouvelle maison, sans toutefois qu’elles puissent être aggras vées, et pourvu que la reconstruction se fasse avant que la prescription soit acquise. Art. 666. Tous fossés entre deux héritages sont présumés mitoyens s’il n’y a titre où marque du contraire, Art. 667. _Il y a marque de non- mitoyenneté lorsque la Ie: vée ou le rejet de la verre se trouve d'un côté seulement du fossé. Art. 668. Le fossé est censé appartenir exclusivement j celui du côté duquel le rejet se trouve. Art. 669. Le fossé mitoyen doit être entrétenu à frais communs.| Art. 670. Toute haie qui sépare des héritages est réputée mitoyenne, à moins qu'il n'y ai qu'un seul des hérirages en état de clôture, ou s’il n'y a titre où possession sufisante au contraire. Art. 671: frs bourt, À ten sance puis voor gén Wu pe 1e Ale gt prob ter un Et is ea AS, ARE de&te à - ae gr te béhooren Op rpeIR De ge | onderkoude Alk te À vod n kr eve À bei f DEËL rues, à € ft le du age fit la SECON ég Cond chu mia Pass ou dhimi uissent iry CtON Key ages AE ue dar eté lorsqu trouve dl r excité trouve, ent fn: Pôek, IP Tir., IL. Hoofdf. Van ferviiuten»en3. dot . De eigenaar van elke verdiéping draagt de kosten van de vloer, waar op hi gaat De eigenaar van de eerfte verdiepiné draagt de kosten van den trap, die daar heen loopt; de eigenaar der tweede verdieping draagt de kosten van den trap, die maar hem heen leidt, van de eerlle verdieping af gere. kend, en zoo vervolgens. Art, 665, Wanneer men eenen gemeenen muur of een huis her- bouwt, blijven de heerfchende en lidende fervituten, ten aanzien van den nieuwen muur, Of van het nieuwe huis voortduren, zonder dat zÿ echter verzwaard mo. gen worden, en mits de herbouwing gefchiede voor dat éene verjaring plaats heeft. Aït. 666. Alle grachten of flooten tusfchen twee erven worden veronderfteld gemeen te zijn, indien er geèn bewis of teeken van het tegendéel is. Art. 667.: Het is een teeken, dat de gracht of floot niet gemcen ‘is, warneer de kade of opgeworpene aarde alleenlijk aan de ééne zijde van de floot gevonden wordt. Art. 668: Eéne gracht of floot wordt geacht bij uitfluiting toe te behooren aan den eïgenaar van dien kant, waar de Opgeworpene aarde gevonden wordt, Art. 669. De gerneene gracht of floot moet op geméene kosten onderhouden worden./ Art. 670. Alle heggen, die de erven van elkander fcheiden; worden voor gemeen gehouden, ten ware flechts één der erven genoegzaam afgefloten, of dat er een fchrifte- lÿk bewiÿs of voldoende bezit van het tegendeel is. 90 Liv. IL Tir. 17. Chap. Des servitrides; Bt, Art. 671: 1 n'est permis de planter des aïbres de haute tige qu'à la distance prescrite par les règlemens particuliers actuellement existans, ou par les usa- ges constants et TeCOnnus; et, à défaut de règle- mens et usages, qu'à la distance de deux mètres de la ligne séparative des deux héritages pour les arbres à haute tige, et à la distance d’un demi- mètre pour les autres arbres et haies vives, Art. 672. . Le voisin peut exiger que les arbres ét haies plantés à une moindre distance soient arrachés. Celui sur la propriété duquel avancent les bran- ches des arbres du voisin, peut contraindre celui- ci à couper ces branches. Si ce sont les racines qui avancent sur son héris tage, il a droit de les ÿ couper lui-même. Art. 673: Les arbres qui se trouvent dans la haie mitoyenne sont mitoyens comme la haie; et chacun des deux propriétaires a droit de requérir qu’ils soient abat- SÉCTION: IL De la distance et des ouvrages intermédiaires requis pour certaines constructions Ârt.. 674. Celui qui fait creuser un puits où une fosse d'ai- sance près d’un mur mitoyen ou non;: Celui pont! À DU» he Je dur #1,@&l mil. fl, Ctt puurgun 0 te, on à den d ER ki worden tie alt tro Di ë tabiheid pa, ei, arbres Les ri Éritages m: tance du es vives, $ aïbies& jent am avancer ls! Contre! acentarir lui-1it, la ief x chacutt qu'ils s& IL, intermébs tructions où né f' n0f; IL, Bock, IV. Tit., II. Hoofäf. Van fervituten sen, 929 45 à Art. 671, un Het is niet gecorloofd, h60g opfchietende boornen te planes dan. op den afftand, die bij de thans beftaande bizondere. reglementen, of door vaste en erkende ge- bruiken bepaald is; en bij ontbreken van reglementen: en gebruiken, op den afitand van twee mètres van den affcheidsliÿn der twee erven, voor zoo veel de hooge boomen betreft en op den. afftand van eene mètre, ten aanzien van andere boomen en levendige heggén, Art. 672, E . De buurman kan vorderen, dat de boomen en hegs gen, op eenen korteren afftand geplant, worden uitge- TOC, ue tr AUS ne de Ce mi agt de Hi, over wiens erf de takken der boomen van zin buurman ovérhangen, kan den laatstgemelden noodza- ken, om die takken à 1. hogWem à:. . Indien de wortels der boomen op zijn erf doorfchie. ten, heeft hij regt om die zelf aldaar weg te hakken, Art. 672. De boomen, die in de gemceene hegge gevonder worden, zijn. even als de hegse gemeen, en elk der twee eigenaars heeft regt om te vorderen, dat zij ge- hakt worden, TWÉEDE AFDEELING. Von den afhand, en. Fusfchen beiden te mater werken, die tot zekere gebouwen vereische worden. Aït. 6744 ‘, Die een waterput, of een put tot een fecreet in de “nabiheid van eenen muur, het zÿj gemeen, het zij niet gemeen, laat graven; PF}.; de .. Die 904 Liv. ti, Tir, IP. Chap. II. Dés servitudes,&c. Celui qui veut y construire cheminée ou âtre, forge, four ou fourneau,| Ÿ adosser une étable, ii Ou établir contre ce mur un magasin de sel ou amas de matières corrosives, Est obligé à laisser la distance prescrite par les règlemens et usages particuliers sur ces objets, ou à faire les ouvrages prescrits par les mêmes règle. miens et usages, pour éviter de nuire au voisin. SECTION. II. Des vues sur la propriété de son voisin, Art. 675. ‘L'un des voisins ne peut, sans le consentemenñt de l’autre, pratiquer dans le mur mitoyen aucune fenêtre ou ouverture, en quelque manière que ce soit, même à verre dormant. Art. 676. Le propriétaire d’un mur non mitoyen, joignant immédiatement l’héritage d’autrui, peut pratiquer dans ce mur des jours ou fenêtres à fer maillé et verre dormant.::- Ces fenêtres doivent être garnies d’un treillis de fer, dont les mailles auront un décimètre(environ trois pouces huit lignes) d'ouverture au plus, et d'un châssis à verre dormant. Art. 677e .-Ces fenêtres ou jours ne peuvent être établis qu’à vingt-six décimètres(huit pieds) au-dessus du plancher ou sol de la chambre qu’on veut éclai- : rer s Pan ut { Van et and, tige mie va à, De cv a War let, mg va da, N die ue D til | noxn M cintre( en dt ve jt Dex : da, dm W dy: Yu: ua,\ CN y è agasin by prescriery "ces ba, les mém ire au ji L, son Voiln Je conti * mitoyen! manière itoyen, peut à fer d'un imètre(© 1, re a D ent êU/ jeds) al qu'on rep IT. Bock, IV. Tit., IT. Hoofdfl. Van servituten, enx. 308 Die aldaar een fchoorfieen, of ftookplaats, eene fme- derij, een bak- of andere oven wil metfelen, Er eene ftal tegen aanbouwen,-:; Of tegen dien muur eene verzamelplaats van zout of bijtende ftoffen aanleggen, ls verpligt, om op dien affland te blijven, welke bi de bijzondere reglementen of gebruïken ten dien op- zigte is voorgefchreven, of om die werken te maken, welken dezelve reglementen en gebruiken gebieden, ten ginde alle fchade voor de geburen voor te komen, DERDE AFDEELING. Van uitzicht over het erf van zijnen buurman. : Art. 675: Een der geburen mag, zonder toeflemming van den ander, in cenen gemeenen muur geen vengfter of ope- ning maken, op welke manier ook, al ware het 00k van glas, waer door men niet kan heen zien, Art. 676. De eïgenaar van eenen muur, die niet gemeen is, en waar tegen het erf van een ander onmiddelijk aan- ligt, mag in dien muur lichten of vengfters maken van glas, waar door men niet kan heen zien, en met digte ijzeren traliën voorzien. De traliën, waar mede die vengfters voorzien zÿns mosen ten hoogften eene tusfchen-ruimte van eene de- cimètre(omtrent drie duimen en acht lijnen) hebben, en het vengfierraam moet zijn van glas, waar door men niet kan heen zien. à Art. 677. Deze vengfters of lichten mogen niet gemaakt wor- den, dan Zzes en twintig dècimètres(acht voeten) bo- ven den vloer of grond van het vertrek, waar men s, X 3 licht K fi : ms 326 Liv. 11. Tit. IV, Chap, II. Des serViludes; Pc.; Mean HAS Fe 7 3 2. 3 3; k M;"(49 md F: î: ne:: gore rer, si c’est à rez-dechaussée, et à dix-neuf dé- AA ‘+ 4°.: é.;>; n°? 1 M cimètres(six pieds) au-dessus du plancher pour A Lis les étages supérieurs. no 1.|! ir:| dE On ne peut avoir des vues droites où fenêtres| ré ps+ s 4 à 4+ e.| F| D d'aspect,‘ni balcons ou autres semblables saillies Er mé sur l'héritage clos ou non clos de son voisin, s'il| ML n’y a dix-neuf décimètres(six pieds) de distance 1 ia% entre le mur où on les pratique et ledit héritage.:‘| sam Ait. 679.| On ne peut avoir des vues par côté ou obliques sur le même héritage, s’il n'y a six décimètres (deux pieds) de distance.: ne | Art. 680. .< EE“Es.- dd, me! La distance dont il est parlé dans les deux arti- ba ds, cles précédens, se compte depuis le parement exté- qu nou rieur du mur où l’ouverture: se fait, et, s’il y a a un er bo balcons ou autres semblables saillies, depuis leur RTL ligne extérieure jusqu’à la ligne de séparation des fa re deux propriétés. Fe a fD SECTION 1. Um érs ° ULEE De l'égout des toirs.| Art. 681. pol F|| la. 1,“à| MEME Tout propriétaire doit établir des toits de maniè-| mm re que les eaux pluviables s’écoulent sur son ter- TT rain ou sur la voie publique; il ne peut les faire Rob pm verser sur le fonds de son voisin. AS ie S£C | Senin. Uxg, "OLtES qu, * bL Semblbk le son ris pieds) 4h, et le on dans Ki le parts! fi, a, Iles, dep de sépart s toits&! dent sf je peui h $ JL Bock, IV, Tir., IE. Hoofdfi. Van fervituten, enz, 327 dicht wil fcheppen, indien hetzelve met de ftraat ge- ljk is, en negentien decimètres(zes vocten) boven den vloer van hoogere verdiepingen. Art. 678, Men kan geene regtftreekfche lichten of vengfters, door welke men op eens anders‘erf ziet, noch bal- cons, of andere diergelike uitftekende timmeragiën, hebben over het gefloten of ongefloten erf van zï- nen buurman, ten ware tusfchèen den imuur, waar in men dezelven maakt, en het gemelde erf, een afftand is van negentien decimètres(zes voten). Aït. 679. Men kan, noch ter zijde, noch in de fchuinte, over dat erf uitzicht’ hebben, ten ware tusfchen bei- den een afffand is van zes decimètres(twee voeten). Art. 680. De affland, waar van in de twee voorgaande Arti- kelen gefproken is, wordt gerekend van de buitenkant van den muur, in welken de opening gemaakt wordt, en zoo cr balcons of foortgelïke uitftekende timmera- siën zijn, van derzelver buitenfien rand tot aan de {cheidslinie der beide erven. VIERDE AFDEELING, Van drop of waterloop der daken Aït. G81. Elk eïgenaar is verpligt zijne daken zoo te maken, dat het regenwater op zijn erf, of op den gemeenen weg of firaat afloope; hij mag hetzelve niet laten 100- pen op den grond van zijnen buurman, X 4 Pire 328 Liv. IL, Tit, IV, Chap. IL Des servitudes, Ge. SECTION PF. Du droit de passage. Art. 682. Le propriétaire dont les fonds sont enclayés et qui n’a aucune issue sur la voie publique, peut ré- clamer un passage sur les fonds de ses voisins pour l'exploitation de son héritage, à la charge d’une indemnité proportionnée au dommage a‘il peut oc- casionner. Art, 683: Le passage doit régulièfement être pris du cô- té où le trajet est le plus court du fonds enclavé à la voie publique, Art. 684. Néanmoins il doit être fixé dans l’endroit le moins dommageable à celui sur ie fonds duquel il est accordé. Art. 685. L'action en indemnité, dans le cas prévu par l’article 682, est prescriptible; et le passage doit être continué, quoique l'action en indemnité ne soit plus recevable, C HA- : til fl À ei de. À Kboon ne | ontrukéik D cf igelots genes) wo 2 dent 1 more di | jan Dex 0 | mé al | fad tot de Echter dur À | da gr De acte M ZI Bock, IV. Tit., HI. Honfdf. Van fervituten, en, 329 VISFDE AFDEELINCG, Van het regt van overgans of uitwes. Aït. 6824 Sont eux, De cigenaar, wiens land tusfchen andere landen is 1blique M, en die geenen toegang hoegenaamd tot den ses Von gemeeñen wez heeft, is bevoegd om over den grond la chap à van zijne gebnren eenen overgang te vorderen, ten ge qi” dienfte van zijn erf, onder den last ivan vergoeding te ; qu moeten doem, naar. evenredigheid van de fchade, welké hij zoude mogen veroorzaken,| Art. 688. être pi di Deze overgang of uitweg moet gemeenlijk genomen du fai api worden aan de zide, waar de toegang, van dit ftuk | land tot den gemeenen weg de kortfle is, Art. 684. lent Echter moet dezelve bepaald worden op de plaats, 10 daar die toegang de minfte fchade kan toebrengen aan fonds du den genen, over wiens land de uitweg toegeftaan is, Art. 683, De actie tot fchadevergoeding, in het geval bij Ar- cas pi. tikel 682 bepaald, is aan vVerjaring onderworpen 3 le psg! terwil de overgang of uitweg blüft voortduren, of id- fchoon men 1n de actie tot fchadevergoeding niet meer ontvankeliÿk is,: nd En_. 28 DER: 839 Liy. I. Tir, IP, Chap, EL. Des servitudes, ec, C'H: AR AET KR-K: IH, Des Jervitudes érablies par le fait de Phomme. SECTION 1. Des diverses espèces de fervitudes qui peuvent étre établies sur les biens. Art. 686. Îl est permis aux propriétaires d'établir sur leurs propriétés ou en faveur de leurs propriétés telles servitudes que bon leur semble, pourvu néanmoins que les services établis ne soient imposés ni à la personne, ni en faveur de la personne, mais seu- lement à un fonds et pour un fonds, et pourvu que ces services n'aient d’ailleurs rien de contrai- re à l’ordre public.| L'usage et l'étendue des servitudes ainsi établies se règlent par le titre qui les constitue; à défaut de titre, par les règles ci-après. Art. 687. Les servitudes sont établies ou pour l’usage des bâtimens, ou pour celui des fonds de terre. Celles de la première espèce s'appellent wrbi- “es, soit que les bâtimens auxquels elles sont dues \ soient situés à la ville ou à la campagne. Celles de la seconde espèce se nomment r#rales. Att. 688. Les servitudes sont ou continues ou disconti- nues. Les ht is gndonkl deshae | pis at noch tel en go ef gel qoor lt mi! At| fee c War ui tite) nièt bal Due in go Di t Buit-dier qtaar t0e en din Det vide De d Voortdur # de Ph Qu Haven €, d'étblr gx S propià à pour téomi It INA À FSONI TA À fonds, a rien du des aimé ynstitué, di pour li s de ter s’appelet ù s elles 5° impagié 10mment ges WF I, Bock, IV: Tit.> UT, Hoofaf, Van fervituten ,enz. 33% DERDE HOOFDSTUK. \ à Van Jervituten of diensibaarheden, door der . sil der menfchen daargefield._ EERSTE AFDEELING. Wan de onderfcheidene foorten van dienstbaarheden; die op goederen kunñen gevestigd worden. Art. 656. Het is aan de eigenaars geoorloofd, om op hunne ei- gendommen, of ten voordeele van dezelven, zoodanigé dienstbaarheden te lesgen, als ziÿj zullen goedvinden, imits echter deze dienstbaarheden, noch op een perfoon, noch ten voordeele van een perfoon, maar alleen op een grond of erf, en ten voordeele van een grond of _erf gelegd worden, en mits ook die dienstbaarheden voor het overige niets in Zzich bevatten, het wélk te- gen de publieke orde ftrijdt. d Het gebruik en de uitgeftrektheid der alzoo vastge- ftelde diensthaarhieden worden geregéld naar den titel, waar uit zij haren oorfprong hebben; indien zoodanige titel niet beftaat, worden zij naar de volgende regels bepaald,: 57‘: Art, 607.7 Dienstbaarheden worden daargefteld, of ten voordeele van gebouwen, of ten voordeele van landerijen. :Die tot de eerfle foort behooren, worden genoemd huis-diensthaarheden|(urbaines) het zÿ de gebouwen, waar toe zij behooren, in cene ftad of op het land ge- legen zijn. Die tot de tweede foort behooren, worden genoemd veld-dienstbaarheden,(rurales).| He Art. 688. De dienstbaarheden zÿn, of voortdurende, of niet voortdurende.©/ ur uso Liv. II, Tor. IP. Chap. III. Des servitudes, Ge, Les servitudes continues sont celles dont l’usa- ge est ou peut être continuel sans avoir besoin du fait actuel de l’homme: tels sont, les. conduites d’eau, les égouts, les vues et autres de cette es- èce. Les servitudes discontinues sont celles qui ont besoin du fait actuel de l’homme pour être exer. cées: tels sont les droits de passage, puisige, pa. çage et autres semblables. Art. 689. Les servitudes sont apparentes, ou non apparen- tes. Les servitudes apparentes sont celles qui s’an- noncent par des ouvrages extérieurs, tels qu une porte, une fenêtre, un aqueduc. Les servitudes non apparentes sont celles qui n’ont pas de signe extérieur de leur existence, comme, par exemple, la prohibition de bâtir sur un fonds, ou de ne bâcir qu’à une hauteur déter- minée. se $ E CTION IT, Comment s’établissent les servitudes. Art. 690. Les servitudes continues et apparentes s’acquiè- rent par titre, où par la possession de trente ans, Art. 691. Les servitudes continues non apparentes, er Îles servitudes discontinues, apparentes ou non apparen- tes, ne peuvent s'établir que par titres, La DT mien— je den Jia gi ONE dau, él. Qu lb ge ui ji voue pou,| gra DUR L'URSS D w den ve | deg ja D v nét w ün, k ing, 1 FF de t cle, Pour êny €; Pl, OÙ 1 celles ae eurs, ke sont ck a Jen de tion d W: one bague [A a ITR arentes jn de U parents! ou 101 tres, 1 Bock, 19 Ti, LI. Hoofdfts Van fervituien én. 43% Voortdurende dienstbaarheden zijn de zoodänige, wel« ker gebruik altijd voortduurt of kan voortduren, zons der dat daar toe de daad van een mensch noodig is: dusdanige zijn de waterloopen, de drop, lichten, en andere foortgelike. Niet voortdurende dienstbiarheden Zzin de zoodanige à welke de daad van een mensch tot derzelver uitoefe- ping vereifchen: dusdanige zÿn het regt van overgang of. titweg, om wâtér te putten, om beesteñ tè weiden, en andere dergelijke. “ Aït. 689. De diensthaarheden zijn of zichtbare of Du the Zichtbare dienstbaarheden zijn de zoodanige, welke zich door uitwendige werken doen blijken, gelik eene deur, een vengfter, eene waterleiding. Onzichtbare“ienstbaarheden zijn de zoodanige, welké geen uitwendig teeken van haar beftaan hebben: als bi voorbeeld, het verbod om op een erf te mogen bouwen, of om flechts tot eene bepaalde hoogte te mo= gen bouwen. TWEEDÉ AFDEELING. Op hocdanige manier de dienstbaarheden worden daargéfield. Art. 690. À 0 De voortdurende en zichtbare dienstbaarheden wors den verkregen door eenen titel, of door een bezit van dertig jaren. Art. 691: à voortdurende onzichtbare dienstbaarheden, eri Fe niét voortdurende, het zij ze zichtbaar of onzichtbaar zin, kunnen alleenlÿk door titels, of acten van a rs fing, worden vastgefteld. _Éen Pi gui Live IE Tite IV. Chapi ÂI. Des servituilers&: t.La possession même immémoriale ne suffi pas pour les établir; sans cependant qu’on puisse aîta- quer aujourd’hui Ÿles servitudes de cette nature déjà acquises par la possession, dans les pays où elles pouvaient s‘acquérir de cette manière. Art. 692. La destination du père de famille vaut titre\ bé égard des servitudes continues et apparentes. Art. 693. À n’y a destination du père de famille que . lorsqu'il est prouvé que les deux fonds actuelle ment divisés ont appartenu au même propriétaire, @r que c’est par lui que les choses ont été mises dans l’état duquel résulte la servitude. Art. 6 94. Si le propriétaire de deux héritages entre bei| quels il existe un signe apparent de servitude dis. pose de l’un des hérirages sans que le contrat con- tienne aucune.convention relative, à la servitude, elle continue d’exister activement où passivement en faveur du fonds aliéné ou sur le fonds aliéné. Aït. 694. Le titre constitutif de la servitude, à l'égard de celles qui ne peuvent s’acquérir par la prescrip- tion, ne peut êtte remplacé que par un titre ré- cognitif de la servitude, et émané du propriétaire du fonds asservi. Art. 6 96. Quand on établit une servitude, on est censé âccorder tout ce qui est nécessaire pour en user. Ainsi la servitude de puiser de l’eau à la fon- taine d’autrui, emporte nécessairement le droit de assage, + k SEC- me bi ti, 61 is “hké it, do de dus | thshoul, je, Wa hd à en Ad da der | tt Piel, ht À det ver Dk tie, ring it ae | TU | dv Van ln dat vu Zn des br an 0e Side lle R ü, qu on Ps CEE mp: les pus ère, nille un b C Aa de fn: IX ok ms ème pris )SeS Où lt tude, ritages ut de sérrik! je Le con: e à hs OÙ pasiite fonds 1 ude, à 1 par ps par ut é di e, ot pour 8 'eui” sent ke Ÿ fl ’ il, Bock, WP. Tir, LI: Hoofdfé, Van fervituten ,en?, 338 Een bezit zelfs van Gnheugelijke jaren; is niet voldoen. de om eenige dienstbaarheid daar te ftellen: zonder dat men nogtans tegenwoordig kan betwisten de dienstbaar- heden van dien aard, welke reeds door bezit verkregen zin, in die landen, alwaar zÿ op die wijze verkregen konden worden, Art. 692. De beflemming van eenen huisvader geldt voor eenen titel, ten aanzien der voortdurende en Zichtbare dienst- baarheden.| Zulk eene beflemming van cenen huisväder beftaat niet, dan wanneer het bewezen is, dat de twee erven, die thans verdeeld zijn, aan denzelfden eigenaar hebben toebehoord, en dat deze de zaken in dien ftaat gebragt heeft, waar uit de dienstbaarheid voortvloeit. Aïts 694. Indien de eigenaar van twee erven, tusfchen welken éen zichtbaar teeken van dienstbaarheid beftaat, over één dier erven befchikking maakt, zonder dat het con- tract eenige overeenkomst bevat betrekkeliÿk de dienst- baarheïid, blüft die dienstbaarheïd, het zij heerfchende, “hét zij lijdende, beftaan ten voordeele of ten laste van het vervreemde erf,| Ârt, 695. De titel, waar bij eene dienstbaarheid, die door ver- “jaring niet verkrigbaar is, wordt daargefleld, kan niet Vervangen worden, dan door éene acte van den eige- haar van het dienstbaar erf, in welke de dienstbaarheid erkend wordt: Art. 696. Wanneer men eene dienstbaarheid daarftelt, wordt .fnen geacht toeteftaan, al het geen tot het gebruik _daar van noodis is. Zoo bevat de diensthaarheid, om water uit eens an ders bron te fcheppen, noodzakelijk in zich het rest van Overgange TV E Es b! 226 Liv, 1, Tir. ÎP. Chap. LE. Des servitudes,&6; SLCTION 11, Des droits du propriétaire du fonds auquel la servitude est due. - Art 697. _ Celui auquel est due une servitude, a droit de faire tous les ouvrages nécessaires pour en user et pour la conserver. Art. 698: Ces ouvrages sont à ses frais, et noï à ceux du propriétaire du fonds assujetti, à moins que le titre d’établissement de la servitude ne dise le con- traire. Art: 699. Dans le cas même où le propriétaire du fonds sssujetti est chargé par le titre de faire à ses frais les ouvrages nécessaires pour l'usage où la conser- vation de la servitude, il peut toujours s’affranchir de la charge, en abandonnant le fonds assujetti au propriétaire du fonds auquel la servitude est due, Art. 700. Si l'héritage pour lequel la servitude a été éta- blie vient à être divisé, la servitude reste due pour chaque portion, sans néanmoins que la con- dition du fonds assujetti soit aggravée. Ainsi, par exemple, s’il s’agit d’un droit de passage, tous les copropriétaires seront obligés de l'exercer par le même endroit. Ait. 70 | A De ge ÿ, re jet gb tel gi De 1 over va tmult, ten bte he h gril de we| Que we diensbaar Inst Herr don cent étudie A | he 15 à theid| & wfellh À Wa à Vans lt nn | Lars y 6 ebruik sert III, fond ag A vitude, à& S pour ax is, etui! 1, à mg ide ték prie L de faire Li Age 0 ke oujours S » fonc 25 servitude à rpitude 1 ryitude moins qu ivée. je d'un® seront 0 À IT. Bock 5 Tir., IT, Hoofff, Van Lavitoten ehz 347 DERDÉ AFDEELINC: Van de regten van den eigenaar van het erf, waar aan eene dicnsibaarheid verfchuldiga is. Art. 697. Dé ceen: aan Wien cene dienstbaaïheid. serfebutdigd is, heéeft het regt, om allie werken te maken., die tt het gebruik en onderhoud, dier dienstbaarheid noodza- kelÿk zijn Art. 698. re LA dns 32 nu en Te< 22r Dèze werken worden ten zijnen kosten, eh niet tén kosten van den eigenaar van het dienstbaar erf gé- Maakt, ten ware de acte van vergunning der dienst- bäarheïd het tesgendecl Gebiedt. Att.. 699: M gevil gelfs de cigendar van liet dichistbhat erf bÿ die acte belast wordt, om ten zijnen kosten de no0o- dige, werken tot het gebruik of het onderhoud der diensthaarheid te. maken, kan hi Zich altijd van dien last bevrijden, door het dienstbaar erf af te ftaan aout den cigenaar van het erf, waar aan de dienstbaarheid vérichuldigd is. Aït. 7oo. Wanneer het erf, ten welks behocve de dienstbaar- heid is daargèlleld, verdeèld wordt, Blÿft- de dienst- baarheid verlchuldigd voor elk gedeclte, mits nogtans, de gefteldheid van het dienstbaar ef daar door niet verzwaard woïrde. Wanneër dus, bij voorbeeld, gchandeld wordt over het.regt van. overgang of nitwes… zijn.akle..mede sei- genaars verpligt dat régt langs éen en, denz ceTFdei Weg te gebruiken, lé: DEL, Y Aït. 7OIe 328 Liv. AI. Tir. IP. Chap. III. Des servitudes,&e, Art. 7oI. Le propriétaire du fonds débiteur de Îa servi. wude ne peut rien faire qui tende à en diminuer l'usage où à le rendre plus incommode. Ainsi, il ne peut changer l’état des lieux, ni transporter l'exercice de la servitude dans un en- droit différent de celui où elle a été primitivement assignée.| Mais cependant, si cette assignation primitive était devenue plus onéreuse au propriétaire du fonds assujetti, ou si elle l’empêchait d'y faire des réparations avantageuses, il pourrait Ofrir au propriétaire de l’autre fonds un endroit aussi com- mode pour l'exercice de ses droits, et celui-ci. ne pourrait pas le refuser. Art. 700. De son côté, celui qui a un droit de servitu- de, ne peut en üser que suivañt son titre, sans pouvoir faire ni dans le fonds qui doit la servitu- de, ni dans le fonds à qui elle est due, de chan- gement qui aggrave la condition au premier. DAC ON 13 : é Comment les servitudes S'éteignietibe Art. 703. Les servitudes cessent lorsque les choses se trou= vent en cel état qu’on ne peut plus en user. Art. 704 nf ex D din tee ref 0 Dur ga RE gébruk: gonder qua à is À este Qi D ah à Wen gee es Senitugn il iteur de ide à ai mmode, "état des! vitude dun à Cté pri Ssigmation? au prop empéchai À IL pourait! endroit a roits, etui un droit! jpañt 500 À qui doit e est dus l a du pe , 741 I, Bock, IP. Tit.; II. Hoofaft. Van fervituten enz. 239 Art, 260, e eigenaar van het erf, het welk de dienstbaarheid verfchuldigd is, kan niets doen, het welk tot verminde- ring van het gebruik dier dienstbanrheid, of om het zelve ongemakkelÿker te maken,-ftrekken zoude. Zoo kan hù de gefteldheid der plaatfen niet veranderen, noch het gebruik der dienstbaarheid verlegsen naar eene plaats, verfchillende van die gene, waarop de dienst- baarhcid oorfpronkelik gelegd is, Doch, des niettegenftaande, indien de oorfpronkelike “beftemming dier plaats voor den eigenaar van het, dienst- baar erf meer bezwarende was geworden, of dat dézelve daar door belemmerd werd dienflige reparatiën aan dat erf te doen, mag hij gan den eigenaar van het andere erf eene plaats aanbieden, welke tot het gebruik van zijn regt even gelchikt is, en de eïigenaar van dat ande- re erf mag hem zulks niet weigeren. Art. 702. Daarentegen kan ook van zijne zijde de geen, die een regt van dienstbaarheid heeft, daar van geen ander gebruik maken, dan volgens zijne acte van vergunning, zonder noch in het dienstbaar erf, noch in dat, waar aan de diénstbaarheid verfchuldigd is, eenige verande- ring te mogen maken, wWaar door de gefteldheïid van het eerstgemelde erf bezwaard zoude worden, PIERDE AFDEELINCG. Op hocdanige wifze de diensthaarheden te nicè LAGIIe; Art, 70% De dienstbaarhéden houden 6p, vwanneer de Zaken zich in zoodanigen ftaat bevinden, dat men van dezels ven geen gebruik meer maken kan, Ya__ Art 704 gao Liv. I. Tit IVe Chape Il, Des servitudes,@e; _ Art 704. . Elles revivent si les choses sont rétablies de-ma: nière: qu’on puisse en user; à moins qu'il ne se soit déjxoécoulé un espace de temps suflisant pour faire présümer l’extinction de la servitude, ainsi qu’il est dit à l’article, 707. ; Ârt, 7054 Toute servitude est éteinte lorsque le fonds à qui elle est due, et celui qui la doit, sont réunis dans la même main. La servitude est éteinte“par le non-usige pen- dant trente ans. D ve Ârt. 707. Les trente ans commencent à courir, selon les diverses espèces de servitudes, ou du jour où l’on a cessé d’en jouir, lorsqu'il s’agit de servitudes “discontinues, ou du jour où il a été fait un acte contraire à la servitude, lorsqu'il s’agit de setvitus des continues; Ait. 708% Le mode de la servitude peut se prescrire com- 0 A 1 é CES me la servitude même, et de la même maniere. Aït. 709. Si l'héritage en faveur duquel la servitude est établie, appartient à plusieurs par indivis, là jouis- sance de l’un empêché la prescription à l’égard de tous.| Art. 710.| Si parmi les copropriétaires il s’en trouve Uñ contre lequel la prescription n'ait pu courir,€om- me un mineur, il aura conservé le droit de tous les autres, LS‘.. I- | pe dl UE Que de | ee | du, WT maken, te teen. of | te, ti VODrÉQUR De mie, . gti na ATUE | oh | à duel boot, bee À jui tn 0 äo ù & Wien woreeld, {udkr Sent t réablis NOINS qui nps sue, rvitude,$ ISque À doit, le non: | h«6 f indivis ption 114 | sa pu cour” Je di” EI, Bock, IV. Tit., III, Hoofafi, Van fervituten, enz. 941 Art. 704 Zÿ herleven, wanneer die zaken zoodanig herfteld zin, dat men daar van gebruik kan maken; ten ware reeds een genoegzame tijd verloopen is, welke de vernie- tiging der dienstbaarheid doet veronderftellen, gelijk in Artikel 707 gezegd wordt. à Art. 7o5. -Alle diensthaarheden gaan te niet, wanneer het erf, waar aan dezelve verfchuldigd zijn, en het dienstbaar erf in dezelfde hand vereenigd worden.; Aït, 706, De dienstbaarheid gaat te niet, wannecr daar van in dertig jaren geen gebruik gemaakt is. Art. 707e Deze dertig fjaren beginnen te loopen, naar de on- derfcheidene foorten van dienstbaarheden, of van den- dag, dat men heeft opgehouden daar van gebruik te maken, ten opzichte van niet voortdurende diensthaar- heden, of van den dag, dat men eene daad verrigt heeft, ftrijdig tegen de dienstbaarheid, ten opzichte van voortdurende dienstbaarheden. de Aït. 708. De wiÿze, op welke men van eene diensthbaarheïd gebruik maakt, verjaart even als de dienstbaarheid zel- ve, en op. gelÿke manier. Art, 709. Zoo het erf, ten welks voordeel eene dienstbaarheid is daargefteld, aan vele eigenaars onverdeeld toebe- hoort, belet het gebruik van een der eigenaars de ver- jaring ten opzichte van alle verdere eigenaars, Art. 710. Zoo onder de mede-eigenaars zich een bevindt, te- gen wien de verjaring niet heeft kunnen loopen, bi voorbeeld, een miuderjarige, Zal daar door het. regt van alle verdere mede-eigenaars behouden bliven. Y9 D E Re 4 LE V KR EH DES DIFFÉRENTES MANIÈRES DONT ON ACQUIERT LA PROPRIÉTÉ. DISPOSITIONS GÉNÉRALES, [Décréé le 19 Avril 1803. Promulgué le 29 du même mois] Art. 711. , La propriété des biens s’acquiert et se transinet par succession, par donation entre-vifs ou testamen- taire, et par l'effet des obligations. Art. 712, La propriété s’acquiert aussi par accession où incorporation, et par prescription. Art. 719 … Les biens qui n’ont pas de maître, appartiennent à l'Etat. Art, 714. - Il est des choses qui n’appartiennent à personne et dont l’usage est commun à tous. Des an D Dé rer d of jf bind Tab ns, D« uw Er War| ÉRALE, Promki} ] jieft et#1 re-vifs MAT 15, par acc D'ER DE P'O'E K YAN DE ONDERSCHEIDENE MANIEREN, OP WELKEN MEN EIGENDOM VERKRIJGTe ALGEMEENE BEPALINGE Ne [Vasigeleld den 1oden van Grasmaand 1803. Afgekondigd den agflen van feel PTT 1 Att. 711 De cigendom der goederen wordt verkregen, en gaat over door erfvolging, door gifte onder de levenden, of bij testament, en ten gevoise van aangegane Ver- bindtenisfen. Art. 719. Eigendom wordt mede verkregen door accesfie of inlijving, en door verjaring. Art. 713 De goederen, die geenen cigenaar hebben, behooren aan den Staat, Art. 714: Er zijn zaken, die aan niemand toebehooren, en waar van het gebruik aan allen gemcen is. VE: De 344: Liv. IIL, Dispositions générales, Des lois de police règlent la manière d'en jouir. Art, 71 5. La faculté de chasser ou de pêcher est égale ment réglée par des lois particulières, Art, 716. Lea propriété d’un trésor appartient à celui qui le trouve dans son propre fonds: si le trésor est trouvé dans le fonds d'autrui, il appartient pour moitié à celui qui l’a découvert, et pour l'autre moitié au propriétaire du fonds. Le trésor est toute chose cachée ou enfouie, sur laquelle personne ne peut justifier sa propriété,€ qui est découverte par le pur effet du hasard, Art. 71 r£ Les droits sur les effets jetés à la mer, sur les objets que la mer rejette, de dau nature qu‘ils puissent être, sur les plantes et herbages qui Crois= sent sur les rivages de la mer, Sont aussi réglés par des lois particulières. RUE Il en est de même des choses perdues dont le maitre ne se représente Pas, TL 4 pot tt HS quite V De es de de ft 09 hj vo0t ref, 41 gronl; fer 1 mi, Wait ày de 000 d tgte | w, wk din mo 7e a jte À ft! goedere lon, ral, R mi, pêcher fu nes rtient} à, À appear > CC ph e OU y Sa proue € du ban \hma que rat rbages ql SON qu: a s perés dl II. Bock, Algemeene bepalingen:"+. 348 De wetten van politie regelen de manier om er genot te hebben.: Art. 715. Het regt van jagen of visfchen is insgelijks door bi: zondere wetten geregeld. Art. 716. De cigendom van eenen fchat behoort aan den geen, die denzclven op zinen eigen grond vindt: indien de {chat op eens. anders grond gevonden wordt, behoort hÿ voor de. helft aan den geen, die hem ontdekt heeft, en voor de wederhelft aan den eïigenaar van den grond. _ Een fchat is alle zoodanige verborgene of begravene zaak, Waar Op niemand zijnen cigendom bewizen kan, ‘eu die door een louter toeval ontdekt iSe Art, 717e De resten op goederen, in zee geworpen, op_din- gen, welken dé zee opwerpt, van welken aard zi ook Ziÿn mogen, op de planten en kruiden, wèlken aan'de Zee- oevers grocien, Worden al mede“door bijzondere wetten‘geregeld. Het zelfde heeft plants ten aanzien van verlorene goederen, waar van de cigenaar niet te voorfchijn komt. Ys| EER- TITI SL RRE MIE R, DES SUCCESSIONS. [Décrété le 19 Avril 1803. Promulgué le 09 du méme mois.] CHAPITRE PREMIER. De louveriure des successions, et de la saisine des héritiers. Art. 718. Les successions s'ouvrent par la mort naturelle et par la mort civile. Att. 719,| La succession est ouverte par la mort civile, ‘du moment où cette mort est encourue, conformé-= ment aux dispositions de la section II du chapitre Il du titre de La jouissance et de la privation des droits civils. Art. 720. Si plusieurs personnes respectivement appelées à la succession l’une de l’autre, périssent dans un même événement, sans qu’on puisse reconnaitre laquelle est décédée la première, la présomption de survie est déterminée par les circonstances du fait, et, à leur défaut, par la force de l’âge et du sexe. Art. 791. Si ceux qui ont péri ensemble, avaient moins de | pra Dean F pu die da bu de het où orerenk ya Het tué en 9 hr tot dés ele 1 We lit or val, à x be rire, ù ON$, rom l au r la not: courue, GE jon 1! dt Ja pri pement% périssnr Ê uisse ME , li pol 1%. Boek.I.Tit., LHoofafi. Van het very. der crfen.enz. 347 EERSTE LITE+, | | VAN ERFVOLGING-E N, [Vastgefeld den 19den van Grasmaand 1803. Afeckondiga den s9ffen van dezclfde maand.] EERSTE HOOFDSTUK. Lan het vervallen der erfenisfen, en de aan vaarding door de erfgenamen. Art. 718e : pan LT De crfenisfen vervallen door den natuurliken en door den burgerlÿken dood. Aïts 719: De erfenis vervalt door den burgerlÿken dood, van het oogenblik, dat men dien dood‘ ondergaan heeft overeenkomttig de bepalingen van de tweede Afdeeling van het tweede Hoofdftuk, in den Titel, vez her ge- not en verlies der burgerlijke regten. Art. 720. Indien verfcheiden perfonen, die refpectiveliÿk de een tot des anders erfenis geroepen zäÿn, bij een en het zelfde voorval omkomen, Zzonder dat men weten kan, wie het cerst geflorven is, wordt de prefumtie van overleving bepaald door de omftandigheden van het ge- val, en bij ontbreken van dien door de kracht van ja ren en kunne, Art. 721. Indien zÿ, die gezamentlik zijn omgekomen, n0g gecn gas Liv. II. Ti. Æ Chap R1 Deere, en de quinze ans, le Es âgé sera présumé avoir survécu. S'ils étaient tous au-dessus. de soixante ans, le moins âgé sera présumé avoir survécu. Si les uns avaient moins de quinze ans, et les autres plus de soixante, les premiers Seront présu- més avoir survécu. Art. 722. Si ceux qui ont péri ensemble, avaient quinze ans accomplis et moins de soixante, le mâle est toujours présumé avoir SUrvéCu, lorsqu’ il y a Éga- lité d'âge, ou si la différence qui existe L'éRcRde pas ure année. S'ils étaient du même sexe, ka présomption de survie qui donne ouverture à la succession dans l’ordre de la nature, doit être admise: ainsi le plus jeune est présumé avoir survécu au plus âgé. Art. 7923. La loi règle l’ordre de succéder entre les héri- tiers légitimes: à leur. biens passent aux enfans naturels, ensuite à l'époux survivants et s’il n’y en 2 pas, à l'Etat. Art. 724 Les héritiers légitimes sont saisis de plein droit des biens, droits et actions du défunt, sous l’obli- gation d’acquitter toutes les charges de la succes-. sion: les enfans naturels, l'époux survivant et l’E- tat, doivent se faire envoyer en possession par ju- “stice, dans les formes qui seront déterminées: C HA: jen M hdi 2 pe rite de ml got de æ Hebben, De y petie€ cel den ln an dé De ve bent der Ja, | fine de ect let be | ta Sora y| LE: A] Cu, line any, ts sem » dt te,(en Orsqu' 13 À exise tes | prévue! | Sci admis sl ÉCU AE êr entre| es biens époux am is de pi mnt, So es dk survie ssessit termits 11RB6ek, Tir,;T. Hoofa,:. Venhetvèry.dererfensenz. 445 geen vüftien jaren bercikt hadden, zal de-oudfte ge. prefumeerd worden den anderen overleefd te hebben. indien Zi allen boven de zestig jaren oud waren, zal de jongft: in jaren geprefumeerd worden het langst géleefd te hebben. Nr 4 Indien eenigen beneden de vüftien, en anderen boven de Zzestig jaren oud waren, zullen de eerften geprefu: meerd worden het langst geleefd te hebben. Art 7m.e Indien zÿ, die gezamentlÿk zijn omigekorñen. vüftien volle jaren, maar nog geene zestig jaren bereikt had- den, wordt de man altijd geprefumeerd het langst ge- leefd te hebben, wanneer er gelijkheid van jaren is, of indien het beftaande verfchil geen jaar te boven gaat, Indien zù lieden van dezelfde kunne waren, moet de prefumtie van: overleving, die de erfeni$ naar de orde der natuur doet vervallen, toegelaten. worden: dus wordt de jonglie geprefumeerd den ouderen overleefd te hebben. Aït: 723: De wet regelt de orde vau erfvolging tusfchen de wettise erfgenamien: bij ontbreken van dezelve gaan de goederen over aan de onechte kinderen, vervolgens aan den langstlevenden echtgenoot; en zoo er die niet is, aan den Staat. Art. 794, De wettige erfgenamen treden van regtswege in het bezit der goederen, regten eu actiën van den overlede- nen, onder de verpligting om alle de lastén der nafaten- fchap te voldoen: de onechte kinderen, de overblijven- de echtgenoot, en de Staat, moeten door den regter in het bezit gefteld worden, op zoodanige wijze, als na- der zal bepaald worden, TWEE- LE g5o Liv. III. Tir. I. Chap. IT, Des qualités, Cei CFE PT R EI i, Ja de Des qualités requises pour succéder. Art. 795.| +. 725| Gi Pour succéder, il faut nécessairement exister à| gd l'instant de l’ouverture de la succession. A sh Ainsi, sont incapables de succéder, Ds! .: o j) 19. Celui qui n’est pas encore conçu; js » Ex 0. L’enf i À L'AABTÈS ie o°. L'enfant qui n’est pas né viable; ati 3°. Celui qui est mort civilement. g De Art.: 700. Un étranger n’est admis à succéder aux/ biens a 1 que son parent, étranger ou Français, possède E qe dans le territoire de l’Empire, que dans les cas et hi °\\ 0 A 4;\el de la manière dont un Français succède à son pa- a: rent possédant des biens dans le pays de cet étranger,| ue conformément aux dispositions de l’article T1, au| li titre de la jouissance et de la privation des drois\ Ari civils.| drbr AUt 727.| ,(im Sont indignes de succéder, et, comme tels, EX| mb clus des successions,| En 1°. Celui qui serait condamné pour avoir don-| ox né ou tenté de donner la mort au défunt; d. 2°. Celui qui a porté contre le défunt une ac si cusation capitale jugée calomnieuse; px 8°. L’héritier majeur qui, instruit du meurtre ne du défunt, ne l’aura pas dénoncé à la justice.| me At. 728 qua ge, ET 1 succédé, Sairenn a cessiou céder, TE Co, viable, ment, suce n Frans, n que dus succède ays de ci de l'ai rives à _ LI. Bock, I. Tir., IT. Hoofaf. Van devereischten, enz. osl TWEËEDE HOOFDSTUK. - Pan de vereischten, die toï erfvolging noodig zijn. Art, 725. Om iemands erfvolger te kunnen zijn, is het noo- dig, dat men op het tiditip van het vervallen der er- fenis aanwezig Zi.: Dus zijn onbevoegd om te kunnen opvolgen: 1°. Die nog niet ontvangen is; o°. Een kind, het welk bi deszelfs geboorte niet in ffaat is om in leven te kunnen bliven; g°. Die den burgerliÿken dood ondergaan heeft, Art, 726. Een vreemdeling is niet bevoegd erfvolger te zin in de goederen welken zijn bloedverwant, het zÿ hi vreemdeling of Franschman is, op het grondgebied van het Keizerrÿk bezit, dan alleen in de gevallen en op dezelfde wijze, als een Franschman aan zijnen bloed- .verwant, goederen in het land van dien vreemdeling bezittende| opvolgt, overcenkomftig de bepalingen in Artikel 11 van den Titel, van het genot en verlies der burgerlifke regten. Art, 727. Onwaardig om erfvolgers te zÿn, en, als Zoodanig, van de erfenis uitgefloten, zijn de volgende: x. Die veroordeeld is, om dat hij den overledenen omgebragt heeft, of'getracht heeft om te brengen, o°. Die den overledenen befchuldigd heeft van eene misdaad, waar op de doodftraf ffaat, doch welke be- {chuldiging bevonden is verdicht te zijn. 3°. De meerderjarige erfgenaam, die, van het ver- moorden van den overledenen kennis dragende, daar van geene aangifte aan de juflitie gedaan hecit. Art, 728, 92 Liv: lil. Titi 1. Chap. it. Des- qualités, Se Att.._728. Le défait dé défionciition re beñt étre bpposé aux ascendans et descendans du meurtrier, ni à ses alliés au même degré, ni à son époux où à son ÉpOUSE, ni à ses fières ou sœurs, ni à ses oncles et tantes, ni à ses neveux et nièces. Aït. 709. L'héritier exclu de la succession pouf cauée d’in2 dignité, est tenu de rendre tous les fruits et leg revenus dont il a eu la jotissance depuis Poüvér- ture de la succession. Aït, 730. Les énfans de l’indigne, venant à la sûccestion de leur chef, et sans% secours de la représenta- tion, ne sont pas. exclus pour la faute de leur pèrés fiais celui-ci ne peut, eh abcun cas, fécla- mer;, sur les biens de cette succession, l’usufruit ue la loi accorde aux pèrés ét mèrès sur les biens e leurs enfans. VRAI T RE Des divers ordres de successions SECTION: Dispositions générales Aït. 731.- Les successions sont déférées aux enfans et des cendans du défunt, à ses ascenidans et à ses parens collatéraux, dans l’ordre et suivant les règles ci- après déterminés. «| Art, 73% pl je Dei ET. | ge ml ge x 1 De Et gl hi de er| dut vu | sauipruk À qar nl au « toc Ses LA D: \edère À Ver 4, en MT Gualts» L 1, 8) eût bts“ Art, 728; EUttrer,» ë“lh Het nalaten van zoodanige aangifte kan niet worden PO qi}, tégengeworpen aan bloedvrienden van den moordenaar DUT in de opgaande of néderdalende linie, noch nan zime Vs, aanbehuwde vrienden in denzelfden grand noch aan zijn echtgenoot of ec higenoote, noch aan zijne broeders of ZuëterS; noch aan zijne oomen en mocijen, noch aan zijne neven en nichten. A Poney,., es ir,\ Aft. 729. ce dpi! le De erfgenaam, die uit hoofde van onwaardisheid varl | de erfenis WofdE uitgefloteu, is gehouden tot te rug “gave van alle vruchten en inkomften, waar va hij ze dert her vervallen der erfenis genot gehad heeft. nt à sn Art. 730: de ps De Kinderen van den onwaardisen erfsenaam, uit ei= kil gen hoofde, en zander behulp van pla nas vervulling, tot almuW de erfenis komende, worden niet uitgefloten om de mis- nié daad van hunnen vader; doch deze Kan in geen geval abris art aanfpraak maken op het vruchtgebruik van de goederen MM nalatenfchap, het welk de wet aan vaders en moe- dérs, ten aanzien van de goederen hunner kinderen 3 toeftaats DERDE HOOFDSTUK Pan de onderfcheidene orden van érfvolgins. . ne: ÉERSTE-AFDEELING. Æigemeene bepalingen. 4 731. De érfvolging wordt opgedragen äan de Kinderen en à 1 verdére af kOmelingen van den“overlédenert, aan Zijne RS in de opgaande en züdlinie, volsgens de rorde, en overeenkomitig de regels, hier na bepaald.. li L'DBEL, Z Art. 792 IT, Bock, L Tr.; IE. Hooff. Vande vereischten,enz. 35 454 Liv. IIT. Tit. I. Chop. III. Dés ordres, Ees\ Art... 7304 La loi ne considère ni la nature ni l’origine des biens pour en régler la succession.; Art 742 Toute succession échue-à dés ascendans où à des collatéraux, se divise en deux parts égales: l’une: pour les parens de la ligne pacrnelle, l’autre pout les parens de la ligne maternelle. . Les parens urérins où consanguins ne Sont pas exclus par les gérmainss mais il ne prennent part que dans. leur line, sauf ce qui sera dit à l’article 75:..Les germains prennent part dans les deux lignes. I ne se fair aucune dévolution d’une ligne l’autre, que lorsqu'il ne se trouve aucun ascendant: ni collatéral de l'une des deux lignes. … Are 794 Cette première division opérée entre les lignes paternelle et maternelle, il ne se fair plus de divi- sion entre les diverses branches; mais la moitié dé- volue à chaque ligne appartient à l'héritier ou aux héritiers les plus proches en degrés, sauf le cas de la représentation, ainsi qu'il sera dit ci après. Art. 735. _ La proximité de parenté s'établit pat le nombre de générations; chaque génération s'appelle un To ras GCETE * Art. 736. La suite des degrés forme la ligne; on appelle ligne directe la suite des degrés entre personnes qui descendent l’une de l’autre; ligne collarérale, la suite des degrés entre personnes qui ne descen- :«> dent ere 'RSSERSPAAUERS ÿ sl D É fé touts fi fe LL Ale ul FO ik jte deck je, Ô in. rend bel, hit A aude D qu SE je br lei pps, port jun, ant en mo Jus & left érioenaan étoutens mel dl ù"ù Di taar het grüdd L De< EE 7e ln, Ë cpu ascenda y parts&| Melle, lzy ANOUINS Wu: | ser# part dus si] 1tion Ce à Uve At ligoa rés, SA a dit bit pr# ation se fige ss entre 4 lie A pe es gs I ne pen III. Boek:, L. Ti.; ET. Hooffe If Wandeord. vanerfr. 358 Aït. 792. De wet neemt in het regelen der erfvolging geet aan fchouw, nôch op den aard dér goedere ë, aUChT MR wwien zij afkomftig zifn. Aft. 78%, Alle‘erfenis{en, die aan bloedvrienden van de opgaan- de of züdlinie vervallen, worden verdeeld in tiwee ge- like deelen: het eene voor de vrienden van 4e vade er- dijke, en. het andere voor die van de. môcderlÿke linie Vrienden, die älleen van vaders of van m eders zijde beftaan, worden niet uitgefloten doôr vrienlen, van beide Zijden beltaande, naar Zi genieten âlleenlÿk een aandeel in hunne linie, bchoudens. het geen bi Art. 752 gezegd zal worden. Bl locdverwanten, van beide ziden belaande‘deelén in de beide linien. Er hecft seen overgang Van de eene lin tot de andez re plaats, dan wanneer in een Van de beide Tiniën ceen bloedverwant van de opgaainde Of ziÿdlinie gevorden wordt. Art 732: Wannect deze cer le verdeeling tusfchen de Ro like en moeder!l iüke liniôn gedaan is, heeft geene onderdeeling plaats tusfchen de verfchiller ide takken det Hiniss maat de Helft die op lke linie vervallen is behuort âan den. erfgenaam of de erfgenamen, de naaste in graad ziÿnde, behoüdens het geval van reprefentatié, Zoo äls hier na gezegd zal worden \ Art, 795: De betrel kking der bloedverwantfchap wordt berckend faar het gctal dér genèratiènrz igdere generätie maakt éef grañd Ut. Aït: 736. De opvolging van graden maakt de Æmie: men noemt éene regté linie. de opvolsing an graden tusichen, per- fonsn, die de ven van-den anderen aftammens 2tydlinie de opvolsine Van graden tus{c hen pérfonèn 3 die 1iet Z 2 van ë 536 Liv. LIL. Tir, I. Chap. III. Des ordres”, Se: dent pas les unes des autres, mais qui descendent d’un auteur commun.|| On distingue la ligne: directe, en ligne directe descendante et ligne directe ascendante. La première est celle qui die le chef avec ceux qui descendent de lui; la deuxième est celle qui lie üne persorine avec ceux dont elle descend, AUS 2 à En ligne directe, on compte autant de degrés qu'il y a de générations entre les personnes: ainsi je ls est,: à l’égard du père, au premier degré; le petit-fils au second; et réciproquement du pèré et de l'aieul à l’égard des fils er petits-fils. AtE 79 En ligne collatérale, les degrés se comptent par des générations, depuis l’un de parens jusques et non compris l’auteur commun, et depuis celui-ci jusqu’à l’autre parent. Ainsi, deux frères sont au deuxième degré; l’on- cle et le neveu sont au troisième degré; les cou- sins gefmains au quatrième; ainsi de suite, SECTION 1. De la représentations Art. 739. La représen"ation est une fiction de la loi, dont l'effet est de faire”entrer les représentans dans la place, dans le degré ec dans les droits du repré- senté. Se : Art. 740. La représentation a lieu à l'infini dans la ligne directe descendante. RARE FALL fon fi be: fon A ds fe | né eg 200 0 pris ‘hdd | gméts nus gel den tot Destal | tea an Reprel tés gra, dj vert Rey nt è autant, CS pero, au pren, rOquenen à L peut-ds > par We . EC Gi pxième de ne degrés | de sue, l hi: )f de bi présens À * fini dus À 4 AII, Bock; E Tite, HI. Hoofde. Vandeord. vanerfv. 347 .van elkander afftammen, maar die cenen gemeenen ftam- yader hebben. De regte linie wordt onderfcheiden in de rest nedere gaande en regt opgaande linie, on De eerfle maakt het verband tusfchen den flamvader, en die vax he afammen; de laatfle verbinde cer” pet= foon met die genen, van welke hij afitamt, Art, 797. In de regte linie rekent men, dat et tusfchen de per. fonen Zoo vele graden zijn, als er generatiën beftaan» dus ffaat cen Zzoon, met betrekking’ tot zÿnen vader, in den eerften graad; een kleinzoon in den tweeden; en z00 00k wederkeerig de vader en de grootvader, met betrekking tot zonen en kleinzonen. Ant. 798. In de zïdlinie worden de graden gerekend naar de LEm neratiën, van den cenen bloedverwant af naar boven, tot den gemeenen flamvader, welke echter niet mede geteld-wordt, toe, en van deze af weder naar bene- den tot aan den anderen bloedverwañt. Derhalve beffaan twee broeders elkanderen in den tvceden graad; oom en neef in den derden; volie ne- ven in den vierden graad; en zoo vervolgens, TWEE DE. AFDEELING, Van reprefentatie of plaatsvervuling, ne Art. Y39, Reprefentatie is eene fictie van de wet, ten gevolge hcbbende, dat de plaatsvervullers in de plaats, in der graad, en in de regten optreden van den geen”, wien zi vertegenwoordigen, oo Art, 740. . Reprefentatie heeft plaats in de nedergaande linie tot in het oneindige, À ES. Zi # 5358 Liv. LI, Tit. E Chap. III. Des. ordres, Se, Elle est admise dans tous les cas, Soit que les. enfans du délunt concourent avec les descendans d’un enfant prédécédé, soit que tous Îles epfans du délunc étant: morts avant ui, les descendans desdits fenfans se twouvent entre eux en degrés: égaux ou. inégaux: + Art. 741. La, représentation. n'a pas lieu. en. faveur des..as- cendans; le plus proche, dans chacune des deux lignes, exclut toujours le plus éloigné, | Art. 742. En ligne collatérale, la représentation est admise en faveur des enfans et descendans de frères où: sœurs du défunt, soit quils viennent à sa succes- en de Ds sion concuiremment avec ces oncles ou rantes, Soit que tous les frères et sœurs du délunt étant prédé- cédés, la succession se trouve dévolue à leurs des= cendans en degrés égaux où inégaux. Art. 743.: Dans tous les cas où la reprétentation est admi- se, le partage s'opère par souche: Si une méme souche a produit plusieurs branches, la subdivision se fait aussi par souche dans ch que branche, et les membres de la même branche partagent entre. eux par tête. Att. 744. On ne représente pas les personnes vivantes» mais seulement celles qui sont mortes naturellement ou civilement. On peut représenter celui à la succession duquel on à renoncé. SE C- Ï lé hé por dant gen 0! eu en. form a éloigné, [4’ Ésentition es endans& h VICnnen jui persos mortes succes S chacuek IIT, Boëk,:Z. Hi. Hoofdft. Vandeordevanerfy. 359 75 wordc in allen gevalle toegelaten; het zÿ dat de kin- van den overledenen te zamen komen tot de er- re sf met de afkomelingen van een vooroverleden kind; het ziÿ da alle de kinderen van den overl:denen voor hen vefkorvèn zÿnde, de afkomelingen van die voor- ovérledene kinderen, Onderling in gelÿke of ongelike grader beltaande, aanwezig Zin, Aît: 741 Reprefentatie se ceene plaats ten voordeele van nanstbeltaanden in de opgaande linie; de naaste in ie< der der rwee linen‘fluit alijd den genen uit, die ver- der in graad iSe Art. 742. In de zïdlinie wordt de reprefentatie toeseftaan, ten voordcele der kinderen en afkom:lingen van broeders of zusters van den overledenen, het zij’ dezelve te za- men mt hunne oomen en moeïÿen erven, het zi bij voor-overliden van des overledens broeders en zusters. de erfenis. overgaat op, derzelver afkomelingen, in gelÿ- ke of ongelijke sraden aan elkander beftaande, Aït. 743. In aïle gevallen, waar in reprefentatie plaats heeft., gefchiedt de verdecling der. erfenis bi ftaken: zoo de- zelfde flaak verfcheiden takken heeft voortgebragt, ge: fchiedt.de onderdeeling daar van weder in ieder tak, bi ftaken, en onder‘de leden-‘in denzelfden‘tak ge- fchiedt de verdeeling der erfenis bi hoofden, Art. 744 Men. vervult nimmer de plaats van perfonen, die nog in leven Zn, maar alleen van de zoodanigen, die, ben natuurlijken of burgerliken dood ondergaan“hebben, Men kan iemand reprefenteren, wiens boedel men niet heeft willen aanvaarden,: Z 3 DE R- g6o Liv. HT. Tit: I, Chap, ET. Des ordres, Ge SECTION I, Des successions déférées aux descendanse Art. 745: . Les enfans ou leurs descendans succèdent à leurs père et mère, aieuls, aicules, ou autres ascendans, sans distinction de sexe ni de primogéniture, et en- çore qu’ils soient issus de différens mariages. Ils succèdent par égales portions et par tête, uand ils song tous au premier degré et appelés de fe chef: ils succèdent par séuche,‘lorsqu'ils vien- nent tous Où en partie par représen tation. SECTEON: IP Des successions déférées aux ASCENAANSe Art. 746. LL. Si le défunt n’a laissé ni postérité, ni frère, ni sœur, ni descendens d’eux, la succession se divise par moitié entre les ascendans de la ligne paternel- le et les ascendans de la ligne maternelle. L'’ascendant qui se trouve au degré le plus pro- che, recueille la moitié affectée à sa ligne, à l’ex- clusion de tous autres.:: Les ascendans au même degré succèdent par tête. ï Art. 747. Les ascendans succèdent, à l'exclusion de tous autres, aux choses par eux nes à leurs enfans : ou pe ln punnen R pf 1er onde vi onde "ff sal took ? een, j,€| gi cl vil b li él [me ner . à, mm | tn À | | el, À Wan andere À De klt, à ae ende Jour prul ll De: dluti : Ordre, ë H, Jescendan SuCcém}} aUts ax 10gétinne, à ONS et pr QTÉ€t qi 6, lorgit ntatios > ri ascenden #, té, 0! CCSSION K° la ligne ernelle, sucois À cjusion&! à ls© HIT, Boek, L Tir, HT. Hoofdf. Vandeord. vanerfy. 36 DERDE AFDEELING, } Pan erfyolging of fuccesfie in de nedergaande linie bij verflerf, Art. 74 5 De kinderen of derzelver afkomelingen erven van bunnen vader en moeder, grootvaders en grootmoeders, pl verdere bloedverwanten in de opgaande linie, zondex ondericheid van geflacht of eerstgeboorte, en fchoon zij vit onderfcheidene huweliken zijn voortgefproten.: _ Wanneer zïÿ allen in den eerften graad beliaan, en uit eigen hoofde géroepen worden, erven 2j voor gelÿke deelen, en bij hoofden: doch wanneer zÿ aller, of cen gedeelte van hun; bï plaatsvervulling komen, IVEn zij by fiaken,:; VIERDE AFDEELINCG. Van erfyolging in de opgaande linie bij verflerf. Art. 746. Endien de overledene noch nakomelingen, noch broe- ders, noch zusters, noch af komelingen van dezelven nagelaten heeft, wordt zine nalatenfchap in twee declen verdeeld, waar van de eene helft kom: aan de bloedver: wanten in de opgaande linie van vaders zide, en de andere helft aan die van moeders zide. À De naaste in graad in de opgaande linie verkrijgt de helft, aan zijne linie toekomende, met uitfluiting van alle anderen. _ Bloedverwanten in de Opgaande linie, in geliken graad beftaande, erven bij hoofden, Art, 74% De blocdverwanten in de opgaande linie erven, met van alle anderen, dat gene, het weik door Z 5 hen 362 Lis, III Tite E Chap. IH Des orêres, Ge descendans décédés sans postérité, lorsque les où:| nés se retrouvent en nature dans la suc- objets don çession. Si les objets ont été aliénés, les ascendans re- cueillent le prix qui peut en être dû. Ils succè- dent aussi à l’action en reprise que pouvait avoir le donataire.|| Art. 748:? À Lorsque les père et mère d'une personne morte sans postérité lui ont survécu, si elle a laissé des frères, sœurs, Ou des descendans d’eux, la succes- sion se divise en deux portions égales, dont moi tié seulement est déférée au père et à la mère, qui la partagent entre eux également. L'autre moirié appartient aux frères, sœurs où descendans d'eux, ainsi qu'il sera expliqué dans la section V du présent chapitre. “Art. 749 Dans le cas où la. personne morte sans postérité. laisse des frères, sœurs, ou des descendans d'eux, si le père ou la mère est prédécédé, la portion qui lui aurait été dévolue conformément au précé- dent article, se réunit à la moitié déférée aux frè- res, sœurs ou à leurs représentans, ainsi qu’il sera expliqué à la section V du présent chapitre. SECTION. Des successions collatéralese Art. 750. Én cas de prédécès des père et mère d'une per- sonne morte sans postérité, ses frères, sœurs Où leurs À 4 Grant | qu fi: 6, | 4e 4 ok & Ar 1 vw U 0 | 5 de z } s Ordre,& 1 Ë| qu fIT, Boek, P Tit., LIL, Hoofdft. Van de ordi vaner/r. 563 AL..; Lure dansk hen ain hunne zonder nakomelingen overledene kinde- à F(+ 4:[1 Li+ ren, of-verdere descendenten gegeven is, indien de ge- svene Zzaken in natura nog in de nalatenichap, aan- Les asc, Rue e à i Wwezig Zn :"ie* Wannéer deze Zaken vetvreemd zijn, ontvangen de POUVAR bloedverwanten in de opgaande line den kooppris, die dau voor zoude mogen verichuldigd zijn Z: er- ven ook de actie tot te rug ñeming, die de begiftigde. goude mogen hebben. 1€ persoty.; i elle a h4 M À d'eux, kw Wanneer de vader, en moeder van iemand, die zon- égales, dr: der nakomelingen 0: erleden is. hém overlcefd hebben, Ne zal, 209 die rerfoon broeders, zusters, of derzelver soi‘afkomelingen nagelaren heeft. de erfenis verdeeld wor- Jent,| den in twee gelüke declen, waar van alleenlÿk de helft frères, wur toekomt aan den vader en aan de moeder, die dezelve 1 expligéh onder ziçh gelÿkelik verdeelen Le andere helft behoort aan de broeders, zusters of derzelver afkomelingen, zoo als in de vilde Afdeeling van dit Hoofdftuk zal worden uitgelegd, rs Art. orte sans j 749 In geval de geen, die zonder nakomelingen. overleden. descend écédé, br is, broeders, zusters, of afkomélingen van dezelven “hs di achterlaat, zal, wannéer de vader of mocder voor- np overleden is, het deel, het welk volgens het voorgaan- e déléré 5 de Artikel.op hem of haar zoude vervallen zijn,.ge- , ais!@ voegd worden bij de helft, die aan de broeders, Zus- je chapitt ters, of derzelver plaatsvervullers toekomt, zoo als in de “wifde Afdeeling van dit Hoofdftuk zal worden uitgelegd, 7.=| . FI FDE AFDEELING ra Fan erfvolging in de zijdlinie dif verflerf.| Art, 750. $['S se:«e 4.; me éé Biÿ vooroverlijden van vader en moeder van jemand, frères, die zonder nakomelingen overleden is, worden a 4 eg ee T0e+ a64 Liv, LE Tite E Chap. HIT, Des ordres,©. leurs descendans sont appelés x la succession, à l'exclusion des ascendans et des autres cofatérans Ils succèdent, ou de leur chef, ou par représen- ation, ainsi\qu’il a été réglé dans la section IL du présent chapitre..| Art, 751. Si les père et mère de[a personne morte sans postérité lui ont survécu, ses frères, sœurs ou leurs représentans ne sont appelés qu’à la moîtié de la succession. Si le père ou la mère seulement a survécu, ils sont appelés à recueillir les trois quarts.| Art. 759. Le partage de la moitié ou des trois quarts dé- volus aux frères ou sœurs, aux termes de l’article précédent, s'opère entre eux par égales portions s’ils sont tous du même lit; s'ils sonc de lits diffé rens, la division se fait par moitié entre les deux lignes paternelle et maternelle du défunt; les ger- mains prennent part dans les deux lignes, et les utérins et consanguins chacun dans leur ligne seule- ment: s'il n’y a de frères ou sœurs que d'un côté ils succèdent à la totalité, à l'exclusion de. tous autres parens de l’autre ligne. ee Art: 753< À défaut de frères ou sœurs ou de descendans d'eux, et à défaut d’ascendans dans l’une ou l’au- tre ligne, la succession est déférée pour moitié aux ascendans survivans; et pour l’autre moitié, aux parens les plus proches de l’autre ligne. S'il fl Jul jf pre gel js| q dx Aoû Jde d gonel je ÿ aatsté mao nel pe ertél Dei der ri vite in 1 der del an Hd tete desde du tt de ik ronde tn V9 rot, il: kom of an xn d } il(, IUT{ Section it De Morte y ES, SOUS! à la noi, re seule lit ko S quart es de ln ales pui t de Bh entre la font; ls Lignes,€ ur lignes que dune lusion di de di L'une nl à pour D 'aurre nd | Digne, ZII, Both, L'TÉh, LIL Hoofifi. Vân de ord. van erfr. 363 brocders, zusters, of derzelver afkomelingen, tot de nalatenfchap geroepen, met uitfluiting van alle andere bloelverwanten, Z00 in de opgaande als zÿdlinie. Zi erven, of uit eigen_ hoofde, of bi plaatsvervul- ling. op de wize, welke bij de tweede Afdecling van dit Hoofdftuk bepaald is:: Art. 751 Indien de vader en moeder van iemand, die zonder afkômelingen geftorven is, denzelven overleven, worden zÿne broeders, zusters, of derzelver afkomelingen bi plaatsvervulling, alleenlik gerocpen tot de helft der nalatenfchap. Indien alleenlijk de-vader of moeder hem overleefd heeft, dan worden zij geroepen om drie vierde te erven. Art. 752 o De verdéeling van de helft of het drie vierde gedeelte der erfenis, aan de broeders of zusters toekomende, in de gevallen bi het voorgaande Artikel gemeld, gefchiedt onder hun bij gelike deelen, indien Zi allen van het zelfde bed zijn; doch indien zÿ uit onderfcheidene hu- welijken zijn voorigefproten, wordt, het geen zi erven, in twee gelijke deelen, tusfchen de vaderlike en MO* derlijke linen van den overledenen, gedeeld; die van heelen bedde hebben hun aandeel in de beide lijnen; die van halven bedde worden ailleenlik ieder in zïÿne lin toegelaten, naar mate zij uit denzelfden vader of uit -dezelfde moeder gefproten zijn: indien er geene andere dan broeders of zusters, die flechts in eene en dezelf de linie aan den overledenen beftaan, aanwezig zïn, worden deze, met uitfluiting van alle de blocdverwan- ten van de andere linie, tot de geheele nalatenfchap ge- roepert, AE 7 Bij gebreke van brocders of zusters, of derzelver af- komelingen, en. bij gebreke van adscendenten in de eene of andere lijn, komt de nalatenfchap voor de eene helft gan de in keven zÿnde adscendenten, en voor de weder- helft aan de naaste bloedverwanten van de andere lin. Île } 366 Liv. II. Tin. À: Chap, II. Des ordres, Ge, s'il y a concours de parens collatéraux au mé. “e degré, ils partagent par tête. Art. 754. Dans lé cas de l’article précédent, le père où ta mère survivant a lusufruir du tiers des biens auxquels il ne succède pas en propriété, Art. 755:| Les parens qu-dela du douzième degré ne succè- dent pas: A défaut de parens au degré successible dans. une ligne, les parens de l’autre ligne succèdent pour le tout. 6 HA LE RE E.M Des successions irrégulières. SECTION I. Des droits des enfans naturels sur les biens de leur père ou mère, ci de la succession aux enfans naturels décédés sans postérité. Art. 756: Les enfans naturels ne sont point héritiers; Ja siens de leur loi ne leur accorde de droits sur les E père ou mère décédés, que lor qu'ils ont été léga- le nent réconnus. Elle ne leur accorde aucun droit sur les biens des parens de leur père où mère: Aït. 757: Le droit de l’enfant naturel sur les biens de$es père ou mère décédés, est réolé ainsi qu'il Suit: Si f{l 4 Mt he, ki V \annee gen À ul He rien Vol: gré de Sith ccessible du de fr [V; Les diet sion AU stérile it péri! s biemér $ ON ki fi de si où js biens si qu \ re Boet, I. Tit., LIT. Hoofdf. Van deord. vanerfr. 367: Indien zijdmagen van denzelfden graad te zimen er- ven, deelen dezelve bij hoofden.:| Aït. 7540 In het geval bij het vorig Artikel vermeld, heeft de langstlevende vader of moeder hét vruchtecbruik van cen derdé der goederen, waar Van hij den eisendom niet erft. Art. 755 Blocdverwanten, verder dan in den twaalfden graid aan den overledenen beftaande, erven niet bij verfterf, Warnneer in eene der lijnen bloedverwanten, die vol: gens de wet bi verfterf kuhnen erven, ontbreken, erven de bloedvérwanten van de andere lijn het gcheel. VIERDE HOOFDSTUK. Van onregelmatige erfvolging bij verfierf. £EERSTE AFDEELING. Van de regten der onechte kinderen op de goede ren van hunnen vader of moëder, en Van de erfvolging aan onechte kRinderen, die zonder nakomelingen flerven, Art. 756. Natuurlike of onechte kinderen zijn geene erfgena= men, en de wet vergunt hun geen regt OP de goede- ren van hunnen overledenen vader of moeder ,; dan wanneer 2j wettiglik erkend zün. le Wet geeft hun seen het minfte regt op de goederen der bloedverwanten van hunnen vader of moeder. Art 757. Het rest van een onecht kind op de goederen van zijnen overleden vader of moeder, wordt geregcld als volet:; Z00 968 dv NE TE, Chap. 17. Des success. irrége Si le père ôu li mère a laissé dés descendans lésiimes, ce droit est d’un tiers de la portion h6- rédiraire que l’enfant naturel aurait eue s’il eût été légitime; il est de la moitié lorsque les père où ère ne laissent pas de descendans, mais bien des ascendans ou des frères ou sœurs; il est des trois quarts lorsque les père ou mère ne laissent ni des. cendans ni ascendans, ni frères ni sœurs. "Art 758: L'enfant naturel a droit à la totalité des biens; lorsque ses père ou mère ne laissent pas de parens au degré successible. Êtr 760-, _ En cas de prédécès de l’enfant naturel, ses en: fans ou déscendans peuvent réclamer les droits fixés par les articles précédens. : Art.+60: L'enfant naturel ou ses descendans sont tenus d'imbuter sur ce qu'ils ont droit de prétendre, tout ce qu’ils ont reçu du père où de la mère dont la succéssion est ouverte, et qui serait sujet à rap- port, d’après les règles établies à la section IE du chapitre VI du présent titre. Ârt. 761. Toute réclamation leur est interdite, lorsqu'ils ont reçu, du vivant de leur père ou de leur mé- re, la moitié de ce qui leur est attribué par les articles précédens, avec déclaration expresse, de la part de leur père ou mère, que leur intention est de réduire l’enfant naturel à la portion qu’ils lui ont assignée. l Dans le cas où cette portion serait inférieure à la moitié de ce qui devrait revenir à l'enfant’ nétu- rel, a a Hit 0 mp, M qe Zik mil h gl | Jo is | mu, fa pig, te late vai den valln 5, €Ë bre de tue 4 Ti All re di, dj ii qn { tot karine, À x bedos À Hg ln gét M te Lou es, ris s din k porn le silers ls je mais be il est da k eissen Hi rs, lité des bi Pas& ri grel, sit s droits! ns sat prétend, l a mère dt! jt sui À a sectin ou de Hé accribé#! express À ir init 00 rion qu je ini l'aime # M dt. Boëk, 1, Tir., IV, Hoodh. Van onrègcln, erfÿ. 369 ! Zoo de vader of moeder wettige afkomelingen heeft nagelaten, beftaat dit regt in een derde gedeelte van het erfdeel, het welk het onechte kind gchad zoude hebben, wanneer het wettig geweest Was; het beftait in de helft, wanncr de vader of moeder geene wettige ‘afkomélingen achtérlaat, mäar wel blocdveriañten in de obgaañde linie, Of brocders of zusters; het beftaat in drie vierde gedeelten, wanneer de vader of moeder geene bloedveriwanten in de nederdalende of opgaande linie, noch ook broeders of zusters nalaat, } Ârt. 758 Het onecht kind îs gerestigd tot de gcheele nalaten- -fchap, waännéer Zÿn Vader.0f moeder geéne bloëdver. wanten nalaat, die volgens de wet bÿ verféerf Kunnen erven.>| Art. 750. In gevalle van vooroverlijden van het onechte kind, kunnen deszelfs kinderen of verdere afkomeliigen de resten, bij de vorige Artikelen bepaald, inroëpen, Art. 760. Ha onecht kind of-deszelfs afkomelingen zijn ver. pligt, om op het geen zÿ régt hebben te vorderen, zich te laten toerckenen of sfkorten al het geen zij te voren van den vader of de moeder, wiens nalatenichap ver- vallen is, ontvangen hebben, en het géen vooï collatie of inbreng vatbaar is, volgens de regels, bepaald in de tweede Afdeeling van het zesde Hootdituk van dezen T'itel. Aït 70. Alle rest van aanfpraik is hun ontnomen, wanneer zÿ, bij het leven van hunnen vader of moeder, de helft van het geen aan hun bÿ de vorige Artikelen is toegekend, ontvangen hebben, met uitdrukkclijke ver- ‘ klaring, door hunnen vader of moeder gédaan, dat hun- ne bedoeling is, om het onecht kind af te zetten met het gedeelte, doof hun reeds aan het zelve bewezen. In swgevallé dit gedeelte minder bedraagt dau de helft van het geen op het onecht kind zoude hebben moeten L DEEL. Aa KO- 70 Liv. IN, Titi À, Chap. IF. Des successions irrégulières. rel, il ne pourra réclamer que le supplément né- cessaire pour parfaire cette moitié.| Art. 762. Les dispositions des articles 757 et 758 ne sont pas applicables aux enfans adultérins ou- eux. La loi ne leur accorde que des alimens. Art. 763. Ces alimens sont réglés, eu égard aux facultés du père ou de la mère, au nombre et à la qualité :des héritiers légitimes. Art. 764. Lorsque le père ou la mère de l'enfant adultérin ‘ou incestueux lui auront fait apprendre un art mé- “canique, ou lorsque l'un d'eux lui aura assuré des alimens de son vivant, l'enfant ne pourra élever aucune réclamation contre leurs successions. Art. 765. La succession de l'enfant naturel décédé san à postérité, est dévolue au père ou la mère qui l'a reconnu; Ou par moitié à tous les deux, s’il a été reconnu par l’un et par l'autre. Art. 766. En. cas de prédécès des père ct mère de l’en- * fant naturel, les biens qu’il en avait reçus, passent aux frères ou sœurs légitimes, s'ils se retrouvent l'en nature dans la succession: les actions en repri- se, s'il en existe, ou le prix de ces biens aliénés, sil est encore dû, retournent également aux frères et. sœurs légitimes. Tous les autres biens passent aux frères et sœurs naturels, ou à leurs ges dans. . S E C: de got! | jé PAIE ho ÿ| fi fi pl ge bal jet tps NA ÿht 01 de pol A ju pe Len je, gr je, opt Dr der ak den va voor de. door deu ha van | Vin dx | Cuir & vue Em, 0 den, gs| & ver Wie sine à suppl, 7 Et 75h rins Où à s alimens. égard ati bre et ii e l'enfni prendre un Jui aura af L ne pour successis rarurel LE e où LÉ! Jes deux,” re ce 2° avait M: ki, she Jes 2e de«sb églent# autres pis ou à HA | HE, Bock s I Tir: 7/26 Hoofifi. Van onregelm. erfy. 37x komen, Zal het zelve kind niets meer kunnen vorderen; dan het geen tot äanvulliñg vän die helft noodig is. | Ait. 760.| Dé bépalingen, bij Art. 757 en 758 gemäakt: zün niet toepasfelik op kinderen, in overfpel of bloedfchan- de geboren. De wet verleent hun alleen het noodig onderhoud. Art. 763- . Dit onderhoud wordt bepaald overeenkomflig de gé ÿoedheid van den vader of moeder, en naar het getal en de hoedanigheid der wettige erfgenamen. Fe Aît, 764: :: Wanncer de valler of moeder van een kind; iri over. _ fpel of bloedfchande geboren, aan hetzelve een ambacht heeft laten leeren, of wanneer één van hun aan het Zel- ve, sedurende zijn leven; een vast onderhoud gegever heeft, kan zoodanig kind geene de minfte aanfpraak ma- ken op de nälatenfchap van zijne ouders: Art. 765: . De nalatenfchap van het onecht kind; hèt welk zon2 der afkomelingen na te laten overleden is, vervalt op den vader of de moeder, die hetzelve erkend heeft, Of voor de helft op beide de ouders, indien het zoo wel door den vader, als door de moeder, is erkend geworden: | Art. 766: cn. Th geval van vooroverliden van den vader en de moe. er van éen onecht kind, vervällen de goederen, die het Yan dezelven ontvahgen häd, op de wettige broeders of zusters, Zoo namelijk die goederen zich in natura ini de nalatenfchap nog bevinden{ de actien tot terugvorde: ring, zoo die beftaan, of de pris der vervreemde goe- deren, wanneeï dezelve hog verfchuldigd is, kecren ins- gelïks tot de wettige broeders en zusters te rug. Alle dé verdere goëderen gaan ovef aa de onectite brosders en xusters, Of derzelver afkomelingen,#8 A a 2 TWE L: gs Liv. LL Tir. L. Chap. IV. Des suecesions irrégulières, Ls SECTION I. Des droits du conjoint survivant et de P'Eat. Art, 767. Lorsque le défunt ne laîsse ni parens au degré successible, ni enfans naturels, les biens de sa suc- cession appartiennent au conjoint non divorcé qui lui survit.| Art. 768. A défaut dé conjoint survivant, la succession est acquise à l'Etat. Art. 769. Le conjoint survivant et l’administration des do- maines qui prétendent droit à la succession, sont tenus de faire apposer les scellés, et de faire faire inventaire dans les formes prescrites pour l’accep- fation des successions sous bénéfice d'inventaire, Art. 770. Ils doivent demander l’envoi en possession au tri- bunal de première instance dans le ressort duquel la succession est ouverte. Le tribunal ne peut sta- tuer sur la demande qu’après trois publications ét affiches dans les formes usitées, et après avoir€he tendu le procureur impérial. Art. 771. L’époux survivant est encore. tenu de‘faire ems ploi du mobilier, où de donner caution sufigente pour en assurer la restitution, au cas où il se pré- sent fade | gi(À RU | tenfclep | ju | WE jo pri à: Dh domeinen. {,! en Ant hepull brule | | | Zjm | ot we | ae | Dex het pa de gebru Porn RE toerende gt, 0f 1 Ki Mir de DEx arens au lens de 8 a divorii suiccrsit, rration fl 1CCesuf 1 1 deb s pour li d'invetit * ossessi e resté nal 1 F pull apré gui! 114 auto“ sols 14 UT, Boek,‘1. Tite, IF, Hoofafi, Van gnrgekoi cerf 373 AFDEELING. Van de regten van den langstlevenden der echige- nooten, en Van den Staat, ; Art. 767, U Indien de overledene geene bloedverwanten, die vol- gens de wet bij verfterf kunnen erven, noch ook one echte kinderen. nalaat, behooren de gocderen der nala- tenfchap aan den langstlevenden echteenoot, ten ware bet huwelijk te voren door echtfcheiding vernietigd Ware. Bi ontbreken van eenen overblijvenden echtgenoot, vervalt de nalatenfchap aan den Staat. Aït. 7 C9 De langstlevende echtgenoot, en de adminiftrateurs der domeinen, die regt vermeenen te hebben op dé nalaten- fchap, züÿn verpligt, ide goederen te doen vérzegelen, en daar van inventaris te doen maken, op de wize, © bepaald bij het aanvaarden der nalatenfchappen ondet beneficie van inventaris, Ca Art. 770. Zi moeten bij de regtbank var de eerfte inftantie, orider welkers resfort de nalatenfchap gevallen is, ver- zoeken om in het bezit daar van gefteld te worden. Deze regtbank. kan het verzoek niet toeftaan, dan. na het doen van drie afkondigingen en aanplakkingen naar: de gebruikelijke manier, en na alvorens daar over den Procureur des Keizers gehoord te hebben, Arts 97h De langstlevende echtgenoot is ook verpligt, om dé roerende goederen te verkoopen en het geld te beleg- gen, of om een voldoende te ftellen, tot-zeker- “heid van de teruggave, in gevalle sich exfgenamen a ;| ea Aa 3| ”s : 974 Liv. IH. Ti. I. Chap. IP} Dessuccessions irrégulières: senteraic des héritiers du défunt, dans l'intervalle de trois ans: apres ce délai, la caution est dé. chargée.|| Art 772. L'époax survivant ou l'administration des do- maines qui n’auraient pas rempli les formalités qui leur sont respectivement prescrites, pourront être condamnés aux dommages et intérêts envers les héritiers, s’il s’en représente. à Âtt. 779 Les dispositions des articles 769, 770, 771 ét 772, Sont communes aux enfans naturels appelés à défaut de parens. l CH À RUIMRE V. De Pacceptation et de la répudiation des SUCCESSÈONS« SECTION À De l'acceptations. Art. 774. Une succession peut être acceptée purement 6t simplement, ou sous bénéfice d'inventaire. Art. 775. Nul n'est tenu d'accepter. une succession qui lui st échue, PSS Art. 776.|| Les femmes mariées ne peuvent. pas. valablement acceptér une succession sans l'autorisation de‘leur . 6 sa mari #.À | de{ss doneiel | mu geo fc À da di | x | ol ls: | de fl g jai Fan h ke basic eng aan D 4 tn aan op à Mir, ds Us, Calion à tration 4: À) for, Pour, ÈS } Îl, fl Nat ÿ E dations , tée pif cute HI: Boek, I. Tir. IV. Hoofdft. Van onregelm erfye. 375: den overledenen, binrien een tidvak van drie jaren,: mogten opdoen: na verloop van dien tid is de borg ontilagen. Aït, 772. De langstlevende echtgenoot, of de adminiftrateurs der domeinen, die de formaliteiten, bij de wet aan ieder van hun voorgefchreven, niet zouden mogen hebben in acht genomen, kunnen verwezen worden tot vergoeding van fchaden en interesfen, ten behoeve der erfgenamen, in- dien zich dezelve opdoen. Art: 773. De bepalingen, bij Artikel 769, 770, 771 en 772 ocmaakt, zijn mede betrekkelijk op onechte kinderen, die, bij gebreke van bloedverwanten, tot de erfenis ge- roepen zijn. s| VIIFDE HOOFDSTUK. Fun het aanvaarden en verwerpen van erfenisfen, EERSTE AFDEELING. Van het aanvaarden eener erfenise Aït. 774. °‘e{ Æene erfenis kan, of zuiver en eenvoudig, of onder beneficie van inventaris, aanvaard worden, Art. 775 Niemand is vérpligt eene hem opgekomene erfenis te aanvaarden. «“ | Art. 776. De getrouwde vrouwen kunnen geene erfenis naar rege ten aanvaarden, dan met toeftemming van haren man, of op autorifatic van den regter, overeenkomitig de be- Aa4 pa» $ 676 Liv. IL Tir. I. Chap: W. De Pacceptations&c. mari ou de justice, conformément aux dispositions du chapitre VI du titre du mariage. Les successions échues aux mineurs et aux in- terdits, ne pourront être valablement acceptées que conformément aux dispositions du titre de[a smi- norité, de. la tuiclle et‘de l'émancipation. At. 2724 L'effet de l'acceptation remonte au jour de l’ou- verture de la succession. Art. 778. L’accepration peut être expresse ou tacite: elle. est expresse, quand on prend le titre ou la qualité d'héritier dans un acte aurhentique ou privé; elle est tacite, quand l'héritier fair. un acte qui suppo- se nécessairement son intention d'accepter, et qu'il n'aurait droit de faire qu’en sa qualité d’héritier. Art. 779. Les actes. purement conservatoires, de surveillan- ce et d'administration provisoire, ne sont pas des actes d’adition d’hérédité, si l'on n'y a pas pris le titre ou la qualité d’héritier. Ârt: 780. La donation, vente on transport que fait de ses droits successifs un dés cohéritiers, soit à un étran- ger, soit à tous ses cohéritiers, soit à quelques- uns d'eux, emporte de s1 part acceptation de. le succession. ll en est de même, 1°, de la renonciation, mé- me gratuite,.que fait un des héritiers au profit d'un ou de plusieurs de ses cohéririers; 2%. De la renonciation qu'il fait même au re ï k 0j&2 1 TANT Rip TOm Ÿ se« En m Lin CRD\ VIeOEl a œs sonmmarn+ diVaRil L és k _ 1.7 où Es jar 2 BAOETe 2 at| je Ill. Bock; Æ, Tit., Pi Hoofof. Van lei acuv., enz, 977- y palingen van het zesde: Hoofdfiuk van den Titel, ex her huwelijk. RES S€ Erfenisen, opgekomen aan mindériarigen, en aan de” dCCEp à_ genen, die onder curateele gefteld ziÿn, kunnen niet an. re is ders aanvaard worden, dan met in achtneming van het din,‘ dienaangaande bij den Fitel, vai#énderjerigheia, voogdij en emancipatie, bepaald is.+ Att. 777. jon il De gevolgen van het aanvaarden eener erfenis wore den gerekend te beginnen van den dag af, dat dezelve aan iemand opgekomen is. _ Art. 778. eus fi De aanvaarding kan uitdrukkelik, of ftilzwijgende: ges” OU tac hieden: zij gefchiedt uitdrukkelÿk, wanncer men in oukn eenig authentiek of onderhandsch gefchrift den titel of prié hoedauigheid van erfgeñnaam aanneemt; zij gefchiedt ftil. 1e qui 9 zwijgende, wanneer de erfgenaam eene daad verrigt, des a welke zine meening, om de erfenis te aanvaarden,? ?‘2 à noodwendig aan den dag lest, en waar toe hi alleen in: ie Qt hoedanigheid als erfgénaam bevoegd was, Art. 779. do De daden, enkel dienende tot provifiongele bewaring FE opzigt en beheering, worden voor.geene daden var, e So”{tilzwijgende aanvaarding gerekend, ten ware men daar a pe bij den titel of hoedanigheid van erfgenaam mogt hebben 2angenomen.|| Art. 780.| ; Een mede-erfgenaam, die zijn rest op eeue nalaten- jue fes fchap fchenkt, verkoopt of overdraagt, het Zzij aan oi à vreemden, het zij aan alle zijne mede-erfgenamen, of oùt à a aan cenigen van dezelven, wordt geacht de erfenis | PTL aanvaard te hebben,_. pa Het zelfde heeft plaats:- oiset us 1 4 4°. im geval van afftand, zelfs om niet, door één onciiils” der. erfgenämen-gedaan ten behoeve van één of méer jen à À zijner. mede- erfgehatiens pe ré, 2°, In geval van. affland van één der erfsenamen, ten neuf bchoeve zelfs van alle zijne mede« erfgenamen zonder on*: j die Aa5 der 398 Liv III. Tir. L Chap. D. De Pacceptation,&e, fit de rous ses cohéritiers indistinctement, lorsqu'il reçoit le prix de sa renonciation. Art. 781. Lorsque celui à qui une succession est échue, es décidé sans l'avoir répudiée ou sans l'avoir. acceptée expressément OU tacitement, ses héritiers peuvent l’accepter ou la répudier de son chef. Art. 782. Si ces héritiers ne sont pas d'accord pour accep- ter ou pour répudier la succession, elle doit être acceptée sous bénéfice d'inventaire. Arc. 783. Le majeur ne peut attaquer l’acceptation expresse ou. tacite qu'il a faite d’une succession, que dans lé cas où cette acceptation aurait été la suite d’un dol pratiqué envers lui: il ne peut jamais réclamer sous prétexte de lésion, excepté seulement dans le cas où la succession se trouverait absorbée ou di- minuée de plus de moitié, par la découverte d’un testament inconnu au moment de l'acceptation. SECTION I De la renonciation aux SUCCESSIONS à Art. 784. La renonciation à une succession me Se présume pis: elle ne peut plus être faite qu’au greffe du tribunal de première instance dans l’arrondissement duquel la succession s'est ouverte, Sur un registre particulier tenu à cet effet oi Art. 785: ph] eT Les fa $; ur in 2! ta, NU of sav foie gt pt(] Ju pen anti alt* Ver: qe, V geqotel fin$ bhend gong k: gepr gi arrond &1 bj den, Hi, à, Se Re| II: Bock; I. Tir. VW, Hoofdf. Van het aany. enz. 37$ 1,(| 4 À derfcheid, wanneer hi voor dien zijnen afftand eenen uitkOOP geniet.: dons Le Wanneer jemand, aan wien eene erfenis opgekomen ss la is, overleden is, zonder dezelve, het zij uitdrukkelikk, wii het zÿ ftilzwigende, aanvaard of verworpen te heb- on ché ben, kunnen de erfgenamen dezelven uit eigen hoofdé ‘of aanvaarden of verwerpen.| Art. 780. à pou‘fndien deze erfgenamen oneens zïn over het al>of elle dx à niet aanvaarden der erfenis, mort dezelve_ aanvaard worden onder beneficie van inventaris. Li“Art. 783 ntion en Een meerderjarige, eene erfenis uitdrukkelik of fti- # ne zwigende aanvaard hebbende, kan tegen deze zÿne OM, aanvaarding niet opkomen, dan in gevalle dezelve mogt hat Zijn ten gevolse van een tegen hem gepleegd amnals TE bedrog: hi kan zich nimmer beroepen op het voorges lement& ven, van door die aanvaarding benadeeld te zijn, uit« sorbéell genomen alleen, wanneer een testament mogt te VOOF; soute”{chin gebragt worden, het welk aan, hem te voren on- sé bekend was, en waar door de nafatenfchap tot niet cop gcbragt, of voor meer dan de helft verminderd werd.-* ET. E| ch TWEEDE AFDEE LING. it Van de repudiatie of afland eener erfenis: 7 ta ps pa De repudiatie of affland eener erfenis wordt nict ‘0 ref geprefumeerd: ziÿ kan niet andèers gefchieden, dan ter pis grifle van de-restbank van de eerfte inftantie yan- On ne vient jamais par représentation d'un héri. ter qui a renoncé: si le renonçant est seul héritier de son degré, ou si tous ses cohéritiers renoncent; les enfans viennent de leur chef er succèdent par tête. Art, 788. Les créanciers de celui qui renonce au préjudi- ce de leurs droits, peuvent se faire autoriser en justice à accepter la succession du chef de leur débiteur, en son lieu ec place. Dans ce cas, la renonciation n’est annulée qu'en faveur des créanciers, et jusqu’à concurrence seule- ment de leurs créances: elle ne l’est pas au profit de l’héritier qui a renoncé. 4 Art. 789. La faculté d'accepter où de répudier une succes- sion, se prescrit par le laps de temps requis pour la prescription la plus longue des droits immobi- liers. ‘Art 700. Tant que la prescription du droit d'accepter n’est pas. acquise contre les. héritiers qui ont renoncé, is ont la faculté d'accepter encore la succession, sl Lu L 12 tr gi ft qu qu à oo L, de ans RL gere L da bj, d jé qd{ géné | dl noi di us, gich door à ta voût Nt hdi der din ten belo niet(90| den he D te verve til, ak LUN Zoo de ve fu af sd LIL Bock, L. Tits, V. Hoofdfs Van het aanv.enz. 381 Arts 785: Ve À, ie Fe w ë C.,$& FO Die éené erfenis verwerpt, Of daar van afftand dort, wordt gérekend nimmer erfgenaam geivéest te Zijne $ Arts 7864. ob Het verworpene of afgeftane gedeclte wordt door.hét Li rest van aanwas verkregen door zijne mede- crfgenamen; zoo hi, die repudieert, de eenige erfgenaam is, vervalt de erfenis aan den geen, die het naast op hem volgt, ; Art. 787, on d'une ai sou HD UD oder ‘salé Mén kan niemand reprefenteren, Of deszelfs plaats deal vervullen in cene erfenis, die hÿ verworpen heeft: if. TS dien hi, die eene erfenis verworpen heeft, alleen in zi- UC vu nen graad erfgenaam is, of wanneer alle zijne mede- erfgenamen de erfenis verwerpen, erven de kinderen uit éigen hoofde, en bij gelijke deelen. | Arts 788. A:© De fchuldeifchers van den genen, die van eene erfe- autOrÿ! mis, ten nadeelé‘van hun regt, afftanid doet, kunné® chef éhr zich door den regter doen autoriferen, om de.erfenis, in naam van hunnen fchuldenaar, in zïjne plaats en anna voor hem te aanvaarden. N In dic geval, Wordt de afftand‘der erfenis niet ver- ren der dan ten voordeele der fchuldeifchers, en alleenliÿk pau ten beloope van hun achterwezen, vernietigd; doch HA O0D etig niet ten voordeele van den erfgenaam, die afftand ge- daan heeft, : Art. 789. er wi._ De bevoegdheid, om eene erfenis te aanvaarden Of ps TS+ verwerpen, vérjaärt door het verloop van zoodanigen rois 2 tüd, als veréischt wordt tot de langfle verjaring van -onroerende goedéren. Aït. 7904 gere“Zoo lang geene verjaring van het régt van aanvaar- one re ding verkregen is tegen de erfgenamen, die van dé cr-# fenis afiland gedaan hebben, behouden zij de bevoesd- si a suc heid, ‘ / 980 Liv. AIX, Tir, L Chapi V. De acceptation, Cost si elle n’a pas été déjà acceptée par d'autres hèri: tiers;, sans préjudice néanmoins des droits qui peu- vent être acquis à des tiers sur les biens de la suc. cession, soit par prescription; soit par actes vala-* blement faits avec le cürateur à la succession vas ÆRIUG: ee het Att. 701: On ne petit, même par contrat de thariagé à renoncer à la succession d’un homme vivant, ni aliéner les droits éventuels qu’on peut avoir à eet: te succession. Art. 792. ”Lés héritiers qui auraient diverti où recelé des effets d’une succession, sont déchus de Îa faculté d'y renoncer: ils demeutent héritiers purs et sim- ples, nonobstant leur renonciation, sans pouvoir prétendre aucune part dans les objets divertis où recélés. SECLION DE - Du bénéfice d'inventaire, dé ÿes effets, et dés obligations de l'héritier bénéficiaire. Art. 70% La déclaration d’un héritier, qu'il entend ne prendre cette qualité que sous bénéfice d’inventai- re, doit être faite au greffe du tribunal de pre- mière instance dans l’arrondissement duquel la suc- cession s’est ouverte: elle doit être inscrite sur le registre destiné à recevoir les actes de renoncia- tion.: ga Ârt. 7944 gere Ma de ef qui À es 2 pren en Vel quil at à pa, ki n| fee Den died A, bu fais Jet re leud, L où té Is db TS punis » SR jets di rféts, dl faire qu ga fe do ral# : ul hy te x; de HE dti III, Bock, I. Tits, V. Hoofdf, Van het aan. enxe 383 heid, om de erfenis als nog te aanvaarden, Z60 die niet reds door andere erfgenamen aanvaard is; Oonver- mindérd nogtans de regten, welken door een derde: op de goederen der nalatenfchap intusfchen mogten verkre- gen zin, het zi door verjaring, het zij door wettige handelingen met den curator, die de beheering van dé vacerende erfenis gehad heeft. Art. 791.\ Men kan, zelfs niet bij een huwlÿks- contract, vai de erfenis van üiemand, die nog leeft, afftand doen, “noch de toekomftige resten, welke men op zoodanige ezfenis zoude mogen hebben, vervreemden., Art. 792. Erfgenamen, die eenig goed van de nalatenfchap moge ten weggemaakt of verzwegen hebben, verliezen de bes voegdheid om de erfenis te verwerpen: ziÿ worden ge-. “acht de erfenis zuiver en eenvoudig aanvaard te heb- ben, niettegenftaande hunne verwerping, Zonder eenig deel in het weggemaakte of verzwegene te mogen€ {chen. y DERDE AFDEELINC. Van beneñcie van inventaris, deszelfs gevolgen, ct, de verpligtingen van den erfgenaam, die de nalatenfchap alzoo aanvaard hecft # Art. 793. . De verklaring van eenen erfgenaam, dat hij die hoeda- nigheid et dan onder beneficie van inventaris wil aan- nemen, moet gefchieden ter griffie van de regthbank van de eerffe inftantie van het arrondisfement, alwaar de er- fenis gevallen is: dezelve moet worden gefchreven in D nie tot de acten van repudiatie of afftand be- emd,: Art. 704. # 84 Liv. IR Dis A Chap. V. De l'acceptätion, Dés Art. 704. Cette déclaration n’a d’effer qu'autant qu’elle est précédée où suivie d’un inventaire fidèle et exact des biens de la succession, dans les formes ré- glées par les lois sur la procédure, et dans les délais qui seront ci-après déterminés. Art. 795. L'héritier a trois mois pour faire inventaire, à compter du jour. de l’ouverture de la succession. U a de plus, pour délibérer sur son acceptation ou sur sa renonciation, un délai de quarante jours, aui commencent à courir du jour de l'expiration des trois mois€onnés pour l'inventaire, ou du jour de la clôture de l'inventaire s’il a été terminé avant les trois mois. Art. 796. Si cependant il existe dans la succession, des objets susceptibles de dépérir, ou dispendieux à conserver, l'héritier peut, en sa qualité d’habile à succéder, et sans qu'on puisse en induire de sa pat une acceptation, se faire autoriser par justice à procéder à la vente de ces effets. Cette vente doit être faite par officier public, après les affiches et publications réglées par les lois sur la procédure. … Art. 707. Pendant la durée des délais pour faire inventaires et pour délibérer, l'héritier ne peut être contraint à prendre qualité, ét il ne peuc être obtenu contre lui de condarnation: s’il renonce lorsque les délais sont expirés, où avant, les frais par lui faits légi- timement jusqu’à cette époque sont à la charge de la succession.; Art. 798 PT LR ja 2 1 PAT(LL qu Vi| | pyooget pe ef eus VEN Borendlt ide nee gré de! «pr gel pe uen N die mul in à arf on oser bit de br gondet da der arf doen auto Dee ver bar ambre due, D bell, À Caire imentris, de einer hé geené con den tj, Komen de den td 0 ogg ant qua, es fo tt | SON acc quarante à de l'en e, Où | terniin CCE à disyal! satire di induire&1. riser pr oficiet gi fées pr li TIL, Boeck, I. Tir, à 7 Hoofdf: Van het aany., enz, 385 Arte 794 - Deze verklaring, hecft geene kracht, dan voor 200 Yerre zij is voorafsegaan of gevolgd van eenen deugde- lijken en naauwkeurigen inventaris van de gocdéren der nalatenfchap, ingerigt in den vorm, bij de wet op de manier van procederen bepaakd, en bBinnen den tijd hier na voorgefchreven, Aït: 795 De érféénaam héeft drie. maanden tijd tot het mäken van eenen inventaris, te rekenen van den dag, dat de erfepis: vervallen.iStir/ie Duo un hu sohuiut Bovendien heeft hij den tijd van veertig dagen, om zich te beraden of hÿ de erfenis wil aanvaardèn of ‘verwerpen; deze tijd begidt te looperi van den dag, dat de drie maanden, die tot het maken van dén inven- taris gelteld zÿn, zÿn verloopen, of van den dag van het fluiten van den inventaris, indien dezelve binnen drie maanden voltrokken is.- Art, 706. _ Indien echte: in de nalatenfchap goederen zijn, aan bederf onderworpen, of die niet zonder aanmerkeliké kosten bewaard kunnen worden, kan de erfgenaam in de betrekking, dié hen tot de erfvolging regt gecft, er zonder dat daar uit van zijne zijde eenige aanvaarding der erfenis kan worden afgeleid, door den regter zich doen autoriferen, om die goederen te verkoopen.| _ Deze verkooping moet gefchieden door eenen open- baren ambtenaar, na gedane aanplakkingen en afkori- digingen, bij de wetten op de manier van procedereri bepaald, Art. 707. . Gedurende den loop des tijds, die tot het maken van inventaris, en het nemen van beraad, verleend is, ka de etfgenaam niet genoodzaakt worden;: om de hoedänig- heid van erfgenaam aan te nemen, en men kan tegen ,hem geené condeminatie bekomen‘ indien hij, na verloop van dien tijd, of ook eerder, van de-érfenis afftañd doet, komen de door hem vwettiglijk gemaakte kostèn, tot dien tijd toe, ten laste van de nalatenfchap.- ,,: E DEEL: Bb Att. 798 386 Liv. LIL Tir. I. Chap, V, De l'acceptation,©, ro-7200. Après l'expiration des délais ci-dessus, l’héri. ier, en cas dé poursuite dirigée Contre lui, peut demander un nouveau délai, que le tribunal saisi de la contestation accorde ou refuse, suivant les circonstances. | Art. 790. Les frais de poursuite, dans le cas de l’article précédent, sont à la charge de la succession, si l'héritier justifie, ou qu’il n'avait pas eu connais. sance du décès, ou que les délais ont été insufi- sans, Soit à raison de la situation des biens, soit à raison des contestations survenues: s’il n'en justi fie pas, les frais restent à sa charge personnelle, Art.$oo. L'’héritier conserve néanmoins, après l'expiration des délais accordés par l’article 795, même de ceux donnés par le juge conformément à l'article 708, la faculté de faire encore inventaire et de se porter héritier bénéficiaire, s’il n’a pas fait d'ail. leurs acte d’héritier, ou s’il n’existe pas contre lui de jugement passé en force de chose jugée, qui le condamne en qualité d’héritier pur et simple. Art. 6o1I. L’héritier qui s’est rendu coupable de recélé, ou qui a omis, sciemment et de mauvaise foi, de comprendre dans l'inventaire, des effets de la suc- cession, est déchu du bénéfice d’invéntaire. Aït. 802. L'effet du bénéfice d'inventaire est de donner à l'héritier l'avantage,| 19. De n'être tenu du paiement des dettes de la succession que jusqu'à concurrence de la gr || es Jl pl jui; gr MC Tue d; WE De pra je ep | à ail gral vil voter (4 dr gen: kr 1 De et ge gatl W hs onentarls je V our te Îe gi dj ls er be gel( Lrader @e ft md, À Ba zan den Pi (ulden tin, % dec, k Come| À tribus us,\h} : ads h sa pis tu $ ont Eh 1 des hs 4 Si ge peau après Le 795) D Héten l2 nvenait n'a poil jste pes chose Li pris ol upable# e mar d' , fs él ln III, Bocka Le Tite, V. Hoofafle Fan het aany., ens, 587 Aït. 798.|; Na het verloop. van den hier voren bepaalden tijd, kan de erfgenaam, in geval hÿj in regten vervolgd wordt, een nieuw uitftel vragen, het welk de resthbank, Wwaaï voor het gefchil aanhangigis, naar de omftandigheden, of weigerte R 1 Art. 799. De proces-kosten, in het geval bij het vorig Arti- kel bepaald, Komen ten laste der nalatenfchap, indien de erfeenaam bewijst, of dat hij geene kennis heeft sehad van het overlijden, of dat de geftelde tijd niet Voldoende is geweest, het zij uit hoofde van de lig ging der goederen, het ziÿ uit hoofde van opgekomene gefchillen: zoo hi hier van niets bewist, blijven de Losten ten laste van den erfgenaum in zijn privé, Art. 800. De erfgenaam behoudt niettemin, na verloop der tijdvakkken, bij Artikel 795 bepaald, gelijk ook van die genen, welke door den rester, overeenkomitig Artikel 798 toegeftaan worden, de magt, om als nog eenen inventaris te maken, en zich als erfgenaam onder be- neficie van inventaris te gedragen, Z00 hi voor het overige geene daad als erfgenaam verrigt hecft, of zoo tegen hem geen vonnis beltaat, het welk kracht van gewiüsde bekomen heeft, waar bij hij exkel en eenvou- dig als erfgenaam gevonnisd wordt. Art. Sol. De erfgenaam, die zich aan het verbergen van eenig soed fchuldig heeft gemaakt, of die wetens en ter wader trouw“heeft nagalaten, om op den inventaris eenige goederen te brengen, tot de nalatenfchap behoo- rende, is verftoken van het bencficié van inventaris. Aït. 802.; Het gevolg van het beneficie van inventaris is, dat aan den erfgenaam het voorregt gegeven wordt: 19. Dat hij niet verder gehouden is tot betaling der fchulden van de erfenis, dan tot het beloop van de b 2 Wars nûe Liv, II. Tit.. Chap. V. De acceptation,&e, des biens qu il a recueillis, même de pouvoir se décharger du paiement des dettes, en abandonnant cous. les biens de la succession aux créanciers et aux légataires; 2°, De ne pas confondre ses biens personneh avec ceux de la succession, et de conserver contré elle le droit de réclamer le paiement de ses créan- cés,- Art. 803. L'héritier bénéficiaire est chargé d’administrer les biens de la succession, et doit rendre compte de son administration aux créanciers et aux légataires, Il ne peut être contraint sur ses biens personnels qu'après avoir été mis en demeure de présenter son compte, et faute d'avoir satisfait à cette obli- gation. Après l'apurement du compte, il ne peut être contraint sur ses biens personnels que jusqu’à con- currence seulement des sommes dont il se trouve reliquataire. Art. 804. Il n’est tenu que des fautes graves dans l’admi- nistration dont il est chargé. Art. 805. I] ne peut vendre les meubles de la succession que par Île ministère d’un oflicier public, aux en- chères, et après les affiches et publications aCCOU- tumées. S'il les représenté en nature, ïil n’est tenu que de la dépréciation ou de la détérioration causée par sa négligence. ; Art. 806; ‘Hi db |{che : f ei jme gore! d Lis al del je gt | mr hi, F jine WP\ | si Ma dt gine He den tante sg, Dheven, fe bete Hi k dan doo! doen ver te wnpl ln! is hi à Van Wa alé ein ‘a & Ur en tb OX Ci, biens ty Con» 'adnie rendre cu x aux x biens pi ure dep Isfait à we, Lu que pit dont 1x4 res 1 pu af ubliss sui ist! rai CU? an? III; Boek, I. Tit,; V. Hoofaft, Van het aunv., en2, 959 waarde der gocderen, die hij ontvangen heeft. en dat hij zelfs zieh kan ontflaan van de betaling der fchulden, indien hij‘alle de goederen der ualatenfchap. aan de fchuldeifchers en legatarisfen soverlaat. o%. Dat, hij, de goederen, die hem perfoonlik toebe- hooren, niet behoeft te vermengen met die der. nalaten- fchap, en daar tegen het regt behoudt, om hét geen aan hem uit den boedel verfchuldigd is, te rug te ei- fchene Art. 803| De erfgenaam, die eenen boedel onder benefcie var änventaris aanvaardt, is belast met de beheering van de . goederen der nalatenfchap, en moet van die zijne be- heering aan de fchuldeïfchers en legatarisfen rekening doen. De goederen, hem in perfoon toebchoorende, kune -nen daar voor niet worden aangefproken, dan in geval “hÿ, na gerestelijke aanmaning, in gebreke blijft om aan zine verpligting, tot het overleggen ziner rekening, te voldoen. Na dat de rekening gezuiverd en gefloten is, kunnen zine hem in perfoon toebehoorende goederen niet Wor- den aangefproken, dan alleen ten beloope van zoodanige ‘gelden, welken hi bij flot van rekening is fchuldig ge- bleven. . Art. 804. ‘Hi is niet géhouden, dan wegens grove misflagen in de beheering, waar mede hij belast is. Aït. 805. Hij kan de roerende goederen der nalatenfchap tiet .dan door tusfchenkomst van eenen openbaren ambtentar doen verkoopen aan de meestbiedenden, en na de gewo- ne aanplakkingen en afkondigingen. Zoo hïij die goederen in natura te voorfchin brengt, is hij alleen gehouden tot vergoeding der vermindering van waarde, Of veroorzaakte{chade door zine onacht- zaamheid, En:| # Bb 9 ÂAfte 806. so6 L4, 11, Tite Î, Chap, Pa De Pacctptation, Be Art. 806. Il ne peut vendre les immeubles Que dans leÿ formes prescrites pür les lois sur la procédure; fl ést tenu d'en déléguer le prix aux créanciers hy- pothécaires qui se sont fait connâître. Aït: 807: T1 est tenu, si les créanciers ou autres personnes intéressées l’exigent, de donner cau ion bonne et solvable de la valeur du mobilier compris dans l’in. Yentäire, ct de la portion du prix des imineubles non déléguée aux créanciers hypothécaires. Faute par lui de fournir cette caution, les mé. bles sont vendus, et leur prix est déposé, ainsi que la portion non délépuée du prix des immeu- bles, pour être employés à l’acquit des charges de la succéssion. S'il y a des créanciers opposans, l'héritier béné- ficiaire ne peut payer que das l'ordre et de la manière réglés par le juge.: S'il n’y a pas de créanciers opposans, il paye les créanciers et les légataires à mesure qu'ils se présentent. Aït. 809, Les créanciers non opposans qui fe se présen- tent qu'après l’apurement du compte et le paie- ment du reliquat, n’ont de recours à exercer que contre les légataires. Das l’ün ec l’autre cas, le recours se prescrit par le laps de trois ans, à compter du jour de l'obürement dû compte, et du paiement du reli- quat, Art. 810, gear . Wu qi Ë toi | pét an de go nt Wa en, k tans dk don, d get{8 Zoo er derzely Hi, Que du à ptdr, \ Gréa s autres 1e au ion be: Ompris à x dei 1 hécaires ution, à st dép! prix di je desde l'A l'or Oppost A qesur#S* LI. Bocks dl Tites P. Hoofdft. Van ket GUVr) ENEx 39 Art. 806. Hi kan de‘onroerende gocderen niet verkoopen, dan op zoodanige wize, als bij de. wet op--de manier van. procederen is vastgefteld: hij is gehouden om den koopprijs aan de hiüpothecaire fchuldeifchers, die zich bekend gemaakt hebben, bij delegatie aan te wijzen. Art. 807, Hÿ is verpligt, indien de fchuldeifchers of andere be. tanghebbende zulks vorderen, eenen genoeg- zaam gegoeden borg te ftellen, voor de waarde van de roerende goederen, in den inventaris begrepen, en voor het gedeelte van de waarde der onroerende goederen, het welk aan de häÿpothecaire fchuldeifchers niet aan- gewezen. is.+ Wanneer. hij in gebreke blift dezen borg te fiellen, worden de roerende goederén verkocht, en. derzelver koopprijs wordt in bewaring gebragt, gelijk o0k het niet aangewezene gedeelte van den kooppris der onroe- rende goederen, ten einde tot voldoening van de fchul. den der nalatenichap gebruikt te worden. Art. 808 Wanneet een of meer fchuldeifchers in oppofitie ko- men, kan de erfgenaam, die onder beneficie van inven- taris de naläténfehap aanvaard heeft, geene betaling doen, dan volgens de orde, en op de wize, dooor den rester te bepalen. Rae Zoo er geene fchuldeïfchers in oppofitie komen, doet Hi de betalingen aan de fchuldeifchers en legatarisfen, naar mate Zi zich opdoen. Art. 809. De. fchuldeifchers, die niet in oppoñtie gekomen ziün, en zich eerst na het fluiten der rekeniug, en de betaling van het flot derzelve opdoen, hebben geen ver- “haal, dan alleen op de legatarisfen. In beéide die gevallen, verjaart deze actie ddor het verloop van diie jaren, te rekenen van den das van het fluiten‘der xekening, en de betaling van het flot derzelve. Abbé Art, 810. “g0o Ziv. ZIL. Tit. E Chap. V. De Pacceptation,&o. “Art.$1o. Les frais de scellés, s’il en a été apposé, d'in. ventaire et de compte, sont à la charge de la suc- cession. SECTION M. Des successions vacamtes. Art. 811. Lorsqu’après l’expiration des tale: pour faire inventaire et pour délibérer, il ne se présente per- sonne qui réclame une succession, qu'il n’y a pas d’héritier connu, ou que les héritiers Connus y ont renoncé, cette‘succession est réputée vacante, Art: 8 12e Le tribunal de première instance dans l’arrondis- sement, duquel elle. est. ouverte, nomme un cura. teur sur la demande des personnes intéressées, où sur la réquisition du procureur impériale Art. 813. Le. curateur. à une succession vacante est tenu, avant tout, d’en faire constater l’état par un inven- taire: il en exerce et poursuit les droits; il répond aux demandes formées contre elles; il administre, sous la charse dé faire verser Île numéraire qui se ‘trouve dans la succession, ainsi que les deniers provenant‘du prix des meubles où immeubles ven- dus, dans la caisse du receveur de. la régie impé- tale, pour la conservation. des droits, et à la charge de rendre compæ à qui il son . Art. 814. J 7! Î ù gb fl fil ; dei ES Janet sets | dut, dé 0 ue sé der mi| lé Gp gl iso D reg deenent, 70ëk VAN ya dr| “De tt qi, VON: Len dont& tend) à elchen, d deze, à ir velk & jai onroeral las va léhoud à genen, ang, eu harpe th, délais pu se pré, , qi ets Co! ée va e dans nomnmeit »S intér| péril vacant rat pu drois; 1 ei is 2 g js ei 7 eh drois,© print TA HE Boek, Z Tit., Ve Hoofdfi. Van bei aany. ens, 993 Art. 810. ‘De kosten der verzegeling, indien die heeft plaats gehad, van het maken van den inventaris, en het doen der rekening,. komen ten laste van de nalatenfchap. fé 4 VIERDE AFDEELING. Van vacerende crfenisfen. Aït. 811. Wanneer na verloop van den tijd tot het maken van inventaris, en den tijd van beraad, zich niemand op: doet, die op eene nalatenfchap. aanfpraak maakt; en er geen bekende erfgenaam is; of de bekende erfgenamen dsar van hebben afffand gedaan, wordt deze nalaten- fchap gehouden voor vacecrende.| eo Aït. 812. De regtbank van de cerfte.inflantie in het arron- disfement, waar de erfehis gevallen is, benoemt op ver- zock van de. belanghebbenden,.of. op de vordering van den Procureur des Keizers, eenen curator, ee en Art, 813.| 5p " De curator over eehé vaccerende erfenis is verpligt om,.voor alles, den ftaat der nalatenfchap op te ma: ken door. eenen inventaris; hij oefent de regten der nala: tenfchap uit, en vervolgt dezelve; hi antwoordt op de eifchen, die tegen dezelve gedaan worden; hi beheëert dezelve, onder voorwaarde, dat hij het gereede geld, het welk zich in de nalatenfchap bevindt, als mede de penningen, uit den pris der verkochte roerende? of onroerende goederen, doet ftorten in: de kas van den ontvanger van de Keïizerlijke regie, tot behoud der regten, en mits hi rekening doet aan den ‘genen, wien Zulks behooren zak Bb& Arts 814: 394 Liv. HT. Ti TL, Chap. W. De Dacceptation, Be; Art. 814. Les dispositions de la section II du présent chapitre, sur les formes de l'inventaire, sur le mo- de d’administration et sur les comptes à rendre de la part de héritier bénéficiaire, soût, au surplus, communes aux-Curateurs à. successions. vacantes. Ô HSE RUES VL Du partage ei des rapports S£ c 17 0 N TI. De Paction en Ne et de sa forme, Art. 815. Nul'ne peut être contraint à demeurer dans l'in division; et le partage peut être toujours provo- qué, nonobstant prohibitions et conventions con- traires. On peut cependant convenir de suspendre le par- tage pendant un temps limité: cêtre convention ne peut être obligatoire au-delà de cinq ans; mais elle peut être renouvelée. Art. 816. Le partage peut être demandé, même quand l’un des cohéritiers aurait joui séparément de partie des biens de la succession, s'il n’y a en un acte de partage, ou possession suflisante pour acquérir la prescription, Aït. 817:  ji d ml ( à& Al fins doût gite vil outil il gs Nina perde roro dir trad Men bai UNE ET on Àe gent Bai 4 fs,: voldoéh sf pl in, I à pe 1e it b pes À re lt, il Li ONS. victrs ris, sa form neue de LOU Conveni 2 sa re ol cinq st | mét gl ee due qu“ pou pi| li ZI. Bock, 1, Tit., W.Eoofdft. Van het den’., eh2. 395 Art, 814 De bepalingen, vervat in de derde Afdeeling van dix Hoofdftuk, hopeñs den vorm van dén ifiventa- sis, de wize van beéheering, en het doen van réke. fing doof dé érfgendam, die den boedel onder be: neñicie van inventaris aanvaard heeft, zijn voor‘het overige mede betrekkelijk op de eurators van vacerende erfenisfen. ZESDE HOOFDSTUK. Fan vocdellcheiding, en van collatie of inbreng. EERRSTE AFDEELING Van de actie tot bocdelfcheiding, en derzelver . VOYTH 6 \ Art. 815. Niemand kan gedwongen worden, om in eenen on- verdeelden boedel te bliven; eh bocdelfcheiding kan altijd: gevorderd worden, niettegenftaande eenig daar mede ftrij- dis verbod of overeenkomst aanwezig zoude mogen zijn. Men kan echter bij overeenkomst:de boedelicheiding voor eenen bepaalden tijd opichorten: deze overeen- komst heeft niet langer eene verbindende kracht, dan gedurénde vif jaren; maar zij kan vernieuwd worden, Aït. 816, De bocdelfcheiding kan geëischt worden, zelfs wañ- meer een der mede-erfgenamen afzonderlijk het genat heefc gehad van een gedeelte der goederen van de er- fenis, ZOO er geene acte van boedelfcheiding, noch eeñ voidoende bezit om dnaar doot verjaring te verktijgen, heeft plaats gehad, de ; Art. 817 t 396 Eiv. III. Tir. I. Chap. VT. Du partage ei des rapp, Art. 617. L'action en partage, à l'égard des cohéritiers mineurs ou fÂnterdits, peut être exercée par leurs tuteurs, spécialement autorisés par un conseil de famille.: À l'égard des cohéritiers absens, l’action appars tient aux parens envoyés en possession. 5 Aït. 818. Le mari peut, sans le concours de sa femme, provoquer le paitage des objets meubles ou im- meubles à elle échus qui tombent dans la commu- nauté: à l'égard des objets qui ne tombent pas en communauté, le mari ne peut en provoquer le par- tage sans le concours de sa femme; il peut seule. ment, s'il a le droit de jouir de ses biens, de- mander un partage provisionnel, Les cohéritiers de la femme ne peuvent provos quer le partage définitif qu'en mettant en cause le mari et la femme. Art. 819. Si tous les héritiers sont présens et majéurs, l'apposition de scellés sur les effets de la succes- sion n'est pas nécessaire, et le partage peut être fait dans la forme et par tel acte que les parties intéressées jugent convenables. ne . Si tous les héritiers ne sont pas présens, s’il y a parmi eux des mineurs ou des interdits, le scellé doit être apposé dans le plus bref délai, soit à la requête des héritiers, soit à la diligence du pro- cureur impérial au tribunal de première instance, soit d'office par le juge de paix dans l’arrondisse- ment duquel la succession est ouverte. Art, 820. pu L FA mr tel fan, | mi doot | gt Jen 07 | poott AE it dr 1 | Hi | de hell | po ge agen DR pa, dE Pain qu de VO EL meer, à ÿk mb finite bu Jik, 200 Tux Waunes | merde un d gl ftding«| bij mb dela ve We Ë Wan: modnipen ele bin ë@ houden x van de. vedregt (up ge bn des vs Ercée Un Qu, l'actu ((n,. di neubles& dans Lim tomber: lovoqu à , pe ses bb peurAn tant Li ns s de ls re que hE | prés j grd, LE déls, 1? ju dt miète d gs l'T ke, Zi, Bock.?. Tit., VI, Hoofdfl, Vantocdelfcheid,; en: 397 Art. 817 De actie tot boedelfcheïiding kan, ter adnzien van mede- erfgenamen, die minderjarig zijn, of onder cura+ teele ffaan, door hunne voogden, daar toe in het bij« zonder door den familie-raad geautorifeerd, worden: aangelegd.: Ten aanzien van afwezende mede-erfgenamen, be- hooït deze actie aan de bloedverwanten, die in het Be- zit der nalatenfchap gefteld zijn. Aït. 818» De man kan, Zonder medewerking van de vrouw, de boedelfcheïiding vorderen van de roerende of onroëe- rende goederen, die op fiaar vervallen Zn, en tot der gemeenen boedel behooren: ten aanzien van de goede- ren, die niet in de gemeenfChap komen, kan de man daar van geene boedelfcheiding, zonder medewerking van de vrouw,, vorderen; hi kan alleenlik, bijaldien hi het regt heeft om het) genot te hebben van die gocderen, eene provilionele verdeeling eifchen. De méde-erfsenamen van de vrouw kunnen de des finitive boedelfcheiding niet eifchen, dan door te ge: lik, zoo wel den man, als de vrouw, daar toe op te xoepeñ, Art, 810. Wanncer alle mede-erfsenamen tegenwoordig en meerderjarig Zijn, wordt de verzegeling der goederen van de walatenfchap niet verëischt, en kan de boedel« fcheïiding als dan gefchieden in zoodanigen vorm, en bÿ zoodanige acte, als de belarighebbende partien oor- deelen meest gepast te zijn. Wauncer alle de erfgenamen niet tesehwoordig zijn; of wanneer zich onder hun minderjarigen bevinden, of zoodanigen, die onder curateele ff#an, moet de verze. geling binnen den kortst mogelijken tijd gefchieden, het ziÿ ten verzoeke van de erfgenamen, het zij op aan- houden van den Procureur des Keizers bij de regtbank van de cerfte inffantie, het zij ambtshalve door den vrederegter in het arrondisfement, alwaar de nalaten« fchap gevallen is, Art. 820. 908 Lév. I, Tir, Î Chap. VE, Du pariageet des rapg. Art. 820. Les créanciers peuvent aussi requérir l’apposition des scellés, en vertu d’un titre exécutoire ou d’une permission du juge. Art. 821. Lorsque le scellé a été We osé, tous créanciers peuvent y former opposition, encore qu'ils n’aiene pi titre exécutoire ni permission du juge. Les formalités pour la, levée des sçellés et la confection de l'inventaire, sont réglées par les lois sur la procédure,|: Art, 899. L'action en partage, et les contestations qui s’é- lèvent dans le cours des opérations, sont soumises au tribunal du lieu de l’ouverture de la succession. C'est devant ce tribunal qu'il est procédé aux licitations,.et que doivent être portées les deman- des relatives à la garantie des lots entre copartas geans, et celles en rescision du partage. Art. 623. Si l’un des cohéritiers refuse de consentir an par- tage, ou s'il s'élève es contestations, soit sur Le mode d’y procéder, soit sur la manière de le ter- miner, le tribunal prononce comme en matière sommaire, ou commet, s'il y a lieu, pour Îles opérations du partage, un des juges, sur le rap- port duquel il décide les contestations. Art. 824. L’estimation des immeubles est faite par experts choisis par les parties intéressées, ou, à leur re- fus, nommés d'office. Le | gore D ph! of ph ji au fin Want pebben 2) den reg pe 10 | jen d | gi val ge ai : ml ga drogel penp fa 0 werkoopil fcten| desert dus A 200 t Tding dt di ot et trait 1 nos& op We Sean, Dh door à Kozen, | boenc bu aétt Lai » took or al 1 jure des sgh À test ns, SUR de bas est puit portés ka ots el artagt e col! tions, SE mani" moe 45 à la, P ge, tons, ait p' y 0) lé LIL Boek, LTit., PT: Hoofdfi. Van boedelfcheid, ,enx, 399 Art. 820. Te fchuldeifchers kunnen mede de verzegeling der nalatenfchap vorderen, uit krachte van eenen titel, waat uit executie valt, of van een bekomen verlof van den regter.; NS Æ Art. 8ar. .Wanneer de nalatenfchap verzegeld is, kunnen alle fchuldeifchers. daar tegen in oppofitie komen, zelfs al hebben zij geenen titel van executie, of geen verlof van dén regter. sie De formaliteiten tot het ontzegelen, en tot het ma- ken van den inventaris, zÿn bÿ de wetten op de ma- gier van procederen bepaald. Art. 822. De actie tot boedelfcheïding, en de gefchillen, die zich gedurende de boedel-beredding opdoen, zijn on- derworpen aan de regtbank van de plaats, waar de na- latenfchap gevallen is. Ten overftaan van deze regtbank moeten ook de verkoopingen der onroerende goederen gedaan, en de eifchen betrekkelijk de guarantie der loten tusfchen de deelgenooten, en die tot vernietiging eener boedelfchei. ding ftrekken, behandeld worden, Art. 823. Zoo een der mede-erfgenamen Wweïisert om in dé Tcheiding toe te flemmen, of indien gefchillen ontliaan, ‘het ziÿ over de wijze van derzelver inrigting, het zÿ _over derzelver voltrekking, doet de regtbank daarom- trent uitfpraak, als in fummiere zaken, of benoemt des noods eenen regter tot. het regelen der boedelfcheiding, op wiens rapport de regtbank de gefchillen, deswegens gerezen, bellist.| Art. 894. De begrooting der onrocrende goederen wordt gedaan ‘oor deskundigen, door de belanghebbende partien ge- nn pe indien deze zulks weigeren, door den reguer enoemd, Het # Lo Liv, IIT, Tôt. I, Chap: VI. Du partage et des rapp. Le procès-verbal des experts doit présenter Les bases de l'estimation: il doit indiquer si l’objet es. mé peut être commodément partagé; de quelle manière; fixer enfin, en cas de division, chacune des parts qu’on peut en former, et leur valeur, Art: 895: L’éstimation des méubles, s’il n'y 4 pas euù de grisée faite dans un inventaire régulier, doit être faite par géns à ce connaissant, à juste prix et sans€rue: te Aït. 826: = Chacun des cohéritiers peut demander sa paït en nature des meubles et immeubles de la succession; néanmoins, s’il y a des créanciers saissisans ou op- posans, ou si la majorité des cohéritiers juge là vente nécessaire pouf l’acquit des dettes et charges de la succession, les meubles sont vendus publique- ment en la forme ordinaire: Art. 827: Si les immeubles ne peuvent pas se partager commodément, il doit être procédé à la vente par Hcitation devant le tribunal. Cependant les parties, si elles sont toutes majeu- res, peuvent consentir que la licitation soit faire devant un notaire, sur le choix duquel elles s'ac- cordent: Ârt, 828. Après que les meubles et les immeubles ont été estimés et vendus, s'il y: a lieu, le juge commis+ saire renvoie les parties devant.un notaire dont el- les conviennent, où nommé d’oflice, si les parties ne s'accordent pas sur le choix: 0 je_ … hide | | mal El ur EC | dm | duel op 100 den en h goelere Vekorlt, Joie li lun boop Oveeain, Nouk gente 20 nr akOzeN, Ma ëf veto | buk, ln 3j vend, i Lou men dk th OÙ prés Jet ji li 2 à IS, dy leur rl LAENT gulier, h, à Îy nanderiy y de k We saisie ohériters | derrs en vedsp pas& A dé ht ont tOUS! citation WE duquel _: EX der inede-erfgenaamen kan z ZT. Bock I Titi, VL.Hoofif. Vanboedelfcheïd., enz, 401 Het proces- verbaal van deskundigen iôet inhouden, op, welké gronden.de begrooting door hen is gedaani hetzelve moet mede aanwizen; of het gewaardéerde gocd gevoegelÿk, en op welke wize, verdeeld kan Wordens; en éindelÿk bepalen, in geval van verdeeling, elk der bijzondere gedeelten., die daar van te maked ziÿn, als mede derzelver waarde, Ârt. Bad, De begrooting der roerendé goederen; z60. dezelve bij het maken van den iriventaris niet gewaardeerd zijn; moet gefchieden door deskundige lieden, naar derzel- ver juiste waarde, en zonder eenig opgeld däar bi té berekenen. Art, 826.; ei ijn aandeel, in dé roerende en onroerende goederen, der. nalatenfchap, ia Natura eifchen; niettemin, indien er fchuldeifchers zijn, die arrest gedaan hebben, of in oppoñitié gekomen zijn, of indien de meerdérheid def mede-erfgenamien den vers koop noodzakelÿk oordeelt, tot voldoening der fchuls den en lasten van de. nalatenfchap, worden de roerende oederen in Hhèt opénbaar en naar dén gewônén voi verkoclit, D Art. 827. . Indien de üOnroerénde goederen niet geVoégeliÿk ver- “deeld kunnen worden, moët shen tot de operibare ver: Kooping derzelvéñ ,; ten overftain van de regtbank; Ovefeait, 7 ee PACUHOS 2 VA … Nogtans mogen partijen, wanneer zi alle meerderja- tig Zn, overeenkomen ,. dät.de verkooping der onroe« rende gocderen gedaan worde ten overftain van eenen notaris ,! met geémeen goedvindéen door hen daar toé gekozen, ;. 828. .Nä dit dé roererideé eh onroerende goedéren begroot en vetkocht zÿn, verwist de cominisfaris uit de regt- bank, indien het noodig is, partijen aan eénén notariss dien Zÿ te zamen goedvinden, of van ambtswege hé- noemd, indien zÿ het omtrent de keuze niet ééns zijn L DEEL, Cé l'en 2 2 402 Liy, III, Tit. L, Chap. VI, Du partage et desraps. On procède, devant cet officier, aux comptes que les copartageans peuvent se devoir, à la for- mation de la masse générale, à la composition des lots, ec aux fournissemens à faire a chacun des copartageans. Arte 399. Chaque cohéritier fait rapport à la masse, sui- vant les règles qui seront ci-après établies, des dons qui lui ont été faits, et des sommes dont il est débiteur. Art. 830. Si le rapport n'est pas fait en nature, les cohé- ritiers à. qui il est dû, prélèvent une portion égale sur la masse de la succession.| Les prélèvemens se font, autant que possible, en objets de même nature, qualité et bonté que les objets non rapportés en nature. Art. 831. _Après ces prélèvemens, il est procédé, sur ce qui reste dans la masse, à la composition d'autant de lois égaux qu'il y a d’hériciers copartageans, ou de souches copartageantes. Art. 832. Dans la formation et: composition des lots, on doit éviter, autant que possible, de morceler les hérirages et de diviser Îles exploitations; et il con- : vient de faire entrer dans chaque lot, s’il se peut, Ja même quantité de meubles, d'immeubles, de droits ou de créances de même nature et valeur. Art. 833. pl qui sing F gi EN LL | pe gl ft quel at 20 denelften de goal ki à | gt de 200 ka din, aveu Het m0 vel dt hoexen à in it toerende fun deze] Ile Bock, TEE; VI, Hoofdf. Fan boedelfcheids, ns. 409: Ten oveïflaan van dezen ambtenadi ifioëtéd dé reke- üingen, welke de mede-erfgenamien elkander zouden mogen verfchuldisd zïÿn, gedain worden; als miede de opmaking van den geheelen ftaat des bôédcls, de ver-… deeling der loten, en het geen aan ieder der deetgenoo- ten, tot gelijkitelling der loten, betaald moet worden, Art. 829, Eik mede OP AS os Liv. LIL. Tir. Z Chap. VI. Du partage et des app. cohéritiers, encore qu'il füt qualifié de d'échange et: de transaction, où de toute vente, e; 4 L" ü Me après le partge, où l'acte qui en ti jen. PGHAP Re rescision n’est plus adinissibl site tre la cransaction faite sur les difficultés réelles $ . que présentait le premier a É cte, même qund il n° q il n’y aurait pas eu à ce sujet de procès commencé Art 889. oi: ; L'action n'est pas admise contre une vente d lroit successif faite sans fraude à l’un des cohé i ° 4+ g: ë” tiers, à ses risques et périls, par ses autres k héritiers, ou par l’un d’eux. ee Art. 890. Pour juger si ési cn juger s'il y a eu lésion, on estime les jets suivant leur valeur à l’époque du partage Art. 891. Le défendeur à la démande en rescision peu arrêter le cours et empêcher un nouveau Se* . offrant et en fournissant au demandeur je ne plément de sa portion héréditaire, soit en nue raire, soit eh nature. M Art. 899.| Le cohéritier qui a aliéné son lot en tout ou partie, n’est plus recevable à intenter l’action en rescision pour doi ou violence, si l’aliénation: ail a faire est postérieure à la découverte du"+ à la cessation de la violence.: de + 6 gai gout yep. gr, +| gran goegeté pooïde ace À proces De: later weke ginen of ét Qn portent op ht decle xescis ontya her gpl ; de‘th, le Vete, autre me LC ti 1ble tu tés ri und in} nencé, VER à à à es coli ULres ty estime À partage n Géut en IL partage, ur Le su en min tout OÙ action el ion qu | do, où tt . proces begonnen. DA Ur, Boek, I. Tit., VI. Hoofaf. Van boedelfcheid. ,enz. 429 ophouden, al gefchiedde dit ook onder de benaming van verkoop, ruiling en transactie, of op eenige andere ma- nier. nr Doch na de gedane verdeeling, of de acte die dezelve vervangt, wordt geene actie tot vernietiging Of rescisfie toegelaten tegen eene transactie, welke aangegaan is uit hooïde van gegronde bedenkingen, wWaar toe de cerfte acte aanleiding gaf, Zzelfs al was daar over nog geen Art. 880. De actie tot rescisfie of vernictiging wordt niet toeges laten tegen eene verkooping van cen regt tot erfvolging, welke zonder bedrog aan één der erfgenamen; en ten ziÿnen bate en{chade door de overige mede- erfgenamen of één van hun gedaan is. Art. 896: Om te beoordeelen, of er benadeeling plants heeft, moeten de goederen, ingevolge derzelver waarde, die zïj op het tijditip der verdeeling hadden, begroot worden, Art. 891. De verweerder, tegen wien de eisch tot rescisfie of vernietiging gedaan is, kan het proces ein- digen, en het maken van eene nieuwe fcheiding voor- komen, door den eïifcher aan te bieden en dadelÿk op te leggen, het geen aan zijn erfdeel ontbreekt, het zÿ in gereed geld, het zij in natura. Aït. 8992° F De mede-erfgenaam, die ziÿn gedeelte gecheel of ter decle vervreemd heeft, is niet meer ineene actie tot rescisfie of vernietiging, wegens bedrog of geweld, ontvankelik, wanneer de door hem gedane vervreemding later is, dan de ontdekking van het bedrog, of de ophouding van het geweld.| ‘430 Liv, LE, Tir, I, Chap. FA Dispositions générähes, à FT. I b£S DONATIONS ENTRE-VIFS ET DEé‘ TESTAMENS. [Décréré le 3 Mai 180 3. Promulgué le 15 du même mois:] CHAPITRE PREMIÉR Dispositions générales, Ârt. 893 _…Oü né pourra disposer de ses biens à titre pra- tüit, que par donation entre vifs où par testament; dans les formes ci-après établies. Art. 894. La donation entre-vifs est un acte pat lequel ie donateur se dépouille actuellement et irrévocable- ment de la chose donnée, en faveut du donaraire qui l’accepte. Art. 895. Le testament est un acte par lequel le testatebt dispose, pour le temps où il n’existera plus, de tout où partié de ses biens, et qu’il peut révo- quer. Les substitutions sont prohibées.: Toute disposition par laquelle le donataire, l’hé- riier institué, ou le légataire, sera chargé de con- A, V6 à"Set \ te genl de leve gt Gik auteur ma,| die deze Ear over ÿ bu LL, Bock; IT. Tit,, TL Hoofaft. Algemeenebepalingen. 494 HWELDE TITEU Tu Fes| VAN GIFTEN ONDER DE LEVENDEN; EN VAN TESTAMENTEN OF UITERSTE WIÎLLEN+ sc 04[Vastgefield den Sden van Blocimaand 1803: Afgekondigd den 13den van dezclfde maand.] R, BERSTE HOOFDSTUK. bepalingert| Art. 893 à threpe Men kan over Zijne goederen, zondér daar voor iets té, te genieten, niet anders befchikken, dan bij gifte onder é de levenden, of bij testament; OP de wize hier na vaste gefteld, FR Art. 894 r lequel|° ji.:,. ms Gifte onder de levenden is eene acte, Waar bij de do- FTOU nateur Zzich dadelik en onberroepelik ontdoet van de | dongrit zaak, welke hÿ geeft, ten voordeele van den donataris; die dezelve aanneemt. Le test Een testament‘is eene acte, waar doof de testateur pl, à over het geheel of en gedeelte ziiner goederen befchikt, to tegen den tijd, wanneer hÿ niet meer in leven zijn zals en welke hi kan herroepen.| Aït. 8096: _ De fubflitutiën of erfftellingen over de hand zijn je verboden aire, LE Alle befchikking, waar bij de donataris, de erfges É ŒUe: maam, of de legataris, belast wordt, om het geen hi] ont« # 252 Liv. II Tits II. Chap. TZ. Dispositions générales: server et de rendre à un tiers, sera nulle, même ÿ l'égard du donataire, de l'héritier institué, ou du légataire.| Néanmoins les biens libres formant la dotation d'un titre héréditaire que l'Empereur aurait érigé en faveur d’ün prince ou d’un chef de famille pourront être transmis héréditairement, ainsi qu’il est réglé par l'acte impérisl du 30 mars 1806 et par le sénatus- consulte du 14 août suivant, Aït. 897. _ Sont exceptées des deux premiers paragraphes de l’article précédent les dispositions permises aux pè- res et mères et aux frères et sœurs, au chapitre VI du présent titré. Art.€08. La disposition par laquelle un tiers serait appelé à recueillir le don, l’hérédité ou le legs, dans le cas où-le donataire, l'héritier institué ou le léga- taire, ne le recueillerait pas, ne sera pas regardée comme substitution, et sera valable. 5 Art. 899. 4 Î ñ‘ _ I] en sera dé même de la disposition entre- vifs ou testamentaire par laquelle l’usufruit sera donné à l’un, et la nue propriété à l’autre. Art. 900: Dans toute disposition entre- vifs ou testamientai. re, les conditions impossibles, celles qui seront contraires aux lois ou aux mœurs, seront réputées non écrites, De bel of ge| dont niet, À en Al V Het der de éjgendon ha fn wi zip, houden Rnb, tit} K, Qui h dy Ua 6 de fie ali qu 18 1É0f€ ant, graphes 4 S AUX à 1 chapi tait apyl os, dns à 1 le lér as repart entre-\K ra don estate ui seront “répurées CH AL. oct, Zi, Dit. L Hoofaf: Algemeenebepaingen. 433 ontvangen heeft te bewaren, en aan een derden uit te keeren, Zal nietig zijn, ZelfS ten aanzien van den dona taris, den erfgenaam, of legataris. Niettemin mogen de onbezwaarde goedcren, dienende- tot dotatiè van eener erfelÿken titel, door deñ Keizer daargefteld, ten behoeve van, eenen Prins; of hoofd van céne familie, erfelijk worden overgedragen, z00 als zulks, bij de Keizerlike acte van den 3often van len- temaand 1806, en door het fenatus- confult van den saden van oogstmaand daaraanvolgende, bepaald is: Art: 897: Van de twes cerfté leden van het vooïgaande Artikel gün uitgezonderd de beichikkingen, die aan vaders en moeders en an broëders en zusters; in het zésde Hoofdituk van dezen Titel, zijn toegeftaan.| Art. 308. De befchikking, waar door eeh derde géroepen wordt; om gifte, erfenis, of legaat te genieten, in geval de donataris, dé erfgenaim, of légataris, dezélve niet ges niet, zal niet aangemerkt worden als eene fubftitutie; en zal van waarde zijn. Aït; 899:| Het zelfde. heeft plaats omtrent eene befchikking on: der de levénden, of bij testament, waar bÿ het vrucht- debruik gegeven wordt aan den eenen, en de blooté éigendom äan den andéren. Art. 900. _Ïn aîle befchikking dnder de levenden, of bij üiter- flen wil, worden de voorwaarden, die.onmogelijk zin, of met de wetten en goede zeden firijden, ges houden voor niet géfchreven, Î. beët._ É4 PT WE Ë« 2 ase Liv. III. Tir. I. Chap. IL De le capacité,&e, G HA BOT.R Bi De Ja capacité de disposer ou de recevoir par dés nation enére-Vifs ou par testament. Art, 9ot. Pout faire une donation entre-vifs ou un tests: ment, il faut être sain d'esprit. Art. 902. Toutes personnes peuvent disposer et recevoir, soit par donation entre-vifs, soit par testament, excepté celles que la loï en déclare incapables. Art. 903. Le mineur âgé de moins de seize ans ne pour: ta aucunement disposer, sauf ce qui est réglé au chapitre IX du présent titre.| Aït. 904. 4 Le mineur parvenu à l’âge de seize ans ne pour: ta disposer que par testament, et jusqu’à concur- rence seulement de la moitié des biens don la loi permet au majeur de disposer. Art. 905. La femme mariée ne pourra donner entre- vifs sans l’assistence ou le consentement spécial de’ son mari, Ou sans y être autorisée par la justice, con- formément à qui est prescrit par les articles 217 et 219, au titre 24 Mariage. Elle n'aura besoin ni de consentement du mari, ni d'autorisation de la justice, pour disposer par testament. Art 906. | | - | | testamne Datg AE p to, M esumelt dar 1 Een bende s bechikl Houill er “ferait RME ICHIKKEN qi R| INT Ecne venkn feni tester bi À jt li. teltem da re OÙ Un tes et receyi testame ipables, os nue ex réju ans ne pl qu'à cr jens dm A entre 1) écil des ystice, CON grccles 21 se du rl dispose TT IT. Bock, 71, vE#13 IL. Hoofdfr. Van débekwaamh,, enz. 433: TWEEDE HOOFDSTUK. Fan de behvaamheid om te befchithen of. y00r Gel te genicten, bij gifie onder de leyenden, of bij testamenfe Art. TRI Tot het doen eener gifte ondet de levenden, of or testament te maken, moët mén zijn verftand en Zinnerà agtig Ziÿne ; Aït. 909.: Alle perfonen kunnen befchikken_ en voordeel génies ten, het, ziÿ bi gifte onder de levenden, hét 2ÿ bi testament, uitgezonderd de zoodanigen, wvelke de wet daar toc verkiaait onbékwaam te zÿn. Art. 003: Een minderiarige, geene zestien jaren“bergikt- bende kan op wijze over.zijne. goederen belchikken, onverminderd het. gen bij het ne,ende Hoofdituk van dezen Titel wordt bepaald, A Lta 904 . Een minderjarige s den ouderdom van Zzestién jaren bercikt hebbende, kan alleenlÿk' over zine goederen be fchikken bij testament, en niet verder, dan ten beloopé van de helft der goëderen; waar Over de wet ain den minderjarigen het regt van Pie ed toeftaat, Art 905. Fené getrouvde vrouw kan, geene oif. e-onder de: le= re doen., zonder. de adfifienrie cf bijzondere toc- flemming van haren man, of zondet daar toe door den tester geautorifeerd te Zn, overcenkomftig het geen bi Artikel 917 en 219 vañ den Titel van hét Éinnés Bjk, bepaald is:« Zi heeft tot eene Béfehikking bij testament noch de toeftemming van- den man, noch dé autorifatie van den regter noodig, - die Eëg Aït. 906 116 Liv. Il. Tir. IL. Chap. IT, De la capacité,&c. Art. 906.| Pour être capable de recevoir entre-vifs, il suf- fit d'érre conçu au moment de la donation. Pour être capable de recevoir pas testament, il >A 2 Ë: cufit d'être conçu à l’époque du décès du resta. teur. Néanmoins la donation ou le testament n’auront L ï leur effet qu’autant que l'enfant sera né viable, Aït. 907. Le mineur, quoique parvenu à l'âge de seize ans, ne pourra, même par teslament, disposer au profit de son tuteur. Le mineur, devenu majeur, ne pourra disposer, soir par donation ,entre- vifs, Soit par estament, au profit de celui qui aura été son tuteur, si le compte définitif de la turelle n’a été préalablement rendu et apuré. Sont exceptés, dans les deux cas ci-dessus, les ascendans des mineurs, qui Sont où qui ont été leurs tuteurs.| Art. 008. Les enfans naturels ne pourront, par donation entre vifs ou par testament, rien recevoir au delà de ce qui leur est accordé au titre des fucces- sions. Art. 909.- Les docteurs eh médecine ou en chirurgie, les officiers de santé et les pharmaciens qui auront trai- té une personne pendant la maladie dont elle meurt, ne pourront profiter des dispositions entre-vifs OU testamentaires qu'elle aurait faites en leur faveur pendant le cours de certe maladie. Sont exceprées, 1°. les dispositions rémüunéras | toires nIRL (D Hé s it de 0m yoldo dt À fe di| perl Een jun; ti N make Re kun Stan,| S den nt 0’ tabl, e de vu disposer dispos ament,! ur, réalabler: -desus, ls qui nt gr doit oir auËi des Jui img, Le agront tr elle meurt tre vifs U eur At rénunét à pire \ nf. Bock, L. Tir. IT. Hooff: Van de bekvaamh enr, 437 Art. 906. om bÿ gifte onder de levenden iets te kunnen ge- pieten, is- het voldoende, wanneer men op het oogen- blik der gifre ontvangen, fchoon nog niet geboren is. Om bi testament jets te kunuen genieten, is het voldoende, wanneer men Ontvangen is op het tüdftip, dat de testateur overlijdt. Echter heeft de gifte of het testament geene kracht, dan voor zoo verre het geboren kind in dien ftaat ter wereld komt, dat het zelve leven kan. Art. 907: Een minderjarige, fchoon den ouderdom van Zzestien jaren bereikt hebbende, mag Zelfs niet bij testament ten voordeele van Zijnen voogd eenige befchikking maken. Een minderjarige, meerderjarig geworden zijnde, kan noch bi gifte onder de levenden, noch bij testament, ten voordeele van den genen, die zijn voogd geweest is, cenige befchikking maken, 700 lang de definitive voogdij- rekening niet gedaan en gefloien is. Vau de twec hier voren gelelde gevallen zin uitge- zonderd de bloedverwanten in de opgaande linie van de minderjarigen, die derzelver voogden zÿjn, of ge- weest Zijle Aït. 908. Onechte kinderen kunnen noch bij gifte onder de Îe« venden, noch bij restament iets meer genieten, dan het geen hun bij den Titel, 47 erfyolging, is toegeftaan.| Art, 909. Gences- of heelmeesters, of ofiicieren van gezond- heid, en apothekers, welke iemand gedurende zijne zickte, waar aan hi overleden iS, bediend hebben, kunnen uit de befchikkingen onder de levenden of bij testament, welke zoodanig perfoon, gedurende den loop dier ziekte, ten hunnen voordeele gemaakt zoude mogen hebben, niets genieten. Hier van zijn uitge-onderd: 1°, De befchikkingen, tot vergelding van gedane be 3 dien- 438 Liv. HI. Tir, II, Chap. Il, De la copañsa, De, toires\ faites à titre particulier, eu égard aux facul- tés du disposant et aux services rendus; à "oo. Les dispositions universelles, dans le cas de parenté jusqu'au quatrième degré inclusivement!, _ pourvu toutefois que le décédé n’ait pas d’héritiers en ligne directe; à moins que celui au profit de qui la disposition a été faite, ne soit lui-même du nombié de ces héritiers.;: * Les mêmes règles seront observées à l'égard du ministre du culte. 4 Per o'a Art. 91e. Les dispositions entre- vifs ou par testament, au rofit des hospices, des pauvres d’une commune, ou d’établissemens d'utilité publique, n’auront leur effet qu’autant qu’elles seront autorisées par un dé= cret impérial. a hu pu Art. 911. Toute disposition au profit d’un incapable sera nulle, soit qu'on la déguise sous la forme d’un contrat onéreux, SO qu'on la fasse sous le nor de personnes interposées.:| - Seront réputés personnes interposées les père et mère, les enfans et descéndans, et l'époux de Ja personne incapable. À’ Art. 910, On ne pourra disposer au profit d’un étranger, que dans le cas où cet étranger pourrait disposer a DROUC.'UDAR TH MBRSe sa ul 0 dia tot O0 gen te ing a duo A dé 0 tel tn dezel men Vo houdet linge, om Fi 4,4| aux le cu ISivene d'héie 1 proft à li- mé l'éexd U ament ,! OMIMU tont ki Ar Un É apable on orme d'un où Le 101 Les père& joux€ étranger, it dipusér Jui, Bock, IT. Tit., IT. Hoofaf, Vandebekwanmh., enz. 439 dienften ftrekkende, en onder cenen bijzonderen titel gemaakt aanfchouw genomen zijnde op de gegocdheid van den maker, en op de dienften aan denzelven be- wezen. ‘9°. De algemeene béfchikkingen, gedaan aan bloed- verwanten tot den vierden graad ingefloten, mits nog- fans de overledene géene erfgenamen heeft in de regte linie; ten ware de geen, ten wiens voordeele de be- fchikking gemaakt is, zelf onder het getal dier erfgena. men behoort. Dezelfde regels zullen worden in acht genomen, ten aanzien van bedienaars van den godsdienst. Art. 910. De befchikkingen onder de levenden of bij testament, tot voordeel van gasthuizen, van de armen van eene gemeente, of van eenige ftichtingen, ten algemeenen nut- te ingerist, hebben geene kracht, dan voor zoo verre. zij door een Keizerliÿk decreet bekrachtigd zijn.: Art. OLIe Alle befchikking, gedaan ten voordeele van iemand, die onbevoegd is om te erven, zal nietig zijn, het zij men dezelve verberge onder de gedaante van een con- tract, onder eenen’ onereufen titel aangegaan, het Zi] dezelve gefchiede op den naam van tusfchen beiden ko- mende perfonen.: Voor tusfchen beiden komende perfonen worden ges houden, de vader en moeder, de kinderen en afftamme- lingen, en de echtgenoot van den geen, die onbevoegd is om te erven. is Art. 912. Men kan niet befchikken ten voordeele van cenen vreemdeling, dan in geval die vreemdeling ten. voordeele: van eenen Franfchen zoude kunnen beichikken, Ee 4| DE R: JE 1 3. 44o Liv, LIT. Tir. IT, Chap. III. De la portion, Se. CHA PERCTR E NL (De Ja portion de biens disponible, et de la réduction, SECTION E De la portion de biens disponible. Art. 91 al Les libéralités, soit par actes entré- vifs, soit par gestament, ne pourront excéder la moitié des biens du disposant, s’il ne laisse à son décès qu’un en- fant légitime; le tiers, S'il laisse deux enfans; le quart, s'il en laisse vois ou un plus grand nom- “bre. Art. 914. Sont compris dans Flarticle précédent, sous le nom d'enfans les descendans en quelque degré que ce soit; néanmoins ils ne sont comptés que pour Venfant qu'ils représentent dans la succession du disposant, Art. 915. Les libéralités, par actes entre-vifs où par testa- ment, ne pourront excéder la moitié des biens, si, à défaut d'enfant, le défunt laisse un ou plu- sieurs ascendans dans chacune des lignes paternelle et maternelle; et les trois quarts, s’il ne laisse d’as- cendans que dans une ligne. Les biens ainsi réservés au profit des ascendans, seront par eux recueillis dans l’ordre où la loi les ep” Ya mA jerenden der ge gun malt; en VE deten! hi budrr guks phats| qun den De @f bj nkt te tn, d pere en dr Wante De tn I Walre y SO} des bis qu'un a enfans; k And none par test s biens, où pli: terne ise dr scendats a loi JA pe zur, Boek IT. Tit.', III. Hoofafi. Van het gedeclte ,enz, 44x DERDE HOOFDSTUK. Van het gedcelte der goederen, Waar over men befchikken mag, en van de reductie of vermin- dering van het te vecl befchikée, EERSTE AFDEELING. Van het gedeelie der gocderen> Waar Over mcm befchikken MAL» Art. 913 De giften of fchenkingen, het zÿ bij acte onder de levenden, het zÿ bij testament gedaan, kunnen de helft der goederen van den gever of testateur niet te boven gaan, Z00 hi bij zijn overlijden flechts één wettig kind nalaat 3 een derde, Zo0 hij twee kinderen nalaat; en een vierde, zoo hi drie of een grooter getal van kin- deren nalaat. Aït. 914» In het vorige Artikel worden onder den naam van. kinderen begrepen de afltammelingen, in welken graad zulks ook zÿ3 echter worden ziÿj alleen gerekend in plaats van het kind, het welk zÿ in de nalatenfchap van den gever of erflater vertegenwoordigen, Art. 915. De oiften of fchenkingen bij acte onder de levenden, ôf bij testament gedaan, kunnen de helft der goederen niet te boven gaan, indien, bij ontbreken van kinde- ren, de overledene een of meer blocdverwanten in de opgaande, z06 vaderlijke, als mocderlÿke linie nalaat; en drie vierde gedeelten, wannger hij flechts bloedver- _‘wanten in eene van die liniën nalaat, . He goederen, alzoo ten voordeele der bloedverwan- ten in de opgaande linie voorbehouden, zullen door dezelven in de orde, in welke de wet hen rospt, gc- Ee 5 no- 442 Liv. II. Tit. IL. Chap. TITI, De la portion,&c appelle à succéder; ils auront seuls droit à cetre réserve, dans tous les cas où un partage en con. currence avec des collatéraux ne leur donnerait pas la quotité de biens à laquelle elle esc fixée. Art. 916. A défaut d’ascendans et de descendans, les libé: ralités par actes entre-vifs ou testamentaires pour- ront épuiser la totalité des biens. Art. 917. Si la disposition par acte entre- vifs où par tes: gamenc est d’un usufruit ou d'une rente viagère . dont la valeur excède la quotité disponible, les hé. ritiers au profit desquels la loi fait une réserve, auront l'option, ou d'exécuter cette disposition, ou de faire l’abandon de la propriété de la quotité disponible.| Art. 918. æ La valeur en pleine propriété des biens aliénés, soit à charge de rente viagère, soit à fonds perdu, u avec réserve d’usufruit, à l’un des successibles en ligne directe, sera imputée sur la portion dis- (mp| porible, et l’excédant, s’il y en a, sera rapporté % à a masse. Cette imputation et ce rapport ne pourront être demandés par ceux des autres suC= cescibles en ligne directe qui auraïent consenti à ces aliénations, ni, dans aucun ças, par Îles suc« cessibles en ligne collatérale. Art. 919. La quotité disponible pourra être donnée en tout ou en partie, soit par acte entre-vifs, Soi Ve rt pote ÿ gen À kel* jÿn& 2] JS ail pol hi( need jevendé {op Ô Wan of bi! of œl drug,: ir le en gel KR, qu À zullen perlon ne, en in ie h les Le jrs pour. | par+ viaga” , sh résent Sposlr, Ja quoi 6 s alien ds pe, ccesis tion dk rapport port# \tres SU onsenti À les suç+ « III. Boek, II. Tit., LIT. Hoofafl. Ve an het gedeelte ,enz. 43 3 oten worden: ziÿ Zullen tot die voorbehoudene goe. deren gereotigd Zzin in alle die gevallen, in welken eene verdeeling; gezamenlijk met bloedverwanten in de zäüdlinie, hen Z00 veel niet zoude doen genicten, als waar op die voorbehoudene goederen bij de wet bepaald zijn. Art. 916. Bi ontbreken van bloedverwanten in de Opgaande er nederdalende linie, mogen de giften bij acte onder de Jevenden, of bi uiterlten wil gedaan, het geheele be loop der goederen van de nalatenfchap bevatten, Art. 917. ! Wanneer de befchikking, bij acte onder de levenden of bij testament gedaan, beftaat in een vruchtgebruik of eene: lüfrente, Waar van de waarde meer- draagt, dan de hoeveelheid, waar over men befchikker mag, hebbén de erfsenamen, tot wier voordeel de wet een gedeelte der goederen buiten befchikking ftelt, de keuze, of om deze befchikking geftand te doen. of om van den eigendom van Zoo vele goederen, als waar over men befchikken mag, aan den bevoordeelden af fland te doen.| Aït. 018. De waarde van den vollen eigendom der vervreemde goederen, het zÿ onder den Jast van eene lifrente, het zij van eene perpetueele rente, of met voorbehou- ding van het vruchtgebruik, aan iemand; die het regt van erfvolging in de regte linie heeft, zal op het ge-: deelte, waat over men befchikken mag, toegerekend, en het meerdere, Zoo er dat is, in de masfa des boe- dels ingebragt worden, Deze toerckéning en inbreng zullen niet gevorderd mogen worden door de verdere erfonen in de reste linie, tot de erfvolging gerestigd zinde, welke in die vervreemdingen hebben toegeftemd;_ en in geen geval, door bloedverwanten in de zidlinie, die het regt van crfvolging hebben, 1 de Ë Aït. 919, De hoeveelheid, waarover men befchikken mag, Kant ef gehecl of gedecltelik wegséchonken worden, het’ zÿ b j ”; Qu Liv. zl. Tit, I. Chap. III. De la portion,&e. par testament, aux enfans ou autres successibles du donateur, sans être sujétte au rapport par le dona. taire ou le légataire venant à la succession, pourvu que la disposition ait été faite expressément à titre de préciput ou hors part.| La déclaration que le don ou le legs est à titre de préciput ou hors part, pourra êtré faite, soit par l’acte qui contiendra la disposition, soit posté. rieurement dans la forme des dispositions entre-vifs ou testamentaires. a SECTION IT De la réduction des donations et legs. Art. 920. Les dispositions, soit entré-vifs, soit à cause de mort, qui excéderont la quotité disponible, seront réducribles à cette quotité lors de l’ouverture de la succession. Art. 021. La réduction des dispositions entre-vifs ne pour- ra être demandée que par ceux au profit desquels la loi fait la réserve, par leurs héritiers ou ayant- cause; les donataires, les légataires, ni les créan- ciers du défunt, ne pourront demander cette réduc- tion, ni en profiter. Art. 922. La réduction se détermine en formant une masse de tous les biens existans au décès du donateur où testateur.: On y réunit fictivement ceux dont il a été disposé par donations entre- vifs, d'après 5 tat- dei tit kan geda jing D gen qnl an De bé er Zk qu d vertiin yeclhel De w kan alla voureel houtt, donstar overled noch d D masfa td ip teur flerie: in, rai. Boeck, D. Tit. TL, Hoofdft. Van hei gedeelte> NZ ANS: ess 4 bij acte. onder de levenden, het zij bij testament, aan kim de kinderen of andere perfonen, die rot de erfvolging in 1 aan den donateur gerestigd zin, zonder aan inbreng eh door den donataris of le‘ataris, die tot de nalatenfchap A? tin komt, onderwarpen te zÿn, mits de befchikking ge. fchied zÿ uitdrukkelÿk, onder den titel van vooruit. est à ti making, of boven het erfdeel.| fie, vi ïe verklaring, dat de gifte of legaat gefchiedt onder sk pavés den titel van vooruitmaking; of boven het erfdeel à enter kan gedaan worden, of bij de. acte, welke de befchik- " king bevat, of naderhand in den vorm van befchik gen onder de levenden, of bi uiterlten wil. . h* THWEEDE AFDEÉELING. : Van reductie of vermindering van giften en | legaten. Le De befchikkingen, het zij onder de levenden, het zÿ À Cause dè: | ter zake des doods ,! welke de hoeve:lheid, waar over 6, seront men befchikken mag, te boven gaan, zullen mogen verture à verminderd en gebragt worden tot de behoorlijke hoe- ten tijde van het vervallen der erfenis, Art. 921. FN De verrindering der befchikkingen onder de levenden x kan alleen gevorderd worden door de genen, tot wier € desqué voordeel de wet een, zeker gedeelte buiten befchikking où Aya houdt, door huune erfsenamen of regtverkrijgenden: de les crétr donatarisfen, legatarisfen, en fchuldeifchers van den ve rédut overledenen, kunnen deze vermindering niet eiïfchen, noch daar uit voordeel trekken. : Art. 022. De vermindering wordt te werk gefteld door eene une mi masfa op te maken van alle de goederen, die op het pnateur 1 tjd'ip van het overlijden van den donateur of testa- dont teur aanwezig Waren. Men voegt daar bij, door eene ri jar fictie, die goederen, waar over bij giften onder de le- ét à ven- 6m j6 Li. Hi. Th, 11. Chap. III. De le portion, Be; état à l'époque des dometions et leur valeur au remps du décès du donateur... On calcule sur tous ces biens, après en avoir déduit les dettes, quelle est, en égard à la qualité des héritiers qu’il laisse, la quotité dônt il a pu disposer. Aït, 923. ü ny aura jamais lieu à réduire les donations: entre-vifs, qu'après avoir épuisé la valeur de tous les biens compris dans les dispositions testamentai- res: et lorsqu'il y aura lieu à cette réduction, elle se fera en commençant par la dernière donation, et ainsi de suite en remontant des dernières aux plus anciennes. Art. 0924. Si la donation entre- vifs réductible a été faite à. l’un. des successibles, il pourra retenir, sur les biens donnés, la valeur de la portion qui lui ap- partiendrait, comme héritier dans les biens non disponibles, s’ils sont de la même nature. Art. 025. Lorsque la‘valeur des donations entre« vifs, excé- derx ou égalera la quotité disponible, toutes les dispositions testainentaires seront caduques. F Art. 926.: Lorsque les dispositions testamentaires excédez ront, soit la quotité disponible, soit la portion de cette quotiré qui resterait après avoir déduit la va- eur des donations entre-vifs,,. la réduction, sera faite au marc le franc, sans aucune distinction, entré les legs universels ec les legs particuliers,| Art 927: mél] qndel L tn dE get Wa qu. M de FU get belo0 De g dd m0 oederen il eg pinderiny . dei, do qervolgens kummen, pod dering à die et PU gedeelte wat À fn, 1 Want boren g: béchike tra Wan te bove belchikk het w kvende derine onderfe 0 bio ln, Fs Val y 6 su vn es j dl ki, doute A ton Stan ction, à nation,| aux a été f, sur à ui Jui ap eus no pifs ext ouces s excédes ortion dé uit|a.v# ton, Sf tion EN Art, « 111, Bocte, I Tite, LT, Hoofdf, Pan het gedeclie ,enz. 447 venden befchikking gemaakt is, zoodanig als dezelve ten tijde. der gcdane gifen gefteld waren, en naar dér- zelver waarde ten tide van het overlijden van den dona-. teur. Men berekent over alle die goederen, na de fchul- den daar vante hebben afgetrokken, hoe veel, in aan merking van de betrekking der nagelatene erfgenamen ,\ het beloop is, waar over“hÿ héeft réal Sr es 2 Art. 923. De giften onder de levenden zullen nimmer vermifrs derd mogen worden, voor dat de: waarde: van alle de goederen, welke onder de befchikking sen bij uiterften. wil begrepen zimn, i$ uitseput; en Wannéer dezé vers nündering of reductie plants heeft," zal dezelve gefchie- den, door mét dé! laatst gédane gifte té bepiinen, en’ vervolgens, door van de laatite tot de oudfte gift. Op? teï. klimmen. Art. De. LA Tndièn de” gilte onder de de| de aan vermine _dering onderhevig is, gedaan is aan één der pérfonen, _ die het regt van erfvolging hebben, kan hij van de ges © gevene goederen- voor zich inhouden de waarde van dat gedeelte, het welk hem; als érfoëènaam in de goederen, waar over niet:befchikt kan worden, zoude. toebeh5o- ren, mits dezelven van gelijken aard Zi a: à Art. 025 rt'". Wanneer de wiäarde der giften onder, de leveñden te boven gaat of gelijk fidat”mer de hôevélheid, wäar over befchikt kan: worden, Zullen allé befchikkingen bi ui? iérften wil vervallén.:} Aft. 096, “Wanneer de befchikkingen, bi uiterften wil gédaan» te boven gaan, het zij de hoeveelheid, waar over men befchikken kan, het Zi het gedeelte‘die hoeveelheïd, het welk, na aftrek der wvaarde van de gifte onder de evenden Zzoude overblijven, zal de reductie of vermin- dering gefchieden, ponds ponds gelijke, zonder eenig onderfcheid tusfchen de legaten onder eënen aigemeenen of bizonderen mes Aït. 927. 448 Liv: III, Titi /L Chap. IT, De la portion, Pc. Art. 927. Néanmoins, dañs tous les cas où le testateur :: aura expressément déclaré qu'il entend que tel legs soit acquitté de préférence aux autres, cette préfé- rence aura lieu; et le legs qui en sera l’objet, ne sera réduit qu'autant que la valeur des autres ne remplirait pas la réserve légale. Art. 026: Le donataire restituera les fruits de ce qui excé- dera la portion disponible, à compte du jour du décès du donateur, si la demande en réduction a été faite dans l’année; sinon, du jour de la de« mande.; Art. 099. Les immeubles à recouvrer par l'effet de la réa duction, le seront sans charge de dettes où hypothèi ques créées par le donataire. Art. 930. L'action en réduction ou revendication poürra être exercée par les héritiers contre les tiers dé- tenteurs des immeubles faisant partie des donations et aliénés par les donataires, de la même manière ét dans le même ordre que contre les donataires eux-mêmes, et discussion préalablement faite de leurs biens.(Cette action devra être exercée sui- vant l’ordre des dates des aliénations, en commen çant par la plus récente. Net tel jtd anis gorden| ebben gindetd andere| te, 000 ken De d mer| jon WON dt& d mindering dg, dit \ De 0 dering ant dat 0f De: genamel de onrok eye 2in, à de don din 0 den, 1 gremdi Yet lat in,&, k Eey Le y Cet réf Lobk, tk AUS te Qi tré db jo à. réduc &æhé t dehn où by il toi QU Jes tirs d les domi me ma dont e fred Kercée# NU CHA ZI. Bock, IL. Tik, LT. Ebofap. Van het gédeëlte;enx. 449 Art, 927,| Niettemin zal, in alle gevallén, în tvelkèn detesta- teur uitdrukkeliÿk verklaard heeït, dat hij begeert, dat zoodanig legaat. bi, voorkeur boven. de andere worden voldaan, deze voorkeur of preferentie plaats hebben; en dusdanig legaat zal niet verder mogen: ver: minderd worden; dan voor z00:vêrre de waarde der andere legaten onvoldoende zijn zoude, om het gedeel- te, door de wét buiten befchikking gefteld, uit te ma- ken. Rare . Art, 998. s De donataris zal de viuchten van het geen de gifte meerder bedraagt, dan het gedeelte, waar over befchikt kon worden, te rug geven, te rekenen van dèn dag, dat de donateur overleden is, indien de eisch tot ver+ mindering gédaan is binnen-het jaar; Zoo niet, van den dag, dat de eisch gedaan is. ee Att. 929; . De. onrocrende goederen, die uit. krachte van.vermins dering of reductie. moeten wederkeéren', over zonder de fchulden of hijpotheeken, door den donataris daar op gelegd. nn de … Ats 030. is ‘De actie, tot reductie of reclame, kan door de erf: genamen vervolgd worden, tegen derde bezitters van de, onroerende goederen ,. welke een gedeelte van het ge- evene uitmaken, en door de donatarisfen vervreemd zin, op dezelfde wiÿze, en in dezelfde orde, als tépétt de donateurs zelven, en na dat vooraf hunne goederen zijn uitgewonnen, Deze actie moet te werk gelegd wor- ET” l i: St en, volgens de orde yan de dagteekeningen dier.ver- yreemdingen en door te beginnen met die pifte, welké het laatst gedaan is.| 1 DREL; eo VIE Re aso Liv. III. Tit. IT, Chap. IV. Des détationt ,&e. CHAPITRE IV. Des donations entre-vifs. SECTION!. De la forme des donations entre=vifs. Art. 931. Tous actes portant donation entre-vifs seront passés devant notaires, dans la forme ordinaire des contrats; er il en restera minute, sous peine de nullité: Art. 932: La donation entre-vifs n’engagera le donateur, et ne produira aucun effet, que du jour qu'elle aura été acceptée en termes exprès. G L’acceptation pourra êrré faite du vivant du do- nateur, paï un acte postérieur et authentique, dont il restera minute; mais alors la donation n'aura d'effet, à l'égard du donateur, que du jour où l'acte qui constatera cette acceptation lui aura été notifié. Art. 933. Gi le donataire est majeur, l'acceptation doit être faite par lui, ou, en son nom, par la personne fondée de sa procuration, portant pouvoir d'accep- ter la donation faite, ou un pouvoir général d’ac- ceprer les donations qui auraient été où qui pour- raient être faites.: Cette procuration devra être passée devant notai- res et une expédition devra en être annexée à a mi- gt Ale dan M fa, in qua GI qu nl ‘fe serder den don D den war de gi teur, vu d work me EL, Bock IL Ti, IF. Hoofdfi. Van gift. onder de Jey, AÿE À VIERDE HOOFDSTUK, Van giften onder de levenden. &ERSTE AFDEELINC. ff, Pan den vorm der giften onder de levenden. om ice_ Art. 9316 vifs ver. Alle acten, waar bij eene gifte onder de levenden ge: dinaire! daan wordt, moeten gepasfeerd worden voor notaris: | peine{en, in den gewonen vorm der contracten; en Zal daar van eene minute mocten berustende blijven, op ftrafè van nulliteit.| Aït, 93%. Jonateur,©: Eene gifte onder de levenden:zal den donateur niet ue au eerder verbinden, noch eenige kracht hebben, dan van den dag, dat ziÿ met uitdrukkelijke woorden door den nu: donataris is aangenomen. UE du; Les de. Die aanneming kan gedaan worden Eij het leven van dique, de den donateur, door eene latere en authentieke acte, rion ni waar van de minute za! blijven berusten; maar dan Zal de gifte geene kracht hebben, ten aanzien van den dona- fn joutt É Ler teur, dan van den das, op welken de acte, waar uit van die aanneming blükc, hem geinfinueerd zal zijn ei Art. 933°| ;: Indien de donateur meerderjarig is, moët de aanne- doit ét ming der gifte door hem gedaan worden, Of, in zij- y person nen naam, door iemand die. daar toe volmagt van e d'acte hem heeft» het zi, in. het_bizonder, om de gedane nl dé gifte aan te nèmen, het zi in* algemeen, of aan ee te nemen alle giften, die reeds gedaan warèn, Of n0g qui poi zouden mogen gedaan worden.. 2 à Ni … Deze volmagt moet gepasféerd worden voor eenen gant HO notaris, en zal daar van een-affchrift moeten gehecht naéil worden aan de minute der acte van donntie, of oan GS de| Ff2 as Liv, Al: Tir El. Chap: AV: Des donations,&ci miaute de la donation, où à la minute de l’accep. tation qui serait faite par acte séparé: Art. 934 La femme mariée ne pourra accepter une dona- tion sans le consentement de son mari, ou, en cas de refus du mari, sans autorisation de la justice, conformement à ce qui est prescrit par les articles o17 et 219, au titre dW mariage: Art, 935. 4 La donation faite à un mineur non émancipé ot S ün interdit, devra être acceptée par son tuteur, eonformément à l’article 463', au titre de Za mino- rité, de la tutelle et de Pémancipation. Le mineur émancipé pourra accepter. avec l'assi: stance de son curateur. Néanmoins les père et mère du mineur émanci- pé ou non émancipé, où les autres ascendan$, mê- me du vivant des père et mère, quoiqu'ils nè soient ni tuteurs ni Curateurs du mineur, pourront accepter pour lui.| Art. 936. Le sourd-muet qui saura écrire, pourra accepter lui-même où par un fondé de pourvoir.| S'il ne sait pas écrire, l'acceptation doit étre faite par un curateur. nommé à cet effet, suivant les règles établies au titre de a minorité. de. l& tutelle et dé l'énancipation. Art. 937: Les donations faites au profit d'hospices, des pauvres d'ime commune, OU d’établissemens d’utili- té publique, seront. acceptées par les administrateurs de cès communes ou établissemens, après y avoir été dûment autorisés, Hors fete mondes de nt tr, x( Fe uit d an zijn ile 1] Een of 1 nt 1 \ der tt, ik, &ho mil Ca Jen my 2 HR 10 dan n0en tiges US, de Ê Line Une don DU, en cy jai, Les ar jarcipé n ON. tue, la mi vec l'ai Ur éme dans, me qui né pour a accent doi à , SUR é, de (RS, ds z gs d'ütlé inistrateun à ÿ ayol br ZA. Buck, LE, Tôt,, 1. Hoofur. Van gift. onder de ley. 453 de minute der acte vañ aanneming, die bij eene af. .zonderlÿke açte gedaan zoude mogen zijn, } Æ 4 Ÿ ut à ke à F. Aït, 0 34 Éene gchuwde VIOUW kan geene gifte. aannemen, zonder de toeftemming van faren man, Of, in gevalle de man zulks wcigert,“zonder de autorifatie val den 1Cge ter, overeenkomitig het gcen bÿ Artikel o17 en 219 van den‘Pitel, vw Het huwelijk; bepaald‘is, Arte 0935e Eene Fo gedaan aan eenen minderjarigen, die niet uit de magt van ouders of voogden ontilagen is, Of aan iemand die onder curatele seftcld is, moet door zijnen Yoogd aangernomen worden, Oo overeenkomftig het 4G3fte Artikel van den Titel, ver minderjarigheit voogdij en emancipatie, Een minderjarige, die uit de magt van Ziÿjne ouders of voosden ontflagen is, kan cene gifte aannemen, met adfiftentie van zijnen curator. Niettemin kunnen de vader en moeder. van. den min: derjarigen, het zij hij uit hunne magt ontflagen is, of äiet, of de verdere bloedverwanten in de opgaande li- âie, zelfs bij het leven van den vader en mocder, fchoan zij noch voogden, noch curators over den minderjarigen Zn, eene gifte. voor hem aannemen.. Art. 936 Temand, die doof en flom is, doch fchrijven kan, mag Zelf ,. Of door eenen gemagtigden,: ecne gifte aan- nemen. Zoo hïj miet fchrijven kan, moct de aanneming ge- daan worden door eenen curator, ten dien einde be: ne volgens de regels in den Titél, v42 ménderjas icheid, voogdij en emancipaties vastgefteld, Art. 957 Giften, gedaan ten voordeele van. gasthuizen, arme eencr gemeente, of ftistingen ten algemeenen.nutte, zul: len door de beftuurders. van. die gemcenten_ of ftistin: gen aangenomen worden, na daartoc behoortik geauto- rifeerd te zin. F£ 9 Art 953. aga Liv. LIL. Tis. 71. Chap, IF. Des donations, Ge, Art. 938. La donation dûment acceptée sera parfaite par le seul consentement des parties; et la propriété des objets donnés sera transférée au donataire, sans qu’il soit besoin d’autre tradition.: Re CR Art 939. Lorsqu'il y aura donation de biens susceptibles d’hypothèques, la transcription dés actes cures la donation et l'acceptation, ainsi que la notifica- tion de l'acceptation qui aurait eu lieu par acte séparé, devra être faite aux bureaux des hypothè- ques dans l’arrondissement desquels les biens sont Re eu AR ent hi: bris IN Art. 940. Cette transcription sera faite à la diligence du mari, lorsque les biens auront été donnés à sa fem: mes et si le mari ne remplit pas cette formalité, la femme pourra y faire procéder sans autorisation. © Lorsque la donation sera faite à des mineurs, à des. interdits, ou à des établissemens publics, la transcription sera faite à la diligence des tuteurs, curateurs où administrateurs. A are AL Le défaut de transcription pourra être opposé par toutes personnes ayant intérêt, excepté toute. fois celles qui sont chargées de faire faire la tran- scription, ou leurs ayant-cause, et le donateur.: | Art. 942.. Les mineurs, les interdits, les femmes mariées, ne seront point restitués contre le défaut d’accep- tation ou de transcription des donations; sauf leur recours contre leurs tuteurs ou maris, s’il y échet, et sans que la restitution puisse avoir lieu, dans le a SE Dee qun À AE een virg W quil ten. val 1, KA prit du alt,(gs scene Content à toile } pat 4 Dypoës JIens 4 igence d à st fe formalité, orisation, ineurs, à us, k s. tUNEUE, > op té tou e a tri teur.: mariées, d'accep" sauf leur | échet, | ds À as II. Bock, IT. Tir, Hoofdfi. Vangifieond de ley. 455 Art. 9033. Eene gifte, behoorlik aangenomen zinde, wordt vol- trokken door de enkele toefiemming van partijen; en de eigendom der gegevene goederen gaat OP den donataris over, Zzonder dat daar toe cenige andere overgifte noo- DER FF| Art. 939 Wauneer cenc gifte gedaan i$ van goederen, die gehïj: pothekeerd kunnen worden, Zullen de acten van donatie en aanneming, als mede de kennisgeving der aanneming, die bij cene afzonderlijke acte gedaan zoude mogen Zi, ten kantore der hijpotheken, in het arrondisfement waar die goederen gelegen zijn, overgefchreven moctei worden. / Art. 940. . Deze overfchriving zal gedaan worden, ten verzoeke van den man, wanneer de goederen aan de vrouw gegeven zijn; en indien de man deze formaliteit niet in acht neemt, kan de vrouw, zonder autorifatie, die overfchrij= ving laten doen. \Vanneer de gifte gedaan is aan minderjarigen, aan perfonen onder curatele oefteld, of aan openbare geftich ten, zal de overfchriving gedaan worden ten verzotke van de voogden, CUrators of beftuurders, Aït. 94e Het nalaten der ovetfchrijving kan tegengeworpen worden door een ieder, wien daar aan gelegen ligt, met uitzon- dering nogtans van hun, die verpligt geweest waren die overfchrijving te laten doen, derzelver regtverkrijgenden, en van den donateur zelven.- Art. 942 Minderjarigen, die onder curatele fiaan, en setrouwde vrouwen, Zullen niet in hun geheel herfteld worden tegen het nalaten der aanneming of overfchrijving der giften, bchoudens hun verhaal op hunne voogden of mannen, zoo daar toe termen zijn, en zonder dat herftelling pa F a f 4 nl æ‘ÆY 436 Liv. IT. Pit. HI. Chap. IF. Des donations, Gc. cas même où lesdits tuteurs et maris se trouveraient iisolväbles. ne oh RS Àrt. 943. La donation entre-vifs ne pourra comprendre que les biens présens du donateur; si elle comprend >. des biens à venir, elle sera nulle à cet égard. Art. 944: Toute donation entre-vifs faite sous des condi- tions dont l'exécution dépend de la seule volonté du donateur, sera. nulle. Art. 945 Œlle sera pareillement nulle, si elle a été faite sous la condition. d’acquitter d’autres dettes ou charges que celles qui existaient à l’époque de la donation, ou qui seraient exprimées, soit dans l'ac- te de donation, Soit dans l'état qui devrait y, être qnnexée! ei pairs Art. 946. Œn cas que le donäteur se soit réservé la liberté de disposer d’un effet compris dans la donation, où d’une somme fixe sur les biens donnés; s’il meurt sans en avoir disposé, ledit effec ou ladite somme appartiendra: aux héritiers du donateur, nonobstant toutes clauses'et stipulations à ce contraires. Aït. 947. Les quatre articles précédens ne s’appliquenc point aux donations dont est mention aux chapitres VIT et IX du présent titre. Fa. ‘Art. 948. Tout acte de donation d'effets mobiliers ne sera valable. que pour les effets dont un érac.estimatifs th A 4 j. signé del dont dt 0,(A LOU ren qu pr gard ds le volont : _&té fh dettes y que& L dans le fait y, # la\beté jation,, 0 s'il or te soi Jnobsi Se ppliquent chapitres 11. Boëk, I Tite, I. Honfdfh, Van gifieond. de Ke. 457 kan-hebben, al is het zelfs, dat de gemelde voogden en mannen buiten ftaat zouden mozen zijn, om te kunnen betalen,- ir - Art. 943° Eene gifte onder de levenden kan alleen bevatten de goederen, wWelken de donateur op dat tijdflip bezit;‘in- dien ziÿ toekomende goçderen bevat, zal de gifte ten dien opzigte nietis zijn. SA Art. 944 Alle gifte onder de levendeñ, gedaan onder Voorwaar- den, waar van de uitvoering van den epkelen wil des donateurs afhangt, zal nietig zÿn. Aït. 945. 7ù zal insgelÿks nietig zÿn, indien zij gedaan is on der voorwaarden om andere fchulden of lasten te vol- doen, dan die ten tijde der gifte béftonden, of in de âcte‘van doriatie; of in den ftait, die daar aan zoude mocten vastgehecht zÿn, uitgedrukt zijn Rés Aït. 046. In geval de donateur zich de vriheid heeft vooxbe- houden; om over cen ftuk goed, in de gifte begrepèn, of over eene bepaalde fomme. gelds uit de gegevéne soederen te befchikken, en fterft, zonder daar over be fehikt te hebben, zal het gemelde ftuk goed, of de ge- melde fomme.gelds tocbehooren-aan-de.erfgenamen van den donâteur, niettegenftaande alle claufuien en bedins gen daar tegen firijdende, ne na ‘Art. 047. De vier voorgaande Artikelen zijn niet toepasfelÿk op giften, waat van in het achtfle en negende‘Hoofdftuk van dezen‘litel melding gemaakt wordt,: BE: Art, 048. Alle acte van gife van roerende goederen alleen van‘wairdé zijn, tèn aazien van die goederen, Waar FFf5 Van: 458 Liv. IIT. Ti. IL, Chap. IT. Des donations, Ée. siené du donateur, et du donataire, ou de ceux qui acceptent pour lui, aura été annexé à la minu te de la donation. Art. 949. Il est permis au donateur de faire la réserve à son profit, où de disposer au profit d’un autre, de la jouissance ou de lusufruit des biens Dee où immeubles donnés. Art. 950. Lorsque Îa donation d'effets mobiliers aura été faite avec réserve d’usufruir, le donataire sera tenu à l'expiration de l'usufruit, de prendre les effets donnés qui se trouveront en nature, dans l’état où ils seront; et il aura action contre le donateur ou ses héritiers, pour raison des objets non exiStans, jusqu’à concurrence de la valeur qui leur aura été donnée dans V’écat estimatif. Art. 951. Le donateur pourra stipuler le droit de retour des objets donnés, soit pour le cas du prédécès du donataire seul, soit pour le cas du prédécès du donataire et de ses-descendans. Ce droit ne pourra être stipulé.’au profit du donateur seul. Art. 952. L'effet du droit de retour sera de résoudre tou- tes les aliénations des biens donnés, et de faire re- venir ces biens au donateur, francs et quittes de soutes‘ charges et hypothèques, sauf néanmoins l'hypothèque de la dot et les conventions matrimo- niales, si les autres biens de l’époux donataire ne suffisent pas, et dans le cas seulement où la dona- tion +: ph "; dort” qi pnéo po ji ft jt goeder dur( Wa oudi, rs VE gbrux we: qui! tel d de nt LIN À résere autre, de Meubles y à Sera ta les ek l’état nateur 1 Exisn, fau éé de tétour | prédéré édéci& profit de tour faire te- jes de nm oins matrimo* ataire fK La don ton HI, Bock, I.Tit., IV. Hoofafr. Van gifte ond: deley. 459 van een flaat van begrooting, door den donateur en donataris, of door de genen, die voor hem de gifte aannemen, aan de minute der acte van donatie is vast- gehechie wi: 7 i Dr uit DER Oo Fo Aïts 949: Het is aan den donateur geoorloofd, om bet genot of het vruchtgebruik der gegevene roerende: en onroerende goederen ten zinen eigen voordeele te behouden, of daar over ten behoeve van een ander te befchikken. Aït. 930. YWanneer de gifte van roérende gocderen met voorbe- houding van het vruchtgebruik gedaan is, Zal de dona- taris verpligt zÿn, om bi het eindigen van het vrucht- gebruik de gegevene goederen aan te nemen, VOOr Z00 verre Zij nog in natura aanwezig ziÿn, in den ftaat, waar in Ziÿÿ Zich dan bevinden; en hij heeft eene actie tegen den donateur of zijne erfgenamen, ter zake van de niet meer aanwezige goederen, ten beloope der waar- de, welke aan dezelve bij den faat van begrooting toc“ gekend iSe- du dar nee Ut orme Ê à Aït. 951+ De donateur kan bedingen het rest, dat de gesevene goederen aan hem zullen te rug keeren, het Zi in géval Van vooroverliÿden van den donataris alleen, het zij in geval van vooroverlijden van den donataris en zijne af- komelingen. - Dit regt kan alleen ten voordeele van den donateur bedongen worden,: ae Di din Art. 052 Het gevolg van dit regt van retour of te rug keering zal daar in beftaan dat alle vervreemdingen d:r gegeve- ne goederen ontbonden worden, en dat die goederen aa den donateur te rug komen, vrij en zuiver van alle las- ten en hipotheken, behoudens niettemin het hipotheek van het huwelijksgoed en de huwelÿks-voorwaarden, in- dien de verdere gocderen van den échtgenoot, aaï wien de gifte gedaan is, daar voor niet voldoende Zïn» en allcenlijk in gevalle de gifte aan hem, bij het ru aus L* a6o Liv. LIT. Tit. I, Chap, IV, Des donations,&e. cion lui aura été faite par le même contrat de ma. riage duquel résultent ces droits et hypothèques, SECTION Des exceptions à la règle de Tirrévocabilité ne des donations cntre-vifse Art, 953, La donation entre-vifs ne pourra être révoquée que pour cause d’inexécution des conditions sous ‘lesquelles elle aura été faite, pour cause d’ingrati- tude, et pour cause de survenance d’enfans. Art. 054. Dans le cas de la révocation pour cause d’inexé- cution des conditions, les biens rentreront dans les mains du donateur, libres de toutes charges et hy- pothèques du chef du donataire;s et le donateur aura, contre les tiers détenteurs des. immeubles don- nés, tous les droits qu'il aurait contre le donataire lui-même. Art. 055. La donation entre-vifs ne pourra être révoquée pour cause d'ingratitude que dans les cas suivans: 1°. Si le donataire a attenté à la vie du dons: EUR Se| 2°. S'il s'est rendu coupable envers lui de sévi ces, délits ou injures graves; 3°. S'il lui refuse des alimens. Art. 956 pres fn ÿar Ex de, dl 4 deze voonts nu| TE 00 tn ae ele val hebbe héble nn III, Poeks IL. Tik, IV, Hoofufl, Vangifiebnd. de Je: 46%. tu k u huwelÿks- contract, waar uit deze regten en hijpotheken Oéque, hunnen oorfprong hebben, gédaan is TIWBEDE AFDEELING à ah. is- Fan de uitzonderingen van den regels dat giften onder de leveniden onherroepelijk zijn | Aït. 953.| sie. gifte onder de levenden kan niét herroepen wor- TOUS 1 den, dan alleen uit hoofde, dat de voorwaarden, waat se dim op dezelve gedaan is, niet zijn ten uitvoer gebragt, ans, voorts uit hoofde van ondankbaarheid, en van.opkos . monde géboorte van kKinderén.: Art, 0844 ne d'inéré. In geval van herroeping der gifte, uit hoofde dat de. at dus Les voorwaarden niet zijn nagekomen, zullen de.goederen es et te rug Keeren in handen van den donateur, vrÿ van #! alle lasten en hiüpotheken, door den donataris daar op QU celegd; en zal de donateur tegen de derde bezitters ele dr van gesevene onroerende goederen, al het. zelfde rest le dote hebben, het welk hij tegen den donataris Zelven zoude hebben,:| Ait, 955 révot Eene gifte onder de levenden kan, uit hoofde: vaa an ondankbaarheid, alleen herroepen worden in de volgen- SR; de gevallen:|<“à du dons 1°. Indien de donataris eénen aanflag bp het leve _ van den donateur gedaan heeft; 5 14409 de séti o°. Indien hij zich aan wreedheden, misdaden, Of zware beledigingen tegen den donateur hecft fchuldig ge- Jnaakt;|: ut 3°, Indien hj weigert hem onderhoud te gevens At, fifi| Art, 956. PE; 462 Liv zI1 gi I Chap. m. 1 Des demations, Be Art. 956. La ÉN OeSOE‘pour cause d'inexécution. fe con ditions, ou pour cause d'ingratitude, n’aura jamais lieu de plein droit. Are der. La dthde en. révocation pour cause d'en: cude devra être formée dans l’année, à compter du jour du délit imputé. par le donateur au donataire, ou du jour que le délit aura ni être connu per le donateur.:| Cette révocation.1 ne pourra être demandée par le donateur contre les héritiers du donataire, ni par les héritiers du donateur contre Île donataire, à moins que, dans ce dernier cas, l’action n'ait été intentée par le donateur, ou ia"il ñne soit décédé dans l’année du délit. Art. 958. La révocation pour cause déattade n ne> préju- diciera ni aux aliénations faites par le donataire, ni aux hypothèques et autres chaïges réelles qu’il au- ra pu imposer sur l’objet de la donation, pourvu que le tout soir antérieur à l'inscription qui aurait été faire de l’excrait de la demande en révocation, en marge de la transcription re par l’article - Dans le cas de tévocation, le Lo sera condamné à restituer la valeur des objets aliénés, eu égard au temps de la demande, er les fruits, à compter du jour de cette demande. Art. 989. Les donations en faveur de mariage ne seront pas révocables pour cause d ingratitude. Art, 960, donatel dpor de tar,| door d florven di let 1il, Boek, IL, Ti, IV. Hoofuf, Van gifteond.deley. 463 Le Art. 056. 100. de De herroeping, uit hoofde dat de voorwaarden der L'un jm gifte niet vervuld zin, of uit hoofde van ondankbaar- heid, hecft nimmer van zelf uit krachte vän de wet plañts. Hans : Att, 057. Ie dim De eisch tot herroeping, uit hoofde van ondankbaar- | Conpe} heid, moet binnen een jaar aangelegd worden, te reke= dome nen van den dag, dat het misdrijf door den donateur RE. aan den donataris is te last gelegd, of van den dag, de| dat het misdrijf ter kennis van den donateur heeft kune nen komen. do|| indée ui Deze herrdeping kan niet geëischt wordeh, door den ire, tin donateur tegen de erfgenamen van den donataris, noch door de erfgenamen van den donateur tegen den dona- nat in né taris, ten Ware in het laatstgemelde geval, de actie door DR, door den donateur is aangelegd, of dat dezelve ge- Soit Gi is binnen het jaar na het begaan van het mis- jh eo Aït, 058 ve pére| De herroeping, uit hoofde van ondankbaarheid, zal D tot. gen nadeel verftrekken, noch aan de vervreemdin rk gen, door den donataris gedaan, noch aan. de hipo= s qua theken en andere reëele lasten, welken hi op het ge- On; par geven goed zoude mogen gelegd hebben, mis dit alles | qui ut sefchied ziÿ voor de infchrijving van het extract van éyocii, den eisch tot herroeping, ter zijde van de overfchrij- r l'arté ving, bij Art. 939. voorgefchreven. Air 20t: In geÿal van herroeping, zal de donataris verwezen he worden, om de waarde der vervreemde goederen te rug Care Si te geven, Zoo als die waarde was ten tijde. van den ts alénés, eisch, als mede de vruchten, te rekenen van den dag; , À dat die eisch gedaan is. Art. 959. ne sn Huweliksgiften zÿn, uit hoofde van ondankbaarheïd, niet herroepelijk, Aït,£6a. Art pb: Ê és Li I The, D, Chop. D. Des donations;&e, Art. 960. Toutes donations entre-vifs faites par bersonnes qui n'avaient, point d’enfans ou de descendans actu ellemenc vivans dans le temps de Ia donation, de quelque valeur que ces donations puissent être, et à quelque titre qu'elles aient été faites, et encore qu’elles fussent mutuelles où rémunératoires, même celles qui auraient été faires en faveur de mariage. par autres que par les ascendans aux conjoints, où par. les conjoints l’un à l’autre, demeureront révo- quées de plein droit par la survenance d’un enfant légitime du donateur, même d’un posthume, ou par la légitimation d’un enfant naturel par mariagé subséquent, s’il est né depuis la donation. | Aït. 961. Cette révocation aura lieu, encore que l'enfant du donateur ou de la donatrice fût conçu au temps * de la donation. Âre. 962. La donation demeurera pareillement révoquée, lors même que le donaraire serair entré en pos- session des biens donnés, et qu'il y aurait été laissé par le donateur depuis la survenance de l'en- fanc; sans néanmoins que le donataire soit tenu de restituer les fruits par lui perçus, de quelque na- ture qu'ils soient, si cé n’ést du jour que la nais- sance de l'enfant ou,sa légitimation par mariage subséquent lui aura été notifiée par exploit ou au- tre acte en bonne forme; et ce, quand même la demande pour rentrer dans les biens donnés n’aurait été formée que postérieurement à cette notifica- tion, no.|: Art. 963. biens compris dans la donation révoquée de Les_ plein al ma de do &n OM tet zele Ds donata en hÿ. qan het trs deu a alleen kind, door| béhoor dat de ju t ie, à, A rs end ENT dou, 4 ent ête» S,€ em (OÏrS, ny E de tin Con 1 Areron ta, e d'y OSthune, y par nt Ion que le AU 1 tré ré en auraË ce del: je ten uelque 2 ne la mi ar rip lt ou due l méme À és p'aurit oqué! d phil :{ AI. Boeck, II Tir., IV. Hoofüfi. Vangifieond. deley. 465 Art. 960. Alle giften, onder de levénden gedaan, door perfo- men, die geene kinderen of afkomelingen werkelijk in le- ven hebben, op het tüdftip dat de gifte gedaan is, van welke waarde die giften ook ziÿn mogen, en onder wel- ken titel zij ook gedaan ziün, en al waren zij ook we- derkeerig of tot belooning van bewezene dienften gedaan, of zelfs huwelÿks-giften, gedaan door andere perfonen, dan die, welke aan de echtgenooten in de opgaande linie be‘laan, of door den eenen echtgenoot aan den anderen, zullen uit krachte van de wet zelve herroepen worden, door de geboorte van een wettig kind van den donateur, al was dat kind ook erst geboren na den dood van den donateur, of door de legitimatie of wettiging van een onecht kind door een opgevolgd huwelÿk, indien het zelve na de gedane gite geboren is. Art, 06€. Deze herroeping zal plaats hebben ook dan, wanneer het kind van den donateur of de donatrice, op het tid- fip van de gifte ontvangen, fchoon nog niet geboren was, Art. 962. Insgelijks zal de gifte herrocpen zün, zelfs wanneer de donataris getreden is in het bezit der yegevenc goederen, en hij in dat bezit, door den donateur, na de geboorte van het kind, gelaten is; zonder dat nogtans de dona- taris gehouden is te rug te geven de vruchten, door hem genoten, van welken aard die ook zijn mogen, dan alleen van den dag, dat aan hem de geboorte van het kind, of deszelfs wettiging door opgevolgd huwelÿk, door eene geregtelijke aanzegging, of op eenige andere behoorlike wijze, kenbaar is geworden; alis het zelis, dat de eisch, om in het bezit der gegevene goederen te rug te keeren, eerst na die bekendmaking is aangelegd, Art. 963. De goederen, begrepen onder de gifre, die uit krach- L D£EL. Gg te CES —” we, Croct RU-“yet{ 466. Liv. LIL, Tit. 11. Chap. IV. Des donations,&c. plein droit, rentreront-dans le patrimoine du dona- teur, libres de toutes charges et hypothèques du chef du donataire, sans qu'ils puissent demeurer affectés, même subsidiairement, à la restitution de la doc de la femme de ce donataire, de ses reprises ou autres conventions matrimoniales; ce qui aura liéu quand même la donation aurait été faite en faveur du mariage du donätaire et insérée dans le contrat,. et que le donateur se serait obligé comme caution, par la donation, à l'exécution du contrat de mariage.| Art. 964. Les donations ainsi révoquées ne pourront revi- vre ou avoir de nouveau leur effet, ni par la mort de l'enfant du donateur, ni par aucun acte confir- matifs et si le donateur veut donner les mêmes bièns au même donaraire, soit avant.ou après la mort de l'enfant par la naissance duquel la donation avair été révoquée, il ne le pourra faire que par une nouvelle disposition. Art. 965. Toute clause ou convention par laquelle le do- nateur aurait renoncé à la révocation de la dona- tion pour survenance d'enfant, sera regardée comme nulle, et ne pourra produire aucun elier. " Art. 966. Le donataire, ses héritiers ou ayant-cause, où autres détenteurs des choses données, ne pourront opposer là prescription pour faire valoir la donatiof révoauée par la survenance d’enfant, qu'après une possession de trente années, qui ne pourront com mencer à courir que du jour de la naissance du . der- PEL kW Î xnû den tipo dt Al qour de qui del pets fn, aus D puvelik en dut is,€ voor dé hou ni ven, OÙ vit het| gt A0 teur dé Yen w doot W pit Al king, Alle teur var geboorte hebbun, mt Du of ant niet 0) door d de pe de cer Vu he ln|; Ÿ, ue du dm Odèques à WC denim Fest à "SA ce Qui y Gté fie sérée du bligé ou n du ty UTTONX 1 par am acte cl les nés OÙ aprèl Eh dora te que pas elle 1e le Ja dx lée cons œuse, OÙ , pouiton a dont l'après 1 rront COÏ jante der. ZIK Bock, 11, Tit., IP: Hoofdft, Van gifieond. de ley. 467 te van de wet herfoepen is, zullen tot de bezittingen van. den donateur te rug keeren, vrij van alle lasten-en hiüpotheken, door den donataris daar op gelegd, zonder dat ziÿ, zelfs niet in fubfidie, verbonden kunnen blijven voor de teruggave van het huwelïksgoed van de vrouw van den donataris, of van het geeñ zÿ wéder naar ziclr neemt, Of voor de nakoming van andere overeenkom- ften, ter gelegenheid van het huwelijk aangegaan; en zal zulks plaats hebben ook dan, wanneer die gifte als eene huwelijks- gift, ten behoeve van den donataris gedaan, en daar van in het huwelÿks- contract melding gemaakt is, en dat de donateur zich, bij de acte van donatie, voor de nakoming van het huwelijks-contract als borg verbonden had. 3 | Art, 964. - De giften, alzoo herroepen zïnde, kunnen niet herle. ven, Of op nieuw van kracht zijn, noch door den dood van het Kind van den donateur, noch door eenige acte, wwaar door de gifre bekrachtigd is; en bijaldien de dona: teur die zelfde goederen aan den zelfden donataris fchen: ken wil, het zij véôr of na den dood van het kind, door welks geboorte de gifte herroepen is, zal hi zulks niet anders mogen doe”, dan bij eene nieuwe belchik- king. Art. 965. Alle clanfulen of overeenkomften, waar bij de donas teur van de herroeping der gifte, wegens. opkomende geboorte van het kind, afitand gedaan zoude mogen hebben, zal aangemerkt worden als nietig, en van gee- ne de minfte kracht zim..,.= F5 ER De donataris, zijne erfgenamen of’ regtverkrijgende, of andere bezitters der gegevene goederen, kunnen zich niet op eene verjaring‘beroepen, om de gite, welke door de geboorte van een kind herroepen 1s, van Wwaar- de te doën zÿjn, dan na een bezit van dértig jaren, die cerst beginnen te loopen van den dag der gebobrté van het jongfle kind van den donateur, al is hetzelve + Gg 2|_ | 168 Liv. III. Tite IT, Chap, IV. Des donations,&c. dernier enfant du donateur, même posthume; et ce, sans prejudice des interruptions, telles que de droit." Che Pile À EN Des dispositions testamentaires. SECTION I. Des règles générales sur la forme des tes. LAmeEns, Aït. 067. Toute personne pourra disposer par testament, soit sous le titre d’institution d’héritier, soit sous le titre de legs, soit sous toute autre dénomination propre à manifester sa volonté. Art. 968. Un testament ne pourra être fait dans le même acte par deux ou.plusieurs personnes, soit au pro- fit d’un tiers, soit à cicre de disposition réciproque et mutuelle. Art. 969. Un testament pourra être olographe, ou fait par acte public ou dans la forme mystique.- ÀArt. 970. Le testament olographe ne sera point valable, s’il n’est écrit en entier, daté et signé de la main du testateur: il n’est assujetti à aucune autre for- me," Art. 971. Een à da eut,| fikt: Ê« dezel fn W qu€ Ja fchrewe bare 4 a A 1 haïd en ondery des ten té, soi ik Jérome 15 Lo it 4 pt rènte ju fai à valab) e|a ml autre Île de gl CO] III. Boek, II, Tit., IV. Hoofd/t. Vangifteond. de le. 469 o0k fa ziynen dood geboren; en zulks onverminderd de interruptiën der verjaring, als naar regten, VIFDE HOOFDSTUK. Van de befchikkingen bij testament.| AYDEELING. Algemeene regels omirent den Yorm der testamenten. Aït. 967. Een ieder kan bij testament befchikken, het zij onder den titel van erfflelling, het ziÿj onder den titel van le- oaat, het zij onder zoodanige andere benaming, als ge- fchikt is, om zinen wil te kennen te geven. Art, 968. Een testament kan niet gemaakt worden in eene en dezclfde acte, door twee of meer perfonen, het zÿ ten voordecle van eën derden, het ziÿ onder den titel van eene wederkeerige of onderlinge befchikking. Art. 969. Een testament kan, of door den testateur zelven ge fchreven worden, of gemaakt worden bij eene open: bare acte, of in beflotene forme. Aït, 970. Æen testament, door den testateur zelven gefchreven, zal niet van waarde zijn, Zoo hetzelve niét met de hand van den testateur geheel gefchreven, gedagteekend em ondérteekend is, het is aan geeñe andere formaliteit onderworpen, D% G£g 3 Art. 97Le Pr 7 azo Liv, III. Tir. IT. Chap. P. Des dispositions,&e, Art. 971. Le testament par acte public est celui qni est reçu par deux notaires, en présence de deux té- moins, Où par un notaire, en présence de quatre témoins, Art. 972. Si le testament est recu par deux notaires, il leur est dicté par le testateur, et il doit être écrit par l’un de ces notaires, tel qu'il est dicté. S'il n'y a qu'un notaire, il doit également étre dicté par le tesrateur, et écrit par ce notaire.| Dans l’un et l’autre cas, il doit en être donné lecture au testateur, en présence des témoins. Il est fait du tout mention expresse. ft, 072: Ce testament doit être signé par le testateur: ÿe LA: ss.;,. o s'il déclare qu il ne sait où ne peut signer, il se- ra‘fait dans l'acte. mention expresse de sa dicla< ration, ainsi que de la cause qui l'empêche de signer. Att, 074. Le testament devra être signé par le témoins; et néanmoins, dans les campagnes, il suffira qu’un des deux témoins signe, si le testament est reçu par deux notaires, et que deux de quatre témoins signent, s’il est reçu par un notaire, Art. 975. Ne pourront être pris pour témoins du testa- ment par acte public, ni les légataires, a quelque titre qu'ils soient, ni leurs parens ou alliés jus- qu'au pi ja ty f fo0! tuigels 100 fn,! él do gage 100 door« gel ‘h k a tel ga Yan ht Dit testate ve, m\ kt t xxak Het WorRt än, ontet tee vie four T ges tarish Dal à ù cl qi] ë & dy 8 de y E tot| ot& kr À ler 4 notit A n Et ds soi ] L 10: mer, se de«a ch empéle à témoi Gta qui L est ri e témoin du te | quelpt Jiés ju qu “motaris gepasfeerd is.: 111..Boek IL, Tite, P.Hoofdft. Van debefchikk., enz, 473 | Art. 971. si Een testament bij openbare acte wordt gepasfeerd voor twee notarisfen, in tegenwoordigheid van twee getuigen, of voor één notaris, in tegenwoordigheid van vier ge: tuigen.| ns Art. 971. Zoo het testament gepasfeerd wordt voor twec notaris. fen, moet het aan hun door den testateur opgegeven, én door één van die notarisfen, Zoodanig als het op: gegeven is, in gefchrift gebragt worden. nr) Zoo er flechts één notaris is, moet het insgeliks _ door den testateur opgegeven, en daor den notaris gefchreven worden. ‘ In beide gevallen, moet hetzelve aan den testateur, in tegenwoordigheid der getuigen, worden voorgele- zen.; : Van alles moet uitdrukkeliïke melding worden ge- ‘maakt, Art. 973. Dit testament moet onderteekend worden door den testateur: indien hÿ verklaart, dat hi niet kan fchrij: ven, of belet wordt te onderteekenen, Zal van zï- ne verklaring, als mede van de oorzaak, die hem be- let te teekenen, in de acte uitdrukkeljke melding ge: maakt worden, Art. 074.. “Het testament moet door de getuigen onderteckend worden; niettemin zal het op het platte ind voldoende ziÿn, wanneer flechts één der twee getuigen hetzeive onderteekent, indien het testament ten overftaan van twee notarisfen gepasfeerd wordt, en dat twee van de vier getuigen teekenen, indien het testament voor één Re _ Art. 075. _Tot getuigen van een testament, bij openbare acte gemaakt, Kunnen niet genomen worden, noch de lega: tarisfen, onder welken titel de legaten ook aan hun ge maakt mogen zijn,” noch derzelver bloedverwanten of ï G£g4.. an g7o Liv. III. Tit. IT. Chap. V. Des dispositions,@e, qu'au quatrième degré inclusivement, ni les clercs des notaires par lesquels Ics actes seront recus. Art. 976. Lorsque le testateur voudra faire un testament mystique ou secret, il sera tenu de signer ses dis- poxitions soit qu'ils les ait écrites lui-même, ou qu’il les ait fait écrire par un autre. Sera le pa- pier qui contiendra ses dispositions, ou le papier qui servira d’enveloppe, s’il y en a une, clos et scellé. Le testateur le présentera ainsi clos et scellé au notaire, et à six témoins au moins, ow il le fera clore et sceller en leur présence; et il. déclarera que le contenu en ce papier est son tes- tament ecrit et signé de lui, ou écrit par un au- tre et signé de lui: le notaire en dressera l'acte de suscription, qui sera écrit sur ce papier ou sur la feuille qui servira d’enveloppe; cet acte. sera signé tant par le testateur que par le notaire, en- semble par les témoins. Tout ce que dessus sera fait de suite er sans divertir à autres acés; et en cas que le testateur, par un empêchement surve- nu depuis la signature du testament, ne' puisse signer l’acte de suscription, il sera fait mention de la déclaration qu’il en aura faite, sans qu’il _ soit besoin, en ce cas, d'augmenter le nombre des témoins. Art. 0977. Si le testareur ne sait signer, ou s’il n’a pu le faire lorsqu'il a fait écrire ses dispositions, il sera appelé à l’acte de suscription un témoin, outre le nombre porté par l’article précédent, lequel signera l'acte avec les autres témoins; et il y sera fait mention de la cause pour laquelle ce témoin aura été appelé.- Aït. 978 fl oi, gt de Ne fer M Wan qil mk ondertee À fi û pers h et wel geprui testatel de, dl bide goen[ui dt gel is, dont der gl dur Val Qt pp gclcnre testate onderte worden andere eenige testant Jan on dune Ve tét in 6 EU nd gulks: gen fe tk el kel be de O0r2x alt 1, à, L tee, et 4 été, n Sera k h 1 le jé IE,(he Si clye tMOÏ, a. >nce:#| St 5x )ar Uk sera ln ier ox acte sa re, te. ES 4 5 ét en A SUR 1e pe Em ans ll mbre à x po ke il sera jure À signer era fl oin au nf NI Boëb, IL, Tir, VHofdf. Vandebelchite., enz. 47% aangehuwden, tot in den vierden graad ingefloten, noch de klerken der notarisien, voor welken de acten gepas- feerd worden. Art. 976. Wanneer de testateur een befloten of geheim testament wil maken, zal hÿ verpligt zÿn, Ziüne befchikkingen te onderteekenen, het zij hi die zelf gefchreven heeft, het zÿ hij die door een ander heeft laten fchrijven. Het pa- pier, het welk zine befchikkingen bevat, of het papier, het welk tot een omflag dient, indien er cen omflag toe gebruikt wordt, zal gefloten en verzegeld worden. De. testateur Zal hetzelve, alzoo gefloten en verzegeld zijn- de, aan den notaris, en ten minfien aan zes getuigem aanbieden, of hij zal het in hunne tegenwoordigheid doen fluiten en verzegelén; en hij zal verklaren, dat in het gemelde papier. zÿn testament. of uiterfte wil begrepen is, door hem gefchreven en geteekend, of door een an- der gefchreven en door hem geteekend: de notaris zal daar van eene acte van fuperfcriptie opmaken, die op dat papier, of op het papier, tot omflag dienende, zal gefchreven worden; deze acte zal Zoo wel door den , als door den notaris, benevens de getuigen, onderteekend worden. Al het bovenfiaande zal gedaan worden achter elkander, Zzonder intusichen tot eenige andere acte over te gaan; en in geval de testateur, door eenige verhindering, die na de onderteekening. van het testament is opgekomen, de acte van fuperfcriptie niet kan onderteekenen, Zal van de deswegen door hem ge- dane verklaring melding gemaakt worden, zonder dat het in dit geval noodig is, om het getal der getuigen te vergrOOtens # Art. G77. Indien de testateur niet kan onderteekenen, of z00 hÿ zulks niet heeft kunnen doen, toen hij zijne befchikkine gen heeft laten fchrijven, Zal tot de acte van fuperfcrip- tie een getuige meer, boven het getal bij het vorige Arte kel bepaald, genomen worden, welke de acte, benevens de andere getuigen, onderteekenen zal; en Zzal van de oorzaak, waarom deze getuige genomen is, melding ge- maakt worden.: 2. 023 At, 978. CEE- a7s Liv. II, Tir, Il. Chap. P. Des dispositions|&e, Art. 078. à Ceux qui ne savent ou ne peuvent lire, ne: pourront faire de dispositions dans la forme du testament mystique. Art. 979. En cas que le testateur ne puisse parler, mais qu’il puisse écrire, il pourra faire un testament mysti- que, à la charge que le testament sera éntièrement écrit, daté et signé de sa main, qu’il le présentera au notaire et aux témoins, et qu’au haut de l’acte de suscription, il érira, en leur présence, que Ie papier qu'il présente est son testament: après quoi le notaire‘écrira l'acte de suscription, dans lequel il sera faic mention que le cestateur a écrit ces mots en présence du notaire et des témoins,€t séra, au surplus, observé tout ci qui est prescrit par l’article 976.-; Art. 980. Les témoins appelés pour être présens aux tes- tamens, devront être males, majeurs, sujets de: de l'Empereur, jouissant des droits civils. SECTION II. Des règles particulières sur la forme de certains testamens. Art. 981. = Les testamens des militaires et des individus em- “ployés dans les armées pourront, en quelque pays. que ce soit, être reçus par un chef de bataillon ou de escadron, ou par tout autre officier. d'un: grade supérieur, en présence de deux témoins, où | par five qeur dé en 21 qror del pull\ mn, à, à le, y à Lone à Pa, vÿ TE op €ttéry (à Prêt Ut def ie, qu pr qi dans y a brin Léo, à ES avr S alt sup , réains dus em: ue pays bataillon or. d'Ut jns, OÙ pit III. Bôëk 1. Tite, Fe Hoofaft. Van debefchikk.; enz. 475 Art. 973e| \ Zij, die niet kunmen lezen, of daar in belet worden, zullen geene belchikkingen bij befloten testament mogen maken. Art. 979. In geval de testateur niet kan fpreken, maar wel fchrijven, Zal hij een befloten testament kunnen maken,| mits dat hetzelve met züne hand geheel geichreven, ge- dagteckend en onderteckend worde, dat hi het zelve aan den notaris en getuigen aanbiede, en hi boven de acte van fuperfcriptie in hunne tegenwoordigheid fchrijve, dat het papier, het welk hij hun aanbiedt, zijn testa- ment is: waar na de notaris de acte van fuperfcriptie fchrijven zal, en daar in melding maken, dat de testa- teur die woorden in tegenwoordigheid van den notaris, en van de getuigen, gefchreven heeft; en zal bovendien worden in acht genomen al het geen bij Artikel 676 be- paald is.| Art. 930. De getuigen, gerocpen om bij het maken van testa- menten tegenwoordig te zijn, mocten zijn van het mans nelijk gellacht, mecrderjarig, onderdanen van den Kei- zer, de burgerlijke regten genietende. TIWEEDE AFDEELING. fi; Bijzondere regels omtrent den vorm Yan zekere _destainenten. à . Art. o8r. Testamenten van krijgslieden, en van perfonen in dé’ legers gebruikt wordende, kunnen, in welk land zij zich ook bevinden, gebasfcerd worden voor eenen chef var het bataillon of escadron, of voor een ander officier van hcogen rang, in tegenwoordigheid van twee nie ;\Ÿ Of 476 Liv. III, Tir. 11. Chap. VW. Des dispositions,&e: par deux commissaires des guerres, ou par un de ces commissaires en présence de deux témoins. Art. 082. Ils pourront encore, si le testateur est malade ou blessé, être reçus par l'officier de santé en chef, assisté du commandant militaire chargé de la police de l’hospice. Art. 983. Les dispositions des articles ci-dessus n’auront lieu qu’en faveur de ceux qui seront en expédition militaire, ou en quartier où en garnison hors du territoire français, ou prisonniers chez l'ennemi; sans que ceux qui seront en quartier ou en garni- son dans le intéreur puissent en profiter, à moins qu'ils ne se trouvent dans une place assiégée ou dans une citadelle et autres lieux dont les portes soient fermées et les communications interrompues Li x cause de la guerre. Art. 984. Le testament fait dans la forme ci-dessus éta- blie, sera nul six mois après que le restateur sera revenu dans un lieu où il aura la liberté d’em- ployer les formes ordinaires. Art. 985. Les testamens faits dans un lieu avec lequel toute communication sera interceptée à cause de la peste ou autre maladie contagieuse, pourront être faits de- vant le juge de paix, ou devant l’un des officiers municipaux de la commune, en présence de deux témoins.|: Art, 986" ebbe, frite Franche got fou 2] gich in tag€ ä, den 0 Ê remal Fe) m phuts, ml ken, De de fnete Vo! muni tive A Par 1 de toits, est tale Sé à Char 4 IS t'a Expédh n hont l'en: en gi 11 SSL n Les pors ETIOpUS asus À teur M é da el toute fa peste aits de officiers je de 14 sl “hospitaal belast, Y1x Boek II. Tir, V. Hoofaf. Van debefchikk., enz. 477 of voor twee commisfarisfen van oorlog, of voor één van die commisfarisfen, in tegenwoordigheid van twcs getuigen. _ Art. 982. Deze testamenten kunnen:00K, ïindien de testateur ziek of gewond is, gepasferd worden voor den oppet- flen ambtenaar van gezondheïid, in tegenwoordigheid van den militairen commandant, met het toezigt over het L| Art. 083) De bepalingen der vorige Artikelen zullen geene plaats hebben, dan ten behoeve van de genen, die op eenen krigstogt, of in kwartier, of in garnifoen buiten het Franfche grondgebied, of bij den vijand gevangen zijn; zonder dat zij, die binnen?s lands in kwartier Of garni= foen zijn, daar van gebruik kunnen maken, ten Ware ziÿ zich in eene belegerde plaats bevinden, of in eene ves- ting en andére plaatfen, waar van de poorten gefloten ziÿn, en de gemeenfchap met dezelven, uit hoofde van den oorlog, geftremd is. .. Art. 984. Een testament in den vorm, hier voren opgegeven, gemaakt, Zal nietig zün na verloop van Zes maanden; na dat de testateur zal zijn te rug gekomen, op eene plats, waar hÿ de vrijheid heeft, om de gewone for- He tot het maken van een testament te gebrui- en. Art. 985 De testamenten, gemaakt op eene plaats, met welke alle gemeenfchap, uit hoofde van de pest of andere‘be- fmettelijke ziekte geltremd is, kunnen gemaakt worden voor den vrederester, of voor één der leden van, de municipaliteit der gemeente, in tegenwoordigheid van twee getuigen. se Art. 986. «478 Liv. LI, TH. Chap. Ve Des dispositions,@ci Art. 966, Cette disposition aura lieu, tant à l'égard de ceux qui seraient attaqués de ces maladies, que de ceux qui seraient dans les lieux qui en Un: infec- tés, encore. qu‘ils ne fussent pas séiéellemens ma lades, Art. 987. ent Les testamens mentionnés aux deux précédens “articles, deviendront nuls six mois après que les communications auront été rétablies dans le lieu où le testateur se trouve» OÙ six mois après qu'il aura passé dans un lieu-où elles ne seront point in- terrompues. Art. 988. Les testamens faits sur mer, dans le cours d’un voyage, pourront être reçus, savoir. À bord des vaisseaux et, autres bârimens de l'Empereur, par l'officier commandant le bâtiment, ou, à son défaut, par celui qui le su: pplée dans l’ordre du service, l’un ou. l’autre conjointement avec l'officier d'administration ou avec celui qui en remplit les fonctions:; Er à bord des: bâtimens de commerce, par lé: crivain du navire où celui qui en fait les fonctions, l’un ou l’autre conjointement avec le capitaine, le maître Ou Île patron, ou, à leur défaut, FL ceux qui les remplacent. Dans tous les cas, ces testamens devront être reçus en présence de deux témoins.| Ârt. 9 39 9. F Sur les bâtimens de l'Empereur, le testament du capitaine ou celui de l'officier d'administration, et sur les bâtimens de commerce, celui du capi- taine, du maître ou patron, Ou celui de l’écrivain, | pour- rw| gi, ds Y | vides fc De test | gen, M testaleur: pad nd Î, gelke die$ tebben, De text ge gl A d VaartLi get {chip vor SEA\ of ander met den le aan er 10 À Wrarneemt | Kapen 0 door hun lo alle den in te Op de Cepsk te, û Wa{che nr, lé l: ls, qu à À SON inf, lea à IX préc PE qu lu durs ke jy $ aptà OU pi à(00 d'u bârines à le biüner upplés du joies celui 4 e, prié foncis, taie À par rront ét estament ration qu cap écrivain, pour LIT. Bock II Tit., VW. Hoofdfi. Van debechikk,, enz, 479 Art. 986,| - Deze bepaling zal plaats hebben, zoo wel ten opzich- te van hun, die door voorfchrevene ziekten aangetast zÿn, als van hun, die zich op de befmette plaatfen be- vinden, fchoon zï zelve nog niet dadelÿk ziek zijn Art, 987. De testamenten, in de twee voorgaande Artikelen ver- meld, zullen nietig worden na verloop van zes maan- den, na dat de gemeenfchap met de plaats,.waar de testateur zich bevindt, herfteld Zzal zijn; of na zes maanden, na dat hi Zich naar eene andere plaats, met welke die gemeenfchap niet is afgebroken, Zal‘begeven hebben. Art. 988.. De testamenten, gedurende den loop cener reize, op zee gemaakt, kunnen gepasfeerd worden, als volgt: Aan boord der Keizerlijke oorlogfchepen en andere vaartuigen, voor den. officier, die het gebied op het fchip voert, of bi ontbreken van denzelven, voor den genen, die zijne plaats in den dienst vervult; de cen of andere te zamen met den officier van adminiftratie, of met den genen, die zijne bediening waarneemt; En aan boord van koopvaardifchepen, voor den fchrij ver vau het fchip, of den genen, welke die bédiening wäarneemt, de een of andere te zamen met den fcheeps- kapitein of fchipper. of bij ontbreken van denzelven, door hun, die derzelver plaats vervullen. In allen gevalle moeten deze testamenten gemaakt wor- den in tegenwoordigheid van twee getuigen. Aït. 989. Op de Keïzerlike fchepen kan het testament van den fcheepskapitein, of van den officier,‘die het beftuur hceft, en op de koopvaardijfchepen het testament van den fcheepskapitein ,; van den ichipper, of van TA Le: à ï: iChTiys a$o Liv. IIL. Tir. II, Chap. V, Des dispositions,&c, pourront être reçus par ceux qui viennent après > eux dans l’ordre du service, en se conformant pour le surplus aux dispositions de l’article précédent, Art. 990. Dans tous les cas, il sera fait un double orioi- wal des testamens mentionnés aux deux articles prés cédens. : Art. 991. Si le bâtiment aborde dans un port étranger dans lequel se trouve un consul de France, ceux qui auront reçu le testament seront tenus de déposer lun des originaux, clos ou cacheté, entre les mains de ce consul, qui le fera parvenir au Mi- nistre de la marines et celui-ci en fera faire le dépot au greffe de la justice de paix du lieu du domicile du testareur. Art. 992. ‘Au retour du bâtiment en France, soit dans le port de l'armement, soit dans un port autre que celui de l’armement, les deux originaux du testa- ment, également clos et cachetés, ou l'original qui resteraic, si, conformément à l’article précé- dent, l’autre avait été déposé pendant le cours du voyage, seront rèmis au bureau du préposé de Vinscription maritime; ce préposé les fera passer sans délai au Ministre de la marine, qui en ordon- nera le dépôt, ainsi qu'il est dit au même article. Art. 993. Il sera fait mention sur le rôle du bâtiment, à la marge, du nom du testateur, de la remise qui aura été faite des originaux du testament, soit en- tre les mains d’un consul, soit au bureau d’un préposé de l'inscription maritime. Art, 994 ets ge f a& 0 fige quil| geule ja in, in À gent [diet | pen Fra voor tele tes den Con nier d in bear oonphu bi de in de M andere À oorfpron gs( dien, je, gel worden den der 1 temar ZAl der maritk Ven VA Artikel hé! Worden 1 ting dt Yan een tn, à wngefel (oz it)&e, rte ik Norma récit, eo Km pot de “Trance,@ Q$ db é,& venir al. fera fx) du x soit dan autre{ gx du#5 ou l'in rich té le ni répoi à fera pif | en or! éme ar ariment,| remise€ L, SO pren de 99! JIL. Bock II: Tit.. Hoofif. Vandebehhikk:;, enr 48% fchriver gepasferd worden voor hun, dié op dezélven in de orde van den dienst volgen, zich voor het ove- tige naar de bepalingen van het vorige Artikel gedra- gendes à Aït. 990ù: In alleñ gevallé zal van de oorfpronkelikke testament ten, in de twee vorige Artikelen vermeld; cen dubbeld gemaakt worden. Art. g9Ie Indien het fchip in eene vreemde haven, war zich een Franfche Conful bevindt, binnen loopt, zullen Zÿ3 voor wien het testament gepasféerd is, één der oorfpron= *“kelijke testamenten, gefloten of verzegeld, in handen van dien Conful ter bewaring geven, die hét zelve aan den Minister der marine zenden zal; en deze zal het zelve in bewaring geven ter griflie van den vrederegter van dé Wwoonplaats van den téstateur. Art. 992. Bi de terugkomst van het fchip in Frankrik, hêt zi in de haven, waar het uitgerust is, liet zij in eenige andere haven, dan die der uitrusting, moeten de twee oorfpronkelijke testamenten, insgelijks gefloten en vérze- geld, of het overgebleven oorfpronkelik testament, in« dien, overéenkomitig het voorgaande Artikel,‘het ande- re, gedurende de reize, in bewaring gegeven is, gébragt worden aan het bureau van den geen, die tot het hou: den der rolleu van het zeevolk is aangelteld; deze amb- tenaar zal het zelve onverwiäld zenden aan den Minister der marine, die de noodige orde tot het in bewaring ge» ven van het zelve geven zal; z00 als in het voorgaande Artikel gezegd is. à In de fcheeps-rol; op den kant, zal melding.gemaakt worden van den naam des testateurs, en van de uitleve- ring der oorfpronkelijke testamenten, het zij in handeñ van eenen Conful, het zij aan het bureau Van den ge- nén, die tot hét houden der rollen van Het zeevolk is sangefteld: UE. DEELS: HR Art, 99h. 4% Liv, HI. Ti, IT. Chap, PV, Des dispositions,&e. Aït. 094.: Le testament ne sera point réputé fait en mer, quoiqu'il l'ait été dans le cours du voyage, si, au temps où il a été fait, le navire avoit abordé une terre, soit étrangère, soit de la domination française, où il y aurait un officier public français: auquel cas, il ne sera valable qu’autant qu’il aura été dressé suivant les formes prescrites en France, ou suivant celles usitées dans les pays où il aura été fait Art. 095. Les dispositions ci-dessus seront communes aux testamens faits par les simples passagers qui ne feront point partie de l'équipage. Art. 096. Le testament fait sur mer, en la forme prescrite par l’article 988, ne sera valable qu’autant que le tesrateur mourra en mer, ou dans les trois mois après qu’il sera descendu à terre, et dans un lieu où il aura pu le refaire dans les formes ordi- naires, Art. 997. Le testament fait sur mer ne pourra contenir aucune disposition au profit des officiers du vais- seau, s'ils ne sont parens du testateur. Art. 998. Les testamens compris dans les articles ci-dessus de la présente section, seront signés par les testa- teurs et par ceux qui les auront reçus. Si le testareur déclare qu’il ne sait où ne peut signer, il sera fait mention de sa déclaration, ainsi que de la cause qui l’empêche de signer. Dans: testamel fcheeps" fn Ait. gi; binne de “OT x Den du Dre pate au qu les vo moi: ns on li formes vi ra CU rs du g çi-dei r les til où ation) ui Ï, Du T1, Boek 1. it., V. Hoofäfl. Wan de befchikks, en2. 48% Aït, 094. Geen testament Zäl géacht worden op zée gemaakt té gÿn, fchoon hetzelve gedurende de reize gemaakt is, wanneer, ten tijde der making, het fchip in een vreemel land, of in éen land onder de Franfche heerfehappij be* hoorende, waat Zich een openbaar Fransch ambtenaar bevond, was binnen géloopeñ: in welk geval het zelve dan alleen van waarde zal zijn, in 200 verre hét, over- eenkomitig den vorin in Frankrik voorgefchreven, of volgens den vorm in dat land gebruikeliÿjk, gemaakt is. Aït. 995 De voorgemelde bepalingen zijn mede toepasfelik op testamenten, gemaakt, door pasfagiers ,; die onder-het fcheepsvolk niet behooren. Aït. 996, + Ten testament, op Zee gemaakt, in den vor, bi Aït. 988 voorgefchrevens zal dan alleen van waarde #ÿn, wanneer de testateut Op Zee komt te fterven, of, binnen drie maanden, na dat hi aan land zal zin geko- inen, en wel op cene plaats, Waar hÿ hét testament if den gewonen vorm heeft kunnen hermaken. Art. 097- Een testament, op Zee gemaakt, zal geeñe befchikking mogen inhouden ten voordeelé der officieren van het fchip, zoo dezelve geene bloedverwanten var den testa- teur zÿn.: a 7e Art. 998. De testamenten, in de voorgaande Artikelen van deze Afdeeling vermeld, zullen door de testateurs, en door de genen, voor. wien zij gepasfeerd zÿn, onderteekend worden. se Fe. Indien de testateur verklaart, dat hi niet fchriven kan, of belet wordt te teckenen, zal van die Zine Ver: klaring melding worden gemaakt, als mede van de vor- zaak, welke hem belet te onderteckenen.', ha* 484 Liv: ZIL. Pie. LI, Chap. PV. Des dispositions| Bo. Dans les cas où Îa présence de deux témoins est requise, le testament sera signé au moins par Jun d'eux, et il sera fait mention de la cause pour laquelle l’autre n'aura pas signé, Art. 999: Un Français qui se trouvera en pays étranger‘ pourra faire ses dispositions testamentaires par De sous signature privée; ainsi qu’il est prescrit en l’article 970, ou par acte authentique, avec les formes usitées dans le lieu où cet acte sera passé. Art. 1000. Les testarnens faits en pays étranger ne pourront être exécutés sur les biens situés en France, qu’z. pres avoir été enregistrés au bureau du domicile du testateur, s’il en a conservé un, sinon au bu- reau de son dernier domicile connu en Frances et dans le cas où le testament contiendrait des dispo- siions d'immeubles qui, y seraient situés, il devra être, en outre, enregistré au bureau de la situa- tion de ces immeubles, sans qu’il puisse être exigé un double droit. Aït, 10017. Les formalités auxquelles les divers testamens sont assujettis par les dispositions de Ia présente section et de la précédente, doivent être observées à peine de nullité.. SE C- id fi sf gd or D gate L gare fer al 2 der Zi tj A te, il fard h tes qe kr lun, 0 hais 9 tout jratlte ht te gode ze, Dune leger gevoit Rf enter en V0 \yorde IHôty à (ii IL, Bock IT. Tit., Vs Hoofäfl. Vandebelchikk:, en. 48s leu{ Lis L noix ù In geval de tegenwoordigheid van twee getuigen ver- ko eischt wordt. zal het testament, ten minften door één van hun, ondertekend worden, en men zal melding maken van de oorzaik, waarom de andere getuige nièt getcekend heeït.-\ 1YS do* Att. 999: LS pr Een Franfche, die zich in een vreemd land bevindt, zal züÿne uiterfte wils' befchikkingen maken bij acte, on- À der zijne cigene. gewone handteckening, 200 als zulks ES bi Artikel 970 is vastgelteld, of bij eene authentieke ac- ap te, in den vorm, op de plaats, Wwaar die acte gepas- ferd wordt, gebruikelÿk. g “ Art. 1000. ane, y, De testamenten, in een vreemd land gemaakt; bebbet du dis geene kracht ten aanzien van goederen, in Frankrik ge- meet legen, dan na aan h6t bureau van des testateurs. WOOIL- dr plaats geregistreerd te zin, indien hij eene woonplaats: Francs e behouden heeft, zoo niet, aan het bureau van zijne ds de laatfte bekende woonplaats, in Frankxrijk; en in geval si dr het testament befchikkingen bevat over de onrocrende b L due goederen, die aldaar gelegen zouden mogen zijn, zal het SUR zelve, bovendien, geregistreerd.moeten worden aan het da bureau van de plaats, waar die onroerende goederen ge- legen zijn, zonder dat daar voor een dubbeld regt kan gevorderd worden,- - Art 1001.| (esta_..: prés De formaliteiten, waar aan de onderfcheidene testa: menten, volgens de bépalingen van de’ tegenwoordige obserts en voorgaande Afdeelingen, onderworpen zijn, moëten worden in acht genomen, op ftraffle van nietigheid. 12: … Hh D E R- . C9 as6 Liv. AL, Tir, II, Chap, P. Des dispositions, Be. DL CTEON-UE, Des institutions d'héritier, et des legs en général, Art. 1002, Les dispositions testamentaires sont ou univer- selles, ou.à titre universel, ou à titre particulier, Chacune de ces dispositions, soit qu'elle ait été faite sous la dénomination d'institution d’heritier, soit qu'elle ait été faite sous la dénomination de degs, produira son effet suivant les règles ci-après établies pour legs universels, pour les legs à titre universel, et pour les legs particuliers,| SECTION W, Du legs univerfcl Art. 1003. Le less universel'est la’ disposition testamentai- re par laquelle le testateur donne à une ou plu- sieurs personnes: l’universalité des biens qu'il lais- sera à son décès. Art, 1004. Lorsqu’au décès du testäteur il y a des héritiers auxquels une quotité de ses biens est réservée par la loi, çes héritiers sont saisis de plein droit, par sa mort, de tous les biens de la succession; et le légataire universel est tenu de leur demander la dé- livrance des biens compris dans le testament. Art. 1005. De 1 ont ditel, BK onder d ous gb, hé gntreit de on Be sr gode ie ll cenal vel kom val late de pen, in, n air, Bock, LE, Tit. ,V, Hoofaf. Van debefchikk, senz. 497 DERDE AFDEELING, la Van de erffrellingen en legaten in heë alges MCE: Tr Art. 1002, toux, De uiterfle wils befchikkingen zÿn of algemeene, of * En onder eenen algemeenen; of onder eenen bizonderen tn é” L Ga) titel e:“ee al dk, Elk dezer befchikkingen, het zi dezelve gedaan is (oi dk onder de benaming van erfftelling, het zÿ onder de be= om naming van legaat, zal kracht hebben, volgens de re« les cn gels, hier na vastgefteld, omtrent de algemeene legaten, $ Je 4 omtrent de legaten onder eenen algemeenen, en omirent dé die onder eenen bijzonderen titele } VIERDE AFDEZLING. Van algemeene légaten À - Aït. 1003. Een algemeen legaat is. eene uiterfte wils befchikking, tesrats waar bij de testateur aan één of meer perfonen alle de ne 1 goederen geeft, welken hij op zin overlijden zal nala w ten.| . Art. 1004: Wanneer er, bij het overlijden van den testateur, erf- genamen zijn, ten wier behoeven een gedeelte Zziner »s Hérité goederen door de wet buiten befchikking gefteld is, komen die erfgenamen, door zinen dood, uit krachte caegée fl pad F van de wet, in het bezit van alle de goederen der na: droit, pi latenfchap; en de algemeene legataris is gehouden, om sI0D; À L de uitkeering van de goederen,‘in het testament begre- der ke pen, van hun te eifchen. iflle Ar, 1005 ee Hh 4 Art. 100%.- 88 Liv. LIL, Tir, IL, Chap. P,. Des dispositions,&e,* Art. 1005, Néanmoins, dans les mêmes cas, le légataire universel aura la jouissance des biens Compris dans le testameñt, à coimpter du Jour du décès, si la demande en délivrance a‘été faite dans l'année, depuis cette époqué; sinon, cette jouissance“ commencera que du: jour‘ de la demande formée en justice... ou,.du jour.que la délivrance aurait éte volontairement consentie, 6! Pots Art. 1006: = Lorsqu’at au décès du testateur< n'y aura pas d’ hé ritiers auxquels tne quotité de ses biens’ soit ré- servée je loi, le légaraire universel sera saisi de plein droit par la mort du testateur, sans être tenu de demander la délivrance, Art. 1007: Tout testament. olographe sera, avant d'être mis à exécution, présenté au président du tri- bunal de première instance de l’arrondissement dans lequel la succèssion‘ est ouverte. Ce testa- ment sera! ouvert, s'il est cacheté: Le président dressera procès-verba al de la présentation, de l’ouver- ture et‘de. l’état‘du téstament, dont î ordonnera le dépêt entre les mains du notaire par lui coin mis. SL 416: testament est dans la forme mystique. sa présentation, son ouverture ,.sa description et.-son dépôt seront faits de la même. manière; mais l’ou- vérture ne.pourra se faire qu’en présence de: ceux des notaires et. des témoins; signataires de l’âcte de ‘Süscription; qui se trouveront sur les lieux, ou eux appelés. Aït, 1008, Î JA fu, Net m jé, i Es gen 1S das di da mel Wan erfgeramé qu& go $, nl de ne di gene| de uitkett Ekt ven À, worden van de nahtene verzegel jet aan | testament handea 1 ter beurs Zoo opening, like wi da wo feu«| teckend ia Den avant Le ident à ronde: ,(im F pr , de le: fi Lorie ar it ystique à on& mais Li de 'ice d jeux, À AL) {ITS Bock, IL, Tit,, VA Hoofdf. Van debefihikk., enz. 489 Art, 1005, Niettemin hecft-de algemeene legataris, in dezelve ge- vallen het genot der goederen, in het testament begre- pen, te rekenen van den dag. van het overliïden, indien de eisch tot uitkeering, binnen een, jaar na dien td, daan is: Zoo niet, zal dit genot eerst beginnen van ue dag, dat de eisch in régten gedaan is, of van den dag; dat men vrjwillig in de“uickeering zal hebben toegeftemd. "Art. 1006. Wanneer» bij het overliden van‘den testateur+. geene erfgenamen aanwezig zijn, ten wier behoeve een gede elte ziner goe deren door de wet buiten befchikking gefteld is, zal de algemeene legataris, uit krachte van de Wet, door den dood van den” testateur, in het bezit der na- gelatene goederen komen, zonder verpligt te zijn om de uitkeering te vorderen.;; Aït. 1007. Eïk testament, dat gcheel door den testateur gefchre. ven is, moet, alvorens het eenige werking hebben kan, worden aangeboden‘aan den prefident van de regtbank van de cerfle inftantie in het arrondisfement, alwaar de nalatenfchap gevallen is, Dit testament zal, zoo het verzegeld is, geopend® worden, De prefident zal van het aanbieden, de opening, en de gefteldheid van“het testament, een proces-vérbaal opmaken, het welk hi in handen van eenen notaris, door hem j' toc benoemd, ter bewaring geven Zale Zoo‘het een befloten testament is, zal de aanbiediug, opening, befchrijving en bewaring van het zelvè, op gé- lÿke wijze plaats hebben; dochde-opemng kan niet ge- daan worden, dan‘in, tegenwoordigheid van die notaris- fen en getüigen, welke de acte van fuperfcriptie onder: teckend hebben, die zich daar ter plaatfe bevinden; of na hen daar toc Es Va te hebben, éoo Liv. ZI, Te, IL. Chap. V. Des dispositions, Ge, Art. 1008. Dans le cas de l'article 1006, si le testament est olographe ou mystique, le légataire universel sera tenu de se faire envoyer en possession, per une ordonnance du président, misè au bas d’une requête, à laquelle sera joint l’acte de dépôt. Art. 1009, Le légaraire universel qui sera en concours avec un héritier auquel la loi réserve une quotité des biens, sera tenu des dettes et charges de la suc. cession du testateur, personnellement pour sa part et portion, et hypothécairement pour le tout; et il sera tenu d'acquitter tous les legs, sauf le cas de réduction, ainsi qu'il est expliqué aux articles 926 et 927.| SECTION. F De legs à titre universel. Ârt. 1010. % Le leps à titre universel est celui par lequel Île téstateur lègue une quote-part des biens dont la loi lui permet de disposer, telle qu’une moitie, un tiers, Ou tous ses immeubles, ou tout son mo- bilier, ou une quotité fixe de tous ses immeubles ou de tout son mobilier. Tout autre legs ne forme qu'une Au ci à titre particulier. Aït. 1011. Les légataires à tire universel seront tenus de demander“tu délivrance aux héritiers auxquels une quo- bé né tstmeil pelotené ondel door él ingelien wars De: cet, goes tel tell quo {den en AS poudens na Een put Wat hf, alle z dk 7 lente Al Kinge De dl, tie FA Unies on, LT 1 ds de ed Contour 0e quotité du ges&k NN DOUr Ni pr Lt lets os, auf ke ur are par le! iens(ti e moi jour dE es in AIT, Bock» I Tite a Pe Hoofaf. Van de befchikk.;enz. 494 Art. 1008, In het geval, bi Artikel 1006 bepaald, indien het testament geheel door den testateur gefchreven, of in beflotene forme gemaakt is, Zal de algemeene lesataris gchouden zijn, om zich in het bezit te doen fiellen, door een bevel van den prefident, onder het daar toe ingediend rekwest gefteld, waar aan de acte van be- waargeving gehecht zal worden. Art. 1009. De algemeene legataris, die te zamen met eenen erfe genaam, ten wiens behoëve de wet een gedeelte der soederen buiten befchikking gefteld heeft, tot de nala- tenfchap komt, Zal voor zijn aandeel perfoonlÿk, en voor het geheel uit krachte van hijpotheck, voor dé fchulden en lasten der. nalatenfchap aanfprakelÿk Zzÿn; en zal mede verpligt zÿn,. alle legaten te voldoen, be= houdens het rest van reductie of vermindering, z00 als het zelve bij Art. 9:6 en 927 ontvouwd is, VIYFDE AFDEELING. Van legaten onder eenen algemeenen titel. Aït, 1010. Een legaat onder eenen algemeenen titel heeft plaats, wanneer de testateur een bepaald gedeelie zijner goederen, waar over de wet hem de befchikking toeftaat, als de helft, een derde, of alle zijne onroerende gocderen, of alle zine roerende goederen, of een bepaald gedeelte van alle Ziÿne roerende of onroerende goederen, maakt Of legatecrt. Alle andere legaten of makingen ziÿn flechts befchik- kingen onder eenen bijzonderen titel, Art. IOI I. De legatarisfen onder eenen salgemeenen titel zijn vers pligt, om de uitkeering te eifchen van de erfgenamen, c ten 492 Liv. II. Dit. IL, Chap. Pa Des dispositions, Pes quotité des biens est réservée par la loi; à leur défaut, aux légataires universels, et à défaut de ceux-ci, aux héritiers appelés dans l’ordre établi au titre des fuccessions, Aït. ïoro. Le légataire à titre universel sera tenu, comme le légataire universel, des dettes et charges de la succession du testateur, personnellement pour sa part et portion, et hypothécairement pour le tout. Ârt. 1013, Lorsque le testateur n'aura disposé que d'une quotité:de la portion disponible, et qu’il l'aura fait à tüütre universel, ce légataire sera tenu d’ac- quitter les legs particuliers par contribution avec les héritiers naturels. LÉ SECTION F1. Des legs particuliers. Ârt. 1014. Tout legs pur et simple donnera au légataire, du jour du décès du testareur, un droit transmissi- ble à ses héritiers ou ayant-cause.| Néanmoins le légataire particulier ne pourra se mettre en possession de la chose léguée, ni en prétendre les fruits.ou intérêts. qu’à compter du jour de sa demande en délivrance, formée, suivant l'ordre établi par l’article ro1r, où du jour au- quel cette délivrance lui aurait été volontairement consentie,| Fairs Art, 101: | ten ange eee de ak | fers gén | mt& hd, te Mk 7 | ler, | teurs | Op 2 Echte | bit fe de vruct den dt op den 0Ë van B(ogge OS qu et@ le Se top dan Ibis by in lé Île cran e_ pour! uée, n° complt! née SE. lu jour#. ontarente Art, IS ri, Boek; 1 Tir. Pre Hoofdf. Vündebelchik. ehé 498 ten wier behoeven een gedeelte. der goederen door de wet buiten befchikking gefteld is; en bij ontbreken van de- zélven, vän de algemeene legatarisien, en dezen méede ontbrekende, van de erfgenamen, Zoo als die, volgens de orde, bij den Titel van erfvo/gingen bepaald, ge- roepen worden. Art. 1019. De legataris onder eenen algemeenen titel is, even geliÿk de algemeene legataris, voor zijn aandeel perfooti- lÿjk, en voor het geheel uit krachte van hipotheek, voor de fchulden en lasten van des testateurs nala- tenfchap aanfprakelik.: Art. 1013. Wanneer de testateur flechts befchikt hecft over een gedeelte der goederen, waar over hi befchikken kon, en zulks onder eenen algemeenen titel, zal deze lega- taris gehouden zÿn, om de bizondere legaten te zamen met de natuurlÿke erfgenamen, ïieder naar evenredig- _heid, te voldoen. ZESDE AFDEËELING Wan bijzondere legaten. Aït: 1014. Alle zuivere en eenvoudige legaten geven aan den legataris, van den dag van het overlÿden des testa- teurs af, een regt tot de. gelegateerde zaak, welk regt: op zijne erfgenamen of regtverkrijgenden overgaat. Echter kan de bijzondere legataris zich niet in het bezit flellen van de gelegateerde:zaak, noch daar van de vruchten of interesfen vorderen, dan met en zedert den dag van het doen van zïjnen eisch tot uitkecring, op den voet van het geen bij Art. 1o1r is vastgefteld, of van den dag, waar op hem de uitkeering vriwillig is toegeftaan,;° eee : BA. Aït, 1015 _ava Liv, AIT, Tir, ÊL Chap. PV, Des dispositions,@e. Art: 1015: Les intérêts ou ffüits de la chose léguée cour- ront au profit du légataire, dès le jour du décès, et sans qu'il ait formé sa demande en justice, 1°, Lorsque le testateur aura expressément dé: claré sa volonté, à cet égard, dans le testament; 2°, Lorsqu'une rente viagère où une pension aura été léguée à titre d’alimens.| Art, 1016. Les frais de la demande en délivrance seront à ja charge de la succession, sans néanmoins qu’il puisse en résulter de réduction de la réserve lé- gale.: Les droits d'enregistrement seront dus par le légataire. Le tout, s'il n’en a été autrement ordonné pat le testament. Chaque legs pourra être enregistré séparément, sans que cet enregistrement puisse profiter à aucun autre qu’au légataire ou à ses ayant- case. Art. 1017. Les héritiers du testateur, ou autres déhiteurs d’un legs, seront personnellement tenus de l'acquit- ter, chacun au prorata de la part et portion dont ils profiteront dans la succession.: Ils en seront tenus hypothécairement pour le tout, jusqu’à concurrence de la valeur des‘immeu- bles de la succession dont ils seront détenteurs. Art. 1016. \ e* La chose léguée sera délivrée avec les acces- soires nécessaires, et dans l’état où elle se trou- vera au jour du décès du donateur. Aaï. 1019: jet teStal @,(\ 1 fr ml De fo jte val | joie,/ | rl yelk de\ je ko pit À sit and EX gondet buien Ven De€ ms V pafoonl cette 1: tn be wa de De let g fut, werljd Pin 8 e ls te ju td ie APN À et ]l te ki ira vy nhéaamis à : da ré! ont 4 nt ay tré sue profiter Lt e. Caux, utres us def ports ment ll des im détenteurs. ec les pl ele« ju 19) ZI. Bock, II. Tite,. Hooffi. Van de befehitk, es. 408 | Aït. 1015.. De interesfen of vruchten van de gelegateerde zaak loopen ten voordecle van den legataris, van den dag van het overlijden, en Zonder dat hi in regten eisch gedaan heeft,| 1. Wanneer de testateur zijnen wil daaromtrent in het testament uitdrukkelijk verklaard heeft; °°. Wanneer eene liüfrente of een jaargeld, onder den titel van onderhoud, is gelegaieerd, Aït. 1016. De kosten van den eisch tot uitkeering komen ten jaste van de nalatenfchap, zonder dat nogtans, uit dien heofde, iets gekort kan worden aan het gedeelte, het. welk de wet buiten befchikking gefteld heeft, De kosten van registratie zijn door den legataris ver. fchuldigd.- _ Dit alles hecft plaats, indien bij testament hieromirent mict anders befchikt is, Elk legaat kan afzonderliÿk worden geregistreerd, zonder dat die registratie eenig voordeel aan iemand, buiren den legataris of zine regtverkrijgenden, kan te wees brengen.| Aït. 1017. De erfgenamen van den testateur, of andere fchulde- naars van een legaat, zijn toi de voldoening daar van - perfoonliÿk verbonden, elk in evenredigheid van het gedeelte, het welk zij van de nalatenfchap genieten. Zi ziÿn hÿpothecair voor het geheel aanfprakelÿk, ten beloope van de waarde der onroérende goederen van de nalatenfchap, welken zij bezitten. . Art. 1018. De gelegateerde zaak zal uitgekeerd worden, met al het geen daar toe noodwendig behoort, en in den ftaat, waar in zij zich op den dag van des donateurs overljden bevindt. Horse Art. 1019. 606 Liv, HI. Tits II, Chap: P. Des dispositions, Se: Art. 1019. Lorsque celui qui a légué la propriété d’ün im- meuble, l’a ensuite augmentée par des acquisi- tions, Ces acquisitions, fussent- elles contiguës, ne seront pas censées, sans une nouvelle disposition faire partie du légs. Il en sera autrement des embellissemens, où des constructions nouvelles faites sur le fonds légué, ou d’un enclos dont lé testateur aurait augmenté l’éh: ceinte: Art. 1020: Si, avant Îe testament où depuis, la chose lé- guée a été hypothéquée pour une dette de la suc- cession, ou même pour la dette d’un tiers, où si: cile est grevée d’un usufruit, celui qui doit ac- quitter le legs n’est. point tenu de la dégager, à ë moins qu'il n'ait été chargé de le faire. par une disposition expresse du testateur. . Art. 1001. Lorsque le testateur aura légué la chose d'iu- trui, le legs sera nul, soit que le testateur aït connu ou non qu'elle ne lui appartenait pas. Âtt. I1020.. Lorsque n legs sera d’une chose indéterminée; Vhéritier ne sera pas obligé de la donner de la meilleure qualité, et il ne pourra l’offrir de la plus mauvaise. Art. 1093. 1Le fes dia au créancier ne sera pas censé en compensation de sa créance, ni le legs fait au do- mestique en compensation de ses g'ages: , Aït. 1024: ÿ #rbu LU gl ek ain al Ware gun| qua het Het ieune makts tent À Jodien greg tel : ok 1 sk gel,{ ft got i el ki ÿ Ÿ! ter tr, toebehc Va 4 dk€ ma| Fu deszel 300 fl derzels \p line« fl ons‘de tièté di k [ des à | Con, Île don, SEE, à ouh lg, aug J , lc! ete à be Un Ur, pi | qu dis k dur, l fi ju a ca de e ty! nait 1 Indérernts donner à Ï de hi Î as cm fait au d PTT ir, Boeck, 11. Tit, ,V: Hood. Vandebéfchikk. ,enè. 49% Aït. 1019. “Wanneer hiÿ, die den eigendom van eenig onroerend goed gelegateerd heeft, het zelve gocd naderhand door sanwinften vermeerderd heeft, zullen deze aanwinften, äl waren dézelvé an het goed aanpalende, zonder eenë nieuwe befchikking, niet geoordeeld worden een gedeelté van het legaat uit te makens Het tegendeel heeft plaats omtrent verfraaïjingen of hieuwe opbouwingen, op den gelegateerden grond ge- maakt, of van eenen ingefloten grond, waar van de tes: tateur den omtrek vergroot heeft, Aït. 1020, Indien vôér of na het maken van het testainent, dé gelegateerde zaak voor eene{chuld van de nalatenfchap, of ook voot de fchuld van eenen derden; bij hipotlieek verbonden is, of belast met een vruchtgebruik, is de een, die de legaten moet uitkeeren, niet gehouden, Om het goed van dat verband te ontheffen, ten ware hem,: bi eene uitdrukkelikke befchikking van den testateur, be- last is zulks te doen Art: 1o21: ÂVanneer de testateür het goed van een ander gelega- teerd heeft, zal dit legaat nietis zijn, het zi de testa- œur, al dan niet, geweten heëft, dat dit goed hein fer toebehoorde,\ Att. 1092; © Wanneér het légaat in eene onbepaalde Zaak beftäat ïs de erfgenaam niet verpligt de beste foort te geven; maar hiÿj kan ook met de flechtfte niet volftaan, Ârt. 1083. Een legaat, aän eerién fchuldéifcher gemakt s kan met deszelfs fchuldvordering niet gecompenfeerd worden; oo fniri als éen legait, adn dienstboden gethadkt, inet derzelver verdiend loon in compenfatie korñen kan, L DER fi Aït: 10946 498 Liv. LI, Ti, I, Chap, PV. Des dispositions, Po, Art. 1024. Le légataire à titre particulier ne sera point tenu des dettes de la succession, sauf la réduction du legs ainsi qu'il est dit ci-dessus, et sauf l’action hypothécaire des créanciers. SECTION. VI, Des exécuteurs testamentairese Art. 1095. Le testateur pourra nommer un ou plusieurs . exécuteurs testamentaires. Aït. 1026. \ Ï1 pourra leur donner la saisine du tout, ou seu-. lement d’une partie de son mobilier; mais elle ne pourra durer au-delà de l'an et jour à compter de son décès. S'il ne la leur a pas donnée, ils ne| pourront l’exiger. Art. 1027. L'héritier pourra faire cesser le saisine, en of- frant de remettre aux: exécuteurs testamentaires som- me suffisante pour le paiement des legs DORE; ou en justifiant de ce paiement. Art. 1098. Celui qui ne peut s’obliger, ne peut pas être exécuteur. testamentairee * Aït. 1029. gt DE pond l ri t, 20 pipe ts quil Hi or vu,| moy) overli Indl gerer De houden yoldoen id g0 de ge ken. D M ge His Ve À ÿ boit î Li 4 M l'in Où pli out, OÙ sa qui ele: t À CO te M sine, Ÿ nent cs ob fr 1949 LiIBoet, L, Tia 3 P Hoofdfe Van débeféhi£RS, edf 409 | Aït 1094.) .-De legataris onder‘eenen bijzonderen. titel is niet ge houden tot betaling der. fchulden van de nalatenfchap, onverminderd de reductie of vermindering Van het le- aat, Zoo als hier voren gezegd is, en behondens dé Éipolhécaire actie der fchuldeïfchers,: Su, ZEVENDE AFDEELINC. Van executeurs van uiterfie willen. 4 # Ârt. 1085 De testateur kan één of meer perfonen tot executeuts van zijn testament benoemen.. \ ‘At. 1026: Hi zal hun het regt kunnen geven, om van alle zïne xoerende goederen, of alleenlijk van cen gedeelte derzel- ven, bezit te nemen; maar dit bezit zal niet langer mogen duren, dan jaar en dag, te rekenen van zijn overlijden af, a prb re ra Indien de testateur hun dit regt van bezitneming niet -gegeven: heeft, mogen zij zulks met eifchen, U À Art. 1027. De erfgenaam zal deze bezitneming kunnen doen op houden, door aan de executeurs van het testament eene -voldoende fomme, tot uitkeering van de legaten, in Toe- rend goed beftaande, ter hand te flellen, of door van de gedane uitkeering derzelven, behoorliÿk te doen b ken. :‘Art. 1028: -.. Die onbevoegd is om verbindtenisfen aan te gaan,:kdn ok geen executeur van een testament Zlne" Ka Art. 1029 goo Liv. HU. Tir. 1. Chap. P. Des dispositions,&c. Art. 1029. La femme wariée ne pourra accepter l’exécu- con testamentaire qu'avec le consentement de son mari. 7 Si elle ést séparée de biens, soit par contrat de mariage, soit par jugement, elle le pourra avec le consentement de son mari, ou, à son refus, autorisée, par la justice, conformément à ce qui est prescrit par les articles 217 et 219, au titre 4 muriage. Art. 1050. Le mineur ne pourra être exécuteur testamentai- re, même avec l'autorisation de son tuteur ou cu- rateur. Art. 1031. Les exécuteurs testamentaires feront apposer les scellés, s’il y a des héritiers mineurs, intérdits ou Ils feront faire, en présence de l'héritier pré- somptif, ou lui düment appelé, l'inventaire des biens de la succession. ils provoqueront la vente du mobilier, à défaut de deniers suffisans pour acquitter les legs. Ils veilleront à ce que le testament soit exécuté; et ils pourront, en cas de contestation sur son exé- cution, intervenir pour en soutenir la validité. Ils devront, à l’expiration de l’année du décès ‘du testateur, rendre compte de leur gestion. Art. 1092.| Les pouvoirs de l’exécuteur testamentaire ne pas- seront point à ses héritiers. Art. 1033. 1 fi Bo fer| gel test gi juin chap V pet NU quil indien À den 19 fig et van le Ju t et 2 of curat D doen cel D ken€ en 2 EE Îÿ inden tel, VO AY uityoer over À men,( Lj: ds ts van lu De Net Of ln Re te le, En à y It pt Ut Pour Lun KI À ça qi }, à re de Ur tes AU ont at s, ls [fier l'in à lier, es soi Hu a sur | validé nés de à pe guire PAU It, Bock, IL. Tir,, V. Hoofdfi. Vande efchikke eme. Set Aït. 1029, Éene getrouwde vrouw kan geen executeurfchop van gen testament aannemen, dan met toeftemming van haren inan, 6 ir 1 Indien er tusfchen haar en haren man geene gemeen- {chap van goederen plaats heeft, het zij uit hoofde van het huwelijks- contract, het ziÿ van een vonnis, zal ziÿ zulks mogen doen met toeflemming van haren man, of indien haar man Zijne toeftemming weigert, kan zÿ door den regter daar toe geauioriféerd worden, overeenkom- ftig het voorfchrift, bij Art. 217 en 219, in den litel, van het huwelijk, bepaald. Art, 1030. Een minderjarige mag geen executeur van een testa- ment zijn, zelfs niet met toeftemming van ziÿnen voogd of curator, EE D ss Aït. 1031. De exécuteurs van een testament Zullen de goederen doen verzegelen, indien er minderjarige, onder curatele geftelde, of afwezende erfgenamen zïjn. Zi zullen, in tegenwoordigheid van den vermoedelij ken erfgenaam, of denzelven daär toe behoorliÿk geroe- pen zÿnde, eenen inventaris van de goederen der. nala. tenfchap doen opmaken. ae Zi zullen de roerende goederen verkoopen, indien geene geñoëgzame gelden,' tot‘betaling der-lega- ten, voor handen zijn,: 19 Zi zullen toezien, dat des overledens uiterfte wil ter uitvoer gebragt wordes en zullen, in geval van verfchil over deszelfs uitvoerins, kunnen tusfchen beïderi ko: men, om de beffaanbaarheid daar van te handhaven. Ziÿ zijn gehouden, na verloop van.één jaar, zedert des testateurs overlÿden, rekening en verantwoording van huune behecring te doen, es . Att..1092 _De post van executeur van een testament gaat niet over Op zijne erfgenamen, 3 Art, 103% 502 Live ZIZ, Tits IL, Cheps Ve Des dispositions, Se: Art. 1033. S’il ya plusieurs exécuteurs testamentaires qui aîene accepté, un seul pourra agir au défaut des autres: et ils seront solidairement responsables du compte du mobilier: qui leur a été confié, à moins que le testateur n'ait divisé leurs fonctions, et que chacun d'eux: ne se soit renfeérmé dans celle qui lui était at. tribuée,|- pue Art. 1034.| Les frais faits par l’exécuteur testamentaire pour l’apposition des scellés, l'inventaire, le compte et les autres frais relatifs à ses fonctions, seront à la charge de la succession. S£ECTION PHIL “De La révocation des testamens, et de leur “caducité.| Art. 1035. Les testamens ne pourront être révoqués, en tout ou en partie, que par. un testament.posté- rieur, ou par.un acte devant notaires, portant dé- Claration du changement de volonté.| Art. 1036. Les testamens postérieurs qui ne révoqueront pas d’une manière expresse les précédens, n’annul- leront, dans ceux-ci, que celles des dispositions ÿ contenues qui se trouveront incompatibles avec , les nouvelles, ou qui seront contraires. Art. 1037. La révocation faire dans un testament postérieur. aura tout son effet, quoique ce nouvel acte reste :| sans pin pi ils Ô feel, ü ñ all pt 1 qerant sn den Ki pou! De testal yenin£ hetrekk tés [ ele g of d khan tal in, ÿ, Hé It ln En S 0 om Moits œ k lu bn Det 1 Le cm 1S, si ee a dla résogé tar , pl » férl Jens, 20 ÿ doi paille TI qu À si LIT, Bock, El, Tit,, V. Hoofaf. Van debefchikke,en%s 503: Atte. 1093e Indien er verfcheiden executeurs van een testament zin, die dezen post aangenomen hebben, kan één al- leen, bij gebreke van de andercn, werkzaam zijn; en zij zullen ieder voor”* geheel aanfprakelik zijn, em het roerend goed, het welk hun 1S toevertrouwd, te verantwoorden, ten Waïe de testateur hunlieder werk= zaamheden verdeeld heeft, en elk van hun zich binnen den kriñg van Ge hem ganbevolene werkzaamheden ge- houden heeft.: re; Aït. 1034. De onkosten, gemaakt door den executeur van eert testament, tot de verzegeling; den inventaris, de res kening en andere onkosten,, tot zijne werkzaamheden betrekkelÿk, zullen ten laste van de nalatenfchap ko: mens| ACHTSTE AFDEELINC. Van het herrocpen der testamenten, en het vervallen van dezelyen, Aït. 1035: De testamenten kunnen niet herroepen worden, noch gcheel, noch ten decle,. dan door een later testament, of door eene acte voor notarisfen gepasfeerd, eene ver- klaring van den veranderden Wil des testateurs bevat- tende. Art. 1036, Latere testamenten, waar bij de voorgaande niet op eene uitdrukkelijke wijze herroepen worden, vernietiger alleen de befchikkingen, in die eerdere testamenten Vér* vat. welke met de nieuwe befchikkingen niet zijn Ovet- een te brengen, of daar mede firijden. Aït, 1037. De herroeping,. bij een later testament gedaan, Zai hare velkomene kracht hebben, offchoon die nieuwe li 4 acts 504 Liv. LIL, Tit, IL, Chap. WF. Des dispositions,&e, sans exécution par l'incapacité de l'héritier institué ou du-légaire, où par leur refus de recueillir,| Art, 1098. Toute aliénation, celle même par vente avec fa. culté de rachat ou par échange, que fera le testa. ur de tout où de partie de il chose léguée, | emportera la révocation du legs pour tout ce qui à été aliéné, encore que laliénation postérieure soit nulle, et que l’objet soit rentré dans la main du téstateur. Art. 1039. Toute disposition testamentaire sera caduque, si celui en faveur de qui elle est faite, n'a pe Survé- cu au testateur.|. Art, 1040, Toute disposition testamentaire faite sous‘ une condirion dépendante d’un événement incertain, et telle que, dans l'intention du testateur, cette dis- position ne doive être exécutée qu'autant que l’évé- nement arrivera ou n’arrivera pas, sera caduque, si l'héritier institué ou le légatäire décède avant l’ac= complisséement de la condition.- Art. 1041, . La condition qui, dans l'intention du testateur, ne fait que suspendre l’exécution de la disposition, n’empêchera pas l’héritier institué, ou le légataire, d’avoir un droit acquis ct transmissible à ses héri- tiers. AIT, 1042. Le legs sera caduc, si la chose léguée a totale- ment péri pendant la vie du testateur, Il en sera de même, si’elle a péri depuis sa mort, sans le fait et la faute de l’héritier, quoique celui-ci ait été mis en retard de la délivrer, lors: qu’elle Il ju a fe ge(fl Ak yn WE tent V doëts a] wat & rc goe à eu All b de geeû fau Nik YOU en Va word & 1 a: your War den te Act ferta erfgen ag. Lier tu Et, cfte te 4 le ky ne Ste LET Cala; t 2 pain 6 Au Ie à , Gt di qu l'érée cale, ape La tés, 1Spoih, lé, ses He a tot lepuis 4 quoi ef, br gh. \ ZI. Bock, II. Tit.,. Hoofäf. Van debelchikk., enz, 50$ acte onuitgevoerd blift, door.de onbevoegdheid van den geftelden erfgenaam of legataris, of door hunne weige fing om de erfenis te genieten. Arte 1038. Alle vervreemding, Zelfs bij verkoop met vermogeu van weder-inkooping, of bi verruiling, welke de testa- teur van het gelegateerde goed, gehcel of gedeeltelik. doet, zal de hérroeping van het lescaat, ten aanzien van al wat vervreemd is, met zich brengen, al is het dat de naderhand gedane vervreemding“nietig Zi, en het goss: alzoo in de hand van den teStAteur is A6 TUg ge- keer :: Art. 1030. Alle befchikking bij testament gedaan, vervalt, indien de geen, ten. wiens voordeele dezelve gemaakt is, den testateur niet overleefd heeft. ‘ Art, 10404 Alle befchikking, bij testament gedaan, onder eene voorwaarde, van éene onzekere gcbeurtenis afhangende: en van zoodanigen aard, dat de testateur£ erckend moét worden, aan Het at of niet voorvallen dier gebeurtenis de uitvoering zijner befchikking verbonden te hebben, zal vervallen, indien de geftelde erfgenaam of legataris voor de vervulling der voorwaarde komt te overliden, Art. 1401. j Frs Wanneer de voorwaarde, volgens de bedoeling van den testateur, alleen de uitvoering der befchikkine op {chort, belet dezelve niet, dat de geftelde erfgenaaim Of legataris een verkregen regt hecft, het welk hi aan zijne erfgenamen overdraagt. Art. 1042. Een legaat vervalt, wanneer het gelegateerde goed, bis het even van, den-testateur, te nict gegaan is. Het zelfde‘heeft ook plaats, indien het goed, na zÿ- nen dood, zonder toedoen of fchuld van den erfgenaam is te niet gegaan» fchoon deze mogt verzuimd hebben, dat goed op zijnen tijd uit te keeren, wanneer het: in lis AU 506 Liv. IT. Tir, I. Chap. P, Des dispositions,&e qu’elle eût également dû périr entre les mains du légataire, Art. 1043. La disposition testamentaire sera caduque, lors- que l'héritier institué ou le légataire la répudiera, ou se trouvera incapable de la recueillir, Art. 1044. Ti y aura lieu-à accroissement au proñt des léga- taires, dans le cas où le legs sera fait à plusieurs conjointement. Le legs sera réputé fait conjointement, lorsqu'il le sera par une seule et même disposition, et que le testateur n’aura pas assigné la part de chacun des colégataires dans la chose léguée. Aït. 1045. Ïl sera encore réputé fait conjointement, quand une chose qui n’est pas susceptible d'être divisée sans détérioration, aura été donnée par le même acte à plusieurs personnes, même séparément, Art. 1046. Les mêmes causes qui, suivant l’article 954 et les deux premières dispositions de l’article 955 au- toriséront la demande en révocation de la donation entre-vifs, seront admises pour la demande en révo- cation des dispositions testamentaires, Art 1047 Si cette demande est fondée sur une injure grave faite à la mémoire du testateur, elle doit être inten- tée dans l’année, à compter du jour du délit, EU C H À- fl pu fanden il(2 fee at 4 juil ze| Er: jet ea Het gi, Û fin nf 2 gai Vo ik s der 1 pete Was De ærlle ter ler tospasl {ch Id ougel get tt dun, ons 4 x dique, Le Ré k où dx kr k 1 jy ent, lu ion, le cam ten, El d'ê ft par ki réel ichye le qu la. di de ent jure 2 être jt déli, chi ‘ ill, Bock, EI. Tit,, PV. Togäft.. Van debefchikk:, en2. 50 handen van den legataris geweest zijnde, eveneens zoude zijn te niet gegaan.|: Art. 1043. Eene befchikking, bij testament gedaan, vervalt, wan- neer“de geftelde erfgenaam of legataris de erfenis of het legaat verwerpt, of onbevoegd bevonden wordt; om het zelve te genieten, Art, 1044 Er zal aanwas plaats hebben ten voordeels van de legatarisfen, in geval het legaat aan verfcheiden perfonen gezamentiijk gemaakt is.|: © Het legaat zal geacht worden gezamentlik gemaakt te zün, wanneér het gemaakt is bij ééne en dézelfde be- {chikking, en de testateur nict aan elk der méde legata risfen zijn aandeel in het gelegateerde gocd heeft_aanges | Arte TO4Su 2 ceTg US Voorts zal de testateur mede geacht worden gezament« liÿk gelegateerd te hebben, wanneer ecne zaak, die, zona der nadeel te lijden, niet voor verdeeling vatbaar is, ge« geven is bij dezelfde‘acte aan vericheiden peïfonen, al ware. het dan ook afzonderlijk. EN Éoi20 Art. 1046. Dezelfde redenen. die volsens Art. 054, en de twee eerfte bepalingen van Aït. 955, regt geven tot den cisch tér herroeping eener giftè onder de levenden, zullen ook toepasfelÿk zijn op den eisch ter herrocping van be- {chikkingen bij uiterfien wil. HO ENS HE AN En Art, 1047e Indien deze eisch gegrond wordt op eene zware yer- origeliking, aan de nagedachtenis vai den testateur aane gedaan, moet dezelve ingediend worden binnen?s jaars} & rekenen van den dag, dat die verongeliking is aange- aan._? ‘Z E S- æ 508 Liv. Ill. Tic, ZI, Chap. VE, Des dispositions| Be. CHALI CR v' 1% Des dispositions permises en faveur des petits- enfans du donateur ou testateur, ou des enfans de ses frères et sœurs. Art, 1048. Les biens. dont les pères et mères ont la faculté de disposer, pourront être par eux donnés, en tout ou en partie, à un. on plusieurs de leurs enfans, gar actes entre-vifs ou testamentaires, avec la chars ge de rendre ces biens aux enfans nés et à naître, au premier degré seulement, desdits donataires, 2“Arte-1049, Sera valable, en cas de mort sans enfans, la dis- position que le défunt aura faite par acte entre- vifs ou testamentaire, au profit d’un ou plusieurs de ses frères ou. sœurs, de tout ou partie des biens qui ne sont point réservés par la loi dans sa succes- sion, avec la charge de rendre ces biens aux en fans nés et à naître, au premier degré seulement, desdits frères ou sœurs donataires: Aït. 1050. Les dispositions permises par les deux articles précédens, ne seront valables qu’autant que la char- ge de restitution sera au profit de tous les enfans nés et à naître du grevé, sans exception ni préfés rence d’âge ou de sexe. ES Art. 1051: 13m De ÿ gegt VA) d£ gedes jun fin tent,! inde pog geb0 da er h£ King À dut À voord over| et 1 on dé mel g üf nf jdn De geootlo VO 7 due: di te den,: Kune, ont le 4 nés, ay Leur a aechy tm at fn, L di tea Sieur À 4 es Hi js Sr Jens Là seu, gr dti ge la ch les enf fl ph pr HS AI, Boek; LI. Tit., PT. Hoofaf. Van geobrl. befch.sent, 50% ZESDE HOOFDSTUK. Van geoorloofde befchikkingen ten voordeele van kleinkinderen van den donateur of testateur, of van kinderen van deszelfs brocders en zusters. Art. 1045. . De goederen, waar over de vadefs en moeders het regt van befchikking hebben, kunnen door hun, geheel of gedeeltelÿk; gegeven worden aan één of meer var hunne kinderen, bij acte onder de levenden, of bij tes- tament, met last om deze goederen uit te keeren aan de kinderen van gemelde donatarisfen, reeds geboren, of nog geboren zullende worden, doch niet verder dan in den eerlten graad. Aït. 1049. In geval van kinderloos overlijden, zal de befchik< king beftaanbaar zijn, welke de overledene bij acte ons der de levenden, of bij testament gemaakt heeft, tem voordeele van één- of meer zijner broeders of zusters, over het geheel of een gedeelte der goederen, die bij de wet niet buiten befchikking gehouden zÿn, met last, om die goederen uit te keeren aan de kinderen van ge- melde gedonateerde broeders of zusters, reeds geboren, of nog geboren zullende worden, docli niet verder dam in den eerften graad. sens Art, 10504: De befchikkingen, bij de twee voorgaande Artikelen geoorloofd, verklaard, Zzullen niet anders gelden, dan voor zoo verre de last van overgifte ftrekt ten voor- deele van alle de kinderen van den bezwaarden perfoon, die reeds geboren zijn, of nog geboren zullen wor- is zonder uitzondering of voorrang van ouderdom af unne, Art. 1051, sto- Liv, LIT. Tite EL, Chap. VI. Des dispositions; 8 Art. 1051. si, dans les cas ci-dessus, le grevé de restitue tion au profit de ses enfans, meurt, laissant des enfans au premier degré et des descendans d’ün‘en- fant prédécédé, ces derniers recuieilleront, par re: présentation; la portion de l’enfant prédécédé, Art. 1052. ’ __& l'enfant, le frère où la sœur auxquel des biens auraient été donnés par acte entre-vifs, sans éharge de restitution, acceptent une nouvelle libé- ralité faite par acte entre-vifs ou testamentaire, sous la condition que les biens précédemment don. nés demeureront grevés. de cette charge, il ne leur est plus permis de diviser les deux dispositions fai- tes à leur profit, et de renoncer à la seconde pour en tenir à la première, quand même ils offriraient de rendre les biens compris dans la seconde dispo- sition. Art. 1055. Les droits des appelés seront ouverts à l’époque où, par quelque cause que ce soit, la jouissance de l'enfant, du frère ou de la sœur, grevés dé restitution, cessera: l'abandon anticipé de la jouis- sance au profit des appelés, ne pourra préjudicier aux créanciers du grevé antérieurs à l’abandon. Art. 1034. Les femmes des grevés ne pourront avoir, sur les biens à rendre, de recours subsidiaire,. en cas d’in- sufisance des biens libres, que pour le capital des “déniers dotaux, et: dans le cas seulement où le ces- tateur l'aurait expressément ordonné, Art. 1055: ga is de né pe fe grand min get V0! Indien ei À qan ONE ré gite quil gai uen ER fyen, 1 gra HN der te Ln ph An on&{ & zu ‘hi ftp, d van de GOrZauK van het Termagter an ef fhulèvo De v de over ouvoldos halven x gebnat, drukkel th Li ele ur met de ik io on ve sé Art. I05Ie Indien, in de hier boven vermelde gevallen, de geen, die met de overgifte ten voordeele zïjner kinderen bes last is, fterft met achterlating van kinderen in den eera flen graad, en afkomelingen van een vooroverleden kind, zullen deze laatfte bij plaatsveïvulling het aandeel va: het vooroverleden kind genieten. Art. 1052. Indien het kind, de broeder of de zuster, aan wiem cenige goederen bij acte onder de levenden, zonder last van overgifte, gegeven zouden mogen zijn, eene nieu= we gifte bij acte onder de levenden, Of bij uiterften wil gedaan, aannemen, onder voorwaaïde dat de te voren gegevene goederen met dien last bezwaard zullen blijven, is het hun niet meer geoorloofd, om de twee ten hunnen voordeele gemaakte befchikkingen van elkan- der te fcheiden, en van de tweede afftand te doen, om ‘zich aan de eerfte te houden, al boden zïj zelfs aan, om de goederen, in de tweede befchikking begrepen,s te zullen overgeven. Art, 1053. De resten der verwagters zullen ingaan op het tid- flip, dat het genot van het kind, van den broeder of van de zuster, met de uitkeering belast, door eenige oorzaak, hoe ook genaamd, zal ophouden: de afffand van het genot, voor dien tijd ten voordeele van de “verwagters gedaan, Zal geen nadeel kunnen toebrengen aan de fchuldeifchers van den bezwaarden perfoon, wier fchuldvorderingen ouder dan deze afftand zijn. Aït. 1054.: De vrouwen van de bezwaarde perfonen op de over te gevene goederen, in geval de vrie goederen onvoldoende zijn, bi fubfidie geen verhaal hebben, be- halven voor de hoofdfom der gelden ten huwelÿk aan- gebragt, en alleenlÿk in geval de testateur zulks uite drukkelijk zoude mogen bevolen hebben, Art, 105$ gra Liv. ZI, Te. D, Chap, VE. Des dispositions, Sc: Aït. 1055. Celui qui fera les dispositions autorisées par les articles précédens, pourra, par le même acte, ou par un acte postérieur, en forme authentique, nom- mer ün tuteur chargé de l’exécution de ces dispo- sitions: ce tuteur ne pourra être dispensé que pour une des causes exprimées à la section VI du cha- pitre II du titre de la minorité, de la tutelle eë de l'émancipation: Art. 1056: A défaut de cè tuteur, il en sera nommé un à la diligence du grevé, où de son tuteur S'il est mineur, dans le délai d’un mois, à compter du jour du décès du donateur ou testateur, ou du jour que, depuis cette mort, l’acte contenant la disposi-. tion aura été connu: Art. 1057. Le grevé qui n'aufa pas satisfait à l’article prés cédent, sera déchu du bénéfice de la disposition; et dans ce cas, le droit pourra être déclaré ouvert au profit des appelés, à la diligence, soit des ap- pelés s’ils sont majeurs, soit de leur tuteur ou cu- tateur s'ils sont mineurs où interdits, soit de tout parent des appelés majeurs, tineuïs où interdits, ou même d'office, à la diligence du procureur im- périal au tribunal de première instance du lieu où la succession est ouverte. Ârt. 10584 Après le décès de celui qui aura disposé à là charge de restitution, il sera procédé, dans les for- mes ordinaires, à l'inventaire de vous les biens ét effets qui composeront sa succession; excepté néan- moins le cas où il ne s’agirait que d’un legs partie culiers il Bu, Hi, d Ariel pie À on AW voogl 2À ee def het WEP paid, V0 Bj 0! rend 001, of ef den qan het 0 den das€ {chikking Dh kel niet Walk siige jen W geroep ælrer Curateele geroeperk ke gell van dt &eki en js, Mi van te geone gocdere czonde bjzonde As EIL. Bock, II, Tir, VI. Hoofdfi. Vangeoorl, bejch., enz, 518 Ârt. 1055. Hi, die befchil naar. derzelver juiste” waarde bevattens| : ss Aft. 1985: .Deze inveuraris Zal geraakt worden ten verzoeke van den geen, die met de uikeering belast is ù en binnen den tid. in den litel yes erfvolging gen bepaald; in te- genwoordigheid. van den voogd, die tot de’ uitvoering Denvemd is. le kosten: züllen Sevonden worden uit dé goederen, waar over de befchikking gaat, Aït. 1060. . Indien de inventaris niet cemaakt is, ten verzoeké van den bezwaarden perfoon, binmen den hier'boven ver- melden td; zal men in‘de volgende maand daartoë Overgaan, ten verzoeke van den voogd, die tot de uit- voering benoemd- is, in tegenwoordigheid van: den be* zwaarden perfoon of van zijnen voogd, Art. 1061. Indien ann de twee voorgaande Artikelen niet voldaan is, zal men tot het maken van den inventaris overgaan:, ten ver£oeke van de perfonen, in Artikel 1057 opge- noemd, mits daar bij rocpende den bezwaarden périoon, of zijnen voogd, en den voogd, dié tot de uitvoërir benoemd is, Aït. 1062:# Hi, die mét de fEigea Tee bezwaard. is;.zal.scho zyn, om alle de meubilén, én effécten, in de“befchi begrepen, na gedane aanplakking, in’t opeñbaar aan de c lo méestbiedenden, te doen verkoopen ,: met u AGE Ï echter van die goederen, waar van in de iwée Vols Aïtikelen. melding gemaakt wordr. Arts 1069: Meubilen, tot hui israad dienende, en: andere roereñde goederen, die in de cefchikking begrepen zouden mogen zin, ondér de uirdrukkelÿke voorWwaarde, dat Zij in na: ‘tura bewaard moeten blijven, zulién ovérgrveven moëtérs worden‘in dien flaat, waar in Le zich ten tide der te- rugsave bevinden zullen. Kk® Ait, 1004e [1 3. 816 Liv. HI. Tit. IT. Chap. PL. Des dispositions,&c :-«. Atts 1064 Les bestiaux et ustensiles servant à faire valoir les terres, seront censés compris dans les donations entre- vifs ou testamertaires desdites‘terres; et le grevé sera seulement tenu de les faire priser et es- timer, pour en rendre une égale valeur lors de la restitution. Art. 1065. Îl sera fait par le grevé, dans le délai de six mois, à compter du jour de la clôture de l’inven- taire, un emploi des deniers comptans, de ceux provenant du prix des meubles et effets qui auront été vendus, et de ce qui aura été recu des effets actifs.: Ce délai pourra être prolongé, s’il y a lieu. Art. 1066. Le grevé sera pareillement tenu de faire emploi des deniers provenant des effets actifs qui seront recouvrés et des remboursemens de rentes; et ce, dans trois mois au plus tard après qu il aura reçu ces deniers. Art. 1067. . Cet emploi sera fait conformément à ce qui aura été ordonné par l’autéur de la disposition, s’il a désigné la nature des effets dans lesquels l'emploi doit être fait; sinon, il ne pourra l'être qu’en im- meubles, ou avec privilége sur des immeubles. Art. 1068. Le emploi ordonné par les articles précédens sera fait en présence et à la diligence du tuteur nommé pour l'exécution,| Art. 1069. HAL ft PES ji in gd by al Lait te begre Kecrel s Pine di, di des, ef en efcte tome 1 gwaurden Dee t geler dir g Die b ge do dde gg& zl 2j re, 0 van pre D| zal ge ke an M, re tk N Got KS;& NE 84 lon 4 With dm S,êR quan ou dd, uk re enpla QU Sont Las€ Ch À un re ce qu tion els la » quil eubles bdens St ur on ft ff TIL. Bock, 17, Tir.) PT. Hoofdfi. Vangeoorl. befch. ,enz. 51 Art. 1064, Het vee en de gercedfchappen, dienende om de lan- den te bebouwen, Zullen’geacht worden begrepen te zijn in de giften van die landen, onder de levenden, of bij: testament gedaans:én de bezwaarde perfoon zal alleenlijk gehouden zïn, dezelve te doen waardeeren en te begrooten, om daar van eene gelike waarde uit te kecren, ten tijde der teruggave. Art. 1065. Binnen den tijd van zes maanden, te rekenen van den dag, dat de inventaris geloten is, zullen de gereede gel-. den, ef die van den kooppris der verkochte meubilen en effecten zijn voortgekomen, en het geen wegens inge- komene uitftaande fchuiden ontvangen is, door den be- zwaarden perfoon worden aangelegd. Deze tijd zal verlengd miogen worden, indien daar toe redenen dienen. Att. 1066. De bezwaarde perfoon zal insgeliks gehouden ziïn, om de gelden, van naderhand inkomende uitftaande fchul- den en afgeloste renten voortgekomen, te beleggen; en zulks ten langften binnen drie maanden na de ontvangst dier gelden. Art, 1067. Die belesging zal gedaan worden overeenkomftig het geen door den maker der befchikking zal bevolen zijn, indien hij den aard der eflecten, in welken de beleg- ging gedaan moet worden, heeft aangewezen; ZOO niet, zal zÿ alleen mogen gedaan worden in onroerende goede= ren, Of in hipotheken op onroerende goederen, met regt van preferentie.: Aït. 1068. De belegging, bi de bovenftaande Artikelen bevolen, zal gedaan worden in tegenwoordigheid en ten verzoe- ke van den voogd, die tot de uitvoering benoemd is. Kk 3| Art. 1069 grg Liv. IL, Tir. IL. Chap. PE, Des dispositions, Se Art... 1069. Les dispositions par actes entre vifs ou, testamen. taires, à. charge de restitution, seront, à la dili: sence, soit du grevé, soir du tuteur nommé poux l'exécution, rendues publiques; savoir, quant aux immeubles, paf la transcription des actes sur les registres du bureau des hypothèques du lieu de la siration; et quant aux sommes colloquées avec privilége sur des immeubles, par l'inscription sur les biens affectés au privilége. Alte407Q Le défaut de. transcriprion« de l'acte contenant la dispositi ion, pourra être opposé par les créanciers et ciers acquéreurs, même aux mineurs ou inter- dits, sauf le recours contré le grevé et contre le tuteur à l'exécution, et sans que les mineurs ou interdits puissenc être réstitués contre ce défaut de tr M quand même le grevé et le uteur:$€ ouveraient insolvables. Aït. TO71, défai it de transcription ne pourra. être sup 1 regardé comme çouvert par la connaissance ir eue de 4x: disposition“rs Üautres voies - R transcription.© Aït. 1079.. Les donataires, les légataires, ni même: les héri- JA de celui qui aura fait la disposition, eurs.donataires, légataires ou héri- ‘y R Aucun cas, opposer AUX ap- aut de transcription ou inscription, Art, 1073 réanciers ou les tiers acquéreurs pour De fil jen V LL jen des li teen en 20! gutld gere oui, Het toc: de{ch ti ho,(A dl te, sàk il Dotume"+ F, QU y actes rh du li k oqués m SCT y | Conte les cris IPS où me et uit À mr ce dut b mur ma coin eus ar autui ne Hs pus s ou K y aux Ÿ io, ns LL, Bock, 11. Tit., PL. Hofdf, Van geoort. befch.senz 519 At. 1069. De befchikkingen, bij acten onder de levenden, of bij testament, onder den last van teruggave gemaakt, zullen, ten verzocke, het zij van den bezwäarden per- foon, het ziÿ van den voogd, die tot de uitvoering benoemd is, openbaar gemaakt worden; te weten, voor zoo veel de onroerendé goederen aangaat, door overfchrijving der acten in de registers van het bureau der hijpotheken, ter plaatfe, waar de goederen gelegen zijn; en voor zoo veel de geldfommen aangaat, die op de onroerende goederen met regt van preferentie geves- tigd zijn, door eene infchriving op de goederen, die voor die preferentie verbonden zijn, à Ar, 1070. De fchuldeifchers en derde bezitters kunnen het n2- laten van de overfchrijving der acte, waar in de be- fchikking begrepen is, tesenwerpen, Zelfs aan minder- jarigen of die onder curateele gefteld zijn; behou- dens het verhaal tegen den bezwaarden perfoon, en tegen den voogd, die tot de uitvoering benoemd is, en zonder dat de minderjarigen, of die onder curateele gefteld ziÿn, tegen dit verzuim van overfchrijving kunnen sereleveerd worden, al werden zelfs de bezwaarde per- foon, en de voogd bevonden infolvent te zijn, Aït. 1071e Het verzuim der overfchriving kan niet vervangen, noch als verbeterd befchouwd worden uit hoofde, dat. de fchuldeifchers, of derde bezitters, kennis van de befchikking gehad zouden mogen hebben door andere middelen, dan door de overfchrijving. Aït. 1072, . De donatarisfen, de legatarisfen, noch zelfs de wet- tige erfgenamen van den geen, die de befchikking ge= maakt heeft, insgelijks niet hunne donatarisfen, legaia- risfen of erfgenamen, mogen, in geen geval, het ver- zuim der overfchrijving of infchriving aan de gerocpe- hen tegenwerpen. Kk 4 At, 1073 < A ST:‘ e.,ù; ei Liv. TI. Tite IT, Chap, PT. Des dispositions,&e2; giänb Ârt 1073.| Le tuteur nommé pour l’exécution sera person: Lau nellement responsable, s’il ne s’est‘pis, en tout we di.: jy. jp a point, conformé aux règles ci-dessus‘établies pour pl constater les biens, pour, la vente du mobilier, der goci pour l’emploi des deniers, pour la transcription et| je be l'inscription. et, en général, s’il n’a pas fair tou. sis, s , tes les diligences nécessaires pour que la charge de 4 Rx restitution soit bien ec fidèlement acquittée. Art. 1074. Si le grevé est mineur, il ne pourra, dans le he cas même de l’insolvabilité de son tuteur, étre re- Lin| stitué contre l’inexécution des règles qui lui song à ie prescrites par les articles du présent chapitre. gi ot C:H APT R E VI| à Des partages faits par père, mère, ou autres| 4 ascendans, entre leurs descendans,| \ 1 Art. 1075.| Les père et mère et autres ascendans pourront| Vi faire, entre leurs enfans et descendans, la:distribu:| qu tion et le partage de leurs biens.| Foi tr.| me Art. 1076, Ces partages pourront être faits par actes entre- D vifs ou testamentaires, avec les formalités, condi-| mi tions et règles prescrites pour les donations entre- D vifs et testamens. d het Villn, Les À, Rage 5 js È Oil»::: Se fa III: Bock, EI. Tit:, WT. Hoofafr, Vangéoorl: beth.ènz. S3%-= Art. 107%, oi] A Die De voosd, die tot de uitvoering benoemd is, AN in pa,® zijn“perfoon? verantwoordelik zÿn, indien hi Zich niet S. 6 y in alles gedragen heëft overeenkomftig de hier voren U y Whx.vastgeftelde reselen ten aänzien van het inventarifèren tax tin der goederen,°de verkooping. van de rocrende goedererr,: a pas het beleggen der gelden, de overfchrijving en. infchrij- à“1 ving, en, in’t algemeen, indien hij niet alle noodige nt ee heeft aangewend, ten‘einde” de last der terugoavé _ wel en ectrouwelÿk vervuld worde, Art. 1074. Dour, ds Indien de bezwaarde perfoon is minderjarig, kan hi Lente niet. Zelfs niet in geval zijn voogd buiten fige is te x üky betalen, gereleveerd worden jegens het niet naarkomen ch#‘der reselen, die hem bij de Aïtikelen van dit Hoofdituk pi zijn voorgefchrèven, U ZEVENDE HOOFDSTUK. at Van boedel-verdeelingen, door den vader| moeder Le … Of andere bloedyerwanten in de opgaande linie, tusfchen hunne af komelingen gemaakt. Art. 1075, lans 1 Vader en moeder, en andere blocdverwanten. in: de bé opgaande linie, mogen, tusfchen hunne kinderen en af+ komelingen, de verdeeling en fcheiding hunner goederen maken. Art. 1076. di Deze verdeelingen zullen kunnen gemaakt worden bi acten sg s onder de levenden, of bi uiterften wil, met in achtnes es, CU ming der formaliteiten, voorwaarden en regelen, die, jons El ten aanzien der giften onder de levenden en der uiterfte willen, zijn voorsefchreven. lé à Kk s| De v 522 Liv. III. Tir. IT, Chap. VII. Des partages, Sos Les partages faits par actes entre-vifs ne pour ronc avoir pour objets que les biens présens. Oil 1077. Si tous Îles biens que l’ascendant laissera au jour de son décès n’ont pas été compris dans le parta- ge, ceux de ces biens qui n’y auront pas été com- pris, seront partagés conformément à la loi. Art, 1078. Si le partage n’est pas fait entre tous les enfans qui existeront à l’époque du décès et les des. cendans de ceux prédécédés, le partage sera nul pour le tout. Ilen pourra être provoqué un nouveau dans la forme légale, soit par les enfans, ou des- cendans qui n'y auront reçu aucune part, soit mê- me par ceux entre qui le partage aurait été fait. Art: 1079. Le partage fait par lascendant pourra être atta- qué pour cause de lésion de plus du quart: ül pourra l’être aussi dans le cas où il résulterait du partage et des dispositions faites par préciput, que lun des copartagés aurait un avantage plus grand que la loi ne le permet.| Art, 1080. L'enfant qui, pour une des causes exprimées en l’article précédent, attaquera le partage fait par l’as- cendant, devra faire l’avance des frais de l’estimation; et il les supportera en définitif, ainsi que les dé- pens de la contestation, si la réclamation n'est pas C H A: él pv gogel pl {oder 2 ppgde fl de ve oedetel garden V Inde kinderen, en de afkc ns gel jeng ni! door k| gl ane qe, DS D'A ne van bi kan al en gel dt éé helben z Eu À YOOrgan) der bloa ist, Z ta; en 21 WU indien 2 CHA III. Bek, LL Tit.s IL Ehoff, Vanboulel:verd',en3. 52% De verdeelingen, bi acten onder de levenden gemaakt, mogen miets anders ten voorwerp-hebben,. dan de tegen- woordige goederen. Art. 1077. Indien alle de gôcdéren, welke de blocdverwant in de opgaande linie, op den dag van zijn overliden nalaat, in de verdeeling niet begrepen zijn geweest, zullen die goederen, welke daar onder niet begrepen zijn, verdeeld worden volgens de wet. Art. 1079 _ Indien de verdeeling niet gemaakt is tusfChen alle de kinderen, die ten tide van het overlijden in wezen zÿn, en de afkomelingen der vooroverledenen, zal de verdec. ling gehcel en al nietig zÿn. Er kan eene nieuwe. Vers deéling in bchoorlÿken vorm gevorderd worden, het zÿ door de kinderen of afkomelingen, die daar bi geheel geen aandeel gekregen hebben, het zij zelfs door de ge- nen, tusfchen welken de verdeeling gemaakt was. -. Art. 1070. De verdeeling, door eenen bloedverwant in de op- aande linie gedaan, kan betwist worden, uit hoofde van benadeeling, meer dan een vierde bedragendé: zÿ kan al mede betwist worden, indien door de vérdeeling en gedaue vooruitmakingen zoude worden, dat één der mede- deéelgenooten een griooter voordee hebben zoude, dan hem de wet vergunt. Art. 1060. “Een kind, het welk om ééne der redenen, in het voorgaande Artikel uitgedrukt, dé verdeeling, door eenet. der bloedverwanten in de opgaañde linie gemaakt, be- twist, zal de kosten der begrooting moeten vootfchie- ten; en hij zal in dezelven bij defnitief vonnis verwe- zen worden, als mede in de kosten van het proces, indien zijne vordering niet gegrond bevonden wordt, \ ACHT- PE y| 07. w LEE qu æ 7. LEE SAR 4 Gaz Liy LIT. Tit. UT, Chap. VIIL Des donations, Pt: CHAN RIT KR E VUL Des donations faites par contrat de mariage aux époux, et aux enfans à nattre du mariage. Art. 1081. Toute donation entre-vifs de biens présens; quoique faite par contrat de mariage aux époux, ou à l’un d'eux, sera soumise aux règles générales prescrites pour les donations faites à ce titre. _ Elle ne pourra avoir lieu au profit des enfans à maître, si ce n’est dans les cas énoncés au chapitre VI du présent titre. Art, 10892. Les pères et mères, les autres ascendans, les garens collatéraux des époux, et même les étran- gers, pourront, par Contrat de mariage, disposer de tout ou partie des biens qu’ils laisseront au jour de leur décès, tant au profit desdits époux, qu’au profit des enfans à naitre de leur mariage, dans le ças où le donateur survivrait à l’époux donataire. Pareille donation, quoique faite au profit seule: ment des. époux où de l’un d'eux, sera toujours, dans ledit cas de survie du donateur, présumée fai te au profit des enfans et descendans à naïcre du mariage. Aït, 108% La donation, dans la forme portée au précédent article, sera irrévocable en ce sens seulement que le donateur ne pourra plus disposer, à titre gratuits des pdt a Fm 8 echi Nik gi | der, Î | of ai€ | un& d | til gun 1j ka | den ju, De vd in de où zf 1 ken 0 ai Dj des de Xinderen, den, in 8 aogt OV Eu de deele der gemele altid ver der kinde Len gcbon De gi pralden+ dter in ul Ti ga W, M nai, Hs ja 48e ut Rs pa à€ dre ft de es DCE 4 dy werdes, À te Às dr ui, pe ru 2 s éd ui t jx dt u prek ser prés ps à mt 4 prés aglement€ titre gt Yi Bock, A. Tit., VIII, Hoofdf. Van gifien, enz. 523 ACHTSTE HOOFDSTUK. Van gifien, bij huwelijks-contract gedaan, aan . echigenooten, en aan kinderen.. die uit het huwelijk zullen geboren worden. Att. 1081. Alle giften onder de levenden van tegenwoordige goe=« deren, fchoon bij huwelÿks- contract aan echtgenooten, of aan een van hun gedaan, zullen onderworpen zïÿm aan de algemeene regelen,. omtrent giften, onder diem titel gedaan, voorgefchreven. Zi kan geene plaats hebben ten voordeele van kinde- ren, die nog zullen geboren worden, dan in de geval« len, in het zesde Hoofdftuk van dezen Titel vermeld. Art. 1089. De vaders en moeders, en de verdere bloedverwanten in de opgaande en in de zïjdliniën der echtgenooten, en zelfs vreemden, mogen bij huwelijks-contract befchik- ken over alle of over een gedeelte der goederen, die zij bij hun overlijden zullen nalaten, zoo wel ten voor- deele der gemelde echtgenooten, als ten voordeele der kinderen, die uit hunlieder huwelÿk zullen geboren wor- den, in geval de donateur den bevoordeelden echtgenoot mogt overleven. Eene dergelijke gifte, hoewel alleen gedaan ten voor- deele der echtgenooten of van een derzelven, zal in het gemelde geval, dat de donateur den donataris overleeft, altijd veronderfteld worden gedaan te zijn ten voordeele der kinderen en afkomelingen,, die uit het huwelijk zule len geboren worden. Aït, 1082, De gifte, volgens den in het voorgaande Artikel be- paalden vorm gedaan, zal onherroepelijk zÿn, alleenlÿk échter in dien zin, dat de donateur niet meer over de goe= CI Dé SERRE a:, ÿ{ x06 Liv. LIL. Tir. 10 Chape PTIT. Des dondiions;@2 ces objets compris dans Ja donation, si ce n'est pour-sommes modiques, à titre de récompense ou autrement. Aït. 1084, La donation par contrat de mariage pourra étre” faice cumulativement des biens présens et à venir, en tout ou en partie, à la charge qu'il sera annexé à l'acte un état des dettes et charges du donateur exi- stances au jour de Îa donation: auquel cas il sera Jibre äu donataire, lors du décès du donateur, de s’en tenir aux biens présens, en rénONÇANE AU Sur plus des biens du donateur. Art. 1085. Si l’écat dont est mention au précédent article’ n'a point été annexé à l’acte contenant donation des, biens présens et à vehir, Îe donaraire sera oblisé d'accepter où de répudier cette donation- pour le tout. En cas d’accepration, il ne pourra réclamer que des biens qui. se trouveront existans au jour du décès du donateur, et il sera soumis au paiement de routes les dettes er charges de la succession. “Art. 1086. La donation par contrat de mariage en faveur des époux er des Giinr à naître de leur mariage, pourra encore. être faite, à condition de payer in- distinctement toutes E dettes et charges de la suc- cession du donateur où sous d’autres condit ions dont l'exécution dépendrait de sa volonté, par quelque personne que la donation soit faite: le donataire se- ra tenu d'accomplir ces conditions, s'il n’aime mieux renoncer à la donation; et en çis que le donateur, par contrat de mariage, se soit réservé l liberté de disposer d'un effét compris ma 9= pv) mers fi jekels gants gun will de te je, in en fait 0 teur ge & gant | den ont | vif,: | ren,@ W L e de ren& | vorge Ari | tn | vaste | ginl teurs OV zjas én | dér he | Em | echtgenoo uen get dt voorn donteuts Wade, door wi domataris ten 2 hi % in pe € yield l4 de À tr auqu M|\y 6 ds à. TEE y(] pété ar Ce in fe sn Gun pr Dur éme es la 9 nn à ain pe art Jen mis on dep gges HR cond , pr ef » domeit$ si 18 (is QU à so rl pris du| 4 ait, Boet, IL Tir, VIIE Hoofdfl. Van gifien, enz, 527 i; goederen, in de gifte begrepen, om niet zal mogen be- {chikken, behalven over geringe fommen, tot belouning, of anderzins. Art. 1084. Eene gifte bij huwelÿks-contract kan gedaan worden van de tegenwoordige en toekomende goederen gezament- lÿk, in het geheel of ten deele, mits dat aan de acte een ftaat of list van de fchulden en lasten van den do- mateur gehecht zal worden, zoo als die op den dag van de gedane gifte zich bevinden; in welk geval het aan den donataris, bij het overlijden van den donateur, zal vrifiaan, zich te houden aan de tegenwoordige goede. ren, en van de overige goederen van den donateur af« ftand te doen. Aït. 1085, Indien de ffaat of list van fchulden en lasten, in het vorige Artikel vermeld, aan de acte, waar bij de oifte der tegenwoordige en toekomende goederen gedaan is, niet is vastgehecht, zal de donataris gehouden zïÿn, om de gifte in haar geheel aan te nemen, of geheel te verwer- pen. In geval van aanneming, kan hij nier meer ei- fchen, dan de goederen, die, ten tijde van des dona- teurs overlijden, bevonden zullen worden in wezen te zÿn; en hÿ zal tot betaling van alle fchulden en lasten der nalatenfchap verplgt zijn. Art. 1086, Eene gifte bij huwelijks- contract, ten voordecle der echtgenooten, en der kinderen, die uit hun huwelik zullen geboren worden, kan ook gedaan worden, on« der voorwaarde, van aile fchulden en lasten van des donateurs nalateñfchap te betalen, of onder andere voor- waarden, welker uitvoering van züÿnen wil afhangt, door wien ook de gifie gedaan zoude mogen zijn: de donataris is gehouden die voorwaarden naar te komen, ten Zi hi liever verkiest, van de gifte afftand te doen; en, in geval de donateur bÿ huweliks- contract zich de vrijheid heeft voorbehouden, om over eenig fluk, Ones 428 Liv. II. TG, IT. Chap. VIII. Des donations, Ses donation dé ses biens présens, ou d’une somme fixe à prendre sur ces mêmes biens, l'effet ou là somme, S'il meurt sans en avoir disposé, seront censés compris dans la donation, et appartiendront À au donataire ou à ses héritiers. Art. 1087. Les donations faites par contrat de mariage ne pourront être attaquées, ni déclarées nulles, sous pretexte de défaut d'acceptation.| Art, 1088, Toute donation faite en faveur du mariage sera caduque, si le mariage ne s'ensuit pas. Art. 1089. Les donations faites à l’un des époux, dans les térmes des articles 1082, 1084 et 1086 ci-dessus, deviendront caduques, si le donateur survit à l’é- poux donataire et à sa postérité. Art: 1090: Toutes donations faites aux époux par leur con- ærat de mariage, seront, lors de l'ouverture de Ia succession du donateur, réductibles à la portion dont{a loi lui permettait de disposer. fi or noir te De fon,| met. 1e fe ben gi el . Gien best, done 4 Heu k€ Gift h dt Joly© den be Over AE g fret gode teurs a gedeclt; King té l D Mai, Ce vou ALT Gi, sn LU Er a) ok Ù mie ps jan, disk 6 ci-dexsu aantal our ot s ihmi R FIL, Bocts, IT: Tit., VIII. Hoofdfr. Pan as enz, 329 onder de gifie ziner tegenwoordige goederen begrepen, of over eens, bepaalde geldfomme, uit dezelve goederen te nemen, te befchikken, zal dat ftuk, of die geld- fomme, indien hÿ,.zonder daar over befchikking ge- maakt, te hebben, flerft, gerekend worden onder de gifte begrepen te Zn, en Zal aan den donataris, of Zijne erfsenamen, toebéhooren. “Aït. 1087; .. Giften, bi huwelijks- contract gedaan ,. kunnen niet: berwist, noch nietig verklaard worden, op grond, dat geene aanneming van dezelven gedaan is. Ârt, 1088: … Alle huweliks-giften zullen vervallen, indien het hu: welijk er nièt op volgst. Aït:: 1080. _ Giftén, aan één der echitgenooten gedaan, valleride in de bepalingen der bovengemelde Artikelch 1082| 1084 en 1086, zullen vervallen, indien de. äonateur den bevoordeeldén echtgenoot en dészélfs afkomelingen Ovérleëft, Art. 10904 . All giftén, dan echtgenooten bij huh huwelijks-con-. tract gedaan, zullen, bij hèt vervallen van des dona- teurs erfénis, verminderd kunnen worden tot:op. het gedeelte; waar ovér dé wét hém veroorloofde befchik- King té makén:# l Érbis Éi+ NE 890 Liv. III. Tir, IT, Chap, LX, Des dispositions, Se, CH A P LT RE IX Des dispositions entre époux, soit par contrat de mariage, soit pendant le mariages Aït. 1691. Les époux poürront, par contrat de mariage, sé faire réciproquement, où l’un des deux à l’autre, telle donation qu’ils jugeront à propos, sous les modifications ci-après exprimées. Aït, 10992: Toute donation entre-vifs de bietis présens, faité éntre époux par contrat de mariage, ne sera point censée faite sous la condition de sürvie du donatai- te, si cette condition n’est formellement exprimée; et elle sera soumise à toutes les règles et formes ci-dessus prescrites pour ces sortes de donations. Art: 1093 La doñatiof de biens à venir, où de biens pré- sens et à venir, faite entre époux par contrat de mariage, soit simple, soit réciproque, sera soumise aux tègles établies par le chapitre précédent, àl'é- gard des donations pareilles qüi leur seront faites par ün tiers, sauf qu'elle ne sera point transmissi- ble aux enfans issus du mariage, en cas de décès de l’époux donataire avant lépoux donateur. Âtrt. 1094: L'époux pourra, soit par contrat de mariage, éoit peñdant le mariage, pour le cas où il ne lais- # “_# $e- , De ec fander. prod Onde de ï Ne gl der, in, À de Ÿ00! je, ind js titge format ten V0 De gl oordige ten Ni dj,| an à ten. Op de ged de beyo over | De ec ft 2j 9. à a 1 sf) cul eine, pe Let ie«4 ne x nn: LL.Boek, IL. Tir, IX. Hoofdft. Van bifchikk. enz. St ht Fred; ss Ron Fest à no AE, NEGENDE HOOFDSTUK, ON Cor At À D SYRIE 08} LA Ne TN EE ri Van befchikkingen tusfchen echigenooten, het zij bij huvelijks-contract, het 2ij flaande huwelijk. | FT dr à: De echtgenooten mogen bij. huwelijks- contract aan til. wederkeerig,. of. één van beïden aan den anderen, ps, À zoodanige gifte doen, als ziÿ voegzaam oordeelen zullen, onder de bepalingen, hier na uitgedrukt. - Art, 1090. pré, Le: Alle giften onder de levenden van tesenwoordige goe- ne mé deren; tusfchen echtgenooten bij huwelijks- contract ge- nie db daan.,. zullen niét geacht worden gedaan te zijn onder où ii de voorwaarde,.dat de donataris den. donateur.overlez il ve indien:deze voorwaarde. niet met zoo vele woorder pee is uitgedrukt; en dezelve zullen aan alle.de regels en à din formaliteiten, hier boven nopens deze foorten van gif- ten voorgefchreven, onderworpen zijn. -» Art. 1093. re De gifte van toekomende goederen,. of van: P is woordige en toekomende goederen, tusfchen.echtgenoo: À! ten bij huwelijks- contract gedaan, het zij van.de eene ÉC il zijde, het.zij van Wederzijden,. zal onderworpen zijn "EL aan deregels, bij het. vorige. vastgefteld, in ten, opzigte van zoortgelijke;giften,. die hun doot. der: vi den gedaän' worden; behoudelijk dat zij niet overgaat op.de..kinderen, uit dat huwelijk gefproten, in.geval na de. bevoordeelde echtgenoot vôér den donateur komt te overlijden.€+ Aït. 1c04. sl. hi rit NU, À A_ Æ tdi. l se, De echtgenoot mag, het zij bij huwelifks- contract, LIL hét zij flsande huwelijk, in het geval dat hij geenf ÿ LI a... $ w g3o Liv. LIT, Tit. II. Chap. IX, Des dispositions,&rs serait point d’enfans ni descendans, disposer en fa mer à AE LépDe époux, en propriété, de tout+ dont il pourrait disposer en faveur d’un étranger es_ se de l’usufruit de la totalité de la Le tion dont la loi prohi:..… Dies des héritiers. et. dE ne préjudice Et pour le cas où l’époux donateur laisserait des enfans ou descendans, il pourra donner à l’autre ÉPOUX;, où un quart en propriété et un autre quart en usufruit, ou la moitié de tous ses biens en usufruit seulement. Art. 109$ Le mineur ne pourra, par contrat de mariagé donner à l’autre époux, soit par donation simple; soit par donation réciproque, qu'avec le consente- ment et l'assistance de ceux dont le consentement est requis pour la validité de son mariage; et avec ce consentement, il pourra donner tout ce que la loi permet à l'époux majeur de donner à l’autre conjoint. Art. 1096. Toutes donations faites entre époux pendant le mariage, quoique qualifiées éntre-vifs, seront tou- jours révocables. La révocation pourra être faite par la femme, sans y être autorisée par le mari ni par justice. Ces donations ne seront point révoquées par la survenance d'enfans. Aït. 1097. s Les époux né pourront, pendant le mariage, sé aire, ni par acte entre-vifs, ni par testament, au- cune donation mutuelle et réciproque par un seul et même acte, Aît. 1098. l bts tete» ken El éco ge( poenden te, Wa FA S En Wa gifie doët hj an d | pire gel sn vrucht | mc Ju nil . tait al vole, ken, 200 | togfemmit eischt WC gag hi derarig echtgen Alle g lit ges der de le D her gen door der Dex: van eee De ec dr de| ne We $ So a de ms onaion à: ec Le cu le conte + FL ur de dut poux ai vis, pui pee réFQU EL be mar resamé! ue qu 8 pm EL. Bock, IL. Tite, LX. Hooféfl. Van befchikk., en 533 kinderen, noch afkomelingen zal nalaten, befchikking maken ten voordeele van den anderen echtgenoot in eigendom, van al het gen, waar over hij ten voor- deele van eenen vreemden zoude mogen befchikken, en bovendien van het vruchtgebruik van het geheele gedeel- te, waar over de wet de befchikking ten nadeele der erfgenamen verbiedt. En wat betreft het geval, dat de echtgenoot, die de sifte doet, kinderen of afkomelingen mogt nalaten, zal hij aan den anderen echtgenoot mogen geven, of cen vierde gedeelte in eigendom, en een ander vierde gedeelte in vruchtgebruik, of de helft van alle ziÿne goederen in vruchtgebruik alleen. Art, 1095. ÆEen minderjarige echtgenoot mag. bi huweliks-con- tract aan zijnen mede-echtgenoot, noch bij eene enkel« voudige, noch bij eene wederkeerige gifte, niets{chers ken, zonder toeftemming en büftand van hun, wier toeftemming tot de wettigheid van zÿn huwelÿk ver- eischt wordt; en van deze toeftemming voorzien zijnde, mag hi alles fchenken, het geen de wet aan eenen meer- derjarigen echtgenoot toeftaat, om aan zijnen mede- echtgenoot te geven. Aït. 10964| Aïle giften tusfchen echtgenooten, ftaande het huwe: lÿk gedaan, offchoon onder de benaming van giften on der de levenden, zullen altijd herroepelijk zijn. De herrosping derzelven zal door de vrouw kunnen edaan worden, zonder daar toe door haren man, of door den regter geautorifeerd te zijn.( Deze giften zullen niet herroepen worden, uit hoofde van eene daar op gevolgde geboorte van kinderen. Aït. 1097. De echtgenooten mogen, ffaande huwelijk, noch of- der de levenden, noch bij uïerften wil, aan elkander geene wederzijdfche gifte doen bij ééne en dezelfde acte, L13 Arts 109$° Li| 554 Liv. Il, Ti. IT. Chap. IX, Des dispositions;&c, : Art. 1098.| L'homme, ou la femme qui ayant des enfans d'un autre lit, contractera un second ou subséquent mariage, ne pourra donner à son nouvel époux qu'une part d'enfant légitime le moins prenant, et sans que, dans aucun cas, ces donations A excéder le quart des biens.: Art. 1009 Les époux ñe pourront se donner, indirectement au-delà de ce qui leur est permis pat les disposie tions ci-dessus. Toute donation, ou déguisée, où faite à person nes HVÉRPOSÉES sera nulle. ne Art. 1 100: 4 Seront réputées faites à personnes interposées, les donations de l’un des époux aux enfans ou à Vun des enfins de l’autre époux issus d’un autre mariage, et celles faites par le donateur aux pa- rens dont l’autre époux sera héritier, présomptif su jour de la donation, encore que ce dernier n ait point survécu à son Ér donataire. è xt wegel, Fa Ale$ g aan à fn nets Voot gun, door€ é à gerdet de ge ten, te, d ook, d'ail nt da t d(l LL | tout iy OÙ ren, y ner inde par ù fe in HIT, Boëk, HI. Tèt,, EX. Hoofdf. Van befchikk., ent. 535 Art, 1098 De man of vrouw, die, kinderen hebbende, uit een eerder bed, een tweede of volgend huweliÿk aangaat, zal aan deszelfs mieuwén echtgenoot niets meer mogen.: geven, dan het minfte gedeelte, het:welk één der wet- tige kinderen geniet, en zonder dat, in eenig geval, die giften het vierde deel van den boedel mogen te ba- ven Saalle ji Aït. 1099. De echtgenooten mogen. elkander, door zïdelingfche wegen, niet meer geven, dan hun bij de hier voren gemaakte bepalingen is tocgeftaan. Alle giften, onder eenen verdichten titel bewimpeld, of aan tusfchen beiden komende perfonen. gedaan, zule len nietig zijn. Aït. 1100. Voor giften, aan tusfchen beiden komende perfonen gedaan, zullen gehouden worden alle zoodanige, welke door één der echigenooten aan de Kkinderen, of aan één der kinderen van den mede-echtgenoot, uit een eerder huwelijk gefproten, gedaan worden, als mede die gedaan worden door den donateur aan bloedverwan- ten, van wien de andere echtgenoot, ten tijde der gef= te, de vermoedelijke erfgensam zÿn Zzal, al ware het ook, dat de laatstgemelde den bloedverwant, aa wien de gifte gedaan is, niet heeft overleefd. Li4| DER 536 Liv, III, Tit, HIT, Chap. L, Dispositions prélimin. TITRE. I DES CONTRATS, OU DES OBLIGATIONS CONVEN- TIONNELLES EN GÉNÉRAL. pue le r Février 1804. Premulgué le, 17‘du même poire], Dispositions préliminaires. Art. 1 101. Le contrat est une convention par laquelle une ou‘plusieurs‘ personnes s’obligent, envers une ou: plusieurs autres, à, donner, à à‘faire Ou. à ne, pas fire quelque chose. À js : Art, j 102. À . Le contrat est synallagmatique où bilatéral lors- que les contractans s'obligent réciproquement les Su à} uns envers les autres. Art, 103 f est wnilatéral lorsqu'une ou. plusieurs person- nés sont obligées envers une ou plusieurs autres, ons que de la part de ces dernières il a ait d'en gagement, &|: Art. 1104 | pi Jul, En© bilaterac der aan Het 7 meer pa zonder tekoude ar le ve ERA à misp pli: Oque à jeurs jeurs axe FE de Ar 110 ZI7. Boëk, LU, Tit. 1. Hoofif. Voorafgaande bepaling. 837 noces D ER D EP RUT LE YAN CONTRACTEN, OF VERBINDTENISSEN, BIJ WE» GE VAN OVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN. [Wastgefeld den yen van Sprokkelmaand 180% Afgckondigd den x7den van dezclfle maand.] LA EERSTE HOOFDSTUK Woorafgaande bepalingen. Aït. I101: Een contract is eene overeenkomst, waar bij één o, meer perfonen zich aan één of meer anderen verbinden, om, ets te geven, te doen, of niet te doene| Art. 1102. Een contract is wederkecrig,( fynallagmatiek, of Bilateraal) wanneer de contractanten zich over en we: der aan elkander verbinden, D alnedian ie à Aït, 1103| Het zelve is eenzijdig,(vrilateraef), Wanneer één of: sneer perfonen zich aan één of meer anderen verbinden, zonder dat de laatstgemelde van, hunnen kant tot jets, gehouden zÿn ee #9 L1S5 At, 1104» 538 Live UT. Tite II Chap. 1 Dispositions prélimin. Aït. 1104. Il est commutatif lorsque chacune des parties s'engage à donner ou à faire une chose qui est re- gardée comme l'équivalent de ce qu’on lui donne, ou de ce qu’on fait pour elle. R: Lorsque l'équivalent consiste dans la chance de gain ou de perte pour chacune des parties, d’après un événement incertain, le contrat est wlégroire. Art. 1105. Le contrat de bienfaisance est celui daris lequel l'une des parties procure à l’autre un avantage pu- rement gratuit. Aït. 1106. Le contrat à être onéreux est celui qui assu- jettit chacune des parties à donner ou à faire quel- que chose. Aït 1107: Les contrats, soit qu’ils aient une dénomination propre, soit qu'ils d'en aient pas,, Sont soumis à des règles générales, qui sont l’objet du présent titre. Les règles particulières à certains contrats sont établies sous les titres relatifs à chacun d'eux; et les règles particulières aux transactions commercia- les sont établies par les lois relatives au commerce. C HA. jl! Perl Het 2 if) M piodt,| fout jen 9 Wan tien,| onekel gen ÉAt Eat parie fer vo0! trcten ieder d ak Ut L FA) 111, Beck; IDE TH.., 1. Hoofl, Peorafsaandebapaling. s59 Aït, 1104. Het zelve is vergeldende of verwisfelende,(commuta- iief) Wanneéer ieder der contracterende partijen zich ver- bindt, om gene Zzaak te geven of te doen, welke be- fchouwd wordt als gelik in waarde met het géen aan hem gegeven, of voor hem gedaan wordt.: Wanneer deze gelijke waarde, voor ieder der pars tien, beftaat in de kans van winst of verlies, van eene onzekere gebeurtenis afhangende, is deze verbindtenis éen kans- CORÉT AGE, d à è Aït. 1105: Een contract wi sweldadigheid is, wanneer eene der. partijen aan de andere, geheel en al om niet, een Ze- ker voordeel doet tockomen. it CR LE, Aït. 1106. Een contract, onder eenen onereufen titel aangegaan, is zoodanig een, het welk ieder der partijen onder de verpligting brengt, om iets te geven of te doen.. Art. 1107 De contracten, het zi dezelve eene eigene benaming. hebben, dan niet, zijn aan algemeene regels ondérwor: pen, welke het onderwerp van dezen Titel uitmaken. * De bijzondere regels, ten aanzien van bepaalde con tracten, worden opgegeven in de Titels, in welke van. ieder derzelven gehandeld wordt; en de bijzondere re. gels omtrent handelingen van koophandel zin bepaald bi de wetten, betrekkelijk den koophandel.. 2 1 Te vrSt,: 4 A H{ + sis Liv. HI, Tir, II, Chap. I. Des conditions, Ge. GC HA I TBE. Des conditions essentielles pour la validité- des conventions: Aït. 1108. Quatre conditions sont essentielles pour a validi- gé d’une convention: Le çonsentement de la partie qui s’oblige; Sa capacité de contracter; Un objet certain qui forme la matière de Penga- gement; Une cause licite dans l'obligation, SECTION& Du consentement. Aït. 1109 Ï n’y a point de consentement valable, si le ‘consentement n’a été donné que par erreur, ou Si a été extorqué par violence ou surpris par dol. ÂAtt. 1110. L'erreur n’est une cause de nullité de la conven- tion que lorsqu'elle tombe sur la substance même de la chose qui en est l’objet.: Elle n’est point une cause de nullité, lorsqu'elle pe tombe que sur la personne avec laquelle on a intention de contracter, à moins que la considéra- tion de cette personne ne soit la cause principale de la convention, Art IIILe. « Tot Jr We Det Des gen al er 2 bindtenis fer Dw te do trent| det ot ii te dou den p ln, t king j ru&x ù Li, Bock, LIT. Tit,,LL.Hoofdf. Van dewezsvereiicht. enr, 84 TWÉEDE HOOFDSTUK. Van de wezenlijke vereischien tot de beflaar: baarheid der overcenkomfien. Aït. I108.| Tot de beftaanbaarheid der overeenkomften behoofen vier wezenlijke vereischten: rs)| De toeftemming van.den genen, die zich verbindt; Deszelfs bekwaamhéid, om eene verbindtenis te kune nen aangaan; Een zeker onderwerp, het welk de flôffe cener vet: bindtenis uitmaakt; Eene geoorloofde oorzaak van verbindtenis: 4 EERSTE AFDEELING. Van de ocfemmirig. Àit: 1 169. Geene toeflemming is van waarde, wanneer dezelve door dwaling is gegeven, of door geweld afgeperst, of doot bedrog verkregen. Aït. 11to, Dwaling is geene oorzaak om eene verbindtenis nietig te doen zijn, dan wauneer dezelve plaats heeft. om- trent het wezen zelven der zaak, die het onderwerp der overeenkomst uitmaakt.| F.s Zij is ook geene ootzaak oïñ eene verbindtenis nietig te doen zijn, wanneer zi alleenlijk plaats heeft omtrent den perfoon, met wien men voornemens is te hande- len, ten ziÿ de overeenkomst Voornamelijk uit aanme- king van dezen perfoon is aangegaan. / Âït. iTIk 342 Liv. IR, Tir HIT, Chap, IT. Des Condétins; Be: Art. TIIT,| La violence exercée contre celni qu a contracté l'obligation, est une cause de nullité, encore qu’el- le ait été exercée par un tiers autre que celui au profit duquel là convention a été faite. Aft. 1119 Il y a violence, lorsqu elle est de nature à tre impression sur une personne raisonnable, et qu’elle peut lui inspirer la crainte d'exposer, sa personne ou sa fortune à un mal considérable et présent. Le a égard; en cette matière, à l’âge; ai sexè à la condition des personnes. Ârt, 1113; La violence est une cause de nullité du contrat; non-seulement Jorsqu elle a été exercée sur la par- tie contractante; mais encore Jorsqu” elle l’a été sur son époux où sur son épouse, sur ses descendans ou ses ascehdans: Aït. 1114 La seule crainte révérentielle envers le père, l mère, ou autre ascendant, sans qu'il ÿ ait eu de violence exercée, ne suffit point pour anhüller lé Contrat: Art. 1115. Uñ contrat ne peut plus être attaqué pour cause dé violence, si, depuis que la violence a cessé, ce contrat a été approuvé,_ soit expressément, soit tacitement, soic en laissant passer le temps de la restitution fixé par la loi: Art. iiié. Le dol est une cause de nullité de la convention lorsque les manœuvres pratiquées par June des pat- ph Gi tes hr ook qi, den,| nrerelho Gel pige dl gedeneert ain pet aanwezel h ht kunné,€ de Gévell | t#tn qort à tm Verrante D: of js ln, Z toi Yern Mon| niet 0 | web,| Uk, he 1 2j; pull,| Werenk wi: (f cs Core qi Al y L ke, eg CS pr et prévn. LI i LUE dl on, kr le li ds denis ne pee à Hyané ur oi L ge qu Jence 2 CN, ste£ |(0 ki IT g Ju À paf Hl:Bock,III:Tit: AT, Hoofdf. Pan dewezereischt.en2.8àà Arts 11: Ii Geweld; gepleëgd tégen den genen, die eene verbind- tenis heeft aangegaan, maakt de overeenkomst nietig, _ook dan, wannéer het zelve gepleegd is door eenen derden, onderfcheiden van hem, ten wiens behoevye de overeenkomst gemaakt is. Âïts 11194 Geweld heeft plats, wanneer het zelve vin zooda5 higen aard is, dat het indruk maakt op iemand, die wél redeneert, eh Hem de vrees kan inboezemen, dat hÿ zin petfoon of goederen aan.een merkelijk en dadeliÿk aanwezend nadeel blootftellen zoude. In het beoordeelen daar van, moét op de jaren, de kunne, en den ftaat der perfonen, acht gegeven wor den: SEE; Aït. 11139 4 _Géweld is ééne oorzaak, om eerie overeenkomst: nes tig te maken, niet alleen wanncer het.zelve gepleesd wordt tegen eene der Coritracterende païtljen, maar o0k tegen zijn of haar mede-echtgenoot, of tesen bloedé verwanten in de nedergaande of-opgaande linie, Aït: 1114 De vrees, alleen uit eerbied, jegens vader, moeder, of jegens eenen anderen bloedverwant in de opgaande linie, zonder dat eenig dadelÿk geweld gepleegd is, is tot vernietiginig der overeenkomst onvoldoende, Aït. I fr 5 Men kan tegen een contract, op giond vin geweld; niet opkomeñ, indien, na het ophouden van het ge- weld; het contraët is gocdgekeurd, het zÿ uitdrukke- lijk, het zi ftilzwijgende, het Zij dat men den tijd, om iñ zin geheel herfteld te woïden, dooï de wet be paald, heeft laten voorbigaan:| Aït, 1116. Bedrog levert eeneñ grond op tot Vernietigiñg der overeenkomst,s wanneer de kunstgrepen, door één der COÏt- AU À y S s44 Æiv. TI, Tir. II. Chop IE, Des'conditions, Se parties sont telles, qu'il est‘évident que, sans ces manœuvres, l’autre partie n'aurait.pas contracté. { ne se présume pas, er doit être prouvé; Art, 1117: _ La convention contractée par érreur, Violence où dol, n’est point nulle de plein droit; elle donne seulement lieu à üné action en nullité ou en resci- sion, dans les cas et de la manière expliqués à la section VIE du chapitre V du présent titre. Art. 1118. La lésion ne vicie les conventions que dans cer- nains contrats ou à l'égard dé certaines personnes; ainsi qu’il sera expliqué en la même section: Ârt. 1119; Of ne peut, en général, s'engager, ni stipulet en son propre nom, que pour soi-même. Aït. 1190. Néanmoins on peut se porter fort pour un tiers, en promettant le fait de celui-ci; sauf l'indemnité contre célui qui s’est porté fort où qui à promis de faire ratifier, si le tiers refuse de tenir l'enga- gement: Art. 1191: On peut pareillement stipuler au profit d'un tiers, lorsque telle est la condition d’une stipulation que l’on fait pour soi même ou d’une donation que l’on fait à un autre. Celui qui a fait cette stipulation, ne peut plus la révoquer; si le tiers à déclaré voti- loir en profiter. Art: 11990: __ On est censé avoir stipulé pour soi et pour.se$ héritiers et ayant-cause, à moins que le contraie ne pu ont act tabl dell ben, Bedro grordens Rene qangeg gel 1 qn t ds b] van dé Enkel qu te van 28 lg dep hi ets be ze, Ni te bel VOor 4 te doen geral di Men beling aich 2e anderen br Ve nt van he Men Wen, el lp» # ln, que, LS Cottas : Droïvé ï, vos it, ele té Un Elo) xt(1 qe due ne 1 pou un qu link ù qi tj dela pri dat pui€ onaion di re spl ca déc oi# pot! je conti ÿ » 211, Bock, TIT,Tit., IL Hoofafls Vandewez.vereischt.,enz.54s contractanten gebezigd, van dien aard zijn, dat het klaarblükelük is, dat de ander, zonder zoodanige be- driegelijke kunstgrepen, niet zoude gecontracteerd heb- ben.: Bedrog wordt niet geprefumeerl, maar moet bewezen worden,” Aït. 1117e Fene overeenkomst,. door dwaling, geweld of bedrog. aangegaan, is niet van zelf naar regten nictig; doch geeft alléen aanleiding, om eene actie tot vernietiging aan te leggen, in de gevallen, en op zoodanige wize, als bij de zevende Afdeeling van het vijfde Hoofdftuk van dezen Titel ontvouwd wordt, Attex1118 Enkele benadeeling vernietigt de overeenkomften niet, dan ten aanzien van Zzekere contracten, of ten opzigte van Zekere perfonen, zoo als zulks in de zelfde Afdee- ling bepaald zal worden. Art. 1119. In het algemeen kan men zich niet verbinden, noch iets bedingen, op zinen eigen maam, dan voor zich zelven.: Art. 1120, Niettemin kan men vocr eenen derden inftaan, door te beloven, dat dezelve iets zal doen; zÿnde hÿ, die voor eenen derden ingeftaan, of beloofd heeft hem iets te doen bekrachtigen, tot fchadeloosftelling gehouden, in geval die derde weigert het beloofde na te komen. Art. 1121. Men kan ook ten behoeve van eenen derden iets bedingen, wanneer cene overeenkomst, welke men voor zich Zelven maakt, Of eene gifte, die men voor eenen anderen doet, zulk eene voorwaarde of beding in zich bevat Die zoodanig beding gemaakt heeft, kan hetzel- ve niet herroepen, wanneer die derde verklaard heeft van het beding te willen gebrüik maken. Aït. 1192. Men wordt geacht bedongen te hebben voor zich zel-” ven, en voor Ziÿne erfgenamen en regtverkrijgenden, ten L DEEL. Im| we 846 Liv. III. Tit, LI. Chap. TI, Des conditions,@c. ne soit exprimé ou ne résulte de la nature de la convention.: SECTION IL De a capacité des parties contractantes, At Aït, 1123. Toute personne peut contracter, si elle n’en est pas déclärée incapable par la loi. Art. 1194. Les incapables de contracter sont, Les mineurs, Les interdits, Les femmes mariées, dans les cas exprimés par h:loi Et généralement tous ceux à qui la loi à inter- dit certains contrats. Art. 1195. Le mineur, l’interdit et la femme mariée ne peu- vent attaquer, pour cause d'incapacité, leurs engae gemens, que dans les cas prévus par la loi. Les personnes capables de s'engager ne peuvent opposer l'incapicité du mineur, de l’interdit ou de la femme mariée, avec qui elles ont contracté. S E C: ji qe qd ii, 4, UT aciatte, 1 ele tas A ré, Ke h get spl LL conti s£ fi. Bock, 111, Tir. 11. Hoofof, Van de és vereischt:en5.543 väre het tesendeel uitdrukkelijk bepaald is, of uit dep aard der overeenkomst voottvloeit: \ THWEEDE AFDEELING. Pün de bekwaamheid der conträcterende partljen * Art. 119% - Een ieder is bevoegd om contracté aaû te gain, ins” dien hij daar toe door de wet niet is onbekwaam vers klaard: Aït. 1194, Onbekwaam om té contracteren zijn s Minderjarigen; Die onder curateele gefteld zijn; Getrouwde vrouweñ, in de gévallen bij de wet bes paald; En in het algemeen, alle de genen, aan wien de wet het aangaan van zekere contracten verboden heeft. Aït, 1126: De mindejarige, die onder curatecle gelteld is, en éene getrouwde vrouw, kunneri, uit hooïde van onbe- kwaamheid, zich tegen liunhe vetbindtenisfen niet ver- zetten, dan in de gevallen, waar in de wet deswegens voorzien heeft, Me Perfonen, welke de békwaamheid hebben om zich te kunnen verbinden, kunnen de onbekwaamheid van den minderjarigen, van den genen die onder curateele gefteld| is, of van de getrouwde vrouw, met wien Zij gecon< tracteerd hebben, niet tegenwerpen: Mn 2 DE R- 3 CL RENE A2 LRU 848 Liv. LT, Tit. LIT, Chap. IT. Des conditions,&c. SECTION II. De Pobjet et de la matière des contrats. Aït. 1126. Tout contrat a pour objet une chose qu’une par- tie s’oblige à donner, ou qu'une partie s’oblige à faire ou à ne pas faire. Aït: 1197. Le simple usage ou la simple possession d’une chose peut être, comme la chose même, l’objet du contrat. Art. 11928. 2 T n’y a que les choses qui sont dans le com- merce qui puissent être l’objet des conventions. Art. 1129. T1 faut que l'obligation ait pour objet une chose au moins déterminée quant à son espèce. La quotité de la chose peut être incertaine, pourvu qu’elle puisse être déterminée. Art. 1130. Les choses futures peuvent être l'objet d’une obligation, ‘On ne peut cependant renoncer à une succession non ouverte, ni faire aucune stipulation sur une pareille succession, même avec le consentement de celui de la succession duquel il s’agit. $ E C- im ë> k LI. Boek,TI.Tit., TI. Hoofaft. Van dewez.vereischt.,enz.34e DERDE AFDEELING. rats, © Van het onderwerp der verbindtenis{en, Art. 1196. je qui: ot Alle contracten hebben tot onderwerp eene zaak, wel- à.|E ke een der contractanten zich verpligt te geven, of wel- ke een der contractanten zich verpligt te doen of niet - te doen,: Aït. 1197. ses au Het enkel genot, of het enkel bezit van eene zaak, mène, li kan, zoo wel als de zaak zelve, het onderwerp van het contract uitmaken. Art. 1198.| be Alleenlik kunnen die zaken, welke in den handel der Fos menfchen zijn, het onderwerp der contracten uitmaken. Art. 1129. 2 : Me De verbindtenis moet tot onderwerp hebben eene zaak, je ns welke, ten minften ten aanzien van hare foort, be- \e paald is. QUE De hoeveelheid der zaak kan onzeker zïn, mits Zi) nai maar tot eene bepaalde zekerheid gebragt kan worden. Aït. 1190. Toekomftige zaken kunnen het enderwerp eencr ver= lobe je bindtenis uitmaken.. Men kan echter geenen afftand doen van eene erfenis, F1 die nog niet vervallen is, noch over Zzoodanig eene na- succes At S i toeft MTS latenfchap eenig beding aangaan, Zzelfs miet met toeltem- jon a À mins van den genen, over wiens nalatenfchap gehandeld sentent v wordt. D, ne Ci, sso Liv. III. The. LIL, Chap. EL. Des conditions, 6 SECTION M De la cause. Art.: 1131: L'obligation sans cause, où sur une fausse cau- se, ou sur une cause illicite, ne peut avoir aucun effet.; \ Aït. 1192. La convention n’est pas moins valable, quoique la cause n'en soit pas exprimée,| Aït. 1133: La cause est illicite, quand elle est prohibée par la loi, quand elle est contraire aux bonnes mœurs ou à l’ordre public. CH À PETER EI “De Peffet des obligations. SECTION KE Dispositions générales, Art, 1134. Les conventions légalement formées tiennent lieu de loi à ceux qui les ont faites. Elles ne peuvent être révoquées que de leur ÇOU= de By ÿ HI, Bock, HI.Tit., I. Hoofäfr. Van de wezVercischten2 551 VIERDE AFDEELING. / Van de oorzaak der yerbindtenis{en. < # 1e Lun,|: la, Œene verbindtenis, zonder oorzaik, of uit eene val IC 470 fche oorzaak, of uit eene ongeoorloofde oorzaak aange- gaan, kan van g£ene kracht zijn. Aït. 1192, ble, qe Eene overeenkomst 1s niettemin krachtig, offchoon de oorzaak niet bij het contract is uitgedrukt. Art, 1193 Eene.ongeoorloofde oorzaak is, welke bij de wet ver- j+. boden, met de goede zeden, of met de maatfchappelijke Œ orde ftridig is. Il DERDE HOOFDSTUXK. Wan de gevolgen der verbindtenisfen. EERSTE AFDEELING. Algemeenc bepalingens Aït. 11% fennet É Alle wettiglÿjk nangegane overeenkomften ftrekken aa de contracterende partijen tot eene Wet.;$ & Ht Zi kunnen niet herroepen worden, dan met weder- ( Mm 4 zid- (is re.: &xo Liv. LIT, Tite III. Chap. IIT. De Peflet,&e. consentement mutuel, ou pour les causes que la loi autorise. Elles doivent être exécutées de Bonne foi. . Aït. 1195. Les conventions obligent non-seulement à ce qui y est exprimé. mais ençore à toutes les suites que l'équité, l’usage ou la loi donnent à l'obligation d’après sa nature. SECTION EH" De Pobligation de donner. à Art 1196. L'obligation de donner emporte celle de livrer la chose et de la conserver jusqu’à la- livraison, à peine de dommages ec intérêts envers le créancier, Art 1197. « L'obligation de veiller à la conservation de la chose, soit que la convention n'ait pour objet que l'utilité de l’une des parties, soit qu’elle ait pour objet leur utilité commune, soumet celui qui en est chargé à y apporter tous les soins d’un bon père de famille. Cette obligation est plus ou moins étendue rela- tivement à certains contrats, dont les effets, à cet égard, sont expliqués sous les titres qui les con- cernent.; dut. 1138, Ov dezeh gel, de bi air rit Pehu y cel qu 4 ns ab ends+ fers, à ui Je 0 Ar sh ‘ten dezen opzigte, in de Titels, die II. Boek, LI. fit, ILE, Hoofdfl, Van de gevolgen ,enz. 553 zijdfche toeftemming, of om redenen, door de wet tot die herroeping voldoende verklaard. In de nakoming derzelve moet ter goeder trouve wor- den te werk gegaan, Art. 1195. Overeenkomften verbinden niet alleen tot het geen bij dezelve uitdrukkelÿk bedongen is, maar ook tot het geen, naar den aard van dezelve overeenkomften, door de billijkheid, het gebruik, of de wet gevorderd wordt, TWEEDE AFDEELING. Van de-verbindtenisfen om iets te geyven, Art. 1136. De verbindtenis, om iets te geven, bevat in zich de verpligting, om het goed te leveren, en voor het behoud van het zelve te zorgen, tot de levering toc, op ftrañe van, bi nalatigheid, de fchaden en interesfen aan den {chuldeifcher te moeten vergocden, “Aït: 1197 De verpligting, Om voor het behoud van het gocd te _zorgen, het zi de overeenkomet alleen het voordeel van één, of wel van beide de contracterende partijen ten on- derwerp heeft, flelt den genen, die daar mede belast js, in de verpligting, om voor het goed, als een goed huis- vader, zorg te dragen.; Deze verpligting is meerder of minder uitgeftrekt, ten aanzien van Zekere contracten, waar van de gevolgen, daar toe betrekking hebben, ontvouwd worden. * Mn 5: Aït. 1138. s54 Lév, HI. Tir. UT. Chap. TI, De Pefet, Oo. Art. 1198, L'obligation de livrer la chose est parfaite par le seul consentement des parties contractantes.| Elle rend le créancier propriétaire et met la cho- se à ses risques dès l'instant où elle a dû être li- vrée, encore que la tradition n'en ait point été faire, à moins que le débiteur ne soit en demeure de la livrer; auquel cas la chose reste aux risques de ce dernier.| Art. 1199. Le débiteur est constitué en demeure, soit par une sommation ou par autre acte équivalent, soit par l’effet de la convention, lorsqu'elle porte que, sans qu’il soit besoin d’acte et par la seule échéan- çe du terme, le débiteur sera en demeure, Art. 1140. . Les effets de l'obligation de donner ou de livrer un immeuble sont réglés au tire de /4 vente et au titre des priviléges et hypothèques. Art. 1141. = Si la chose qu’on s’est obligé de donner ou de livrer à deux personnes successivement, est pure- ment mobilière, celle des deux qui en a été mise en possession réelle est préférée et en demeure propriétaire, encore que son titre soit postérieur en date, pourvu toutefois que la possession soit de bonne foi,| gd De el gone? À parie 1j ma zik VO ge ring 10 de Jeverl gt D De fi door een gi tel houtt, dut dut ql00p| De te ge verkooÿ … fee, Indien tien,€ bonden| goed is, cadet if dr Ut de eoëde+ f b, de Fe pr aa, 6 0 Lu tin à it 4 Qi& dur Se is DUR, ui ne 1‘ l“ qu le pr, À seu El à e qu de Lt de la vent à ‘ d dont ent, SUP en1 É a en de soir pis sion A! LC ZI. Boek, II, Tite, IT, Hoofafi. Van de gevolgen, enz. 553 ; Art, 1138. De verbindtenis, om eene zaak te leveren, beftaat vol- komen door de enkele toeftemming der contracterende partijen.. Zi maakt den fchuldeifcher tot eigenaar, en ftelt de . gaak voor zine rekening, van het oogenblik, dat de- zelve heeft moeten geleverd worden, offchoon de leve: ring nog niet gedaan is, ten ware de fchuldenaar in de levering van het goed nalatig is; in welk geval de zaak blift voor rekening van den laatstgenoemden, Aït. 1199 De fchuldenaar wordt in verzuim gefteld, het zij door eene fommatie of andere foortgelÿke acte, het zï uit krachte van de verbindtenis zelve, wanneer die in» houdt, dat de fchuldenaar in verzuim zijn zal, zonder dat daar toe eenige acte noodig is, en door het enkel yerloop van den bepaalden tid. Aït. 1140. De gevolgen der veïbindtenis,; om een onrocrend gocd te geven: of te levereni, zijn bepaald in den Titel, vx verkoop, en in den Titel, van preferentièn en lijpo- theken.: l Aït. 1141. Indien de Zzaak, welke men op twee onderfcheiden tijden, en aan twee onderfcheidene perfonen, zich ver- bonden_heeft te geven of te leveren, een zuiver roerend- goed is, heeft die geen van hun beiden, welke in het dadelik bezit daar van gefteld is, dén voorrang, en blift daar van eigenaar, offchoon zijn titel van cene latere dagteekening is, mits echter het bezit zij ter goeder trouwe,:| D E R- 256 Liv, III. Tit. III. Chap. III. De Pefet,@e SECTION II De Pobligation de faire ou de ne pas faire. Art. 1142. Toute obligation de faire ou de ne pas faire se résout en dommages et intérêts, en ças d'inexécus tion de la part du débiteur, Art. 1148. Néanmoins le créancier a le droit de demander que ce qui aurait été fait par contravention à l’engagement, soit détruit; et il peut se faire au- toriser à le détruire aux dépens du débiteur, sans préjudice des dommages et intérêts, s’il y a lieu, Art. 1144. Le créancier peut aussi, en cas d’inexécution, être autorisé à faire exécuter lui- même l’obliga- tion aux dépens du débiteur. Art. 1145. Si l'obligation est de ne pas faire, celui qui y contrevient doit les dommages et intérêts par le seul fait de la contravention. | M Va Ale Loopen | fun | vylgi Nitten deren de overeenk den tp niet te minderd ein, De 1 gun Zn on ze, ais ten L Wan 5 de g van cle en int lg,(À LIT. Boek, LIL.Tit., III. Hoofaf. Van degevolgen ,enz. 559 À | 1% DERDE AFDEELEING. fa in, Van de verbindtenis om iets te doen, of nie. ;: te doen. Art. L 149. Ein Alle verbindtenisfen om iets te-doen, of niet te doen, 2 64 du loopen uit op eene vergoeding van fchaden en interes- fen, in geval de fchuldenaar in gebreke blift, aan zijne verpligting te voldoen. a Art. 1749£ OÙ de dk© Niettemin heeft de fchuldeifcher het regt, om te vor- Con; deren de vernietiging van het geen, tegenftrijdig aan de eut à En overeenkomst, gedaan is; en hij kan zelfs zich door den regter doen autoriferen, om het geen gedaan is, te “ur niet te doen, ten kosten van den fchuldenaar, onver- Sy ln minderd zijn regt tot vergoeding van fchaden en inte+ resfen, zoo daar toe grond, is. | débie, sa \ Art. 1144. né De fchuldeifcher kan ook, in geval de fchuldenaar aan zijne verpligting niet voldoet, geautorifeerd worden, om zelf, ten kosten van den fchuldenaar, de verbindte- nis ten uitvoer te doen brengen. # Art. ï 145 re, ci 4!:: ts l Wanneer de verbindtenis beftaat in ets niet te doen, is de geen, die daar tegen handelt, alleen uit hoofde van die onbevoegde daad, tot vergoeding van fchader en interesfen gehouden.+:, VIER:- \L_#7 eg Lis. ttr Dit ÉIL. Chape LIL.“De left, ils) SECTION:iF: Des dommages et intérêts résultant de Pis exécution de l'obligatiors Aït. 1146: Les dommages et intérêts ne sont düs qüe lors- ue le débiteur est en demeure de remplir son obligation, excepté néanmoins lorsque la chose que le débiteur s'était obligé de donner ou de faire ne pouvait être donnée ou faite que dans un certain temps qu'il a laissé passer, Art. 1147: Le débiteur est condamné, s'il ÿ a lieu, aù paiement de dommages er intérêts, soit à raison de l’inexécution de l'obligation, soit à raison du retard dans l’exécution, toutes les fois qu’il ne justifie pas que l’inexécution provient d'une cause étrangère qui ne peut lui être imputée, encore qu'il n’y ait aucune mauvaise foi de sa part Aït. 1145, I n'y a lieu à aucuns dommages et intérêts lorsque, par suite d’une force majeure ou d'un cas fortuit, le débiteur a été empêché de donner où de faire ce à quoi il était obligé, ou 2 fit ce qui lui était interdit. _ Aït. 1149: Les dommages et intérêts dus au créancier sont; en général, de la perte qu’il a faite et du gain *| dont | LA werfchu om 4j ts, ponden| on Or geler D D f eZ)| it ho br, tip, ren dk zik, er el Gene plats, weld,( hinderd plét we Welbodet Scha elcher les, lu LIL, Bock, LU Tit., III. Hoofdfl, Van de geroisen, ét 529 VIERDE AFDÉELI NGi de Pi Van vergoeding van fchaden en interesfen, À voortylocijende uit het niet nakomen eener verbindienis. Aït. 1146. à{ e;® e 9 . Ru De vergoeding van fchaden en interesfen is dan alleen de rats verfchuldigd, wanneer de fchuldenaar in gebreke blift, Le k due om zijne verbindtenis na te komen; uitgezonderd nog« bb tans, wanneer de zaak, welke de{chuldenaar zich vers dre vo bonden had te geven of te doen, niet gegeven of gedaan er: k kon worden, dan binnen eenen zekeren bepaalden tid, welken hi heeft laten voorbij gaan. Art, 1147. EUX De fchuldenaar wordt, zoo daar toe grond is, ver- wi à ri wezen tot de betaling van fchaden en interesfen, het zij EL on uit hoofde dat de verbindtenis niet is ten uitvoer ge- À de bragt, het ziÿ uit hoofde van vertraging in die uitvoe- LUE ring, zoo dikwäls hi niet bewiüjst, dat het niet uitvoe- at QU GS ren der verbindtenis voortkomt uit eene vreemde oor- pu, a zaak, die aan hem niet kan geweten worden, al heeft "1: er zelfs geene kwade trouw van züne zijde plaats. Art. 1148. ai Geene vergoeding van fchaden en interesfen heeft ges à IE plaats, indien de fchuldenaar, door onvermädelik ge: re on UnÉ weld, of bij toeval, buiten zÿn fchuld of verzuim, ver- de dut hinderd is jets te geven of te doen, waar toe hij ver- qu ke pligt was geweest, of iets gedaan heeft, het welk hem verboden was. Art. 1149. Schaden en interesfen, welken men aan eenen fchuld- PU eifcher verfchuldigd is, beftaan in het algemeen in het Î verlies, het welk hij geleden heeft, en in de winst, sad p welke dé Go Liv. III. Tir. III. Chap. III, De effet, Be. dont il a été privé, sauf les exceptions et modif. cations ci-après. Aït. 1150. ge Le débiteur n’est tenu que des dommages et in- térêis qui ont été prévus où qu’on a pu prévoir lors du contrat, lorsque ce n’est point par son dol que l'obligation n'est point exécutée. Art. 1151. Dans le cas. même où l’inexécution de la con- vention résulte du dol du débiteur, les dommages et intérêts ne doivent comprendre, à l’égard de la perte éprouvée par le créancier et du gain dont il a été privé, que ce qui est une suite immédiate et directe de l’inexécution de la convention. Art; 1152. Lorsque la convention porte que celui qui mans quera de l’exécuter: paiera une certaine somme à titre de dommages- intérêts, il ne peut être alloué à l’autre partie une somme plus forte ni moindre, * Art. 1153. Dans les obligations qui se bornent au paiement d’une certaine somme, les dommages et intérêts résulrant du retard dans l'exécution ne consistent jamais que dans la condamnation aux intérêts fixés par la loi; sauf les règles particulières au commer- ce et au cautionnement. Ces dommages et intérêts sont dus sans que le créancier soit tenu de justifier d'aucune perte. Ils ne sont dus que du jour de la demande, ex- cepté dans les cas où la loi les fait courir de plein droit,| : Art. 1154 Îl j, jk; gdle cg Jeu ft | fnden€ jadéen K | pet coût heeft ges gebragte In hét eentonst mocten de us, d weke hi à te, Mt N het niet mA anne de in& \er fon fchaden grootere toegeure ln verh aékere gel fn, vi: bindtenis taling va 2j; 0m Wa Loop! Dee fe | der dat de | eenig ver Mai ht dar t Ut de pe Long on à} y le| i à Fo) Let Lie mb Veau, el quo in som À ex bre dl po mots je np 7e x ns ge CE ns 47 CO gs É' je pet desde f ri de Jr ft ZT. Boek, LI. Tit:, LIT. Hoofdff, Van de gevolgen ,enz. 56% - wvelke hij heeft mocten derven, behoudens de uitzonde- ringen en wijzigingen, hièr na vérmeld. | Aït. 1150. - Een fchuldenaar is alleen geouden tot vergoeding der {chaden en interesfen, welke voorzien zijn of voorzieñ hadden kunnen worden, ten tijde van het aangaan van het contract, wänncér hij niet door bedrog ooïzaak heeft gegeven, dat de verbindtenis niet ten uitvoer is gebragt.:: Aït. 1151. In hét geval zelfs, dat het niet nâäarkomen der ovet- eenkomst een gevolg is van des fchuldenaars bedrog, moeten de fchaden en interesfen, met. betrekking tot het verlies, door den fchuldeifcher geleden, of de winst,. welke hij heeft moeten derven, alleenlijk dat geen bevat- ten, het welk een onmiddelÿk en dadelijk gevolg is van het niet naarkomen der overéenkomist, Att. 1152. Wanneer de ôvereénkomst medebrèngt, dat de geen, die in gebreke blift dezelve naar te komen, eene ze- kere fomme gelds zal betalen, tot vergoeding van fchaden‘en interesfen, kan aan de wederpartije geene grootere of mindere fomme, dan de bedongene, worden toegewezen: Aït. 115% fn verbindtenisfen, die zich tot de betaling van éene zekere geldfomme bepalen, beftaan de fchaden en interes- fen, uit de vertraging in het niet naarkomen der ver= bindtenis voortfpruitende, nooit anders, dan in de be: taling van interesfen, zoo als die bij de wet bepaald zijn; onverminderd de bijzondere tegels, die in het ftuk van Koophandel, én omtïent borgtogten plaats hebben. Deze fChaden en interesfen is men verfchuldigd, zof- der dat de fchuldeifcher behoeft aan te toonen, dat hÿ eenig verlies geleden heeft.. Men is dezelven niet verfchuldigd, dan van den dag, dat daar toe eisch is gedaan, uitgenomen in het geval, dat de wet de interesfen van zelf doet loopen, L DEEL, Nn: Art, 11540 cé Lis. IX. Tit, LU. Chap. II. De Pefet, Be, Art. 1154. Les intérêts échus des capitaux peuvent produire des intérêts, où par une demande judiciaire, ou par une convention spéciale, pourvu que, soit dans la demande, soit dans la convention, il s'agisse d'intérêts dus au moins pour une année entière. Art. 1155. Néanmoins les revenus échus, tels que fermages, loyers, arrérages de rentes perpétuelles ou viagè- res, produisent intérêt du jour de la demande ou de la convention.| La même règle s’applique aux restitütions de fruits, et aux intérêts payés par un tiers au Créan- cier en acquit du débiteur. SECTION PF. De l'interprétation des conventions. Art. 1156. On doit dans les conventions rechercher quelle a été la commune intention des parties contractantes, plutôt que de s'arrêter au sens littéral des termes. Art. 1157. Lorsqu'une clause est susceptible de deux sens, on doic plutôt l’entendre dans celui avec lequel elle peut avoir quelque effet, que dans le sens avec le- quel elle n’en pourrait produire aucun. Art. 1158. Les termes susceptibles de deux sens doivent À‘ e e être pris dans le sens qui convient Île plus à le matière du contrat. Att 1159. pré je Lai of je gra pts dit jrerslen dipl, Nogti pacte| i life ejsch ge De 4 yruchten, den fchul till 2 der te wede éest 5, binden, ani oct me erige 1 let zélve \venc Ve Woot tioeteh: | vob tel qi éuelk ne de h dm IX tin d un that rc res rer ea ble tn! ni oc KE g Je sai jeun, ox#5 f ge 2 dr 1! EI. Boek, LIL. Tit.; LL, Hoofüfi. Van deSevolÿen ,enz. 56 : Art, 1154, De vervallérie interesfen van cäpitalen kunnen weder- om interesfen voortbrengen; of uit hoofde van eenen geregrelijken eisch; of van eené bizondere ovéreéenkoïist; mits dat de eisch of de overcenkomst betrekkeliÿk zij tot interesfen, ten, minfien over een gcheel jaar verfchuk digd, ; Âtts 115% _ Nogtans brengen de vervallene inkomften, äls hurens pachten, achéerltallige renten, het zi perpetueele, het zi lüfrenten, interesfén voorts van den dag, dat de eisch gedaan, of de overeenkomst gefloten is. De zelfde regel is toepasfeliük op teruggaven van vruchtén, en op interesfen, die doër eenen derden aan den fchuldeifcher, tot ontlasting van den fchuldenaar, betaild zijn. VIÿFDE AFDEELING. Wan de uitlegging der overeenkonifiert: At 00 Men tnoet in dé overéenkornften veeleer nâgaan, welke de wederzidfche bedoeling der contracterende perfonen ge- wéest is, dan Zzich aan den letterlijken zin der woorden binden.| Wänheer een beding voor tweederleïen zin vatbaar is, snoct men het veeleer sopvattén in dien zin; waar in het eenige uitwerking kan hebben; dan in dien zin, Waaï it het zêlve geene de minfte uitwerking zoude kunnen té wege brengen. Aït, 1158 Wooïden, die voor tweederleljen zin vatbaai Zitis moeten verflaan worden in dien zin, die met den aar van het contract het meest overeeñkomt:| Ni à Aït. 115 ve, Liv. LL. Tit. IL. Chap. TT. De Peffet,&r. Art. 1159. « è k ge 4#. ÿ: Ce qui est ambigu sinterprète par ce qui esr usage dans le pays où le contrat est passé, Att. 1160. On doit suppléer dans le contrat les clauses qui y sont d'usage, quoiqu’elles n’y soient pas expri- mées. Art. 1161. Toutes les clauses des conventions s’interprètent les unes par les autres, en donnant à chacune le sens qui résulte de l’acte entier.| Art. 1162. Dans le doute, la convention s’interprète contre celui qui a stipulé, et en faveur de celui qui a contracté l'obligation. Art. 1163. EN Quelque généraux que soient les termes dans lesquels une convention est conçue, elle ne com- prend que les choses sur lesquelles il parait que les parties se sont proposé de contracter. Art. 1164. Lofsque dans un contrat on a exprimé un cas pour l'explication de l'obligation, on n'est pas cen- sé avoir voulu par-là restreindre l'étendue que l’en- gagement reçoit de droit aux cas non exprimés. , gd, Het 4 gel gb nl Men 1 aldaat 1 ftgn ul ak| het and geren,| val, ha gl Jed in: en tn\ vabonte Fo ete 0ÿ ken di VOTE Wave UN men nt went Len, 199 | log, RE eq, \ ju le dus k KR y\ NS ie nt À di itepte dcligi s tem À le ne te À put 1 eq HA n DAS pri JET III. Bock»LILTit,, LIL, Hoofaft. Van de gevolgen ,enz. 565 Aït. 1159. Het geen twifelachtig is, wordt uitgelegd door het geen gebruikelÿk is in het land, waar het contract is aangegaan,: Aït. 3:60. Men moet in een contract aanvullen de claufulen, die aldaar in gebruik zÿn, fchoon zij in het contract niet ftaan uitgedrukt,: Art. 1161. Alle bedingen in een contract moeten het eene door het andere worden uitgeleod, door aan elk dien zin te geven, welke uit het geheele beloop der acte voort- vloeit, Art. 116% In geval van twifeling, wordt de overeenkomst uitge- —legd in nadeel van den geen, die iets bedongen heeït, en ten voordeele van hem, die zich bij het contract verbonden heeft, cu+ Art. 1163e Hoe algemeen ook de bewoordingen zÿn, waar im eene overeenkomst ingerigt is. bevat dezelve echter al- leen die zaken, waaromtrent het blikt, dat partijen voornemens waren te contracteren. e _ Arts 1164, “Wanneer men in een contract een geval heeft uitge- drukt, tot uitlegsing der: verbindtenis dienende; wordt men niet geacht, daar door den meer uitgeftrekten zin; welken de overeenkomst, in de niet uitgedrukte geval- len, naar regten heeft, te hebben willen beperken. Nn 3 LES Liv. ZI. Tit. LR Chap, UT. Dé Péfet,&a (#4 ER LEON SECTION FI. >):» pP:» De effet des conventions à l'égard des tiers, + Aït, I 163. Les conventions n’ont d'effet qu'entre les parties contractantes; elles ne nuisent point au tiers, et elles ne lui profitent que dans le cas prévu par Varticle 21214| 4 in, Art, 1166. Néanmoins les créanciers peuvent exercer tous les droits et actions de leur débiteur, à l'excep. tion de ceux qui sont exclusivement attachés à ke personne. Art. 1167. Ils peuvent aussi, en leur nom personnel, atia: quer les actes fais par leur débiteur en fraude de leurs droits. Ils doivent néanmoins. quant à leurs droits énou- cés au titre des successions et au titre du coniraf de mariage et des droits respectifs des epoux; Se conformer aux règles qui y son prescrites. s" / CHA gel Qt contri gene( del ai elde Net tin Y de 20 fhnll De lu III, Bock, III Tir. LIL. Hoofaf?. Van de gevolgen enz. 567 L ZESDE AFDEELING. Ar dan Van de gevolgen der overeenkomfien ten aanzien van derden. ae Art. 1165° Pa OUR à; zijn alleen van kracht tusfchen de le hf, contracterende partijen; dezelve kunnen het regt van À eenen derden niet verkorten, noch denzelven eenig vVOoor- deel aanbrengen, dan in het geval. bij Artikel 1121 ver- meld, Art. 1166. Ne ému-< biter iles Niettemin kunnen de fchuldeifchers alle fegten en ac- nent a tién van hunnen{chuldenaar uitoefenen; uitgezonderd ji de zoodanige, die bi uitfluiting den perfoon van den fchuldenaar betreffen. Aït, 1107e | peu:. e ri fa De fchuldeifchers kunnen ook, op hunnen eïigen naams ue tegen de daden, welke hun fchuldenaar, ter ; verkorting van hun regte gepleegd heeft. fan Niettemin moeten Zij, ten aanzien van hunne regten y dd in den Titel ven erfyolgingens en in den Titel Y4# jé het huvwelijks-contract,€n Van de onderlinge regien : der echtgenvoten, Vervats 2ich gedragen naar de regelss pr welke aldaar zijn voorgefchreven. Nu 4 VIE R- 363 Liv. LIT. Tir. LIT, Chap. IV.| Dos diverses,@r. CHAN DL PR E.. 1. Des diverses espèces d'obligations, NÉECTION EH, Des obligations ni iinnetal $. I. De la condition en général, et de ses diverses espèces, Art. 1168. L'obligation est conditionnelle lorsqu'on la fait dépendre d’un événement futur et incertain, soit en la suspendant jusqu’à ce que l’événement arri- ve, Soit en la résilianrt, selon que l’événement ar- rivera OU n'arrivera pas., Art. 1169. La. condition casuelle est celle qui dépend du hasard, et qui n’est nullement au pouvoir du cré« ancier ni du débiteur, Art, 1170. La condition potestative est celle qui fait dépen- dre l'exécution de la convention, d’un événement qu'il est au pouvoir de l'une ou de l’autre des par- ties contractantes de faire arriver ou d'empêcher. Art, 1171, ji, Bu Fe Wan g el qp Æ left, Ken, 1 Een æn lo van de Eure dkr ve ivelke ain ve (0, Béton, IL, suit, 3 445 nt L fl Iran, dé ae 'ééere« ui dt void dé ji ft dé n évéoen pre dés A” mpécie TA 71 III, Bock, III. Tir., IV. Hooffi. Van verbindtenisfen, 569. VIERDE HOOFDSTUK. Van de onderfcheidene[oorten van verbind- tenisfen, ge EERSTE AFDEELING.. Van conditioneele of voorwaardelijke verbind. | tenisfen. SE Van voorwaarden in het algemeen, en der- zelver verfchillende foorten. / Art. 1168.:: 159 Eene verbindtenis is conditioneel of voorwaardelik, wanneer men dezelve doet afhangen van eene tockomfti- ge en onzekere gebeurtenis, het_ziÿj door de verbindtenis ap te fchorteh, tot dat zoodanige gebeurtenis plaats heeft, het zij door zich aan de verbindtenis te onttrek- ken, naar mate die gebeurtenis al of niet voorvalt, Art. 1169. Eene cafuele of toevallige voorwaarde is, welke van een louter toeval. afhangt, en..geenszins in de. magc.is van den fchuldeifcher, noch van den fchuldenaar. Aït. 1170. _Éene porestative voofwaarde is, welke de uitvoering der verbindtenis doet afhangen van eene gebeurtenis, welke de eene of de andere der contracterende partien in zijn vermogen heëft, om te doen gebeuren of:te belet- ien, Nus Arts#17, [2 3zo Liv. III, Tir. HI, Chap, IV. Des diverses,&a Art. 1171. La condition#ixte est celle qui dépend tout-à. Ja-fois de la volonté d’une des parties contractantes, er de la volonté d’un tiers. he Art. 1172. Toute condition d’une chose impossible, ou con- craire aux bonnes mœurs, ou prohibée par la loi, est nulle, et rend nulle la convention qui en dé- pend.| oi Aït. 1179. La condition de ne pas faire une chose impossi- ble ne rend pas nulle l'obligation contractée sous cette condition. Art. 1174: Toute obligation est nulle lorsqu'elle a été con- tractée sous une condition potestative de la part de celui qui s’oblige. RSS Art. 1175. Toute condition doit être accomplie de la manié- re que les parties ont’ vraisemblablement voulu et entendu qu’elle le für.| Art 1176. Lorsqu'une obligation est contractée sous la con- dition qu’un événement arrivera dans un temps fixe, cette condition est censée défaïllie lorsque le temps est expiré sans que l'événement soit arrivé. S'il n’y a point de temps fixe, la condition peut tou- jours être accomplie; et elle n’est censée défaillie que lorsqu'il est devenu certain que l'événement n’arrivera pas. Art. 1177: gli 1 que fie gel Al War td oftbr ny à LT $ Cat Os 15 bée pi ON qua à chain CONE t ds ne dk pr à ie de ho et dé ge ant PTE Te je ar cion pu censé lt = Ju 1 HI. Bock, HI. Tir., I. Hoofdfi. Vanverbindtenisfen. 873 Art, 1171. Eene gemengde voorwaarde is eene zoodanige, die zoo wel van den wil van eene der contractereénde pat- } tien, als van den wil van eenen derden afhangt, Art. 1172. Alle voorwaarde, die iets inhoudt, dat onmogeliÿk» met de goede zéden ftrijdig, of door de wet verboden is, is nietig, en maakt de overeenkomst, welke men daar van heeft doen afhangen, van oniwaarde, Art. 1173: De voorwaarde om iets nict te doen, het welk onmo- gelik is, maakt de overeenkomst, onder die voorwaarde aangegaan, niet van onwaardés| Aït. 1174 Alle verbindtenis is nietig, wanncer zij is aangegaan onder eene voorwaarde, die enkel afhangt van den wil van den genen, die zich aan eenen anderen verbindt. Aït. 1175 Alle voorwaarden mocten vervuld worden op zooda- nige wiÿze, als de contracterende partiÿen waarfchijnlik sewild, en geoordeeld hebben te moëten gefchieden, Art. 1176. Wauneer eene verbindtenis aangegaan is, onder Voor- waarde, dat zekere gebeurtenis binnen eenen bepaalden td zal voorvallen, wordt die voorwaarde gehouden te oftbreken, als de tijd verloopen is, zonder dat die ge- beurtenis heeft plaats. gehad, Bialdien de tijd niet be- paald is, kan de voorwaarde altijd vervuld worden; en dezelve wordt niet gerekend te ontbreken, dan wanneer és zeker is, dat de ecbeurtenis geene plants zal heb- Aït. 1177e æ gyo Liv. III. Tit. III, Chap. IP. Des divérses,&, Art. 11177. Lorsqu'une obligation est contractée sous la con- dition qu’un événement n’arrivera pas dans un temps fixe, cette condition est accomplie lorsque ce temps est expiré sans que l'événement soit arrivé: elle l’est. également, si avant le terme il est certain que l'événement n’arrivera pas; et s’il n’y a pas de temps déterminé, elle n’est accomplie que lorsqu'il # est certain que l’événement n'arrivera pas. Art. 1178. La condition est réputée accomplie lorsque c’est le débiteur, obligé sous cette condition, qui en a empêché l’accomplissement, Art. 1179. La condition accomplie a un effet rétroactif au jour auquel l'engagement à été contracté.. Si le créancier est mort avant l’accofnplissement de la condition, ses droits passent à son héritier. Art. 1180. Le créancier peut, avant. que la. condition, soit accomplie, exercer tous les actes conservatoires de son droit. $. IL. De la condition suspensive. Art. 1181. L'obligation contractée sous une condition sus- pensive est celle qui dépend ou d’un événement futur et incertain, ou d’un événement actuellement arrivé, mais encore inconnu des parties. Dans De: Kende geoal VOOT ia€ D jyaal béhou Fa VOotw toekor gebeure tk, is D,& € 4 ü Ga il tn OR y I ame à 6 Cerin 8 Ain | ELLE ps le lei ion, qi et ré u maté, À de Î ivenert à À Brie, coute ner à ondidon g ÉVéReTÉ lent Û Das III, Boek, IL. Tit. IP. Hoofdfi, Van verbindtenisfen. 514 ‘Art, 1177 Wanneer eene vetbindtenis aangegaah is onder voor: waarde, mits Zekere Zzaak binnen eenen bepaalden tid niet gebeure, wordt de voorwaarde gehouden voor ver- vuld, wanneer die tijd verloopen is, zonder dat de be-: doelde.zaak gebeurd is: het zelve hecft insgelijks plaats, indien het vôér het verloop des tijds zeker is, dat de gebeurtenis geene plaats zal hebben; en géen td bepaald zijnde, is de voorwaarde niet vervuld, eer het zeker is, dat de bedoelde zaak niet zal gebeuren. Art. 1178, De voorwaarde wordt. gehouden voor vervuld, wan- neer de fchuldenaar, die zich onder dezelve verbonden heeft, de oorzaak is, dât zij niet is vervuld geworden. Art, 11709. De voorwaarde, vervuld zïnde, heeft eene te rug wer- kende kracht tot den tijd, dat de overeenkomst is aan- gegaan. Indien de fchuldeifcher véér de vervulling der voorwaarde geftorven is, gaan zine regten over op zi- nen erfgenaam.< Art. 1180. De fchuldeifcher kan, véér de vervulling der voor- waarde, alle die middelen in het werk ftellen, welke tot behoud van zijn regt dienen. LEE Van de opfchortende voorwaarde. Art, 1181, Eene verbindtenis, aangegaan onder eene opfchortende voorwaarde, is die gene, welke afhangt, of van eene toekomitige en onzekere gebeurtenis, of van eene reeds pr rt doch aan de contractanten nog onbekende zaak. Ir sv4 Liv. IT. Tir, LIT, Chap. D. Des diverses, Ëc. Dans le premier cas, l'obligation ne peut étre exécutée qu'après. l'événement. Dans le second cas, l'obligation a son effet du jour où elle a été contractée. Art: 1182. Lorsque l'obligation a été contractée sous une condition süspensive, la chose qui. fait la matièré de la coñvention demeure aux risques di débiteur qui ne s’est obligé de la livrer que dans le cas de l'événement de la condition:| Si la chose est entièrement périe Sans la faute gu débiteur, l'obligation est éteinte. _ Si la chose s’est détériorée sans la faute dü dé. biteur, le créancier a le choix ou de résoudré l'obligation, où d'exiger la chose dans l’état où elle se trouve, sans diminution du prix. Si la chose s’est détériorée par la faute dü débi- teur, le créancier a le droit où de, résoudre l’obli- gation, ou d'exiger la chose dans l’état où elle sé trouve, avec des dommages ét intérêts, $. Ii: De la condition résolutoires Art. 1183: La condition résolutoire est celle qui, lorsqu'elle s'accomplit, opère la révocation de l'obligation, et qui remet les choses au même état que si l’obliga- tion n’avait pas existé. Elle ne suspend point l'exécution de l'obligation: élle oblige seulement le créancier à restituer ce qu’il a recu, dans le ças où l'événement prévu par la condition arrive, Ait, 1184 ji h vie Jygts :| ga d W oplcl dérivé den{ œrde oelac © In doen indé fuite vebii fit, mine ln fchu werb flat {cha im, k LE pts ft qu, l'obigue° que(a Le logo à rene Pr LUS gr 8 1it, Bock, HIT. Tit., IP. Hoofdf. Van verbindtents[en, 538 In het eerfte géval, kän de verbindténis niet ten uit- voer gebragt worden, dan na dat de gebeurtenis heeft plaats gehad.; In het tweede geval, heeft de verbindtenis kracht van den dag af, dat dezelve is aangegaan, Aït, 1189. Wanneer eene verbindtenis is aangegaan ondér eene opfchortende voorwaarde, blift de zaak, welke het on- derwerp der overeenkomst uitmaakt, voor rekening van den fchuldenaar, die zich verbonden heefr die zaak niet eerder te Jeveren, vO6r dat de gebeurtenis heeft plaats gehad, welke bij de voorwaarde bepaald is. Indien de zoak geheel en al vergaan is, buiten toe- doen van den{chuldenaar, is de verbindtenis te niet. indien dezelve verërgerd is buiten toedoen van den fchuldenaar, heeft de fchuldeifcher de keus, om of de verbindtenis te verbreken, of de zaak te eïfchen in dien flaat, in welken zij zich bevindt, zonder eenige ver- mindering van den uitgeloofden pris. Indien de zaak verëérgerd is door toedoen van den fchuldenaar, heeft de fchuldeifcher het regt, om, of de verbindtenis te verbreken, of de zaak-te eïfchen in dien ftaat, in welken zij zich bevindt, met vergoeding van fchaden en interesfen. $. IT. Van de onthindende voorwaarde. Art. 1188. Eene ontbindende voorwaarde is die gene, welke na hare vervullihg de herroeping der verbindtenis 1 weeg brengt, en de zaken weder in den vorigen ftand brengt, even als of er geene verbindtenis beftaan had. Zÿ fchort de naarkoming der verbindtenis niet np: _Zzÿ verpligt alleen den fchuldenair, om het ontvangene té rug te geven, in geval de bij de voorwaarde be- doelde gebeurtenis plaats heeft, É | Art. 1184» [2 576 Liv, LIT.'TYE, III, Chap, IV. Des diverses;&c, Art. 1184. La condition résolutoire est toujours sous- enten: due dans les contrats synallagmatiques, pour le cas où l’une des deux parties ne satisfera point à son engagement. Dans ce cas, le contrat n’est point résolu de plein droit. La partie envers laquelle l'engagement| n’a point été exécuté, a le choix ou de forcer l'autre à. l'exécution de la convention lorsqu'elle est possible, ou d’en demander la résolution avec dommages et intérêts. La résolution doit être demandée en justice, ét il peut être accordé au défendeur un délai selon les circonstances. SECTION IE Des obligations à terme: Art. II 85. Le terme diffère de la condition, en ce qu'il ne suspend point l’engagement; dont il retarde seule- ment l’exécution.| Art. 1186. Ce qui n’est dû qu’à terme, ne peut être exigé avant l’échéance du terme; mais ce qui a été payé d'avance, ne peut être répété, Aït. 1187. Le terme est toujours présumé stipulé en faveur du débiteur, à moins qu’il ne résulte de la stipula- tion, ou des circonstances ,: qu'il a été aussi conve- nu en faveur du créancier. Art. 1188, fi Jui Fee de vol te gripel de vefb in di qet 2e de ve of del gakel, qn he den en De€ kan ln onfnd, fai in, d dl€ Ht g | eélneht is: doc iug geè M: over fchulder Ze, tidsben Ghan is, L ps bn à LÉT, Bock, EUX Tit. LP. Hoofdf. Vanverbindtenisfen, 813 Art. 11844- US 4 Eené ontbindende voorwaarde wordt in contracter, Sr bn die wed rzids verbindende zijn, altijd veronderfteld plaats ea pi te gripen, in geval ééne der contracterende partijen aan ir de vefbinidtenis niet mogt voldoen.: In dit geval, wordt het contract uit krachté van de POI ta wet Zelvé nier ontbonden. De geen, ten wiens opzigte lle le de verbindtenis niet nagekomen is, heeft de keus, om, E Où él of den anderen tot nakôming der overeenkomst te nood- tion ln zaken, indien zulks mogelik is, of om de ontbinding téuhs. Van het contract te eifchen; met vergoeding van fcha- ju den en interesfen.. tre De ontbinding moet in regten geëischt worden. en e Mur kan in dat geval aan den verweerder, naar gelang der on du omftandigheden, eenig uitftel verleend worden. TWÉEÉDE AFDEELING: Van verbindtenisfen op tijd, Ârt. 1185, _ Éérié tidsbepaling verfchilt van eene voorwaatde daat 4. in, dat dé eerstgemelde de verbindtenis niet opfchort; Aid maar de uitvoering flechts verfchuift. Aït. 1186. Hét geën allé op tüd verfchuldigd is, Kaï niet &eëischt worden, voor dat de bepaalde tid verfchenen Is; doch het geen bij voorraad betaald is, kan niet te 4; eut fug geëischt worden.# qui 4 CA Ati, 1187. Dé tidsbepaling wordt altijd veronderfteld bÿ eene overeenkomst gevoegd te zijn ten voordeele van den lé ei ie fchuldenaar; ten ware uit den aard van het beding dl spl zelvé, of uit de omftandigheden voortvloeit, dât de ns tijdsbepaling ook ten voordcele van den fchuldeifcher ge: Lu daan is. / A is fn à L DEËÉL.@ 6 Art, 11863 578 Liv. III, Tir, TI. Chap. IP. Des diverses, Se. Art. 1188 Le débiteur ne peut plus réclamer le bénéfice du terme lorsqu'il a fait faillite, ou lorsque par son fait il a diminué les sûürecés qu’il avait données par le contrat à son créancier.| SE CT I ON II, Des obligations alternatives. Art. 1189. Le débiteur d’une obligation alternative est libé- ré par la délivrance de l’une des deux choses qui étaient comprises dans l'obligation. Aït. 1190. Le choix appartient au débiteur, s’il n’a pas été expressément accordé au créancier. Art. 1191. Le débiteur peut se libérer en délivrant l’une des deux choses promises; mais il ne peut pas for- cer le créancier à recevoir une partie de lune, et une partie de l’autre. Art. 1192. L'obligation est pure et simple, quoique con- tractée d’une manière alternative, si l’une des cho- ses promises ne pouvait être le sujet de. lobliga- tion.: Art, 1193. L'obligation alternative devient pure et simple; si l’une des choses promises périt et ne peut plus être pe fe| fai kg g door M ul| SRE mf berid ke in À (di nt 1 De joofe it di gedrelte ben he & vabine | Een de 5h tigé qi pui ! n dé meme le pie#lë© | l'u& je dl pre ét Tru b fi, Bock; LI: Thé IV. Hoofäfi. Van verbéndtenisfens ae) : Art. 1188:| Een fchuldetiaar kan het voorregt éener bigevoegdë: Hjdébepaling niet meer inroepen, wanneer hi bankbreu- kig geworden is, of wanneer door zijn toedoen, de door hem, volgens contract, voor dé voldoëning der fchuld geftelde zekerheid verminderd is A; DÉÈRDE AFDEELINC. Von alternative yerbindtenisfett, Art, 1189., . De féhuldenaär van eene alternative verbindtenis wordt bevrijd door de levering van eene der beide Zaken, wel- ke in de verbindtenis vervat zijn. De keus behoott aùn den fchuldenäat, 200 dezetve niet uitdrukkelijk aan den fchuldeifcher is toegeftaan, Aît, 1191. . Dé fchuldenaar kan zich bevrijden, doof eene der be- foofde zaken te leveren; doch hi kan den fchuldeifcher niet dwingen, om een gedeelte van de eene, en cf gedeelte van de andère zaak aan te nemen. Aït. 1192. _ Éerie verbindtenis is zuiver en eenvoudig, fchoon dé- gelve op cene alternative wijze is aar-egaan, indiéñ eene van de twee beloofde zaken geen onderwerp van de verbindtenis heeft kunnen zijn. Aït: 1193: _Eene alternative verbindtenis wordt zuiver én envoie dig; wanneer éene der beloofde zaken vergaan 1$, er - niet Oo a Le 58o Liv. III. Tit. III. Chap. IF. Des diverses, Ge, être livrée, même par la faute du débiteur. Le prix de cette chose ne peut pas être offert à sa place. Si toutes deux sont péries, et que le débireur « soit en faute à l’égard de l’une d'elles, il doit payer le prix de celle qui a péri la dernière. Are 1104. Lorsque, dans les cas prévus par l’article précé- dent, le choix avait été déféré par la convention au créancier, Ou l’une des choses seulement est périe; et alors, si c’est sans la faute du débiteur, le créan- cier doit avoir celle qui reste; si le débiteur est en faute, le créancier peut demander la chose qui reste, ou le prix de celle qui est périe; Ou lés deux choses sont péries; et alors, si le débiteur est en faute à l’égard des deux, ou même à l'égard de l’une d’elles seulement, le créancier peur demander le prix de l’une ou de l’autre à son choix.| Art. 1195. Si les deux choses sont péries, sans la faute du débiteur, et avant qu'il soit en demeure, l’obliga- tion est éteinte, conformément à l’article 1302. - Art. 1196. Les mêmes. principes s'appliquent aux cas où il y a plus de deux choses comprises dans l’obliga- tion alternative. S E C- eifcher£ … is 20 | mtonf Jll ju gi qe toedoel lgk MI Jde qu(I guet ll aile K frdien wermeld Js of oël de. js; inde de{end yaurde 1 of de chulden aanzien {chuldel zh VC Wan ven dé Was, Vé à Del ken, de | bindtenis h Dry,#, Ki(À[ | Din ls, à lé re Lip, eh cure EN pi 2 eur, te le Era er Hdi es edniik Eux, te , b crénit Pate à se uns hf JEUN, li rt[ CU mot is jE| III. Bock, III. Tit., IV. Hoofdfi. Van verbindtenisfen. 584 niet meer geleverd kan worden, al ware het ook door toedoen van den fchuldenaar. De waarde der vergan / zaak kan in derzelver plaats niet aangeboden worden. Indien beide de zaken vergaan zijn, en de fchulde- naar ten aanzien van eene derzelve in verzuim is, moet hij de waarde betalen van die zaak, welke het Jaatite te niet gegaan is. Art. 1194. Indien. in de gevallen bij het voorgaande Artikel vermeild, bi de overeenkomst, de keus aan den fchuld- eifcher gelaten is, Is of flchts eéne der zaken vergaan; en dan, pen zulks zonder toedoen van den fchuldenaar gefchied"i moet de fchuldeifcher de zaak hebben, die Gvergebleven is; indien het door toedoen van den fchuldenaar is, kan de” fchuldeifcher vorderen de zaak, die overblift, of de waarde van die, welke vergaan is; Of de beide zaken zijn vergaan; en dan, indien de {chuldenaar, ten aanzien van die beiden, of zelfs ten aanzien van eene van beiden, in verzuim is, kan de fchuldeifcher de waarde van de eene of van de andere zaak vorderen, naar Zziÿne Kkeuze. Aït. 1195. Wanneer beide de beloofde zaken,\zonder toëdoen van den fchuldenaar, en cer hij in de levering nalatig was, vergaan zijn, is de verbindtenis vervallen, over= eenkomftig Artikel 1302. Art. 1196. Dezelfde grondbeginfelen zijn toepasfelik op de gevale len, dat meer dan twee zaken in eene alternative VÉE« bindtenis ziÿn yervat. Oo 3 VIE R- 582 Liv. III. Ti, LIL. Chap. IP. De diverses, Be, gt SECTION I. Des obligations solidaires. $ L Par De la solidarité entre les créanciers, Art. 1197.| L'obligation est solidaire entre plusieurs créa ns ciers lorsque le titre donne expressément à chacun Los d'eux le droit de demander le paiement du total de Le ds la créance, er que le paiement fait à l’un d'eux li-=> bère le débiteur, encore que le bénéfice de l’obli- finite gation soit partageable er divisible entre les divers bind créanciers| en 0 Art. 1198.| Il est au choix du débiteur de payer à l’un où fe à l’autre des créanciers solidaires, tant qu'il n'a den€ pas été prévenu par les poursuites de l’un d'eux.| is . Néanmoins la remise qui n'est faite que par l’un se des créanciers solidaires, ne libère le débiteur que br! -‘pour la part de ce créancier. dm Art. 11994 fi Tout acte qui interrompt la prescription à l'é- gard de l’un des créanciers solidaires, profite aux Ale autres créanciers. en d À Là tn 10 $. IL & dun, eu, 111,Boek, II, Tir., IV. Hoofäft. Van verbindtenisfen. 583 P, : VIERDE AFDEELING. . à\ tra, Van folidaire verbindienisfen. d. SE rénièr Pan de kracht van Jolidaire verbindtenisfen tus« fchen de fchulddeifchers. Art. 1197e | Phi x Eene folidaire verbiudtenis heeft tusfchen verfcheiden esse men! dm fchuldeifchers plaats, wanneer de titel of het contract lement du uitdrukkelijk aan een ieder der fchuldeïifchers het regt geeft jt à l'un om de voldoening der geheele fchuld te eifchen, en bin à mn wanneer de voldoening, aan één van hun gedaan, den sd fchuldenaar bevrijdt, offchoon het voordeel der ver- je er x_Bindtenis tusfchen de verfcheiden fchuldeifchers fplits en deelbaar Zi, Aït, 1198. e pra lu a Het flaat aan de keuze van den fchuldenaar, om aan as, tt ll den een of ander der fchuldeifchers te betalen, Z00 lang s de lu du hij niet door een van hun tot voldoening in regten is Ge@ rt aangefproken. RUE" Echter bevridt de kwätfchelding, door één der foli- re le(s daire fchuldeifchers gedaan, den fchuldenaar niet verder, dan voor het aandeel van den fchuldeifcher, die de fchuld kwätgefcholden heeft. .- Ar. 1199. _ sh Alle daden, waar door de verjaring ten aanzien van is,| een der folidaire fchuldeifchers geftuit wordt, ftrekken tot voordeel der verdere fchuldeifchers. Oo 4.$. 584 Liv. LL, Tit. HI, Chap. I. Des diverses, éc; $. II, De la solidarité de la part des débiteurs, Art. 1200. Il y a solidarité de la part des débiteurs, lors- qu'ils sont obligés à une même chose, de manière que chacun puisse être contraint pour la totalité, et que-le paiement fait par un seul libère les au- tres envers le créancier. Art. 1201. E° cbligarion peut être solidaire quoique l’un des débiteurs soit obligé différemment de l'autre au paiement de la même chose; par exemple, si l’un n’est obligé que conditionnellement, tandis que l'engagement de l’autre est pur et simple, ou si Jun a pris un terme qui n'est point accordé à Tautre.: Art. 1200. La solidarité ne se présume point; il faut qu'el- .!° soit expressément stipulée. Cette règle ne cesse que dans les cas où la soli- darité a lieu de plein droit, en vertu d’une dispo. sition de la loi, Aït. 1203. Le créancier d'une obligation contractée solidai- rement peut s'adresser à celui des débiteurs qu’il veut choisir, sans que celui-ci puisse lui opposef le bénéfice de division, Art. 1204, e à A UN pdd Fan Solid aats AT »yoldoet doening fhulden Een er{Ch andere bi OC Yo0ra den 11 heelt pit À pe jezelve Dex vallen, yan& pord, k zich ve hj wi jan ft , nu, k dit, Ki hs Se, à tt us tek joie le de lea em, lu , M q hui in 2 À TE . ZIL. Boeck, LI. Tir, IV. Hoofaft. Van verbindtenisfen. 383 $ IL Van de kracht van folidaire verbindtenisfen ten opaigte der fchuldenaars. Ârt, 1200. Solidaire verbindtenis van de zide der fchuldenaren heet+ plaats, wanneer zÿ allen verpligt zijn tot eene en de- zelfde zaak, zoo dat elk van hun voor het geheel ter -yoldoening kan aangefproken worden, en dat de vol- doening, door één van hun alleen gedaan, de overige fchuldenaars ten aanzien van den fchuldeifcher bevridt. Aït. 19017, 4 Kene folidaire verbindtenis kan beftaan, alhoewel een der fchuldenaars op eene verfchillende wijze, dan dé andere, tot betaling van dezelfde zaak verbonden is; bij voorbeeld, wanneer een der fchuldenaars onder eene voorwaarde verbonden is, terwijl de verbindtenis van den ander zuiver en eenvoudig is; of wanneer de éen heeft genomen ecne tijdsbepaling, welke aan de andere. niet is toegeftaan, Aït, 1202, Éene folidaire verbindtenis wordt niet geprefumeerd; dezelve moet uitdrukkelÿk bedongen worden. Deze regel lijdt geene uitzondering, dan in de ge- vallen, waar in eene verbindtenis van zelf, uit krachte pu bepaling der wet, voor folidair gehouden wordt,: Art. 1203, De fchuldeifcher van eene folidaire verbindtenis kan zich vervoegen aan dien genen der fchuldenaren, welken hij wil verkiezen, zonder dat deze hem het voorregt yan fchuldfplitfing tegenwerpen kan. É 005 Art. 1204. :86 Liv. III, Tit AUX, Chap, IV. Des diverses,&e. Aït. 1204. Les poursuites faites contre l’un des débiteurs p’empêchent pas le créancier d'en exercer de pa- reilles contre les autres. e Art. 120%. Si la chose due a péri par la faute où pendant la demeure de l’un ou de plusieurs des débiteurs solidaires, les autres codébiteurs ne Sont point dé- chargés de l’obligation de payer le prix de la cho- ses mais ceux-ci ne sont point tenus des domma- ges et intérêts.| Le créancier peut seulement répéter les domma- ges et intérêts tant contre les débiteurs par la faute desquels la chose a péri, que contre ceux qui étaient en demeure.; Art. 1206, Les poursuites faites contre l’un des débiteurs solidaires interrompent la prescription à l'égard de tous. Art. 1207. La demande d'intérêts formée contre l’un des débiteurs solidaires fait courir les intérêts à l'égard de tous. ; Art. 1208. Le codébiteur solidaire poursuivi par le créancier peut opposer toutes les exceptions qui résultent de la nature de l'obligation, et toutes celles qui lui sont personnelles, ainsi que celles qui sont com- munes à tous les codébiteurs. Il ne peut opposer les exceptions qui sont pures ment personnelles à quelques-uns des autres codés biteurs. Art, 1209 fr A gi 0 of où gi( nd durend gli qu| does #out f* a el doit 1 a, À D, (cul ul De dire| gn Al Fa foter: un 4 voor) ak 00 qe de pe as. di Ÿe À à Alt dy UN 01 y rs den SN Ji puëky US 6 rs ter ds eus pen on Ur. Bock, III, Tit., IV. Hoofaf. Vanverbindieni:fen, 587 Art, 1204, De vervolgingen in regten, tegen één der fchuldena- ren ondernomen, verhinderen den fchuldeifcher niet, om ook tegen de andere fchuldenaren gelijke vervolgin- gen te werk te leggen. ais | Aït, 1205. Indien de verfchuldigde zaak, door toedoen, of ge. durende de nalatigheid van één of meer der folidaire fchuldenaren vergaan is, zijn de andere mede-fchuldes naars niet ontflagen van hunne verpligting, tot het vol- doen van de waarde der zaak; doch zÿn dezelve niet. gehouden tot vergoeding der fchaden en interesfen. ” De fchuldeifcher kan flechts de vergoeding der fcha- den en interesfèn verhalen, zoo op de fchuldenaren, door wier toedoen de zaak vergaan is, als op de ges nen, die in de voldoening nalatig zijn geweest. Art, 1206. De geregtelijke vervolgingen, tegen één der folidaire fchuldenaren ondernomen, fiuiten de verjaring ten aanzien van alle de overigen. Ait. 1907. De eisch tot interesfen, gedaan tegen éénen der foli- daire fchuldenaren, maakt, dat de interesfen loopen te- gen alle de mede-fchuldenaren. Aït. 1208 Een folidaire mede-fchuldenaar, door den fchuldei- fcher in regten aangefproken zijnde, kan zich bedienen van alle exceptiën, die uit den aard der verbindtenis voortfpruiten, en alle die hem perfoonlÿk eiïgen zijn, als ook die, welke aan alle de mede-fchuldenaren ge- meen zijn. Hij kan geene exceptién tegenwerpen, die enkel aan de perfonen van fommigen der andere mede-fchulde- nagrs eigen zijn. Art, 1209, Se \ 508 Liv. ZIL Tit, IIL. Chap. IV. Des diverses,&e, Art, 1209, Lorsque l’un des débiteurs devient héritier uni- que du créancier, où lorsque le créancier devient l’anique héritier de l’un des débiteurs, la confusion n’éteint la créance solidaire que pour la part et portion du débiteur ou du créancier. : Art. 19210, Le créancier qui consent à la division de la det- ce à l’égard de l’un des codébiteurs, conserve son action solidaire contre les autres, mais sous la dé- duction de la part du débiteur qu'il a déchargé de Ja solidarité.| Art. 1011, Le créancier qui reçoit divisément la part de Vun des débiteurs, sans réserver dans la quittance la solidarité ou ses droits en général, ne renonce à la solidarité qu’à l'égard de ce débiteur. Le créancier n’est pas censé remettre la solidari- té au débiteur lorsqu'il reçoit de lui une somme égale à la portion dont il est tenu, si la quittance ne porte pas que C’est pour s4 part. Il en est de même de la simple demande formée contre l’un des codébiteurs Dour sa part, si celui- ci n’a pas acquiescé à la demande, ou s'il n’est pas intervenu un jugement de condamnation. ÂAtt. 1210. Le créancier qui reçoit divisément et sans réser- ve la portion de l’un des codébiteurs dans les arré- rages ou intérêts de la dette, ne perd la solidarité que pour les arrérages ou intérêts échus, et non pour pu Tank val del e orge dure Ve ken fchalde Ni ten ent, {chulde den lo gis ont en| denaret rene( het alr ai fol fchulde Len dat r te heb me 0! indien« voldoeni zou, El der me indien of dar Eu defchul van de ONtyans let foi Very, b, AA ir I. at à tin I à ds ln dl CONS y IS So à dk |, nt eu, ge hs | ne LES ik NL rt, SE TA ou si tion, ons se 2 h sol g, an pu LIT, Boek, TT. Tir., IV. Hoofdfi. Vanyerbindtenisfen.‘589 Art. 1209, Wanneer één der fchuldenaars eenige erfgenaam wordt van den fchuldeifcher, of wanneer een fchuldeifcher eeni- ge erfgenaam wordt van éénen der fchuldenaren, doet deze vermenging de folidaire fchuld niet vervallen, dan alleen voor zoo veel het aandeel en de portie van den {chuldenaar of fchuldeifcher betreft, Aït. 1210. De fchuldeifcher, welke in de verdeeling der fchuld ten aanzien van één der folidaire fchuldenaren toe- ftemt, behoudt zijne folidaire‘actie tegen de overige fchuldenaren, doch onder aftrek van. het aandeel van dien fchuldenaar, welken hi van de folidaire verbindte- nis ontilagen heeft. à t Aft, TOI. Een fchuldeifcher, die het aandeel van één der fchul- denaren afzonderliÿk ontvangt, zonder, bij zine gege. vene quitantie, zin folilair regt, of zijne regten in het alvemeen, voorbehouden te hebben, ziet niet af van zijn folidair regt, dan alleen met betrekking tot dezen fchuldenaar. Een fchuldeieifcher wordt niet geacht van zijn foli- dair regt, ten behoeve van cenen fchuldenaar, afgezien te hebben, wanneer hij van denzelven eéne gelijke fom- me ontvanst, als zÿn aandeel in de fchuld bedraagt, indien de gegevene quitantie niet inhoudt. dat het tot voldoening van 2/7 aandeel in de fchuld verftrekkem zoude.:+ Het zelfde heeft plaats omtrent den eïisch tegen één der mede-fchuldenaars, enkel voor zijn aandecl gedaan, indien de fchuldenaar in den eisch niet bernst heeft, of daar op geene regterliÿke condemnatie gevolgd is. Aït. 1212.| Een fchuldeifchér, die het aandeel van eenen der me- defchuldenaren‘in de achterftillige renten- of" interesfen van de fchuld afzonderlijk en zonder voorbehouding ontvangt, verliest, met opzigt tot dezen fchuldenaar ,” het folidair regt niet, dan voor zoo veel de achterftal- lie [1 3e jo Liv, Le Ts. LIL. Chap. IP. Des diverses,&e, pour ceux à échoir, ni pour le capital, à moins que le paiement divisé n'ait été continué pendant dix ans consécutifs. Aït. 1915. L'obligation Contractée solidairement envers lé créancier se divise de plein droit entre les débi: teurs, qui n’en sont tenus entre eux que chacun pour sa part et portion. Ârt. 1214. Le codébiteur d’une dette solidaire, qui l’a payée én entiers ne peut répéter contre les autres que les pañt et portion de chacun d'eux. Si l’un d'eux se trouve insolvables a perte qu’'occasionne son insolvabilité, se répartit par con- tribution entre tous les autres codébiteurs solvables et celui qui a fait le paiement. Art, 1215: Dans le cas où le créancier à renoñcé à l’actiof solidaire envers l’un des débiteurs, si l’un ou plu- sieurs des autres codébiteurs deviennent insolvables, la portion des insolvables sera contributoirement ré- partie entre tous les débiteurs; même entre ceux précédemment déchargés de la solidarité par le créancier.| Art 1216: Si l'affaire pour laquelle la detté a été contrac- tée solidairement ne concernait que l’un des coôbli- gés solidaires, celui-ci serait tent de toute la dette vis-à-vis des autres codébiteurs, qui ne seraient considérés par rapport à lui que comme ses cau- tions: SC ph Ï 1 ref de rente ÿ nd fonde agereen Eeté\ | jen nl fée tysl | fandet 0 tie io de De med | duo gl | per(TUE | jeder dun fnden et verlie fag verd mare,€ he, la ge fchulcen en één Vent Or fe verde die genen de folidai Inde intacte bondenen heele{eh die ten 7 ne borge Fr eue (biens ils eo À li inus et rhone éme ef ob 1 à sa EE US eme le qui w Lis one$° JE II Bock, LIT. Tit., IV. Hoofaf. Van verbindtenisfer. 50 lice renten en interesfen betreft; en niet teh aanzien der renten en interesfen,‘welke mnog niet verfcheneri zijn, uoch ten aañzien van de hoofdfom; ten ware die afzonderlijke voldoening, gedurende den tijd van tien achtereen volgende jaren, mogt hebben voortgeduurds Art. 121% _ Eene vetbindtenis, fchoon folidair aaingegaan zijnde ten aanzien van den fchuldeifcher, is nogtans van regts-: wege tusfchen de fchuldenaren deelbaar, welke onder el- kander niet verder, dan ieder voor Zijn aandeel en por- tie iu dezelve, gehouden zijn. Art. 1914. De mede-fchuldenaar van eené folidaire fchuld, die dezelve geheel voldaan heeft, kan van de overigen niet meer terug vorderen, dan het aandeel en de portie van jeder hunner bedraagt.: Indien één der mede-fchuldenaren infolvent is, wordt het verlies, door zijne infolventie véroorzaakt, bij om2 flag verdeeld, tusfchen de overige folvente mede-fchuldes. naren. en den genen, die de geheele fchuld voldaan _heeft. Art, 1215. In geval de fchuldeifcher, ten annzien vatt eerten der fchuldenaren, van de{olidaire actie afftand gedaan heeft, en één of meer van de overige mede-fchuldenaren infol- vent worden, wordt het.aandeel der infolventen bij om- flag verdeeld tusfchen alle de fchuldenaren, zelfs tusfchen die genen, welke bevorens door den fchuldeifcher van. de folidaire verbindtenis ontflagen waren. Art. 1216, Indien de zaak, Waaromtrent de fchuld folidair ge- contractéerd is, flechts één van de folidaire mede-ver- bondenen aangaat, zal deze gehouden zijn voor de. ge- heele fehuld, tén aanzién der andere. mede-fchuldenaren, die ten zijnen opzigte flechts befchouwd worden.als zÿ- _ne borgen. VIF F: $o2 Liv, LT. Tit. ZIL. Chap: IP. Des diverses,@c: SEUTION.P. Des obligations divisibles et indivisibles, Art. 1917. L'obligation est divisible ou indivisible selon qu’elle a pour objet ou une chose qui dans sa li- vraison, ou un fait qui dans l'exécution, est oi m'est pas susceptible de division; soit matérielle; soit intellectuelles| Ârt. 1218. _ L'obligation est indivisible, quoique la chose où le fait qui en est l’objet soit divisible par sa natu- re, si le rapport sous lequel eile est considérée dans l’obligation ne la rend pas susceptible d’exés çution partielle. Art. 1519: La solidarité stipulée ne donne point à l’obliga: tion le caractère d’indivisibilité.| E: Des effets de Pobligation divisible: » Art. 1270 L'obligation qui est susceptible de division, doit être exécutée entre le créancier et le débitenr com- me si elle était indivisible. La divisibilité n’a d’ap- plication qu'à l'égard de leurs héritiers, qui ne peuvent demander la dette ou qui ne soût tenus de la payer que pour les parts dont ils sont saisis où ar ere de de2 are ln miet va lit oo Een qflthoon het, ui tree à get va Fa| geeft à baarel De va tn uity en den De deelh te van| ah, cf and, | DB) dvi ÿ qù a, LÉcuin, xp # QU cn De pi le et ani pt du y À lg de dr k déni sh du ire, pe soit P x il SU; JiT, Boek; LIT, Tit., AW. Hoofdfl: Vanverbindienisfen, 593 VISFDE AFDEËLINOQ. Van: declbaare en ondeelbare verbindtenisfei: Aît, 1917: Éene verbindtenis is deelbaar of ondeelbaät, hate dezelve ten onderwerp heeft, of eene zaak, die in bare lévering, of eene daad, die in de uitvoering al of niet va baar is voor verdeeling, het zij dezelve ligchaim lÿk of onligchaamlÿk Zi. Aït. 1918. Eene verbindtenis wordt voor ondeelbaar gehoudéñ; offchoon de zaak of de daad, welke zij tot onderwerp heeft, uit haren aard deelbaar zÿ, indien de wijze"op welke Zi in de verbindtenis befchouwd wordt, dezelve niet vatbaar maakt voor eere gedeeltelijke uitvoering, Aïts 1919: Het beding, dat eene verbindtenis folidair zïn zal, gceft aan dezelve geenSzins het kenmerk van ondeel.- baarheïid: + $ L Van de gevolgen der acelbare verbindtenis: Ârts 1920, De verbiridtehis, die voor verdéeling vatbaar is, foët ten uitvoer gebragt worden tusfchen den fchuldeifchet en den fchuldenaar, even als ware dezelve ondeelbaar: De deelbaarheid kan alleen toegepast worden ten opzig- te van hunne er'genamen, die geene fchuld eïfchen mo- gén, ef nièt verpligt zijn te beralen, dan voor het aandecl, waar van zij in het bezit zijn; of waar toc zij+ L DÉEL,- Po als C3 sos Liv, LI. Tit, LIT. Chap. IV. Des diverses,&e. ou dont ils sont tenus comme représentant Le créage cier ou le débiteur, Att. 1991. Le principé établi dans l’article précédent recoit exception à l’égard des héritiers du débiteur,| 1°. Dans le cas où la dette est hypothécaire; 2°. Lorsqu'elle est d’un corps certain; 3°. Lorsqu'il s’agit de la dette alternative de choses au choix du créancier, dont l’une est indivi- sible; 4°. Lorsque l’un des héritiers est chargé seul, par le tire, de l’exécution de l’obligation; 3°. Lorsqu'il résulte, soit de la nature de l'en- gagement, soit de la chose qui. en fait l’objet, soit de la fin qu’on s’est proposée dans le contrat, que l'intention des contractans à été que la detre ne pût s'acquitter partiellement.- Dans les trois premiers cas, l’héritier qui possè< de la chose due où le fonds hypothéqué à la det- te, peut être poursuivi pour le tout sur la chose due ou sur le fonds hypothéqué, sauf Le recours contre ses cobéritiers. Dans le quatrième cas. l’hé- tiier seul chargé de la dette, et dans le cinquiè- me cas, Chaque héritier, peut aussi être poursui- vi pour le tout; sauf son recours Contre ses CO» héritiers. f. II Ci Des effets de Pobligation indivisible. Art. 1999. Chacun de ceux qui ont contracté conjointe ment une dette indivisible, en est tenu pour le | Lo. jil du if del dgende, deren À onverde F| best 5 zic V0 amen hit d genaann des 2 DE Ÿure{ch Gt Sa Drétéln, h ] dé% 1 kr ke mms fi leu dns tx, dé qik éd ui à qu à Là qu ou à ak arène cs} dans À dpi ni ÉTET $ cost 1Ji, Back, til Tir, ir, Foofdf. V'anverbindtenisfen_39$ als den fchuldeifclier of den fchuldenaar vertegenwoors digende; gchouden zijn. Aït. 1221, _ Het grondbeginfel, in het vorig Artikel vastgéfeld 3 ijdt uitzondering ten Opzigte van de erféenanien vai van den fchuldenaar: 19, Ingeval de fchuld hypothecair le a°, Wanneeï zÿ in een zeker bepaald goed beftiat; 3°. Ten opzigte van eene alternative fchuld van goé- deren ter keuze van den fchuldeifcher, wäarvan het céné onverdeelbaar is; 4°. Wañneer één der erfeenamen bij den titel alleett belast is met de uitvoering van de verbindtenis; 5°: Wänneer het blijkbaar is, het Zi uit de nâtuur Van het contract, het 2j van de zaak, die er het onider- werp Van uitmaakt, het zi uit het nie dat mer zich voorgefteld heeft in het contract, dat"de bedoe- ling der contractanten geweest is, dat de fchuld nict bi©gedeelten ZOu kunnen voldaan worden.. In de drie eerlte gevallen, mag de erfgcñaim die in het bezit der verfchuldigde zaak, Of van het goed, dat voor de fchuld verpand is, vervoled worden VODÉ het geheel op de verfchuldigde zaak of” op het verpane de goed, behoridens het verhaal técen ziÿne mede- erfges: namen. In hét vierde geval mag de effgenaam alleeri met de fchuld belast, en in het väüfde geval; elke erfs genaam vervolgd worden voor het‘geheel, behous dens zijn verhaal tegen zijne méde- crfgenamèn,” & Il Pan de geÿolgen eener ondeclbare verbindteñi$s Aït: 1299: Een iegelik der genen, die gezamenl je éétie Otideels bare fchuld aangegaañ hebben, is aanfprakelÿk voor het Pp 3 ges 596 Liv. II. Tit. III. Chap. IV. Des diverses,&c. total, encore que l'obligation n'ait pas été contrace: tée solidairement.: Art. 1923. Il en est de même à l'égard des héritiers de celui qui a contracté une pareille obligation.: Art. 1224. Chaque héritier du créancier peut exiger en to- taliré l'exécution de l'obligation indivisible. Il ne peur seul faire la remise de la totalité de la dette; il ne peut recevoir seul le prix au lieu de la chose. Si l’un des héritiers a seul remis la dette ou reçu le prix de la chose, son cohéritier ne peut demander la chose indivisible qu'en tenant compte de la portion du cohérivier qui a fait la remise ou qui a reçu Île prix.- Art. 1995. L'héritier du débiteur, assigné pour la totalité de l'obligation, peut demander un délai pour mettre en cause ses cohéritiers, à moins que la dette ne soit de nature à ne pouvoir être acquittée par l'héritier assigné, qui peut alors être condamné seul; sauf son recours en indemnité contre ses cohéritiers. SECTION VE Des obligations avec clauses pénales. Ârt. 1296. La clause pénale est celle par laquelle une per- sonne, pour assurer l'exécution d’une convention, 3' 5 7 s'engage à quelque chose en cas d’inexécution. Art. 1227. JL Je gl, ang Het game ange El eel fi heel d van dé men dl de der & onde | dm de kW feet, De vebint die id kon 1 alsdan behoua mee-e Van Het” Want ll ner 0 Ets perl dm RS 6 ble divisbk go k tn da pu ne que hd re QU A ue me paité 08 5 III. Boëk, IL. Tit., IV, Hoofaft. Vanverbinatenisfen, 507 geheel, al ware het zelfs, dat de verbindtenis niet folidair gangégaan Was. Aït. 1223. Het zelfde-heeft ook plaats, ten opzigte der erfoe- namen vau den genen, die eene dergelike verbindtenis aangegaan heeft. « Art. 1974. EIk erfgénaam van den fchuldeifcher kan in zin ge- heel de uitvoering vorderen der ondeelbare verbindtenis, Hi kan. alléén geene kwäifchelding doen van het ge- heel der fchuld; hi kan alleen de waarde, in plaats van de Zaak, niet ontvangen, Indien één der erfgena. men alleen de fchuld heeft kwäitgefcholden, of de waar. de der zaak ontvangen heeft, mag zijn mede-erfgenaam de ondeelbare Zzaak niet eïfchen, dan mits rekening doende van het aandeel van. den mede-erfsenaam, die de kwitfchelding gedaan, of de waarde ontvangen heeft.| Art. 1295. De erfgenaam van den fchuldenaar, voor de geheele verbindtenis gedagvaard ziÿnde, kan uitftel vragen, om ziyne mede-erfgenamen ïin het proces te brengen, ten ziÿ de fchuld van dien aard is, dat zij niet voldaan kan worden, dan door den gedagvaarden erfgenaam, die alsdan alleen tot de voldoening kan verwezen worden; behoudens zijn verhaal tot fchadevergoeding tegen zijne mede-erfgenamen, a À ZESDE AFDEELING. Van verbindtenisfen, met beding van penaliteit. Art. 1906. Het beding van pœnaliteit is zoodanige voorwaarde, waar door: iemand, tot Zzekerheïid van de uitvoering eener overeenkomst, zich, in geval van nalatigheid, tot lets verbindt. Pp3 Art. 1227. 598 Liv. III. Tir, EL, Chap. IP, Des diverses, Ge, ft, 1207, La nullité de l'obligation principale entraîne celle de la clause pénale, TA re La nullité de celle-ci n'’entraîne point celle de ‘l'obligation principale. RS Art. 12928. Le créancier, au lieu de demander la peine sti- pulée contre le débiteur qui est en demeure, peut poursuivre l’exécution de l’oblisation principale. Art, 1299. La clause pénale est la compensation des dom- mages et intérêts que le créancier souffre de l’in- exécution de l’obligation principale. Il ne peut demander en même temps le principal et la peine, à moins qu’elle n'ait été stipulée pouf le simple retard,: Art. 1230 Soit que l'obligation primitive contienne, soit qu’elle ne contienne pas un terme dans lequel elle doive être accomplie, la peine n'est encourue que lorsque celui qui s’est obligé soit à livrer, soit à prendre, soit à faire, est en demeure, aise Art 12931. La peine peut être modifiée par le juge lorsque l'obligation principale à été exécutée en partie.‘ Art. 1299.: Lorsque l'obligation primitive contractée avec uné clause pénale est d’une chose indivisible, la peine est encourue par la contravention d'an seul des hé-- riiers du débiteur, et elle peut être.demandée, ne 1» SOI A2 m1 feding Ÿ Doch teelt& gexolge De| cnalit Len: fçhule Het dng Vi til, poofte De{ tnis, en bei vertrag k bevat vervi dan 1 om 1e on lets De tr, 1 voer g Wa Van derwe: Overtre dr, nsatins ps À tx (sé conieme, 1 dns lu st GE à le 6 LI. Boek, IUT. Tits IV. Hoofdfi, Vanverbindtenisfen. 599 Art. 1297. De nietigheid der hoofd-verbindtenis maakt ook het beding van pœnaliteit nietig. sde jjoch de nietigheid van het beding van pœnaliteit heeft geenszins de nietigheid der hoofd-verbindtenis ten ê Art. 1228. De fchuldeifcher kan, in plaaits van de bedongene pœnaliteit tegen den fchuldenaar, die nalatig is, te vor- deren, de naarkoming der hoofd-verbindtenis van den fchuldenaar eifchen, re : Art. 1229. Het beding van pœnaliteit ftrekt in plaats van vergoe- ding van fchaden en interesfen, welke de fchuldeifcher ljdt, door het achterbliven der voldoening van de hoofdverbindtenis. N _ De fchuldeifcher kan de voldsening der hoofd-verbind- tenis, en de voldoeninig der pœnaliteit niet té zamen, en beiden te gelijk vorderen, ten zij deze op de enkele vertraging van de hoofd-verbindtenis gefteld was. Art. 1230. Het zij de oorfpronkelijke verpligting bevatte, of niet bevatte eene tijds-bepaling, binnen welke dezelve moest vervuld zijn, kan de pœnaliteit niet gevorderd worden, ‘dan wanneer de geen, die zich verbonden heeft, het ziÿ om iets te leveren, het zij om jets te nemen, het zÿ “oi jets te doen, daar in nalatig gebleven is, Aït, 1291e De pœnaliteit kan verminderd worden door den reg- ter, wanneer de hoofd-verbindtenis ten deele is ten uit- voer gebragte Art. 1232 Wanneer de oorfpronkelijke verbindtenis,- met beding van pœnaliteit aangegaan.. eene ondeelbate zràak ten on- derwerp heeft, is de pœnaliteit verfchuldigd door de overtreding van één der erfgenamen van den fchulde- naar, en Zi kan gevorderd worden, het ziÿj voor het 2Pp4 ge- 600 Liv. HT Tir. III, Chap. IF. Des diverses,&c. soit en totalité contre celui qui a fait la contraven- tion, soit contre chacun des.cohéritiers pour leur part et portion, et hypothécairement pour le tout sauf leur recours contre‘celui qui a fait encourir. peine, | Aït. 1239. Lorsque l'obligation primitive contractée sous une peine est divisible, la peine n'est encourue que par celui des héritiers du débiteur qui contrevient à cette obligation, et pour la part seulement dont il étaic tenu dans l'obligation principale, sans qu’il y ait- d'action contre ceux qui l'ont exécutée. : Cetre règle reçoit exception lorsque Ia clause pé- nale ayant été ajoutée dans l'intention que le paie- ment ne pür se faire partiellement, un cohéritier a empêché l'exécution. de l’obligation pour la cotali. té. En ce cas, la“peine entière peut être exigée contre lui, et contre les. autres cohéritiers poux leur portion seulement, sauf leur recours. CH A SB4H TR E-,..V. De l'extinction des obligations, Aït. 1234. Les obligations s’éteignent, Par le paiement, Par la novation, Par la remise volontaire, Par la compensation, Par la confusion,: Par la perte de la chose, Par la nullité ou la rescision, pré gel VA per, Want qan PE gt all gen{Hi alkeen V petreft, de werbl Pege 1 penalitel qui, dû den, hindtenis jan qan de ‘aandesl j Go L ent Fi#% a fi ti D jp nCOUNE à m A Cor, seule(4 xle+ al] ak que Hüv, ion gène , Under pou tn peu ée coléres 1 WU, pi] LIL, Bock, LIL, Tit., LP Hoofdf. Van verbindienisfen. Got geheel‘vaà den. geen, die tegen de mor gehandeld heett, of van elk der. mede-erfgenamen voor zijn aandeel en. portie én uit krachte van hijpotheek voor het ge- heel, behoudeus hun verhaal op den geen, die DOFZAAK gegeven heeft, dat de pœnaliteit verbeurd is. Aït. 1993* Wanneer de- oorfpronkelÿke verbindtenis, met beding van pœnaliteit aangegaan, deelbaar is, wordt de pœnali- teit alleen verbeurd door den genen der erfgenamen" den fchuldenaar, welke tegen de verbindtenis handelt, alleen voor zoo veel zijn aandeel in de hoofd- de ado betreft, zonder dat er eénige actie tegen de genen, die de verbindtenis naargekomen hebben, beftaat. Deze regel lidt-uiszondering,. wannéer het beding van pœnaliteit“bi de verbindtenis gevoegd ziÿnde, met 00g- _merk, dat de betaling niet gedeelteliÿk konde gedaan wor- den, één der mede-“erfgenamen de. naarkoming der ver- bindtenis in deszelfs geheel verhinderd. heeft. in dit geval kan de geheele pœnaliteit van hem géëischt worden, en van de andere mede-erfsenamen, alleentijk voor| derzklver “randeel, behotidens hui fer van verhaal." VIFDEMLOGOEDSTUER| Op welke wife verbindienisfen-te niet gaans| Arte 1234e| soñdol Veibindtenisfen gdan te niet,| Door betaling, Door novatie of fchuldvernieuwing,| Door vrijwillige kwijtfchelding van fhuld, Door compenfatie, Door. confufie of Gnléterden fa ., Door het vergaan van de verfchuldigde zaak+ -. Door. vernietiging of rescisfie,|#r119D Pp5| Door ‘# Gos Liv, III. Tir. III. Chap. V. De extinction, Pc. Par l'effet de la condition résolutoire, qui a été expliquée au chapitre précédent, Et par la prescription, qui fera l’objet d’un titre particulier, SECTION TI Du paiement. H, Le Du priement en général. Art. 1995. Tout paiement suppose une dette: ce qui à été payé sans être dû, est sujer à répétition. La répétitionn’est pas admise à l’égard des obli- gations naturelles qui ont été volontairement aç- quictées, Art. 1236, Une obligation peut être acquittée par toute per- sonné qui y est intéressée, telle qu'un coobligé ou une caution, L'obligation peut même être acquittée par un tiers qui n’y est point intéressé, pourvu que ce tiers agisse au nom et en l’acquic du débiteur, ou que, s’il agit en son nom propre, il ne, soit pas subrogé aux droits du créancier, Aït. 1997. L'obligation de faire ne peut être acquittée par un tiers contré lé gré du créancier, lorsque ce dernier a intérêt qu'elle soit remplie par le débi- teur lui-même. Art. 12384 fl ju, Do l goorvilt fi do gerp Val “Akb verte De te qu ft qoldaan Een dr, d gear OÙ Eene| cerden, hautek 1 indien h actie var Tee detden 1 friuldaf ts do £ LS II. Boek, TILL Tit. ,V. Hoofdfi. Op welke wijze, enz. 60 = Door de werking, of ten gevolge eener ontbindende il voorwaarde, welke in het vorige Hoofdftuk is uitselegd, QT En door prefcriptie of verjaring, welke het onder- werp van eenen afzonderliken Titel zal uitmaken, l EERSTE AFDEELINC. Van bétalings SE à dr, 1|’’;,\ Van betaling in het algemeen,+ Art. 1235.+ 32 es“ Aïle betaling veronderftelt eene fchuld: het geen one pétut, verfchuldigd betaald is, kan te rug geëischt worden. à lé éà De terugvordering wordt niet toegelaten, ten opzigte vien van natuurlÿke verpligtingen, Waat aan men vrijwillig : voldaan heeft,: ; Art. 1236 ré pr Fene verbindtenis kan voldaan worden door een ie. Ver der, die daar bij belang hceft, gelijk een mede-fchuldé- Fr naar of een borg. + Eene fchuld kan zelfs voldaan worden door eenen acg derden, die daar bij geen belang heeft, mits die derde pan! handelt in naam en tot kwäting van den fchuldenaar, ofe dé indien hij in zijn eigen naam handelt, zonder cesfie vañ TL actie van den fchuldeifcher tegen den fchuldenaar te nemen. AN):; \ k i 434 Art. 1237. Eene verbindtenis om iets te doen, kan door eenen re st derden niet voldaan worden tegen wil en dank van den frhuldeifcher, indien deze belang héeft, dat de verbind- teuis door dén fchuldenaar zelve voldaan worde. sl.. Aït, 1298 3 604 Liv. III. Tit. III. Chap. V. De Pexstinction,&e. Art. 1298. Pour payer valablement, il faut être propriétaire de la chose donnée en paiement, et çapable de l’a. hiéner.| Néanmoiïns le paiement d’une somme en argent ou autre.chose‘qui se consomme par l’usage, ne peut être répété contre le créancier qui l’a con- sommée de bonne foi, quoique le paiement'en ait été fait par celui qui n’en était pas propriétaire ou qui n'était pas capable de l’aliéner. Art. 1259. Le païiettient doit être fait au créancier ou à quelqu'un ayant pouvoir de lui, ou qui soit autorix sé par justice ou par la loi à recevoir pour lui. . Le paiement fait à celui qui n'aurait pas pouvoir de recevoir-pour.le créançier,- est. valable, ci cé« lui-ci le ratifie, ou s’il en a profité. Aït. 1240. Le priement fait de bonne foi à celui qui est en possessicn. de.la créance, est valable, encore que le possesseur en soit par la suite. évincé. Art. 1241. Le paiement fait au créancier. n’est point valable s'il était incapable de le recevoir, à moins:que le débiteur ne prouve que la chose payée’ a tourné au profit du créancier.: Art. 1240. Le paiement fait par le débiteur à son créancier, au préjudice d’une saisie ou d’une opposition, n’est \ pas valable à l’égard des créanciers saisissans ou op- posans: ceux-ci peuvent, selon leur droit, le con- train< ph Of de ggerddl 1 gort, î Niettern j greed gebruik À jen fl goeder tr fhied LS . ml was De be fer, d de doot om VoOt De btt jai om waatde dur b) De in het Wanne dat bez De waarde, Vangen tot V0! D} eifcher W niet die het is, Cr sa Koh SO le pur| ta, it af, ln le Peru, A). UN! Ucatq ECTS je ane| SÉVO A L an sn fl dk: Ah (à À el qe: able, eur ç vint (re à ma mé ut son cé pposn, ajeissens qui, k° Ë = LL. Bock, III. Tir., IP. Hoofaft. Op welkewijze, enz. 608 Art. 1238. Oim de betaling van waarde te doen zïn, moëet men eigenaar zijn van de zaak,, die in betaling gegeven wordt, en bevoegd om dezelve te vervreemden. Niettemin. kan de betaling van eene fomme, beftaande in gereed geld, of in eenige andere zaak, die door het gebruik te niet gaat, niet te rug gevorderd worden van den fchuldeifcher, die bhét in voldoeñing gegevene ter| goeder trouw verbruikt hecft, offchoon die: betaling ge {chied is door iemand, die van het gegevene geen eige- naar was, Of niet bevoegd om hetzeive te vervreemden. , Art. 1239. De betaling moet gedaan worden aan den fchuldei- fcher, of aan iemand, die volmagt van hem heeft, of, die door den regter of door de wet geautorifèerd is Rs voor hem te ontvangen. De betaling, gedaan aan iemand, welke de magt niet pad om. voor? den fchuldeifcher te ontvangen, is van wvaarde, wanneer de fchuldeifcher dezelve soedkeutt of daar bij bevoordeeld is. Art. 1240, De betaling, ter goeder trouw gedaan aan te die in het bezit is der infchuld, is van waarde, ook zh, wanneer- deze naderhand door deh waren eïgenaat uit dat bezit geflooten wordt. Art. 1241. De betaling, aan den fchuldeifcher gedaan, is niet va waarde, indien deze onbevoegd is, om dezelve te ont- vangen; ten Zij de fchuldenaar bewijst, dat het betaalde tot voordeel van den fchuldeifcher geftrekt heeft. Art. 1940. De betaling, door den fchuldenaar aan zijnen fchuld- elfCher gedaan, in weerwil van een arrest of oppofitie, is niet van waarde ten aanzien van de fchuldeifchers; die het arrest of de oppoñitie gedaan hebben: ets un- éo6. Liv. 111. Ti. III. Chap. F. De l'extinction; Se,- traindre à paÿer de nouveau, sauf, en ce cas seua lement, son recours contre le créancier: Art: 1243, Le créancier fie peut être contraint de recévoif une autre chose que celle qui lui est due, quoique la valeur de la chose offerte soit égale où même plus grande: Art. 1944: Le débiteur ñe peut point forcer le créancier à tecevoir en pattie le paiement d’une dette, même divisible. Les juges peuveñt néanmoins, en considéfation de la position du débiteur, et en usant de ce pou- voir avec une grande réserve, accorder des délais modérés pour le paiement, et surseoir l'exécution des poursuites, routes choses demeurant en état. Art. 1246, Le débiteur d’ün corps certain ét déterminé est libéré par la remise de la chose en l’état où elle se trouve lors de la livraison, pourvu que les dé- térlorations qui y sont survenues ne viennent point de son fait où de sa faute, ni de celle des person- nes dont il est responsable, ou qu'avant ces dété- riorations il ne füt pas en demeure. Art. 1246. Si la dette est d’une chose qui ne soit détermf- née que par son espèce, le débireur ne sera pas tenu, pour être libéré, de la donner de la meilleu- te espèces mais il ne pourra l’offrir de la plus mauvaises| Art, 1247 Jl pl, panels| | Gen fa beral | digd 8 | jan mé | fhalderea Gectt | mél gel, 7 Niettent | mt ee ti uit cutie de blivendk Mk! tn À jh dien vindt, mogt he makt 2j van 206: ÿ, bleven 1 Indien ÉTAT E om zitl beste in fan me it un LT cet ns Un ke ë Gus [ULTES ccor À Ireoit leg eur#1#2. ét Hem alu re ge ne ré cel ds pate IN ta, j'att ff lt: Ù , je ae eur M mr nélf fr RS ES æ LIL, Bock, III, Ti, ,V. Hofdf. Opwelkewijse, enz: Co kunnen, naar aanleiding van hun regt, hem noodzaken, om op nieuw te betaleñ, behoudens, in dit geval als en, des fchuldenaars verhaal op den fchuldeïicher. Art. 19434 Geen fchuldeifcher kan verpligt worden, iets anderg in betaling aan te nemen, dan het geen hem vertchul- digd is, ofichoon het aangebodene van gelÿke of zelfs van meerdere waarde zÿ. \ Art. 1944 i Geen fchuldenaar kan den fchuldeïfcher verplisten, om de betaaling van eene fchu'd bij gedeelten te ontvan- gen, zelfs niet wanncer de{chuld deelbaar is. Niettemin mogen de regters, in aanmerking van des fchuldenaars gefteldheid, en mits zij van dit vermogen mét eene groote omzichtigheid gebruik maken, een ma- tig uitflel tot het doen der betaling toeftaan, en de exe- cutie der vervolging in regten fchorsfen, alles nogtans blijvende in den zelfden flaat. Aït. 1245 _De fchuldenaar van eene zekere en bepaalde zaak is van Zzijne{chuld ontheven, door die zaak over te geven in dien ftaat, waar in zÿ zich ten tijde der levering be vindt, mis de verminderingen, welke dezelve ondergaan mogt hebben, niet door zijn toedoen of verzuim veroore zaakt zin, noch ook door de fchuld of het vérzuim van zodanige perfonen, voor wien hij verantwoordelijk is, of na dat hij in het doen der overgifte nalatig ge: bleven was. Art, 1946, Indien de zaak, welke verfchuldigd is, alleenlÿk ten aanzien van hare foort bepaald is, is de fchuldenaar, om zich van de fchuld te ontheffen, niet verpligt de beste in betaling te gevens maar hij kan ook niet vol< ftaan met de flechtfte te geven. Art, 1247 608 Liv. ZIT. Th. LI, Chap. Ve De Pexstinctions&e. Art, 1247. (l Le paiement doit être exécuté dans le lieu dé. signé par la convention. Si le lieu n’y est pas désigné, le paiement, lorsqu'il s’agit d’un corps certain et déterminé, doit être fait dans le:lieu où était, au temps de l'obligation, la chose qui en faic l'objet.:: Hors ces deux cas, le paiement doit être fait au,. domicile du débiteur. =. ÀAft. 1:49: « Les frais du. paiement sont à la charge du débi. teur.# 6. IL Du paicnèent avec subrogation. Ârt. 19249. La suübrogation dans les droits du créancier aû profit d’une tierce personne qui le paye, est où conventionnelle ou légale., Art. 1250. Cette subrogation est conventionnelle, 1°. Lorsque le créancier recevant soñ paiement d’une tierce personne la subroge dans ses droits, actions, priviléges où hypothèques contre le débi- teur: cette subrogation doit être expresse et faite en même temps que le paiement; °°. Lorsque le débiteur emprunte üne somme à effet de payer sa dette, er de subroger le préteut dans les droits du créancier. Il faut, pour que cette subrogation soit valable, que l'acte d'emprunt et ji ge bé qrlK el mit? gane ZE f, Wat foten We Baiten worden! De ko$ | xon dl| D ft ten 00 bétaalt, van de Deze fi 1, W eenen de Tegten,: tot late oet uit den, ,W nent, t en teens furrogere in, mo té voor | Dge fi] A il, Bock, III, Tir, V.— Op vèke wijée, enr. Caÿ| At. 1247: De betaling moet gédaan worden op de plaats bij de ovéreenkomst bepaald. Geene bepaling omtrent de plaats gemaakt zijnde, moet de voldoening, ten aanzien van eene Zekere en bepaalde zaak, gedaan” worden ter plaat- fe, waar dezelve zich bevond, toen de overeenkomst ge- floten werd. Bniten deze twee gevallen moët de betaling—. is ter woonplaats' van den fchuldenaar. Art. 1948, De kosten, up de betaling vallende, komen tot lästé van den fchuldenaar. >$ IL|; Van betaling net furrogatie. 5 Art: 1949. De futrogatie in de regten van den fchuldeifcher; ten voordeele: van ecnen dérden perfoon, die denzelven betaalt, gefchiedt of bij overeenkomst; of uit kratht, van de wet, Art: 1950: Dezc furrogatie gefchiedt bij overeenkomst: 1°. Wanneer de fchuldeifcher, zijne betaling van eenen derden ontvangende, denzelven furrogeert in dé regten, actiën, præferentien of hüpotheker, welke hi tot laste van den fchuldenaar heeft: deze fürrogatie moet uitdrukkelÿk en geliktidig met de betaling& ge! Chie- den; 2°. Wannéer de fehuideiar eene fomme gelds op- neemt, ten einde zijie fchuld daar mede te voldoen, en tevens den geldfchieter in des fchuldeifchers regten te furrogeren. Om deze furrogatie van waarde te doen zijn, moeten de acte van geldopneming en de quitan- tie voor notaris{en gepasiecrd worden; in de acie van 1 DEEL. Qq gelde 1] Gio Liv. IT. Tit. LIT Chap. W. De l'extinction, Sc: et la quittance soient passés devant notaires; que dans l’acte d'emprunt il soit déclaré que la somme a été empruntée pour faire le paiement, et que dans la quittance il soit déclaré que le paiement a été fait des deniers fournis à cet effet par le nou- veau créancier. Cette subrosation s'opère sans le concours de la volonté du. créancier. Aït. 1951. La subrogation a lieu de plein droit, 1°. Au profit de celui qui étant lui-même cré- ancier paye un autre créancier qui lui est préféra. ble à raison de ses priviléges ou hypothèques; 0°, Au profit de l'acquéreur d’un immeuble, qui emploie le prix de son acquisition au paiement des créanciers auxquels cet héritage était hypothéqué; 47. Au profir de celui qui étant tenu avec d’au- tres on pour d’autres au paiement de la dette, avait intérêt de l’acquitter; 4%. Au profit de l'héritier bénéficiaire qui à payé de ces deniers les dettes de la succession. Aït. 19250. La subrogation établie par les articles précédens a lieu tant contre les cautions que contre les débi- teurs: elle ne peut nuire au créancier lorsqu'il n’a été payé qu’en partie; en ce cas il peut exercer ses droits, pour ce qui lui reste dû, par préféren- ce à celui dont il n’a reçu qu'un paiement partiel. L fi? frks got" et 5 au& dl ÿ qit pl folie féhedt,| drar t0£ Uit k' 1, T | ferai | de wi | yoldoét 1, Le ol d00! | ot bell pipotee WT yoot 4 {child if, î tis ON de{ch yoldea D heeft z0 de.{chu tkt We is in van het boven voldoen nt te me! œh&: Éfciie a Css L.Boek, HI.Tir., Ve Hoofaf, Op welkeswjze, enz. 61? geldopneming moct verklaard worden, dat de fomme ter Îcen is opgenomen, om,.daar mede de betaling te doen, en de quitantie moet inhouden, dat de betaling gedaan is uit penningen, die tot dat einde door den nieuwen fchuldeifcher.zijm voorgefchoten. furrogatie ge- fchiedt, zonder dat de fchuldeifcher zijne toeltemming daar toe geeft.| “Aït. 1951. Uit krachte van de wet heeft furrogatie plaats, 1°. Ten behoeve van den genen, die, zelf fchuldei- fcher zijnde, eenen anderen fchuldeifcher, welke, uit hoof- de van preferentie of’ Mfpotheck, een beter regt hecit, voldoet; °°, Ten behocve van den genen, die eenig onroerend goéd. door koop bekomende, den pris daar van befteedt ot betaling’ der fchuldeifchers ,: aan wien dat goed door hijpotheek verbonden was’; « 3°, Ten behoeve van den genen, die, met anderen Of ‘OO.-anderen gehouden zijnde tof voldoening van eere fchuld, belang had om dezelve af te doeu; 4%, Ten behoeve van-eenen-erfgenaam, die eene erfe- nis onder beneficie van inventaris aanvaard hebbende, de fchulden der nalatenfchap met zijne eigene penningen voldaan hecft. Art. 1952. De furrogatie, bij de voorgaande Artikelen bepaald, hecft zoo wel plats tén aanzien van de borgen, als van de fchuldenaars:.ziÿ kan den fchuldeifcher in zijn rest niet verkorten, wanneer hij flechts gedeeltelÿk voldaan iss in dit geval is hi. bevoesd om zijn regt, ten aanzien van het te kort komende, uit te oefenen, bi preferentie boven. den genen, van wien hij flechts eene gedeeltelike .weldoening bekomen heeft.; 61e Liy. III. Tit. HI. Chap. W. De l'extinction,&e, $. IT. De l'imputation des paiemens. Art. 1953. Le débireur de plusieurs dettes a le droit de déclarer, lorsqu'il paye, quelle dette il entend ac- quitter. Art. 1254e Le débiteur d’une dette qui porte intérêt ou produit des arrérages, ne peut point, sans le con- sentement du créancier, imputer le paiement qu'il fair sur le capital par préférence aux arrérages ou inté- rêts: le paiement fait sur le capital et intérêts, mais qui n’est point intégral, s’impute d’abord sur les intérêrs. Art 1255. Lorsque le débiteur de diverses dettes a accepté une quittance par laquelle le créancier a imputé ce qu'il à recu sur l’une de ces dettes spécialement, le débiteur ne-peut plus demander l’imputation.sur une dette différente, à moins qu’il n’y ait eu del ou surprise de la part du créancier. Art. 1 25 6. Lorsque la quittance ne porte aucune imputation, le paiement doit être imputé sur la dette que le débiteur avait pour lors le plus d’incérêt d’acquitter entre celles qui sont pareillement échues; sinon, sur la dette échue, quoique moins onéreuse que celles qui ne le sont point. { Si De fi om bi ning Var doen ve! De fl Joopt, 0 to/enmi hi dot, eut bo verrekke dun Zi afgedaan aing de Wa quitant verklaa ning\ kan di gerefena dun te fcher, b Want welke K tekend hu, le{ch doen; d béling 1 äo de 0g ëarende din ê ŒUT te Lans, Por mé; pue vite rés ni al et put d'u detesa 1e ce 4 mu es gén Tor dial ‘ un(os k dre ré di échuss, S | oeuf II. Bock, III. Tit.., W. Hoofdfi. Op welke wijze, enz. 6i 3: . IT. Van toerckening der betaling. Art, 1953. De fchuldenaar van verfcheiden fchulden heeft het regt, om bij het doen der betaling te verklaren, tot voldoe- ning van welke dier fchulden hij de betaalde fomme wil doen verftrekken. Art. 19254. De fchuldenaar van eene fchuld, die op interesfen loopt, of achterftallige renten oplevert, kan, zonder de toeltemming van den fchuldeifcher, de betaling, vwelke hiÿ doet, niet tot aflosfing van de hoofdfom, bÿ voor- keur boven de achterftallige renten of interesfen, doem verftrekken: betaling op de hoofdfom en de interesfen ge- daan zijnde, maar waar mede de geheele fchuld niet wordt afgedaan, wordt gerekend in de eerfte plaats tot voldue- ning der verfchuldigde interesfen gedaan te zijn. “Att. 1955. Wanneer de fchuldenaar van verfcheiden fchulden eene quitantie aangenomen heeft, waar bij de fchuldeifcher verklaard heeft, dat het bij hem ontvangene tot voldoe- ning van ééne dér fchulden in het bizonder verlirekt, kan die fchuldenaar niet meer vorderen, dat de betaling gerekend worde tot kwiting van eene andere{chuld ge- daan te ziÿn, ten zij er, van de zijde van den fchuldei- {cher, bedrog of verrasfching mogt hebben plaats gehade Art. 1256. Wanneer de quitantie niet inhoudt, tot voldoening van welke fchuld de betaling gedaan is, moet de betaling ge- rekend worden gedaan te ziÿn in voldoening van die fchuld, welke de fchuldenaar, onder de te gelik verval- lene fchulden, destijds het meeste belang had te vol- doen; doch indien de fchuldenaar daar bij geen bijzonder belang mogt hebben, wordt de bétaling geacht gedaan te zÿn in voldoening der fchuld, die vervallen was, boven de nog niet vervallene, offchoon deze eerfte minder be- zwarende zijn mogt, dan de andere, Qq 3 In | ia Liv. lit. Tit. UE. Chap.W. De Pextinction, ès. Si les dettes sont d’égale nature, l’imputation se fait sur la plus ancienne: toutes choses égales, elle: se fait proportionnellement. <: IV: Des offres de paiement,‘et de la consignations Aït 1257. Lorsque le créancier refuse de recevoir son paie- ment, le débiteur peut lui faire des offres réelles, ec au refus du créancier de les accepter, consigner la somme ou la chose offerte. Les offres réelles suivies d’une consignation libè- rent le débiteur; elles tiennent lieu à son égard de paiement, lorsqu'elles sont valablement faites, er la chose ainsi consignée demeure aux risques du cré- ancicr. Art, 1258. Pour que les offres réelles soient valables, il faut, 1°, Quelles” soient faites au créancier ayant la capacité de recevoir, ou à celui qui a pouvoir de recevoir pour lui; 2°, Qu’elles soient faites par une personne capa- ble de payer; 32. Qu’elles soient de la totalité de la somme exigible, des arrérages ou intérêts dus, des frais liquidés, er d’une somme pour les frais non liqui- dés; sauf à la parfaire; e e? e£ 4°. Que le terme soit échu, s’il a été stipulé en faveur du créancier; #. Que gi indien c tortélle je al LL Fan[ Vanne | ontangen | dé atnb | mhz gs, Dadelik pevriden qot volt PAT pl jeketing fer, a gen, dl a”, De vorgd 9 D Fchuldig resfen, 1 a Van og niét die{mr Vuld; gl bepaling ART JS in, ê pri! = qu, d CN eCENON x es cha, Hp à sn qi en lt, ris à en ri| santé ijei gi ei III. Boek LIL, Tir, Ve Hood}: Op welke wijt, enz. 6:15 Indien de fhulden. van gelijken aard zijn,‘moet.de toerekening op de oudfte gedaan worden; doch alles ge- jük ffaande, gefchiedt de toetekeniïg op elké fchuld naar evenredigheide $ IV. Van aanbiedingen van betaling, en confignaties Aït. 1257» Wanneer de fchuldeifcher weïgert zïne voldoening te ontvangen, kan de fchuldenaar hem dadelijk het verfchul- digde aanbieden, en bi weigering van den fchuldeifcher, om het zelve aan te nemen,, de aangebodene fomme gelds, of zaak configneren.: Dadelijke aanbiedingen, gevolod van eene confignatie 4 bevriiden den fchuldenaar, en ftrekken ten zinen opzigte 10t voldoening, mits dezelve op eené Wettige wijze gedaart zin; blijvende het als dan in confignatie gebragte vOooË rekening van den fchuldeifcher. Art. 12 58. Op dat Zoodanige dadelijke aanbiedingen van waardè zijn, is hét noodig::_. 1°. Dat dezelve gednan worden aan eenen fchuldei- fcher,: die bevoegd is om te: ontvangen, of aati den geen, die voltnagt heëft om voor hem te ontvangens 2°. Dat dezelve gedaan worden door iemand, die bé= voegd is om te betalen, 9°, Dat dezelve gedaan worden van de geheele. ver- {chuldigde fomme, van de achterftallige renten: of inte- resfen, van de kosien, die opgemaakt en vereffend Zifs en van een Zekere 1omme gelds voor de kosten, die nog nict opgemaakt en vereffend zin; behoudelÿk, dat die fomme, tot efenheid gebragt zijnde, werde 41198“ yuld;: 4°. Dat de tijd van betaling verfchenen is, indien de bepaling daar van ten voordéele vañ den fchuldeifcher ge- maakt 155 Qg 4 5°. Da TT 3. æ 616 Liv. III. Fit. HI, Chap. V. De Fextinction,&e, 5°. Que la condition sous laquelle la dette a été contractée soic arrivée;.“ . 69. Que les offres soient faires au lieu dont on est convenu pour le paiement, et que, s’il n'y a pas de convention spéciale sur le lieu du paiemene, elles soient faites ou à la personne du créancier, ou à son domicile, ou au domicile élu pour l’exé« cution de la convention; 7°. Que les offres soient faites par un officier ministériel ayant caractère pour ces sortes d'actes. Art. 1950. Il n'est pas nécessaire pour la validité de la Con- signation, qu'elle ait été autorisée par le juge; il suc,:- 2.| . 19. Qu'elle ait été précédée d’une sommation signifiée au créancier, et contenant l'indication du jour, de l’heure et du lieu où la chose offerte sera déposées: 2°. Que le débiteur se soit dessaisi de la chose offerte, en la remettant dans le dépôt indiqué par la loi pour recevoir les consignations, avec les in: térêts jusqu’au jour du dépôt; 3°. Qu'il y ait eu procès-verbal dressé par l’of- ficier ministériel, de la nature des espèces offertes, du refus qu'a fait le créancier de les recevoir ou de sa non-comparution, et enfin du dépôt; _ 4°. Qu'en cas de non-comparution de la part du créancier, le procès-verbal du dépôt lui ait été signifié avec sommation de retirer la chose dépo- ee,:||: u Art. 1260. Les frais des offres réelles et de la consignation Sont à la charge du créancier, si elles sont vala- bles. Art, 1261. pi: gt, Di qi ge, Di ) ok de gel gemiaNt pesloon of an overeenk 7 D aber werkzae On de autor pue Pi qu de ani de zang eo,| quan| ht où Wari config g. ces-ver aangebox dexelre vertchen ze, HD «an he proces- aan Bigtn, De| confie ëlcher y ,‘ LUE Ve | & link de dre ITR où à 1, a KE dl CL LES aein dal 1111 Que h dt 1 1 K soit 1,4 ln Ju ul ZIL.. Bock, LIL. Tit. ,W. Hoofafi. Op welke wijze, enz. 6x7 5°. Dat de voorwaarde, onder welke de fchuld is aangegaan, Vervuld zij; 6°. Dar de aanbiedingen gedaan worden ter plaatfe, op welke men is overeengekomen, dat de betaling zou- de gefchieden, en indien er geene bijzondere overeenkomst gemaakt is, dat als dan die aanbiedingen, of aan dem perfoon van den fchuldeifcher, of ter ziÿner woonftede, of aan de woonftede, welke tot de voldoening aan de overeenkomst gekozen is, gedaan worden; 72, Dat de aanbiedingen gedaan worden door eenen ambtenaar van de juftitie, welke tot die foorten‘van werkzanmheden bevoegd is. Aït. 1259, Om eene confignatie van waarde te doën zijn, wordt de autorifatie van den regter niet vercischt; het 1s ge- noegzaamn: 1°. Dat dezelve voorafgegaan zij van eene fommatie aan den fchuldeifcher geïnfinueerd, en inhoudende de aanwiÿzing van den dag, het uur, en de plaats, waar de aangebodene zaak in bewaring zal gefteld worden; e°. Dat de fchuldenaar zich van het aangebodene ont= daan hebbe, door het zelve ter plaatf, bij de wet tot het ontvangen van geconfigneerde zaken bepaald, in be- waring te brengen, met de interesfen tot den dag der confignatie toe; 3°. Dat er door den ambtenaar der juftitie een pro= ces-verbaal worde opgemaakt, behelzende den aard der aangebodène zaken, de weigering des fchuldeifchers, om dezelve te ontvangen, of dat hij tot die ontvangst niet verfchenen is, en eindeliÿjk het doen van de confignatie zelve; -" 4. Dat bäaldien de fchuldeifcher tot de ontvangst wan het aangebodene niet verfchenen is, aan hem het proces-verbaal der confignatie geïnfinueerd worde, met aaomaning om het geconfigneerde uit de confignatie te ligten.: | Art. 1260. De kosten op de dadelÿke aanbiedingen en op de confignatie gevallen, komen ten lasie van den fchuld.- eifcher, indien dezelye wettig is gefchied. LOST me Qq5 Art. 1261, Fe + Pr G18 Liv. III. Tit III, Chap. V, De l'extinétion, Ge. Aït. 1267 Tant que la consignation n’a point été acceptée par le créancier, le débiteur peur la retirer; et s’il la retire, ses codébiteurs ou ses cautions ne sont point libérés. Lorsque le débiteur‘a lui-même obtenu un juge- ment passé en force de chose jugée, qui a déclaré ses offres et sa consignation bonnes et valables, il ne peut plus, même du consentement du créancier, retirer sa consignation au préjudice de ses codébi- teurs ou de ses cautions. Art. 1963. Le créancier qui a consenti que le débiteur reti- rât sa consignation après qu’elle a été déclarée va- lable par un jugement qui a acquis force de chose jugée, ne peut plus pour le paiement de sa créan- ce exercer les priviléses ou hypothèques qui y étaient attachés; il n’a plus d’hypothèque que du jour où l'acte par lequel il.a consenti que la con- signation für retirée aura été revêtu des formes re- quises pour emporter hypothèque. Art. 1264. _ Si la chose due est un corps certain qui doit être livré au lieu où il se trouve, le débiteur doit faire sommation au créancier de l'enlever, par acte notifié à sa personne ou à son domicile, ou au domicile élu pour l'exécution dé la convention, Cette sommation faite, si le créancier n’enlève pas la chose, et que le débiteur ait besoin du lieu dans lequel elle est placée, celui-ci pourra obtenir de la juscice la permission de la mettre en dépôt dans quelque eutre lieu, : Art, 1265. pr 7 À aie fat gt yorden 2 anne kregen Ï ÿ, aar en Van ogfteruin uit de C | Chem De fit ur het confignat gpwisde in, M Komen s dat qu 1 op d configt malitel zien gel lg go, N want he elcher en, bj of au bindtenis tie gels Zich wen 2000!| Régler Ve | à bi fi té# Li ét, ) + Qi #| 0€ Gr LIT. le den été dé 1e font& dt A À Ti) og a ot qu aigle ds init matt » dd ent, À s mice, 84 hop nat soin à III, Boëk, HA, Tir., V. Hoofaft. Op rvelke wijze, enk..6sg8 Art. 1261. Zoo lang de fchuldeifcher het geconfigneerde goed niet naar Zich genomen heeft, kan de fchuldenaar het zelve te rug memen; en Z00 hi het: zelve te rug neemt, worden zijne mede-fchuldenaren of borgen niet bevrid. Art. 1202 Wanneer de fchuldenaar zelf een regterlik vonnis ver” kregen Hecft, het welk in Kracht van gewiisde séÿaan, ÿs, waar bij zijne gedané aanbiedingen en confignatie goëd en van waarde verklaard zijn, kan hi, zelfs niét. Met toeftemming van den fchuldeifcher, het geconfigneerde uit de confignatie te rug neémen, in nadeel zijner mede- fchuldenaren of borgen.| Art. 1263. De fchuldeifcher, die toegeftaan heeft, dat de fchulde- naar het geconfigneerde goed térug neemt, na dat de confignatie bij een. resterlik vonnis, dat de kracht vas gewijsde bekomen heeft, was verklaard van waarde{ Zin, kan niet meer, om betaling van die{chuld te be. komen, van de preferentiën of hijpotheken; welke daar aan verknogt waren, gebruik maken; hi hecit geen regt van hipotheek meer, dan van den dàg, waar op de acte; welke de toeftemming inhield; om het ge: configneerde goed te rug te nemen, met de noodige for maliteiten tot het vestigen van een hijpotheck is voor- zien geworden. Aït, 1 204 In geval de verfchuldigde zaak beftaat in een zeke: goed, het welk geleverd moet worden op de plaais, al- waar het zich bevindt, moet de fchuldenaar den fchuld- eifcher doen fomimeren, om het Zzelve naïr zich te nc- men, bij cene acte, die aan zijn perfoon of woonficde; of aan de woonftéde, welke tot volbrenging der ver< bindtenis gekozen is, geïnfinueerd wordt. ,Deze fommae tie gedaan zinde, en de fchuldeifcher die zaak niet naar zich nemende, kan de fchuldenaar, wanneer hi de plaats noodig heeft, alwaar die zaak zich bevindt, van den régier verlof bekomen, om die zaak op eene andere plaats in bewaring te brengen, 6 V. À. Dré vs 0 lle 620 Liv. III. Tit. LIT, Chap, V. De l'extinction,&e; $. V. De Ja cession de biens. Art. 1265. La cession de biens est l'abandon qu’un débiteur fait de tous ses biens à ses créanciers, lorsqu'il se trouve hors d'état de payer ses dettes. Art. 1266. . La cession de biens est volontaire ou judiciaire, Art. 1267. La cession de biens volontaire est celle que les créanciers acceptent volontairement, et qui n’a d’ef- fet que celui résultant des stipulations mêmes du contrat passé entre eux et le débiteur. Art. 1968. La cession judiciaire est un bénéfice que la loi accorde au débiteur malheureux et de bonne foi, auquel il est permis, pour avoir la liberté de sa personne, de faire en justice l’abandon de tous ses biens à ses créanciers, nonobstant toute stipulation contraire.=. Art. 1269. La cession judiciaire ne confère poiat la pro- priété aux créanciers; elle leur donne seulement le droit de faire vendre les biens à leur profit, et d'en percevoir les revenus jusqu’à la vente. Art. 1270. Les créanciers ne peuvent refuser la cession ju- diciaire, si ce n’est dans les cas exceptés par la loi. + Elle gr Cesfie | dem, goederel on 2e Boedel a V fchuldeile gevolgen contract voort(pl Jen sk lukkig bjj hen perloon eilchers, uietesen! En| fées à tt, OI pe, en der verk De fe | Mand ni dj uit He k TT &quui ON px: Ur, née el t él h liés dues ru it (l IL 8ock, HI. Tit., V. Hoofdf. Op welke wijze; enz. 6ai $ V. Van cesfie of bocdel-affland, Art. 1965 re Cesfie van goederen, is de afftand, welké een fchul- denaar, ten behoeve ziner fchuldeifchers, van alle zine goederen doet, wanneer hi zich buiten ftaat bevindt, om zijne fchulden te betalen. Art, 1266.- Boedel-affland is, of vrijwillig of gerestelik. Art."1267, Een vriwillige boedel-afitand is die gene, welke de fchuldeïfchers vriwillig aannemen, en die geene andere gevolgen heeft, dan welke‘uit de bedingen zelve, bÿ contract tusfchen hun en den fchuldenaar gemaakt, voort{pruiten, Art. 1268. Een geregtelike boedel-afftand is een voorregt, het welk de wet toeftaat aan eenen fchuldenaar ,i dié onge- lukkig is, en ter goeder trouw gehandeld heeft, waar bij hem wordt toegeftaan, om tot beveiliging van ziÿn perfoon voor den regter, ten behoeve van zÿne fchuld- elfchers, afftand van zine goederen te doen, en zulks niettegen{taande eenige daar tegen ftrijdende bedingen. Art. 1269, Een geregtelijke boedel-afftand geeft aan de fchuldei- fchers geenen eigendom; dezelve gecft alleenlijk het regt, Om de goederen ten hunnen voordeele te verkoo- pen, en de vruchten daar van te trekken tot den dag der verkooping tot. Art. 1970. De fchuldeïfchers kunnen den gerestelijken boedel-af- fiand niet weigeren, dan in de gevailen, die bij de wet zÿn uitgezonderd. De. 08 JE 632 Liv. HI. Tir TI, Cha de De l'extinction Si Elle opère li décharg e de Îa contrainte par COrpPS. Au surplus, elle ne libère le débiteur que jus. qu’à concurrence. de. la valeur des biens abandon- nés: et dans le cas où ils auraient été insuflisans, s’il lui en survient d’autres, il est obligé de les abandonner jusqu’au parfait paiement. SrC/ TON IL De la noYation. Ait:rros, > Eä-rovation s'opère de trois manières: SA Lorsque le débiteur contracte envers son cré- ‘ancier une nouvelle ,deite. qui est substituée. à l'an cienne, quelle est éteinte 3; , 2°. Lorsqu' un noywgay débiteur est“substitué à dE Lorsque, par l'effet d’un nouvel engagement, Jancien qui est déchargé par le créancier; Un. nouveau créancier est substitué à l'ancien, en« Vers dequel le débiteur.se trouve déchargé: Aït. 1970. EE fovation ne peut s’opérer qu'entre pétsonnes capables de contracter - Art. 1973. La novation ne se pésume points. il faut que la volonté de l’opérer résulte clairement de l'acte, Art. 1274 La fovation par la substitution d'un nouveau dé- biteur,' peut. s’opérer sans le concours Ce premiére débiteur, 2 perl gi foot pitt qe gr de de 2 krigt, te tal Novst vie ie Ÿ {chuldei welke doof V g, in qh ent y komst phats {chulek Novit ben tu tractere Nov: fe; filer, U AR À ui!/ d CO, Ge $ su ES il ét Uk ft êst OU ani te ent bu re sl réa, quel eye jé À las ch pate III, Boek; LE, Tite, Pa Hoofaf. Opwelkéwijze, en. 623 Dezelve best de bevriding van alle perfoneel arrest of sijzelng ten gevolge. Voor het ovérige wordt de fchuldéiaar. daar door piet verder bevrid dan tot het beloop van de waarde der afgeitane goederen; en, invévalle.dezelve onvoldoen- de zijn geweest, en de fchuldenaar andere goederen ver- krigt, is hi verpligt dezelve aan de, fchuldeifchers, af te ltaan, tot dat de fchuld ten vollen betaald is, TWEEDE AFDEELINC. Van noyatie of fchuldvernieuwing. Aït. 1271: Novatie of fchuldvernieuwing wordt op dricërleïe ge te weeg gebragt: . Wanneer een fchuldenaar, ten behoeve van zinen fchuldeitcher; eene nieuwe fchuldverbindtenis aanngaat, welke in de plaats geftéld wordt van de oude, die daat door vernietigd woïdt 3 2°, Wanner een meuwe. fchuldenaar gefteld wordt in plaats van den ouden, die AôQE den fCRAUIE{cher ontflagen wordt;: 3 Wanneer; ten gevolge van eene nieuwe overeen- komst, een nieuwe fchuldeifcher geftéld wordt in de plaats van den vorigen, ten opzigte van welken“dé {chuldenaar van Zzjjne.verbindtenis ontflagen wordt, Art, 1272e Novatie of fchuldvernieuwing.kau‘'alleen plais hch.. ben tusichen perfonen, die bekwvaam Zina om té CO ‘tracteren. Art. 1272. Novatie of fchuldvèrnieuwing wordt niet veronder fteld; het is noodig,, dat de wil, om dezelve daar te ftelea, duidelÿk uit de acte blijke. Aït. 1274. Novatie of fchuldvernieuwing, door. het in de plaats ftellen van eenen nieuwen fchuldenaar. kan gech den zonder medewerking van den eerften fe huldenaar. SL AIS 1975 Gca Liv. LI. Tir. IIL Chap. V. De l'extinction, Sc. Art. 1975. La délégation par laquelle un débiteur donne au créancier un autre débiteur qui s’oblige envers le créancier, n’opère point de novation, si le créans cier n’a expressément déclaré qu’il entendait déchare ger son débiteur qui à fait la délégation. Art. 1276. Le créancier qui a déchargé le débiteur par qui a été faite la délégation, n’a point de recours con- tre ce débiteur, si le délégué devient insolvable,» moins que l'acte n’en contienne une réserve expres- se, ou que le délégué ne füt déjà en faillite ou- verte, ou tombé en déconfiture au moment de la délégation. Art. 1277. La simple indication faite par le débiteur, d’une personne qui doit payer à sa place, n’opère point novation. Il en est de même de la simple indication faité par le créancier, d’une personne qui doit recevoir pour lui. Art. 1278. Les priviléges et hypothèques de l’ancienne cré- ance ne passent point à celle qui lui est substituée, à moins que le créancier ne les ait expressément réservés. Art. 1270. Lorsque la novation s'opère par-la substitutiof d’un nouveau débiteur, les priviléges et hypothè- ques primitifs de la créance ne peuvent point pas- ser sur les biens du nouveau débiteur. Aut. 1280. All pékgilés pjfeer UE josré Val qe te W gard fhuldenaat verbindtenk De fe | gedelegueen hebberdke, | de gedelgun als ÿ d houden, Of | jet opera | yeryil Van! gate, Enkele à eme, di tie te wreeg Het xl door den hem mot De regten de{huld ve in de plu £huldelche hebben, Wanneer gébnet, do an den vor ftie en À rknocht y üeuwen ch { DEEL, der de e, Leu e ont qui dE AA &Il, ok, III, Tir. 7. Hoofdft. Op welke wifze, enz. 618 Art. 197% Delegatie, waar bij een fchuldenaar aan.zïjnen fchuld- eifcher eeuen anderen fchuldenaar gecft, die zich ten be- hoeve van den fchuldeifcher verbiudt, bréngt geëñe no: vatie te weeg, zoo de fchuldeïfther niet ufdrukkelijk verklaard heeft,- dat het zijne meening äs,‘om zinen fchuldenaar, die de delegatie gedaan hecfts van deszelfs verbindtenis te ontilaan. Art. 1976. De fchuldeïfcher, Zijnen fchuldedaar, di een’ ander gedelesueerd heeft, van deszelfs verbindtenis- ontflagen hebbende, hecft gecn verhaal op denzelven, in gevalle de gedeleégueerde fchuldenaar infolvent wordt; ten ware zulks bij de acte van delegatie uitdrukkelijk is voorbe- houden, of dat de gedelegueerdé fchwdenaar betcids in het openbaar.als infolvent‘bekend, of geheel en al in verval van zaken geraakt was, op het tijdftip der dele- gatie. (| Aït, 1277. Enkele aanwijzing, door den fchuldenaar gedaan, van iemand, die voor hem betalen moet, brengt geene nova- tie te weeg. Het zelfde hecft plaats omtrent eene enkele aanwiäjzing, door den fchuldeifcher gedaan, van iemand, die voor hem moet ontvangen. Art. 1978. De regten van preferentie en_hijpotheek, aan eene ou- de fchuld verbonden, gaan niet over op de fchuld, die in de plaats van de’ vorige gekomen is, ten zij de Sa eiheE die regten uitdrukkelijk mogt. voorbehouden hebben. Att. 1270. Wanneer novatie of-fchuldvernieuwing wordt te weeg gebragt, door eenen nieuwen fchuldenaar in de plaats van den vorigen te ftellen ,‘ kuñnen de regten van prefe- rentie en hijpotheek, die oorfpronkelijk aan de fchul verknocht waren, niet overgaan op de goederen van den uieuwen fchuldenaar, I. DEEL. Rr Art. 1280, gcc Liv, LIT. Tit, LIL, Chap. W. De Pexstinotion, Ses. | Aït. 1280. Lorsque la hovation s'opère étitre lé créancier et lun des débiteurs solidaires, les privilèges et hy: pothèques de l’ancienne créance ne peuvent être réservés que sur les biens de celui qui contracte le nouvelle dette. R Aït. 1981. Par la novation faite entre le créancier et l’un, des débiteurs: solidaires, les codébireurs sont libé. rés.£ (La novation opérée à l’ésard du débiteur princis pal libère les cautions. Néanmoins, si le créancier a exigé, dans le pre: mier Cas, l’accéssion des codébiteurs, ou, dans le second, celle des cautions, l’ancienne créance‘sub« siste, si les codébiteurs ôù les çcautions refusent d'accéder au nouvel arrangement, j 5S EE CT1 0 N IT De la remise de la deïte. Art. 1989. La remise volontaire du titre original sous signe- ture privée, par le créancier au débiteur; fait preu- ve de la libération. # Art. 19283. “La remise volontaire de la grosse du titre fait présumer la remise de la détie‘ou le‘paiement; sans préjudice de la preuve contraire. Aït. 1284: pts pannett gaulle ÿ, funnen fo oude fc qu alleen flaverd Door 1 fchuldeifch . worden d | ontlagél Noratié pincipalt he& . tding WA me die van À verbindten gen WE De vi handsch een{Ch bovriding De vi fchuld leve | Kholdn« Vs van À ALT | k Gt, lise Re pus tt, crée# ; tr“é DE 1 À ï Li ie dun, 0 ue matt) eu 9 LIL, Bock, HE, Dit, P Hoofdft Op welke wijzes en. Ga Art, 1280,. .'Wanneer.novatie. Of fchuldvernieuwing tusfchen eenen fchuldeifcher en, één der folidaire fchuldenaren gemaakt. is, kunnen de resten van preférentie.en hijpotheek:, aan de oude fchuld vérknocht, niet voorbehouden‘ worden dan alleen op de goederen van den geen, die de nièrwe {chuldverbindtenis aangaat, 17 Art, 108% Door. novatie of fchuldvernieuwing tusfchen: dem {chuldeifcher, en één der folidaire fchuldenaren gethaakt worden de mede-fchuldenaren van Hunne verbindtenis ontilagen, CT+ Novatie of fchuldvernieuwing, ten aanzien van den principalen fchuldenaar gemaakt, ontflaat de borgen. _ Indien echter de fchuldeifcher‘gevorderd heeft de toe- treding van de mede-fchuldenaren in het eerfte geval, of die van de borgen in het tweede, lift de oude fchuld- verbindtenis beftaan, indien de mede-chuldenaars of bort gen weigeren tot de nieuwe{chikking toe te treden. * DERDE AFDEELINC. Van kwijtfchelding der fchula. "à { “Art. 1982 De vrijwillige teruggave van een oorfpronkelik onder: handsch bewijs der fchuld, door eenen fchuldeifcher aan eenen fchuldenaar gedaan, bewist de kwit{chelding. of bevrijding der fchuld,; e De vriwillige teruggave van de grosfe van de acte der fchuld levert een vermoeden op, dat de fchuld kwijtge- fcholden of voldaan is, onverminderd nogtans het be- wijs van het tegendeel, Rra Art. 1284 628 Liv. LIL Tite III, Chap, V. De l'extinction, Be. Art. 1284. “La remise du titre original sous signature pri yée, ou de la grosse du titre à l’un des débiteurs solidaires, à le même effet au profit de ses codébi. ŒUrS. Art. 1985. La remise ou décharge conventionnelle au profit de l’un des codébiteurs solidaires, libère tous les autres, à moins que le créancier n'ait expressément réservé ses droits contre ces derniers. Dans ce dernier cas, il ne peut plus répéter a dette que déduction faite de la part de celui auquel da fair la remise”<< Art. 1986. _ La remise dela chose donnée en nantissement ue suffit point pour faire présumer la remise de la dette.: Art. 1287. La remise ou: décharge conventionnelle accordée au débiteur principal libère les cautions'; Celle accordée à la caution ne libère pas le dé- biteur principal; 1 ee Celle accordée à l’une des cautions ne libère pas les. autres. Art. 1286. ” Ce que le créancier a reçu d’une caution pour la décharge de son cautionnement, doit être imputé sur la dette, et tourner à la décharge du débiteur principal et des autres cautions. ns: S E C. is pets is de{c glaire 10 decle van( De ki yoordeele vrdt all | drtkelik yoorbehou n dt| oing der À | qan Det 40 | tnigelchol | berrjt de De tettl gand der kwitchel De k toegelhat de borger Kw Kiwi fn, ont Het geer | het, tot | Kid afge van en pr gen Ci 1, III, Bock, II. Tit: ,W. Hoofafl. Op welke wijze, enz. 629 eu Art. 1984. uby De teruggave van een oorfpronkelÿk onderhandsch be- Te wis der fchuld, of van de grosfe der acte, aan één der:. ji folidaire fchuldenaren; heeft het zelfde gevolg, ten voor- deele van deszelfs mede-fchuldenaren. : Aîft. 1285. DOME# mé F* M: ss De kwitfchelding. of het ontflag bij overeenkomst, ten | Su voordeele van eenen der folidaire mede-‘chuldenaren, be AL Ge vrüdt alle de overigen, ten ware de fchuldeifcher uit- en, drukkelÿk zÿn regt tegen de laatstgemelden mogt hebben hs voorbehouden.. ml In dit laatfte geval, kan de fchuldeifcher de voldoe- RÉMRY der fchuld niet verder vorderen, dan onder aftrek van-het-aandeel:van den geen, aan wien hij de fchuld kwijtgefcholden, heeft. de Li D Art, 1986. * bn De teruggave van de Zaak, welke voor eeue fchuld tot . pand der minne gegeven is, is niet genoegzaam, om een kwiätfchelding van ichuld te doen. vermoeden, Art. 1287. mi Lie De kwitfchelding‘of het ontflag bij overeenkomst, US toegeftaan aan den-principalen fchuldenaar, bevrijdt, ook ent de.borgen.:,,, nu Kwiütfchelding of ontflag, aan de borgen toegeftaan, bevrijdt den principalen fchuldenaar niet. je A” Kwätfchelding of ontflag, aan cenen der borgen toege- ftaan, ontlast de overige borgen niet. | Art. 1988.: ne coin Het geen een fchuldeifcher van eenen borg ontvangen dit®, tot afdoening van zijne borgtogt, moct op de ue di fchuld afserekend‘worden,‘en‘verftrekken tot ontlasting ge Fi?« e van den. principalen fchuldenaar, en van de ovetige bor- sen,:|/ 5| ï RÉ AA 63e Liv. IL, Tir. IT. Chop. De l'extinction, Go. SECTION.I7 De la compensation. Pin Art. 1289. Lorsque ne personnes se trouvént débitrices lune envers l’autre, il s'opère entre elles une com- peñsation qui éteint les deux dettes, de la manière et dans les cas ci-après exprimés. “Art. 1290. La compensation s'opère! de‘plein droit par la . seule force de la loi, même à l'insu des débiteurs; les deux dettes s’éteignent réciproquement, à line stant. où elles. se. trouvent. exister à-la-fois, jusqu'à concurrence, de leurs quotités, respectives. LAIT. 1091. La compensation n’a lié qu'entre deux dettes ati ont également pour objet une somme d'argeñt, où une‘certaine quantité‘de choses’ fungibles de la même espèce et qui sont également liquides et exi- sibles.: Les prestations en grains ou denrées, non con- testées, et dont le prix est réglé par les mercuria- les, peuvent se compenser avec des sommes liqui- des et exigibles, || Aït: 1992. Le terme de. grâce n’est, point. un 98Rtale à Ja compensation. Art. 1293. La compensation a lieu, quelles que soient les causes de l’une ou lPautré des dettes, excepté dans le cas, 12. De TUE annee demsars 2 | door we | je, Conpen ve phut boite Ath het oogel derzelNet Con du,(l ‘0! een bruit V en Ver vi De ler fist 10) ten bepaal fonne, Bekom | Ge, Conpe ,2ondet( Yruiten, ini, l our ds TA ne dl 65, dim gle ty et ten, Î ï Aus a a FU ee du É e sont dre & fr é et jus te PL MTL dans qi que $ sis” s, a” 1) _fatie. III. Bock, HI. Tite, We Hoofdfi: Opvelké"ijsé, ené. GR VIERDE. Van compenfatie.: Art. 1289. Wanneer twee perfônen wederkeerig elkanders fchul- denaars zün, heeft tusfchen dezelven compenfatie plaats, door welke de beide fchulden worden vernietigd, op de wijze, en in de gévallen, hier na vermeld. DES. :rn9Â4t. 1290. heeft allesn uit krachte van de wet van zelve, plaats,. ook, buiten weten der fchuldenaars; de beide fchulden vernietigen elkander over en weder, op het oogenblik, dat zi te gelijk beftaan, ten beloope van derzelver wederkeerig bedragen. Aït. 1991. Compenfatie heeft alleenlik plaats tusfchen twee fchul- den, die‘beide ten onderwerp hebben eene geldfomme, of eéne zekere hoeveélhéid van zaken, dié door het ge- bruik vergaan, van dezelfde zoort, en wederzijds liquide ei vervallen zÿn. foiee99 81 90.060 De leveringen van Igranen of eetwaren, welke niet be- twist worden, en waar-van-.de-pris, bij-de prijs-couranr ten bepaald is, kunnen gecompenfeerd worden met geld- fommen, die liquide en vervallen zin, Art. 19912. Bekomen uitftel van betaling verhindert. geene ComMpe- Art. 1999.| Compenfatie heeft plaats in alle foorten van fchulden, Zonder. onderfcheid, uit welke. oorzaak dezelve voort- fpruiten, uitgezonderd, LL Rr4 ic. Wans 6ge Liv. III, Tite III, Chap... De léxlinction, Êe,. 19, De la demande en restitution d’une chose doft le propriétaire a été injustément dépouillé: 2°. De la demande en restitution d’un dépôt et du prêt à usage; 2°. D'une dette qui a pour cause des alimens déclarés insaisissables.|\ l'Art: 1294. La caution peut opposer la. compensation dece que le créancier doit au. débiteur-brincipal. Mais le débiteur principal ne peut opposer la compensation de ce que le créancier doit à la cau- tion.. . Le débiteur. Sélidaire ne peut parcillement oppo- ser la_compeñsation. de ce ge le créancier doit à son çodébiteur.,+ Art. 1 1298: Le débiteur qui a accepté purement et simple. ment la cession qu'un créancier a faite de ses droits à un tiers, ne peut plus Opposèr au cessionnaire la $:; compensation qu'il eüt pu, avant l'acceptation,°P; poser: au Cédant. … À l'égard de la cession qui n'a point êté accep- tée par le débiteur, mais qui lui, a été signifiée, elle n'empêche que la compensation des” créances postérieures à cette notification. Art. 1296. Lorsque les deux dettes ne sont pas payables au même lieu, on n’en peut opposer l1 compensation qu'en faisant raison des frais de la remise. Art, 1297, Lorsqu'il y'a plusieurs dettes compensables dues par là même Personne, on| shit, pour la compensa- : tion;* ppt, w, Na ee gi js, 3, Wa 5, Dét pri ICE æ, Va wotd, Een bi fchuldeifc digd à 18, Mr fl | brengen, , figé 1 De folie fatie breng defaults Een fe aomen(\ van 2 er 41 gen hÿ gen hem Ten à den(Chu i gén fie der Î | aangegran Wanne: phats Det ngeroepen der overm Wannes Mt, doo # “ ie CN) Tin, ln} j'T Ga L: à| On ind, a(8 \ Op prix PEU que Gi dy Fate qu Le cb émet SE fie des au Con Papin, | pol ke 4 1.4# ge nor ds nt tp pri rh cmt remit ur H 0” qui l J'\0 IIX. Bock, III. Tit,, VW. Hoofaft. Op-welke wiize ,énz. 623 1°. Wanneer eisch gedaan: wordt tot terugoave‘van eene Zaak, Waar van de cigenaar wederregrelijk ontzet is; 2°, Wanneer cisch gedaan wordt tot teruggave van iets, het welk in bewaring, en tot gebruik ter leen ge- geven. is; ÿ a, Van éené fchuld, fpruitendé üit hoofde‘van on: derhoud, het welk verklaard is niet arrestabel te zijn. Art, 1994. Een borg kan in compenfatie brengen, het geen de fchuldeifcher aan den principalen fchuldenaar verfchul- digd is... 11079 SIA Maar de principale fchuldenaar-kan niet in compenfatie brengen, het geen de fchuldeifcher aan den borgver- fchuldigd is. Dé n NN e pin cv| * De folidaire fchuldenaar kan insgéliks. niet in compen- fatie brengen,‘het geen de fchuldeifcher aan Zijnen me- de-fchuldenaar verfchuldigd is.: 0 OU. 896 Aït. 1205. Een fchuldenaar, die zuiver en eenvoudig heeft aange- nomen de cesfie of den afftand,‘welkè een fchuldeifcher van zijne regten aan eenen derden gedaan heeft, kan niet sneer aan den cesfiongris, in compenfatie brengen, het geen hi, vor die aanneming, had kunnen inbrengen te- gen hem, die zoodanige regten afgeftaan heeft. Ten aanzien van eene cesfie of afftand, welke door den fchuldenaar niet is aangeromén, maar aan denzelven is geïnfinueerd, verhindert dezelve alleenlik de compen- fatie der fchulden, welke, na die gedane infinuatie, zijn aangegaan. hs: Art. 1206, Wanneer de wederzijdfche fehulden niet OP dezelfde plaats betaalbaar zijn, kan de compenfatie niet anders ‘ingeroepen. worden. dan. met vergoeding van de kosten der overmaking. Ârt. 1297. Wanneer vérfcheiden fchulden, waar van compenfatie valt, door denzelfden perfoon verfchuldigd: zin,-wor- D Rrs den, * 6gn Liv. LT, Ti: HIT. Chap. We De l'extinction, Sc tion, les règles établies pour l’imputation par l'arti. cle 1256. Sur 1e Art. 1996. La compensation, p'a pas. lieu ay préjudice des droits acquits à un tiers. Ainsi celui qui, étant débiteur, est. devenu créancier depuis la saisie-arrét faite par: un tiers entre ses mains, ne peut, au Prés judice du saisissant, opposer la compensation. Art. 1290. Celui qui a payé une dette qui était de droit éteinre par la‘compensation, ne peut plus, en exerçant la créance dont il n’a point opposé là compensation, se.prévaloir, au préjudice des tiers, des priviléges où hypothèques qui y étaient atta- chés, à moins qu’il n'ait eu une juste cause d'i- gnorer la créance qui devait compenser sa dette. SECTE ON: De la confusien. |. Ole 200% “Lorsque les qualités de créancier et de débiteur e réunissent dans la même: personne, il se fait une confusion de droit qui éteint les deux créances. Apt.‘1801. La‘confusion‘qui s'opère dans la personne du débiteur principal profite à ses cautions; Celle qui s'opère.:dans la personne de la çau- tion, n’entraîne point, l'extinction de l'obligation principale; cs Celle Ji Bock dei 1 on vol, M 10 1) Con ten, A0 Cchuldets door él deele val Die& regten do invordereu te gebra : durden, À l Î dar aa ad, On x fl Wan mat Zi krchte de de D De co oon var 00k ten: Di in CeenSZINs ia gevol A Phi| ETS he & R, 4 0, quié mp h| var paix, qui tn me Reul pen LE 114 jou one À ï | d lé | 4 IL Bock, TI, Tir, We Hoofäft. Op'wèlke wife ,ens. 655 den, omtrent het doen: diér compenfatie, de regels ge- volgd, welke omtrent tocrekening van betaling, bij Art. 1256, Ziÿn vastgefteld, Me re. Art. 1998. Compenfatie heeft. geene plaats ten nadeele van reg- ten, door eenen derden verkreyen. Dus kan hi, die, fchuldenaar zijnde, fchuldeifcher geworden is, na dat door eenen derden. onder hem arrest gedaan is, ten na- deele van den arrestant, geene compenfatie inbrengen. Art, 1299. Die geen, welke eene fchuld betaald heeft, dienaar regten door compenfatie. vernietigd:was, kan, door het invorderen van zijne fchuld, welke hij.niet in compenfa: tie gebragt heceft, zich-geenszins, ten, nadeele van.eenen derden, bedienen van de preferentiën en hüpotheken, die daar aan verkKnocht Wareh; tén zij hi eene wettige reden had, om onkuñdig te 2ijn van de fchuld, die tegen ziÿ- ne fchuld in compenfatie komen moest. e VIYFDE AFDEELING, Van confufe of fchuldyermenging. Wanneer de betrekkingen van-fchuldeifcher en fchulde- naar Zzich in denzelfden perfoon vercenigen, hecft, uit krächte van de wet, confufie of fchñtdvérmenging plaats, die de beide fchulden vernietigt. 9) Ho 391960 "APE tot PP De confufie of fchuldvermenging, welke-in den.per-. foon van den principalen fchuldenaar plaats hceft, frekt ook ten voordeele van zijne borgen; Die in den perfoon van den borg plaats hecft, hecft seenszins de vernietiging van de principale verbindtenis ten gevolge; Die portion dont il était débiteur. 636 Liv. LIT, Tit AH: Chap. V. De l'extinction à&ci Celle qui s'opère dans la personne du créancier ÿ ne profite à ses codébiteurs solidaires que pour 1 SE CTI ON: Phi De la perte de la chose due. Ârt. 1302. Lorsque le: corps: certain et-détérminé qui était VFobjet de l'obligation, vient à périr, est mis hors du commerce, où se perd de manière’ qu’on en ignore absolument l’existence, l’obligation est étein- té si la chose à péri ou a été perdue sans la faute du débiteur et avant qu'il fût en demeure. Lors même que le débiteur.est en demeure, et s’il ne s’est pas chargé des cas fortuits, l'obligation est éteinte dans le cas où la chose fût également périe chez le créancier si elle lai eût été livrée. Le débiteur est tenu de prouver le cas fortuit qu'il allègue. É De quelque manière que la‘chose volée ait péri ou ait été perdue, sa perte ne dispense pas celui qui l’a soustraite, de.da restitütion du prix. Art. 1903. . Lorsque la chose. est périe, mise hors du com- merce ou perdue, sans la faute du débiteur, il est tenu, S'il ya quelques droits ou actions en in- demnité par rapport à cette chose, de les céder à son créancier.| + 1 E C- prb, ya y00f Vi Wannée derwerp< tandel der 18, dt | Hndg&, gun 0\ mur,€ gebleven Doch bleven is ingelhuan digle 72 even 2 De fe te Dei Op mr gun Of) | Gr gens vergoaden, Wannee * den Chu {then der . hou ù |‘en au | kebben mn étérmi à à tt, 8 ÿ les tue a } dre, Een dem res, ll ovale A lé li pe ba ver UE e hit débit acts! À de fa Lh-Boek, HI, Tit., V: Hoofdf, Op wèlle Wifse, eng. 63 Die in den perfoon van den fchuldeifcher plaats heeft, ftrekt niet verder tot voordeel ziner folidaire mede-fchuldenaars, dan voor het aandcel in de fchuld, waar voor hiÿ zelf fchuldenaar was, ZESDE AFDEELINC. Van het vergaan der verfchuldigde Zack. N Aït. 1300. Wanneer de bepaalde verfchuldigde zaak, die het on- derwerp der verbindtenis uitmaakt, vergaat, buiten den handel der menfchen geraakt, of verloren gaat, Zooda- nig, dat men van derzelver beftaan ten eenemaal on. kundig is, vervalt de verbindtenis, mits de zaak ver gaan of verloren zÿj zonder toedoen van’ den fchuide- naar, en VOOr dat hij in de levering der zaak nalatig gebleven was. Doch ook zelfs, wanneer de-fchuldenaar nalatig ge- bleven is, en voor geere onvermijdelijke toevallen heeft ingeftaan, vervalt de verbindtenis, indien de verfchul- digde zaak, zoo zij den fchuldeifcher geleverd was* even Zeer 5 hem zoude zijn vergaan geweest. De fchuldenaar is géhouden, het onvermijdeliÿk toeval te bewizen, waar op hij zich beroept. Op welke wize ook eenig goed, geftolen zijnde, ver: gaan Of verloren is, ontflaat dit verlies den ontvreem-. der geenszins van de verpligting, om de waarde te vergoeden. Art. 1308, Wanneer de verfchuldigde zaak, buiten toedoen van den fchuldenaar, vergaan, buiten den handel der men- fchen geraakt, of verloren is, zal de fchuldenaar ge. houden zijn, aan zijnen{chuldeïfcher afteftaan alle regt en actie tot fchadeloosftelling, welke hi te dier zake. hebben mogt.: 638 Liy. LIL, Ti JET. Chap. V,: Di l'extinction, Een, SECTION VI. De Paciion en nullité ou en rescision des conventions. Art. 1304. Dans tous les cas où l’action en nullité ou en sescision d’une convention n'est pas limitée à un moindre temps par une loi particulière, cette ac. tion dure dix ans. Ce temps ne court, dans le cas de violence, que du, jour où elle à cessé; dans le cas d'erreur ou de‘dol, du jour où ils ont été découverts;€ pour les actes passés par les femmes mariées non autorisées, du jour de la dissolution du mariage. Le temps ne couit, à l'égard des actes faits par les interdits, que du jour, où l'interdiction est le- vées‘et à l'égard de ceux faits par les mineurs, que du jour de la majorité:| Art. 1305. La simple lésion donne lieu à la rescision en faveur du mineur non émancipé ,. Contre toutes sortes de conventions; et en faveur du mineur émancipé, contre toutes conventions qui excèdent les bornes de sa capacité, ainsi qu’elle est déter- minée au titre de la minorité, de la tutelle ek de l'émancipation. Art. 1 306. Le mineur n’est pas restituable pour cause de lésion, lorsqu'elle ne résulte que d’un événement casuel et imprévu.\ Art. 1307. ms J Fan dl h 2 sing 0 gene bic duurt des In gi eercer€| | y ha | dog, WI quan VE tonte\ jet huwe Net b onter Cl van den Op allealik Enkel trie v ele van van 2e decle van flagen is nisen,: de beyoe ÿ in den | dibie, Eu n | fleld wor ge en 0 il êl te it Pi ln, dci, à Hé r an! are EE Ge a ès uk Lo À ue | dub l'in« sue LI. Boek IH Tir, PV. FN pi, ns, 638 ZEVENDE APDEELINCG. Pan de actie tot nul-verklaring of vernictiging« van aangegane overcenkomfien. Aït 1904. x] 7 “An TR gevallen, in welken de actie tot nul- ati ring of vernietiging van. ecne ,overeenkomst niet door eene bijzondere wet tot eenen korteren tijd bepaald is, duurt deze actie tien. jaren, In geval van geplecgd ceweld, begint die ti. niet eerder te loopen, dan van den dag; Waar Op dat ge- wéld hecft opgchouden; in géval van dwaling of be. drog, van den dag, dat dezelve‘ontdekt zïÿn; én tet aanzien van acten door getrouwde vrouwen, Zonder aus torifatie van den man gepasfeerd, van den 428 dat het huwelÿk ontbonden is. Met betrekking tot handelingen. van perfonen; die onder ftaan, bégint die tijd eerst te looper van den dag, dit‘de curatétle Opgeheven is; en ten opzigte van handelingen, door minderjarigen” gedaan* alleenlijk van den dag” hunner mMéerderjarigheid. Art; 1 305. Enkele benadeeling levert eenen grond op tot vernies tiging van alle foorten van Ne Eamien tel VOOTs déele van éenen mindérjarigen ,° dié niet uit de magt van zijne ouders of voogden ontflagen is; en ten voor- deele van eenen minderjarigen, welke uit‘die magt ont- flagen is; tot vernietiging van alle zoodanige verbindte- misfen, welke. hij hecft’aangegaan, Zondér daar-toe de bevoegdheid te-hebben gehad, gélÿk:zulks bepaald is in den Titel van méinderjarigheid, voogdij en eman- cipaltie. Aït, 1306, Een codes etes,“kan Wegens benadeeling niet sir. fteld worden, wanneer degelve enkel door eene toeval* lige en omvooïziene gebeurtenis veroorzaakt is. Art. 1307, Ÿ { 64e Liv. III. Tit LIT, Chap. Ve De Pelinction,@es- Âtt. 1307. La simple déclaration de majorité, faite par le mineur, ne fait point obstacle à sa, restitution. Aït, 1508. Le mineur commerçant, banquier ou artisan, n'est point restituable, contre les engagemens qu'il à pris à raison de son commerce ou de son art. Art. 1300. Le mineur n'est point restituable contre les con. ventions portées en Son contrat de mariage, lors. qu'elles ont éré faites avec le consentement et las. sistance de ceux dont le consentement est requis| pour la validité de son mariage. Art. 1910. I n'est point reéstituable contre les obligations résultant de son délit ou quasi-délit.: Art. 1811. SS Il n’est plus reéevable à revenir contre l’enga- sement qu'il avait souscrit en minorité, lorsqu'il Va ratifié en majorité, soit que cet engagement fût nul en sa forme, soit qu’il fût seulement su- jet à restitution. Aït. 1312. Lorsque les mineurs, les interdits ou les fùmmes mariées‘sont admis, en ces qualités, à se faire restituer contre leurs engagemens, le rembourse. ment de ce qui aurait été, en conséquence de ces engagemens, payé pendant la minorité, l’inter- diction ou le mariage, ne peut en être exigé, à moins qu’il ne soit prouvé que ce qui a été payé a tourné à leur profit. Aït. 1319 * mstud pt) pe peiell gli Een© er perfteld| pooïde gran Een 1 | den jen | brel, ming€ À beaaba ik verbindt Hi: tegen& Ondertee besrachti {en 207 gelchikt 1 Wanné cetrouw act jege dou her hoofe d heid; fe | taald zou te bee ieele gelh k Der able tk \& ï l COUen SeNteUE x# ir ce À mi, ge ct MAR fret 211. Boek, III. Tit., W. Hoofdf, Op welke wijze, enz. 64 L Aït. 1907. De enkele verklaring van meecrderjarig te zijn, door geuen minderjarigen gedaan, is geeñ hinderpaal om it. zijn geheel herfteld te worden. Aït. 13083 Een minderjarige, koophandel drijvende, lof een ban- Kier of ambachtsman Zzijnde, kan niet in zijn. geheel herfteld worden jegens verbindtenisfen, welken hi, uit hoofde van Zÿnen hahdel of handwerk, heeft aange- gaan. : Art: 13609.£ Een minderjarige kan niet in ziÿn gehcel herfteld wor: den jegens verbindtenisfen, in zijn huweliks- contract begrepen, wanneer dezelve gemaakt zijn met toeftem- ming en adfiftentie van hun, wier toeftemming tot de beftaanbaarheid van Zijn huvwélijk vereischt wordt. Art. 1910. Hiÿ kan nit in zin gehcel.herfteld worden jegens verbindtenisfen, fpruitendé uit eene door hem gepleegde imisdaad of quafi- misdaad. Aït; 1311, Hi is even min ontvankelijk ôm zich tè verzetten tegen eene verbindtenis, welke hïij, minderjarig zÿnde,. onderteekend, en tot meerderjarigheid gekomen zinde, bekrachtigd. heeft, het Zi die verbindtenis nietig is ten aanzien van derzelver vorm, het zij dezelve alleen gefchikt was om teruggave te, Vorderen. Art, 1919 Wannéer mindetjarigen, onder curatéle gefteldén; of getrouwde vrouwen, als Zoodanig, zijn toegelaten, om #ich jegens hunne verbindtenisfen in hun geheel te doen herftellen, kan de teruggave van het geen, uit hootde dier verbindtenisfen, gedurende de minderjarig- heid; ftaande de curatele, of ftaande het huwelijk, be- taald zoude mogen zijn, niet geëischt worden, ten wa: je bewezen werd, dat het betaalde ten hunnen voor. deele geftrekt heeft, L DEEÉ. Ss Art, 121% L2 6xa Liv. HI, Tit, III, Chap. PV. De l'extinction,&e,* Âtt. 1319. £cs majeurs‘ne sont restitués pour cause de l6_ sion que dans les cas et sous les conditions spécia. lement exprimés dans le présent Code. Aït. 1314 Lorsque les formalités requises à l’égard des mi- neurs ou des interdits, soit pour aliénation d’im- meubles, soit dans un partage de succession, ont été remplies, ils sont relativement à ces actes, considérés comme s'ils Îles avaient faits en majorité où avant l’interdiction. CHA PERÉ EE Ve De la preuve des obligations, ei de celle- du paiement. Art. 1315. Celui qui réclame l’exécution d’une obligation, doit la prouver. . Réciproquement, celui qui se prétend libéré doit justifier le paiement ou le fait qui a produic l’ex- tinction de son obligation. Art. 1916. Les règles qui concernent la preuve littérale, la preuve testimoniale, les. présomptions, Faveu de la partie et le serment, sont expliquées dans les sec- tions suivantes. y Bush D fr je de vO0f gel. Wan welke rende 80 fchap, À gatele delingen degarghe Eu: H, moët d 80: verbindt welke dé gret, De re is doc vu: \ülæende t fes ji IE, Boek, III, Tir,, W. Hoofdfi. Op welke wijze, enx. 643 Aït. 1319.: De meerderjarigen worden niet in hun gehcel her- field jegens benadeeling, dan in de gevallen en onder de voorwaarden, uitdrukkelÿk bij dit Wetboek vast< gefteld. Art. 1314. Wanneer de formaliteiten zijn in acht genomen, welke vereischt worden tot vervreemding van onroe- rende goederen, of tot de verdeeling van eene nalaten- fchap, ten aanzien van minderjarigen, of die onder cu- ratele ffaan, worden dezelve met opzigt tot die han delingen befchouwd, als of zij dezelven in bunne meer- derjarigheid of véér de curatele verrigt hadden.; ZESDE HOOFDSTUK. _ ce verbindtenisfen, en de voldoening aan dezel- ven bewezen worden. Art. 1315 Hi, die de nakoming van eene verbindtenis vordert, moet die verbindtenis bewijzen. En wederkeerig moet hij, die vermeent van eene verbindtenis bevrijd te: zijn, de betaling of de daad, welke de vernietiging der verbindtenis heeft te wege gebragt, bewijzen.| Art. 1316. De regels, nopens het bewijs door gefchrift. het be- wis door getuigen, door prefumtiën, door bekendtenis van de tegen-partije, en door den éd, worden in de volgende Afdeclingen bepaald, + Ss E E R- ta Gaa Liv. LIT. Tit, HE. Chap. VT. De la preuve, Ge: SECTION. L De la preuve littérale. ST Du titre authentique. Art. 19175 L'acte authentique est celui qui a été recü par officiers publics ayant le droit d’instrumenter dans le jieu où l'acte a été rédigé, et-avec les solenni- tés requises. Art. 1318. L'acte qui n’est point authentique par l’incompé- tence ou l'incapacité de l'officier, ou par un dé- faut de forme, vaut comme écriture privée, s’il a été signé des parties. Art. 1310. L'acte authentique fait pleine foi de la conven- tion qu'il renferme entre les parties contractantes et leurs héritiers ou ayant- cause. Néanmoins, en cas de plaintes en faux princi- pal, l'exécution de l'acte argué de faux sera sus- pendue par la mise en accusation; et en cas d’in- scription de faux faite incidemment, les tribunaux pourront, suivant les circonstances, suspendre pro- visoirement l'exécution de l'acte. Art. 19320. L'acte, soit authentique, soit sous seing Privé» fait foi entre les parties, même de ce qui n'y es ex- l Joël Fee: verischt tendre, genabt, Een of one van een gehoude Kandsch kend is Eene tractere genden elke di Nietter vache worden gen VOc huldigi in het aa mat {& provil Tee; ends& k, ue, qi! ss d'ir et que pu lu 7, HU ue\. hiéie pr ar jai giué TL | us in 1 sr N: qu 1J* a \y rl LI, Boek, IUT. Tit., VI, Hoofdft. Van bewifs, enz. 645 EERSTE AFDEELING. Van eifs door: gefchrift. | SE : Van authenticke titels of befcheiden, Art. 1917. Fene authentieke acte is de zoodanige, welke met de vereischte plegtigheden gepasfeerd is voor openbare amb- tenaren, die daar toe, ter plaatf, waar de acte is op- gemaakt, bevoegd zijn. Art, 1318. Éene acte, welke uit hoofde van de incompetentie of onbevoegdheid van den ambtenagr, of uit hoofde van een gebrek in den vorm, niet voor authentiek kan gehouden worden, heefr dé kracht van een onder- Hhandsch gefchrift, indien dezelve door partijen. getee- kend is, Art. 1319. Eene authentieke acte levert, ten aanzien van de con: tracterende partijen, en hunne erfgenamen of regtverkrij« genden, een volledig bewijs op van de overeenkomst, welke daar bij aangegaan is. Niettemin Zal de nakoming van eene acte, welker valschheid het hoofdonderwerp van het proces uitmaakt,,. worden opgefchort door de befchuldising, die deswe- sen voor den regter gebragt is; en in gevalle de bes {chuldiging van valschheid alleen bij wege van incident in het proces gebragt wordt, kunnen de regtbanken, naar mate van de omitandigheden, de nakoming der ac- te provifioneel opfchorten.| Art, 19320, Tene acte, het zij op eene authentieke wijze, het zi} endé de hand aangegaan, levert tusfchen partien een DS 3_. Voi- 4 616 Liv. LT. Ts. II. Chap. VI. De la preuve,&e. exprimé qu’en termes énonciatifs, pourvu que l’é- nonciation ait un rapport direct à la disposition, Les énonciations étrangères à la disposition ne peu- vent servir que d’un commencement de preuve. Art. 1321. Les contre-lettres ne peuvent avoir leur effet qu'entre les parties contractantes: elles n’ont point d'effet contre les tiers. $: IL. De l'acte sous sing privé. Art. 1322. L'acte sous seing privé, reconnu par celui au- quel on l’oppose, ou légalement tenu pour recon- nu, a, entre ceux qui l'ont souscrit et entre leurs héritiers et ayant- cause, la même foi que l'acte authentique.; Art. 1923. Celui auquel on oppose un acte sous seing pri- vé, est obligé d’avouer ou de désavouer formelle. ment son écriture ou sa signature. Ses héritiers ou rayant-cause peuvent se contenter de déclarer qu'ils ne connaissent point l’écriture ou la signature de leur auteur. Art. 1924. Dans le cs où la partie désavoue son écriture ou sa signature, et dans le cas où ses héritiers ou ayant- cause déclarent-ne Îles point connaître, la vÉ- fification en est ordonnée en justice. Art. 325% jl! Bocl volkdi en BOX aol gene pindeenis gel ail a ge jan al Renve partien Een teen W ne WC ten a of regt thencel Hÿ,& fit be teëkening Line met te kening v | h ge ang ont | Krigende met te EN WOï III. Bock, T1. Tit., VI. Hoofëf. Van bewifs, enz. 647 volledig bewijs op, zelfs omtrent het geen daar bij als* cen bloot te kennen geven voorkomt, mits het te ken. nen geven in een dadelÿk verband ftaat met de ver- bindtenis, welke bij de acte gemaakt is. Doch het geen daar bij als een bloot te kennen geven voorkomt, en geene betrekking heeft op de verbindtenis Zzelve, kan alleen dienen tot een begin van bewis, Art. 1321. Renverfalen zijn alleen‘tusfchen de contracterende partijen, en geenszins tegen eenen derden van kracht, S IL Van onderhandsch gefchrift. A . Art. 1922. Een onderhandsch géfchrift, het welk door den geen, tesen wien men Zich daar op beroept, erkend is, of op eene wettige wijze voor erkend gehouden wordt, levert, ten aanzien der onderteekenaars, en hunne erfsenaren ef regtyerkrigenden, het-zelfde bewiÿs op, als eene au- thenueke acte. Art, 1323. Hÿ, tegen wien men zich op een onderhandsch ge- fchrät beroept, is verpligt zijn gefchrift of zijne naam- teekening ftellig te erkennen of te ontkennen. Zijne erfgenamen of regtverkrigenden kunnen volftaan met te verklaaren, dat zij het gefchrift of de naamtee- kening van hem, dien zïÿ reprefenteren, niet kennen, Art, 19394, ‘In geval de partie zijn gefchrift of zijne handtecke- ning ontkent, en in geval zine erfgenamen of régtver- krügenden verklaren, het gefchrift of de handteekening miet te kennen, gelast de rester, dat de echtheid bewe- zen worde. Ss 4 Aït, 1325 648 Liv. LIT. Tir, IH. Chap. PL, De la prenne,&o, Aït. 199%. Les actes sous seing privé qui contiennent des conventions synallagmatiques, ne sont valables qu’au- tanc qu'ils ont été faits en autant d'originaux qu’il y a de parties ayant un intéréc distinct, Il suffit d'un original pour toutes Les personnes ayant le même intérêt. Chaque original doit contenir la mention du nom- bre des originaux qui en ont été faits. Néanmoins le défaut de mention que les origi- naux ont été faits doubles, triples,&c. ne peut être opposé par celui qui a exécuté de sa part la convention portée dans l'acte. de Art. 1352 Le billet ou la promesse sous seing privé par. lequel une seule partie s'engage envers l’autre à lui payer une somme d'argent ou une chose ct ‘ble, doic être écrit en entier de la main de celui qui le souscrit; ou du moins. il faut qu’outre sa signa- ture il ait"‘it de sa main un bog ou un approuvé portant en toutes_ lettres la somme ou k quantité de la chose;|- Excepté dans le cas où l’acte émane de mar- chands artisans, Jaboureurs, vignerons;, gens de journée et de service, er. 1327: Lorsque la somme exprimée au corps de l'acte est différente de celle exprimée au bon, l'obligation est, présumée n'être que de la somme moindre, lors même que l'acte ainsi que le bon sont écrits _en entier de la main de celui qui s’est obligé, à moins qu'il ne sais prouvé de quel côté est l’er- Fur. Aït. 13 328: ll Bu Oh pin 1 qur VI makt, À re : fn die het: Bi dl gl| de din. Niette pue, 0 teen jte 20 dan hesf Ten qu gelven| benaalk goal eee, mort hand ele 9 Jetteren Her worden yrjag Wan {s, ver gode Te 2 Île à, goédkey van del Zi me Wegaun: | frs l (] ï Cry k nt sy, | ot … VA Une, US a TRUE Gi 10 quhy es, LT Qué dx) JS se px enves lai ne ce as à qu bi quunri oil bon, Ji ne su s'est og 4 dés} ju Ar, Bock, HI. Tir. VI. Hoofdf. Vin bevijs, enr, 649 Art. 1995. Onderhañndfche‘acten, welke wederkeerige verbindte- misfen in zich bevatten, zijn van gecne kracht, ten zÿ daar van zoo vele oorfpronkelijke acten zijn opge-| maakt, als er partien zijn, die icder daar bij een a zonderlijk belang hebben.—. Ééne oorfpronkelijke acte is voldoende voor alien, die her zelfde belang hebben. Bij elke acte moet worden melding gemaakt van het getal der oorfpronkelike acten, die daar van gemaakt zijn.- Niettemin kan het nalaten der vermelding, dat er twee, drie of meer ourfpronkelijke gemaakt ziin, niet tegengeworpen worden door den genen.-die van zijne zijde aan de verbindtenis, in de acte begrcpen, vol. daan heeft. Art, 1526: Fen onderhandsch billet of belofte ,.waar bij de eene partij alleen zich. aan cen ander verbindt, om aan den- zelven eene fomme zgelds, of eene zaak, welke op cene bepaalde waarde kan gefteld worden, te voldocn., moët ocheel en al gefchreven worden met de hand van den oenen, die het zelve onderteekend hecfi; often minier moet daar onder, behalve de naam'eckening, met de hand des onderteekenaars gefchreven worden, goed, of eene gocdkeuring, houdende, met geheel uitgefchrevené letteren, de fomme of de hoeveelheid der zaak. Hier van zijn uitgezonderd de acten, die gemaakt worden door winkeliers, ambachtslieden, landbouwers, wijngaardeniers, daglooners en dienstboden, Art. 1927: Wanneer de fom, welke bij de acte zelve vermeld ïs. verfchilt van die, welke bij de daar onder flaande gocdkeuring is uitgedrukt{ wordt de verbindtenis gere- kend aangegaan te zijn voor de fomme, welke de min: fle is, ook dan Zelfs wanneer de acte, benevens de goedkeuring, geheel en al gefchreven is met de hand van den genen, die zich daar bij vérbonden hceft, ten zii men bewijzen kan, in welke van beiden de misilag begaan is,.| 2 Ss 5 F: Art, 1928, 650 Liv. JT. Tir, LUI, Chap. FL‘ De la preuve, Ce Art. 1328. Les actes sous seing privé n’ont de date contre les tiers que du jour où ils ont été enregistrés, du jour de la mort de celui ou de l’un de ceux qui les ont souscrits, ou du jour où leur substance est constatée dans des actes dressés par des officiers publics, tels que procès-verbaux de scellé ou d’in- ventaire. Ârt. 1329. Les registres des marchands ne font point, con tre les personnes non marchandes, preuve des four- nitures qui y sont portées; sauf ce qui sera di à "égard du serment. Art 1330. Les livres des marchands font preuve contre eux; mais celui qui en veut tirer avantage, ne peut les diviser en ce qu'ils contiennent de contraire à sa prétention.; | Art. 1331. Les registres et papiers domestiques ne font point un titre pour celui qui les a écrits. Ils font foi contre lui, 1°. dans tous les cas où ils énoncent formellement un paiement recu; 2°. lorsqu'ils con- tiennent la mention expresse que la note a été fai- te pour suppléer le défaut du titre en faveur de celui au profit duquel ils énoncent une obligation. Art. 13592. L'écriture mise par le créancier à la suite, en marge ou au dos d’un titre qui est toujours resté en sa possession, fait foi quoique non signée ni datée par lui, lorsqu'elle rend à établir la libéra- tion du débiteur.| Q gi du 3 Ont tekeniné| De* die gel santé, ten pa De bo ælven; kend 15 fpliten vorderir Hu tn W het, berris KE 2 9, wa ganteeke te vale hoëve Ft 9 où ter: of befct Zi, ge bem no 200dani den, Ie CR be) sup (TE 11 1 IT, Bock, II. Tir.$ VI, Hoofdf. Wan bowijs, enz. 65x Art. 1398. Onderhandfche acten zijn, ten aanzien van hare dag- teekening, tegen derden van geene kracht,: dan van dés dag, dat dezelve zijn geregistréerd, of van den dag van het overlijden van den genen, of van één van die genen, die de acten onderteekend hebben, of van den dag, dat derzelver beftaan bewezen wordt door acten, door openbare ambtenaren opgemaakt, als procesfen- ver- baal van verzegeling of inventarisfen, Art. 1320. De registers van winkeliers leveren tegen perfonen, die geene kooplieden zijn, geen bewijs op.van de leve- rantiëén, daar bij aangeteekend; onverminderd het geen ten opzigte van den ecd zal gezegd worden, Art. 1330. De boeken van winkeliers leveren bewijs op tegen_hen zelven; doch hij, die, uit het geen daar bi aangetee- kend is, eenig voordeel wil trekken, kan dezelven niet fplitfen van het geen in die boeken, firijdig met zijne vordering, gevonden wordt, F At. 1931. Huisfelijke boeken en papieren leveren geen titel op ten voordeele van den geen, die dezelve gefchreven heeft. Doch zij leveren, ten madeele van den fchrijver, bewijs op: 1°. in alle gevallen, wanneer dezelveuitdruke Kelijk melding maken van eene ontvangene betaling; 2°. wanneer dezelve uitdrukkelijk-vermelden, dat de aanteekening gefchied is, om het gebrek van titel aan te vullen, ten voordeele van den geen, ten wiens be- hoeve zij eene verbindtenis aanduiden, Art. 1392. Het gefchrift, door eenen fchuldeifcher, aan den voet, of ter Zzijde van, of achter op de oorfpronkelijke titels of befcheiden; welke altijd in deszelfs bezit gebleven ziin, gefteld, levert bewiis op, offchoon het zelve door hem noch onderteekend, noch gedateerd is, wanneer zoodanig géfchrift ftrekt tot bevrijdirg van den fchul: denaar. Het- 8so Liv. II. Tit. IUT. Chap, VI. De la preuve, Ge. Il en est de même de l'écriture mise par le crée ancier au dos où en marge, ou à la suite du dou- ble d’un titre ou d'une quittance, pourvu que ce+ double soit entre les mains du débiteur. $. II. Des tailles. Art. 1993. Les tailles corélatives à leurs échantillons fon foi entre les personnes qui sont dans l'usage de constater ainsi les fournitures qu’elles font et recoi- vent en détail. $. IV. Des copies des titres, Art. 1334. Les copies, lorsque le titre original subsiste, ne fonc foi que de ce qui est contenu au titre, done la représentation peut toujours être exigée. Art. 1335. Lorsque le titre original n'existe plus, les copies font foi d’après les distinctions suivantes: 19, Les grosses où premières expéditions font la même foi que l'original: il en est de même des copies qui ont été tirées par l'autorité du magi- strat, parties présentes ou düment appelées, ou. Cei- | À Kerillo elkandker bris 09 verantièt hebben,, Vos Copié Kelike ti Jeen van vertooni Wanr veren de palingen Lau het zelfd de hecft ag, pa fII. Bock. III. Tit., VI. Hoofdft: Van bewijs, enz. 653 Let zelfde hecft plaats ten aanzien van het gefchrift.. her welk de fchuldeifcher achter op, of‘ter zijde, of jan den voet van het dubbeld van den titel of het be- fcheid, of van de quitantie gefteld: heeft, mits: hetzelve dubbeld in handen van den fchuldeifcher zÿ,| . III. Van Lerffokken. Art. 133% Kertftokken, van welken wederzids een dubbeld, met elkander overeenkomende, wordt afgegéven, levéren een bewijs op tusfchen de genen, die gewoon zijn om de le- verantièn, welke zij in het klein gedaan en ontvanger hebben, door middel van dezelven te bewijzen.. $. IV- Van copièn of affchriften van-titels of befcheiden. Art, 1934 Copiën of affchriften leveren, wannéer de oorfproti- kelke titel aanwezig is, geen verder bewijs op, dan al- leen van het geen in den titel'vervat is, Waar van de vertooning altijd kan gevorderd worden. Art. 1535. Wanneer de-oorfpronkelijke titel niet aanwezig is, le veren de affchriften een bewijs op, met de volgende be- palingen: __a®, De grosfen of ecrfte uitgegevene affchriften leveren het zelfde bewis op, als de oorfpronkelike acte: het zelf- de heeft plaats-omtrent affchriften, welke op regterlik ge- ag, partijen daar bij tegenwoordig, of daar toe sure€ y ésx Liv. LIRE Tit, EN. Chap. VI. De la preuve,@e. celles qui ont été tirées en présence des parties et de leur consentement réciproque. 2%, Les copies qui, sans l’autorité du magistrat ou sans le consentement des parties, et depuis la délivrance des grosses ou premières expéditions auront été tirées sur la. minure de l’acte par le no- taire qui l’a recù, ou par l’un de ses successeurs, ou par officiers publics qui, en cette qualité, sont dépositaires des minutes, peuvent, en cas de perte de l'original, faire foi quand elles sont anciennes. Elles sont considérées comme anciennes quand elles ont plus de trente ans; Si élles ont moins de trente aûs, elles ne peu- venc servir, que de commencement de preuve par écrit sos 3°. Lorsque les copies tirées sur la minute d’un acte ne l’auront pas été par le notaire qui l’a recu, ou par l’un de ses successeurs, ou par officiers publics qui, en cette qualité, sont dépositaires des minutes, elles ne pourront servir, quelle que soit Jeur ancienneté, que de commencement de preuve par écrit. 4°. Les copies de copies pourront, suivant les circonstances, être considérées comme simples ren- seignemens. Art. 1336. La transcription d’un acte sur les registres publics ne pourra servir que de commencement de preuve bar écrit; et il faudra même pour cela, 1°. Qu'il soit constant que toutes les minutes du notaire, de l’année dans laquelle l'acte parait avoir été fait, soient perdues, ou que l’on prou* ve: que la perte de la minute de cet acte a été faite par un accident particulier;| ‘ e9, Qu'il Ant ji gere Yen‘ él tj, GI #, De perl fa de vi de mimi voor W opvolger die huni hebben, ren grd cenê OU 1j w PAIE| Doch 1 june door gel 3e\ acte gl ris, V0 die 0f de| giog à Kening door£ 4. mar de als cer De 0 ters kr {chrift v ip notars te zih, dat de: verloren Ù n een $ef y k qui r tn Uty ON a on, 0 qe gi III Boek, II. Tir. Vis Hoofdf. Van Lévis; en. 658 lijk gerocpen zijnde, gemaakt zÿn, of omtrent de zul- ken, welke gemaakt zijn in tegenwoordigheïid van par- tijen, en met derzelver wederzijdiche goedkeuring. _ 2°. De affchriften, welke, zonder tusfchenkomst van resterlijk gezag, of zonder toeftemming van partijen, en na de uitgifte der grosfen of eerfte afichriften, volgens de minute van de acte, gemaakt zijn door den notaris, voor wien dezelve gepasfeerd zijn, of door één van zijne opvolgers., of door de openbare ambtenaars, welke, in die hunne betrekking, de minuten onder hunne bewaring hebben, kunnen, in geval de oorfpronkelÿke acte verlo- ren geraakt is, een bewïÿs opleveren, wanneer zij van cene oude dagteekening zijn. Zÿj worden geacht van oude dagteekening te zijn wanneer zij ouder zijn dan dertig jaren; Doch wanneer zij minder dan dertig jaren oud zijn, kunnen zij alleen verftrekken tot een begin van bewis door gefchrift. °9°%, Wanneer de affchriften, die naar de minuut eëner acte gemaakt Zin, niet vervaardigd. ziÿn door den nota- ris, voor wien dezelve zijn gepasfeerd, of door één van zijne opvolgers, of door openbare ambtenaren, die, in deze hunne betrekking, de minuten onder hunne bewa- ring hebben, kunnen dezelve,- hoe oud ook van dagtee- kening, nimmer anders, dan tot een begin van bewijs door gefchrift verftrekken.: 4%. De affchriften, naar affchriften gemaakt, kunnen, naar de omftandigheden van zaken, befchouwd worden als eenvoudige aanduidingen, tot onderrigting dienende, Art, 1936. De overfchrijving van eene acte in de openbare regis- ters kan alleenlijk tot een begin van bewijs door ge- fchrift verftrekken; en daar toe is het zelfs noodig, 1°. Dat het zeker is, dat alle de minuten van den notaris Over dat jaar, waar in de acte blijkt gepasfeerd te zijn, verloren zijn geraakt, of dat bewezen wordt, dat de minuut van deze acte, door een bijzonder toeval, verloren is gegaan; é 59 ae. Dai 636 Liv. LI, Tir. II, Chap. VI. De lu preuve,&c. ‘2°, Qu'il existe un répertoire en règle du no: taire, qui constate que l'acte a été fait à la même date. Lorsqu’au moyen du concours dé ces dèux cir- constances la preuve par témoins sera admise, ül sera nécessaire que ceux qui ont été témoins de l'acte, s'ils existenc encore, soient entendus. $. V: 2 : Des actes récogribifs et confirimatifss. Aït. 1997. Les actes récognitifs ne dispensent point de la représentation du titre primordial, à moins que si teneur n'y soit spécialement relatée. Ce qu'ils contiennent de plus que le titre pri- mordial, ou ce qui s’y trouve de différent, n'a au cun effet. AIX Néanmoins, s’il y avait plusieurs reconnaissances conformes, soutenues de la possession, et dont lu- ne eût trente ans de date, le créancier pourroit être dispensé de représenter le titre primordial. : L'acte de confirmation ou ratification d’une obli- gation contre laquelle la loi admet l’action en nul- lité ou en rescision, n’est valable que lorsqu'on y trouve la substance de cette obligation, la mentiof du motif de l’action en rescision, et l'intention de réparer le vice sur lequel cetté action est fondée. Æ mA 4, Da de yotall acte OP dk ffanneet dehedens | gén | gets hootd W0 Ya . Acte om den| | tn 2 wordt, Hg fptoukeli fe kracl Niette fcheiden mende, üig. jaren | om dé Wertoonen, De acte gens de V of bekrac in de hoc de tn, worden, | esch Vif | Kermeld v ON rl._ HT. Th. PL Foods Pôn en Vents G$ Le du Dat ér een:‘behoorlÿk brôthotol of iégister van ktih ne dus notaris in wezen is, het welk aantoont, dat de acte op dien zelfden, dag gepasfeerd is,:: bad Wannéer, door een Zamenloop, Van.“beide die omftan?, digheden, het bewis door getuigen wordt tocpelaren,| Niki dé génén; diè als getuigen over dé âcte peflain à bu} hébben; deswegen; indien zij: nog‘in: leven si, LS t tds hoord worden: 1 PT. 8. $ V. Van hcien van erkentents nm behPachtiging, Art. 1337.: ls Aven van erkentenis‘ontflaan fet van de ersligtingt om den oorfpronkelijken titel of befcheid te.vertoonen pt pti ten zi derzelVer inhoud daar 5 DRE opg gegeven ns wordt.! à Het geen daar- in mMeerdér of-änders> dan în den cor)| mhint fpronkeliket titel; parondens FORFee seit ds de, mina: k te hrachte. à OX> SYHS: 2U0) in, 4 Niettemin, indien men in het bezit Er vañ dr fcheiden acten van erkentenis, met elkander overeenko- , pi mende, en-eene van welken.ecne. dagteekening van der- h. tig. jaren-“had, kin de fchuldeifcher Chtilages worden, om den eerlien oorfpronkeliken titel of befcheid te vertoonen, Are. TU : Dé acte‘ waar be eene serbiadienis; t tegen te vôi- ., gens de wet vernietiging verzocht kan worden, bevestigd MR ofcb d. d ot j of-bekrachtigd wordt, is niet-van:waardes‘tem Zi dar ju inde hoofdzakelijke.. inhoud der. verbindtenis, als mede pe pau! de reden,.Waarom vernietiging zoude kunren, geëische Tu worden, en het o0gmerk, om hèt gebrek, Waar OD dé fil eisch van vérnietiging berusténdé 5; Vérbètern 3“ (IE ns vermeld nt ur T0 sb move dlolhecHiotss à r; 5= | jee À Déni Tt ee Liv. III. Tir, IX, Chap. FI. De le preuve, Be, À défaut d'acte de confirmation on ratification, il suffit que l'obligation soit exécutée volontaire ment après l’époque à laquelle l'obligation pouvait. être valablement confirmée ou ratifiée. La confirmation, ratification, ou exécution volon- taire dans les formes et à l’époque déterminées par la loi, emporte la renonciation aux moyens et gx. ceptions que l’on. pouvait opposer contre cet acte, sans préjudice néanmoins du droit des tiers. Art. 1939. Le donateur ne peut réparer par aucun acte con- firmatif les vices d’une donation entre- vifs; nulle en la forme, il faut qu’elle soit refaite en la forme légale. Art, 1940. La confirmation ou ratification, ou exécution ‘volontaire d’une donation par les héritiers ou ayant- cause du donateur, après son décès, emporte leur renonciation à opposer soit les vices de forme, soit toute autre exception. NP CNTI ON. H. De la preuve testimoniale. MS CEA 0 7{ I} doit être passé‘acte devant motaires ou sous sisnature privée, de toutes choses excédant la Som- me ou valeur de cinquante francs, même pour dé: pôts volontaires; ec il n’est reçu aucung preuve Par témoins contre et outre le conténu aux actes, DE sur ce qui serait allégué avoir été dit avant, lors ; où a El. get His Gin, À qulg P podenis tgl of d De be | pd gedtanls | tièn me minderd ben un Een d gebreen| qorin 153 æ( il D ht van&n dt va serfeek Van, { fm landseh , Mk à te Vote ‘sonde tige koud de n, LU hérien e cs, ml vs dm! LA Ul.Boek, LL. Fit Vi:-Hoofaf. Van dewifs, enz, 659 . Bü gebrek van eene acte. van bevestiging of bekxrach. tiging, is het voldoende, wanncer de verbindtenis vri- willis is nagekomen, na het tijditip, waar op a Ne bindtenis op eene beftaanbare. wijze had kunnen beves. tigd of bekrachtigd worden,+ 2,1:©. l sut De bevestiging, bekrachtiging of vrijwillige nakoming, in den vorm, en op den-tijd, door de wet vereischt, gedaan, brengt den afftand der hulpmiddelen en excep- tiën mede., welke men anders tegen die acte;. onver- minderd echter het regt van eenen derden, zoude hebs ben kunnen tégenwerpen. ph Art. 1339 Een donateur kan door geené acte van bevestiging de eener gifte onder de levenden, die nietig in den vorm is, verbeteren; dezelve moët op eene wettige wij- ze op nieuw gemaakt worden. i Aït. 19406 De bevestiging, bekrachtiging, of vrijwillige nakoming van gene gifte, door de erfgenamen of restverkrijgen- “den van den donateur, na deszelfs ovérlijden gedäan, werfieekt dezelven, om, het zij eénige gebreken in den worm, het zij eenige andere exceptis, tegeñ te wérpen.: Le TWEEDE AFDÉÉËLINC. Van bewijs door. getuigen. — AÂïte 194Te Er moet.eene acte voor notarisfen, of bij.onder- .handsch gefchrift gepasfeerd worden, van{alle zaken, de fom of waarde van honderd en viüftig francs ‘te boven gain, vrüwillige bewaarnemingen niet uitge- - zonderd 3 en wordt geen bewijs hoegenaamd door ge“ “tüigen toegelaten, van het géen boven of tegen den int houd der acte gevorderd wordt, noch van het géen men à Tto ea / / UT E L 4 jé primitive: nes différentes. 6èo Liv. IT. Tit. III. Chap. VE, De la preuve,&o. ou depuis les actes, encore qu’il s'agisse d'une sonime ou valeur moindre de cent cinquante francs: Le tout sans préjudice de ce qui est prescrit dans les lois relatives au commerce: / Art. 1942 La règlé ci-dessus s'applique aü cäs où l’action éontient, outre la demande du capital, une deman- de d'intérêts qui, réunis au Capital, excédent la somme de cent cinquante francs, Art: 13439: Celui qui à formé une démaride excédañt éént cinquante francs, ne peut plus être admis à la preuk ve testimoniale, même en restreignant sa demande Ârt. 544 La. preuve testimoniale, sur la’ demande d'une somme même moindre de cènt cinquante francs, ne pétit être admise lorsque cette somme est déclarée être le restant ou faire partie d’une créance plus forte qui n’est point prouvée par écrit. Art. 19345: Si dans la même instance une partie fait plu-. sieurs demandes dont il n’y ait point de titre par écrit, et que, jointes ensemble, elles excèdent la somme de, cent cinquante francs, la preuve par té- fnoins h’en peut être admisé, encore que la partie _ällègue que ces créances proviennent de différentes causes, et qu'elles se soient formées en différens temps, si ce n’était que ces droits procédassent, par succession, donation ou autrement, de person- Art. 1346: Ju perl! mt? fon g W pol, "Ales 0! | pl pe De hi ser bi geyorderd | æfn: De een fanes t doot gett gine ee ét. Hkt À mindet wordt! &{om infchuld anse | vorderine | Of belche | honderd Wii doo Wanneer fchillende den gm door ef derlonén :(0 gl lo qui ons ue ct dr) eébr ft k it} l JIE. Bock, ITI.TiE,, VI, Hoofaf. Van bewijs,enz. 66%. bewveert, dat gezegd zoude zÿn, véôr, ten tide, of na het maken der acte, zelfs wanneer er over eene fom of waarde,. geen honderd en vüftig francs bedra- gende, gehandeld wordt; Alles onverminderd het geen bi de wetten, à Ko0pe tandel betreffende, bepaald is es Aït. 134% De hier vorenftaande regel is mede toepasfeliÿk, wan- meer bi de actie, buiten de hoofdfom, ook interes{en gevorderd worden, wélke met de hoofdfom vereenigd à de fom van hônderd en viitig francs te boven gaan. At 1343° Die eénen eisch gedaan heeft, honderd* en, viftig francs te boven gaande, kan niet meer tot het bewis door getuigen worden toegelaten, al ware het, dat hÿ zijne“eerfle gedane vordering tot die fomme vermin- derde. Art, 1844:| Het bewijs door getuisen in.eene zaak, waar in minder dan honderd en viftig francs geëischt worden, wordt niet toegelaten, wanneer blijkt, dat dé gevorder- de fom het overféhot, of éen gedeelte eener grootere infchuld is, welke niet“door gefchrift bewezen wordt: Aït, 1345.? Wanneer iemand, in dezelfde inflantie, onderfcheidene vorderingen. doet, waar. voor. hij géenen fchriftelijken tirel of befcheid heeft, en die te zamen genomen’ de fom van honderd en viftig francs te boven gaan, kan het be- wijs door getuigen niet worden toegelaten zelfs niet wanneer de‘eifcher beweert, dat zijne fchulden uit ver- fchillende oorzaken gefproten, en op. verfchillende tij- den gemaakt zijn, ten Ware het rest. van vordering door erfvolging, gifte, of anderzins van VRP RE perfonén af kong mogt Zÿn. Tia Art, 1946. SE 1}. *“se# 662 Liv. III, Tit. IT. Chap. VI. De la preuves&e, Art. 1346, A Toutes les demandes, à quelque titre que ce soit, qui ne seront pas entièrement justifiées pare écrit, seront formées par un même exploir, après, lequel les autres demandes dont il n’y aura ne de preuves par écrit ne seront pas reçues. Aït, 1347. Les règles ci- dessus reçoivent exception lors-’ qu’il existe. un commencement de preuve par écrit, On appelle ainsi tout acte par écrit qui est éma- mé de celui contre lequel la demande est formée, ou de celui qu'il. représente, et qui rend vraisem- blable le fait allégué.| Art. 1948. Elles reçoivent, encore exception toutes les fois qu’il n’a pas été possible au. créancier de se pro- curer une preuve littérale de OPpnion qui, a été contractée envers lui. Cette seconde exception s'applique, 1°. Aux obligations qui naissent des quäsi-con- crats ds des délits ou quasi- délits; . Aux dépôts nécessaires. faits en cas d’incen- “vs ruine, tumulte ou naufrage, et à ceux faits par, les voyageurs‘en:logeant dans une hôtellerie, le tout suivant la qualité des mg et les circon< stances du fait; 9°. Aux obligations contractées en cas d’acci- dens imprévus, où l'on ne pourait pas avoir fait des actes par: écrit; 4°, Au cas où le créancier a perdu le titre qui lui servait de preuve littérale, par suite d’un cas fortuit, imprévu et résultant d’une force majeure. S£ C. po Bel jé ook,\ mortel| da, w° friteli De À rangée! zig is. “er | gekomt js, of va & bis peb Ok set| js, O1 welke Dex Ve a ben; LA fchied Tng vai Wars het we eee t meude frs, LU ti “ LC D à lt (LE Te ON UN A Run a 1 ions qu x ds qi n mardi lens pl pe hi| ni ab LEE, Bock, ET, Tir., VI. Hoofüft. Van bewijs eñz. 66% Art. 1346- Alle eifchen, uit kracht van welken titel of befcheid ook, welke niet volledig door gefchrift bewezem zin, moeten in eene en dezelfde dagvaarding vervat wor- den, waar na de verdere eïfchen, voor welken geen {chriftelijk bewijs aanwezig is, niet worden toegelaten. Art. 1347e De hier voren geftelde regels lijden uitzondering, wannceï een begin vau bewijs door gefchrift- zig is.| Men noemt aldus elke gefchrevene acte, die voort- gekomen is van den genen,. tegen wien de eisch gedaan is, of van den genen, dien hï vertegenwoordigt, en welke de bigebragte daad waarfchijnlÿk maakt. Aït. 1348. Ook lijden de opgegevene regels uitzondering, Waï- neer het aan den fchuldeifcher niet mogelijk geweest is, om zich een fchriftéljk bewijs der verbindtenis, welke ten zijnen behoeve aangegaan is, te bezorgen. Deze tweede uitzondering is toepasfelik: 1°. Op verbindtenisfen| welke. uit quafi-contracten en misdaden, of quafi-misdaden haren oorfpronz heb- ben; 00, Op het geven in bewaring uit noodzaak, ge- fehied bij gelegenhéid van brand, inftorting of vernie- ling van gebouwen, oproer of fchipbreuk, en op be- waargeving, welke door reizigers in de herbergen, waar zÿ hun verblif houden, gedaan“wordt, alles naar mate van de hoedanigheid der perfonen, en de omftandighe- den der zaak; 3, Op de verbindtenisfen, welke bi onvoorziene toe- vallen, waar bij men geene fchriftelijke acte heeft_kun- nen maken, aangegaan Zn;| 4°, In geval een fchuldeïfcher zijnen titel of befcheid; het welk hem tot{chriftelijk bewijs dienen moest, door eene toevallige, onvoorziene, en van hooger hand ko- mende gebeurtenis verloren heefr. Tia| DER« ŒT 3. + 4 Ga Liv. I, Tir. UT. Chape VE De a preuve,@e.. MOTO N IT Des présomption, Art. 1349e Les présomptions sont des conséquences que la loi ou le: magistrat tire d’un faic‘connu x un fait connu, LE REA ES à 2 ES un in s 1; $- L il Des présomptions établies par la loi. re Art. 1350. . La présomption légale est celle qui est attachée par“une loi: spéciale à certains actes ou à certains faits: tels sont: ss KT 0 1°. Les actes que Ia loi déclare nuls, comme présumés faits‘en fraude de ses dispositions, d'a près leur. seule qualité;+ 2°. Les: cas dans lesquels Ia loi déclare la pro- priété où la libération‘résulter de certaines circon- stances déterminées>.+‘: à ke, 3°. L'autorité que La loi attribue à la chose ju- he* 4:;! gés; "49 La force que la loi attaché à l’aveu de la partie ou à son serment. Art. 1351. L'autorité de la chose jugée n'a lieu qu'à l'é. gard de ce qui à fait: l'objet du jugemènt.‘Il faut RS©: que Prelu ke de de daad Wet wek à où De 1 als en! mod| bepalinge DA eigendo de omit et elk l, D éêne de br Puf, ME Set à Î Den que né Ces 2 ge ce dipuiis, IE Bock“AE Toi i VE Hoofoh. Far bewijs, enzs 665, DERDE AFDLELING. RCE mue EN à L CRE+ 2: oi HD mtièn of vermoecdense At. I 349: Prefumtièn of vernis zijn gevolgtrekkingen, wels ke.de wet ofide magiftraat uit eene bekende of onbeken- de daad afleidt. z $. I. 12 t sr»+ Van wettelijke prefumtièn of vermoedens, Art. 1450 Wettelijke prefumtie is een zoodanig vermoeden,| het welk door eene bizôndere‘wet aan:|‘ Zekere” handelingen of zekcre daden verknqcht is. De zoodanige zijn: 1°. De handelingen, welken de wet nietig verklaart, als enkel, uit hootde van haren:aard en inrigting, ver moed wordende gepleegd te zün tot veridéling van de ei ingén‘bij de wet gemaakt; De sertie" in welken de wet verklaart, ae de ar of bevrijding van de féhuld, uit zekere Lin se dose re: wordt‘afoeleid; Het gezag, het welk de wet geeft aan een vonnis, à sel kracht: van gewisdé bekomèn heeft; 4°. De kracht, welke de wet aan de bekentenis vai éene der partons of aan deszelfs eed toëkent. Art. 1 1351. Het gezag van een vonnis, het welk kracht van ge- wijsde bekomen heeft, ne zich niet verder uit, dan PA til Tt 5} ten / gé6 Liv, 27E Tir. HI. Chap. PT, De la Panès a: que la chose demandée soit la même; que la de- mande soit fondée sur la même cause; que la de. mande soit entre les mêmes parties, et formée par elles et contre elles en la même qualité, Art. 1952: La présomption légale dispense de toute preuve celui au profit duquel elle existe. 1 Nulle preuve n’est admise contre là présomption de la loi, lorsque, sur le fondement de cette pré- somption, elle annulle certains actes ou dénie l’ac- tion en justice; à moins qu'elle n'ait réservé la preuve contraire, et sauf ce qui sera dit sur le sér- ment et l’aveu judiciaires. $. IL. Des présomptions qué ne sont point établies | par la lei. Art. 1953. Les présomptions qui ne sont point établies par ‘Ja loi, sont abandonnées aux lumières et à la pru- dence du magistrat, qui ne doit admettre que des présomptions graves, précises et concordantes,€t dans les cas seulement où la loi admet les preuves testimoniales, à moins que l’acte ne soit attaqué pour cause de fraude ou de dol. gl Beth en Op je 1 das op deuil tusfchen de in fonene Eere 1 yoordeel Geen vermoerk deze pie haut, net Zee onvertind béheteis Fan Prelr Worden« | Loue ge 9 dan die zl, el bewis d hoofdle v R ho end tes u le à nm eésbs pis \ ut: Bock, TL Th.) VE Hobff. Van bevijs, en. 667 à ten opzigte van dat geen, het welk het onderwerp van het regtsgeding heeft uitgemaakt. Het is noodig, dat de zaak, welke geëischt wordt, dezelfde zij; dat de eisch op dezelfde oorzaak van fchuld berust; dat de eisch tusfchen dezelfde partÿen plaats hebbe; en gedaan wor- de in dezelfde betrekking, door en tegen dezelfde per- fonen. Ait, 1 352e Eene wettelijke prefumtie ontflaat den genen, in wiens: voordeel dezelve is, van alle bewiïs. Geen bewijs wordt tegen eene wettelijke prefumtie of vermoeden toegelaten, in geval de wet, op grond. van deze préfumtie, zekere bepaalde handelingen niétig ver- klaart, of den imgang van regten weigert; ten zÿ de’ wet zelve het. tesenbewijs mogt hebben vriügélaten, en onverminderd het geen omtrent den gerestelijken eed en: bekentenis gezegd zal worden. $ IL. Pan prefumtièn. of vermoedens; welke nict door de wet dédrgefield worden, Aït. 3353. Prefumtiën of vermoedens, welke niet door de wet worden déérgefteld, worden overgelaten aan het verlicht oordeel en aan de: voorzigtigheid van den regter, welke geene andere prefumtiën of vermoedens moet toelaten, dan die gewigtig, naauwkeurig. bepaald, en éénfiemmig zin, en alleenlÿk it die gevallen, in welken de wet het bewis door getuigen toelaat, ten ware de handeling, uit hoofde van kwade trouw of bedrog, betwist wordt. Ÿ# NS [IT 3 y 6s8 Liv, IT. Tir. II, Chap. VI, De la preuves Be SE£ECTION 17, De Paveu de la partie, | Art. 1354. L'aveu qui est opposé à une partie, est où ex- FRE ou judiciaire,; eceer: Mo” à Art. 1355. L'allégation d'un aveu extrajudiciaire purement verbal est inutile toutes les fois qu’il s’agit d’une ‘demande dont la preuve testimoniale ne serait point admissible. ; Art. 1556. L’aveu judiciaire est la déclaration que fait en justice la partie ou son fondé de pouvoir spécial. Il fait pleine foi contre celui qui l'a fait. Il ne peut être divisé contre Jui. Il ne peut étre révoqué, à moins qu’on ne prou- ve qu'il a été la suite d’une erreur de fait. Il ne rés être révoqué sous prétexte d'une erreur de droit. S ECTION..F, Du serment. Art. 1357. Le serment judiciaire est de deux espèces: 1°. Celui qu’une partie défère à l’autre pour en faire dépendre le jugement de la cause: il est ap- pelé décisoire; 2°, Celui | | ‘| | Ï juek Eene ordt 16 Het bi alleen in | de cisch gel work Etre d qui regter 1 Zi le dezelve| Lin j)| dit de trent YOOTWE De ju 1 D defereerd af hangey Peu k, CE it tee qui le era ri gi our El ONU ik S uAy pti le té Lt dut / Air Bock; III: Tir. y VI Hoofdf) Pin béuifis ét, 66 ŸIERDE AFDEE LING Van confesfe of bekentenis van partije, Aït, 1354. Eëne confesfie of bekentenis,“welke aan iemand wordt tegengeworpen, is of extra- judicieel of judicieel. Art,! 1955. Het beroëpèn op eerte extra- judicieelé, bekentenis.,;die alleen in woorden beftaat, is vruchteloos, zoo dikwijls de eisch van dien aard is, dat geen bewis door getul- gen wordt toegelaten. Art, 1356. Éene judicieele bekentenis is eene verklaring, welke de part, of zijn bizondere gevolmastigde, voor den regter aflegt, as. Zi levert een volledig beWwijs op tegen den genen, die dezelve heeft afgelegd. Et Zij mag niet ten zijnen nadeele gefplitst worden. Zij kah niet herroepen worden, ten zij men béwife, dat dezelve een gevolg is geweest van eene dwaling©m- trent eene daad. Zij kan niet herroepen worden, ondes voorwendfel van eene dwaling oïntrent het regt. N VISEDE AFDEELING. Van éd, \ Art, 1957e De judicieele eed is van tweederléijen âard: 1°. Die door dé eene partije aan de andere wordt: ge» defereerd, om de beflisfing der. z24ak, daar vanste doen afhangen: deze wordt gencemd deci/oir of beflisfende. \: 2°. Die +0? 0 2° vs 6 : S Pris 1 LL] s » d Le "4 .# : 4 î at éro Liv, III. Tit. LIL. Chap. WE, De le preuves er o°. Celui qui est déféré d'office par le juge à l'une ou à l’autre des parties, ELA 4 - Du serment décisoire. Art 1958. Le serment décisoire peut être déféré sur quel. que espèce de contestation que ce soit. isole Art. 1 359. Il ne peut être déféré que sur un fait personnel à la partie à laquelle on le défère. Art. 1360. 1 peut être déféré en tout état de cause, et en- core qu’il n'existe aucun commencement de preuve de la demande ou de l'exception sur laquelle il est provoqué,|;| ST Art 1361.-| Celui auquel le serment est déféré, qui le refuse ou ne consent pas à le référer à Son adversaire, ou l’adversaire à qui il a été référé et qui le re- fuse, doit succomber dans sa.demande ou dans son exception. Art. 1362. Le serment ne petit être référé quand le fait qui en est l’objet n’est point celui des deux parties, mais est purement personnel à: celui auquel le see- “ment avait été déféré.-| 1e re ES# re Are. 1363: | | | j . D 4 pl De be foort val Derelte een Qt un We Del td N den ain nn À dan Welgert partie We genpartl ed Wf den, De ee fred 1 Onderyrer eene zu eed gade aan wien de eed ter beflisfing wordt overgelaten. HI, Bock, LIL. Tir, PT, Hoofdf, Wan bevijss enr: 67 e°. Die door den regter ambtshalve aan eene der bei de partijen wordt opgelegd. SL } & Van den beflisfenden eed, Art. 1358.* De beflisfende eed kan gedefererd worden, over welke foort van gefchillen het ook zijn moge. Art. 1959. Dezelve kan niet gedefereerd. worden, dan omtrent eene daad, welke perfoonlÿk verrigt is door den genen, Aït. 13606 Dezelve kan in allen flaat van het regtsgeding gedefe. reerd worden, al is er geenerlei begin van bewis voor den eisch, of voor de exceptie, ten aanzien van welker men die delatie van eede doet.; D19 : Art. 1361. Aan hem, wien een ebd gedeferéerd is, en die dezelve weigert of niet toeftemt, dat dezelve aan zine tegen*. partie wedérkeerig gedefereerd worde, Of ook‘aan de te- genparti, aan wien dezelve gedefercerd is, en die: den vs weigert, moet, zÿn eisch of exeptie ontzegd Wor- Art, 1362. De eed kan aan de tegenpartije niet wederkeerig gede< fereerd worden, wanneer de daad, welke daar van het onderwerp is, niet de daad is van beide partijen,’ maar | eene zuiver perfoneele daad van den genen, aan wien de eed gedefereerd was. 4 Art. 13691 rx] r; a 2° D? Li{ é GÉ Liv) a} TÉL, Chip. VÉ De preuve; Bo: | Aït. 1363. Lorsque le serment déféré ou référé a été fic, l'adversaire n'est point recevable à en prouver rh fausseté. 1364 La partie qui à déféré où référé Île sermenr, ne peut plus se rétracter lorsque l'adversaire à déclaré qu’il est prêt à faire ce serment, on I 865:" Le serment fie ne parce ue qu’ au à prof ds de celui qui l’a déféré ôu contre lui, et au profit de jes héritiers et ayant-cause ou contre té,‘ * Néanmoins le serment déféré par. Fe des créan: ciers solidaires au débiteur ne libère celui-ci qe pour la part de ce créancier; Le Sermerit‘déféré""au débiteur priféipal Jibére Également les cautions; Celui déféré à l’un des je jh x solidaires Sade te aux codébiteurs; Et celui déféré à la caution profite au débiteur principal. : Dans... ces deux. derniers cas; le serment du CO+ débiteur solidaire ou de la caution ne profite aux, autres codébireurs::où au:débiteuf‘principal qué lorsqu'il a été déféré sur la dette, et non sur fe fait de la solidarité ou: du cautionnement, 6e:. à,: CE If JL Juék Vangeil ea à de valse De pal tegenpart) ï 1 guie les : su tie vel Jeggen, De ed, don ten gelen gédé jine€ ge Via door één door nie den{chu De«d perriit à De eut qd, À En& van den In dez den{olick ten yoord det princi tent de| | Jolidarre: À recrd js, If DEg se pi robes a jf III: Boeck, LI. Tiës, V, Hocfaft. Vanbevijs, en: 67% / Art. 1363. Wanneer de gedefereerde of wederkeerig gedéfereerde eed is afzekgd, is de tegenpartie niet ontvankelik ,) OM de valschheid def van te bewijzem.. 4% Art. 1364. De partie, welke den eed gedefereerd, of aan zijne tegenpartije wederkeerig g gedefereerd heeft., kan zïne over- gite deswegen niet wWédér intrekken, wanneer de tegen. partie verklaard heeft, dat hi be red. is dien eed af te kggen. : Art. 1565 De eed, afgelegd zijuide, levert-geen ander bewis op, dan ten voordeele of nadeele van den genen, die den- zelVeñt gédefereérd hseft, en ten voordeelé Of hadéels van zinc erfgenainen en tegtvérkrijgenden. Niettemin. wordt: een, aan wien de ced door één der folidaire fchuldeifchers gedefercerd is, daar door niet verder bevräd, dan voor het. aandeel van dien fchuldeifchét; De eed, aan den principalen fchuldenaar gedefereerd',; bevrüdt insgelijks de borgenz:| De eed, aan één der folidaire fchuldenaren) gedefe… reerd, ftrekt ten voordeele der mede- fchulderaren; En. de eed, aan den borg gedefereerd. ten Fees van den. principalen fchuldenaar. In deze twee laatstgemelde gevallen, ftrekt de eed van den folidairen medefchuldenaar, of van den borg, niet ten voordeele van de andere medefchuldenaren, of van den principalen fchuldenaar, dan wanneer die ééd om trent de fchuld Zelve, en niet omtrent Het beftaan der folidaire, of van de borgtogt, gedefe- recrd is. x DEEL» Vv:$ IL. ŒTE: 4 vs F RS UT TE 674 Es: III. Tir. LIT, Chap. PT. De la preuve, Sc. $ IL Du serment déféré d'ofices Art. 1366. Le juge peut déférer à l’une des parties le ser- ment, ou pour en faire dépendre la décision de;| la cause, ou seulement pour déterminer le mon: tant de la condamnation. Art. 1367. _ Le juge ne peut déférer d'office le serment, soit sur la demande, soit sur l’exception qui y est opposée, que sous les deux conditions suivantes: 1°. Que la demande ou l'exception ne soit pas pleinement justifiée; 2°, Qu'elle ne soit pas totalement dénuée de preuves. Hors ces deux cas, le juge doit ou adjuger où rejeter purement et simplement la demande. Art. 1368. Le serment déféré d’office par le juge à l’une des parties, ne peut être par elle référé à l’autre. Art. 1369. 153 Le sérment sur la valeur de la chose demandée, he peut être déféré par le juge au demandeur que lorsqu'il est d’ailleurs impossible de constater autrement cette valeur.| Le juge doit même, en ce cas, déterminer la somme jusqu’à concurrence de laquelle le deman- T' I- deur en sera cru sur son serment. À | De 1 ed®P| | de A | de Ho De 1 et 2ÿ© ct, we vi , Htis an x 2); ‘99, D put envoi Wan der par niet ontl doot 2 De& zut,| led wo on de Le bepal, sd al , ARTS| SE VU 7 EI, Bock TU, Tite, AP Hoofals Van bevifs sen 673 $. IL.=. .| Van den eed; cmbeshèlse) nor= da Re Art EE TA| De rester is bevocëd, om aan éene der partijen den il ed op te leggen, het ziÿj om daar van de beflisfing dr nt. 1 “Ru der zaak: te: doen«afhagen, of.om alleenlik daar door de hocgrootheid der te vallene condemnatie te bepalen. Art. 13676| (TE De regter mag den eed ambtshalve nièt oplesgen, dre het zij met opzigte tôt den eisch, het zij tot de ex- “gl ceptie, welke is tegengeworpen dan. onder.de, twée mas sin tou CpUE> TRS»2hS en yolgende voorwaarden.,. Te à nn _'Élet.is noodzakelik=. ei spin LÉ CRRBUR yo. Dat de eisch of exceptie niet volledig beyes zen Zÿ; Sr HR M 2. 1 lens Bu‘29, Dat dezelve niet geheel van“bewijs ontbloot zik; ‘Ruiten deze twee gevallen, moet de,regter Zuiver ef 1 eenvoudig den eisch of toewijzen of ôntzeggen. Wanneer de eed ambtshalve door den‘regter‘aan. eené der partien is opgelegd mag:-dezekve zich-daar var sig niet ontflaan, door de zaak over te laten aan den€ M Fa: DU door zinc Henperie 2 doen. 3 Art. 1369, Ed | De eed. tot bepaling der waarde' van eene geëischte né, kan door den: regter aan: deñ eifcher niet. opge- ge 1(es legd worden, dan wanneer het buitendien onmogelik is, db LS om die waarde op eene andere wize te bepalen., - De regter moet zelfs, in zulk een geval, de fomme it bepalen, tot het beloop van welke de cifcher op zijnen M egd zal geloofd worden.. 110 2 Vvs: VIER [T1 e€ Léhed RE. IV DES ENGAGEMENS QUI SE: FORMENT SANS , CONVENTION. [Décréié le© Février 1804. Promulaué le 19 du même mois] Art. 1970. - Certains engagemens: se forment sans qu'il inters vienne aucune convention, ni de la part de celui qui s’oblige, ni de la part de celui envers lequel il'‘est obligé.”:-” Les uns résultent. de l'autorité seule de la lois les autres naissent d'un fait personnel à celui qui se’ trouve obligé. Les premiers sont les engagemens formés invo- lontairement, tels que ceux éhtre propriétaires voi- sins, ou ceux: des:tuteurs etdes: autres administra- teurs qui ne peuvent refuser la fonction qui leur est-déférée::-:: Les engagemens qui naissent d’un fait personnel a celui qui se trouve obligé, résultent ou des ut quasi- contrats, ou des délits ou. quasi- délits; ils Ai font la matière du présent titre. C H AÀ- 476 Liv. II. Tih IPS Des engagemens Be À JB . VAN ÿl ÿ sl Aékete genre O\ die Zich ten Wien Zomni krachte\ fooulie wordt, De& iemands Gigenaas miniltrate adminiftrat De ve van de! ten Word misdaden dererp 1 RE 1y Pres ) M AL té til PSone! AL QU ess ok € prés 1 s dons | fr dt de ht yo pale 1 qu 1 \ : CHA 1IZ, Bock, IP. Tits, Van verbindtenisfen,, enz. y NEIL LL, LE - VAN VERBINDTENISSEN, DIE AANGEGAAN WORDEN BUITEN, OVEREENKGMST e [Vasigefteld den oden van Sprokkelmaand 1804, -Afgekondigd. den 19den van dexclfde maand.] Art.: 370. Zekere verbindtenisfen ontftaan, zonder eenige vooraf- gegane overeenkomst, noch van de zide van den genen, die zich verbindt, noch van de zijde van den genen, ten wiens behoëeve de verbindtenis gefchiedt. Zommige derzelven worden alleenlik déérgefteld uit krachte van de wet; andere vloeïjen voort uit eene per= foonlijke daad van den genen, die daar door verbonden wordt.: De eerfte zijn zoodanige verbindtenisfen, welke buiten iemands wil aangegaan worden, als tüsfchen naburige eigenaars, of verbindtenisfen van voogden en andere ad- miniftrateurs, welke de hun opgedragene voogdi of adminiftratie niet weigeren kunnenñ, De verbindtenisfen, die door eene perfoonlÿke daad van den genen, die daar door verbonden wôrdt, gebo- ren worden, ontifaan of uit quafi-contracten, Of uit. misdaden, of uit quafi- misdaden, en maken het on- derwerp van dezen Titel uit, s Vv E E R- y ES Liv. LIT, Tir. IP. Chôp. Le Des quasi-comirasss CHAPITRE PREMIER. Des quasi-contrats. Ârt. 1371. à Les quasi-contrats sont les faits purement volon- taires de l’homme, dont il résulte un engagement quelconque envers un tiers, et quelquefois Un en» gagernent réciproque des deux PRES Art 1372- Lorsque volontairement on gère l'affaire d'autrui, soit que le propriétaire connaisse la gestion, soit qu'il lignore, celui qui gère contracte l'engagement tâcite de continuer la gestion qu’il a commencée, et de l’achever jusqu’à ce que le propriétaire soit en état d’y pourvoir lui-même;- il doit se charger également+ toutes les dépendances.de:cette même affaire. Il se soumet à toutes les obligations qui résulte- raïent d’un mandat exprès que lui aurait donné le propriétaire. Art. 1373. Il est obligé de continuer sa gestion, encore que le maître vienne à mourir avant que l'affaire soit consommée, jusqu'à ce que l'héritier ait Fe se prendre la ARSCRREs Aït. 1374. Il est tenu d'apporter à la gestion de l'afaire tous les soins d’un bon père de famille. Néanmoins les circonstances qui l’ont conduit à se-Sharger de l'affaire, peuvent autoriser le juge à mo- pô Qué- den, 0 van el pindtenis Want en ver Yennis€ xraarnet beherril is, OM ingliks ge bett Aj | ii f ZOL uitdruk tind ge Hi o:fchoc! zut te nan à Hi: gen va Nitt resln, en Wa a 77 Bock, 1V9 Tit., E Hoofäfi. Vanquaf-contracten, 678 À Feu| LL ÉERSTE HOOFDSTUK # R Van quafi-contracteins . Art... 197Le FR its doi ten ñ.e° de eye Pig Quafi-contraèten zijn jemands louter vrijwillige da- Re den, uit welke cene verbindtenis ontflaat ten behoeve que van eenen derden, en fomtijds. eene wederkcerige ver pari bindtenis van beide partijen. . Art, 1972 ele, Wanneer men vriwillig eens anders zaak waarneerit ee Las y en verrigt, het zij dat de éigenaar van die verrigting el: ma: US nn‘kennis draagt,\of er onkundig van is, verbindt de zaak- PER waarnemer Zzich daar door flilzwigende, om met die v#3 becheering voort te-gaan, tot dat de eigenaar in Rp is, om in die zaak Zzelve te voorzien; hij moet zich sta ingeliÿks‘belasten met al het geen tot die zaak in ceni- ess EEE ge betrekking flaat. bte: Hi onderwerpt zich aan alle. de verpligtingen, welke au hij zoude moeten hébben nagekomen, indien hÿ bi eene pe nn uitdrukkelÿke lastgeving van den eigenaar Was gcmag- hi m8 tigd geweest, sn} Art. 1978° ou Hi is verpligt, om met die beheering voort Le Igaan, EM| offchoon de eigenaar komt te overlijden, véér dat de qui zaak ten einde gebragt is, tot tid en wälen de erige pre un naam de beheering der zaak op zich nemen kan. Art, 1974. ; Hi is gehouden, omtrent die beheering alle de zot- sion&‘gen van een goed huisvader aan te wenden. nil Niettemin kan de rester, de kosten, fchaden en infes PT resfen, die door de fchuld of nalatigheid van zoodani- ar gen waarnemer mogten verooïzaakt zijn, matigen, Naar oi F‘ Vy 4 ges æ 680 Liv. LIL Tié. 1. Chap, L Des quasi-contrars. modérer les dommages et intérêts qui résultera ient des fautes ou dela négligence du gérent. Art. 1976, Le maître dont l’affaire a été bien administrée, doit remplir les engagemens que le gérent à con- tractés en son nom, l’indemniser de tous les ehga- gemens personnels qu’il a pris, et lui rembourser routes les dépenses utiles on nécessaires qu’il a fai tes. Art, 1376. Celui qui reçoit par erreur où sciemment ce qui ne lui est pas dû, s’oblige à le restituer à celui de. qui il l’a indüment reçu,| | Art. 197%. -… Lorsqu'une personne qui, par erreur, se, croyait débitrice, a acquitté une dette, lle a le droit de répétition contre le créancier. Néanmoins ce droit cesse dans le cas où le cré- ancier a suppritné. son titre par suite du paiement, sauf le recours de celui qui a payé contre le véri- table débiteur, Art. 19378. S'il y a eu mauvaise foi de la part de celui qui a reçu, il est tenu de restituer, tant le capital que les intérêts ou les fruits, du jour du paiement, Art. 1370. Si la chose indûment reçue est un immeuble où un meuble corporel; celui qui l’a reçue s’oblige à la- restituer en nature, si elle existé. ou sa valeur, si elle est périe ou détériorée par sa fautes il est même garant de sa perte par cas fortuit, s’il l'a reçue de mauvaise foi, Aït. 1380, gi cela d D oo bé peer Tr pil tooris 4 tnisens te veivl alle perl ep 41 yitfchotté Die,| het we ‘gere t niet Ver Want jaat À dan| {cle Niette de{ht mieig den 2e mu, Want Jing ont 1 del fon, à den dag Indier of roere ONLYANLE het nog het doo te ge verles, gen hes er 4 dy kom| fi dl it tou! hi) 2 re que Le! us y ft, 1 ls anni, ge A] III, Beck, IP.” ït., L. Hoofaf, Van quak-centracten. 68% gelang der omflandighedetis welkè denzelven tot die be- heering bewogen hebben. Att= rors. De principaal+ Wiens.belangen door een” ander be- hoorlijk zijn waargenomen, is verpligt, om de verbind. tenisfen, door den waarnemer‘in Zijnen naam aangegaan, te vervullen, denzelven{chadelocs‘te houden wegens alle perfoonlijke, door hem aangegane, verbindtenislen en agn denzelven alle nuttige of opera ils gedane uitfchotten terug te geven, Art. 1976. Die, bij vergisfiñg of met zijn weten, iets ontvangt het welk hem niet verfchuldigd is, is verpligt om het " zelve te rug te geven aan den genen, van wien hij het niet verfchul ldigde ontvangen hecft. DID'I077 Wanneer iemand, die bij vergisfing meent fchuide- naat te zijn, eene wezentlijk beftaande fchuld heeft vol- daan, heeft‘dezelve het regt, om het betaalde van den fchuldeifcher te-rug te vorderen.\ Niettemin houdt” dit regt ns in geval de fchuldeifcher de{chuldbekendténis, ten gevolge van die betaling, ver- nietigd heeft, behoudens, in dat geval, het verhaal van den genen, die betaald heeft, tegen den waren fchulde- nadr, Art. 1978. Wannéer aan de zijde van den genen, die de beta- ling ontvangen heeft, kwade trouw heeft plaats gehad, is dezelve gehouden tot teruggave, Z00 van de hoo! fd- fom, als van de renten of vruchten, gerekend zedert den dag der voldoening, Art. 1379. Indien het onverfchuldigd ontvangene een onroerend, of roerend ligchamelÿk goed is, is hÿ, die het zelve ontyangen heeft, verpligt, dat goed in natnra, indien het nog in wezen is, of de waarde daar van, indien het door ziÿn toedoen vergaan.of verminderd is, te rug te geven; hij is Zelfs aanfprakeliik voor een /toevallig verlies; indien hij het gocd ter kwader trouw ontvan- gen heeft. Vvs Art,. 1580. LE Ge Liv. III. Tir, IP. Chap. I. Des quasi-cortréts, Art, 1880. Si celui qui a reçu de bonne foi, a vendu la chose, il ne doit restituer que le prix de la vente, 7 AY. 1987: Celui auquel la chose est restituée, doit tenir compte, même au possesseur de mauvaise foi, de toutes les dépenses nécessaires et utiles qui ont été faites pour la conservation de la: chose.| CH APS LT RE Des délits et des quasi-délits. Art. 1382. Tout fait quelconque de l’homme, qui cause à autrui un dommage, oblige celui par la faute due quel il est arrivé, à le réparer. Art. 1283. Chacun est responsable du dommage qu’il a cau- sé non-seulement par son fait, mais encore par sa négligence ou par son imprudence. Art. 1384. On est responsable non-seulement du dommage que l’on cause par son propre fait, mais encore de celui qui est causé par le fait des personnes dont on doit répondre, ou des chosés que l’on a sous sa garde! Le père, et la mère après le décès du mari, sont responsables du dommage causé par leurs en- fans mineurs habitant avec eux. Les geten hé goeden, El door 2 gene, de ver Een fchade, welke Yer001ZA Men welke: 00k vo va pe Qoot 71 hetft, D v leden à Bunve O0rzaak + bi ont, | pie Li TEA me que d Q! mi es. i ZI. Boëk IV. Tit., I. Hoofaft. Vanqua-coñtracten. 683 € Art. 1380.| Die ïets, het welk onverfchuldigd is, ter goeder trouw ontvangen, en het zelve verkocht heeft;‘behoeft niets anders. dan den koopprijs, te Tug te' geven. Art. 1391. Hij, aan wien eene zaak is te rug gegeven, mot zelfs aan den genen, die de zaak tér kiwader trouw be- zeten heeft, die noodzakelijke en nuttige uitgaven Ver- goeden, welke tot behoud der zaak gedaan zijn, TWEEDE HOOFDSTUK. A Van misdaden en quafi-misdaden. Aït. 1382. Elke daad, hoedanig en van welken aard 00k, waar door aan een ander fchade toegebragt wordt, fielt den senen, door wiens. fchuld die{chade veroorzaakt is. in de” verpligting, om dezelve te vergocden. Art. 1383 Een ieder is verantwoordelijk, niet alleen voor de fchade, welke hij door zijne daad, maar ook voor die, welke hi door ziÿne nalatigheid ofe onvoorzigtigheid veroorzaakt heeft. Art. 1984. Men is verantwoordelijk, niet alleen voor: de fchade, welke men door zijne eigene daad veroorzaakt, maar ook voor die, welke veroorzaakt wordt door de daad van perfonen, voor welke men aanfprakelijk is, of door zaken, welke men onder zijn opzigt of beheering heeft. De vader, en ook de moeder, wanneér de man over- leden is, zijn aanfprakelijk voor de fchaden, die doot hunne minderjarige kinderen, bij hen inwonende, ver- oorzaakt zijn. De SR. ve 684 Liv. UT. Tir. IP Chap: Le De délits, FA Les maîtres et les commettans, du dommase causé par leurs domestiques et préposés dans les fonctions auxquelles ils les ont employés; Les instituteurs et les artisans, du’ dommage cau- sé par leurs élèves et apprentis pendant le temps qu’ils sont sous leur surveillance. La responsabilité ci- dessus a lieu, À moins que| les père et mère, instituteurs et artisans, ne proue . 9 A. vent qu'ils n’ont pu empêcher le fait qui donne: “Hieu à cette responsabilité. Art. 1385. Le propriétaire d’un animal, ou celui qui s’en sert, pendant qu'il est à son usage, est responsible du dommage que l'animal a causé, soit que l’ani. mal ft sous sa garde, soit qu'il fûc égaré ou échappé.: Art. 1386 Le propriétaire d’un bâtiment est responsable du dommage causé par sa ruine, lorsqu'elle est arrivée par une suite du défaut d'entretien ou par le vice de sa construction.‘: TT gts «De ms min£ puni de Chade gorzaakt bruit he De{cho delik VO0! | kelingens gigt Jun, De hie plats; L sean dd, VU hebben Ku De get in gebruik “door het ondet 2) ontliupt De el de fchad ve, indie van onde our it st ré quebaut ment QU ‘ III, Bock, IV: Tit., IL. Hoofdfi. Van misdaden ,ens, 65% = De meesters, en de genen, die anderen tot de waarne- ming hunner zaken aanftellen, zÿn verantwoordelik voor de fchaden, door hunne dienstboden en aangeftelden ver- oorzaakt in de werkzaamheden, waar toe zij-dézelven gebruikt hebben. De fchool-onderwijzers en werkbazen zijn verantwoor- delijk voor de fchaden, door.hunne. leerlingen en kwe- kelingen, gedurende den tijd, dat dezelve onder hun toe- zigt ftaan, veroorzaakt.| De hier voren vermelde verantwoordelikheid heeft plaats, ten zij de vader en moeder, de fchool-onderwi- Zers en werkbazen zouden kunnen béwiÿzen, dat-zij de daad, voor welke zij‘aanfprakelijk zouden zÿn, niet hebben kunnen beletten. Aït. 1385.: _ De ecïgenaar van een beest, of de geen, die het zelve in gebruik heeft, is verantwoordelik voor de fchaden, door het beest veroorzaakt, hét Zi het zelve dadelik: onder zijn opzigt of bewaring, dan wel verdwaald, of ontfnapt Zi. Art pages re De eïgenaar van een gebouw is verantwoordelijk voor de fchaden, veroorzaakt door-de inftorting van-het zel- . ve, indien deze inftorting een gevolg is van het verzuim van Onderhoud, of van een gebrek in deszelfs bouwing of inrigting..- 0° 6 + 686 Liv. LI, Ti Chape D Dispositions Sénéraless PART ET Ni(guy CONTRAT DE MARIAGE ET DES DROITS are RESPECTIFS DES ÉPOUX. La ‘[Dérété le 10 Février 1804. Promulgué le 3 00 du même mois] CHAPITRE PREMIER. Dispositions générales. Art. 1387. La loi ne régit l’association conjugale, quant aux biens; qu’à défaut de-conventions: spéciales que les époux peuvent faire comme ils le jugent à pro- pos, pourvu qu'elles ne soient pas contraires aux bonnes mœurs, et, en outre, sous les modifications qui suivent. Art. 1388. Les époux ne peuvent déroger ni aux droits ré- sultant de la puissance miritale sur la personne de la femme et des enfans, ou qui appartiennent au mari comme chef, ni aux droits conférés au survi- vant des époux par le titre de la puissance paiïer- nelle et par le titre de la minorité, de la tutelle et de l'émancipation, ni aux dispositions prohibiti- ves du présent Code. “I Y. 1389, .") à Le 3 ps De wet go vel pote| maakt derling eenkomi éndien 0 De et tegten, N van dv ben, noc hoofd, to aan den|: bij du T tel, von: Van de w LIT, Bock, V. Tit. ,T. Hoofaft.| ÆAlgemeene bepalingen. 687 æ VD ES D.R LE dk VAN HET HUWELIJKS-CONTRACT, EN DE WE- DERZIJDSCHE REGTEN DER ECHTGENOOTEN. [Vastgefield den 1oden van Sprokkelmaant 1804, Afzekondigd den'aoften van dezclfde maand.] EERSTE HOOFDSTUK. ÆAlgemecne bepalingen.: Art. 1387e _ De wet regelt nimmer de huwelÿks-verbindtenis,- voor zoo veel de goederen betreft, dan wanneer de echtge- nooten geene bijzondere overeenkomften deswegen ge- maakt hebben, welke zij met den anderen, naar hun on- derling goedvinden, kunnen däérfiellen, mits die over- eenkomften niet met de goede zeden ftrijdig zijn, en bo- ‘ vendien onder de navolgende bepalingen. Art. 1388. De echtgenooten kunnen niet afwijken, noch van de regten, welke uit de magt van den man over de perfoon van de vrouw, en de kinderen, haren oorfprong heb- ben, noch van de regten, welke aan den man, als het hoofd, toebehooren, noch van zoodanige regten, welke aan den langstlevenden der echtgenooten zijn opgedragen bij den Titel, van de vaderlijke magt, en bij den Ti- tel, van minderjarigheid, voogdij en emancipatie, noch van de verbiedende bepalingen van dit Wetboek. 14 Aït. 1389e TL) 688 Liv. ill: Tir. Vs Chp. TL Dispositions généraless, Art. 1389. Is ne peuveñt faire aucune convention ou renon- ciation dont l’objet serait de changer l’ordre Yégal des successions, Soit par rapport à eux-mêmes dans la succession de leurs enfans ou descendans, soit par rapport à leurs enfans entre-eux; sans préju- dice des donations entre-vifs ou testamentaires qui pourront avoir lieu selon les formes et dans les cas déterminés par le présent Code. Art. 1390. Les époux ne peuvent plus stipuler d’une ma- nière générale que eur association sera réglée par l'une des coutuimés, lois ou statuts locaux qui ré-\ gissaient ci-devant les diverses parties du territoire français, et qui sont abrogés par le présent Code. Aït. 1391. ‘Ils peuvent cependant déclarer, d’une manière bénérale, qu’ils entendent se marier ou sous le ré. gime de la communauté, ou sous le régime do- tal, … Au premier cas, et sous le régime de la com: munauté, les droits des époux et de leurs héritiers seront réglés par les dispositions du chapitre II du présent titre. ‘Au deuxième cas, et sous le régime dotal, leurs droits seront réglés par les dispositions du chapi- tre IL. à iv Ait. 1990. La simple stipulation que la femme se constitue ou qu'il lui est constitué des biens en dot, ne suf- it pas pour soumettre ces biens au régime dotal, s’il n'y a dans le contrat de mariage une déclaration & expresse à cet égard, La jh Gi éaigen à aout»€ el, het htenfchal get bel inderd il, WE dt Web Hat à où, OP yerbindten men, WE jn 0 ON gcbied ,. delta Nitte “1, di theentcli et ond door de la be Worden efenam Hoofdftul la bit VEOUNS| teoten ge uk vers Het en 21 atbr niet v0ld den taf tract des [ DEE NET Vu pus 7" + fl Dé qus A KL à MIRE er,(2. mark LUE Li en bin k |! BAT de SO La À phone EAU ebEsE ÎI: Boek;P. Tits, I. Honfof. Aigemeene bepalingen: 68à. Art. 1389. Zi kunnen geene verbindtenis aangaan, noch ook éénigen afftand doèn, waar van het onderwerp ftrekkert zoude, om de wettige orde der erfvolgiigen te verande? ten, het zij met betxkking tot hun zelven in de na- latenfchap van hunne kKinderèn of afkomelingen, het zï met betrekking tot hunne Kinderen onderling; onver- tinderd de gifien onder de levenden, of bij uiterften wil, welke volgens den vorm, en in de gevallen bij dit Wetboek bepadid; gedain kunnen worden, Art: 1590i Hét is aan de echtgenooten al mede niet geoorloofd oh; Op éene algemieene wijze, te bedingen, dat hunne verbindtenis-zal geregeld worden door eene der costit- men, wetten of plaatfelijke keuren, welke te voren, in de onderfcheiden gedeelten van het Fransch grond- gebied,.plaats hadden, en die door dit Wetboek zijn afgefchaft, en ,“Art. 1491: Niettemin mogen zij, op eenè algemeene wijze verkla- ren, dat ziÿ van meening zÿn hun huweliÿk, of in ge- meenichap Van goederen, Of met uitfluiting van dezelve, eh onder het beftuur vin der vrouws huwelijks-goed door den man, dan te gaan. In het eerfte geval, wanneer gemeenfchap plaats heeft, worden de regten der echtgenooten, en die van hunne erfgenamen, geregeld door de bepalingen, in het tweede Hoofdftuk van dezen Titel voorkomende. In het tweede geval; en onder het beftuur van der vrouws huwelijks-coed door den man, worden derzelver regten geregeld door de bepalingèn; in het derde Hoofd- fluk vervat.|| Aît. 1902: Het enkel beding, dat de vrouw-eehig huwelijks-goed zAl aanbrengen, of voor haar aangebragt zal worden, is niet voldoeñde, om die goederen aan het beftuur van den man te onderwerpen, z00 niet in het huwelijks-con-, tract deswegen eene uitdrukkelÿke bepaling gemaakt is 1, DEEL, Xx Dé Œ'TE 2° 6 égo Liv. HI, Tir. WP Chap. T. Dispositions généraïes, La soumission au régime dotal ne résulte pas non plus de la simple déclaration faite par les époux, qu'ils se marient sans communauté, ou qu'ils seront séparés de biens. Art. 1393. A défaut de stipulations spéciales qui dérogent au régime de la communauté ou le modifient, les règles établies dans la première partie du chapitre 11 formeront le droit commun dé la France. Art." 1394. . Toutes conventions matrimoniales seront rédigées, avant le mariage, par acte devant notaire. Art. 19395. Elles ne peuvent recevoir aucun changement après la célébration du mariage. Art. 1396. Les changemens qui y seraient faits avant cêtre célébration, doivent être constatés par acte passé dans la même forme que le contrat de mariage. Nul changement ou contre- lettre n’est, au sur- plus, valable sans la présence et le consentement simultané de toutes les personnes qui ont été par- ties dans le contrat de mariage. Art. 1397. Tous changemens et contre-lettres, même revé- tus des formes prescrites par l'article précédent, seront sans effet à l'égard des tiers, s'ils n'ont été rédigés à la suite de la minute du contrat de ma- rige: et le notaire ne pourra, à peine des dom- mages et intérêts des parties, et sous plus grande peine s’il y a lieu, délivrer ni grosses ni expédi- ee tions Jl pi "Del prié khriigs gene bn: Bi de, ge mile, Hoofil gltmik Ale des Au Led À anderi D uv zen| vor Ge cigen teen de perl et: Ale die vo Artikel 200 à EC, ag dL ên int {5+ A1 Il lo ig, ( th\ à lle me on qe le noi; pare y ke 1e mt GLS rat de ‘CICR a nt 07/1 CR T's 0 se 14 | pélié Ê Ld Îll: Bob; F. Ti, FE Hood. Algeñéens bealingen. épi .: De onderwerping aan de beftuting van het hutwelijks+ goed door, den mans, volgt. ook niet uit de enkele_ver- klarings door de echtgenooten gedaan, dat Zÿ buiten gemeenfchap vañ goederen hun huwelÿk aangaan, of dat htnnè goederen van elkanderen zullen gefcheiden zijn. Art. 1393. : Bij ontbreken van uitdrukkelike bedingen, waar doof &e gemeenfchap geheel weggenomen of beperkt. wordt; zullen de regels, bij het eerfte gédeelte' van het twecde Hoofdftuk vastgelteld, het algeméen regt in Fränkrik ÿitmaken. a Aït. 1994. . Alle huwélëks-Voorwaarden zullen, véér het aangaan des huwelÿks, bij acte voor eenen notaris moctèn gepas- leerd worden. Arte 1395 kunnen; na Het aangäan des huweliks; geene ver- änderingen ondergaan. Aït: 1396. . De veranderingen, die daar in vô6r het voltrekken des huweliks gemaakt zouden mogen worden, moeten bewe= zen Worden door eene acte,. gepasfcerd in denzelfden. Vorm, als het huwelÿk-contract.. re Geene veranderingen of géfchriften van eenen tegenffrijs digen inhoud, zijn bovendien van waarde, zonder de tegenwoordigheid en de geliktijdige toeftemming van àlle de perfonen.* die in het huwelijks-contract partijen 8e- Wveëst zijn. Art. 1397: _ Alle veranderingen en tegenftr'dige gefchriften, Zelfs die voorzien zin van de formaliteiten, bi het vorige Attikel bepaald; zullen tegen derden.,krachteloos, zijn, 00 dezelve niet als cen gevolg van het huwelijks-con- tracti achter, de minute.van het zelve gefteld Zïns en mag de notaris, op firaffe van vergoeding van fChaüen en interesfen aan partien, en zelfs op Zzwaardere: firaf- fen, indien daar toe aanleiding is, noch de grosfe, noch ” D éenig LI De æ ha 593 Liv. LIT, Tir, Ve Chap. I. Dispositions générales‘ tions du contrat de mariage sans transcrire à la-sui- te le changement où la contre- lettre. Art, 1398. Le mineur habile à contracter mariage est habile à consentir toutes les conventions dont ce contrat est susceptible; et les conventions et donations qu'il ÿ a faites, sont valables, pourvu qu'il ait été assi- sté, dans le contrat, des personnes dont le con: sentement est nécessaire pour la validité du ma: riage. CH AP IT R:E IR Du régime en communauté. Aït. 1399. La communauté, soit légale, soit conventionnél- le, commence du jour du mariage contracté devant l'officier de l’état civil: on ne peut stipuler qu’elle comimericera à une autre époque. L: Bull R:T.E.E De la communauté légale. Aït. 1400. La. communauté qui s'établit par la simple dé- claration qu’on se marie sous le régime de la com- munauté, ou à défaut de contrat, est soumise aux règles expliquées dans les six sections qui suivent. S E°C- gl Be vnig 4 der al fridge Een qan alle 0 jen M hem dh “De door ameunfel .fontra( 265 Vo) qe# nai, soit cs Le jé e ces st Ut al, III. Boet, V. Ti, I: Hoofafr. Algemeene bepalingen. 693 eenig affchrift van het huwelÿks-contract uitgeven,«zon- der aan het eïnde. der acte die veranderingen of tegen- {trijdige gefchriften mede te laten volgen. Aït. 1398. Een minderjarige s die bekwaam is om een huwelÿk aan te gaan, is 00kK bekwaant om toe te flemmen in alle overeenkomften, welke het huwelijks-contract bevat- ten mag; en zijn alle overeenkomften en giften, door hem daar bij gemaakt en gedaan, van waarde, mits hi bij het maken van het contract is geadfifteerd geweest door die genen, wier toeftemming tot de beftaanbaarheid van het huwehjk noodzakelik was, TWEEDE HOOFDSTUK. Van de gemeenf[chap van gocderen. Art. 1399. Gemeenfchap van goederen, het-zij uit krachte van de, wet, het zij uit hoofde van overcenkomst, neemt aan- vang met den dag, dat het huwelijk voor den ambtenaar van dén burgerlijken ftand voltrokken is: men kan niet bedingen, dat dezelve op een ander tijdftip aanvang ne- men zal. dise 2 RST E10D“HSE UE, LL an de FR van gocderen uit krachté à van de Wet. Art. 1400. De gemeenfchap van goederen; elke déifrgefteld wordt -door de enkele vérklaring; dat men het huwelijk in ge- smeenfchap aangaat, Of bij ontbreken van een huweliks- fontragt, is onderworpen aan de règels, welke bij e zes volgende Afdeelingen zijn vastgefteld, Se£ ER: &o4- Liv. III. Tir. P. Chap. IL. Du régime, Te SECTION LI De ce qui compose la communauté actives __ ment ct passivement. Sie De Pactif de la communauté. Art. 1401. La communauté se compose activement, Fe. De tout le mobilier que les époux possédaiens au jour de la célébration du mariage, ensemble de tout le mobilier qui leur échoit pendant le mariage à titre de succession ou même de donation, si le donateur n°’a exprimé le contraire; °°, De tous les fruits, revenus, intérêts et arré: rages, de quelque nature qu'ils soient, échus où perçus pendant le mariage, et provenant des biens qui appartenaient aux époux lors de sa célébration, ou de ceux qui leur sont échus pendant le maria- ge, à quelque titre que ce soit;, _ 949, De vous les immeubles qui sont acquis pen- dant le mariage. At. 1402. Tout immeuble est réputé acquêt de communau- té, s’il n’est prouvé que l'un. des époux en avait la propriété ou possession légale antérieurement aù mariage, ou qu'il lui est ge depuis à titre de succession ou donation. SE ERA Aït, 1407. Jl die Var Von et ac LR ten OP PAIE fun, f wa er fret tx g, tell gedur komen bjj de zoodan auwelik a,| Duel) LL IE, Bot; FT IL. Hoofdfi. Van degemecrfchap. 695 o. EERSTE AFDEELING 1 ny Wan het geen de gemeenfchap actief en pasfief | uitmaakt.: $ E Van het geen actief tot de gemecnfchap behoorts Art. 1401.-| Het active van de gemeenfchap beftaat: vu, 1°. In alle rocrende goederen, welke de echtgenoo- ten op den dag van de voltrekking des huwelijks be- s él:. Aa zaten, en tevens.in alle roerende goederen, welke op je, a hun, gedurende het huwelijk, vervallen onder den titel pe+1 van erfvolging, Of ook van gite, Z00 de donateur le dun, ik het tegendeel niet bepaald hecft; F3| ; 2°. In alle vruchten, inkomften, interesfen en ach- el terftallige renten, van welken aard die ook zijn mogen , ten..; EE gedurende het huwelijk vervallen of genoten, en voort- m7) Komende van de goederen, welke aan de echtgenooten ra bij de voltrekking. des huwelÿks toebehoorden, of/uit de a ann,_zoodanige goederen,‘welke aan hun, sedurende het pair uit huwelÿk, onder welken titel ook, zijn opgekomen; _ gt. In alle onroerende goederen, die gedurende het TT. huwelijk verkregen worden, Ar. 1402. Alle onroerende goederen worden geacht een aanwinst der gemeenfchap te zijn, ten ware bewezen worde, dat «de één der echtgenooten daar van den eigendom, of het 1 j wettig bezit gehad. heeft v6dr het aangaan van het | ouf huwelijk, of dat het zelve daar na bij nalatenfchap of a gifte is opgekomen| aps?; SX E Art, 1403 # 3 ie eee Jr. PL 7e DT 14 à 4.s di: à Ré AUTRE FN 696 Liv. III. Tit. Ve Chap, Ie Du régie, Ba Aït. 1408. Les coupes de bois et les produits des Carrières et mines tombent dans la communauté pour tout ce qui-en est considéré:comme usufruie, d’après les règles expliquées au vitre de l'usufruit, de l'usae et de lPhabitation.< Si les coupes de bois qui, en, suivant ces règles, pouvaient être faites durant la commumauté, ne l’ont point été, il en sera dû récompense à l’é poux non propriétaire du fonds.ou à ses héritiegs.. Si les carrières et mines ont été ouvertes pendant le mariage, les produits n’en tombent dans la com- munauté que sauf récompense ou indemnité à celui des époux à qui.elle pourra être due,| Art, 1404. Les immeubles que les époux possèdent au jour de la célébration du mariage, où qui leur échoient pendant son cours à titre de succession, n’entrent point en communauté. Néanmoins, si l’un des époux avait acquis un immeuble depuis le contrat de mariage, contenant stipulation de communauté, et avant la célébration du mariage, l’immeuble acquis dans cet intervalle entrera dans la communauté, à moins que lacquisi- tion n'ait été faite en exécution de quelque clause du mariage, auquel cas elle serait réglée suivant lg convention,_.| | Aït. 1405. Les donations d'immeubles qui ne sont faites pendant le mariage qu’à l'un des deux époux, nè tombent point en communauté, et appartiennent au flonataire seul, à moins que la donation ne contien- ne expressément que la chose donnée appartient à ja communauté. si: Art, 1406, gui| Gant rajel 1 s a be mekto V bruits g “nd geeks,£ gelchiedes men QE€ fou | Gen get : Jndien pli 8e wordt, L of fehadel aa HER Do ziten 0] de a san hu 100 goed v sant D trekking den us ms die erig, bel walk ges al Giften Ruwelik komen n domtatis dat het fn du 1h,{he ra QT | ii le \ | SUP ie ay | Come, LL(2 l RU ET + M, É e { hi TO Et» Ki l Ie. f } fs t Ep U qi ë le ucesä Et 1x st mar, VE pan LÉ rss L du de“ HT It Si| Aa Lis dx qe in#0 je A) pa {II, Boek, PA Tir. ÿ IL Hoofafi, Van de semeenfchap. 695 Art. 1405. hout, em het geen uit fleengroeven of mijnen wordt, Valt in de geméenfchap, voor z00 vers real het zelve als vruchtgebruik kan worden:aange- merkt, volgens de regels, bij den Titel vaz vruchige= bruit, gebruik en bewoning opgégeven. Fr * Indien de kapping van hét hout, welke, volgens die resels, gedurende de gemeenfchap zoude hebben kunnét gefchieden, wniet gefchiëd is,.Zal. deswegen aan dien ge- uen der echtgenooten, die geen cigenaar van den grond fs, of aan deszelfs erfgenamen, vergoëding moeten wor- den gedanr. ie“4:51 fl d F3 IT re, Ale; Indien de fleengroeven en: miinen gedurende. het: hu: welik. geopend: zin,l-valt het, geen. daaf uit gegraven wordt, niet in de gemeenfchap, dan, tegen vergoeding of fchadeloosftelling aan dien genen der echtgenooten, aan wien dezelve mogt verfchuldigd zijn. +# »+ sp hato À 1404, De onxoerende goederen, welke de echtgenooten he- zitten op dén dag-van de voltrekking des huwelijks, Of die gedurende hetzelve onder den titel van erfvolging an hun opkomen, komen niet in de gemeenfchap. Zoo niettemin één der echtgenooten cenig onroerend goed verkregen heeft,‘het huwelijks- contract, wwaar bij de igemeenfchap bedongen is, en v66r de vols trekking. van, het huwelijk, zal-hèt onroerend goed, in dien tusfchentijd verkregen, in de gemcenfchap kamen, mits die. aanwinst niet gefchiéd Zij ten gevolge van éenig beding; bij het huwelijks-contract bepaalt, in velk geval men zich naar dié overeenkomst gedragen zal. j Pre irétri sn Ar. 1405. de, Giften van onroerende goederen, die gedurende het huwelijk alleen aan één der echtgenooten gedaan zijn, komen niet in de gemeenfchap, en behooren aan den donataiis alleen, ien zij die gifte uitdrukkelijk behelze, dat het gegevene aan de gemeenfchap behoort, 2e Art, 1406. tal Ni Ac 3 Liv. LI. Titi. Ve Chapo Ie Du réjime, Ge. Aït. 1406. L'immeuble abandonné ou cédé par père, mère ou autre ascendant, à l’un des deux époux, soit pour le remplir de ce qu’il lui doit, soit à la char- ge de payer les dettes du donateur à des étrangers, n'entre point en communauté; sauf récompense où indemnité.| | Art. 1407.: L’immeuble acquis. pendant Île mariage à titre d'échange contre l'immeuble appartenant à l'un des deux époux, n'entre point en communauté, et esc subrogé au lieu et place de celui qui a été aliéné; sauf la récompense s’il y a soulte.:| Art. 1408. L'acquisition faite pendant le mariage, à titre de licitaion ou autrement, de portion d’un immeuble dont l’un des époux était propriétaire par indivis, ne forme point un. conquét; sauf à indemniser la communauté de la somme qu’elle a fournie pour cette acquisition. Dans le ças où le mari deviendrait seul, ét en son nom personnel, acquéreur ou adjudicataire de portion ou de la totalité d’un immeuble appartenant par indivis à la femme, celle-ci, lors de[a disso- lution de la communauté, a le choix ou d’abandon- ner l'effet à la communauté, laquelle devient alors débitrice envers la femme de la portion appartenant: à celle-ci dans le prix, ou de retirer l'immeuble, en remboursant à la communauté le prix de l'ac- quisition.| LE Î Ï H4 fat on goede o finies ail à afro | den don? | cenenfelé fcling Éen 0 | Uk onde goed; 4 serre a de ph behoudens | gel Het gchtgenoc jet hu vekrege “dat san elle d aitgelch ln ge lit, 0 en, germeenfth de, V Keuze où ten, We het gedei om het gemeenfch aiterlchot Hu y, d(a Ke ; deu h oi, wi k Ut 1 ty SUUL k mp; Paru) Comm+; fui que nl, [HES A é mn in ul ut Û M À hp a 4 [7 [IL Boëk, V, Tit, SIT, Hoofäfls Van degemeen/chup. 699 : Art. 1406, Een onroerend goed, het welk door den vader, de moeder, Of eenen anderen blocdverwant in de opgaande linie, aan één der echtgenooten is overgelaten of afges fiaan, het zij om het gen hij aan denzelven verfchuldigd is aftedoen, het zii onder den last om de fchulden van den donareur aan derden te betalen, komt nièt in de gemeenfchap; behoudens de vergoeding of fchadeloos- ftelling. Art. 1407. Een onroerend goed, het. welk: gedurende‘het: huwe- lÿk,.onder den titel van ruiling...tegen een.onroerend goed, aan één der beide echtgenoten toebchoorende verkregen is, komt niet in dé gemeénfchap, en blüft in de plaats van het goed, het wélk vervreemd 485 behoudens de‘vergoeding, indien bij die ruiling uit dem gémeenen boedel iets is uitgekeerd. Xe< Art. 1408. ” Het aandeel in een onroerend goed, waar van één der. gchtgenooten onverdeelde mede-eigenaar was. gedurende het huwelijk, onder den titel van opveiling of anderzins verkregen zijnde, maakt geene aanwinst uit; behoudens “dat aan. de gemeenfchap vergoed moet worden de fom, welke dezelve voor de verkriging van dat aandeel hécift nitgefchoten., In geval de man alleen en op zün eigen naam vêr- krijgt, of aan hem: toegewezen wordt, een aandeel in een, Of het geheele onroerend.goed, in onverdeelde gemeenfchap aan‘zijne huisvrouw toebehoorende, hecft déze, wanneer de gemeenfchap ontbonden wordt ,' de keuze:om, of het goed aan de:gemeenfchap over te la- ten, welke als dan aan de vrouw verfchuldigd wordt het gedeelte, aan haar. in den pris toebehoorende, of ‘om het ouroerend goed terug te nemen, mits aan_de gemeenfchap betalende den piÿs, bij de vétkriging uitgefchoten. f Len.°Ù.346v6.29019207109 5 1 ns TE 20 Liv. II Ti, P Chap. Il. Dutéinie, cs ÿ IT, Du passif de la communauté, ct des actions* qui en résultent contre la communauté. Art. 1409. / «La communauté se compose passivement, 1°. De toutes les dettes mobilières donc les époux étaient grevés au jour de la célébration de leur ma- triage, ou dont se trouvent chargées. les successions qui leyr échoient durant le mariage, sauf la recom- pense pour celles relatives aux immeubles proptes à S Jj'un ou à l’autre des époux; 2°, Des dettes, tant en capitaux qu'arrérages ou intérêts, contractées par. le mari pendant la com- munanté, Ou. par la femme du consentement du ma ri, sauf la récompense dans les cas où elle. a lieu; _3°. Des arrérages et intérêts seulement des ren- tes ou dettes passives qui sont personnelles aux deux époux;| ee 4°. Des réparations‘usufructuaires des immeubles qui n’entrent point en communauté; ir 5°. Des alimens. des.époux, de l'éducation et en- tretien des enfans,.et de toute autre charge du.ma= riages D-êis SH Mal _ Art. 1410. . La communauté n’est tenue des dettes mobilières contractées avant le mariage par la femme, qu’au tant qu'elles résultent d’un acte authentique anté- rieur au mariage, ou ayant reçu avant la même époque une date certaine, soit par l'enregistrement,, soit Het pas 1°, M: | pehoorende het voltrel qaar mede te beurt ges reporting trekkelik 2 | bide de eu w, Int terftallen de de ga mg Van in de ge 3°, ln renten 0f ten perlo 4° hr: dd 15, t in de gene 5. W tot de of alle verden De gen den, oder door de x Yoort{pruit kt Hywel is L past, JTE bros at ri dite tant quote s cs dit nt pa minis ut de[tit Te LL, Boël, Ve Tite, Ils Hoofilfis Van de gémeenfchaf. jo $. I. Pan het geen paslief tot de gémeenfchap behoort, en van de actièn, die daûr uit tegen de ge- meenfchap voorifpruiten, : Art. 1409, Het pasfive der gemeenfchap beftaat, 1°. In alle de fchulden, ondét de roerende goederert behoorende, waar mede de echtgenooten, ten tiÿde van het voltrekken van hun huwelÿk, beézwaard warett, of waar mede de nalatenfchappen, aan hun flaande huwelÿk te beurt gevallen; zich belast bevonden, béhoudens de vergoeding ten aanzien van die fchulden, welke be- trekkelijk zijn tot de onroerende goederen, aan één van beide de echtgenooten in eigendom toebehoorende; 2°. In de fchulden, zoo in hoofdfommen, al$ in ath- terftallen of interesfen beftaande, door den man ftaan- de de gemeenfchap, of door de vrouw met toeftem- ming van den man gemaakt, behoudens de vergoeding in de gevallen, waar in dezelve plaats heeft; 3°. In de achterftallen en interesfen, alleenlÿk van renten of pasfivé fchulden, die aan de beide echtgenoo- ten perfoonlÿk eigen zijn;| 4°. In reparatiën, die een vruchtsebruiker verfchul- digd is, ter aanzien van onroerende goederen, welke in de gemeenfchap niet komen; s°. In het onderhoud der echtgenooten, de koster tot de opvoeding en het onderhoud der kinderen, en alle verdere lasten van-het huwelïk. Art. 1410. \ De gemeenfchap is niet aanfprakelÿk voor de fchuk den, onder roerend goed behoorende, voor het huwelÿk door de vrouw gemaakt, dan voor zoo verre dezelve voortfpruiten uit eene authentieke acte, die ouder is dan het huwelik, of die voor dien 1ijd ecne zekere dagteeke- de ring +0? os Liv. DL. Ti, Ve Chèp, Î1. Du rééils, Dé Soit par le décès d’un ou de plusieurs signataitéé dudit acte. Un Le créancier de la femme, en vertu d'un acte p’ayant pas de date certaine avant.le-mariage; ne peut en poursuivre contre elle le paieiñent que suf la nue propriété de ses immeubles personnels: Le mari qui prétendrait avoir payé pour sa fem: me une dette de cette nature, n’en peut, demander A 4. la récompense ni à sa femmie ni à$es héritiers.| Âft. 1411: Les dettes des successions purement mobilières qui sont échues aux époux pendant Île mariage; sont pour le cout à la charge de la commuñautés Aït: 1419: -'Les dettes d’une succession purement immobiliè- ré qui échoit à l’un des époux pendant le mariage} ne sont point à la charge de li communauté; éauf le droit qu'ont les créanciers dé poursuivre leur paiement sur les immeubles de ladite succession: Néanmoins, si la succession est échue au mari; les créanciers de la succession peuvent poursuivie leur paiement, soit sur tous les biens propres au mari, soit même sur ceux de la communauté: sauf, dans ce second cas; la récompense due à là femme ou à ses héritiers. Art. 1419: Si la succession purement immobilière est échte X'la femme et que celle-ci lait acceptée du con- sentement de son mari, les créanciers de la succes, sion peuvent poursuivre leur paiement suf tous les viens personnels de la femme: mais si la succession n’a, été acceptée par’ la fémime‘ que comme autor | li sée init ging. bé doo! jet gere ac lle{û ETHUP die pelomen mn, qren,| De me voor Zi] je vergo erfgenan De ft! goederen gooten 2% ten AE De fe rende fixande de EU ei chers Onroen Niet beurt£ {chap à dé den: de goede geval de namen V Indien flande, 2e a knnen« ing wer perfoon! VEOUW à pis a va Ÿ dy pe uen de Fa III Büëk., F. Tit., LU, Hoofdf. Van degemeenfchap. 20% ning bekomen heeft, het zij door registratie, het zïj door het overlijden van, één of meer der genen, die de- gelve acte geteekend hebben. De fchuldeifcher van de v'ouw kan, uit krachte eener acte, die voor het huwelijk geene zekere dagteekening bekomen heeft, geene betaling in regten van haar vorde- ren, dan op den blooten eigendom der onroerende goe- deren, haar perfoonlijk toebehoorende. De man, die beweren mogt eene fchuld van dien aard voor zijne vrouw betaald te hebben, kan deswegen gee- ne vergoeding, noch van Zijne vrouw, noch van hare. erfgenamen vorderen.| Art. 1411. De fchulden van nalatenfchappen, enkel onder roerende goederen behoorende, die ftaande huwelijk aan de echtge- nooten Zijn te beurt gevallen, komen voor het geheel ten laste van de gemeenfchap. ‘Art. 1412. + De fchulden van eene nalatenfchap, enkel uit onroe: rende goederen beftaande, die aan een der echtgenooten faande huwelik te beurt valt, komen niet ten laste van de gemeenfchap; behoudens het regt, het welk de fchuld- eichiers hebben, om hunne betaling te vervolgen op de onroerende goederen van gemelde nalatenfchap.% Niettemin, indien de nalatenfchap aan den man is te beurt gevallen, kunnen de fchuldeifchers der nalaten- fchap hunne betaling vervolgen, het zij op de goederen, dié den man in eigendom toebehooren, het zij ook op de goederen der gemeenfchap; behoudens in dit tweede geval de vergoeding, aan de viouw of aan hare erfge- namen verlchuldigd. Art. 1419. Indien de nalatenfchap, enkel uit onroerend goed be- ftaande, aan de vrouw is te beurt gevallen, en zi de- zelve aanvaard hecft met toeftemiming van haren man, künnen de fchuldeifchers der nalatenfchap hunue voldoe- ‘ ning'vervolgen op alle de goederen, die aan de vrouw perfoonlijk tocbehooren: maar indien de erfenis door de vrouw aanvaard is uit krachte: van ecne regterliike auto« rilfe ox Liÿ. 12 Ti PV. Chaÿ. Il. Du réciie,&é: sée en justice au refus du mari, les créanciers, rt cas d'insuffisance des immeubles de la succession: ne peuvent se pourvoir que sür la nue propriété des autres biens personnels dé la femme,* Ait. 1414. Lorsque la succession échue à l’un des époux.est en partie mobilière et en partie immobilière, les dettes dont elle est grevée ne sont à la charge de la communauté que jusqu'à concurrence de la por- tion contributoire du. mobilier dans les dettes, eu égard à la valeur de ce mobilier comparée à celle des immeubles.; een Cetté portion contributoire se règle d’après l’in- ventaire auquel le mari doit faire procéder, soit de son chef, si la succession le concerne personnelle. ment, soit comme dirigeant et autorisant les actions de sa femme, s'il s’agit d’une succession à élle échue.:| Art. 1418, À défaut d'inventaire, et daris tous les as où ce défaut préjudicie à la femme, elle” ou ses héritiers peuvent, lots de la dissolution de la commünauté, poursuivre les récompenses de droit, et même faire preuve tant par titres et papiers domestiques que par témoins, et au besoin par la commune renom- mée, de la consistance et valeur du mobilier non inventorié.; Le mari n’est jamais recevable à faire cette preuve.: Aft. 1416. Les dispositions de l’article 1414 ne font point obstacle à ce que les créanciers d’une succession en partie mobilière et en partie immobilière pour- suivent léur paiement sur les biens dela commu NAULÉ 9 ® Bu riftie» Jeend, À pedérel qerrorde goeterél Ware te beurt uit onro mede die t der het wek | fai mA vergeliin Lit aan den dus ken de hoofde, tt 2 tin 2) is te be “jo in tel of hare Van 1e gich dot beigen dés noût ten,\ flan hec . De m bedienen ; D fe fchuldeif de, deels tervoleer [ De 1f1: Bock, Pi Tit., Us Hoofdf. Van de gemeenfchap. 104 rifatie, aan haar. uit hoofde van des mans weigering ver- Jleend, kunnen dé fchuldeifchers, in geväl de Onroerende goedereti der nalatenfchap orvoldoende zïÿn, Hhun regt vervorderen alleen op den blooten eigendom der overige goederen, aan de vrouw-perfoonliÿk toebchoorende: Art. 14144 Warinéer de nalatenfchap 4 aan een der echtgenooter te beurt gevallen, gedeeltelijk uit rocrend, gedeclteiÿk uit onroerend goed beftaat, komen de fchulden, waar mede die nalatenfchap bezwaard is; niet verder tén las- te der gemcenfchap, dan ten béloope van het aandeel, het welk het roerend goed in de fchulden dragen moct; fiaaf mate Van de waarde van dât roérenid goed; in vergeliking van de waarde der. onroerende gocderen. Lit aandeel, het welk het rocrend goed in de.fthul- den dragen moet, regelt zich,. naar den inventaris, els keu de man moet doen opmaken, het Zi uit eigen hoofde, indien de nalatenfchap hem perfoonlhijk bétreft; Het zij als beflurende eh autoriferende de regten en ace tién züÿner huisvrouw, indien de nalatenfchap aan Haät is te beurt gevallen. ÂÀît. 1416: Bi ontbreken van eenen inventaris, en in alle gevallen 4 in welken dit ontbreken de vrouw benadcelt, mag Zi] of hare erfgenamen, bÿ de ontbinding der gemeeñfchap, van restswegen op vergoedingen aanfpraak maken, en zich tot bewijs bediéhen,-Zoo wel van bewijzen, ex huisfelijke papieren, als van getuigen, en des nocds Var hét älgeméen gerucht, oi aän té(00 men,{aarim het niet geinventarifeerd roerend goed bés ftaan heeft, en deszelfs waarde. ré 5 De. man is nooit bevoegd, om zich van dit bewis te bedienen: Aït, 1416, . Dé bepalingen van-Art. 1414 beletten niet, dat dé fchuldeifchers eener nalatenfchap, welke decls in rocrens de, deels in onroerende gocderen beftaars hunne beialing -Gervolgen op de goederen der-gemeenfchap,; het zi. dé êr< L DEEL, y FT 3 he 2<6. Liv. II. Ti, F, Chap. IE. Du régime, Oc. nauté, soit que la succession soit échue au mari, soit. qu’elle soir. échue à la femme lorsque celle-ci l’a acceptée du consentement de son mari; le tout sauf les récompenses respectives. Il en est de même si la succession n’a été ac- ceptée par la femme que comme autorisée en justi- ce, et que néanmoins le mobilier en ait été con fondu dans celui de la communauté sans un inven« taire préalable. | Aït. 1417. Si la succession n’a été acceptée par la femme que comme autorisée en justice au refus du mari, et s’il y a eu inventaire, les créanciers ne peuvenc poursuivre leur paiement que sur les biens tant mobiliers qu’immobiliers de ladite succession, et, en cas d'insuffisance, sur la nue propriété des au- tres biens personnels de la femme. Aït. 1418. Les règles établies par les articles 1411 et suis vans regissenc les dettes dépendantes d’une donation, comme celles résulant d’une succession.| Art. 1419. Les créanciers peuvent poursuivre. le paiement des dettes que la femme a‘contractées avec le con- sentement du mari, tant sur tous les biens de la communauté, que sur ceux du mari ou de la fem- me; sauf la récompense due à la communauté, où l’indemnité due au mari Art. 1490. Toute dette qui n’est contractée par la femme qu'en vertu de la procuration générale ou sr u gl, Be erfenis 4 EU LE qua DA qrgoedl end. Het? doo de fatie, 1 vermieng gooraf€ Indien guvaard aan Dear en indief fete roerende {hp, ten el gun de De zin€ eee gi komen, D f welke d het, 1 chap, behoude fhdeye Alle{ Van een gemaakt 3* i Tu, À prie ut es DE LUI, Bock, Di Tite s LL bof Van dégemeenfchap, 07 érfénis aan de: man is te beurt gevallen, het. zij aan de vrouw, wanneei: dezé de nalatenfchap met toeftemming van haren man!aanvaard heeft,. alles, onverminderd de vergoedingen, in het eene en andere geval plaats heb+ bende.=, Het zelfde hecft ook plaats, indien de nalatenfchap door de vrouw, üit krachte van éene regterlijke autori- fatie, aanvaard is, en dat niettemin het roerend goed vermengd äs met dat van de gemeenféhap,‘zofider daë vooraf een inventaris is, gemaakt geworden.. 2 Art, IA Indien de nalatenfchap door, de vrouw niet anders ganvaard is, dan uit krachte éener regterlijke autorifatie. aan haar üit:hoofde van des mans: weigering, verleeñd s en indien er een inventaris gemaakt is, kunnen de fchuldeifchers hunne betaling vérvolgen, alleen op de joerende en onroerende goederen der gemelde nalaten: fchap, en dezelve niet voldoende zijnde, op den bloo= ten eigendom der verdere gocderen, welke perfoonlik aan de vrouw tocbehooren.| Art, 1418. © De regels, bij Artikel 1411 en volgende vastgefteld, zÿn even Zeer betrekkelijk‘tot de fchulden, welke-‘uit eene gifte fpruiten, als die uit eene nalaténfchap, VOort- komen. Tocte te Arts 1419: De fchuldeifchers kunnen de betaling der fchuldent, welke de vrouw met toeflemming van den man gemaakt heeft, vervolsen, zoo wel op.de goederen van de gemeen-. fchap, als op die van den man of. van de vrouw; behoudens de vergoeding aan de gemeenfchap, of de fchadevergoeding, aan den man veérfchuldisd. Aït, 1420, Alle fchulden,.die door de vrouw. alleen, uit hoofds van eene algemeene of bijzondere volmagt van den mans gemaakt zijn, komen ten liste van dé“gemeenfchap, ef Yya kaa œ'T 1] 8 w nés go8 Liv. II. Tit. V. Chap. Il. Du-régime,&c. du mari, est à la charge de la communauté; et le créancier n’en peut poursuivre le paiement ni contre la femmie ni sur ses biens personnels. SÉCTION.I. De l'administration de la communauté, et de Peffet des actes sé lun où de Pautre époux relativement à, la société conjugale. Aït 1421. Le mari administre seul les biens de la commu “hauté. «IL peut lés vendre, aliéner et hyÿpothéquer sags le concours de la femme. Art. 1435. - Il ne peut disposer entre- vifs à titre gratuit des immeubles de.la communauté, ni de l’universalité ou d'une quotité, du, mobilier, si ce nest pour J’ésablissement des enfans communs. Il. peur néaimoins disposer des. efféts mobiliers à titre gratuit et particulier, au profit de toutes per- sonnes, pourvu qu'ilrne s'en réserve pas l'usufruit. Ârt. 14923.+ La donation testamentaire faite par le mari fé peut excéder sa part dans la communauté, S’il a donné en cette forme un effet de la com- munauté, le donataire ne peut le réclamer en natu- re, qu'aucant que l'effet, par l'événement du parta- ge, tombe au lot des héritiers du mari: si l'effet ne tombe point aë lot de ces héritiers, le légataire a la récompense de la valeur totale de l'effet don- } nés qe uk jan de de vou gl GT Vin der h {él| De ma féha, di\an den, 201 Hi ke piet belc fhap, 1 decle(( an gene Ko Hÿ k gonder, deren ti as A pute De gif din aand ndien Chap ar give: ni soul,| fcheiden indien à valt, be deck vw NMRA, h} aurihy 6 com La 0 ty gli bas 1(0 ANT À fa N a él çf.fS VA D' iù k .deren titel, LIL. Bock, V Tit., Il: Hoofdf. Vandegemeenfchap. 709 kan de fchuldeifcher tot de betaling daar van, noch de vrouw, noch de aan haar perfoonliÿjk toebehoorende ? goederen, aanfpreken. TWEEDE AFDEELING.. Van de beheering der gemcenfchap, en de kracht der. handelingen, door een der beide echigenoo- ten met betrekking tot de huwelijks-gemeen- [chap aangegaan. Arte T421e Dé man beftuurt alleen de goederen van de gemeen- fchap, Hij kan dezelve verkoopen» vervreemden eh verpañ- den, zonder tusfchenkomst van de vrouw. Art. 14294 _ Hi kan onder de jevenden, bü wese van fchenking, niet befchikken over de“onroérénde goederen der gemeen-- fchap, noch o er het geheel, of over éen bepaald ge- deelte(quotité): der roerende goederen, dan alléen om aan de kinderen, uit hun beider huwelik geiproten, eene kostwinning te bezorgen. Hïÿj kan echter over eder ftuk roerend goed in het bij zonder, bij wege van fchenking, en onder eenen byzon- teñ voordeele van een ieder befchikken,: mits hij zich het vruchtgebruik daar aan niet voorbe-= houde, soi Art. 1423. De gifte bij uiterften wil, door den man gedaan, kan zijn aandeel in de gemeenfchap niet te boven gaan. indien hi op deze wize eenig goed uit de gemeen- fchap aan iemand heeft gefchonken, kan de donataris het zelve- niet in natura vorderen, dan voor zoo verre dat goed, bij eene te doene verdeeling, onder het toege- fheiden aandeel der erfsenamen van den man valt: indien dat goed,in het aandeel van die erfgenamen niet valt, bekomt de legataris eene vergoeding vOOr de ge- hsele waarde der gefchonkene zaak, uit het aandeel der Yy3 erf- gro Liv. III. Tit. VW. Chap. IT, Du régime,&e, né, sur la part des héritiers du mari.dans la Cotñ- munauté et sur les biens personnels de ce dernier. Art. 1424. Les amendes encourües par le mari pour crime n’emportant pas mort civile. peuvent se poursuivre sur les biens de la communauté, sauf la récompen- se due à la femme; celles encourues par la femme ne peuvent s’exécuter que sur la nue propriété de ses biens personnels, tant que dure la communauté, Art. 1495. Les condamnations“prononcées contre l’un des deux époux pour crime emportant mort civile, ne frappent que sa part de la communauté et ses biens personnels, Art. 1426. Les actes faits par la femme sans le consente. ment du mari, et même avec l'autorisation de la justice, n'engagent point les biens de la communau- té, si ce n’est lorsqu'elle contracte comme mar- _Chande publique et pour le fait de son commerce, Art, 14927. La femme ne peut s’obliger ni engager les biens © 5. de la communauté, même pour tirer sôn mari de prison, ou pour l'établissement de ses enfans en cas d'absence du mari, qu'après y avoir été auto risée par justice, Art. 1498.| Le mari a l'administration de tous les biens per- sonnels de la femme, Il peut exercer seul toutes les actions mobilières €£ possessoires qui appartiennent à la femme. Li pe eg era rl pe gl misdaad kunne fch:p, {chuldigt vrouw\ den blo Ji t0tb Regter ten ultgel tien do del val goederen jegd we D! van de dire nt, À koopvr De vro Gten y TE MAN zenheid ing te den regt De m VrOUW p Ej k bezitregt Vervolge tt té EU Sal Le 0 à ps te Lt, nt Es QUE race Je sn ue j gb rs TL VS LU ZII. Boeck, P. Tit.,. Hoofafr. Van degemeenfchap. 733 erfgenamen van den man in de gemeenfchap, en uit de goederen, aan den laatstgemelden perfoonlik tocbehoo- rende.‘ ATt. 1424. De geldboeten, door den man verbeurd wegens eene misdaad, die den burgerlijken dood niet te wecg brengt, kunnen verhaald worden op de goederen der gemeen« fchap, behoudens de vergoeding, aan de vr'ouw ver= fchuldigd; geldbocten, in voegen voorfchreven door de vrouw verbeurd, kunnen alleenlijk verhaald worden aan den blooten eigendom der goederen, aan haar perfoons lijk toebehoorende, zoo lang de gemeenfchap duurt. Art, 1425. Regterlijke vonnisfen, tegen een der beide echtgenoo- ten uitgefprokén wegens eene misdaad, die den burger- liken dood te weeg brengt, kunnen alleen op het aan- deel van dien echtgenoot in de gemeenfchap, en op de goederen aan denzelven toebehoorende, ter exécutie ge- legd worden.| Art. 1426. De handelingen, door de vrouw zonder toeftemming van deri man vetrigt, al is het zelfs Op autorifatie van den regter, verbinden de goëderen van de gemeenfchap niet, ten Ware zij Zich verbonden heefr als openbare koopvrouw, en ter zake van haren koophandel. Aït. 1497. De vrouw kan zich niet verbinden, noch ook de goes deren van de gemeenfchap verpañden, Zzelfs niet om ha- ren man uit de gevangenis te verlosfen, of om bij afwe- zendheid van den man aan hare kinderen eene kostwin- ning te bezorgen, dan na dat zij alvorens daar toe door den regter is geautorifeerd. Aït. 1428. De man heeft‘de behcering van alle goederen, aan de vrouw perfoonlÿk toebehoorende. Hi kan alleen, alle actièn, tot roerende goederen, Of bezitregt betrekkelijk, en aan de vrouw_toebehoorende» vérvolgelle — Yy 4 Hi Tr * g.# pre“Liv. LIL Ti. V. Chap. IE. Di règime,&e. 11 ne peut aliéner les immeubles personnels de sa femme sans son consentement. à Il est responsable. de tout dépérissement des biens personnels de sa, femme, causé par défaut d'actes conservatoires. Aït. 1429. Les baux que le mari seul a faits des biens de sa femme pour un temps qui excède neuf ans, ne sont, en cas de dissoluron de le‘communauté obligatoires vis-à-vis de la femme ou de ses hért. tiers que pour le temps qui reste à courir soit de la première période de neuf ans, si les parties s’y trouvent encore, soit de la seconde, et: ainsi de suite, de manière que le fermier n'ait que le droit d'achever Îa jouissance de la période de neuf ans où il se trouve.: mon Art. 1490. Les baux de neuf ans ou au-dessous. que le mari seul a passés ou renouvelés, des biens de sa fem me, plus de trois ans avant lexpiration du bail courant sil s'agit de biens ruraux, et plus de deux ans avant la même époque s’il s’agit de maisons, sont sans effet, à moins que leur exécution n'ait commencé avant la dissolution de la communauté. Atr. 1431. La femme qui s’oblige solidairement avec son mari pour les. affaires de la communauté ou du mari, n'est réputée, à l'égard de celui-ci, s'être obli. g£e que comme caution; elle doit être indemnisée ge l'obligation qu’elle a contracrée,:. S % 4 Art. 1492. Le mari qui garantit solidairement ou autrement # vente que sa femme a faite d’un immeuble per- . SON Jl put pi M oo! qerreent Hi S gode(IP) oorzaikt penarins De ul deren Val ren ge ponden game 1 Joope à annéer} het treede hi het gent qegen ÎU De hi de tan gordetet de 100p deren 1 voor h buizen- pntbinal Mk v bindt, uellende. flechts loos gel heelt aan em Wie,+ VrOLy y: & me j 8 Kh te: CORNE EXP A (,(EL HE Sr ei s| en chum 4 ï men qu à 8 , 1 à 4 l-(l, Le bd TT JII. Bock, V. Tit., IL. Hoofdf, Vandegemeenfchap. 713 Hij kan de onroerende goederen, aan zijne vrouw per oonliÿk tocbehoorende, zonder hare toeftemming niet vervrecmden, Hi is verantwoordelÿk voor alle vermindering der gocderen, aan de vrouw perfoonlik toebehoorende, ver- oorzaakt door het niet behoorlÿk zorgen voor derzelver bewaring en onderhoud. Art. 1429. De huurcedullen, welke de man alleen nopens de goe- deren van zijne vrouw voor langeren tijd dan negen ja- ren gemaakt heeft, zijn, wanneer de gemeenfchap ont- bonden wordt, ten aanzien van de vrouw of hare erfge- namen niet verder verbindende voor den tÿd, die nog te loopen is, het ziÿ van het eerfte tijdvak van negen jaren; wanneer partijen zich daar in nog bevinden, het zij van het tweede tijdvak, en zoo vervolgens, in dier voegen, dat de huurder alleenlijk het regt heeft, om genot van het gehuurde te hebben tot het einde van het tijdvak van negen jaren, het welk loopt. Aït. 1430: De huurcedullen van negen of minder jaren, welke de man alleen heeft aangegaan of vernieuwd, nopens de soederen van zÿne vrouw, meer dan drie jaren voor dat de loopende huur geëindigd is, voor zoo verre die goe- deren in landerjen beftaan, en meer dan twee jaren voor het zelve tidftip, voor zoo verre die goederen in huizen- beftaan, zijn krachteloos, ten ware zij voor de ontbinding der gemeenfchap waren ingegaane Art. 1431: De vrouw, welke zich met haren wan folidair ver- bindt, voor Zzaken de gemceenfchap of haren man be- treffende, wordt geacht zich ten opzigte van denzelven ‘flechts als borg verbonden te hebben; zij moet fchade- loos gefteld worden voor de verbindtenis, welke Zi heeft aangegaan, \ Art, 1439 De man, welke, het ziÿ folidair, of op eene andere wize, vriwaring belooft voor den verkoop, door zine vrouw va een aan haar perfoonlik toebehoorend onroerend Yy5. goed MTL./+ FR Nr nd$.: gra Liv. IL Tit. V. Chap. IT. Du régime,&e. ‘ sonnel, 2 pareillement un recours contre elle, soit sur sa part dans la communauté, soit sur ses biens personnels, s’il est inquiété. Ârt. 1433. S'il est vendu un immeuble appartenant à l’un des époux, de même que si l'on s’est rédimé en argent de services fonciers dus à des héritages pro- pres à l’un d'eux, et que le prix en ait été versé dans la communauté, le tout sans remploi, il y a lieu au prélèvement de ce prix sur la communau- té, au profit de l’époux qui était propriétaire, soit de l’immeuble vendu, soit des services rachetés, Art. 1434. Le remploi est censé fait à l'égard du mari, tou- tes les fois que, lors d’une acquisition, il a décla- ré qu’elle était faite des deniers provenus de l’alié- nation de l'immeuble qui lui était personnel, et pour lui venir lieu de remploi.; Art 5435.| La déclaration du mari que l’acquisition est faite des deniers provenus de l'immeuble vendu par la femme et pour lui servir de remploi, ne sufit point, si ce remploi n’a été formellement accepté par la femme: si elle ne l’a pas accepté, elle a simplement droit, lors‘de la dissolution de la com- munauté, à la récompense du prix de son immeu- ble vendu. Art, 1436. La récompense du prix de l'immeuble apparte- nant au mari ne s'exerce que sur la masse de la communautés celle du prix de l'immeuble apparte- nant à la femme s'exerce sur les biens personnels eu mari, en cas d'insuffisance des biens de la com- | à mu ak got gel op bail: pur pl gate Van Indien tocbeh00 grondus gchigen0 kocht,€ js ingék moet het den, fl vas, Del van de al Ten à der bele œenig go voor ge goed, en ON 1 Die: © kregen uit den en OM voldoende drukkel) aangeno ontbindi pis va D v soul, 4 de mask pris va toebehor tu, 01 NS TT it LE LTE au re| tu himes pr trs . M à] Ü CUTE su, LE s pra ft” li eu fl! rue" nt ZI. Boek, V. Tit., Il. Hoofdf. Van.de gemeenfthep. 715 goed gedaan, heeft insgelijks op. haar zijn verhaal, het zïj op haar aandcel in de geméenfchap, het zÿ op de aam haar perfoonliÿk toebehoorende goedéren, indien hij ter zake van dien verkoop door iemand ontrust wordt. Arts 1433 Indien een onroerend goed, aan één der echtgenooten tocbehoorende, verkocht is, gelijk ook wanñeer men grondlasten, verfchuldigd aan erven, welke aan één der echtgenooten eigen waren, voor géreed geld heeft afge- kocht, en de prijs of waatde daar van in de gemeenfchap is ingekomen, zonder dat dit geld wederom belegd is, moet hetzelve vooraf uit de gemeenfchap genomen wor- den, ten voordeele van den echtgenoot, die eigenaar was, het zij van het verkochte onroerend goed, het zij van de afgekochte grondlasten. Art. 1494. Ten aanzien van den man, wordt dat geld geacht we- der belesd te zijn, wanneer hi bi het verkriigen, van éenig goed verklaard hèeit, dat het zélve verkregen was voor gelden, van de vervreemding van: het onroerend goed, hem perfoonlijk toebehoord hebbende, afgekomen,, en om alzoo tot die weder-belegging te dienen. Aït. 1435. Die verklaring van den man, dat Zoodarig goed ver- kregen is uit penningen, welke waren_voortgefproten uit den verkoop van een onroerénd goed van de vrouw, en om haar tot die weder-belegging te dienen, is niet voldoende, ten ware de vrouw die weder-belegging uit- drukkelijk heeft aangenomen; indien zij dezelve niet aangenomen héeft, heëéft zij eenvoudig het regt, om bij ontbinding der gemeenfchap, vergoeding van den koop- pris van haar verkocht onroerend goed te vorderen. Art. 1436. De vergoeding van den koopprijs van een vervreemd goed, aan den man toebehoorende, gefchiedt alleen uit de masfa der gemeenfchap; de vergocding van!den koop- pris van een onroerend goed, hetwelk aan de vrouw ioebehoorde, gefchiedt uit de goederen, aan den man per- MTL] 7 y16 Liv. III. Tit, V. Chap. II. Du régime, Ge. munauté. Dans tous les cas, la récompense n’a lieu que sur le pied de la vente, quelque allégation qui soit faite touchant la valeur de l’inimeuble aliéné,‘ Art 1497. Toutes les fois qu'il est pris sur la communauté une somme soit pour acquitter les dettes ou char- ges personnelles à l’un des époux, telles. que le prix ou partie du prix d’un immeuble à lui propre ou le rachat de services fonciers, soit pour le res couvrement, la conservation ou l’amélioration dé ses biens personnels, et généralement toutes les fois que l’un des deux époux a tiré un profit persons nel des biens de la communauté, il en doit la rés compense, Art. 1498. Si le père et la mère ont doté conjointemene lPenfant commun, sans exprimer la portion pour laquelle ils entendaient y contribuer, ils sont cen- sés avoir doté chacun pour moitié, soit que la dot ait été fournie ou promise en effets de la communauté, soit qu'elle l’ait été en biens personnels à l’un des deux époux. Au second cas, l’époux dont l'immeuble ou l’ef- fet personnel a été constitué en dot, a, sur les biens de l’autre, une action en indemnité pour la moitié de ladite dot, eu égard à la valeur de l’ef- fet donné, au temps de la donation,|| Art. 1439. La dot constituée par le mari seul à l’enfane commun, en effets de la communauté, est à la charge de la communauté; et dans le cas où la communauté est acceptée par Îa femme, celle-ci doit supporter la moitié de la dot, à moins que le Jl oct, à perfoonli amer alle ss gene L yreemde OT 70 dk gélden Se! #4 fhulden€ doen, als fooppris ejyendotn gronelasté te bekome gemeen. 2 perfoonlik gerroïken Indien. uit hun hébben, 4 gi dan jeder VO0 ben, het oederefi goederen ooten t In het toerend 01 ten huwel deren echt de helft 1 dinde de 1 gite had, Het hu End, door goederen Liste vin door& Hub ie 1, 1 RL joÏé, mG4 e ae) een Ÿ 4 1 } é t 6e 1e Botk; V Tite à I. Hoofdfi, Van. degemeen/chap.»17 perfoonlijk toebehoorende, indien. de--goederen van de gemeenfchap, daar toe niet togreikénde zÿn. lh allen ge- Yalle héele die vergoëding plaats op den voet van den gedanen verkoop, zonder dat in aanmeïking kan Ko: men, het geen men- omtrent de waarde van’het ver vreemde onroerende goed zoude willen bibrengen, Aîts 14575 Fe Zoô dikwils uit de goederen van de gefncenfchap élden genomen zijn, het Zi om eenige perfoonlijke fchulden of lasten van een der‘ échtgenooten te vol- doen, als bij voorbeeld den geheclen of gedeeltelijken kooppriss van een onroerend goed, aan denzelven in: eigendom toebehoorende, of de afkoop van eenige grondlasten, het zij om zijne eigene gocderen te rug te bekomen, te behouden of re verbeteren, en in’t al- gemeen Zoo dikwijls een der beide‘echtgehooïtén eenig perfoonlijk voordeel uit de goederen) der gemecnfchap getrokken heeft, is de vérgoeding daar van verfchuldigds Arts 1438 . Indien de vader en moeder..te zamen aan een kind, uit hun huwélijk geboren, éen huwélijksgoed gegeven hebben, zonder uit te drukken het gedeelte, waar voor Zi daarin begeerden te dragèn, worden zij geoordeeld jeder voor de helft dat huwelijksgoed gegeven. te. hcb- ben, het zij het Zzelve.gegeven of beloofd is uit goedereti, tot de gemeenfchap behoorende, het zij uit goederen, welke petfoonlijk aan een der-beide echige- nooten toebehoorden. 043 In het tweede heeft de. echtgenoot, wiens, on roerend of ander goed, bem perloonlik toebchorende, ten huwelijk gegeven is, op dé goederen van den af= deren echtgenoot eene actie tôt fchadeloosftelling voor de.helft van dat huwelijkssoëd.in-aanmerking geénomén zijnde de waarde, welke het gegeven goed ten-tijde der gitte had. SAR de) 4 Sith Arts 1439 5 ñ Het huweliksgoed, door den man alleén aan eën kind, door hem’ aan zine vrouw verwekt, gegeven, fn goederen, die tot de gemeenfchap behootden ,- kom£ ten laste vain de gemeenfchap; en in geval de gemeenfchap door de viouw aangenomen is, moet deze re À et € er me I A8 Liv. UT. Tir. Ve Chap. I, Du régime; Be le mari n'ait déclaré expressément qu il s’en chars geait pour le tout, ou paye une portion pes forte que k moitié, Art. 1440. La garantie de la dot est due par toute personne qui. l’a constituée; et ses intérêts courent du jour du mariage, encore qu'il y ait terme pour le paic= ments s’il n'y a, sepalion contraire. SE CTI O NH De. là dissolution de la communauté, et de quelques-unes de ses suites. Art: 1441, La communauté$e dissout, 1°. par la mort na< turelle; 2°, par la mort civile; 3? par le divorce; 4%: para SépABEOR de SOPS; 5°. par la JPASUOR de biens. Art. 1440. Le défaut d'inventaire après la mort-naturelle où civile de l’un des époux, ne donne pas lieu à la continuation de la communauté; sauf les poursuites des parties intéressées, relativement à la consistance des biens et effets communs, dont la preuve pour- _ ra être faite: tant, par titre que par la commune re= nommée. S'il y a des enfans mineurs, le défaut d’inventai- re fait perdre en outre.à l'époux survivant la jouis- sance de leurs revenus; et lé subrogé tuteur qui ne Va: point obligé à fairé inventaire, est solidairement tenu avec lui de toutes les condamnations qui peu- vent être prononcées au profit des minçeuis, Are 1443, | pee jt Hu] a lard À gerer da De vi door ieder sen dad fhoon er ggendeel 1 Van De gen tuurliken door ech hd; 5°. Het 0 lken of geeft gen houdens maken,: let welk door een Indien le van lit genot dinde voc inventaris tot voldoe ra r .: 4 À L Ée FL # LIT. Bock, V. Tir., IL-Hoofdf. Van de gemeenfchap. F19 Me het huwelÿksgoed dragen, ten 2ÿ de man uitdrukkelijk Kk verklaard heeft, dat hij het.geheel of een gedeelte. meerder dan de helit bedragende, tèn Zijnen laste name. Aït, 1440. PE De vriwaring van het huwelijksgoed is verfhuldigd 1 Qu ty door ieder een, die het zelve beloofd heefts en de intes me resfen daar van loopen van den dag des huwelÿks,-of- re, fchoon er een tijd tot betaling bepaald. was. indien het tegendeel niet bedongen is. Il hat, DERDE AFDEELING. nu de Van de ontbinding der geméenfchap, en cenige Lu gevolgen van dezelye. ;| - Art. 1441, j'ghuns De gemeenfchap wordt ontbonden, 1°. door den na: gène tuurlijken dood; 2°. door den burgerlijken dood; 3°. à wyérit door echtfcheiding; 4°. door fcheiding van tafel en pt bed; 5°. door affcheiding van goederen. Art, 1440. Lis Het ontbreken van eenen inventaris, na den natuut- donne jà A: ÿken of burgerliÿken dood van één der echtgenooten, CE gecft gecnen grond tot voortduring der gemeénfchap; be- ail us houdens de actiën der belanghebbende partijen om uitté- ï"4 maken, waar in de gemeene goedéren: beftaan hébben, js Fa het welk, zoo door{chriftelÿken titel:of-befcheid, as ar h 0 door een algemeen gerucht, bewezen kan worden:| Indien er minderjarige kinderen zijn, doet het ontbre- 7 0 ken van ceenen inventaris den overgebleven echtgenoot gril het genot van derzelver inkomiten-verliezen; en:de toe- ” mt ziende voogd. die denzelven. niet genoodzaakt heeft eenert loge” inventaris te maken, is benevens hem folidair verbonden Lung tot. voldoening aan alle vonnisfen, die ten voordeele der mano À_minderjarigen zouden mogen worden uitgefproken, sh Art, 1443 ;; SP NiGe. er Œ'T I e r, Vs* È ATEN Ar et 4#"/ 4 60\ ge rza Liv. LU Tit, PF, Chap; IL Du réginits Pc : Aït. 1443: La séparation de biens ne peut être poufsuivié qu’en justice par la femme dont la dot est mise en péril, et lorsque le désordre des affaires du mari donne lieu de craindre que les biens de celui-ci ne soient point sufisans. pour remplir les droits et re* prises de la femme. , e Toute séparation volontaire est nulle. Atft, 1444. _ La séparation de biens, quoique prononcée en justice, est nulle si elle n’a point été exécutée par le paiement réel des droits er reprises de la fem- ;)+ da. 8 CES ee. é me, éffectué par acte authentique, jusqu'à concur- rence des biens du mari, où au moins par des poursuites commencées dans la quinzaine qui a suis vi le jugement, et noh interrompues depuis: tits. 1448 Toute séparation de biens doit, avant son exécu- tion, être rendue publique par lafiche sur un ta= bleau à ce destiné, dans la principale salle du tri- bunal de première instance; et de plus, si le mari st marchand, banquier où commerçant, dans celle ‘du tiibunal de commerce du lieu dé son domicile; et ce, à peine de nullité de l'exécution.| Le jugement qui prononce la séparation de biens, remonte, quant à ses effers, au jour de la de- mande,» dé US Art, 14401-; Les créanciers personnels de la femme ne peu- Vént, sans son consentement, demander la sépara- tion de biens.: Néanmoins, en tas de faillite où de déconfiture: du mari, ils peuvent exercer les droits de leur : dé ji hs l pe sé © get WOT qu gra ann$l 4 toerelke n hat 1 jt kan Ale voi De affc nnis to ilke beta at, ed oet gebt ke acte, (ten min is, dad “1, En ON À Ale affc ivoet geb hkking 0 al van d bn in dé 1, indien end per ù zal, Het vom #evezen ag, d D fétfoo kr lure 2 vragn, Nétenin feel en à Lost, IL, Boek, P Tit., LL Hoofof. Van de gemeenfchap. 5ax Art. 1443. De affcheiding van goederen kan alleenlik in revtex geëischt worden door de vrouw, wier huwelijksgoed in gevaat geraakt;-en Wanneer de wanôrde der Zaken van den man grond geeft om te vreezen, dat zijne goederen niet toereikende zijn ,. om aan de vrouw te voldoen het geen haar naar resten toekomt, en door haar terug ga< éischt kan worden. Alle vrijwillige affcheiding van goederen is nietig, ÂAïît, 1444 De affcheïding van gocderen, fchoon bi régterlijé vonnis toesewezen, is nietig, indien Zij niet tot da- delÿke betaling van het geen de vrouw naar regten toe- komt, en door haar te rug geëischt kan worden, ter uitvoer gebragt is, blijkens éene daar van zijnde authens tieke‘acte, ten beloope van de goederen van den man, of ten minften wanneer; binnen veertien dagen na het vonnis, daar toe geene geregtelijke vervolgingen begon- men, en onafgebroken voortgezet zijn, Art. 1445, Alle affcheiding van gocderen moëet, voor dat die té uitvoer gebragt wordt, worden bekend gemaakt, bij aan- plakking op een daar toe gelchikt bord, in de hoofd- zaal van de regtbank van de eerfte inftantie; en boven- dien in de hoofdzaïl van de regtbank van koophan- del, indien de man ééñ koopman ,: bankièr of handel= drijvend perfoon is, op firaffe dat de executie mietig “zijn zal. Het:vonnis, waat- bij de affcheiding der goedereñ toegewezen. is, heeft eene achteruitwerkende kracht van den dag, dat daar toe éisch gedaan is. Art. 1446. De pétfoonlike féhuldeifchers van de vrouw künriéfis #onder hare toeftemming, de fcheiding der goederen hiet vragen. Niettemin mogen zij, wanneer de mañ bankbreukig€ gehecl en al in verval van zaken geraakt is, de rester L DE&L, Z x. Van. 1 bd [72 702 Liv. IL, Tit. Ve Chap. IL. Du régime, Gr, débitrice jusqu’à concurrence du montant de leurs créances. Aït. LAPS, Ce Les créanciers dü marf peuvent se pourvoir con: tre la séparation de biens prononcée et même exé- _cutée en fraude de leurs droits;.ils peuvent) même intervenir dans l’instance sur la derande en sépara- tion pour la contester.| ‘ Art. 1448. ° La femme qui a obtenu la séparition de biens, + doit contribuer, proportionnellement à ses facultés . et à celles du mari, tant aux frais du ménage qu’à ceux d'éducation des enfans communs. Elle doit supporter entièrement ces frais, s’il ne reste rien au mari:| Art. 1449. ‘La femme séparée soit de corps et de biens, soit de biens seulement, en reprend la libre administra- tion. Elle peut disposer de son mobilier, et l’alié: ner. Elle ne peut aliéner ses immeubles sans le con- sentement du mari, ou sans être autorisée en justi- ce à son refus. Aït. 1450. Le mari n’est point garant du défaut d'emploi ou de remploi du prix de l’immeuble que la fem- me séparée a aliéné sous l’autorisation ce la justi- ce, à moins qu'il nait Concouru au contrat, ou qu'il ne soit prouvé que les deniers ont été reçus par lui, ou ont tourné à son profit. A JL, Jr, on unie jogen Du De fchul el de: pt van Ï wr gebra elmen€ Heding& De vrot sen heeft #1, EN€ mwen der ” bren, 400 Indien« den drag De vrot ÿ van iken, bel Li kan de vervre Zÿ ka onder t vert, Z Dé nan éCheiden Wp-prifs tnifatie en,! ‘à(nd| 0 bem Eh hébhe LA een} t Mia qi L RL(A D LE 1) coms REA nd he le pe ul hl un, AU nl os anne a LIL, Bock, Pa Tit., 2. Hoofdf. Vande gemeenfchap, 725 van hunne fchuldenaresfe, tot het beloop van het be- dragen hunner fchuldvorderingen, in regten vervolgen, Aït, 1447: De fchuldeifchers van den man kunnen zich verzetten tegen de affcheiding van goederen, welke tot benadce- lng van Hunne regten is toegewezen, en zelfs ter wit- voer gebragt; zelfs kunnen zÿj in de inftantie op den gedanen eisch tot affcheiding interveniëren, om die af- icheiding te betwisten, Aït. 1448. De vrouw, welke de affcheiding van goederen beko- men heeft, moet, naar evenredigheid van haar vermo- gen, en dat van haren man, dragen zoo wel in dé Kosten der huishôuding, als van de opvocding der kin- -éeren, door haren man aan hañr verwekt. Indien de man niets overhoudt, moet zij die kosten allcen dragen, Art. 1429,# De vrouw, welke van haren man gefcheiden is, het Zÿ van tafel, bed en goederen, het zÿj van goederen alleen, bekomt de vrije beheering daar van te rugi Zi kan over hare roerende goederen befchikken, en die vervreemden, a Zi kan hare Onroerende goederen niet vervieemden, Zonder toeftemming van den man, of indien hij zulks wéigert, zonder autorifatie vân den rester. Art. 1450, Dé man i$ tot geene vrijwaring gehouden, indien dè gefcheiden ziÿjnde vrouw nalatig is geweest, om den koop-prijs van éen onroerend goed, het welk Zÿ op autorifatie van den regter vervreemd heeft, weder té belegéen; ten wäre hij het contract imede heeft helpén tot ftand brengen, of bewezen is, dat de penningeï door hem ontvangen zijn, Of ten zijnen voordeele&e- ftrekt hebben, F2 Hÿ no4 Liv. TT. Tite V, Chap.‘IL, Du régime,&c. Il est garant du défaut d'emploi ou de remploi, si la vente à été faite en sa présence et de son ‘consentement: il ne l’est point de l'utilité de cet emploi. Art, 1451. La communauté dissoute par la séparation soit de corps et de biens, soit de biens seulement, peut être rétablie du consentement des deux parties. Elle ne peut l’être que par un acte passé devant notaires et avec minute, dont une expédition doit être affichée dans la forme de l’article 1445, En ce cas, la communauté rétablie reprend son effet du jour du mariage; les choses sont remises au même état que s'il n’y aveit point eu de sépa ration, sans préjudice néanmoins de l'exécution des actes qui, dans cet intervalle, ont pu être faits par la femme en conformité de l’art. 1449. Toute convention par laquelle les époux rétabli- raient leur communauté sous des conditions diffé- rentes de celles qui la réglaient antérieurement, est . hulle, | Aït, 14592. La dissolution de communauté opérée par le di- vorce ou par la séparation soit de corps et de biens, soit de biens seulement, ne donne pas ou- verture aux droits de survie de la femme; mais celle-ci conserve la faculté de les exercer lors de la mort naturelle ou civile de son mari. Î SE Ca fl et; Hi is! Mens j0p in ing geda fl, dit à De geme x, bed ei mo alen pide parti Zulks K #, VOOT der dez vorden à wald Is, Mn di, jracht VA ken her dng had ang van usfchenti ot Zn, Alle ow gmeentch dan Waat : De on door ie coedere trouw, à trvallen; lènen, 1 { nl TER 1777 À J ne f( fs ‘ l LA L. RAor Va til AU, Lie ke ls ET { 15,] des COM Et AN€ ! 1 | fun se ju III. Boeck; V. Tit., ÎI, Hoofdfi, Vin degemeenfchap.#23 Hij is tot vrijwaring wegens het verzuim van die belegsing of wederbelegging, gehouden, indien de ver-. koop in zijne tegenwoordigheid en met zijne toeftent+ ming gedaan is: hij is echter niet verpligt te vrijwas xen, dat die belegging ten nutte is gedaan, Art, T4SI. De gémeenfchap, die, het zij door fcheiding van ta- fel, bed en goederen, het zij door fcviding van goede- ren allen, ontbonden is, Kan. met toeltemming der beide partijen heriteld worden. Zulks kan niét anders gefchieden ,| dan door eene ac= te, voor no’arisfen gepasieerd, waar van dé minute onder dezelven berustende-blüfc, en een affchrift moet worden aangeplakt, Zoodanig als bij Art. 1445 be paald is. In dit geval herneemt de herftelde gemeenfchap hare kracht van den dag des huwelijks af; de zaken wor- den herfteld in denzelfden ftaat, als of er geene fchei- ding had plaats gehad, onverminderd nogtans de nako- ming van Zoodanige handelingen, als, gedurende dien tusfchentijd, door de vrouw zouden hebben mogen ver. rigt zijn, overeenkomftig Art. 1449. Alle overcenkomst, waar door de echtgenooten hunne gemeenfchap zouden herftellen op andere voorwaarden, dan waar Op zij bevorens plaats had, is nietig, / Aït, 1452. De. ontbinding der gemeenfchap, door echtfcheiding of door fcheiding van tafel, bed en goederen, of van de goederen. alleen,. veroorzaakt., doet de resten van de vrouw, die zÿ bij overleving zoude geha1d hebben, niet vervallens maar Zi behoudt de magt om dezelve uit te @cfenen, wanneer de man natuurlik of burgerlÿk dood is. Zz 3 VLER« 736 Liv. IE Tir. PV. Chap. IH. Du régime, Se. Pie de IF. De acceptation de la communauté, et de la renonciation-qui peut y étre faite, ayec les conditions qui y sont relatives. Aït. 1453. Après la dissolution de la communauté, la fem. me ou ses héritiers et ayant-cause ont la faculté de l'accepter‘ou d’y renoncer: toute convention con- taire est nulle. Art. 1454. La femme qui s’est immiscée dans les biens de ki communauté, ne peut y renoncer. Les actes purement administratifs ou_Conservatoi- res n“emportent PoÏRE immixtion, : Art. 1455. La femme majeure qui a pris dius un acte la qualité de commune, ne peut plus y renoncef ni se faire restituer contre cette qualité, quand même - elle laurait prise avant d’avoir fait inventaire, s’il n'y a eu dol de la part des héritiers du mari. Art. 1456. La femme survivanté qui veut conserver la facul- té de renoncer à la communauté, doit, dans les trois mois du jour du décès du mari, faire faire un inventaire fidèle et exact de tous les biens de la communauté, contradictoirement avec les héritiers du mari, ou eux dûment appelés. Cet J Mb| Jen het fond,| Jens l M de 0! f'hare eh hors le overeel De vrou chap gen Daden, gen betr Qor s hebben, De vrol üch het EE k gen het: terfellen dr het ide der€ had. De vrou hk beho ba, moe ms over) mtris do “lp, gz dezelven da Vi où ns, | F Cor y HINDIRI SES ALU MNT f| A pe qu Sue AU. Boëk, VF. Tir., El, Hoofëfi. Van deSemeenfchap. 727 VIERDE AFDEELINC. Van het aannemen der gemeenfchap, en den af- fiand, die daar van gedaan kan worden, bene- vens de voorwaarden, daar toe beërekkeli] ke Aït. 1453 . Na de ontbinding der gemeenfchap, hebben de vrouw, of hare erfoenamen en regtverkrijgenden, de magt om de gemeenfchap aantenemen, of daar van afftand te doen:: alle overeenkomst, daar tegen ftrijdende, is nietig.: Art. 1454. De vrouw, welke zich in de gocderen der gemeeñ« fchap gemengd heeft, kan daar van geéenen afftand:doen. Daden, die alleen de beheering of het behoud der goe- deren betreffen, hebben niet ten gevolge, dat men daar door geoordeeld wordt zich in de-gemecnfchap gemengd te hebben,. ee Art. TAGS. De vrouw, welke, iméerderjarig zinde, bij eene acte zich hceft voorgedaan, als in gemeenfchap getrouwd zinde, kan daar van geenen afftand doen, noch zich te- gen het aannemen van die qualitéit in haar gehcel doen herftellen, al had zi zelfs die qualiteit aañgenomen véér het maken van den. inventaris, ten ware van de ziÿde der erfgenamen van den man bedrog had, plaats gshad. Art. 1456. De vrouw, de langstlevende zijnde, en de magt wil- lende behouden, om van de. gemeenfchap afftand te doen, moet binñen drie maanden na den dag van haar mans overlijden, eenen getrouwen en naauwkeurigen in: ventaris doen maken van alle de goederen der gemeen- fchap, gezamenlijk met de erfgenamen van den man, of | dezélven daar-voe behoorlijk geroepen zinde. 1224 Ce geB Liv. LIL. Tit, V. Chap. Il. Du régime, Se Cet inventaire doit être. par. elle affirmé sincère et véritable, lors de sa clôture, devant l'officier public qui l'a recu. Art. 1457. Dans les trois mois et quarante jours après le décès du mari, elle, doit faire sa renonciation au greffe du tribunal de première instance dans l’ar- rondissement duquel le mari avait son domicile; cet acte doic être inscrit sur le registre établies pour recevoir les renonciations à successions. Art, 1458. La veuve peut, suivant les circonstances, deman- der au tribunal de première instance une proroga- tion du délai prescrit par l'article précédent pour sa renonciation; cette prorogation est, s’il y a lieu, prononcée contradictoirement avec les héri- tiers du mari, ou eux dûment appelés.| Art. 1450. La veuve qui n’a point fait sa renonciation dans le délai ci-dessus prescrit, n’est pas déchue de la faculté de renoncer si elle ne s’est point immiscée et qu'elle ait faic inventaire; elle peut seulement | être poursuivie comme commune jusqu’à ce qu’elle ait renoncé, et elle doit les frais faits contre elle jusqu’à sa renonciation, Elle peut également être poursuivie après l'expi- sätion des quarante jours depuis:la clôture de l'in« véntaire, s’il a ré clos avanc les troïs mois, “7‘Ait. 1460 La veuve qui a diverti ou recélé quelques effets de la communauté, es déclarée commune, nonob- . StanE ph Det ven, M : fhun de dx te, 2 pinne den val der cer man À meenfch in het ve af De 1 bi& verlengi doen V! indien men Tcpen De: binnen niet Ve zich 1 «ren 1 den aan afland kosten, gemaakt Li ki vertig fin deze D ag l y à va, k:: % III. Boek, F. Tit., Il. Hoofdfi. Van degémecnfchap. 72) den.| e eù Deze inventaris moet Zi, bij het fluiten van denzel- UMR ven, voor den openbaren ambtenaar, ten wiens OVer- ftaan dezelve gepasfeerd is, bevestigen opregt en Waarach tig te, zijn,|| : Art, 1457. AU(a°_e Se e Ê à J ù! Nm. Binnen drié maañden en vecrtig dagen na het overli- er den van den man, mioet Zi ter griffe van de regtbank % 1 der eerfte inftantie van het arrondisiement, alwaar de Le man Zzijne woonplaats had, haren afftand van de ge. RE A mecnfchap doen 3 deze acte moet worden ingefchreven TR in het register, het welk gehouden wordt om de acten van afftand van nalatenfchappen: daar in te boeken. Art. 1458. I De weduwe kan, naar mate van de omftandigheden, Mn bij de regtbank van de ectfte initantie verzoeken eene nv verlenging van den termijn, bij het vorige Artikel tot het, Fra doen van haren afftand bepaald; deze verlenging wordt, mn indien daar toe redenen dienen, na verhoor der erfgena- NRA men van den man, of dezelven daar toe behoorlÿk ge- pp rocpen zijnde, bij vonnis toegewezen. Aït. 1459. entité De weduwe, die geenen afiland van de gemeenfchap, es binnen den hier voor bepaalden. td, gedaan heeft, is 1.0 niet verftoken van de magt om afftand te doen, z00 zij x ui Ne zich niet in de gemeenfchap gemengd heeft, en z00 zij EUR eenen inventaris gemaakt hécft; Zij kan alleeniük wox- med den aangefproken als in gemeenfchap zijnde, tot dar Zij vis EL affland gedain heeft, en is gehouden tot voldoening der ee” kosten, welke tegen haar tot op het doen der afftand For gemaakt zijn: ES Zi kan insgelijks worden aangefproken na verloop der , dt veertig dagen, Zedert het fluiten van den inventaris, Iu- moi Si dien dezelve voor de drie maanden gefloten js. Art. 1469. pp” Dé weduwe, welke eenige goedéren van de gemeen- sa” fehap heeft weggemaakt. of verborgen, wordt, verklaard: pau d Zz 5; in 1 24 2 Fr 5e LE Ec L ” so ES IE Tit. Ve Chéÿ. He Du réginié,:&e. stant sa renonciation; il on est de même à l'égard de ses héritiers. Ar. 1461. # Si la veuve meurt avant l'expiration ds trois mois sans avoir fait ou terminé l'inventaire, les hé- ritiers auront, pour faire où pour terminer linven- taire, un nouveau délai de trois mois, à compter du décès de la veuve, et de quarante jours pour , après la clôture de l’inventaire.| Si la veuve meurt ayant terminé l'inventaire, ses hériticrs auront, pour délibérer, un nouveau délai dé quarante jours à compter de son décès. IIS peuvent, au surplus, renoncer à Re: commu- nauté dens les formes écablies ci-dessuss er les ar< ticles 1458 et 1459 leur sont applicables. Arts 1460, “\: F. Les dispositions des articles 1456 et$uivans sont applicables aux femmes des individus morts civile- ment, à partir du monient où la mort civile a com- inencé. Art. 1463. Le femme divorcée ou séparée de. corps qui n’a point dans les trois mois et quarante. jours après le divorce ou la séparation définitivement pronon- cés, accepté. la. communauté, est censée y avoir renoncé, à moins qu'étant encore dans le délai, elle n'en ait obtenu la prorogation en justice, con- w'adictoirement avec. le mari, ou lui. dûment ap- pelé. a. Arte 1464. Les créanciers dé la femme peuvent attaques la renonciation qui aurait été faite par elle ou par ses hé» | y Bock je gel aan: | Wan manden te hébbe voltrekke jan drie oyerliden beraden 100 te hebbe min Val van den Zj ki don,© Art, 14 De be pasfelik. in, t en aan De v van tafe en veerti bij defini angenon sedaan, Egg| im verho: IX geroe d den af A(tt sel l lu ET EI j' Fi Lcd, fav dus ent Or CIN ds b“ él pit ui dt | ge jeu pt* ke III. Bock, V. Tir, IL Hoofdfi. Vande gemeenfthap. 73%. ia gemeenfchap te zin, niettegenftaande haren gedanen afftand: het zelfde heeñ t plaats“omtrent us erfgenamen., Art. 1461. Wanneer de weduwe flerft voor het verloop der drie maanden, zonder den inventaris gemaakt of voltrokken te hebben, hebben de erfgenamen, tot het maken of. voltrekken van den ïinventaris, eenen nieuwen termijn van drie maanden, te rekenen van den, dag van het overlijden der weduwe, en veertig. dagen om zich. te beraden na het fluiten van den inventaris. Zoo de weduwe fterft na den inventaris votre te hebben, hebben hare erfsenamen Cenen nieuwen ter- min van veertig dagen om zich te beraden, te rekenen van den dag van haar overlijden. Zÿ kunnen van de gemeenfchap afftand doen, op de.wijze hier voren bepaald; en is het. bij Cle 1458 CN 1459 vastgeftelde op hun toepasfelik. Aït. 1462.; De bepalingen van Artikel 1456 en volgende zijn toe- pasfelik. op de vrouwen van perfonen, die burgerlik doot zijn, te rekenen van den dag, dat die burgerliÿke dood een aanvang genomen heeft, Aït. 1463e| 4 De vrouw, welke van haren man geheel,"of flechts van tafel en bed gefchciden is, en binnen drie maanden en veertig dagen, na dat die” echtfcheiding of feparatie Dj definitief vonnis bepaald is, de gemgenfchap niet heeft aangenomen, Wordt geacht daar van afftand te hebben gedaan, ten ware zÿj, den termijn nog loopende, ver- lenging van denzelven van den regter“verkregen heef] na verhoor van den man; Of denzelven daar toe behoor- ljk geroepen zinde. Art. 1404 De fchuldeïfchers van de vrouw kunnen zich tegen den afitand vérzetten, welke‘door-haar"of hare erfge- Aa CT La e 4 vi Fa_\Nro sr 7" Re 2+ 6 …*\ Là ge Li. III Tir. W. Chap. I Du régime, Éc: DLL héritiers en fraude de leur créances, er accepter la: meme, communauté de jeur chef.| 5e - Art. 146%. Le ‘La veuve, soit. qu’elle accepte, soit qu’elle re- De ve nonce, a droit, pendant les trois mois et quarante dar Val jours qui lui sont accordés pour faire inventaire et pandel délibérer, de prendre sa nourriture et celle de ses pa da domestiques sur les provisions exisrantes, et, à dé- en faut, par emprunt au compte de la masse commu-,:, cm 2 7 le) ne. à la charge d'en user modérément.. voor ba . Elle ne doit aucun loyer à raison de l’habitation van een qu’elle a pu faire, pendant ces délais, dans uné Gi is maison dépendante de la communauté ou apparte- pings nant aux héritiers du mari; et si la maison qu’ha- men it€ bitaiént les époux à l’époque de la dissolution de fnen Le la communauté, était tenue par eux à titre dé je loyer, la femme ne contribuera point, pendant les UE mêmes délais, au paiement dudit loyer, lequel sera Eng dér pris sur la masse.; tn Liste ‘Art, 1466,: Dans le cas de dissulution de la communauté par h£ la mort de la femme, ses héritiers peuvent renoncer VIOUN à la communauté dans les délais et dans les formes ie que la loi prescrit à la femme survivante. de ngs S ACTION Ke ns“Dy partage de la communauté après Paccep- cs ee tation. 1. AT Après l'acceptation de la communauté par la Mi femme ou ses hériders, l'actif se partage, et le passif AT ct ip LUTTE fe Len LL tie Sa 4 : ta 1 , k I( “le, tons à LI: NO& li ré lat III. Bock;V, Tite, I, Hoofdff, Van de gemeenfchap. 73% mamen, tot benadeéling hünner fchuldvorderingen gedaañ is, en uit eigen hoofde de gemeenfchap aannemen, Art, 1465. De weduwe, het zij ze de gemeenfchap aanneemt, ef daar van afftand‘doet, heeft het rest, om, binnen drie maanden‘en veertig dagen, wélke haar tot het maken van den inventaris, en om zich te beraden, zijn toege- ftaan, uit den voor handen zinde voorraad, en, die ontbrekende, door eene geldleening voor rekening van dèn gemeenen boedel, zich van het noodig onderhoud voor haar en hare diensthoden te voorzién, faits daat van een matig gebruik makende, Zi is geene"S verfchuldigd, uit hoofde der inwo- nings srelke ziÿ gedurende die termijnen heeft kunnen ne- men it een huis, tot de gemecenfchap of aan de erfgena- men van haren man behoorende;. en ot het huis, het welk de echtgenooten, op het tidftip dat de gemeen- fchap onthonden is, bewoonden, een huur-huis was, zal de vrouw, gedurende dezelve termijnen, in de beta- Jing der huurpenñingen niet dragen, iMaar zullen dezelve ten laste van den gemeenen boedel komen. Art..1406. In gevalle de gemeenfchap door den dooû van de vrouw ontbonden wordt, kunñen hare erfgenamen van de gemeenfchap afftand doen, binnen den tid en in den vorm, welken de wét voorichrift aan eene vrouw, die de langstlevende biift. VISFDE AFDEELING Van de verdecling der gemeen/chap, n& derzelvér aanneming. “ Art. T4 67e Na dat de gemeenfchap door de, vrouw of hare erfgendmen is aangenomen, worden de baten ver- deeld, yo4 Liv, DIT, Titi V, Chap, IT, Du regime, es passif est supporté de la manière ci-après déteri minée. 4 $. Du partage de Pactifs Art. 1468. Les époüx ou leurs héritiers rapportent à la imasse des biens existans, tout ce dont ils sont dé- biteurs envers la communaüté à titre de récompense ou d’indemnité, d’après les règles ci-dessus pre- scrites, à la section IT de la I partie du présent Chapitre.| : Art. 14609. Chaque époux ou son héritier rapporte égale. nent les sommes qui/ont été tirées de la commu- nauté, ou la valeur des biens que l'époux y a pris pour doter un enfant d’un autre lit, ou pour doter personnellement l'enfant commun. Art. 1470: # ie se\ Sur a masse des biens, chaqüe époux ou son héritier prélève, 1°. Ses biens personnels qui ne sont point en- trés en communauté, s'ils existent en nature, ou ceux qui ont été acquis en remploi; _. 29, Le prix de ses immeubles qui ont été alié- nés pendant la communauté, et dont il n’a point été fait remploi; 3°. Les indemnités qui lui sont dues par la communauté, “Art. 145 ie Bot deel,( bepaall . Det boedel, het: doc hoofde 1 teyels lt het er … Jeder in de g än, 0 daat uit der bu kind ui geven, Ut d tChtgeno m1 welke ï die in: door we a, De durende æangelerd ÿ, D ten ver ll 4}, AT hi Li (HA JS& 2 UE Re UMITIN \ PU\ k{ CR DEUT Ï, h ja Wii ge Dvd Tin II, Boëk, Pi Tir., IE Hoÿfdf. Van de gemeenfehip. 728 deeld, en de lasten gedragen, op de wize hier na bepaald. SueE: Van de verdecling van het geen actief tot de gemeen/chap behoortr, Art, 1468. :. De echtgenooten of hunne erfgenamen brengen in den boedel, zoo als dezelve bevonden wordt te beftaan, al het-door hun. verfchuldigde aan de gemeenfchap, uit hoofde van vergoeding of fchadeloosftelling, volgens de regels hier voren vVastgefleld in de tweede Afdeeling vau het eerfte gedcelte van het tegenwoordig Hocfdftuk. Art. 1469. ; Icder echtgenoot, of zijn erfgenaam, brengt insgelijks in de gemeenfchap de geldfommen, die daar uitgenomen zijn, of de waarde der goederen, welke de echtgenoot daar uit genomen heeft, om aan een kind,, uit een an- der huwelÿk geboren, of om voor zich alleen aan een kind uit beider huwelijk geboren, een huwelijksgoed te Seven. Àït. 1470. Uit den gemeenfchappelÿken boedel geniet ieder der échtgenooten, of zijn erfgenaam, voor uit, 1°. Zÿne hem perfoonlÿk toebehoorende goederen, welke in de gemeenfchap niet gekomen zijn ,'wanneer die in natura beftaan, of zoodanige goederen, welke door weder-belegging verkregen zïn; 2°. Den kooppräs ziner onroerende goederen, die gé- durende de gemeenfchap vervreemd, doch niet weder aangeleogd zijn; 3°. De fchadeloosftellingen, welken de gemeenfchap hem verfchuldigd is,|| Art, 1471, ..° "6 726 Liv, LI, Tits We, Chap, IL. Da régime, Ses Art. 1471. Les prélèvemens de la femme s'exercent avant ceux du mari. lis s’exercent pour les biens qui n'existent plus en nature, d’abord sur l'argent comptant, ensuite sur le mobilier, et subsidiairement sur les immeu- bles de la communauté; dans ce dernier cas, le choix des immeubles est déféré à la femme et à ses héritiers,| s Art. 1472. Le mari ne peut exercer ses reprises que sur les biens de la communauté.| _ La femme et ses héritiers, en cas d’insufisance de la communauté, exercent leurs reprises sur les biens personnels du mari.: Mt 1429 Les remplois et récompenses dus par la commu- mauté aux époux, et les récompenses et indemnités par eux dues à la communauté, emportent les in- térêts de plein droit du jour de la dissolution de la communauté. Ârt. 1474. Après que tous les prélèvemens des deux époux ont été exécutés sur la masse, le surplus se parta- ge par moitié entre les époux ou ceux qui les re- présenter. ee.| TE Art. 1475. Si les héritiers de la femme sont divisés, ën sorte que l’un ait accepté la communauté à laquelle l’au- tre. a renoncé, celui qui a accepté ne peut prendre que. sa portion virile et. héréditaire dans les biens qui échoient au lot de la femme.| Le surplus reste au mari, qui demeure chargé, envers l’héritier renonçant, des droits que la fem- me aurait pu exercer en cas de renonciation, mais jusqu'à îl. De: Het gel ts gt gun gel qat de fan, Ne gel. gel gtbreken ameen{cha g der 0! : gramen© De ma erhalen De vro ip de go qanneet À De we acenfchap wedingen aentchap dan Wo) gemeenfct Na da titzenom overfchot lea Verte Indien 10 dat le ander fe dezel het crfde goëleren, Het ove an den€ Bt me k DE LE. Hi] dt éfl la fil di qi hf fu h\ fr, Bek, PV. Tit., ÎL. Horfdf. Van degèméenfchab. 537 Aït. 1471. Het geen de vrouw uit de gemeenfchap vooruit ges hiet., gaat cerst uit den boedel, en vervolgens het geen de man geniet. Wat de soedéren betreft, die niet meer in natura be- faan,:verhalen‘de echtgenooten dezelven, eerst aan het verced. geld, vervolgens aan het-roerend..soed, en bij Ontbreken van dien aan de onroerende goederen van de gemeenfchap: in het laatstgemelde geval, wordt de keu- Ze der orroerende guederen ant de vrouw en liare erf- genamen overg elaten,, Art. 1470. De man kan, het geen hij te rus neemt, alleenlÿk verhalen aan de goederen der gemcenfchap. De vrouw, en hare erfgenamen, verhalen hun regt op de goederen, den man perfoonlijk toebehoorende, wanneer de gemeenfchap niet toercikende is. Art, 1473. De weder- beleggingen én vergoedinigen, door de ge- meenfchap aan de echtgenooten verfchuldisd, en de ver- goedingen: en fchadeloosftellingen: door hun aan de ge- meenfchap verfchuldigd ,; moeten, van regtswege, vols daan worden met de ïinteresien;. van den dag dat de gemeenfchap ontbonden is. ATT:"474 Na dat de beide echtgenooten uit den boedel hebbeñ üitgenomen, het geen Zi vooruit genieten, wordt het overfchot tusfchen de echtsenooten, of de genen, die hen vertegeñwoordigen, ieder voor de helfc verdeeld. Art. 1475. Indien de erfgenamen van de vrouw verdeeld zijn, zoo dat de een de gemeenfchap heeft aangenomen, en de ander daar van afftand gedaan heeft, kan de geen, die dezelve‘aangenomen heeft,‘liet meer genieten dan het, het welk hi voor zijn hoofd geniet in de goederen, die bij{cheiding aan de-vrouw te beurt vallen, Het overfchot blift aan den man, die ten behoeve van dén erfgenaam, welke afitand gedaan hetft, belasé blift met al het geen de vrouw, in geval van gédanen l. DELL. à Aaa af- He AZ: jusqu’à concurrence seulement de la portion virile héréditaire du renonçant.| d Aït. 1476. Au surplus, le partage de la communauté, pour tout ce qui concerne ses formes, la licitation des immeubles quand il y a lieu, les effets du partage, la garantie qui en résulte, et les soultes, est sou- mis à coutes les règles qui sont établies au titre des successions pour les partages entre cohéritiers. Aït. 1477. Celui des époux qui aurait diverti ou recélé quelques effets de la communauté, est privé de sa portion dans lesdits effets.| Art, 1478. Après le partage consommé, si l'un des deux époux est créancier personnel de l’autre, comme b) lorsque le prix de son bien a été employé à payer une dette personnelle de l’autre époux, ou pour toute autre cause, il exerce sa créance sur la part qui est échue à celui-ci dans la communauté ou sur ses biens personnels. Aït. 1479. Les créances personnelles que les époux ont à exercer l’un contre l’autre, ne portent intérêt que du jour de la demande en justice. Art. 1480.. Les donations que l’un des époux a pu faire à Vautre, ne s’exécutent que sur la part du dona- teur dans la communauté, et sur ses biens per- sonnels, \ Art. 1481. qu Jak land? ten bélo0 de af "rot| joo 200 nroerend rolgen d fruitendk worden| welke in ingen tu Die ge gemeenCir Ken va Indien … Yeide ch gdérén 1 gbruikt nede- ect haalt hi welk bi t@ beurt perloouli De per tn, de Ben, ich gede De gift toude het andeel va | Roederen, LIT. LT EII. Boëk, Fr. Tit., II. Hoofäf, Van de gemeenfchap. 539 afftand zoude hebben kunrien vorderen; doch alleenlik ten béloope van het erfdeel, het welk door den geens die afftand gedaan heeft, voor zijn hooïfd genoten wordt. Aït. 1476. # Voot het overige is de verdecling der gemeenfchap, voor zoo veel betreft derzélver vorm, de opveiling de onroerende goederen, zoo dezelve plaats heéeft, de ge- volgen der verdeéling, de vrijwaring, daar uit voort: fpruitende, en het geen tot gelikftelling der loten moet worden bijgebragt, onderworpen aan alle de regels, welke in den Titel ver erfvolgingen, omtrentc verdeez lingen tusfchen mede-erfgenamen bepaald zijn. ‘Aït, 1477, Die géen der echtgenooten, die cenige goederen der gemeenfchap heeft weggemaakt of verborgen, is verfto= ken van zijn aandeel in gemelde goederen. Aït. 1478, Indien, na het voltrekken der verdeeling, één der beide echtgenooten de perfoonlijke fchuldeifcher van den anderen is, gelÿk, wanneer de Kkoopprijs van zin goed gebruikt is tot betaling eener perfoneele fchuld van dem mede-echtgenoot, of uit eenigen anderen hoofde, ver- haalt hij zijne fchuldvordering aan het gedeelte, het welk bij de verdeeling der gemeenfchap aan denzelven is te beurt gevallen, Of aan de gocderen, die dengelven perfoonliÿjk toebehooren. à Arte 7479e De perfoneele fchuldvorderingen, welke de echtgenoo: ten, de een tegen den anderen, hebben, geven geene renten, dan van den dag, dat deswegen in regten i$ eisch gedaan. Art. 1480. De giften, welke de eene echtgenoot aan den anderet zoude hebben mogen doen, worden verhaald op het aandeel van den donäteur in de gemeenfchap, en op de goederen, hem perfoonlÿk toebehoorende, SE Aas 2 Art. 1481e " TE w40- Liv. LI. Tite V. Chap. Il. Du régime,&c. Art. 1481. © Le deuil de la femme est aux frais des héritiers du mari prédécédé.\ La valeur de ce deuil est réglée selon la fortune du mari. ‘ Il est dû même à la femme qui renonce à Ia communauté, 6. IL Du passif de la communauté, et de la contribution aux dettes. Art. 1492. Les dettes de la. communauté sont pour moitié à da charge de chacun, des époux ou de leurs héri- tiers: les frais de scellé, inventaire, vente de mobi- lier, liquidation, licication et partage, font partie de ces dettes. Art. 1483. La femme n'est tenue des dettes de la commu- nauté, soit à l'égard du mari, soit à l’égard des créanciers, que jusqu’à concurrence‘de son émolu-. ment, pourvu qu’il y ait eu bon et fidèle inventai- re, et en rendant.-compte tant du contenu de cet inventaire que de ce qui lui est_. par le par« act Ar. 1484. Le mari est tenu, pour la totalité, des dettes de la communauté par lui contractées; sauf scn re- cours contre la femme ou ses héritiérs pour la moitié desdites dettes. Art. 1485, qu. k pe o0k is der De hocs k good Her 2el an de& Van À der De fc hsten v: d& koster merende n verdes De v vérder: het zj voordee] & een| ë] Z00\ hr bj fetantwo De mu ten gen: bal teçey van de Î M \l }\ pi L' Le III. Boek, V,.Tit., IT, Hoofüft. Van degemeenfchap. 74, Art. 1481. De onkosten van de rouw voor de vrouw komenten laste der erfgenamen van den man, die vooroverleden is, De hoegrootheid van die onkosten wordt geregeld naar de gegoedheid van den man. Het zelfde heeft plaats ten aanzien van de vrouw, die van de gemeenfchap afftand doët.. ç IL. Fan het pasfive der gemeenfchap, en hoe veel elk der echtgenooten in de fchulden dragen moct. Art. 1480. De fchulden der gemeenfchap komen voor de helft ten lasten van elk der echtgenooten, of hunne erfgenamen: de kosten der verzegeling, inventarifatie, verkooping der roerende goederen, vereffeningen des boedels, opveiling, en verdeeling, behooren onder deze fchulden, Art. 1483. _De vrouw is voor de fchulden der gemeenfchap niet verder aanfprakelïk, het zij ien opzigte van den man, het zi van de fchuldeifchers, dan ten beloope van het voordeel, het welk zïj uit de gemeenfchap geniet, mits er een behoorlike en getrouwe inventaris gemaakt zÿ, en zoo wel het beloop van dien inventaris, als het geen haar bij de verdeeling is te beurt gevallen, door haar verantwoord worden. Aït. 1484 fs De man is voor de fchulden der gemeenfchap, door hem gemaakt, geheel aanfprakelÿk; behoudens zijn ver- haal tegen de vrouw, of have erfgenamen, voor de helft van die fchulden. - An1g Att. 1485, % se* "6 Là pas Liv. OL Tee P Chap.ll, De réime, 8 | Aït. 1485. ‘Il n'est ten que pour moitié, de cellès person. nelles à la femmé et qui Atsient tombées à la chare & de la CE da nur ct La femme peut être poursuivie pour la cotsltré des dettes qui procèdent de:son chef et étaient en- trées dans la communauté, sauf son recours contre le mari ou son Réritiers pour k moitié desdites dertés. La femme, même personnellement obligée pouf une dette de communauté, ne peut être poursuivie FT pour 1 moitié de cette dette, à moins que l'obligation né soit Solidaire.: Art. 1488. La femme qui a payé une dette de la commu nauté au-delà de sa moitié ,. n’a point de répétition contre le créancier pour l'excédant, à moins que la quittance n'exprime que ce ee à payé était pour sa moitié, Art. 1480. Celti des deux époux qui, par l'effet de l'hypo- thèque exercée sur l'immeuble à lui échu en par- tage, se trouve poursuivi pour da toralité d’une detre de communauté, a de droit son recours pour la moitié de cette dette contre l'autre= ee ou seg héritiers. Aït, 1400. Les dispositions précédentes ne font point absta- cle à ce que, par le partage, l’un où l’autre des Gopartagcans soit chargé. de payer une quotité de det- Ru en ES DA De v10 nan d de helft g de w De vr meer da uen fep te. vord betaalde id Die g een. hip Hi de 1 Kuld à tu 2 anderen€ | De vo | Vel Ré de, Luli( 1h tee dore d Les polie(HAE nt ing khipéin ti NULL rl qu li Liu pre Qui pri jn(l li É dia" LL, Boët, Tir, TE Hoofofi, Van de gemetnfchap. 743 Ar. 1485. - Hij is alleen gehouden voor de helft van de fchulden welke zijne vrouw perfoonlik aangaan, en ten laste van de gemeenfchap gevallen waren.| Art. 1486. De vrouw kan voor de fchulden, die haar uit eigen hoofde aangaan, en in de gemcenfchap gekomen warèn, geheel worden anngefproken, behouüdens haar verhaal té-- gen den man of ziÿne erfgenamen, voor de helft die {chulden, Art. 1487 De vrouw, die zelve perfoonlijk voor eene fchuld van de gemcenfchap verbonden is, kan alleenlik voor de helft van eene fchuld worden aangefproken, ten was re de verbindtenis folidair is aangegaan. ‘Art, 1488, De vrouw, die eene fchuld van de gemeenfchap, meer dan hare helit bedragende, betaald heeft, hecft bcen regt, om dat meerdere van den fchuldeifcher terus te. vorderen, ten ware de quitantie: inhoudt, dat het betaalde ftrekken. zoude tot voldoening van hare kelft in.de fchuld, Art. 1489. Die geen der echtgenooten, welke, uit krachte van een. hijpotheek op een onrocrend goed,‘aan dengelven bij. de verdeeling te beurt gevallen voor de geheele fchuld der gemeenichap vervolgd wordt, heeft naar reg- ten ziün verhaal voor de helft dier fchuld, tegen dén anderen echtgenoot of deszelfs erfgenamen,| j: Aït. 1490. De vorenftaande bepalingen beletten niet, dat, bi de verdeeling, de een of ander der deelgenooten belast wor- -? A214 de 0° 6 744 Liv. LL Ti. V. Chap. IL Du régime, Ce, dettes autre que la moitié, même de les acquitter entièrement.“ Toutes les fois que l’un des copartageans a payé des dettes de la communauté au-delà de la portion dont il était tenu, il y a lieu au recours de celui qui a trop payé contre l’autre. Art. 1491. « € Tout ce qui est dit ci-dessus à l'égard du mari ou de la, femme, a lieu à l'égard des héritiers de lun ou de l’autre; er ces héritiers exercent les mé- mes droits et sont soumis aux mêmes actions que le conjoint qu’ils représentent..| sé ; SECTION F1. De la renonciation à la communauté, eè de.ses effets. FÂrt. 1492. La femme qui renonce, perd toute espèce de droic sur les biens’ de la communauté, et même sur le mobilier qui y est entré de son chef. . Elle retire seulement les linges et hardes à sôn usage. ie |.. Àrt 1493. La femme renonçante a le droit de reprendre ,…: 1%, Les immeubles à elle appartenant, lorsqu'ils existent en nature, où l'immeuble qui a été acquis en remploi; 2h 4: 2°. Le prix de ses immeubles aliénés donc le remploi n’a pas été fait et accepté çomme il est gic ei- dessus;;| An Il for) d mi gjre lé “Zoo€ peneen decltes\ de te\ tél A he den DA genarnen pietell derwo!! digen, Van De de go8 goeder 2j tot hea De v np te! ou Waoneer gel; î à 2, I A Mt À| Ag is 1 Mas À MM, 4 vi né we pe ÿ ZI Both, VeTis. Il. Hooffs Van degemeenfchap. 245 de met de.betaling: van.een gedeelte der fchulden boven zine helft, ja zelfs om die geheel te voldoen. Zoo dikwäüls één der deelsenooten fchulden van de gemeenfchap betaald heeft, meer bedragende dan het ge- deelte, waar voor hi aanfprakelijk was, heett die geen, die te veel betaald-héeft, zijn verhaal tegen den ande- ren, by Aït. 1491. Al het géen hier voren gezegd is, ten opziste van den man of de vrouw, heeft plaats, tén aanzien der erf- genamen.van één van beiden; en deze erfgenamen ge- nieten dezelfde regten, en zijn aan dezelfde actién on- ae s As de echtgenoot, dien zij vertegenwoor- igen,+ ZESDE AFDEELING. M Pan den aflland der gemeenfchap jen! derzélyer à geyolgen. Art. 1492.| De vrouw,- die afftand doet,:verliest al:haar,regt. op de goederen der gemecnfchap, en zelfs op de roerende goederen, die van harent wegen daar in gekomen zijn. Zi neemt alleen te rug het linnen en de klecderen, tot haar gebruik behoorende., 5 à Art. 1493. De vrouw, die afffand doet, heeft het regt om te rug te nemen, 1°. De onroerende goederen', aan haar toebehoorende, wanneer die in natura aanwezig zijn, of het onrocrend oëd, het wélk door weder-belegging van gelden ver- kregen is;- i °°. Den kooppris der onroercnde goederen, welke vervreemd zijn, doch waar van de Èweder-belegging niet is gedaan en aangenomen, 200 als hier voren gr acgd is; Aus‘3% Af Æ TT > v ga6 Liv. LI. Ti, V. Chap, Il. Du régime, Be. 9°, Toutes les indemnités qui peuvent lui être dues par la communauté, Aït. 1494 - La femme renonçante est déchargée de toute con: tribution aux dettes de la communauté, tant à l’é: gard du mari qu’à l’égard des créanciers, Elle res- te néanmoins tenue envers ceux-ci lorsqu'elle s’est obligée conjointement avec son mari, ou lorsque la dette, devenue dette de la communauté, prove- nait originairement de son chef; le tout sauf son recours contre le mari ou ses héritiers, - Art, 1495. Elle peut exércer routes les actions et reprises ci-dessus détaillées, tant. sur les biens de la com- munauté que sur les biens personnels du mari, Ses héritiers le peuvent de même, sauf en ce qui concerne le prélèvement des linges et hardes, ainsi que le logement et la nourriture pendant le délai donné pour faire inventaire et délibérer; les- aucls droits sont purement personnels à la femme survivante. Disposition relative à la communauté légales lorsque Pun des époux ou tous deux ont des enfans de précédens mariages: e bo GE Art. 1496 Tout ce qui est dic ci- dessus sera observé mé- me lorsque l’un des époux ou tous deux auront dés enfins de précédens. mariages. ee Si toutefois la confusion du mobilier et des det- tes opérait, au profit de l'un des époux, un avan- sage supérieur à celui qui est autorisé par: der 4 É Lo Fa 109 s RO ARTS UE 0 De de fcbul HA, al de latst te Zarell de. fchul ginde, alles bel erfgenan ki græeven {chap,© behooïe! Bar derd het mede de td, W mad ge lngstle La #4, 200€ {us dr LL| Peter ls gts try LRU, ec, Ly à pis Mi, l ii NUE, y kr Gil $ der eu bas bles ont à we mé, dit: ane our pe a dr à son pad Hi dut cit jous dus marié I, Bock, Pi To., 1. Hoofdf. Pan de gemecnfchap. 727 30, Alle fchadéloosftellingen, welke aan honr door dé gemeenfchap zouden mogen verfchuidigd zijn, Art. 1494 De vrouw, die afftand doet, behoeft niet te dragen in de fchulden der geméenfchap, Zoo ten aahzien van den man, als van de fchuldeifchers. Zÿ blift niettemin aan de laatstgenoemden, verantwoordelik, wanneer.zij.zich te zarñen met haren man verbondén heëft, of wänneer de fchuld, eene fchuld van de gemeenfchap gewworden zinde, oorfpronkelijk haar uit eigen hoofde betrof; alles behoudens haär verhaal tegen haren man, of zijne erfgenamen. Aït. 1495. Zi kan alle actiën en térugnemingen, hier voren op- gegeven, vérhalen, zoo op de gocderén van de gémeens«: chap, als op die’, welke aan den man perfoonlÿk toes: behooïen, tail - Hare erfsenamen kunñen dit-insgeliks doén, uitgezon»! derd het vooruit genieten van linnen en kleederen, als, imede de inwoning en het onderhoud, gedurende den td, welke tot het inakén van dén inventaris en-het be- raad gegeven is; welke regten zuiver perfvonlijk aan dæ langstlevende vreuw toekomen. ER Bepaling nopens de gemeenfchap uit krachte van de ets Wänneer één der échigemooten, of béide, voorkinderen hebbéis,| "Art. 1496.= cô het geñ Hier vôren gezegd' is; zal ook in. acht genomen worden, wanneer één, der. echtgenootén:, of: beide, voorkinderen hebben. D A: CS Indien echtèr de‘vermenging der rocrénde goederen en fehulden ten voordeele van één: der beidé echtge- nooten eenig meerder voorreg: te weeg bragt, dan vol- Sens‘Art. 1098, in den Titel, vez giften onder de le- ven- PTE n° 6 48 Lis. HIT. Tit.V. Chaps I Du régime, SE 1098, au titre des donations entre-vifset des tes- ramens, les enfans du premier lit, de l’autre époux: auront l’action en retranchement, À à Ms LS, 2 AN md 6 A } / De la communauté conventionnelle, et des con- ventions qui peuvent modifier: ou méme ex- clure la communauté Tégale. Art. 1497. Les époux peuvent modifier. la communauté lé- gale par toute espèce de conventions non, contrai-, res aux articles 1387, 1388, 1389-et 1390: Les principales modifications sont celles qui ont lieu en stipulant de l’une ou de l'autre des maniè- Fe qui. suivent; savoir, .1%. Que la communauté n'embrassera que les à ac=: quêtss 2°, Que le mobilier présent< où fohuté n’entrera” point en communauté, ou n° y entrera que de une\paies °1Q4'0n y: comprendra toutou“partie des im- Ne présens ou futurs, par la:voie de l’ameu- blissement; 4°, Que les époux paieront séparément leurs dettes antérieures au mariage; 59. Qu'en cas de renonciation, la femme rhoranises ses apports francs et quittes; 6°. Que le survivant aura un préciput;. -7%, Que les époux auront des parts inégales; pee 8” Qu'il gr hek pentes/ pebben à Fan à en V4 krael De«cl van É ge over 1298, 19 De vo hebben< andere de “1 D winften a, D Kigen? de, 1 4 D een gadee gode, fl; 4", D fchulden 5!, D de vroun gen 2} ir 6, Da bn; VD Jay ka RES VA LR den OU CS QE L'an ds mi #I. Bock, P. Tir. Il. Hoofdft. Van de gemeenfchap. YAG venden en van uiterfie willen,s gesèven mag worden, hebben de kinderen’ van het eerfte bed van den andereñ echtgenoot eene actie tot afkorting of vermindering, THWEEDE DEEL. Van de gemeenfchap uit krachte van overeenkomst, en van de bedingen, welke de gemeenfchap, uit krachte van de wet, kunnen bepalen of zclfs geheel uitfluiten, Aït. 1497. De echtgenooten kunnen de gemeenfchap,-uit krachte van de wet plaars hebbende, bépalen door alle zoodani- ge overeenkomften, welke niet ftrijden met Art. 1387, 1388, 1389 en 1399 Ue voornaamfte bepalingen zijn die gene, welke plaats hebben door het maken van bedingen, op de eene of andere der navolgende wijzen; te weten, - 1%. Dat de gemeenfchap‘alleen zal bevatten de aan winflens 2%. Dat de roerende goëderen, die men bezit of ver- krijgen zal, of in’*t geheel niet, of flechts voor een ge- deelte, in«gemeenfchap komen:zullen;: 3°. Dat men daar in zal bevatten of alle, of‘ flechts een gedeelte der tegenwoordige of toekomftige onroerende goederen, door dezelve met roerende goedefren geliÿk te ftellen 5 4°. Dat de echtgenooten, ieder afzonderlijk, hunne fchulden, voor het huwelijk gemaakt, betalen zullen; 5%. Dat in gevalle van afftand van de gemeenfchap, de vrouw vrij en onbelast zal kunnen terug nemen, het geen zi in de gemeenfchap ingebragt heeft; 6°. Dat de langstlevende eenig goed voor uit zal heb- ben; 2°. Dat de echtgenooten ongelÿke deelen in de ge- mecnfchap hebben zullen; . 8°, Dat TL sh L 3 a 9 LM 7,4 vise 1 ax nr+ ee, + …- en Pan 1= ie© 4 #30 Liv. HI, Tite 22 Chap. D Du régime,:Ées«+ 89, Qu'il y aura entre eux cdmmunauté à titre ,| ' SECTION I. De là communauté réduite aux dcquêtse : Art. 1498: Lorsque les époux stipulent qu’il n’y aura entre eux qu’une communaute d’acquêts, ils sont censés exclure de la communauté et les dettes de chacun d'eux actuelles et futures, et leur mobilier respec- tif présent et futur. 7. En ce cas, et après que chacun des époux a prélevé ses apports dûment justifiés, le partage se borne aux acquêts faits par les époux ensemble où séparément durant le mariage, et provenant tant de l’industrie commune que des économies faites sur les fruits et revenus des biens des deux époux. : Àrt 1499 Si le mobilier existant lors du mariage, ou échu depuis, n’a pas été constaté par inventaire ou état en bonne forme, il est réputé acquét. à SEC: : Fan| Vanne fkchts& ben, MON uitrelote, fée vu fige rent In dit| gen hi D pbragt te cich de ve mooten te ak, 20 niging,€ bide de nder d lis«nm door nan den, réken LL ZI. Batk, PA Tit,, LL, Hoofof. Van de gemcenfchap. st Ray 8°, Dat tusfchen hen gemcenfchap zal plaats hebben onder eenen algemeenen titel. L|‘EERSTE AFDÉELINCG. us Fan het bepalen der gemeenfchep tot de aan- “winfiien, \ jar Att. 1498.: ds, dr“Wanneer de echtgenooten bedingen, dat tusfchen hen eds à an flechts eene gemeenfchap van aanwinften plaats zal heb- au ne ben, worden zij geacht uit de gemeenfchap te hebben uitgefloten, zoo wel de reeds beftaande en toekomftige fchulden van hun, als hunne tegenwoordige en toekom- ml{tige roerende goederen. oi,# Fa_ In dat geval, en na dat elk der echtgenooten, al het Lu geen hi behoorlijk bewezen heeft, door hem of haar in- ge gebragt te zijn, vooraf naar zich genomen heeft, bepaalt nues LR zich de verdeeling tot de aanwinften, door de echtge- du nooten te zamen of afzonderlijk ffaande het huwelik ge- maakt, zoo door beider vlijt en arbeid, als door bezui- niging, op de vruchten en inkomften der goederen van beide de echtgenooten. ‘ . = Æ Aït. 1499. jé Indien de roerende goederen, bij het aangaan des hu- welijks aanwezig zijnde, of naderhand opgekomen, niet door eenen behoorlijken inventaris of ffaat bewezen wor- den, rekent men dezelven onder de aanwinften. TWE Es jy, LT Tr ps 4 s ("2 yo Lis ll, Tite Ve Chap. I. Dh régime, Éoi my $£ CT LION, EAST l De la clause qui exclut, de la‘communauté Fan le mubilier en tout ou partie.:— gel Ârt. 1500. Les époux peuvent exclure de leur communauté ae tout leur mobilier présent er futur. ù cie Lorsqu'ils stipulent qu'ils en mettront récipro- mi à quément dans la: communauté jusqu'à: concurrence ur d’une somme ou d’une valeur déterminée, ils’ sont; orne gx per cela seul, censés se réserver le surplus. om porn 2£ 3 Pt 1501. le, Cette clause rend l’époux débiteur envers la com: Dh s se° à munauté, de la somme qu'il a promis d’y mettre,* cn PAbLEve à‘Seti een er Foblige à justifier de cet apport. ne - te beniizen, Aït. 1502.| L'apport est suffisamment justifié, quant au ma Dex ri, par la déclaration portée au contrat de maria- nn ge que son mobilier est de telle valeur. Has Il est suflisamment justifié, à l'égard de Ia fem- no me, par Ïa quittance que Le mari lui donne, ou pin à à ceux qui. l'ont dotée.,| wr ,; he heb nr Fee,: Chaque époux a le droit de reprendre et de Lu prélever, lors de la dissolution de la communauté, pu la valeur de ce dont le mobilier qu'il a apporté 4, lors du mariage, ou qui lui est échu depuis, ex- SLLE cédait sa mise en communauté, Gint op| ; ae, Let Art. 1504.| {{ Lozss, QT Comm 7h are, um N, DEUX tip LUE core er, by FAT th it ZT. Bock, PT: je,> IT, Hoofaf. Van de gemcenfchap, 753 TWEEDE AFDÉELING Van het beding, waar bij het roerend goci geheel of. gedecltelijk uit de gemeenfchap wordt uitgefloien. Aït. 1500.> De céthtgenooten künnen alle Hiunne roerenñde goede- ren, zoo wel tegenwoordige als tockomende, uit de ge- meenfchap uitfluiten. Wanneer zij bedingen, dat zij van wederzijden hunne roerende goederen, ten beloope van zekere bepaalde fom- me Of waarde, in de gemeenfchap zullen inbrengen, worden zij geacht het verdere aan zich voor te behou- den. Art. 1501: F 4#: Dit beding maakt den echtgenoot tot fchuldenaar va de gemeenfchäp, voor zoodänige{ormmie, als hij beloofd hecft in te brengen, en verbindt hem om dien inbreng te bewijzen,\ Aït: 1302. Deze inbreng is; met betrekking tot den mm, ge: noegzaam bewezen door zijne verkläring, in het huwe- lijks-contract vervat, dat zijne rocrende goederen eene 2oodanige waarde hebben.| Ven aanzien van de vrouw, is de inbreng mede g#- noegzaäm bewezen dobr de quitantie, welke men aan haar of aan die genen, die haar met een huwelÿksgoed begiftigd’ hebben, geefr, Art. 1503. . EÏk echtgenbot heeft het rest om, bij de ontbindiig der gemeenfchap, te rug te nemen, en vooruit te ge- nieten de-waarde van hét geen het roerend goed, door hem bij het aangaan van het huwelik ingebragt, of na- derhand op bem vervallen, meerder bedroeg, dan zuyn aandeel, het welk hij in de gemeenfchap gebragt heeft, LR DERBL. Bbb Aït. 1504 Ti >% ADRCES RTE Lo BX, véa Liv. Us Tits W, Chap. Ils Du régime,&cs Art. 1504. « Le mobilier qui échoit à chacun des époux pen- dañc le mariage, doit être constaté par un inver- taire.|€| _ À défaut d'inventaire du mobilier échu at mari, où d’un titre propre à justifier de sa consistance et valeur, déduction faite des dettes, le mari ne peut en exercer la reprise. Si le- défaut d'inventaire porte sur un mobilier échu à la femme, celle-ci ou$es héritiers sont ad- mis à faire preuve, soit par titres, soit par/té- moins, soit même par commune renommée, de la valeur de ce mobilier. SECTION HI De La clause d'ameublissements Aït. 7 505. Lorsque les époux ou l’un d'eux font entrer èn communauté tout ou partie de leurs immeubles pré- sens où futurs, cette clause s'appelle æweublisse. ment.) Art. 1506. L’ameublissement peut être déterminé ou indé- terminé... Il est déterminé quand l’époux a déclaré ameu- blir et mettre en communauté un tel immeuble en tout où jusqu’à concurrence d’une certaine somme. Il est indéterminé quand l’époux a simplement déclaré apporter en communauté ses immeubles, jusqu’à concurrence d’une certaine somme. Art. 1507<; | g, 0 Hé der dt gis beW , Dec derens doendel der Kb tot der _ fit rend& of aoû dat 10 a do rucht, Van Wa k hu tockon brerger Dit Het i ten Zek ti, I jen;{fl Et; verklhar Van ee EL] 4 1\ AT & D!(OU! .|£ S, Es NS A Up QD faut MS ment je Ha LE, Bock, V. Tit.s ÎI. Hoofofl, Van de gchtéenfchap. 755 Aït. 1504.| Het roerend goed, het welk flaande huweliÿk aan ie- der der echtgenooten aankomt, moet door eenen inventa- xis bewezen worden:: Bi ontbreken van eenen inventaris der roeretide goe- deren, aan den man aangekomen, of van eenen vol- doenden titel, om derzelver beftaan en waarde, na aftrek der fchulden, nan te toonen, héeft de man géene actie tot derzelver te rug vordering., Indien de inventaris ontbreekt, ten aanzien Van roe- rend goed, aan de vrouw aangekomen, wordt aan haaf. of aan hare erfgenamen toegeftaan, om de waarde van dat roerend goed, het Zÿ door titels of befcheiden, het zij door getuigen, het zÿ ook door het algemeen ge- _‘rucht, te bewizen. DERDE AFDEELING. Van het being tot inbreng van onroerend gocd in de gemcenfchap. Ait. 1505 * Wanncer de beide echtgenooten; of één va huñ, al- le hunne, of een gedeelte van hunne«tegenwoordige of tockomftige onroérende goederen; in de gemeenfchap in- brengen, wordt dit beding genoemd ameublis/ement, Att. 1306. Dit beding kan bepäald of onbepaald zijn me. Het is bepaald, wanneer de echtgenoot verklaard heëft, een zeker onroerend soed, het zij geheel ," het zij gedeel- iclÿks ten beloope van eene zekere fomme, te aweuble- ren, en in de gemeenfchap in te brengen:: Het is onbepaald, wanneer de echtgenoot eenvoudig verklaard hecft, zijne onroerende goederen, ten beloope van eene zekere fomme, in de gemeenfchap in te bren- gen.: N 1 Bbb à© Art. 1307. FT LA ne"6 | ;, ER "++ 1*S ass Ce Œ% LÉ; S'e nn| 236. Liv, I, Tit, Ve Chip. IT. Du régie,&c. Aït. 1507. L'effet de. l’ameublissement' déterminé est de ren- dre l'immeuble ou les immeubles qui en sont frap- Pés, biens de la communauté comme les meubles mêmes. Lorsque l'immeuble ou\ immeubles de la fem. me, sont ameublis en totalité, le mari en peut dis- poser comme des autres eflets de la communauté; et les aliéner en cotalité. Si l’immeuble n’est ameubli que pour une cer- taine somme, le mari ne peut l’aliéner qu'avec le consentement de la femme; mais il peut l’hypothé. quer Sans son Conñsentement, jusqu’à concurrence seulement de la portion-ameublie. ‘Aït. 1508. L'amerhlissement indéterthiné ne rend point la comimunauté propriétaire des. immeubles qui en sont frappéss son effet se réduit à obliger l’époux qui l’a consenti, à comprendre dans la masse, lors de lh dissolution de la communauté, quelques-uns de ses. immeubles jusqu’à concurrence de la somme par lui promise,| 1 mari ne peut, comme en l’article précédent, aliédér en tout‘ou en partie, sans le consentement de sa’ femme, les immeubles sur. lesquels est établi l’ameublissement indérerminé; mais il peut les hy: pothéquer jusqu’à concurrence de cet ameublisse- ment,| -. Art. 1509. L'époux qui a ameubli un héritage, 4, lors du partage, la faculté de le retenir en le précomptanc sur sa part pour le prix qu'il vaut noie et ses héritiers ont le même droit. S E C° pl Ê Het pe! onroër wordt de 10€ Wa . derel ingebre de ve dezeli Indi fonme ge 1 VrOUNY potele wk: De de ge deren daar omtrer mar| gedane D | menfel | vermog et vo an% he D: Tu, terniéxs, Î{ AE INUOR G | QUES DUAL | Ne g RUNS js4rt A EN kr NI jf Lt A mn ZIL, Boëk, P. Dit. IL. Hoofdf. Van degemeénfchap. 357. Arts 7507. Het gevolg var eénen bépaalden ifbreng van onrocrend goed beftaat hier in, dat het onroerend goed, of de onroerende gogderen ,. waaromtrent dat beding gemaakt “wordt, goederen van de gemeenfchap worden, even als de roerende goederen. Wanneer een onroërend goed, of de onroerende goc- deren van de vrouw, geheel en al in de gemeen{chap ingebragt worden, kan de man daar over, even als over de verdere goederen‘van de gemeenfchap befchikken, en dezelven geheel vervreemden, Indien het onroerend goed flechts voor eene zekere fomme in de gemeenfchap ingebragt is, kan de man het- zelve niet vervréemden, dan met toeftemming van de vrouws; maar hij kan het zondér hare toeftemming hi- pothekeren, alleenlijk ten beloope van het gedeelte, het welk in de gemeenfchap ingebragt is., Art. 1508. De onbepaalde inbreng van onrocrend goed geeft aan de gemeenfchap geenén eigendom van de onroerende goc« deren ,/waar omtrent dit beding gemaakt is; het gevolg daar van bepaalt zich tot de verpligting van den echtge- noot, die daar in toegeftemd heeft, om, bÿ de ontbin- ding der gemeenfchap, eenige van deszelis onroerende soederen, ten beloope van de door denzelven beloofde iomme, onder den boedel te bevatten. De man kan, even als in het vorige Artikel, zon- “der toefternming van züne vrouw, noch geheel, noch ten deele, de onroerende goederen vervreemden,: waar omtrent het beding van onbepaalde inbreng gemaakt is; maar hij kan dezelve hijpothekeren, ten beloope van die gedane inbreng. Art. 1509. De echtgenoot, die eenig erf of fluk grond in de ge- meenfchap ingebragt heeft, heeft bij de verdeeling het vermogen, om hetzelve voor zich te behouden, door het volgens den pris, die het als dan waardig is, in gün aandeel te laten toerekenen, en Zzijne erfgenamen hebben hetzelfde rest.: Bbb 3. VIER- ETS: 3 138 Liv. III, Tit. V, Chap. IL Du régime» Ê?6 pe SECTION 17. fl De la clause de séparation des dettes, É Art. 1510.| me La clause par laquelle les époux stipulent qu’ils dj je paieront séparément leurs dettes personnelles, les bel, oblige à se faire, lors de la dissolution de la com- us munauté, respectivement raison des dettes qui sont: pa justifiées avoir été acquittées par la communauté à echtgen la décharge de celui des époux qui en était débi- Lez to ventaris Cette obligation est la même, soit qu'il y ait god eu inventaire ou non: mais si le mobilier apporté srordt par les époux n’a pas été constaté par un inven- Fa taire ou état authentique antérieur au mariage, les us y créanciers de l’un et de l’autre des époux peu- Le vent, sans avoir égard à aucune des distinctions qui pa,| seraient réclamées, poursuivre leur paiement sur deerde 1 le mobilier non inventorié, comme sur tous les© geren autres biens de la communauté. De Les créanciers ont le même droic sur le mobi- gels lier qui serait échu aux époux pendant la com- by munauté, s’il n’a pas été pareillement constaté par fan un inventaire ou état authentique. Art, 1511, an Lorsque les époux apportent dans la commu- en nauté une somme certaine où uñ Corps certain, un trngen tel apport emporte la convention tacite qu'il n’est nel point grevé de dettes antérieures au mariage;€t il ë in doit être fait raison par l'époux débiteur à l’autre, rot de toutes celles qui diminueraient l'apport promis., tube Art. 1512. Be tte we!(N 5 pv| ER lu isolé: LEA JA om RE Fe set À Jar ns pet à same Qi UT OUEN L'E III. Boek, Ve Tit., IL, Hoofaft. Wan degemeenfchap. 759 VIERDE AFDEELINC. Van het beding van affcheiding der fchulden. “AIT ISO Het beding, waar bij de. echtgenooten bhepalen, dat ziÿ ieder afzonderliÿk hunne perfoneele fchulden zullen betalen, verpligt hen, om bij de fcheiding der gemeen- {chap aan elkander over en weder verantwoording te doen; van de ichulden, die bewezen worden door de gemcenfchap betaald te zijn, tot ontlasting van dien echtgenoot, welke er fchuldenaar van was. Deze verbindtenis blijft, dezelfde, het zij er een in- ventaris gemaakt zij of niet; maar indien het roerend goed, door de echtgenooten aangebragt, niet bewezen wordt: door eenen inventaris of eenen authentieken ftaat, voor het aangaan des huwelijks gemaakt, kunnen de {chuldeifchers, zoo wel van den eenen als van den an- deren echtgenoot, zonder acht te flaan op eenige on- derfcheidingen, waar op men zich zoude willen beroc- pen, hunne- betaling verhalen aan de niet gcinventari- eerde roerende goederen, even als aan de verdere goe- deren der gemeenfchap. De fchuldeifchers hebben hetzelfde regt op het roerend goed, het welk, ftaandé de gemeenfchap, aan de, echt- genooten zoude mogen£ÿn opgekomen, indien het niet op gelike wijze door cenen inventaris of authentieke fisat bewezen wordt. Art. 1511. Wannecer de echtgenooten cene zekere fomme gelds, of een zeker bepaald ftuk goed in de gemeenfchap aan- brengen, is in die aanbreng de ftilzwijgende overeen- komst begrepen, dat dit goed niet belast is met fchui- den voor het huwelijk gemaakt, en de echtgenoot,. die fchuldenaar is, moet aan den anderen. echtgenoot verantwoorden al het geen, waar door de beloofde aanbreng zoude mogen verminderd worden, \ Bbb 4 Aït. 1519. nn 1 2 e # 260 Liv. III, Ti. W, Chap. EI. Du régime, Ge. Art. 1519. La clause de Séparation des dettes n'empêche point que la communauté ne soit Chargée des in- téréss et arrérages qui ont couru depuis le> mariage, Art. 1513. Lorsque la communauté est poursuivie pour les dettes de l’un des époux, déclaré, par contrat, franc‘et quitte de toutes dettes antérieures au ma- riage, le conjoint à droit à une indemnité qui se prend soit sur la part de communauté revenant à l'époux débiteur, soit sur les biens personnels du- dit époux; et, en cas d'insuffisance, cette indemni- té peut être poursuivie par voie de garantie contre le père, la mère, l'ascendant ou le tuteur qui l’auraient déclaré franc et quitte, _ Cette garantie peut même être exercée par Je mari durant la communauté, si la detre provient du chef de la femme; sauf, en ce cas, le rembourse- ment dû par la femme ou ses héritiers aux garans» après la dissolution de la communauté.| / SECTION F, Î De la faculté accordée à la femme de repren- dre son apport franc ct quiltes Re ivre Ea femme peut stipuler qu'en cas de renoncia- tion à la communauté, elle reprendra tout ou par- tie de ce qu'elle y aura apporté, soit lors du ma- sage, Soit depuiss mais cette stipulation ne peut s'étendre au-- delà des choses formellement expri- | MÉES à LS 7: ft de de: this bel, Want {chulden contract fchulden echtgen( op he die{ch goederer gel| di Anosftelin aan den ggande| dat dez ain Z01 Dee gemeenfe de vrou te rug de ont fonen yr0 Lo Our: J Ug tem ts. ur LIT. Boek, V. Tit., IL Hoofaf. Van de gemeenfthap.‘6x Aït, 1510. der le_ Het beding van affcheiding der fchulden belet niet, I Guy, dat de gemeenfchap belast is met de interesfen en ach-! pu terftallige renten, die zedert het huwelijk geloopen heb- j ben. Art. 1513. "à Wanncer. de gemeenfchap wordt aangefproken voor #" ichulden van één der echtgenooten, dié bij huwelijks- he contract verklaard is vrij en onbelast te zijn van alle Ut{chulden voor‘het huwelijk aangegaan, héeft de mede- ‘4 echtgenoot regt tot eene fchadeloosftelling, die, het zij op het aandeel in de gemeenfchap, aan den echtgenoot, die fchuldenaar is, toekomende, het zij op de perfoneele goederen van dien echtgenoot, verhaald wordt; en in geval die goederen niet tocreikende zijn, kan die fchade- loosftelling, bij wege van vriwaring, verhaald worden aan den vader, de moeder, den bloedverwant in de op- gaande linie, of ook den voogd, die verklaard hebben, dat deze echtgenoot vrij en onbelast van die fchulden ] pe ie primes tu à at‘ zin zoude. à JUL Deze vrijwaring kan ook door den man, gedurende de it:, worden ingeroepen, indien de fchulä van ie pe, de vrouw afkomftig is; behoudens., in dit geval, de: FE te rug gave, welke de vrouw of hare erfgenamen, na de ontbinding der gemeenfchap, aan de vrijwarende per- fonen verfchuldigd/is.:? 08 0 > VISFDE AFDEELING. Van het vermoïen, aan de vrouw toegeflaan om" hci geen zij in de gemcenfchap ingebragt heefr, vrij en onbelast er weder uit te nemen. ts Aït. J514 Ut Li De vrouw kan bedingen, dat ziÿ, ingeval zij van dexge- oj és meenfchap.afftand doet, het geen zi bij het huwelik,, dus of daar na aangebragt hecft, gehcel of gedeeltelÿjk zal te js 1% jug nemen; doch dit beding kan zich niet verder uit- es Pet Bbb 5 firek« »62 Liv, Il. Tite Chap ll: Du. rétine, O6, mées, ni au profit de personnes autres que celles désignées.||| Ainsi la faculté de reprendre le mobilier que la femme à apporté lors du mariage, ne s'étend point à celui qui serait échu pendant le mariage. Ainsi la faculté accordée à la femme ne s’étend point aux enfans;, celle accordée à la femme et aux enfans ne s'étend point aux héritiers ascendans ou collatéraux. Dans tous les cas, les apports ne peuvent être repris que déduction faite des dettes personnelles à Ja femme, et que la communauté aurait acquittées, SECTION PI. Du préciput conventionnel, Aït. 1515. La clause par laquelle l'époux survivant est au- torisé à prélever, avant tout partage, une certaine somme ou une certaine quantité d'effets mobiliers en nature, ne donne droit à ce prélèvement, au profit de la femme survivante, que lorsqu'elle ac- cepte la communauté, à moins que le contrat de mariage ne lui ait réservé ce droit, même en re- nonçant. : Hors le cas de cette réserve, le préciput ne s'exerce que sur la masse partageable, et non sur les biens personnels de l’époux prédécédé. : Art, 1516. Le préciput n’est point regardé comme un avan- tage sujet aux formalités des donations, mais com- me une convention de mariage.| | Aït, 1517: L pi (reel, L dl! jofl de pk pi de VrouN gt nt jus gich nt vrouw€ pi tot de ha al worden À Le fchulle qusten 2 * Jmh Het d geregtiel geldlomn RMI va de let zen mendhap bat dt 1 vds Buiten Lt gite | op dé go loonit Het voc à ent 4 et eff Wa, Ta Ki A Lt (te t! ns a Qy C Otis "N fs Dies) HE LL, OC tn rs vs! FU ic LOT TEA) II, Bock, P. Tir. Il, Hoofafl, Van degemeenfthap. 763 ftrekken, dan tot de goederen, welke flellig uitgedrukt ziÿn, noch ook ten voordeele van andere perfonen, dan die uitdrukkelijk genoemd zijn. Dus ftrekt het vermogen, om het rocrend goed, door de vrouw bij het huwelijk aangebragt, te rug te nemen, zich niet uit tot goed, ftaande huwelik aangekomen. Dus ftrekt het vermogen, aan de vrouw toegekend, zich niet uit tot de kinderen; en het vermogen, aan de vrouw‘en aan de kinderen toegekend, ftrekt zich niet uit tot de erfaenamen in de opgaande of in de zidlinie, In allen gevalle. kunnen de aangebragte goederen niet worden té rug genomen, dan na æ@ftrek der perfonee- le fchulden van de vrouw, die door de gemeenfchap- ge- kweten zouden mogen zijn. + ZESDE AFDEELING. Van het geen, uit'krachte van oyercenkomsts voor uit genoten Words, Aït. 1515. Het beding, waar door de langstlevende echtgenoot geregtigd wordt, om, vOdr. aile verdeeling, cene zekere geldiomme, of eene zekere hoeveelheid roerende goede- ren in natura, VOoruit te genieten, geeft ten voordeele van de vrouw, de langstlevende zijnde, geen regt om het zelve vooruit te genieten, dan wannéer zij de ge- meenfchap aanneemt, ten zij het huwelijks-contract aan haar dit rest heeft voorbehouden, ook dan wanneer zïj van de gemeenfchap afltand deed. Buiten deze voorbehouding, verhaalt zÿ dit vooruit te genictene alleen op den verdeelbaren boedel, en niet op de goederen, aan den eerst overleden echtgenoot perfoonlijk toebehoord hebbende.. sm Aït. 1516. Het vooruit genieten van eenig goed wordt niet aan gemerkt als een voordeel, aan de gewone formaliteiten eener gifte onderworpen, maar als cene huwelijks-voor- waarde. Arts 1517 0° " n 764 Liv. m1. Tir. P. Chap. Il. Du as ce, Aït. 1517. ‘à. mort naturelle ou civile donne Ouverture ai A de Art. 1518. Lorsque k dissolution de la communauté s'opère par le divorce ou par la séparation de COrps, il n’y a pas lieu à la délivrance actuelle du préciput; mais l’époux qui a obtenu soit le divorce, soit la séparation de corps, conserve ses droits au préci- “put en cas de survie. Si c’est la femme, la som- me ou la chose qui constitue le préciput reste tou- jours provisoirement au mari, à la charge de don- ner caution.. Art. 1519. Les créanciers dé la communauté ont toujours le droit de faire vendre les effets compris dans le pré- ciput, sauf le recours de l'époux, conformément à Tarticle 1515.- SECTION VI. # Des clauses par lesquelles on assigne à cha- cun des époux des parts inégales dans la: communauté. Art. 1 520. Les époux peuvent déroger au partage égal éta- bli par la loi, soit en ne donnant à l’époux survi- vant ou à ses héritiers, dans la communauté, qu’u- ne part moindre que la moitié, soît en ne lui don- nant qu'une somme fixe pour tout droit de com- munauté, soit en stipulant que la communauté en- tière» fs De al ê qooruit lanuett gordt 0% je, He goten Wl bec ml ef, en Or. ou de me of bi td Dj p vo Je, De fi at om d wordt beet bel, M At Van d ge | De ect \dlne, do à ps al : erenan À gene - a fkchts 0 à pm de à pe y ph TS, done à Ait UE a, M es ZIT, Bock, V. Tit., Il, Hoofdf, Van de gemcenfchap. 765 Art. 1517, De natuurlike of burgerlijke dood doëet het regt tot de vooruit-genieting vervallen. Art. 1518. Wanneer de ontbinding der gemeenfchap veroorzaakt wordt door echtf cheiding, Of“chciding van tafel en bed, heeft de dadelijke uitkeering van het geen vVooruit ge noten wordt, geene plaats; maar de echtgenoot, die de echtfcheiding, of de fchei ding van tafel en bed verkre- gen_heeft, behoudt zijn regt tot het geen vooruit geno- ten wordt, in geval hi de langstlevende is. Indien de vrouw de fcheiding‘verkregen heef, blift de geldfom- me of het goed, het welk vooruit genoten wordt, al tijd bi provifie onder den man, mits hi daar voor borg ftelle. Aït. 1519. De fchuldeifchers van de gemeenfchap hebben altijd het xegt om de goederen, onder het geen vooruit genoten wordt begrepen, te doen verkoopen, behoudens het ver- haal, het welk de echtgenoot hecft, overeenkomftig Art, 1515 ZEVENDE ,AFD EELING: Van de bedingen, waar bij men aan elk der echt- genooten ongelijke declen in de gemeenfchap CANWE Ste Aït. 1520. De echtgenooten kunnen in de gelijkheid van‘ ver« deeling, door de wet bepaald, verandering maken, het zij door aan den lanystievenden echtgenoot, of aan ir ne erfoenamen, een minder gedeelte, dan de helft, Le gemeenfchap toe te ne het‘zij door aan A en flechts eene bepaalde fomme voor zÿn geheel règt « de gemeenfchap te geveñ, het ziÿj door te bedingen, dat de geheele gemeene boedel, in zekere bepaalde at Vai= P. 76 Liv. Hi, Tir. V. Chap. Il. Du régime, Eos tière, en ceftains cas, appartiendra à l'époux sufs | vivant, où à l’un d’eux seulement. Art. r5ot. Lorsqu'il a été stipulé que l'époux où ses héri- vers n'auront qu’une certaine part dans la commu- auté, comme le tiers où le quart, l'époux ainsi réduit où ses héritiers ne supportent les dettes de la communauté que proportionnellement à la part qu'ils prennent dâns l’actif.. La convention est nulle si elle oblige l'époux ainsi réduit où ses héritiers à supporter une plus forte part, ou si elle les dispense de supporter une part dans les dettes égale à celle qu'ils prennent dans l'actif Ârt. 1592. Lorsqu'il est stipulé que l’un des époux où ses héritiers ne pourront prétendre qu’une certaine som me pour tout droit de communauté, la clatise est un forfait qui oblige l’autre époux ou ses héritiers à payer la somme convenue, soit que la commu- nauté soit bonne ou mauvaise, suflisante ou non, pour acquitter la somme. A 150 Si la clause n'établit le forfait qu’à l’égard des héritiers de l’époux, celui-ci, dans le cas où il survit, a droit au partage légal par moitié, . Art. 15924. Le mari ou ses héritiers qui retiennent,€n vertu de la clause énoncée en l’article 1520, la totalité de la communauté, sont obligés d’en acquitter tou- tes les dettes.| Les créanciers n’ont, en ce cas, aucüné action contre la femme ni contre ses héritiers. 4 pdt all,# Van pennel aeenfc tip pal de el das get Vert delle à bé Dé où got, dk ergeane aed [tuer 7 gra Vanne deszels€ une Ÿ fo,| : echgen engék cl dl de fon lier en va aich beve b, bé: Van de 1 u ro, À in}| 1 M TA LL ét Qk Ut db QU, LA pe nel| kr rit. Bock, D. Tite, Ile Hoofof. Van de geteenfchap. 363 vallen, aan den langstlevenden echtgenoot, of alleen aan één van hun, zal toebehooren. Aït. 1521: Wantñeer bedongèn is, dat de echtgenoot, of zijne erfgenamen, flechts een zeker bepaald gedeelte in de ge- meenfchap hebben zullen als een derde of een vierde, zal de echtgenoot, wien zoodanig gedeelte toegekend is, of zijne etfgenamen, in de fchulden van de gemeenfchap niet verder dragen, dan naar evenredigheid van het ge- deelte, het welk Zij in het active der gemeenfchap heb- ben: Dé overcenkomst is nietig, wañneer zÿ den echtgce- noot, die op een minder gedeelte gefteld is, of zïne erfgenamen verpligts om een grooter gedeelte in de fchul- den te dragen, of‘indien zÿ hen vrüftelt, om in de fchulden zoo veel te dragen, als zïj in het active der gemeenfchap genietens Aït. 1522. Wanncet bedongen is, dat één der echtgenooten, of deszelfs erfgenamen, flechts èene zekere bepaalde fomme kunnen vorderen voor hun geheel regt op de gemeen- fehap, is dit beding eeñe aanneming, die den anderen echtgenoot of zijne erfgenamen verbindt, om de over- eengekomene fomme te betalen, het zïj die gemeenfchap goed of kwaad, voldoende of niet voldoende zïÿ, om die fomme daar uit te vinden. - Aït. 1523 Indien het beding, alleenlijk ten opzigte der erfgena- imen van den echtgenoot, zoodanig eene aanneMing ï zich bevat, heeft dezelve, wanneer hïij de langstlevende is, het regt, om bij de verdeeling de helft uit krachte van de wet te vorderen,| Art. 1524. De man of zijne erfgenamen, die uit krachte van het beding, bij Art. 1520 vermeld, den gehcelen gemeenen boedel voor zich behouden, zÿn verpligt om alle de fchulden der gemeenfchap te voldoen.: De fchuldeifchers hebben, in dit geval, geene actie tegen de vrouw, noch tegen hare erfgenamen.,‘ ñ- +0? 6 " 4 168 Liv. I. Ti: V. Chap, Il. Du régime,&es Si c’est la femme survivante qui a, moyennant une somme convenue, le droit de retenir toute la communauté contre les héritiers du mari, elle a le choix ou de leur payer cette somme, en demeurant obligée à toutes les dettes, ou de renoncer à la communauté, et d’en abandonner aux héritiers du mari les biens et les charges. Art. 1595. Ïl est permis aux époux de stipuler que la totas lité de la communauté appartiendra au survivant ou à l’un d'eux seulement, sauf aux héritiers de l’au« tre à faire la reprise des apports et capitaux tom- bés dans la communauté, du chef de leur aureur. Cette stipulation n’est point réputée un avantage sujet aux règleS relatives aux dohations, soit quant au fond, soi quant à la forme, mais simplement une convention de mariage et entre associés, & w SECTION PI. De la communauté à titre universel, Art. 1526. Les époux peuvent établir par leur contrat de “mariage une communauté universelle de leurs biens tant meubles qu'immeubles, présens et à venir, où de tous leurs biens présens seulement, ou de tous leurs biens à venir seulement. Dis - mar WOI eakomst h 0 aleen Vu all à l pa ZI. Bock, P. Tit.s II. Hoofdfi. Van de gemeenfchap. 769 Indien de vrouw, de langstlevende zijnde, uit hoofde van een gemaakt beding tot uitkeering eener bepaalde fomme, hét regt heeft, om déri geheelen gerhieenen boe- del voor zich te behouden, heeft zij de keuze, om, of aan de erfgenamen van den man die fomme te betalen, blivende Zi voor alle de féhuldei verbonden, of om van de gemeenfchap afftand te doen, en de baten en las ten der gemeenfchap aan de erfgenamen van den man Over te laten: Aït: 1525. Het is aan de echtgenooten geoorloofd te bedingen, dat. de geheele gemeene boedel aan den langstlevenden; of alieenlijk aân één van hun vefblijven zal, behoudens het regt der‘erfgenamen van: den anderen echtgenoot, om de goederen of gelden; van wege hunnen voorzaat in de gemeenfchap ingebragt, en gékomen, té rug te ne: mem Dit bedifig wordt fiet geacht eën voordéel té zÿn, aan de regels omtrent donatiën onderworpens het zïj wat deszelfs onderwerp, het zij Wat den vorm aangaat; -maar wordt alleenlijk gehouden voor eene-huwelijks-over- eenkomst, tusfchen de geasfocieerden aangegaan, ACHTSTÉ AFDEËLING Van de gemcen/chap-onder cenen algemecnen éibels).: Art. 1526. De echtgerioôten kunnen bi hun huwelÿks-contract “&éne algemeene gemeënfchap van hunne goederen, z00 + rosrende afs'Qnroerende;” tégenwodordige en toekomende, of alleen van alle hunnéfegenwoordige; of ook alleen Van alle hunne toekomftige goederen, invoeren: L pert, Cu AT Li 24 "5 à pu nn ne me onu CON DEN Lam cadre eue à PRES pen + ro Liv. LIL Tit. P. Chop:l. Du régimes De. Dispositions communes aux huit sections \CÉTESSUSe Art. 1507. Ce‘qui est dit aux huit sections ci-dessus, ne fimite pis à leurs dispositions précises les stipula- tions dont est susceptible la communauté conven- ‘tionnelle. Les époux peuvent. faire tourès autres conven- tions, ainsi qu’il est dit à l’arcicle 1387, et sauf ‘les modifications portées par les articles 3 388 ‘+389€t 1390. Néanmoins; de. le cas où il y auraït des en. fans d'un précédent mariage, toute convention qui tendrait dans ses effets x donner à l’un des Es ‘au-delà de la portion réglée par l’article 1098, tire dés donations entre-vifs et des UNS. sera sans effet pour tout l’excédant de cette por tion; mais_les simples. bénéfices résultant des tra- vaux commuus et des économies faites sur les re- vents respectifs, quoique inégaux, des deux époux, ne sônt pis considérés«comme nn avantage fai aux préjudice des enfans du premier lit. Art. 1528 La communauté Conséntionnelle reste sotmise aux -règles de la communauté légale, pour tous les cas auxquels il n’y a pas été impliciremenc< ou nan par le COLA, ef Ji arilihe ik SE A:4$ E C* Hit | 4h d ges ÿ,| et 2 ‘D lens de Di fera Vtt ak 4 uk, qd, von pull dt ul gere fe 1 cf “4 er kortt Ondery tan de dt lu FER LUN 1 Seti n ci-dn cises les LOUE 1e autres(M + 1987, 1 articks 19 avai des à CONNENEAN| à lun des ail 109), À de pots ane À tte D géant À! fie , ds dent q ù van it LIT, dôek.s P Tite. UT, Wooff, Van de genieenfchap. 1x Algeméence bepalingen, tot de acht voorgaan: de Afdeelingen betrekkelijk: Ait, 1 307. Het geen in de acht voorgaande Afdeelingen gezegd is, heett die ftrekking niet, dat de bedingen, waär voor de gemeenfchap, uit krachte van overeenkomst, vatbaar is, de juiste bepalingen,.in die Afdeelingen gemaakt, “iet Zouden mozen te buiten gaan.< De cechtgenooten miogen alle andere overeenkomfter maken, zoo als in Aït. 1587 gezegd is, en behoudens de bijzondere bepalingen, in Art: 1388, 1389 en 1390 Vervat. Niettemin zal, in gevaäl er kinderen uit een Vorig liu- welijk zin, alle oveteenkomst, waar van het gevolg zijn zoude, dat aan één der echtgenooten. meer gegevert werd, dan het gedeelte bÿ Art. 1098 van den Tiels: van gifien ônder“de Vevenden en uiterfle willen j be- paald, krachteloos ziÿn, voor zoo verre het gegevene dat sedeelte te boven gaat; doch enkele voordeelen, uit gemeenen arbeid, en‘uit bezuiigingen op de weéderzijd- {che inkomften der beide echtgenooten yoortfpruitende; offchoon ook ongélÿk zijnde, worden niet befchouwd “äls een Voordeel, om de”kinderen van het eerfte bed te kort‘te doëñis à 11—:: À“Le Lt. 1528 Dé géineenfchap uit kiachte van overeenkomst blift onderworpen aan de regels der gemeenfchap uit kraëhte Yan de wet, ten aanzien van alle gevallen, Waar in bij het huwelÿks- contract, ingewikkeld‘of ditdrukkelÿk; .geene veraudering. gemaakt ,is. #67 es 4 77 Liv, LI, Tir, V. Chap, IL. Du régime,&e. / SECTION IE Des conventions exclusives de la communauté. ri\ : Àtt. 1599. = Lorsque, sans se soumettre au régime dotal, les époux déclarent qu'ils se marient sans communauté, ou qu'ils seront séparés de biens, les effets de cet- te stipulation sont réglés comme il suit. $. L. De la clause portant que les époux sè mariené sans communauté. Art. 1530. La clause portant que les époux se marient satis Communauté, ne donne point à la femme le droit d’administrer ses biens, ni d’en percevoir les fruits: ces fruits sont censés apportés au mari pour soute- nir les charges du mariage. Art. 1591. Le mari conserve l’administration des biens meu- bles et immeubles de 1x femme, et, par suite, le droit de percevoir tout le mobilier qu’elle apporte en dot, ou qui lui échoïit pendant le mariage, sauf la restitution qu’il en doit faire après la dissolution du mariage, ou après la séparation de biens qui serait prononcée par justice. Art. 1592, Far TL à 1 8 ll, ga de rojeé Ja Î Hi tn ue ef an fr, me pile En ÿl Don mé ri ulun | be, dt gi | Ro À LL Le tr nl\ Aus 1 etrutl a AIX|: I le, ts mHN cl LILI n ME g III. Bock, V. Tit., Il. Hoofdfi. Van de gemeenfchap. 713 NEGENDE AFDEELINCG. Vun overcenkomfien, waar bij de gemeenfchap wordt uitgefloten. Art. 1520, Wanneer de echtgenooten, zonder zich aan het be- ftuur van het huwelijksgoed te onderwerpen, verklaren, dat zij een huwelÿk aangaan buitenh gemeenfchap van goederén, of dat hunne boedels van elkander zullen af- gefcheiden zijn, worden de gevolgen van dit beding op de volgende wijze bepaald, i Van het beding,s medebrengende, dat de echt- 8 gene genooten een huwelijk aangaan buiten gemcenfchap van gocderen. Art, 1530. Het beding, het welk inhoudt, dat de echtgenooten een huwelijk aangaan buiten gemeenfchap van goederens gæft aan de vrouw geen regt om hare goederen te be- fturen, noch ook om de vruchten daar van te ontvan- gen: deze vruchten worden geoordeeld aan den man ‘aangebragt te ziÿn, om de lasten des huwelÿks te dra- gen. Art. 1531e De man behoudt de beheering der roerende en onroe- rende goederen van de vrouw, en bij gevolg het regt om al het roerend goed, het welk zÿj ten huwelÿk aan- brengt, of het been op haar ftaande het huwelÿk ver valt, te genieten, behoudens de verpligting, om, na de fcheiding van het huwelÿk, of na affcheiding der goede-| ren, bij regterliÿk vonnis toegewezen, hetzelve te rug te -geven.| Cecs. Art. 1532e Tr 6 N g74 Liv. HI. Tir, V. Chap. IL Du régime, Des Art. 1532. Si, dans le mobilier apporté en dot par ia fem- me, ou qui lui échoit pendant le mariage, ik y a des choses dont on ne peut faire usage sans les consommer, il en doit étre joint un état estimatif au contra: de mariage, ou il doit en être fait in- ventaire lors de l’échéance, et le mari en doit ren- dre le prix d’après Vestimation. Art. 1533 Le mari est tenu de toutes les charges de l’usu-‘ fruit.| Art. 1534. 244 La clause énoncée au: présent paragraphe ne fait point obstacle à ce qu’il soit convenu que la fem. me touchera annuellement,.sur ses seules. quifran- ces, certaine portion de ses revenus pour son en- tretien ec ses besoïns personnels.| Art. 1535: Les immeubles constitués en dot dans le cas du présent paragraphe, ne sont point inaliénables. Néanmoins ils ne peuvent être aliénés sans le, consentement du mari, et, à son refus, sans: l’au-. gorisation de la justice. . IT. De la clause de séparation de biens. Art 1536 Lorsque les époux ont stipulé par leur cantrat de mariage qu'ils seraient di à de biens, la fem- an tt 0 fat pékmis der autril Jul Vener Koh à Et PAL LIL, Bock, Vi Titss LsHoofèfi. Van de gemeesfhan 716. Att. 1532+ Indien onder het roerend goed, door de vrouw ter fuwelÿk aangebragt, of flaande huwelijk op haar ver- vallen, goederen gevonden worden; wWaar van men gecn gebruik kan maken, zonder dat zij door het gebruik Vergaan,; Imoet daar Van bij het huwelÿks-eontract een begrootende ftaat gevoegd worden, of men moet bi het vervallen van die goederen op de vrouw, daar van‘ eenen inventaris maken, en de man moet de waarde vol gens de begrooting té rug geven. N Aït. 1533° De man is voor alle lasten van het vruchtgebruik aanfprakelik.|: ; Aït. 1334 ‘Het beding, waar van in deze Paragraaf gehandeld wordt, maakt geene belemmering, ten aanzien der over- eenkomst, dat de vrouw jaarlijks, Op hare eigene qui- rintièn, een zeker gedeelte harer inkomften tot haar on- derhoud en hare perfoonlijke behoeften genieten zal. Art. 1535.: De onroerende goederen, welke in het geval, in deze Paragraaf behandeld, tot huweljksgoed gegeven zijn» zijn niet onvervreemdbaar. Echter kunnen ziÿ niet vervreemd worden, zonder roeftemming van den man, en, bij zijne weigering, ZQU- der autorifatie van den regter. 6. IL Van het beding, dat de bocdels van elkander zullen zijn afgefcheiden. Art. 1536. WWanneer de echtgenooten bij hun huwelijks-contract bedongen hebben, dat hunne boedels van elkander zou- #9 Ccc4 den DT 24 6 "6 Fe me 14 6| mn em #76 Liv. ZI, THE V. Chap I, Dr régime, So. me conserve l'entière administration de ses biens meubles et immeubles, er la jouissance libre de ses revenus,, Art, 1537. Chacun des époux contribue aux charges du ma- triage, suivant les conventions contenues en leur contrat; et, s'il n’en existe point à cet égard, la femme contribue à ces charges jusqu’à concurrence du tiers de ses revenus. Art. 1598. Dans aucun cas, ni à la faveur d’aucune stipula- tion, la femme ne peut aliéner ses immeubles sans le consentement spécial de son mari, ou, à son refus, sans être autorisée par justice. Toute autorisation générale d’aliéner les immeu- bles donnée à la femme, soit par contrat de maria- ge, soie depuis, est nulle. Art 1539. Lorsque la femme sépirée a laissé la jouissance de ses biens à son mari, celui-ci n’est tenu, soit sur la demande que sa femme pourrait lui faire, soit à la dissolution du mariage, qu’à ia représen- tation des fruits existans, et il n'est point comp- table de ceux qui ont été consommés jusqu'alors. CHA- vise die&eD fe tt h# fn ét d (PA Eee 1 mt iks-cont Vanne is, lt overgelt vrouw| ontbindi te drerer WE! verterd 2 } 14 LE;| à II. Boek, V. Tit,, IT. Hoofaft. Van degemeenfchap. 777; lon& Wu$: es A den zijn afgefcheiden, behoudt de vrouw het geheele be- *{tuur van bare roerende en onroerende goederen, en het vrie genot van hare inkomften. Art. 15370 Cu»: EIk der echtgenooten draagt mede in de lasten van te::: het huwelÿk, volgens de overeenkomiten, in hun hu- welÿks-contract vervat; ef büjaldien deswegen geene-be- I y, dingen gemaakt zijn, moet de vrouw in die lasten dras gen, tot het beloop van een derde harer inkomften, Art, 1538. aimé In geen geval, noch op grond van eenig beding, 7 kan de vrouw hare onroerende goederert vervreemden; +3 zonder de bijzondere toeftemming van haren man, Of» EL bij zijne weigering, zonder autorifatie van den regter. n: Eene algemeene autorifatie, om de onsoerende goede- Ge a ren te vervreemden, aan de vrouw, het zij bij huwe- TU lijks-contract, het zij naderhand verleend, is nictig. Art. 15939. Wanner de vrouw, welke van haren man gefcheiden D. is, het genot van hare goederen aan denzelven heeft HAE Je is d het ziÿj den eisch ke d aa) overgelaten, is deze, het zij op den eisch, welke de pl: vrouw tegen hem zoude mogen doen, het zi bi de.. pri Bt ontbinding van het huwelijk, alleen verpligt, om op. dis te leveren de vruchten, die in wezen zijn, en is niet QU 27 jé, se ivie an verantwoordelijk voor de vruchten, die op dat tijditip sa verteerd zijn. ue=: \ je es eh Cec 5 D E R- s:+ æŒ TT] ++“, 778- Lin II. Ts, We, Chapillh Du régime dual, CHAR 1 FRE UE Du régime dotal, Art. 1540. res_ . La dot, sous ce régime comme sous celui du. chapitre II, est le bien que la femme apporte au mari pour supporter les charges di mariage, Art. 1541.; * Tout ce que la femme se constitue où qui lui est. donné en contrat de mariage, est dotal s’il n’y a stipulation contraire. ss SECTION I. De la constitution de dot. Art, à, 542 La constitution de dot peut frapper tous les biens présens et à venir de la femme, ou tous ses biens présens seulement, ou une partie de ses biens présens et à venir, ou même un objet indi- viduel.- La constitution, en termes généraux, de tous les biens de la femme, ne comprend pas les biens à venir.| Art. 1543. … La dot ne peut être constittée ni même augmen- tée pendant le märiage,| Art 1544. . te: Furl van ae à | mur, 4 da, 1 toekomente gl ke: lin, d | role Et br 1 Li bon, OS uiri péril, ê L "FL it (A III. Bock; V. Tir, 1H. Hoofdf. Re DERDE Hobbs rue, Van het a van bus Art. 1540.| Het huwelijksgoed', zoo onder dit beftuur,‘als onder dat geen, heë-welk im het twesde Hoofdftuk vermeld is, is het goed, het welk de vrouw aan den man aanbrengt, om de lasten des huwelÿks te dragen. " Art 1541. AT het geen de vrouw bij huweliks-contract belooft te; sèven. Of aan haar gegeven wordt,.is huwelijksgoed à. ten ziÿ het tegendeel bedongen is. EERSTE. AFDEELING. > Hoe hinvelij ksgoed vordé daargeftelé. Art. 1542. Huwelijksgoed kan worden daargefteld, ten aanzien van alle tegenwoordige en toekomende goederen van’ de “vrouw, Of alleenliÿk van alle hare tegenwoordige goe-.… deren, of van een gedeelté van hare tesenwoordige en toekomende goederen, of ook van een bijzonder ftuk goed. st ‘Alle de gocderen van de vrouw, in algemeene bewoor- cingen, als huwelÿksgoed daargefteld ziÿnde, 2iÿn de tockomftige goederen daar onder niet begrepen. Art. 1543. Het huwelijksgoed‘kan, ffaande het huwelik, niet dhargefteld noch vermeerderd worden. + à 1e Art. 1544: 6° e d+ 2°+ L2» \ © y8o Lis. II. Tit. Ve Chap. UE. Du régime doll, | mb ft. 1544 - A: 544| nd _. Si les père et mère constituent conjointement une wi .! dot, sans distinguer la part de chacun, elle sera bn; censée constituée par portions égales. pe$ Si la dot est constituée par le père seul pour de: droits paternels et maternels, la mère, quoique pré- gree sente au Contrat, ne sera point engagée, et la dot tel demeurera en entier à la charge du père, a ta Art. 1545. Si le survivant des père ou mère constitue une les dot pour biens paternels et maternels, sans spécifier Dis les portions, la dot se prendra d’abord sur les a droits du futur époux dans les biens du conjoint| not prédécédé, et le surplus sur les biens du consti- yader euane. À den Art. 1546. Ad Quoique la fille dotée par ses père et mère ait| des biens à elle propres dont ils jouissent, la dot| hs Sera prise sur les biens des constituans, s’il nya at stipulation contraire.|-| out | vo Art. 1547: ht Ceux qui constituent une dot, sont tenus à Hs|& garantie des objets constitués.:| | li Les intérêts de la dot courent de plein droit, du jour du mariage, contre ceux qui l'ont promise, encore qu'il y ait terme pour le paiement, s’il n'y Dei & stipulation contraire. he |‘gl S E C- LISTE ESP lé he ne, um, à, le, + Rte) Li{ir ù je Lt ty 1 np Ve à DIT) js, 1 . y(4 es, fl: EL LIL, Boek, PV, Tir.» LL Hoofdf, Van huvelijksgord. 781 Arts 1544 Indien de vader en tmmoëder te Zzaïnen een huwelijks- goed daarftellen, zonder te bepalen het gedeelte, dat elk hunner daar in dragen zal, wordt het zelve geoordeeld voor gelijke declen te zijn daargefteld,; Zoo het huwelijksgoed door dén vader alleen, doch van vaders en moeders wege, is daargefteld, zal de moeder, fchoon bij het contract tegenwoordig zinde, niet verbonden zijn, en zal het huwelijksgoed geheel en al ten laste van den vader blijven. Art. 1545. Indien de langstlevende vader of moeder een huwelijks- goed uit dé vaderliÿke en moederliÿke goederen daarftelt, zonder de gedeélten te bepalen, zal het huwelijksgoed eerst genomen worden uit dat geen, wWaar tO€ de toeko- -mende echtgenoot in den boedel van den vooroverleden vader of moeder gerestigd is, en het verdere uit de goe- deren van den geen, die het huwelijksgoed heeft daarge- “fteld. ATE 1546 Alhoewel cene dochter, die van haren vader en moe- der een. huwelijksgoed bekomen heeft,. goederen bezit, welke haar in eigéndom toebehooren, en Waar van de oudets het genot hebben, zal het huwelijksgoëd genomen worden uit de goederen van die gétien, welke het zelve hebben daargefteld, indien het tegendeel niet bedongen is. Aït. 1547 Zi, die een huweliksgoed daarfiellen, zÿn gehouden om de goederen, daar toe gegeven, te vrijwarens: Art. 1548. De Mmteresfen van het huwelÿksgoed loopen naar reg- ten van den dag des. huwelijks, tegen die genen, die hetzelve beloofd hebben, fchoon ook de betaling op tijd gefteld is, ten ware het tegendeel bedongen is. TE E- Cars es nie+ 15e 3« mY L'on ES +>: : Es 1980 Lay. NI. Tir. V Chip: ÎTT. De régime dual: une dE LL A. 15 Des droits du mari sur les biens dotaux DE-} le d'inaliénabilité du fonds dotal: l Art 1549. Le inaïi seul a l'administration des biens dotaux 1 pendant le mariage.:| 4 sai Fa ee. ns. AE, AP OT er Jing! l'a seul le droit d'en pourstivre les débiteurs et fe «détenteurs, d’en percevoir les fruits et les intérêts,|. et de recevoir le remboursement des capitaux. si Cependant il peut être convenu, par le contrat|«pi de mariage, qüe la femme touchera annuellement, LCA “sur ses seules quittances, une partie de ses revenus| di pour son entretien et_ses besoins personnels:| si _.:| a | Arte: 45 58: ‘Le mari n'est pas tenu de fournir caution pour 4 da réception de Ja‘dot, s’il nya pas été assujetti| os par le contrat de mariage.:| tt Poe 4«re Mio lo| Si la dot où partie de la dot consiste en objets=. smobiliers mis à prix par le contrat, sans déclara-|: tion que: l'estimation m'en fait pas vente, le mari de| en devient propriétaire et n'est débiteur que du prix der donné au mobilier. de, 1 psnon Art: 1580:| L’estimation. donnée à l'immeuble-constitué eñ| n dot n’en transporte point la propriété au mari, s'il. ik n’y en a déclaration expresse. LS Fr NS GROS=! é 4 à; AA Art. 1553 ! Ms Il:-Bock, VaTit., nl Hoofäp. Van huvelihssoeë. 785 FIWÉEDÉ AFDÉELING. Van de regten van den man op het hwwclijks- goed, en van de onvervreemdbaarheid van onroerend goed, ten huwelijk gegevens* Aït, 1549, De man alleen heeft, flaande het huwelik,.de®behee- ring van het huwelijksgoed. É Hij heeft alleen het regt om de fchuldenaars en bezit* ters van het zelve, in egten te vervolgen, de vrucaten en interesfen. daar van te. genieten, en de. aftelosfene capitalen te ontvangen. a. Men mag echter by huwelÿks-contract overeenkomen, dat de vrouw jaarlÿks, op hare eigené quitantiën, een igedeélte. van‘hare inkomften, tot haar onderhoud en bij- -ondere béhoëéfien trékken Zzal°°?°°: 3e Art. 1550. De man is niet gehouden; om‘borg te flellen voor de ontvangst. van het huwelikksgoed,, indien hi ich daar *0e bij het huwelÿks-contract niet.vérbonden, héeft. Art. 155 Left Sata ontrel Indien het huwelïksgoed, of-sen gedeelte van het zel- ve, beftaat in roerende goëderen, die bÿ het huwelÿks- contract op: waardé;gefteld zÿn3;1zonder‘verklaring ,: dat die. waardeering..geen verkoop:maakt, wordt: de man daat van eigenaar, en is alleenlik verfchuldigd de waar- de, waar op dat roerenñd goed begroot is. Art. 1552. ©: De‘begrooting van“onroerend&goed, het welk tot hü- welÿksgoed beftemd is, draagt den eigendom«niet Over aan den man, indien zulks niet uitdrukkelÿk verkipard is, Art. 1533e st Liv, LL, Tit, P. Chap, III. Du régime dotat, Art. 1553. "L’immeuble acquis des deniefs dotaux n’est pas docal, si la condition de l’emploi n’a été stipulée par le contrat de mariage. [l'en est de même de l‘immeuble donné ment de la dot constituée en argent. br: eh paie: Art, 1584, Les immeubles constitués en dot ne peuvent être aliénés ou hypothéqués pendant le mariage, ni par le mari, ni par la femme, ni par lés deux con- jointement; sauf les exceptions qui suivent, cn A HARÉEE. La femme peut, avec l'autorisation de soû mari, ou, sur son refus, avec permission de justice, ‘donner ses biens dotaux pour l'établissement des -enfans qu'elle, aurait d’un mariage antérieur; mais si elle n’est autorisée que par justice, elle doit réser- ver la jouissance à son mari ss Art, 1556: -* Elle peut aussi, avec l’autorisation de son mari donnér ses biens dotaux pour l'établissement de leurs enfans communs. | Art r889 2 | L'immeuble dotal peut être aliéhé‘lorsque l’atié: ation en a été permise par le contrat de mariage. — Art. 1558. L'immeuble dotal peut encore être aliéné avec permission de justice,: et aux enchères, après trois affiches, Fr! Pour tirer de prison le mari où la femme; Pour JE Fer gel} den d puwel) Het welk if peloofd Qnrot pa gec dekeerd YOU, mavolge De v bij zine huwelik æn VOri beftaan: den regt wa hare Zù k: huwelik van bef … gebore. Ent Wanneer ftan, Eu fing va metstbie phkkins On iosfen; {, D) un à= hem voor bezittingen verftrekte, Za het verlies van het huweliksgoed allen komen geste d à ten laste van de vrouw. F, PIERDE AFDEELINC. gs Van paraphernake goederen. Pi Art. 1574, qi des Alle goederen van de vrouw, welke niet tot huwe- j Ljksgoed beftemd zÿn, zijn paraphernaie gocderen. l# Art. 1575 408 Li JL Tiè. V. Chàp. LT,- Da régime dotn?, Art 1575. Si tous les biens de la femmé soût paraphernaux j et s’il n'y a pas de convention dans le contrat pour Jui faire supporter une portion des charges du ma- riage, la femme y contribue jusqu’à concurrence Au tiers de ses revenus:: Aït. 1576: ses biens paraphernaux. La femme a l'administration et la jouissance ds Mais elle ne peut les aliéner ni paraître en juge. ment à raison desdits, biens, sans l’autorisätion du mari, Ou, à son refus, sans la permission de Ia justice. Art. 1877: Si la femme donne sa procuration aù mari pouf ‘administrer ses biens paraphernaux, avec charge de lui rendre compte des fruits, il sera tenu vis-à-vis d'elle comme tout mandataire. Aït. 1578: Si le mari a joui des biens paraphernaux de 54 femme, sans mandat, et néanmoins sans opposition de sa part, il n’est tenu, à-la dissolution: üu ma riage, ou à la première demande de la femme; qu’à la représentation des fruits existans, et il n’est point comptable de ceux qui ont été tonsommés jusqu'alors. | Aît, 1579: é Si le mari a joui des biens paraphernaux malgré l'opposition constatée de la femme, il est compta- ble envers elle de tous les fruits rane existans que: consommés.|> A Ârt. 15804 l ds cp ut ss nn Lis 4 l ft{ À Mi f si L Ann ny a lan Min L) L JM 6} ren QU a up I, Mimé- % nm ds sa Gt a s à km sen, et de NE a! À pheout 5 a tt(Ne ne en h fr.| M Ju!, pi: Es:» LP De& D te Le 14+: JUL Bock, Ve Tits, HI. Hoofdf, Van hunelijisgoet 797: Aït. 1575 Indien alles, wat de vrouw bezit. paraphernale goœ- deren zijn, en indien bij huwelÿks-contract geene oÿer-. eenkomst gemaakt is, om haar de lastéen van het hu- welük gedeeltelijk te, doen dragen, moet de vrouw daar in mede deelen, ten beloope van een derde van hare in- komften. pa ” Aït, 1570. De vrouw heeft de beheering en het genot van hare paraphernäle goederen. Maar zij kan dezelve niet vervreemden, noch ook in zaken, die goederen betreffende, in-resten verfchijnen s zonder autorifatie van den man, of bij zijne weigerings zonder toeftemming van den regter, É Art. 1577 Indien de vrouw hare volmagt aan den man geeft, tot het beheeren van hare paraphernale goederen, mits aan haar de vruchten verantwoordende, Zal hij aan haar verantwoordelÿk zijn+ even alle last-aannemers. Art. 1878. Indien de man het genof. oehad heeft van de para- phernale goederen van zÿne vrouw, Zonder last, maar evenwel zonder tegenkanting van hare zijde, is hi bi de. ontbinding van het huwelik, of bij de eerfte opeilching van de vrouw, niet verder gehouden, dan tot overgifte der aanwezende vruchten, en hij is niet verantwoorde- lijk wegens die vruchten, welke op dien tijd reeds ver- teerd waren, Aït. 1579. Indien de man het genot heeft gehad van de parapher- nale goederen, niettesenftaande het bewezen is, dat de vrouw zich daar tegen verzet heeft, is hij aan baar verantwoordelijk wegens alle de vruchten, zoo wel die nog aanwezig, als die verbruikt zijn. Aït. 153. « Fe* L +62:. rt“é Fe s à RCE 1 EE": EF es Z Fo HR SN EE EI re Ex rs 5 DE » S a: | RS ve" \. » è A *. ù 4 LS = # 738 Liv, ZI, Tië. PV. Chap. IE, Du régime dot * Aït. 1580, ‘Le mari qui jouit des biens paraphertiaux, test ienu de toutes les obligations de l'usufruitier. Disposition particulière, Ârt. 1581. En se soumettant au régime dotal, les époux peuvent néanmoins stipuler une société d’acquêts, et les effets de cette société sont réglés comme il est dit aux articles 1498 et 1490. a 11À HI, Bock, PT., LU. Hoofdl. Van Buvelksseez, 709. | Art 1580. à.. De man, die het genot heeft van de paraphernale goederen, is gehouden tot alle de verpligtingen van eenen vruchtgebruiker. A: Bijzondere bepaling..| Art, 1581. Offchoon de echtgenooten zich aan het beftuur van het huweljksgoed nnderworpen hebben, mogen zij niet- temin eene gemeenfchap van aanwinften bedingen, van welke gemeenfchap de gevolgen zich regelen. Oovereen- komftig het geen bij Art 1498 en 1499 bepaald is 4+ *6*- LT pa—:" 6 va/ me LL gs; VSUMINS: a»© La 876 59/ Hp“à HIANAITE\N ME TU es Se GS — ét FAST ES SEP AR ER - A CE OS . À F Les "+ »,.+ y LA APE 7 ki D 174 Li nn rer nnnnn si une:. 668“ héhé Re i {/ ë \ / “ À$ k| [Et Le |# + ske ‘ k + :, « . %| |\ \ je à A> nn AT A NE nn a il QU Oem 1 2 3 9 10 11 12 13 1 ( AN AL ee æ: